GEBRUIKSAANWIJZING Collector 548 AE STIGA
LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deleze handleiding aandachtig te lezen.
NO Handfort batteridrevet gresskipper INSTRUKSJONSBOK
ADVARSEL: les dette bruksanvisingen nony e for du bruker maskinen.

1.1 Hoe de handleiding lezen
1.2 Referenties 1
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Training 1
2.2 Voorafgaande werkzaamheden 2
2.3 Tijdens het gebruik 2
2.4 Onderhoud, stalling.. 2
2.5 Accu/acculader.. 3
2.6 Bescherming van de omgeving 3
- LEER DE MACHINE KENNEN
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik
3.2 Veiligheidssignalen 4
3.3 Identificatielabel 4
3.4 Belangrijkste onderdelen.. 4
- MONTAGE
4.1 Uitpakken (Afb.3)
4.2 Montage van de steel.. 5
4.3 Montage van de ZAK 5
- BEDIENINGSELEMENTEN
5.1 Contactsleutel (Uitschakelinrichting)
5.2 Steel 5
5.3 Afstelling van de maaihoogte 6
- GEBRUK VAN DE MACHINE 6
6.1 Voorafgaande werkzaamheden 6
6.2 Veiligheidscontroles 7
6.3 Starten 7
6.4 Het werken 7
6.5 Stoppen 7
6.6 Na het gebruik 8
- ONDERHOUD
7.1 Algemeen
7.2 ACCU 8
7.3 REINIGING 9
7.4 Moeren en schroeven voor bevestiging. 9
7.5 Reiniging van de luchtfilter 9
- BUITENGEWOON ONDERHOUD 9
8.1 maaimechanisme 9
- STALLING...
9.1 Stalling van de machine 9
9.2 Stalling van de accu 9
-
HANTERING EN TRANSPORT
-
ONDERHOUDSTABEL 10
- Identificatie problemen 10
12.1 Voor machines met elektronische besturing .... 10
12.2 Voor machines zonder elektronische besturing 11
- OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES
13.1 Kit voor "mulching" 12
13.2 Accu's 12
13.3 Acculader 12
1. ALGEMEEN
1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkig, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium:
OPMERKING OFWEL BELANGRIJK verstrekt nadere gevevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waar voor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd worden of dat er schade veroorzaakt worden.
Het symbol wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.
- De door een kader van grijze stippen aangegeven paragrafen wijzen op optionele kenmerken die nicht aanwezig
-ijdijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven
-ijdijn. Controller of het kenmerk aanwezig is op het model
in kwestie.
De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.
1.2 REFERENCES
1.2.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1,2,3 enz.
De onderdelen die op de afbeeldingen zich aangegeven, zich gekentekend met de letters A, B, C enz.
Een verwijzingaar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: Zie afbeelding 2.C' of eenvoudigweg (Afb.2.C).
De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen können wijzigten opzichte van wat aangegeven is.
1.2.2 Titels
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf '2.1 Training' is een ondertitel van '2. Veiligheidsvoorschriften'.
De verwijzingen maar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreffend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1"
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 TRAINING
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het nicht in acheit nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nicht vertrouwd zich met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zich.
- Het apparaat mag gebruikt worden door kinderen van minstens 8aar oud en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale vaardigheden, ofzon
der ervaring en+zonder de nodige kennis, op voorwaarde dat dit onder toezicht gebeurt of na de nodige instructies vergreten te hebben voor een veilig gebruik van het apparaat en voor het begrijpen van de er bij horende gefaren. De kinderen mogen Niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker要去 uitgevoerd worden, mogen Niet uitgevoerd worden door kinderen die Niet onder toezicht staan.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed{kunnen hebben op zich reactievermogen en aandacht.
- Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
Denk eraan dat de personen die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorzie- ne gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kuren overkomen. Het valt onder de verantwoorde- lijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zich eigeneiligkeit en die van andereen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
- Indien men de machine aan derden wil geven of lenen,要去 men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Persoonlijke beschemingsmiddelen (PBM)
- Draag geschikte kledij, stevige werksk Schoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine nicht wanner u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschermingen.
- Het gebruik van gehoorbeschemers kan het vermogen eventuale waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone geleurt.
- Draag werkhand Schoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kannen zijn voor de handen.
- Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of denen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen+kennen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
- Lang haar worden zorgvuldig bijeengebonden.
Werkzone / Machine
- Controller grondig de hele werkzone en verwijder alles wat door de machine weg zou kuren uitgestoten worden of de maai-inrichting/draaiende organen zou kuren beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
2.3 Tijdens HET GEBRUIK
Werkzone
- Gebruik de machine Niet in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistofen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen nutzen doen ontvlammen.
- Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid.
- Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
- Werk nicht op nat grayscale, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wonneer er kans op bliksem bestaat.
-
Stel de machine nicht bloot aan regen of vochtigkeit. Water dat in gereedschap sjpelt, verhoegt het risico op elektrische schokken.
-
Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gezvaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtaarheid zouden können beperken.
- Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of vrijden. De machine kan omkantelen indien een wil over de rand gaat of indien de rand inzakt.
- Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen Niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zonden hunnen veroorzaken.
- Let goed op het verkeer, wonneer de machine zich bij de straat gebruikt worden.
Gedrag
- Let op wanner u achteruit of achterwaarts rijdt. Kijk achteruit voor en tijdens het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zich.
- Loop nooit, maar stap.
- Laat u Niet door de grasmaaier trekken.
- Houd algid de handen en voeten ver van de maai-inrichting, zowel wonneer de motor gestart worden alsijdens het gebruik van de machine.
- Let op: het snij-element blijft gedurende enkele seconden na+zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
- Blij steeds op afstand van de aflaatopening.
In geval van breuken of ongevalen tijdens het werk, dient men de motor onmiddelijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevalen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructeur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren können veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
Beperkingen voor het gebruik
- Gebruik de machine nooit wanneer de beveiligingen beschadigd zich, ontbreken of Niet correct geplaatst zich (opvangzakken, zijdelingse aflaatbescherming,chterste aflaatbescherming).
- Gebruik de machine Niet indien de toebehoren/werktuigen Niet op de voorzieneplaatsen geinstalleerd zich.
- De aanwezighe veiligheidsinrichtingen/microschakelaars Niet uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.
Overbelast de machine Niet en gebruik geenkleine machine om zware werken te verrachten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen za de risico's beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
2.4 ONDERHOUD, STALLING
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veilighheid van de machine en het niveau van de performance.
Onderhoud
- Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen要去en verrangen en nicht gerepareerd worden.
- Tijdens de afstelingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers Nietussen de bewegende maai-inrichting en de vaste delen van de machine geklemd geraken.
Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aan-gegeven is in deze handleiding, zich de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een Niet gebalanceerd snij-element, een overdreven bewegings-snelheid en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het moodzakelijkpreventie maatregelen te treffen om möglichke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, kaak pauzes tijdens het werk.
Stalling
- Laat geen holders met restmaterialiaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.
2.5 ACCU/ACCULADER
BELANGRIJK De hierna volgende veiligheidsnormen verwolledigen de veiligheidsvoorschriften die aangegeven zich in de specifieke handleiding van de accu en van de accumulator die samen met de machine afgeleverd worden.
- Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een Niet geschikte acculader kan leiden tot elektrashock, oververhitting of lekken van de corrosieve vloeistof van de accu.
- Gebruik enkel de specifieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand.
- Verzeker u ervan dat het toesteluitgeschakeld is vooral-eer er een accu in teplaatsen. Een accu in een elektrisch toestelplaatsen kan brand veroorzaken.
- Houd de Niet gebruekte accu ver van kantoorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of anderekleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zonden hunnenveroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
- Gebruik de acculader Niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlakten zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, worden de accu opgewarmd en zou brand+kunnen veroorzaken.
- Tijdens het vervoer van de accu's, moet men er op letten dat de contacten onderling Niet in contact komen, en dat er geen metalen houders gebruikt worden voor het vervoer.
De milieubescherming要去en belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijkke uren (niet's ochtends vroeg of 's avonds LAST wonneer dit andere Personen zou+kennen storen).
- Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, versleten delen of eender welkelement met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet geschieren worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materiailen zullen verzorgen.
- Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar要去 ze
aar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.
Gooi elektrische apparatuur nicht bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/UE inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische
apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt worden op een afvalpark of in de ondergrond, kuren de schadelijke stoffen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen verechtkommen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voormeer informatie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper.

Li-ion
Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze要去 verwijderd worden en geschieiden ingezameld wor
den nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt.

De geschienen inzameling van gebruekte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycled materiaal helpt de verwuiling van het milieu te voorkomen en verminder de
Deze machine is een lopend bediende grasmaier.
De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een maai-inrichting aanschakelt die beschermd is door een car ter, voorzien van waren en een handgreep.
De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando's bedieren terwijl hij steeds acheter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende maai-inrichting.
Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en de maai-inrichting na enkele seconden stil.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd om gras te maaien (en op te vangen) in tuinen en grasrijke gebieden in het bij-zijn van een wandelende bediener.
Deze machine kan, in het algemeen:
- Het gras maaien en het opvangen in de opvangzak.
- Het gras maaien en het achteraan acheterlaten op het terrein.
- Het gras maaien en het zijdelings achefterlaten (indien voorzien).
- Het gras maaien, het fijnmalen en het op het gazon acheterlaten (effect "mulching" - indien voorzien).
Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijke uitrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschilende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschreiben zijn.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan Personen en/of zaken.
De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):
- Andere Personen, kinderen of dieren op de machine vervoeren, aangezien deze zouden kunden vallen en ernstige letsels zouden kunden opdoen of de veiligheid van derit in het gedrang zouden kunden brengen.
Zich door de machine laten vervoeren.
- De machine gebruiken voor het aanslepen of aanduwen van een last.
- De maai-inrichting aanschakelen op zones zonder gras.
- Gebruik van de machine voor het
verzamelen van bladeren of afval.
- De machine gebruiken voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras.
- De machine gebruiken door meer dan een person togetelijk.
BELANGRIJK Onjuist gebruik van de machine maakt de garantie en elke aansprakelijkheid van de Fabrikant ontgelig; in dit geval is de gebruiker zich aansprakelijk voor schade of letsel die hij/zij of anderen door dit gebruik oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor "gebruik als hobby".
BELANGRIJK De machine mag door nicht meer dan een bediener worden gebruikt.
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:


Let op. Lees de aanwijzingen door alvorens de machine te gebruiken.


Gevaar! Risico opwegschietende voorwerpen. Houd de personenijdens het gebruik buiten de werkzone.


Alleen voor grasmaier met verbrandingsmotor.


Alleen voor elektrische grasmaaiers met netvoeding.


Alleen voor elektrische grasmaaiers met netvoeding.


Gevaar! Gevaar voor snijwonden.
Bewegend maai mechanisme. Steek uw handen of voeten Niet in de behuizing van het maai mechanisme.


Let op de scherpe maai-inrichting. Steek uw handen of voeten Niet in de holte van de maai-inrichting. De maai-inrichting blijft ook na het uitschakelen van de motor draaien. Verwijder de contactsleutel (uitschakelin-richting) voor het onderhoud.
BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden labels dieren te worden verrangen. Vraag neue labels aan uw eigen geauthoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL
Het identificatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb.1).
- Geluidsniveau.
- CE-conformiteitsteken.
- Bouwjaar.
-
Machinetype.
-
Serienummer.
- Naam en adres van de fabrikant.
- Artikelcode.
- Maximale snelheid voor de werking van de motor.
- Gewicht in kg.
- Spanning en frequentie voeding.
- Elektrische beschemmingsgraad.
- Nominaal vermogen.
Schrifd de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.
BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens aangegeven op het identificatielabel van het product wanner u contact opneemt met de geauthoriseerde werkplaats.
BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van conformiteit bevindt zich op de LASTE pagina's van de handleiding.
3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine is samengesteld uit de volgende hoofdonder-delen, met de volgende functies (afb.1.0):
A. Chassis: dit is de carter die de draaiende maai-in-richting omvat.
B. Motor: levert de beweging van de maai-inrichting en van de tractie aan de wielen (indien voorzien).
C. Maai-inrichting: dit is het element dat het gras maait.
D. Bescherming van aflaat achteraan: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door de maai-inrichting meegenomen worden, ver van de machine weg hunnen schieten.
E. Bescherming van zijdelingse aflaat: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door de maai-inrichting meegenomen worden, ver van de machine weg hunnen schieten.
F. Zijdelingse aflaatdeflector (indien voorzien): naast de functie van het gemaaide gras zijdelings aflaten op het gazon, betreft het een veiligeidselement dat er voor zorgt dat eventuele voorwerpen opgevangen door de maai-inrichting Niet ver van de machine worden weggeslingerd.
G. Opvangzak: naast de functie van het opvangen van het gemaaide gras, betreft het een veiligheidselement dat er voor zorgt dat eventuele voorwerpen opgevangen door de maai-inrichting Niet ver van de machine worden weggeslingerd.
H. Steel: dit is de werkpositie van de bediener. Dank zich de lenghte van de steel, kan de bedienerijdens het werk steeds op een veiligheidsafstand van de draaiende maai-inrichting blijven.
I. Accu (indien nicht met de machine geleverd, zie hfdstk. 13 "toebehoren op aanvraag): dit verschaft de elektrische stroom voor het opstarten van de motor; de kenmerken en de gebruiksnormen ervan zich in een specifieke handleiding beschreiben.
J. Aanwezigheidscontrolehendel: met deze hendl kunnen de maai-inrichting en de tractie worden ingeschakeld. De motor stopt automatisch metdraaien wanner de hendl wordt losgelaten.
K. Inschakelhendel tractie (indien voorzien): met deze hendel worden de tractie maar de wielen ingeschakeld waardoor de machine vooruit kan rijden.
L. Luikje toegang tot accuholte
M. Contactsleutel (Uitschakelinrichting): De sleu-tel schakelt het elektrisch circuit van de machine in/uit.
N. Acculader (Indien nicht met de machine meegeleverd,zie hfdst.13 "op aanvraag leverbare accessoires"):inrichting die gebruikt worden voor het opladen van de accu.

Houd u strikt aan de aanwijzingen en veiligheidsopgevoerd in hfdst. 2.
4. MONTAGE
Enkele onderdelen van de machine worden Niet in gemonteerde vorm geleverd, maar dieren na het uitpakken van de machine te worden gemonteerd aan de hand van de volgende instructies.

De machine要去envlakke en solide ondergrond
worden uitgepakt en gemonteerd, met voldoende bewegingsruimte voor machine en verpakking. Gebruik de machine Niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
4.1 UITPAKKEN (AFB.3)
- Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onder-delen te verliezen.
- Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
- Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zich uit de doos.
- Voer de doos en de verpakkingen af volgens deplaatselijke normen.

Alvorens de montage uit te voeren, moet men naf de veiligheidssleutel Niet in zich zitting geplaatst
4.2 MONTAGE VAN DE STEEL
Assembleer de steel zoals is aangeduid in (Afb.4), (Afb.5) en (Afb.6).
4.3 MONTAGE VAN DE ZAK
Assembleer de zak zoals is aangeduid in (Afb.7).
5. BEDIENINGSELEMENTEN
De sleutel (afb.8.A), die zich binnenin de holte van de accu bevindt, schakelt het elektrisch circuit van de machine aan en uit.
Door de sleutel te verwijderen, schakelt men het elektrisch circuit volledig uit om een ongecontroleerd gebruik van de machine te vermijden.
BELANGRIJK Verwijder de contactsleutel elke keer wanner u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat.
Bij sommige modellen, indien voorzien, draait u de sleu
- tel maar "ON" om het elektrische circuit van de machine
- te activeren en de ontsteking möglich te make.
- Wanner de sleutel op "OFF" worden gedraaid, schakelt
* men het elektrisch circuit vollediguit om een ongecon-
troleerd gebruik van de machine te vermijden.
5.2 STEEL
5.2.1 Hendel aanwezigheid bediener
De hendel aanwezigheid operator (afb.9.A) staat de inschakeling van de maai-inrichting möglichk.
Deze bevindt zich voor de steel.
Druk op de veiligheidsknop (Afb.9.C) en breng de hendel in de richting van de steel om de maai-inrichting te starten.
De motor stopt automatisch met draaien en alle functies worden gedexeerd wonneer de hendel worden losgelaten.
OPMERKINGf! De inschakeling van de maai-inrichting is enkel möglichk wanner de veiligheidsknop aan de rechter kant van de steel en de hendel aanwezigheid bediener te-gen de steel gedrukt worden.
5.2.2 Inschakeltoets
- De inschakeltoets (afb.10.A) worden gebruikt voor:

- Inschakeling van de machine. Door te drukken op de toets (afb.10.A) gaat de LED (afb.10.B) aan, de machine is nu maar voor gebruik.
OPMERKING De inschakeling van de machine is enkel möglich als de aanwezigheidscontrolhendel en de tractiehendel zich losgelaten.
OPMERKING Indien de machine nicht gebrukt wird, gaat de LED na 15 seconden uit en moet men de hiervoort vermeldde handeling herhalen.

- Inschakeling van de maai-inrichting. OPMERKING De inschakeling van de maai-inrichting is enkel möglich wanner de hendel aanwezigheid operator gegen de steig gedrukt worden (zie par. 6.3).
- Uitschakeling van de maai-inrichting. Laat, met de maai-inrichting ingeschakeld, de hendel aanwezigheid operator los (Afb.10.A); het maaimechanisme stopt verwijl de machine ingeschakeld blijft.
5.2.3 Aandrijfhendel
BELANGRIJK De start van de motor要去alijd ge
beuren wanner de tractie nicht is ingeschakeld.
Deze hendel schakelt de aandrijving aan de wielen in en, staat de voortbeweging van de machine toe.
Deze bevindt zich achefter de steel.

Tractie ingeschakeld. De vooruitbeweging van de grasmaier gebeurt wanner de hendel gegen de handgreep worden geduwd (Afb.9.B). De vooruitbeweging van de grasmaier worden gestopt wanner de hendel worden losgelaten.
BELANGRIJK De machine nicht weiteruit trekken bij Ingeschakelde aandrijving.
Voor bepaalde modellen kan de voortbewegingssnel- heid ingesteld worden via de keuzeknop aan de rechter kant van de steel (afb.10.C).
Men kan 6 verschillende snelheidsniveaus kiezen.

- Maximumsnelheid (ongeveer 5 Km/h).

- Minimumsnelheid (ongeveer 2,5 Km/h).
OPMERKING Het staat gekozen snelheidsniveau blijft ook na de uitschakeling van de machine ingesteld.
5.2.4 Toets "ECO"
De functie "ECO" staat toe energia te besparen tijdens het grasmaaien, en zo de autonomie van de accu te verbeteren. Om de functie "Eco" in of uit te schakelen, drukt men op de toets (afb.10.D).
Deze functie worden steeds uitgeschakeld wonneer men de hendels aanwezigheid bediener loslaat.
OPMERKING_Men raadt het gebruik van de functie "ECO"af bij moeilijke maaicondities (maaien met dicht, hoog,vochtig gras).
5.3 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE
Door het chassis omlaag of omhoog te brengen, kan het gras op verschillende hoogtes gemaaid worden.

Doe dit enkel wonneer het maaimechanisme stil
staat.
De hoogteverstelling van de maaihoogte gebeurt aan de hand van de waarvoort bestemde hendel (afb.11.A) die de chassis omhoog of omlaag brengt tot op de gewenste positie.
6. GEBRUK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK Voor de instructies betreffende accu's en de lader worden verwezen maar de relatieve handleiding.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Controleer dat de contactsleutel Niet in zich houder zit.
Plaats de machine horizontal aan stevig op het terrein.
6.1.1 Controle van de accu
Alvorens de machine voor de eerste keer te gebruiken na de aankoop, moet men de accu volledig opladen, volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.
Controleer, voor ieder gebruik, de status van de accu volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.
6.1.2 Voorbereiding van de machine voor het werk
OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verzschillende wijzen maaien.
a. Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak:
- Voor modellen met afvoer aan zijkant: controllerer dat de beveiliging (Afb. 12.A) omlaag is gebracht en worden geblokkeerd door de verilgheidshendel (Afb. 12.B).
- De opvangzak inschuiven (Afb.12.C).
b. Voorbereiding voor het maaien en de aflaat achteraan van het gras op het terrein:
- Til de beveiliging van de afvoer achterzijde (Afb.13.A) op en monteer de blokkeerpen (Afb.13.B).
- Voor modellen met möglichkeheid tot zijdelingse afvoer: controllerDat de beveiliging (Afb. 13.C) omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de veriligeids-hendel (Afb. 13.B).
Om de blokkeerpen te verwijdersen: zie Afb.13.A/B.
c. Voorbereiding voor het maaien en fijnmalen van het gras (functie "mulching"):
Til de bescherming van de aflaat achteraan (Afb.14.A) op enplaats de dop van de deflector (Afb.14.B) in de aflaatopening door hem lichtjes geheld waar rechts te houden; bevestig ze daarna door de twee pinnen (Afb.14.B.1) in de voorziene openingsen te plaatsen, tot een klik worden gehoord.
Voor modellen met möglichkeit tot zijdelingse afvoer: controllerDat de lij-beveiliging (Afb.14.C) omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheidshendel (Afb.14.D).
d. Voorbereiding voor het maaien en de zijdelingse aflaat van het gras op het terrein:
- Til de bescherming van de aflaat achteraan (Afb.15.A) op enplaats de dop van de deflector (Afb.15.B) in de aflaatopening door hem lichtjes geheld waar rechts te houden; bevestig ze daarna door de twee pinnen (Afb.15.B.1) in de voorziene openings teplaatsen, tot een klik worden gehoord.
- Druk zachtjes op deveiligheidshendel (Afb.15.C) en hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.15.D).
- Plaats de zijdelingse aflaatdeflector (Afb.15.E).
- Sluit de beveiliging van de zich-afvoer (Afb.15.D) zo-danig dat de beveiliging voor de zich-afvoer (Afb.15.E) worden vastgezet.
Om de geleidedop voor de zij-afvoer te verwijderen:
-
Druk zachtjes op deveiligheidshendel (Afb.15.C) en hef de beveiling van de zij-afvoer (Afb.15.D).
-
Maak de geleider voor de zij-afvoer los (Afb.15.E).
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Voer voor het gebruik.altijd een veiligheidscontrole uit.
6.2.1 Veiligheidscontrole voor elk gebruik
- Controller de goede staat en juiste montage van alle machine-onderdelen;
- vergewis u ervan dat alle bevestigingsschoeven goed zichn aangedraaid;
- houd alle machine-oppervlakken schoon en droog.
6.2.2 Test Werking van de machine
| Actie Resultaat | |
| 1. Start de machine en schakel de maai-inrich-ting in (par.6.3).2. Laat de hendel aan-wezigheid operator los (Afb.21.A). | 1. Het maaimechanisme moet bewegen.2. De hendel要去 auto-matisch en snel waar de neutrale stand terugkeren, de motor要去 stilvallen en de maai-inrichting要去 binnen enkele secon-den stoppen. |
| 1. Start de machine (par.6.3) en activeer de trac-tiehendel (par. 5.2.3).2. Laat de hendel van de aandrijving los. | 1. De wielen doeon de machine vooruit gaan.2. De wielen stoppen en de machine stopt de voortbeweging. |
| Rijtest Geen abnormale trillin | gen.Geen abnormaal geluid. |
Indien eender welke van deze resultaten verschl. van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine nicht gebruikt worden! Richt u tot een Dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.
6.3 STARTEN
OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.
- Open het luikje voor toegang tot de accuholte (afb.16.A).
- Plaats de accu's (par. 7.2.3.A) in hun behuizing en druk deze—helemaal maar beneden totdat u de "klik"hoort die de accu vergrendelt en zorgt voor elektrisch contact.
- Steek de veiligheidssleutel goed in zich zitting (afb.17.A). Draai de sleutel op "ON", waar voorzien.
-
Hersluit het luikje volledig.
-
Druk op de startknop, als het model hiervan is voorzien (Afb. 18.A). De LED blijft 15 seconden ingeschakeld.
- Schakel de maai-inrichting in door eerst de veiligheidsknop (Afb.19.A) in te drukken, en daarna de hendel aanwezigheid operator (Afb.19.B).
- Om de aandrijying in te schakelen, moet de hendel achteraan de steel (Afb.19.C) ingedrukt worden.
6.4 HET WERKEN
BELANGRIJK Behoudijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die overeenstemt met de lenghte van de steel.
De autonomie van de accu's (en dus de oppervlakte van de gazon die bewerkt kan worden alvorens weeer op te laden) worden beinvloed door verschillende factoren, beschreiben in (par. 7.2.1).
Tijdens het gebruik worden de lading van de accu's weergegeven (percentage van de overgebleven lading) (Afb.10.E).
BELANGRIJK | Indien de motorijdens het werk stopt wegens oververhitting, moet men 5 minutes wachten vooraleer deze weeper op te starten.
6.4.1 Het gras maaien
- Start de voortbeweging en het maaien van de met gras bedekte zone.
- Pas de vooruitbewegingsnelheid en de maaihoogte aan (par 5.3) aan de toestand van het grayscale (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gras) en aan de hoeveelheid verwijderd gras.
Voor de modellen met tractie (par. 5.2.3): Er worden aanbevolen om Niet te maaien op terreinen die een heling hebben vaneer dan 15°
- Het gazon zal er beter uitzien als het steeds op de-zelfde hoogte en afwisseled in de twee richtingen gemaad worden (afb.20).
In geval van zijdelingse aflaat: er wordt aanbevolen om een trajct te volgen zodat geen gemaaid gras wordt achtergelaten op het gazon dat nog moet gemaaid worden.
In geval van "mulching" of aflaat achteraan van het gras:
Vermijd steeds groe hoeveelheden gras af te snijden. Maai nooit更是 dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt (afb.20).
- Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.3.1).
6.4.2 Opvangzak leegmaken
In geval van opvangzak met inrichting voor de sig- nalering van de inhoud:

Hoog = leeg.

Laag = vol *.
- de opvangzak is vol en dient geledigd te worden.
Om de opvangzak te verwijderen en leeg te make:
- wacht tot het maaimechanisme stilvalt;
- verwijder de opvangzak (Afb.25.A).
6.5 STOPPEN
- Laat de hendel aanwezigheid operator los (Afb.21.A).
-
Druk op de startknop, als het model hiervan is voorzien (Afb. 18.A).
-
Wachten tot de maai-inrichting stilvalt.

Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele
seconden wachten vooraleer het maaimechanisme tot stilstand komt.
BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit.
Tijdens verplaatsingen:tussen werkzones.
Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
- Elke keer wanneer men een hindernis moet overkomen.
Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
- Elke keer dat de opvangzak worden verwijderd of gemonteerd.
- Elke keer dat de zijdelingse aflaatdeflector worden verwijderd of ge - monteerd (indien voorzien).

6.6 NA HET GEBRUIK
- Reinig de machine (par. 7.3).
- Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn wee vast.
BELANGRIJK Verwijder de contactsleutel elke keer wanner u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat.
7. ONDERHOUD
7.1 ALGEMEEN

De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worr,zijn beschreiben in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in om geen ernstige risico's ofGeVaren te lopen.

Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor
onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
Zet de machine stil.
- Verwijder de veiligheidssleutel (laat de sleutel nooit in de houder zitten en houd hem buiten het bereik van kinderen en ongeschikte Personen).
- Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
- Laat de motor eerst afkoelen voor de machine in elke wille -keurige ruimte op te bergen.
Lees de desbeteffende instructies.
- Draag geschikte kledij, werkhand Schoenen en een bescher -mende bril.
- De frequencies en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te lately behonden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de是怎样 waarop ze uitgevoerd要去en worden. Voer de desbetreffende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
- Het gebruik van Niet originele of Niet correct gemonteerde wissel - stukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werkking en de verilgheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade, letsels of ongevallenveroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geautiser-de dienstencentra en wederverkopers.
BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleiding beschreibenন,要去en uitge voerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
7.2 ACCU
7.2.1 Autonomie van de accu
De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de gazon die bewerkt kan worden alvorens de accu waar op te laden) hangt hoofdzakelijk af van:
a. Omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiabehoefte:
- Maaien bij dik, hoog, vochtig gras.
b. Maaibreedte van de machine ; hoe groter de maaibreedte, hoe groter de energiebehoefte.
c. Gedrag van de bediener, die de volgende punten要去 vermijden:
- De machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken.
Een te lage maaihoogte ten opzichte van de condities van het gras.
-Een te hove voortbewegingssnelheid vergeleken met de hoeveelheid gras die gemaaid要去 worden.
OPMERKING
Tijdens het werk, is de accu gegen volledige ont
lading beschemid door een beschemmingssystem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert.
Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan:
-Het gras te maaien wanneer de gazon droog is.
- Het gras vaak te maaien om te vermijden dat het te hoog groeit.
Een hogere maaihoogte in te stellen wonneer het gras hoger staat en een tweede maiaheurtuit te voeren op een lagere hoogte.
- De machine nicht te gebruiken in de functie "mulching" bij heel hoog gras.
- De functie "Eco" gelebruiken (par. 5.2.4).
Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat möglichk is met de standard-accu, kan men:
Een tweede standard-accu kopen om de platte accu onmiddelijk te verrangen, zonder de continuiteit in het gedrang te brengen.
Een accu kopen met grotere autonomie dan de standard-accu (par. 13.2).
7.2.2 Verwijdering en opladen van de accu
- Open het toegangsluik waar het accucompartiment en verwijder de verilgheidssleutel.
- Druk op de knop op de accu (Afb.22.A) en verwijder ze (Afb.22.B).
- Plaats de accu (afb.23.B) in de zitting van de accelader (afb.23.C).
- Verbind de acculader aan een stopcontact, met een spanning die overeenstemt met wat aangegeven is op het plaatje.
- Laad de accu volledig op en volg hierbij de aanwijzingen die in het instructieboekje van de accu /acculader aangegeven zijn.
OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhinder indien de omgevingstemperatuur nichtCUSen 0 en +45°C is.
OPMERKING De accu kan op eender welt moment, ook ge deeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.
7.23 Hermontage van de accu op de machine
- Verwijder de accuuitzitng in de acculader (vermijd de accu te lang in de oplader te lately, na vervollediging van de lading).
- Ontkoppel de acculader van het elektrisch netwerk.
- Open het luikje voor toegang tot de accuholte (afb.24.A),plaats de accu (afb.24.B) in zijn zitting door deze er stevig in te duwen tot u de "klik" hoog die de accu in zijn positie blokkeert en het elektrisch contact verzekerst.
Hersluit het luikje volledig.
7.3 REINIGING
Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwij - zingen.
7.3.1 Reiniging van de machine
- Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van afval.
- Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te make (afb.26).
- Gebruik geen agressieve vloeistoffen om het chassis te reinigen.
- Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtollig vet om brandrisico te vermijden.
- Houd de hendels, de display en de knoppen algid vrij van resten.
7.3.2 Reiniging van de snijgroep
Verwijder grasresten en opgezamelde aarde binnenin het chassis.
In geval van zijdelingse aflaat: verwijder de aflaatde
flector (indien gemonteerd - par. 6.1.2d.).
7.3.3 Reiniging van de opvangzak (Alb27.A/B)
Houd de schroeven en moeren goed vastgedraid, om er zeker van teijken dat de machine altijd veilig werkt.
7.5 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER
Het filtrilegement moet algid goed schoon gehonden worden. Ga als volgt te werk:
- Reinig de zone rond het rooster van de luchtfilter.
- Verwijder het rooster (afb.28.A) door de schroef (afb.28.B) los te draaien.
- Verwijder het filtrelement (afb.31.A).
- Blaas op de filter of was hem in water (Afb.29.A) om stof en afval te verwijderen.
-
Plaats het filterelement (Afb.29.A) opnieuw in de zitting, hermoneer het rooster en draai de schroef vast (Afb.28.A) en (Afb.28.B).
-
Stevige werkhandsschoenen dragen.
- De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekencing houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht.
- Een beroep doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine konnen heffen.
8. BUITENGEWOON ONDERHOUD

Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor houd/afstelling op de machine uit te voeren:
- Zet de machine stil.
- Verwijder de veiligheidssleutel (laat de sleutel nooit in de houder zitten en houd hem buiten het bereik van kinderen en ongeschichte personen).
- Verzeker uervaan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
- Laat de motor eerst afkoelen vór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
Lees de desbetreffende instructies.
- Draag geschichte kledij, werkhandsschoenen en een beschemende bril.
8.1 MAAIMECHANISME
Een botte maai-inrichting rukt het gras uit een veroorzaakt de vergeling van het gazon.
Raak de maai-inrichting Niet aan totdat de sleutel verwijderd is en de maai-inrichting volledig stilstaat.
Alle handelingen die betrekking haben op de maai-inrichtingen (demontage, slijpen, in balans brengen, herstelling, hermontage en/of verranging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap;uit veiligheids-overwegingen要去 denze handelingen aanom steeds uitgevoerd worden in een Gespecialiseerd centrum.
Laat de beschadigde, geplooide of versleten maai-inrichtingen steeds als geheel verrangen, samen met de schroeven, om de balans te behouden.
BELANGRIJK Gebruik steeds originele maaimechanismen, met de code als aangegeven in de tabel "Technische Gegevens".
Gezien de ontwikkeling van het product, kuren de maai-inrichtin - gen aangegeven in de "Technische Gegevens" in de loop van dearendervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselhaarheid en fonctionele veiligheid.
9. STALLING
9.1 STALLING VAN DE MACHINE
Wanner de machine gestald moet worden:
- Laat de motor afkoelen.
- Verwijder de contactsleutel.
- Reinig de machine (par. 7.3).
- Controller de integritie van de machine.
- Berg de machine op:
In een droge ruimte.
- Beschermd gegen slechte weersomstandigheden.
- Buiten bereik van kinderen.
- Na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gezruikt werden, verwijderd te hebben.
9.2 STALLING VAN DE ACCU
De accu moet in op een schaduwrijke, frisse plaats bewaard worden, waar er geen vochtigheid is.
OPMERKING In geval van langdurige inactiviteit moet men de ac - cu's om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlngen.
10. HANTERING EN TRANSPORT
Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of over - geheld moet worden, moet men:
- De machine uitschakelen (par. 6.5) en wachten tot alle bewegende delen stilstaan.
- Stevige werkhandsohen dragen.
- De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht.
- Een beroep doen op een toereikend aantal Personen die het ge - wicht van de machine konnen heffen.
- U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken.
Wanneer men de machine met een wagon of aanhangwagen ver - voert, moet men:
- Opritten gebruiken met geschikte weiterstand, breedte en lenghte.
- De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de oprit duwen met behulp van een geschikt anteI整个人en.
- De snijgroep omlaag brengen.
- De machine zoplaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt.
- Ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of ket -tingen om te vermijden dat ze Kantelt.
11. ONDERHOUDSTABEL
| Ingreep Frequentie Opmer- | | kingen |
| MACHINE | | |
| Controle van alle bevestigingen; veiligheidscontroles / controle van de bedieningselementen; Controle van de bevellingingen van de afvoer zichijefoer; controle van de opvang - zak en de geleider van de zijafvoer; controle van het maai mechanisme. | Vóör het gebruik par. | 6.2 |
| Algemene reiniging en controle; controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geauthoriserde Dienstcentrum. | Aan het einde van ieder gebruik | par. 7.3 |
| Vervangting maai mechanisme - par. 81 *** | | |
| Controle van de staat van de lading van de accu Voor eender welk | gebruik | * |
| Herlading van de accu Aan het einde van | ieder gebruik | par. 7.2.2 * |
| Reinigung van de luchtfilter Eenmaal per maand par. 7.5 | | |
- Raadpleeg de handleiding van de accu/acculader.
Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum要去uitgevoerd worden
* Handeling die uitgevoerd要去 worden bij de eerste tekens van slechte werking
12. IDENTIFICATIE PROBLEMEN
12.1 VOOR MACHINES MET ELEKTRONISCHE BESTURING
| Mochten de problemen aanhoven na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper. |
| PROBLEEM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
| 1. Wanner de startknop wordt ingedrukt, worden de LED Niet ingeschakeld. | Contactsleutel ontbreekt of nicht correct geplaatst. | Steen de sleutel in (par. 6.3). |
| Veiligheidssleutel Niet op “OFF” ge-plaatst. | Plaats de veiligheidssleutel op “ON” (par. 6.3). |
| Geen accu of accu Niet correct geplaatst. | Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). |
| Accu plat. | Controler de ladingstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). |
| Combinatie van accu's Niet correct. | Controler de correcte combinatie van de ac-cu's volgens de instructies in de tabel “Techni-sche Gegevens”. |
| 2. Wanner de startknop wordt ingedrukt, worden de LED Niet ingeschakeld en de machine produert een geluidssignaal. | Interne afwijking van de motor. | Verwijder de contactsleutel en contacteer een Dienstcentrum voor controle, verrangig of herstelling. |
| 3. De motor stopt tijdens het werk. | Accu Niet correct geplaatst. | Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). |
| Accu plat. | Controler de ladingstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). |
| 4. Licht de gevaar-led (Afb.30.A) op en de machine produert een geluidssignaal. | Snij-inrichting geblokkeerd. | Stop de machine, verwijder de contactsleutel, draag werkandschoenen.
Controler en verwijder eventuele verklemmin-gen onderaan de machine (par. 7.3.2) die de rotatie van de maai-inrichting verhinderen.
Indien het probleem aanhoudt, contacteer dan een Dienstcentrum voor controle, verrangin-gen of herstellingen (par. 8.1). |
| Storing van de machine | Verwijder de contactsleutel en contacteer een Dienstcentrum voor controle, verrangig of herstelling. |
| 5. Knippert de gevaar-led (Afb.30.A). | Ingreep van de thermische beschermingwegens oververhitting van de machine. | Wacht minstens 5 minutes en herstart dan de machine. |
| 6. Het maaien verloopt moei-zaam. | Het maai mechanismisme is Niet in goede staat. | Contacteer een Dienstcentrum voor het bijslij- pen en verrangen van het maai mechanismisme. |
| 7. Men hoor overdreven geluiden en/of trillingenijdens het werk. | Bevestiging van het maai mechanismisme losgekomen of maai mechanismisme be-schadigd. | Stop de motor onmiddelijk en verwijder de contactsleutel.Contacteer een Dienstcentrum voor controle, verrangingen of herstellingen (par. 8.1). |
| 8. Kleine autonomie van de accu. | Zware gebruksconditie met grotere stroomabsorptie. | Optimaliser het gebruik (par. 7.2.1). |
| Accu Niet voldoende voor de werkbehoeften. | Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 13.2). |
| 9. De accelader laadt de accu Niet op. | Accu Niet correct geplaatst in de accu-lader. | Controler of de accu correct geplaatst is (par. 7.2.3). |
| Niet geschikte omgevingscondities. | Herlaad de accu in een omgeving met geschik-te temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader). |
| Vuile contacten. Reinig de contacten. | |
| Geen spanning aan de accelader. Control | er of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. |
| Defecte accelader. Vervangen met een ori-gineel wisselstuk. | |
| Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / accelader. |
12.2 VOOR MACHINES ZONDER ELEKTRONISCHE BESTURING
| Mochten de problemen aanhoven na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper. |
| PROBLEMMOgel | JKE OORZAAK OPLOSSING | |
| 1. Wonneer de schakelaar wordt geactiveerd, wordt de motor Niet gestart | Contactsleutel ontbreekt of nicht correct geplaatst. | Steen de sleutel in (par. 6.3). |
| Veiligheidssleutel Niet op “OFF” ge-ptaatst. | Plaats de veiligheidssleutel op “ON” (par. 6.3). |
| Geen accu of accu Niet correct geplaatst. | open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). |
| Accu plat. Controleer de ladingstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). | |
| Combinatie van accu's Niet correct. | Controleer de correcte combinatie van de ac-cu's volgens de instructies in de tabel “Techni-sche Gegevens”. |
| 2. De motor wordt stillegegd en de machine produeert een geluidssignaal. | Accu Niet correct geplaatst. Open het luikje | en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). |
| Accu plat. Controleer de ladingstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). | |
| Ingreep van de thermische bescherming wegens oververhitting van de motor. | Wacht minstens 5 minutes en herstart dan de machine. |
| Snij-inrichting geblokkeerd. Stop de machinere, verwijder de contactsleutel, draag werkandschoenen. Controleer en verwijder eventuele verklemmin-gen onderaan de machine (par. 7.3.2) die de rotatie van de maai-inrichting verhinderen. Indien het probleem aanhoudt, contacteer dan een Dienstcentrum voor controle, verranginen derstellungen (par. 8.1). | |
| Storing van de machine Verwijder de contacte | Dienstcentrum voor controle, verranging of herstellung. |
| 3. Het maaien verloopt moei-zaam. | Het maaimechanisme is Niet in goede staat. | Contacteer een Dienstcentrum voor het bijslijpen en verwangen van het maaimechanisme. |
| 4. Men hoor overdreven geluiden en/of trillingenijdens het werk. | Bevestiging van het maai mechanismisme losgekomen of maai mechanismisme beschadigd. | Stop de motor onmiddelijk en verwijder de contactsleutel. Contacteer een diestencentrum voor controle, verrangingen of herstellingen (par. 8.1). |
| 5. Kleine autonomie van de accu. | Zware gebruksconditie met grotere stroomabsorptie. | Optimaliser het gebruik (par. 7.2.1). |
| Accu Niet voldoende voor de werkbehoeften. | Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 13.2). |
| 6. De acculader laadt de accu Niet op. | Accu Niet correct geplaatst in de accu-lader. | Controler of de accu correct geplaatst is (par. 7.2.3). |
| Niet geschikte omgevingscondities. | Herlaad de accu in een omgeving met geschik-te temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader). |
| Vuile contacten. Reinig de contacten. | |
| Geen spanning aan de acculader. Controler of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. |
| Defecte acculader. Vervangen met een origineel wisselstuk. |
| Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader. |
13. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSORIES
Snijd het gemaaide gras fijn en laat het op het gazon liggen, als alternatif voor de opvang in de zak (voor machinen die hiervoordoorzien zin) (Afb.31).
13.2 ACCU'S
Er zijn accu's met verschillende vermogens beschikbaar, aangepast aan specifieke operationele vereisten (afb.32). De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'.
13.3 ACCULADER
Inrichting die gebruikt worden voor het opladen van de accu (afb.33).
INNHOILDSFORTEGNEALSE
- GENERELT 1
1.1 Hvordan lese bruksanvisingen 1
1.2 Referanser.. 1
- SIKKERHETSBESTEMMELSER 1
Echipamente individuale de protectie (EIP)
NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikhandleiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht – Elke Niet-geauthoriserde reproductive of wijziging, ook gedeelijike, van het document is verboden.