CS 3635 - Zaag SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 3635 SOLO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CS 3635 SOLO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 3635 - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 3635 van het merk SOLO.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 3635 SOLO
1 Over deze gebruiksaanwijzing 53
1.1 Symbolen op de titelpagina 53
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig-
naalwoorden 53
2 Productbeschrijving.... 53
2.1 Beoogd gebruik.... 53
2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik 54
2.3 Overige risico's 54
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen.... 54
2.4.1 Inschakelbeveiliging 54
2.4.2 Kettingrem/kettingrembeugel ..... 54
2.4.3 Beveiliging tegen overbelasting... 54
2.5 Symbolen op het apparaat.... 54
2.5.1 Veiligheidstekens 54
2.5.2 Bedieningstekens.... 55
2.6 Productoverzicht (01 - 03)...... 55
2.7 Leveringsomvang (04).... 56
2.8 Optionele accessoires .... 56
3 Veiligheidsinstructies.... 56
3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische machines .... 56
3.1.1 Veiligheid op de werkplek...... 56
3.1.2 Elektrische veiligheid.... 57
3.1.3 Veiligheid van personen.... 57
3.1.4 Gebruik en behandeling van de elektrische machine.... 57
3.1.5 Gebruik en verzorging van de met accu aangedreven machine . 58
3.1.6 Service 58
3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen.... 58
3.3 Veiligheidsinstructies voor accu en oplader.... 60
3.4 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden 60
3.4.1 Gebruiker.... 60
3.4.2 Werktijden 60
3.4.3 Belasting door trillingen.... 60
3.4.4 Geluidsbelasting 61
3.4.5 Werken met de kettingzaag ...... 61
4 Montage....62
4.1 Zwaard en zaagketting monteren (05 - 08) 62
5 Ingebruikname.... 62
5.1 Accu laden 63
5.2 Zaagkettingolie bijvullen en controle-
ren (09)....63
5.3 Functie van de kettingrem testen ..... 63
5.3.1 Kettingrem testen bij uitgeschakelde motor (10).... 64
5.3.2 Kettingrem testen bij ingeschakelde motor (10).... 64
6 Bediening.... 64
6.1 Kettingspanning controlleren 64
6.2 Testen van de kettingrem.... 64
6.3 Laadtoestand van de accu bepalen ... 65
6.4 Accu plaatsen en verwijderen (11)..... 65
6.5 Kettingzaag in- en uitschakelen (12).. 65
6.6 Snelheid van de zaagketting verlagen [functie ECO-modus] (13) ...... 65
6.7 Hoeveelheid olie voor zaagketting in-
stellen (14) 65
6.8 Ledlicht in- en uitschakelen (15) ..... 65
7 Werkhouding en werktechniek 65
7.1 Bomen vellen (16, 17) 66
7.2 Snoeien (18)...... 67
7.3 Boom afkorten (19 - 22) ...... 67
7.4 Zaaghout verzagen 67
8 Onderhoud en verzorging.... 68
8.1 Reinigen binnenruimte kettingwiel ..... 68
8.2 Zaagketting slijpen (23)...... 68
8.3 Zwaard controleren, omkeren en in-vetten (24, 25) 69
8.4 Tabel kettingonderhoud 69
8.5 Luchtfilter reinigen (26) 70
9 Hulp bij storingen.... 70
10 Transport....71
11 Machine opbergen 71
12 Verwijderen 72
13 Technische gegevens 73
14 Klantenservice/service centre ..... 74
15 Informatie bij de conformiteitsverklaring... 74
16 Garantie 74
1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over de machine nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
■ Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Ga voorzichtig met Li-Ion accu's om! Neem met name de aanwijzingen voor transport, opslag en afvalverwijdering in acht!
1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden
⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
⚠️ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.
OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.
Deze gebruikshandleiding beschrijft een handgedragen elektrische kettingzaag, die wordt aangedreven door een accu.
Alle accu's (Bxxx Li) en opladers (Cxxx Li) van het AL-KO 36V-systeem kunnen worden gebruikt.
LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met een ongeschikte accu, kunnen apparaat en accu beschadigd raken.
- Gebruik het apparaat alleen met de voorge-schreven accu.
i OPMERKING In de gebruiksaanwijzingen voor de accu's en opladers van het AL-KO 36V-systeem staat verdere informatie:
Accu's: Doc.-nr. 441630, 443549
■ Opladers: Doc.-nr. 441633, 443551
2.1 Beoogd gebruik
De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik rond het huis en in hobbytuinen. In een dergelijke omgeving kan de kettingzaag worden gebruikt voor licht houtzaagwerk, zoals:
■ verzagen van snoeihout
■ snoeien van hagen
■ zagen van brandhout
■ vellen van kleine bomen (bijv. fruitbomen)
Dankzij de elektrische aandrijving kan de accukettingzaag niet alleen in de buitenlucht, maar ook in afgesloten ruimten worden gebruikt voor het zagen van hout. Elke andere toepassing dan hier beschreven, wordt beschouwd als niet overeenkomstig het gebruiksdoel.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
⚠️ VOORZICHTIG! Letselgevaar door on-doelmatig gebruik! Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.
- Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.
■ Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, bijv. spijkers, schroeven, hang- en sluitwerk.
2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik
■ Snoei nooit takken, die zich recht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige personen bevinden.
- Gebruik nooit afgewerkte olie voor de smering van de kettingzaag.
Ter bescherming van het milieu dient geen minerale zaagkettingolie te worden gebruikt.
Opmerking: Informeer of minerale zaagkettingolie in uw land verboden is!
- Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.
Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat kan sprake zijn van een restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Door het type en de constructie van het apparaat kunnen volgende gevaren niet worden uitgesloten.
■ Contact met de vrij toegankelijke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).
■ Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).
Plotselinge en onverwachte beweging van de geleiderail met zaagketting (gevaar voor snijletsel).
■ Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).
■ Loskomen van delen van het bewerkte hout.
Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. Wanneer veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen zijn gemanipuleerd, kan tijdens werkzaamheden met de kettingzaag zwaar letsel worden toegebracht.
Stel de beschermings- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking!
■ Werk uitsluitend met de kettingzaag, wanneer alle veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen correct functioneren.
2.4.1 Inschakelbeveiliging
Wanneer de gebruiker herhaald snel achter elkaar gas geeft, schakelt de kettingzaag geduren-de enkele seconden uit, om de elektronica en de kettingzaag te beschermen. In dergelijke gevallen wacht u tot de kettingzaag weer kan worden ingeschakeld.
2.4.2 Kettingrem/kettingrembeugel
De kettingzaag is uitgerust met een handbediende kettingrem die bijv. bij een terugslag (kickback) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de kettingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.
2.4.3 Beveiliging tegen overbelasting
De kettingzaag is uitgerust met een overlastbeveiliging, die bij een overbelasting uitschakelt. Na een korte afkoelperiode kan de kettingzaag weer worden ingeschakeld.
2.5 Symbolen op het apparaat
2.5.1 Veiligheidstekens
Symbool Betekenis
![]() | Draag veiligheidshandschoenen! |
![]() | Draag stevige schoenen! |
![]() | Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing! |
Symbool Betekenis
Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast!
Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering!
Terugslagrisico! Zaag nooit met het uiteinde van het zwaard!
Houd de kettingzaag tijdens het za- gen nooit met slechts één hand vast!
Gebruik de zaag niet in de regen! Bescherm de zaag tegen vocht!
Draag een veiligheidshelm, gehoorbescherming en oogbescherming!
Symbool Betekenis
Draairichting van de zaagketting (onder afdekking voor kettingtandwiel)
Smering van de zaagketting verho- gen of verlagen.
Aanduiding van het reservoir voor de zaagkettingolie
Ledlicht in- en uitschakelen.
2.5.2 Bedieningstekens
Symbool Betekenis
■ Kettingrembeugel (handbescherming) naar voren duwen: rem bedienen.
Kettingrembeugel (handbescherming) naar achter duwen: rem loszetten.
Zaagketting ontspannen (-) of spannen (+).
Draaisluiting dicht- of opendraaien.
Wisselen tussen ECO- en Power- Mode.
2.6 Productoverzicht (01 - 03)
Kettingzaag (01, 02)
Nr. Onderdeel
1 Zaagketting
2 Zwaard
3 Aanslagkam
4 Ledlicht
5 Kettingrembeugel (handbescherming)
6 Beugelgreep
7 Knop voor ledlicht
8 Accudeksel
9 ECO-toets: snelheid van de zaagketting verlagen.
10 Toestandsaanduiding
Nr. Onderdeel
| 11 Aan/Uit-knop |
| 12 Ontgrendelingshendel/aanwezigheids-detectie |
| 13 Achterste handgreep met greepvlak |
| 14 Gashendel |
| 15 Instelwieltje voor kettingspanning |
| 16 Afdekkap van het kettingwiel |
| 17 Draaisluiting voor afdekkap van het kettingwiel |
| 18 Draaisluiting van het kettingoliereser-voir |
| 19 Kijkglas voor kettingoliereservoir |
| 20 Beschermkap voor zwaard |
Toestandsaanduidingen van de controlelampjes (03)
| Nr. Onderdeel/aanduiding | |
| 1 Aan/Uit-knop | |
| 2 Led voor kettingrem (groen/rood): | |
| Knippert groen: kettingzaag bevindt zich in de onderhoudsmodus. Voor het inschakelen van de kettingzaag moet er binnen 5 s op de ontgrendelingshendel (02/12) worden gedrukt. | |
| Brandt groen: ontgrendelingshendel is ingedrukt. Kettingzaag is ge-reed voor gebruik. | |
| Brandt rood: kettingrem is geacti-veerd. | |
| Knippert rood:de overbelastingsbeveiliging heeft de kettingzaag uitge-schakeld, ofovertemperatuur in de ketting-zaag of accu | |
| 3 Led voor oliepeil (rood): brandt bij een laag oliepeil. Vul kettingzaagolie bij! | |
| 4 Led voor ECO-modus (groen): brandt, wanneer de ECO-modus geactiveerd is. | |
OPMERKING De accu en de oplader zijn niet in de leveringsomvang inbegrepen.
Controleer na het uitpakken of alle onderdelen zijn geleverd.
| Nr. Onderdeel |
| 1 Accukettingzaag |
| 2 Zwaard |
| 3 Zaagketting |
| 4 Beschermkap voor zwaard |
| 5 Gebruiksaanwijzing |
2.8 Optionele accessoires
De volgende producten kunnen extra worden aangeschaft:
| Product Artikelnr. | |
| AL-KO accuriem BBA 40 113786 | |
| solo by AL-KO accuriem BB40 met accu-adapter | 127573 + 127579 |
Zaagkettingen en zwaarden, zie Hoofdstuk 8.4 "Tabel kettingonderhoud", pagina 69.
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische machines
⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids-instructies, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens door waarmee de machine is uitgevoerd. Het niet naleven van de onderstaande instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel veroorzaken.
■ Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
De in de veiligheidsaanwijzingen gebruikte term "machine" heeft betrekking tot machines met stroomvoeding (met voedingskabel) of met accu aangedreven machines (zonder voedingskabel).
3.1.1 Veiligheid op de werkplek
Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroorzaken.
■ Werk met de machine niet in een explosiegevaarlijke omgeving waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stof bevin-
den. Machines veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen ontsteken.
Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van de machine. Bij afleiding kunt u de controle over de machine verliezen.
3.1.2 Elektrische veiligheid
De aansluitstekker van de machine moet in de contactdoos passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaarde machines. Ongemodificeerde stekkers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals bij buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.
Houd machines uit de buurt van regen of vocht. Het binnendringen van water in een machine verhoogt het gevaar voor een elektrische schok.
- Gebruik de aansluitkabel niet om de machine te dragen, op te hangen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd het aansluitsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewegende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop geraakte aansluitsnoeren is er een hoger risico op een elektrische schok.
■ Wanneer u met een machine buiten werkt, dient u uitsluitend verlengkabels te gebruiken die ook geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. Door het gebruik van een dergelijk, voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer, neemt het risico op een elektrische schok af.
Als er niet voorkomen kan worden dat de machine in een vochtige omgeving wordt gebruikt, dient er een aardlekschakelaar te worden gebruikt. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektrische schok.
3.1.3 Veiligheid van personen
Wees alert, let erop wat u doet en ga verstandig met een machine aan het werk. Gebruik geen machine als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of geneesmiddelen staat. Een ogenblik onoplettendheid bij het gebruik van de machine kan tot ernstig letsel leiden.
Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsmiddelen als stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de toepassing van de machine, vermindert het gevaar voor letsel.
■ Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of de machine is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, hem optilt of draagt. Als u bij het dragen van de machine de vinger op de schakelaar heeft of de machine ingeschakeld op de voeding aansluit, kan dit ongevallen veroorzaken.
■ Verwijder instelgereedschap of schroevendraaiers voordat u de machine inschakelt. Een gereedschap of sleutel die zich in een draaiend deel van de machine bevindt, kan letsel veroorzaken.
■ Voorkom een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Daardoor kunt u de machine in onverwachtse situaties beter onder controle houden.
Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haar en kleding weg van bewegende delen. Loszitten-de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegrepen.
Als stofafzuig- en -opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen.
Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van veiligheid en negeer de veiligheidsregels voor machines niet, zelfs niet wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met de machine. Onnadenkend handelen kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.
3.1.4 Gebruik en behandeling van de elektrische machine
Overbelast de machine niet. Gebruik voor uw werk de hiervoor bedoelde machine. Met de juiste machine werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
- Gebruik geen machine waarvan de schakelaar defect is. Een machine die niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
■ Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder een uitneembare accu voordat u instellingen aan het apparaat uitvoert, reserveonderdelen vervangt of de machine opbergt. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt het onbedoelde starten van de machine.
Bewaar ongebruikte machines buiten het bereik van kinderen. Laat geen personen de machine gebruiken die hiermee niet vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Machines zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen worden gebruikt.
Verzorg machines en inzetgereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende de- len goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken of zodanig beschadigd zijn dat de functie van de machine nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren alvorens de machine te gebruiken. Slecht onderhouden machines zijn vaak de reden voor ongevallen.
Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik. - Gebruik de machine, het inzetgereedschap enz. aan de hand van deze aanwijzingen. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van machines voor een ander dan het beoogde gebruik kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Zorg dat de handgrepen en oppervlakken ervan droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Gladde handgrepen en oppervlakken ervan veroorloven geen veilige bediening en controle van de machine in onverwachtse situaties.
3.1.5 Gebruik en verzorging van de met accu aangedreven machine
Laad de accu's uitsluitend met opladers op die door de fabrikant worden aanbevolen. Door een oplader die voor een bepaald type accu's geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer deze met andere accu's wordt gebruikt.
- Gebruik in de machines alleen de hiervoor bedoelde accu's. Het gebruik van andere accu's kan letsel en brandgevaar veroorza-ken.
Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.
Bij onjuist gebruik kan er vloeistof uit de accu vrijkomen. Voorkom de aanraking hiermee. Bij toevallig contact met water afspoelen. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Vrijkomende accuvloeistof kan huidirritaties of brandwonden veroorzaken. - Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen zich onverwachts gedragen en brand, explosie of letsel veroorzaken.
Stel een accu niet bloot aan brand of te hoge temperaturen. Brand of temperaturen van boven de 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.
Volg alle aanwijzingen voor het opladen op en laad de accu of de met accu aangedreven machine nooit buiten het in de gebruikshandleiding vermelde temperatuurbereik op. Verkeerd opladen of laden buiten het toegestane temperatuurbereik kan de accu vernielen en het brandgevaar vergroten.
3.1.6 Service
■ Laat uw machine alleen door gekwalificeerd deskundig personeel repareren en alleen met originele reserveonderdelen. Zo wordt de veiligheid van de machine gewaarborgd.
- Onderhoud beschadigde accu's in geen geval. Alle onderhoudswerkzaamheden aan de accu's moeten door de fabrikant of een geautoriseerde klantenservice worden uitgevoerd.
3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen
Algemene veiligheidsinstructies voor kettingzagen
Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets raakt. Bij werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment van
onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting gegrepen worden.
Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste greep en uw linkerhand aan de voorste greep vast. Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeerde werkhouding verhoogt het gevaar voor letsel en deze mag nooit zo worden vastgehouden.
Houd de kettingzaag alleen aan de geïsoleerde greepvlakken vast omdat de zaagketting in aanraking kan komen met verborgen elektriciteitsleidingen. Het contact van de zaagketting met een spanningvoerende kabel kan metalen apparaatonderdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.
Draag oogbescherming. Verdere beschermingsmiddelen voor gehoor, hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. De juiste beschermende kleding vermindert het gevaar voor letsel door rondvliegend spaandermateriaal en toevallige aanraking van de zaagketting.
■ Werk met de kettingzaag niet in een boom, op een ladder, vanaf een dak of op een instabiele ondergrond. Bij gebruik op die manier bestaat er gevaar voor ernstig letsel.
Let er altijd dat u stabiel staat en gebruik de kettingzaag alleen wanneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Een gladde of instabiele ondergrond kan ertoe leiden dat u uw evenwicht of de controle over de kettingzaag verliest.
Houd er bij het snoeien van een tak die onder spanning staat, rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de hout-vezels vrijkomt kan de gespannen tak de gebruiker raken en/of kunt u de controle over de kettingzaag verliezen.
Wees bijzonder voorzichtig bij het snoeien van kreupelhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de zaagketting vast komen te zitten en u raken of u kunt uw evenwicht verliezen.
Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep in uitgeschakelde toestand, waarbij de zaagketting van uw lichaam afgewend is. Bij het transport of het opbergen van de kettingzaag moet de beschermkap altijd aangebracht zijn. Zorg-
vuldige omgang met de kettingzaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallig contact met de lopende zaagketting.
Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van zwaard en ketting. Een ondeskundig ge-spannen of gesmeerde ketting kan breken of het risico op terugslag vergroten.
■ Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, plastic, metselwerk of bouwmateria- len die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-reglementaire werk- zaamheden kan tot gevaarlijke situaties lei- den.
■ Probeer niet om een boom te vellen voordat u niet duidelijk de risico's en de voorkoming ervan kent. De gebruiker of andere personen kunnen door een omvallende boom ernstig gewond raken.
Volg alle instructies als u de kettingzaag ontdoet van opgehoopt materiaal, deze opbergt of er onderhoudswerkzaamheden aan uitvoert. Verzeker u ervan dat de schakelaar uitgeschakeld en de accu verwijderd is. Een onverwachtse werking van de kettingzaag bij het verwijderen van opgehoopt materiaal of tijdens onderhoudswerkzaamheden kan ernstig letsel veroorzaken.
Oorzaken en vermijden van een terugslag
Een terugslag kan zich voordoen wanneer het uiteinde van het zwaard een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt.
Een aanraking met het uiteinde van het zwaard kan in sommige gevallen tot een onverwachtse, naar achteren gerichte reactie leiden waarbij het zwaard naar boven en in de richting van de gebruiker wordt geslagen.
Wanneer de zaagketting klem komt te zitten aan de bovenrand van het zwaard kan het zwaard snel in de richting van de gebruiker terugstoten.
Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig letsel oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de kettingzaag zijn ingebouwd.
Als gebruiker van een kettingzaag moeten u diverse maatregelen nemen om vrij van ongevallen en letsel te werken.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van de kettingzaag. Die kan vermeden worden door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven:
Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslagkrachten. Als er geschikte maatregelen worden genomen kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
Vermijd een abnormale lichamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt een onbedoeld contact met het uiteinde van het zwaard vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt.
- Gebruik altijd vervangende zwaarden en zaagkettingen die de fabrikant voorschrijft. Verkeerde zwaarden kunnen de ketting doen breken en/of een terugslag veroorzaken.
■ Leef de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting na. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot een terugslag.
3.3 Veiligheidsinstructies voor accu en oplader
Neem de veiligheidsinstructies voor de accu en de oplader in de aparte gebruikshandleidingen in acht:
Accu's: Doc.-nr. 441630, 443549
■ Opladers: Doc.-nr. 441633, 443551
3.4 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden
■ Neem de voor uw land specifieke veiligheidsvoorschriften in acht, bijv. van beroepsorganisaties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-instanties.
■ Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.
Houd de werkomgeving vrij van rondslingerende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikelgevaar.
- De gebruiker is verantwoordelijk voor eventueel letsel bij derden en voor materiële schade.
■ Wanneer u voor het eerst met een kettingzaag werkt:
Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de kettingzaag uitleggen, of volg een cursus.
- Oefen voor het eerste gebruik minimaal het zagen van stammen op een zaagbok of zaagonderstel.
3.4.1 Gebruiker
■ Personen van jonger dan 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen, mogen het apparaat niet gebruiken.
ledereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheidsoverwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met een kettingzaag te werken.
3.4.2 Werktijden
Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gelden.
3.4.3 Belasting door trillingen
■ Gevaar door trillingen
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgende factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
- Gebruik het apparaat alleen met het motor-toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repareren door een geautoriseerde servicewerkplaats.
De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
- Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptoom van 'dode vingers' wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
■ Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
- Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10 °C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
3.4.4 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden gedragen.
3.4.5 Werken met de kettingzaag
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar
letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.
- Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.
■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.
WAARSCHUWING! Letselgevaar door
onbedoeld startende kettingzaag. Een onbedoeld startende kettingzaag kan tot ernstig letsel leiden. Verwijder daarom altijd de accu bij:
■ Test-, afstel- en reinigingswerkzaamheden
■ Werkzaamheden aan het snijgereedschap
■ Het achterlaten van de kettingzaag
Transport
Opslag
■ Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
Gevaar
■ Nooit alleen werken.
■ Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.
Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbonden aan een elektrische leiding.
■ De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit:
veiligheidshelm
- gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
■ veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm
■ veiligheidsbroek met ingewerkte snijbeveiliging
■ stevige werkhandschoenen
■ veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen
- De kettingzaag niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo niet meer mogelijk.
■ Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit en plaats de kettingbeschermer.
■ Breng op een buiten gebruik zijnde kettingzaag altijd de kettingbeschermer aan en verwijder de accu.
■ De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze is uitgeschakeld.
■ De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.
Als een boomstam dikker is dan de lengte van het zaagblad, moet deze door een vakman worden omgezaagd.
Plaats de zaagketting alleen voor een zaagsnede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.
■ Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.
Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm.
Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking.
■ Positioneer de kabel tussen accu en kettingzaag zodanig dat hij bij het snoeien niet aan takken of iets dergelijks blijft hangen.
4 MONTAGE
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar
letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.
- Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.
■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Bij
het monteren van de zaagketting, kunnen de scherpe randen snijletsel veroorzaken.
■ Verwijder de accu voor het monteren van de ketting.
Draag veiligheidshandschoenen bij de montage van de zaagketting en het zaagblad.
4.1 Zwaard en zaagketting monteren (05 - 08)
- Trek de kettingrembeugel (05/1) naar de beugelgreep (05/2) (05/a) toe om zo de kettingrem los te zetten.
- Klap de draaisluiting (05/3) open en draai deze in de richting OPEN (05/b).
- Neem de kettingwielafdekking (05/4) weg (05/c).
Zwaard met zaagketting monteren
- Leg de zaagketting (06/1) in looprichting (06/2) om het zwaard (06/3). Let er daarbij op dat de zaagketting helemaal in de zwaard-groef zit en om het omkeerwiel (06/4) van het zwaard werd geleid.
- Leg het zwaard met zaagketting op de kettingzaag:
■ De geleidebout (07/1) moet door het slobgat (07/2) van het zwaard gestoken zijn.
■ De zaagketting (07/3) moet om het kettingwiel (07/4) gelegd zijn.
-
Schuif het zwaard met zaagketting tot aan de aanslag naar voren (07/a).
-
Breng de kettingwielafdekking weer aan.
- Draai de draaisluiting (08/1) in richting CLOSE (08/a) en klap de draaisluiting in.
Kettingspanning van de zaagketting instellen
- Draai aan het instelwieltje (08/2) (08/b) om de kettingspanning in te stellen:
■ Zaagketting spannen: +
■ Zaagketting ontspannen: -
OPMERKING De zaagketting is correct ge-spannen wanneer deze:
■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.
in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild.
5 INGEBRUIKNAME
⚠ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
Lees en volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de kettingzaag gebruikt!
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar
letsel. Wanneer de kettingzaag beschadigde onderdelen bevat, kan dit tot zwaar letsel leiden.
■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.
5.1 Accu laden
De accu en de oplader zijn niet in de levering-somvang inbegrepen. Alle accu's (Bxxx Li) en opladers (Cxxx Li) van het AL-KO 36V-systeem kunnen worden gebruikt.
De meegeleverde accu is gedeeltelijk opgeladen. De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke wille-keurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken.
i OPMERKING In de gebruiksaanwijzingen voor de accu's en opladers van het AL-KO 36V-systeem staat verdere informatie:
Accu's: Doc.-nr. 441630, 443549
■ Opladers: Doc.-nr. 441633, 443551
⚠️ VOORZICHTIG! Brandgevaar bij het opla- den! Er bestaat brandgevaar wanneer de lader op een makkelijk brandbare ondergrond is ge- plaatst en niet voldoende wordt geventileerd.
- Gebruik de lader altijd op een niet-brandbare ondergrond of in een niet-brandbare omgeving.
- Indien beschikbaar: Houd de ventilatieopeningen vrij.
5.2 Zaagkettingolie bijvullen en controleren (09)
LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wanneer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!
Vul voor ingebruikname het reservoir met kettingzaagolie.
■ Gebruik geen afgewerkte olie!
- Vul minimaal bij elke accuwissel het oliere-servoir bij met kettingzaagolie.
De zaagketting en het zwaard krijgen tijdens gebruik continu olie toegevoerd vanuit een automatisch oliesmeersysteem. De kettingzaagolie beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage. Om de zaagketting afdoende te smeren moet steeds voldoende kettingzaagolie in het reservoir aanwezig zijn.
Gebruik voor de smering van de zaagketting en het zwaard uitsluitend milieuvriendelijke, biologisch afbreekbare, hoogwaardige kettingzaagolie en vervoer en bewaar deze in toegelaten en van inhoudsaanduiding voorziene verpakkingen.
Zaagkettingolie bijvullen
- Kantel de kettingzaag zodanig dat het kettingoliereservoir (09/1) zich boven bevindt.
- Draai de draaisluiting (09/2) van het kettingoliereservoir eruit.
- Vul het kettingoliereservoir helemaal met zaagkettingolie.
- Sluit het kettingoliereservoir weer met de draaisluiting.
Oliepeil controleren
Controleer het oliepeil elke keer vóór aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het verwisselen van de accu en vul, indien nodig, kettingzaagolie bij.
- Druk voor het inschakelen van de kettingzaag op de Aan/Uit-knop (02/11).
- Controleer of in de toestandsaanduiding de rode led (03/3) voor laag oliepeil brandt.
- Bij een rode led: vul kettingzaagolie bij.
5.3 Functie van de kettingrem testen
De kettingzaag is uitgerust met een handbediende kettingrem die bijv. bij een terugslag (kickback) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij activering van de kettingrem worden de kettingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.
⚠ GEVAAR! Levensgevaar vanwege achte-loos gebruik! Door onvoorzichtige en onvoorziene bewegingen van de kettingzaag kan zeer zwaar, tot dodelijk letsel worden veroorzaakt.
Ga bij het werken met de kettingzaag altijd veiligheidsbewust en zeer geconcentreerd te werk.
Bij het vrijgeven van de kettingrem geen schakelaar indrukken.
⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback) door de draaiende zaagketting zeer ernstig en zelfs dodelijk letsel het gevolg zijn.
■ Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.
5.3.1 Kettingrem testen bij uitgeschakelde motor (10)
- Trek de accu eruit (zie Hoofdstuk 6.4 "Accu plaatsen en verwijderen (11)", pagina 65).
- Om de kettingrem los te zetten, trekt u de kettingrembeugel (10/1) in de richting van de beugelgreep (10/2) (10/a). De zaagketting kan met de hand worden doorgetrokken.
- Om de kettingrem te activeren, duwt u de kettingrembeugel (10/1) naar voren (10/b). Het mag nu niet mogelijk zijn de zaagketting door te trekken.
5.3.2 Kettingrem testen bij ingeschakelde motor (10)
HOPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.
- Houd de kettingzaag veilig en stevig vast aan de beugelgreep en de achterste handgreep.
- Trek de kettingrembeugel (10/1) in de richting van de beugelgreep (10/2) (10/a) om zo de kettingrem los te zetten.
- Schakel de motor in (zie Hoofdstuk 6.5 "Kettingzaag in- en uitschakelen (12)", pagina 65).
- Duw de kettingrembeugel (10/1) naar voren (10/b). De zaagketting en de motor moeten direct stoppen. De led voor de kettingrem (03/2) brandt rood.
6 BEDIENING
⚠ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
■ Lees en volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de kettingzaag gebruikt!
■ Neem de nationale voorschriften voor de gebruiksduur in acht.
Houd de achterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de linkerhand.
■ De handgrepen niet loslaten zolang de motor draait.
■ Gebruik de kettingzaag niet bij:
Vermoeidheid
Onwel zijn
■ Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs
6.1 Kettingspanning controlleren
De kettingspanning vaak controleren, omdat een nieuwe zaagketting vanzelf langer wordt.
Bij de bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt deze iets door.
H OPMERKING De zaagketting is correct ge-spannen wanneer deze:
■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.
in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild.
⚠️ VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door los- springen van zaagketting! Een onvoldoende strak gespannen zaagketting kan tijdens het ge- bruik losspringen en letsel veroorzaken.
■ Controleer de kettingspanning regelmatig. De kettingspanning is te laag, wanneer de kettingschakels aan de onderkant van het zaagblad uit de groef komen.
■ Span de zaagketting volgens voorschrift, zo- dra de kettingspanning te laag is.
6.2 Testen van de kettingrem
Procedure zie Hoofdstuk 5.3 "Functie van de kettingrem testen", pagina 63.
⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback) door de draaiende zaagketting zeer ernstig en zelfs dodelijk letsel het gevolg zijn.
Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.
6.3 Laadtoestand van de accu bepalen
i OPMERKING In de gebruiksaanwijzingen voor de accu's en opladers van het AL-KO 36V-systeem staat verdere informatie:
Accu's: Doc.-nr. 441630, 443549
■ Opladers: Doc.-nr. 441633, 443551
6.4 Accu plaatsen en verwijderen (11)
- Neem de afdekkap (11/1) weg (11/a).
-
Schuif de accu (11/2) van bovenaf in de accuschacht (11/3) (11/b) tot deze vastklikt.
-
Breng de afdekkap weer aan.
Voer voor het eruit trekken van de accu dezelfde stappen uit.
6.5 Kettingzaag in- en uitschakelen (12)
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorschade! Door het gebruik van het apparaat ontstaat sterke geluidsvorming die gehoorschade kan veroorzaken.
Draag bij het werken met de kettingzaag altijd gehoorbescherming.
i OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.
Kettingzaag inschakelen
- Zet de kettingrem (12/1) los (12/a).
-
Met de linkerhand: houd de kettingzaag aan de beugelgreep (12/2) vast.
-
Met de rechterhand:
■ pak de achterste handgreep (12/4) vast.
Druk op de Aan/Uit-knop (12/3). De led voor de kettingrem (03/2) knippert groen.
Druk binnen 5 s op de ontgrendelings-hendel (12/5) en houd deze ingedrukt. De led voor de kettingrem (03/2) brandt groen.
Druk de gashendel (12/6) in en houd deze ingedrukt.
Kettingzaag uitschakelen
■ Druk op de Aan/Uit-knop of:
■ Laat de ontgrendelingshendel los.
De kettingzaag schakelt automatisch binnen
5 s uit.
6.6 Snelheid van de zaagketting verlagen [functie ECO-modus] (13)
Met de functie ECO-modus kunt u de snelheid van de zaagketting verlagen. Daardoor wordt de gebruiksduur van de accu langer.
- Druk op de ECO-toets (13/1).
- Druk voor het uitschakelen van de ECO-modus opnieuw op de ECO-toets.
6.7 Hoeveelheid olie voor zaagketting instellen (14)
De hoeveelheid zaagkettingolie die bij het zagen wordt afgegeven, kan worden ingesteld.
- Draai de instelschroef (14/1) in de gewenste richting:
■ +: smering van de zaagketting verhogen.
-: smering van de zaagketting verlagen.
- Controleer tijdens het zagen of de zaagketting voldoende wordt gesmeerd.
6.8 Ledlicht in- en uitschakelen (15)
- Druk voor het inschakelen van het ledlicht (15/1) op de toets (15/2).
- Druk voor het uitschakelen opnieuw op de toets.
Het ledlicht schakelt zichzelf na 15 minuten automatisch uit.
7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK
OPMERKING Regelmatig worden door be- roepsorganisaties cursussen aangeboden in de omgang met kettingzagen en bomenkaptechniek.
⚠️ GEVAAR! Levensgevaar door onvoldoende vakkennis! Een tekort aan vakkennis kan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!
■ Uitsluitend goed geschoolde en ervaren mensen mogen worden belast met het snoeien en kappen van bomen.
⚠ GEVAAR! Levensgevaar door versplintering van hout! Losspringende houtspaanders kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken!
■ Losse spaanders en houtsplinters verwijderen van het te verzagen gedeelte.
7.1 Bomen vellen (16, 17)
Let voor en tijdens het vellen op de volgende punten:
Bij het vellen van bomen moet ervoor worden gezorgd, dat overige personen niet aan geva- ren worden blootgesteld, geen aanvoerleiding- gen kunnen worden geraakt en geen materie- ele schade kan worden veroorzaakt. Wan- neer een boom een aanvoerleiding raakt, moet het betreffende nutsbedrijf onmiddellijk op de hoogte worden gesteld.
Houd ook altijd rekening met eigendommen van derden, dieren en overige voorwerpen. Geen van deze mogen zich binnen de geva- renzone bevinden. In het geval toch ergens schade is toegebracht, moet de eigenaar on- middellijk op de hoogte worden gesteld.
De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 2½-keer de boomlengte te bedragen.
■ Beoordeel de valrichting van de boom. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:
■ de natuurlijke overhelling van de boom
de positie van de grotere takken
■ de hoogte van de boom
■ eenzijdige groei van takken
■ horizontale of hellende ondergrond
■ asymmetrische groei, houtschade
■ windrichting en windsnelheid
sneeuwbelasting
■ Werk op een hellende ondergrond altijd boven de valrichting van de boom.
- Controleer of zich op de eerder bepaalde vluchtweg geen obstakels bevinden. De vluchtweg moet ca. 45° schuin achterwaarts van de valrichting lopen (16).
De stam moet vrij zijn van begroeiing, takken en vreemde voorwerpen (zoals vervuiling, stenen, losse boomschors, spijkers, klemmen, draad enz.).
Om een boom te vellen moeten er twee inkepingen en een velsnede worden aangebracht.
- Breng bij het zagen van de velsnede en bij het in stukken zagen van de boomstam de aanslagkam veilig op het te verzagen hout aan.
- De valinkeping (17/C) wordt eerst horizontaal en vervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45° ingezaagd. Hierdoor wordt voorkomen dat de kettingzaag vast-
klemt bij het uitzagen van de tweede in- keping. De valinkeping moet zo dicht moge- lijk bij de grond en in de gewenste valrichting (17/E) worden aangebracht. De diepte van de inkeping moet ca. 1/4 van de stamdiamet- ter bedragen.
- Zaag de velsnede (17/D) tegenover de valinkeping exact horizontaal in. De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizontale vlak van de valinkeping worden ingezaagd.
- Zaag de velsnede (17/D) zo diep in dat er een breukrand (17/F) van minstens 1/10 van de stamdiameter tussen de valinkeping (17/C) en de velsnede (17/D) overblijft. Deze breukrand voorkomt dat de boom gaat draaien en in de verkeerde richting valt. Zodra de velsnede (17/D) de breukrand (17/F) nadert moet de boom beginnen te vallen. Zaag de breukrand niet door!
Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:
Als de boom mogelijk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de kettingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgebroken. Sla wiggen van hout, kunststof of aluminium in om de zaagsnede te openen en de boom in de gewenste richting te laten vallen.
■ Trek de kettingzaag direct uit de zaagsnede, schakel deze uit en leg hem weg.
■ Loop weg via de vluchtroute.
■ Let op voor vallende takken en twijgen.
- Als de boom blijft staan, breng deze dan door het inslaan van wiggen in de velsnede ge-controleerd ten val.
Opmerking: Er mogen uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium worden gebruikt.
- Neem na afloop van de zaagwerkzaamheden direct de gehoorbescherming af en let op signalen of waarschuwend geroep.
Insteek-, langs- en hartsneden mogen alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide personen (17).
⚠ GEVAAR! Levensgevaar door vallende boom! Wanneer het niet mogelijk is terug te wijken wanneer een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zelfs dodelijk letsel!
■ Pas met de kapwerkzaamheden beginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd.
⚠ GEVAAR! Levensgevaar door ongecontroleerd vallende boom! Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken!
- Om te zorgen dat de boom gecontroleerd valt, moet een breuklijst blijven staan tussen de velsnede en de valkerf; de breedte hiervan moet ca. 1/10 zijn van de stamdikte.
Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren.
7.2 Snoeien (18)
Onder snoeien wordt hier verstaan het afzagen van de takken van een gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:
■ Steun de kettingzaag tijdens de werkzaamheden met de aanslagkam op de boomstam.
■ Laat grotere, naar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig zitten.
■ Zaag kleinere takken in één keer door.
■ Zaag de takken systematisch één voor één van de boom (18/a). Zaag eerst de takken af die u in de weg zitten. Zaag dan de takken af die spanningen veroorzaken. Zaag als laatste de dikste tak bij de basis van de boom af.
■ Zaag vrijhangende takken vanaf de bovenzijde (18/b) af, niet vanaf de onderzijde.
■ Let op onder spanning staande takken; zaag deze van onder naar boven door (18/c) om te voorkomen dat de kettingzaag vastklemt.
7.3 Boom afkorten (19 - 22)
Onder afkorten wordt hier verstaan het in stukken zagen van de gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:
Zorg ervoor dat u stevig staat en uw lichaamsgewicht gelijkmatig over beide voeten verdeelt. Indien mogelijk, moet de stam worden ondersteund door takken, balken of wiggen.
■ Werk op een hellende locatie altijd van bovenaf ten opzichte van de boomstam, omdat de boomstam kan wegrollen (19).
Hanteer de kettingzaag zodanig dat er zich geen lichaamsdelen in de verlengde zwenkzone van de zaagketting bevinden.
Zet de aanslagkam pal naast de snijkant en draai de kettingzaag rondom dit punt. Oefen aan het einde van de zaagsnede niet langer druk uit.
- Om op het moment van doorzagen de volledige controle over de kettingzaag te houden, moet u tegen het einde van de zaagsnede de
aandrukkracht op de zaag verminderen, zonder daarbij de stevige grip op de handgrepen van de kettingzaag te verliezen.
■ Let erop dat de zaagketting niet de grond raakt.
■ Wacht na het beëindigen van de zaagsnede tot de zaagketting tot stilstand is gekomen, voordat u de kettingzaag verwijdert.
■ Schakel de motor van de kettingzaag altijd uit voordat u doorgaat naar de volgende boom.
De boomstam wordt over de hele lengte gelijkmatig ondersteund:
■ Zaag de boomstam van bovenaf door (20/a) en zaag niet in de grond.
Boomstam wordt aan één uiteinde ondersteund:
- Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splinteren van hout te voorkomen, zaagt u eerst 1/3 van de stamdiameter van onderaf in (21/a); vervolgens zaagt u de rest van bovenaf ter hoogte van de onderste zaagsnede door (21/b).
De boomstam wordt aan beide uiteinden ondersteund:
Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splinteren van hout te voorkomen, zaagt u eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf in (22/a); vervolgens zaagt u de rest van onderaf ter hoogte van de bovenste zaagsnede door (22/b).
⚠ GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensgevaarlijk worden verwond.
■ Houd u steeds aan de voorgeschreven maatregelen ter voorkoming van een terugslag!
7.4 Zaaghout verzagen
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
■ Een veilige ondersteuning gebruiken (zaagbok, wigvorm, balken).
Letten op een veilige werkpositie en een gelijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.
■ Rondhout blokkeren tegen verdraaien.
Zet de kettingzaag altijd met draaiende ketting tegen het hout om een snede te beginnen. Start de kettingzaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.
■ Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet-
sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het apparaat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini-gingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen.
De kettingzaag voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsnormen. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door deskundige, getrainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.
Na elk gebruik van de kettingzaag deze controleren op slijtage en beschadigde onderdelen eventueel vervangen.
■ Het apparaat niet blootstellen aan vocht en nattigheid. Plastic delen reinigen met een doek en hierbij geen reinigings- of oplosmiddelen gebruiken.
■ Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.
Spuit de kettingzaag niet af met water en gebruik geen hogedrukreiniger.
■ Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschreven reserveonderdelen gebruiken.
8.1 Reinigen binnenruimte kettingwiel
De kettingzaag na elke gebruik grondig reinigen.
- Verwijder de accu en leg de kettingzaag neer op een stevige ondergrond.
- Schroef de afdekkap van het kettingwiel los.
- De binnenruimte met een geschikt borsteltje schoonmaken.
- Neem de zaagketting af en verwijder het zaagblad.
- De zaagbladmoer en de olietoevoeropening reinigen.
8.2 Zaagketting slijpen (23)
⚠ GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag
(kickback)! Een ondeskundig geslepen zaagketting verhoogt de kans op een terugslag en daarmee het gevaar voor dodelijk letsel.
■ Slijp de zaagketting deskundig om de kans op terugslag te verkleinen.
OPMERKING Onervaren gebruikers van de kettingzaag wordt aanbevolen de zaagketting te laten slijpen door een vakman die beschikt over een werkplaats voor klantenservice.
Om redenen van veiligheid en efficiëntie moet de zaagketting altijd goed geslepen zijn.
Het slijpen is vereist wanneer:
■ de zaagspanen op stof lijken;
■ meer kracht nodig is om te zagen;
■ de zaagsnede niet recht is;
■ de trillingen toenemen.
Wanneer het slijpen in handen van een opgeleide klantenservice gegeven wordt, kan dit met de juiste gereedschappen uitgevoerd worden die een minimale materiaalslijtage en gelijkmatig slijpen van alle tanden garanderen.
Zelfstandig slijpen van de zaagketting is mogelijk met behulp van speciale ronde vijlen, waarvan de doorsnede is aangepast aan het afzonderlijke kettingtype (zie Hoofdstuk 8.4 "Tabel kettingonderhoud", pagina 69). Het slijpen van de ketting vergt enige handigheid en ervaring, om beschadiging van de tanden te voorkomen.
Voer voor het slijpen van de zaagketting de volgende werkzaamheden uit:
- Schakel de kettingzaag uit en verwijder de accu.
- Zet de kettingrem los.
- Zet het zwaard met gemonteerde zaagketting stevig vast in een geschikte bankschroef, let er daarbij op dat de zaagketting vrij kan bewegen.
- Span de zaagketting, indien deze los zit.
- Monteer de vijl in de overeenkomstige geleider en breng de vijl vervolgens in de uitsparing van de tand binnen, houd daarbij een gelijkmatige helling overeenkomstig het tandprofiel aan.
- Voer slechts enkele halen met de vijl uit, uitsluitend in voorwaartse richting en herhaal de werkstap bij alle tanden met dezelfde oriëntatie (rechts of links).
- Draai de positie van het zwaard in de bank-schroef om en herhaal de werkstap bij de resterende tanden.
-
Controleer of de grenstand niet boven het testgereedschap uitsteekt en vijl het eventuele uitsteeksel met een vlakke vijl af en rond het profiel af.
-
Verwijder na het slijpen al het vijlsel en stof en smeer de zaagketting in een oliebad.
De ketting moet vervangen worden wanneer:
■ de lengte van de tanden kleiner is dan 5 mm;
indien aanwezig: de markering op de tanden van de zaagschakels werd onderschreden;
de speling van de schakels op de kettingponsen te groot is.
8.3 Zwaard controleren, omkeren en invetten (24, 25)
Zwaard controleren
Controleer het zwaard regelmatig op beschadigingen. Verwijder eventueel uitstekende bramen (24/1), d.w.z. afvijlen onder een hoek van 45° (24/2).
Zwaard omkeren
Om eenzijdige slijtage te voorkomen, moet het zwaard telkens na het slijpen of vervangen van de ketting worden omgekeerd.
Zwaard invetten
- Reinig de zwaardgroef (24/3) en olietoevoeropeningen (24/4) zorgvuldig.
- Reinig de opening voor oliesmering (25/1) aan beide zijden zorgvuldig.
- Druk met een vetspuit (25/2) achtereenvolgens aan beide kanten zoveel vet erin dat het vet bij de uiteinden van het omkeerwiel gelijkmatig naar buiten komt. Blijf daarbij het omkeerwiel steeds draaien.
8.4 Tabel kettingonderhoud
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer op de kettingzaag een niet-toe-gelaten zaagketting of zaagblad wordt gebruikt, kan dit tot zwaar letsel leiden.
- Gebruik uitsluitend toegelaten zaagkettingen en zaagbladen.
| Kettingzaag | Artikel-nummers | Zaagketting, zwaard | Vijldiameter | Kophoek Ondersnij-hoek | Hellingshoek kop (55°) | Diepte-maat | |
![]() | ![]() | ![]() | |||||
![]() | Draaihoek van het gereed-schap | Hellingshoek van het ge-reedschap | Zijwaartse hoek | ||||
![]() | ![]() | ![]() | |||||
| CS 3635 127736, 127737 | 90PX052X, 144MLEA041 | 4,5 mm 30° | 0° 75° 0,64 mm | ||||
| CS 3635 127201, 127489 | 91P052X, 140SDEA041 | 4,0 mm 30° | 0° 80° 0,64 mm | ||||
| CS 3640 127750, 127749 | 90PX056X, 164MLEA041 | 4,5 mm 30° | 0° 75° 0,64 mm | ||||
| CS 3640 127546, 127490 | 91P056X, 160SDEA041 | 4,0 mm 30° | 0° 80° 0,64 mm | ||||
| Kettingzaag | Artikel-nummers | Zaagketting, zwaard | Vijldiameter | Kophoek | Ondersnij-hoek | Hellingshoek kop (55°) | Diepte-maat |
Dieptemaat Vijl | ![]() | ||||||
8.5 Luchtfilter reinigen (26)
Om het binnenste van het apparaat te beschermen tegen vervuiling, is het aanzuigbereik voor de motorkoeling voorzien van een luchtfilter. Bij een geringe stofbelasting is afborstelen van buitenaf voldoende. Bij een hoge stofbelasting:
- Draai de schroef (26/1) eruit.
- Neem het filterdeksel (26/2) weg.
- Neem het filter (26/3) weg.
- Reinig het filter (uitkloppen of uitblazen).
- Breng het filter weer aan.
- Schroef het filterdeksel met de schroef weer vast.
9 HULP BIJ STORINGEN
⚠️ VOORZICHTIG! Risico op letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen!
■ Schakel het apparaat uit en trek de stekker los!
OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.
| Storing Oorzaak Maatregel | ||
| Motor draait niet. Geen accuspanning aan-wezig. | De stroomvoorziening laten contro-leren door een deskundig elektro-technicus. | |
| Overlastbeveiliging heeft uitgeschakeld. | Wacht tot de overlastbeveiliging de voeding weer inschakelt. | |
| Kettingrem geactiveerd. Geef de kettingrem vrij. | ||
| Het zaagblad en de zaagket-ting draaien warm. Rookont-wikkeling. | De zaagketting is te strak gespannen. | Kettingspanning verlagen. |
| De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij.Het oliereservoir controlleren op be-schadiging. | ||
| De olietoevoeropening en/of de groef in het zaagblad zijn/is vervuild. | Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad. | |
| De motor draait, maar de zaag-ketting beweegt niet. | De zaagketting is te strak gespannen. | Kettingspanning verlagen. |
| Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fa-brikant. | ||
| In plaats van spanen wordt al-leen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag moet door het hout worden geduwd. | De zaagketting is stomp. Zaagketting slijpen of naar een ser-vicenederzetting van de fabrikant gaan. | |
Storing Oorzaak Maatregel
Apparaat trilt meer dan nor- maal.
Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fabrikant.
10 TRANSPORT
⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
■ De kettingzaag nooit met lopende zaagketting dragen en vervoeren.
■ Voer voor het begin van het vervoer de onderstaande maatregelen uit.
Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
- De kettingzaag uitschakelen en de accu verwijderen.
- Kettingbeschermer plaatsen.
- Draag de kettingzaag altijd alleen aan de beugelgreep. Het zaagblad en de zaagketting moeten daarbij naar achteren wijzen.
- In voertuigen: Beveilig de kettingzaag tegen omvallen, beschadiging en weglekken van kettingzaagolie.
i OPMERKING De nominale energie van de accu bedraagt meer dan 100 Wh! Neem daarom de hierna vermelde aanwijzingen voor het transport in acht!
De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:
■ Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden dient.
■ Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of demonstraties), kunnen ook van deze vereenvoudigde maatregel gebruik maken.
In beide hierboven vermelde gevallen moeten absoluut voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht nemen kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen.
Bijkomende instructies voor transport en verzending
- Transporteer of verstuur lithium-ionen-accu's alleen in onbeschadigde hoedanigheid!
- Gebruik voor het vervoer van de accu uitsluitend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu's met minder dan 100 Wh nominale energie).
Plak open contacten af om kortsluiting te voorkomen.
Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen.
Zorg voor een correcte aanduiding en documentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf).
■ Informeer vooraf of een transport met de gekozen dienstverlener mogelijk is en of de verzending wordt weergegeven.
Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere nationale voorschriften in acht.
11 MACHINE OPBERGEN
■ Verwijder de accu na ieder gebruik uit het apparaat.
■ Reinig het apparaat grondig en breng - indien aanwezig - alle beschermafdekkingen aan.
■ Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren.
Bij onderbrekingen in het gebruik van langer dan 30 dagen de volgende werkzaamheden uitvoeren:
■ Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.
De zaagketting en het zaagblad afnemen, reinigen en insmeren met corrosiewerende olie.
LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp.
■ Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag altijd de kettingzaagolie uit de kettingzaag.
12 VERWIJDEREN
Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten

Oude elektrische en elektronische apparaten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten gescheiden worden aangeboden of verwijderd!
- Gebruikte batterijen of accu's, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
- Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te-ruggave na gebruik verplicht.
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat!
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische gebruikte apparaten niet via het huisvuil mogen worden verwijderd.
Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot terugname verplicht zijn of deze vrijwillig aanbieden.
Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geinstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.
Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

Gebruikte batterijen en accu's horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Zie de gebruikershandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het chemisch systeem.
Bezitters of gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de normale huishoudelijke hoeveelheden.
Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de gezondheid schade kunnen toebrengen. Het hergebruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen.
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu's niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.
Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
■ Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005 % kwik
Cd: de batterij bevat meer dan 0,002 % cadmium
- Pb: de batterij bevat meer dan 0,004 % lood Accu's en batterijen kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van batterijen en accu's
■ Een verzamelpunt van het gemeenschappelijke recycling systeem voor gebruikte apparaten en batterijen
■ Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recycling systeem)
Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu's en batterijen die in landen van de Europese Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende bepalingen voor de recycling van accu's en batterijen gelden.
| Kettingzaag CS 3635 CS 3640 | ||
| Art.-nr. 127733 127745 | ||
| Maximale snelheid 24 m/s | ||
| Lengte van het zwaard 35 cm 40 cm | ||
| Zwaard bij levering (artikelnr.) 144MLEA041 | (127737) | 164MLEA041(127749) |
| Zaagketting bij levering (artikelnr.) 90PX052X | (127736) | 90PX056X(127750) |
| Dikte aandrijfschakels 1,1 mm | ||
| Steek kettingwiel 3/8" | ||
| Kettingrem gecombineerde elektrische en mechanische rem | ||
| Remtijd ketting (EN 62841-4-1) max. 0,15 s | ||
| Nalooptijd ketting (EN 62841-4-1) max. 2 s | ||
| Inhoud kettingoliereservoir | 280 ml | |
| Gewicht met zwaard en zaagketting | 4,1 kg 4,2 kg | |
| Beveiliging tegen overbelasting | geïntegreerd | |
| Geluidsvermogenniveau L_wA (EN 62841-4-1) | 101,3 dB(A),K = 3 dB(A) | 101,3 dB(A),K = 3 dB(A) |
| Geluidsniveau L_pA (EN 62841-4-1) | 93,3 dB(A),K = 3 dB(A) | 93,3 dB(A),K = 3 dB(A) |
| Trillingswaarde (EN 62841-4-1) | 3,257 m/ s^2 K = 1,5 m/ s^2 | 3,257 m/ s^2 K = 1,5 m/ s^2 |
* Opmerkingen:
De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten conform een genormeerd testproces en kan worden gebruikt om het ene elektrische gereedschap met een ander te vergelijken.
De opgegeven trillingsemissiewaarde kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van de blootstelling aan trillingen (blootstellingsgraad).
De trillingsemissiewaarde kan gedurende het daadwerkelijke gebruik van het elektrische gereedschap afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt.
■ Probeer altijd om de belasting door trillingen tot een minimum te beperken. Voorbeelden van maatregelen waarmee de trillingsbelasting kunnen worden verminderd, zijn het dragen van handschoenen tijdens het gebruik van het gereedschap en verkorting van de werkduur. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle elementen van de gebruikscyclus (bijvoorbeeld de tijden waarop het elektrische gereedschap is uitgeschakeld en tijden waarop het gereedschap wel is ingeschakeld, maar zonder belasting draait).
Accu's en opladers
Alle accu's (Bxxx Li) en opladers (Cxxx Li) van het AL-KO 36V-systeem kunnen worden gebruikt.
14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.alko-garden.com/service-contacts
Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op:
www.alko-garden.com/spareparts
15 INFORMATIE BIJ DE CONFORMITEITSVERKLARING
We verklaren hierbij onder onze eigen verant- woordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt wordt gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, de EU-veiligheidsnormen en de productspecifieke normen. De conformiteitsverklaring is deel van de gebruikshandleiding en wordt met de machine mee- geleverd.
16 GARANTIE
Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
■ naleving van deze gebruikershandleiding
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
■ Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.










Dieptemaat Vijl