MAKITA DMP180Z - Compressor

DMP180Z - Compressor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DMP180Z MAKITA in PDF-formaat.

📄 296 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DMP180Z - page 41
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DMP180Z

Categorie : Compressor

Download de handleiding voor uw Compressor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DMP180Z - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DMP180Z van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DMP180Z MAKITA

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens van de accu kunnen van land tot land verschillen.
  • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH
  • Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. Gevaar van barsten. Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzame- lingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gebruiksdoeleinden Dit gereedschap is bedoeld voor het oppompen van etsbanden, sportballen en kleine opblaasbanden. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-1: Geluidsdrukniveau (L

): 70 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A). OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.42 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-1: Gebruikstoepassing: Opblazen (1.100 kPa) Trillingsemissie (a

OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheid op de werkplek

1. Zorg dat uw werkomgeving schoon is en hel-

der verlicht. Op een rommelige of donkere werk- plek gebeuren vaker ongevallen.

2. Gebruik elektrisch gereedschap niet in een

explosieve atmosfeer, zoals in de buurt van licht ontvlambare vloeisto󰀨en, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die het stof of de dampen kan doen ontbranden.

3. Houd kinderen en omstanders uit de buurt tij-

dens het gebruik van elektrisch gereedschap. Als u afgeleid wordt, kunt u de macht over het gereedschap verliezen. Elektrische veiligheid

1. Let op dat de stekker van het gereedschap

goed in het stopcontact past. Probeer nooit om de netsnoerstekker op enige wijze aan te passen. Gebruik met geaard elektrisch gereed- schap (met aardaansluiting) nooit een adapter of verloopstekker. Met de standaardstekker in een overeenkomstig stopcontact verkleint u de kans op een elektrische schok.

2. Voorkom aanraking met geaarde oppervlak-

ken, zoals pijpen, radiatoren, fornuizen of koelkasten. De kans op een elektrische schok is groter wanneer uw lichaam is geaard.

3. Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan

regen of natte omstandigheden. Als water bin- nendringt in het elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter.

4. Behandel het snoer voorzichtig. Til het gereed-

schap niet aan het snoer op en trek er niet aan maar pak de stekker vast om die uit het stopcontact te verwijderen. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde en in de war geraakte snoeren verhogen de kans op een elek- trische schok.43 NEDERLANDS

5. Bij gebruik van elektrisch gereedschap bui-

tenshuis, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Een ver- lengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis verkleint de kans op elektrische schokken.

6. Als het onvermijdbaar is een elektrisch

gereedschap te gebruiken in een vochtige omgeving, gebruikt u een voeding met een reststroombeveiliging (RCD). Het gebruik van een RCD verkleint de kans op elektrische schokken.

7. Elektrische gereedschappen kunnen elek-

tromagnetische velden (EMF) genereren die ongevaarlijk zijn voor de gebruiker. Echter, gebruikers met een pacemaker of andere soort- gelijke medische apparaten dienen voor advies contact op te nemen met de fabrikant van hun apparaat en/of een dokter voordat ze dit elektrisch gereedschap gebruiken. Persoonlijke veiligheid

1. Let altijd goed op, kijk naar wat u aan het doen

bent, en gebruik uw gezond verstand tijdens het werken met een elektrisch gereedschap. Ga niet met elektrisch gereedschap werken wanneer u moe bent of als u drugs, alcohol of medicijnen hebt ingenomen. Een ogenblik van onoplettendheid kan tijdens het gebruik van een elektrisch gereedschap leiden tot ernstig persoon- lijk letsel.

2. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-

delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor- bescherming, gebruikt in toepasselijke situaties, dragen bij tot vermindering van persoonlijk letsel.

3. Voorkom onbedoeld starten. Controleer dat de

schakelaar in de uit-stand staat alvorens het gereedschap aan te sluiten op de voeding en/ of accu, op te pakken of te dragen. Door elek- trisch gereedschap te dragen met uw vinger op de schakelaar, of door het gereedschap op een voe- ding aan te sluiten terwijl de schakelaar aan staat, neemt de kans op ongelukken sterk toe.

4. Verwijder afstelsleutels en tangen voordat u

het elektrisch gereedschap inschakelt. Een sleutel of tang die nog aan een draaiend deel van het elektrisch gereedschap vastzit, kan persoonlijk letsel veroorzaken.

5. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige

stand en goede lichaamsbalans. Zo heeft u een betere controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties.

6. Draag geschikte kleding. Draag geen losse

kleding of sieraden. Houd uw haar en kle- ding uit de buurt van draaiende onderdelen. Loshangende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.

7. Als het elektrisch gereedschap is uitgerust

met een aansluiting voor stofafzuig- en stof- opvangvoorzieningen, zorgt u ervoor dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofvanger kan gevaar door stof verminderen.

8. Laat bekendheid met gereedschappen door

veelvuldig gebruik er niet toe leiden dat u gemakzuchtig wordt en de veiligheidsprin- cipes voor het werken met gereedschappen negeert. Een ondoordachte handeling kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.

9. Draag tijdens het gebruik van elektrisch

gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek. Gebruik en verzorging van elektrisch gereedschap

1. Overbelast het elektrisch gereedschap niet.

Gebruik het juiste elektrisch gereedschap voor het werk. Het juiste elektrisch gereedschap werkt beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.

2. Gebruik het elektrisch gereedschap niet als

het niet kan worden in- en uitgeschakeld met de schakelaar. Ieder elektrisch gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet eerst worden gerepareerd.

3. Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver-

wijder de accu, indien afneembaar, vanaf het elektrisch gereedschap voordat u afstellingen maakt, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verlagen de kans dat het elektrisch gereedschap per ongeluk wordt gestart.

4. Bewaar elektrische gereedschappen die niet

worden gebruikt buiten het bereik van kinde- ren en voorkom dat personen die onbekend zijn met het gebruik ervan of met deze instruc- ties het elektrisch gereedschap gebruiken. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers.44 NEDERLANDS

5. Onderhoud het elektrisch gereedschap en

de accessoires. Controleer op een slechte uitlijning of het aanlopen van draaiende delen, het afbreken van onderdelen en alle andere situaties die van invloed kunnen zijn op de werking van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap beschadigd is, laat u het eerst repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt doordat het elektrisch gereedschap slecht wordt onderhouden.

6. Houd snij- en zaaggarnituren scherp en

schoon. Goed onderhouden snij- en zaaggarnitu- ren met scherpe snij- en zaagranden lopen minder vaak vast en zijn gemakkelijker te gebruiken.

7. Gebruik het elektrisch gereedschap met de

bijbehorende accessoires, bits, enz., overeen- komstig deze instructies, met inachtneming van de werkomstandigheden en het werk dat wordt uitgevoerd. Het gebruik van het elektrisch gereedschap bij andere werkzaamheden dan waarvoor het is bedoeld, kan leiden tot gevaarlijke situaties.

8. Houd de handgrepen en oppervlakken die

vastgepakt worden droog, schoon en vrij van olie en vetten. Gladde handgrepen en opper- vlakken die vastgepakt worden maken het veilig hanteren en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.

9. Draag tijdens het gebruik van dit gereedschap

geen sto󰀨en werkhandschoenen die erin ver- strikt kunnen raken. Wanneer werkhandschoe- nen verstrikt raken in de bewegende delen kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt

1. Laad alleen op met de acculader aanbevolen

door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.

2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend

met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge- vaar opleveren.

3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze

uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.

4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan

vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra- king! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei- stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand- wonden veroorzaken.

5. Gebruik geen accu of gereedschap dat

beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.

6. Stel een accu of gereedschap niet bloot

aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.

7. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu

of het gereedschap niet op buiten het tem- peratuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Reparatie

1. Laat uw elektrisch gereedschap repareren

door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangings- onderdelen. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behou- den blijft.

2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het

repareren van een accu mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum.

3. Volg de instructies voor het smeren en verwis-

selen van accessoires. Veiligheidswaarschuwingen voor een acculuchtpomp

1. Voor het oppompen van voorwerpen moeten

de pompnippel, de adapter en het ventiel ste- vig op elkaar zijn aangesloten. Anders kan het voorwerp, de slang, de pompnippel of de adapter worden beschadigd en kunt u letsel oplopen.

2. Laat de luchtdruk langzaam af. Wanneer u de

slang eraf haalt nadat u een voorwerp hebt opgepompt, houdt u het voorwerp, de slang en de pompnippel stevig vast. Het voorwerp, de pompnippel of de adapter kan opspringen door de luchtdruk en letsel veroorzaken.

3. Pomp een voorwerp niet op tot voorbij de

maximumdruk van het voorwerp. Anders kan het gereedschap of voorwerp worden beschadigd en kunt u letsel oplopen.

4. Gebruik het gereedschap niet tot voorbij de

maximumuitgangsdruk van het gereedschap. Als het gereedschap wordt gebruikt op een uitgangsdruk die hoger is dan de maximumuit- gangsdruk, kan het voorwerp of het gereedschap barsten.

5. Pomp alleen voorwerpen op die door de fabri-

kant bedoeld zijn om met het gereedschap te worden opgepompt, zoals etsbanden, sportballen en kleine opblaasbanden. Als andere voorwerpen worden opgepompt, kunnen deze worden beschadigd en kan letsel worden veroorzaakt.

6. Controleer tijdens het oppompen van een

voorwerp de drukmeter en de staat van het gereedschap en voorwerp, en let erop dat er geen luchtlek is. Anders kan het gereedschap of voorwerp worden beschadigd en kan letsel wor- den veroorzaakt.45 NEDERLANDS

7. Wanneer u het gereedschap draagt, pakt u de

handgreep van het gereedschap vast. Pak de slang niet vast en trek er niet aan. Het gereed- schap kan worden beschadigd en letsel kan wor- den veroorzaakt.

8. Controleer na het oppompen van een voorwerp

de luchtdruk met behulp van een betrouwbaar en gekalibreerd meetinstrument. Gebruik de drukmeter van het gereedschap slechts ter referentie.

9. Nadat het gereedschap gedurende 10 minuten

continu is gebruikt, stopt u het gebruik van het gereedschap gedurende 5 minuten om het te laten afkoelen. Gebruik het gereedschap niet langer dan de maximaal toegestane continue gebruiksduur. Anders kan het gereedschap wor- den beschadigd en kan letsel worden veroorzaakt.

10. Gebruik het gereedschap niet op zand of een

sto󰀩ge ondergrond. Vreemde voorwerpen kunnen binnendringen in het gereedschap en een storing veroorzaken.

11. Richt de uitgang van de slang niet op uzelf of

anderen. Voorwerpen kunnen worden weggebla- zen en letsel veroorzaken.

12. Richt de uitgang van de slang niet op stof en

dergelijke. Het stof kan in het rond vliegen en letsel veroorzaken.

13. Pomp geen voorwerpen op met een grote

luchtinhoud. Als u een voorwerp met een grote luchtinhoud oppompt, kan het gereedschap bui- tensporig heet worden en brandwonden op uw huid veroorzaken.

14. Raak het gereedschap, de slang, de pomp-

nippel en de adapter niet onmiddellijk na het oppompen van een voorwerp aan. De metalen onderdelen kunnen bijzonder heet worden en brandwonden op uw huid veroorzaken.

15. Gebruik het gereedschap niet met natte

16. Verzeker u ervan dat de slang niet verstrikt

raakt. Door een verstrikt geraakte slang kunt u uw evenwicht verliezen en kan letsel worden veroorzaakt.

17. Laat het gereedschap nooit onbeheerd achter

terwijl de slang is bevestigd aan het voorwerp of terwijl het gereedschap in werking is.

18. Gebruik het gereedschap niet als een

ademhalingsapparaat.

19. Gebruik het gereedschap niet om chemicaliën

mee te spuiten. Uw longen kunnen beschadigd raken door het inademen van giftige dampen.

20. Bedien het gereedschap in een open ruimte op

minstens 50 cm afstand van een muur of voor- werp dat de luchtstroming uit de ventilatieope- ningen kan hinderen.

21. Haal het gereedschap niet uit elkaar.

22. Gebruik uitsluitend standaardaccessoires

die zijn geleverd door Makita. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren.

23. Voordat u een band oppompt, verzekert u

zich ervan dat er geen krassen of scheuren in de band zitten. Een beschadigde band kan tijdens het oppompen uit elkaar klappen en letsel veroorzaken.

24. Sta tijdens het oppompen van een band niet

tegenover de wang van de band. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke sto󰀨en te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.46 NEDERLANDS

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte prestaties of een defect van het gereedschap of de accu.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. ► Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.47 NEDERLANDS De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ► Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automa- tisch de voeding uit om de levensduur van het gereed- schap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereed- schap of de accu aan één van de volgende omstandig- heden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Deze beveiliging treedt in werking wanneer het gereed- schap/de accu wordt gebruikt op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik dat er toe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Deze beveiliging treedt in werking wanneer het gereed- schap/de accu oververhit is. De lamp knippert en het waarschuwingspictogram voor oververhitting wordt weergegeven op de drukmeter. Schakel in deze situatie het gereedschap uit en laat het gereedschap en de accu afkoelen. Schakel vervolgens het gereedschap weer in. Beveiliging tegen te ver ontladen Deze beveiliging treedt in werking wanneer de reste- rende acculading laag wordt. In die situatie verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Hoofdschakelaar WAARSCHUWING: Zet de hoofdschakelaar altijd uit indien niet in gebruik. LET OP: Wanneer u het gereedschap draagt, zet u de hoofdschakelaar uit. Anders kan door per ongeluk inknijpen van de trekkerschakelaar letsel worden veroorzaakt. ► Fig.3: 1. Hoofdschakelaar Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de hoofdschakelaar. Om het gereedschap uit te schakelen, drukt u nogmaals op de hoofdschakelaar. OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, wordt de hoofdschakelaar automatisch uitgeschakeld wanneer de trekkerscha- kelaar niet is ingeknepen gedurende een bepaalde tijdsduur nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controle- ren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. WAARSCHUWING: Zet de trekkerschakelaar niet met behulp van tape of iets dergelijks vast in de aan-stand. Om het gereedschap te starten, knijpt u gewoon de trekkerschakelaar in. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. ► Fig.4: 1. Trekkerschakelaar48 NEDERLANDS Drukmeter ► Fig.5 1 Waarschuwingspictogram oververhitting 2 Oppompfunctie 3 Knop [-] 4 Knop [M] 5 Knop [+] 6 Oppomp-voortgangsindicator 7 Huidige drukwaarde 8 Beoogde drukwaarde 9 Eenheid van drukwaarde Als het voorwerp dat moet worden opgepompt is aangesloten op het gereedschap, wordt de huidige drukwaarde van het voorwerp weergegeven op de druk- meter zodra u het gereedschap inschakelt. Als niets is aangesloten op het gereedschap, geeft de drukmeter “0” aan. De drukmeter geeft ook de beoogde drukwaarde, de eenheid van de drukwaarde en de oppompfunctie aan. Deze zijn hetzelfde als de laatste keer. Wanneer u begint met oppompen, wordt de oppomp-voortgangsindicator weergegeven. Het oppom- pen is klaar wanneer de oppomp-voortgangsindicator het uiteinde aan de rechterkant heeft bereikt. De beoogde drukwaarde instellen Druk op de knop [M] en selecteer de eenheid van de drukwaarde. De eenheid van de drukwaarde verandert elke keer wanneer u op de knop [M] drukt. U kunt kie- zen uit één van de drie eenheden: psi, bar en kPA. Om de beoogde drukwaarde te verhogen, drukt u op de knop [+]. Om de beoogde drukwaarde te verlagen, drukt u op de knop [-]. U kunt de beoogde drukwaarde instel- len tussen 35 kPa (5 psi) en 1.100 kPa (160 psi). De oppompfunctie instellen Houd de knop [M] gedurende 3 seconden ingedrukt. De oppompfunctie verandert elke keer wanneer u de knop [M] ingedrukt houdt. U kunt als volgt kiezen uit één van de drie functies. Functie Display Gebruik Instelbaar drukbereik Bal Oppompen van ballen 35 t/m 110 kPa (5 t/m 16 psi) Lage snelheid Voorwerpen langzaam oppompen 35 t/m 1.100 kPa (5 t/m 160 psi) Hoge snelheid Voorwerpen snel oppompen OPMERKING: U moet de functie Bal selecteren als u een sportbal wilt oppompen met behulp van een sportbalnaald. Als een andere functie is geselecteerd, kan het oppompen niet correct worden uitgevoerd. OPMERKING: U moet de functie Lage snelheid selecteren als u een voorwerp wilt oppompen met behulp van een Engelse ventieladapter. Als een andere functie is geselecteerd, kan het oppompen niet correct worden uitgevoerd. De lamp op de voorkant gebruiken Wanneer u het gereedschap inschakelt door op de hoofdschakelaar te drukken, gaat de lamp branden. Wanneer u het gereedschap uitschakelt door op de hoofdschakelaar te drukken, gaat de lamp uit. ► Fig.6: 1. Lamp 2. Hoofdschakelaar LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. KENNISGEVING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert de lamp. Schakel het gereedschap uit en laat het gereedschap volle- dig afkoelen voordat u het gereedschap weer gebruikt. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. De adapter opbergen De adapters kunnen worden opgeborgen in de adapter- houder van het gereedschap. Steek de sportbalnaald in de Presta-ventieladapter voordat u ze in de adapterhou- der bevestigt. ► Fig.7: 1. Sportbalnaald 2. Presta-ventieladapter

3. Adapterhouder 4. Tapse adapter

De slang opbergen De slang kan worden opgeborgen in de slanghouder van het gereedschap. ► Fig.8: 1. Slanghouder 2. Slang Drukaaatknop KENNISGEVING: Terwijl de Engelse ven- tieladapter op het gereedschap is bevestigd, komt er geen lucht uit, zelfs niet wanneer u op de dru- kaaatknop drukt. Als het voorwerp te ver is opgepompt, drukt u op de drukaaatknop. ► Fig.9: 1. Drukaaatknop49 NEDERLANDS BEDIENING OPMERKING: De standaard adapters verschillen afhankelijk van het land. De Engelse ventieladapter gebruiken KENNISGEVING: U moet de functie Lage snel- heid selecteren als u een voorwerp wilt oppom- pen met behulp van een Engelse ventieladapter. Als een andere functie is geselecteerd, kan het oppompen niet correct worden uitgevoerd.

2. Open de Engelse ventieladapter en steek hem op

het ventiellichaam. ► Fig.10: 1. Engelse ventieladapter 2. Pompnippel

3. Schakel het gereedschap in.

4. Pomp de etsband op door de trekkerschake-

laar in te knijpen terwijl u de staat van de etsband controleert. KENNISGEVING: Bij gebruik van de Engelse ventieladapter geeft de drukmeter geen nauwkeu- rige waarde weer als gevolg van de eigenschap- pen van het ventiel. Gebruik bij het oppompen van een etsband niet de waarde op de drukme- ter, maar pomp de etsband op door de staat van de etsband te controleren. Als het gereedschap stopt voordat de etsband de gewenste luchtdruk heeft bereikt, stelt u de drukwaarde hoger in en pompt u de etsband opnieuw op. De Schrader-ventieladapter gebruiken

1. Bevestig de pompnippel op het ventiellichaam.

► Fig.11: 1. Ventiellichaam 2. Pompnippel

2. Schakel het gereedschap in en stel daarna op

de drukmeter de drukwaarde in die geschikt is voor de etsband.

3. Blijf de trekkerschakelaar ingeknepen houden tot

het gereedschap stopt. De etsband wordt opgepompt tot de opgegeven druk. De Presta-ventieladapter gebruiken

1. Draai de borgmoer op het ventiellichaam los.

► Fig.12: 1. Borgmoer

2. Bevestig de Presta-ventieladapter op het ven-

3. Schakel het gereedschap in en stel daarna op

de drukmeter de drukwaarde in die geschikt is voor de etsband.

4. Blijf de trekkerschakelaar ingeknepen houden tot

het gereedschap stopt. De etsband wordt opgepompt tot de opgegeven druk.

5. Verwijder de pompnippel en Presta-ventieladapter

en draai daarna de borgmoer weer vast. De sportbalnaald gebruiken KENNISGEVING: U moet de functie Bal selecte- ren als u een sportbal wilt oppompen met behulp van een sportbalnaald. Als een andere functie is geselecteerd, kan het oppompen niet correct worden uitgevoerd. Om een sportbal op te pompen, gebruikt u de sportbalnaald.

3. Schakel het gereedschap in.

4. Stel de oppompfunctie in op de functie Bal en stel

de drukwaarde met behulp van de drukmeter in op een geschikte waarde voor de bal.

5. Blijf de trekkerschakelaar ingeknepen houden tot

het gereedschap stopt. De bal wordt opgepompt tot de opgegeven druk. De tapse adapter gebruiken LET OP: Wees voorzichtig dat u de opblaas- band niet te ver oppompt. Om een opblaasband op te pompen, gebruikt u de tapse adapter.

2. Steek de tapse adapter in het gat van de

3. Schakel het gereedschap in.

4. Pomp de opblaasband op door de trekkerschake-

laar in te knijpen terwijl u de staat van de opblaasband controleert. KENNISGEVING: Kijk bij het oppompen van een opblaasband niet naar de huidige drukwaarde op de drukmeter. De drukmeter geeft geen nauwkeu- rige huidige drukwaarde weer wanneer de druk van de opblaasband lager is dan 35 kPa (5 psi).ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Originele Makita accu’s en acculaders OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.