AC330 - Compressor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AC330 MAKITA in PDF-formaat.

📄 76 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA AC330 - page 35
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : AC330

Categorie : Compressor

Download de handleiding voor uw Compressor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AC330 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AC330 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING AC330 MAKITA

gesmeerde elektrocompressor met zuiger

Alvorens de compressor te plaatsen, in werking te stellen of erop tussen te komen, aandachtig het instructieboekje lezen.

Alvorens eender welke handeling uit te voeren op de compressor is het verplicht de elektrische stroom op de machine zelf uit te schakelen.

Opgelet op de compressor zijn er enkele delen die zeer hoge temperaturen zouden kunnen bereiken.

Let op, de compressor kan bij stroomuitval en daaropvolgend stroomherstel automatisch van start gaan.

BELANGRIJKE INFORMATIE Aandachtig alle instructies voor de werking, de raadgevingen voor de veiligheid en de waarschuwingen in het instructiehandboek lezen. Het merendeel van de ongelukken bij gebruik van de compressor is te wijten aan het niet respecteren van de elementaire veiligheidsregels. Als men tijdig de potentieel gevaarlijke situaties identificeert en de aangepaste veiligheidsregels in acht neemt, vermijdt men ongelukken. De fundamentele regels voor de veiligheid worden opgesomd in het deel “VEILIGHEID” van dit handboek en ook in het deel dat over het gebruik en het onderhoud van de compressor handelt. De gevaarlijke situaties die moeten vermeden worden om alle risico’s op ernstige verwondingen of schade aan de machine te voorkomen zijn aangeduid in het deel “WAARSCHUWINGEN” op de compressor of in het instructiehandboek. Nooit de compressor gebruiken op onaangepaste wijze, maar enkel zoals aangeraden door de constructeur, tenzij men volledig zeker is dat er geen gevaar bestaat, noch voor de gebruiker noch voor de personen in de omgeving.

BETEKENIS VAN DE SIGNAALWOORDEN

WAARSCHUWINGEN: duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die, als ze genegeerd wordt, ernstige schade kan veroorzaken. VOORZORGEN: duidt op een gevaarlijke situatie die, als ze genegeerd wordt, lichte schade kan veroorzaken aan personen en aan de machine. NOTA: benadrukt een essentiÎle informatie VEILIGHEID

Nooit uw handen, vingers of andere lichaamsdelen dichtbij de bewegende delen van de compressor brengen.

Nooit de compressor gebruiken zonder dat alle beschermingen perfect op de juiste plaats gemonteerd zijn (vb. stroomlijnkappen, kettingbeschermer, veiligheidsklep) als het voor onderhoud of werking nodig is deze beschermingen te verwijderen, u ervan vergewissen, alvorens de compressor opnieuw te gebruiken, dat de beschermingen goed vastzitten op hun originele plaats.

3. ALTIJD EEN BESCHERMINGSBRIL GEBRUIKEN

Altijd een berschermingsbril of gelijkwaardige beschermingen gebruiken voor de ogen. De samengeperste lucht op geen enkel deel van uw eigen lichaam of dat van een ander richten.

4. BESCHERM UZELF TEGEN ELEKTRISCHE SHOCKS

Toevallige aanrakingen van het lichaam met de metalen delen van compressor zoals buizen, tanks of metalen delen verbonden met de aarde, vermijden. Nooit de compressor gebruiken in aanwezigheid van water of in een vochtige omgeving.

5. DE COMPRESSOR ONTKOPPELEN

De compressor van de elektrische bron ontkoppelen en de tank volledig drukvrij maken alvorens eender welk werk, inspectie, onderhoud, schoonmaak vervanging of controle van elk deel uit te voeren.

6. ONVOORZIEN OPSTARTEN

De compressor niet transporteren terwijl hij verbonden is met de elektrische bron of wanneer de tank onder druk staat. Zich ervan vergewissen dat de schakelaar van de drukregelaar in de OFF stand staat alvorens de compressor met de elektrische bron te verbinden.

7. DE COMPRESSOR OP AANGEPASTE MANIER OPBERGEN

Als de compressor niet gebruikt wordt moet die in een droog lokaal geplaatst worden ver van atmosferische factoren. Uit de buurt van kinderen houden.

De werkplaats schoon houden en de zone eventueel vrij maken van onnodig gereedschap. De werkplaats goed ventileren. De compressor niet gebruiken in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gas. De compressor kan vonken produceren tijdens de werking. De compressor niet gebruiken in situaties waar zich verfstoffen, benzine, chemische middelen, kleefstoffen en alle andere brandbare of explosieve materialen bevinden.

9. UIT DE BUURT VAN KINDEREN HOUDEN

Vermijden dat kinderen of eender welke andere persoon in contact komt met de voedingskabel van de compressor, alle niet geautoriseerde personen moeten op een veilige afstand van de werkplaats gehouden worden.

Geen volumineuze kledij of juwelen dragen, deze zouden kunnen gevangen worden door de bewegende delen. Indien nodig een kap dragen die het haar bedekt.

11. GEEN MISBRUIK MAKEN VAN DE VOEDINGSKABEL

De stekker niet los maken door aan de voedingskabel te trekken. De kabel uit de buurt houden van warmte, olie of van snijdende oppervlakken. Niet op de elektrische kabel trappen of hem platdrukken met onaangepaste gewichten.

12. DE COMPRESSOR MET ZORG ONDERHOUDEN

De instructies volgen voor het smeren (niet geldig voor oilless). De voedingskabel regelmatig controleren en als hij beschadigd is moet hij hersteld of vervangen worden door een geautoriseerde assistentiedienst. De buitenkant van de compressor controleren op zichtbare afwijkingen. Zich eventueel wenden tot de dichtstbijzijnde assistentiedienst.

13. ELEKTRISCHE VERLENGSNOEREN VOOR HET GEBRUIK

BUITEN Als de compressor buiten gebruikt wordt enkel elektrische verlengsnoeren gebruiken die geschikt zijn voor gebruik buiten en daarvoor gemerkt zijn.

Letten op wat u doet. Gebruik uw gezond verstand Gebruik de compressor niet als u moe bent. De compressor mag nooit gebruikt worden als u onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen die slaperigheid kunnen veroorzaken.

15. DEFECTE DELEN OF LUCHTVERLIES CONTROLEREN

Alvorens de compressor opnieuw te gebruiken, als een bescherming of andere delen beschadigd zijn, moeten deze grondig gecontroleerd worden om vast te stellen of ze kunnen functioneren zoals voorzien in veiligheid. De uitlijning van de bewegende delen, buizen, manometers, drukreductiemachines, pneumatische verbindingen en elk ander deel dat belang kan hebben bij een normale werking controleren. Elk beschadigd deel moet correct hersteld of vervangen worden door een geautoriseerde assistentiedienst of vervangen zoals aangeduid in het instructieboekje.NL

INSTRUCTIEHANDBOEK De compressor is een machine die samengeperste lucht produceert. Nooit de compressor gebruiken voor toepassingen die niet degene zijn die gespecificeerd worden in het instructieboekje.

17. DE COMPRESSOR CORRECT GEBRUIKEN

De compressor doen werken overeenkomstig de instructies van dit handboek. De compressor niet door kinderen of personen, die niet vertrouwd zijn met de werking ervan, laten gebruiken.

18. NAGAAN OF ELKE SCHROEF, BOUT EN DEKSEL STEVIG

VASTGEZET ZIJN Nagaan of elke schroef, bout en plaatje stevig vastgezet zijn. Regelmatig nagaan dat ze goed aangedraaid zijn.

19. HET OPZUIGROOSTER SCHOON HOUDEN

Het ventilatierooster van de motor schoon houden. Regelmatig dit rooster schoonmaken als de werkomgeving zeer vuil is.

20. DE COMPRESSOR DOEN WERKEN OP NOMINALE SPANNING

De compressor doen werken op de spanning aangeduid op het plaatje van de elektrische gegevens. Als de compressor gebruikt wordt op een spanning hoger dan de nominale, zal de motor sneller draaien en kan de eenheid beschadigd worden waardoor de motor verbrandt.

21. DE COMPRESSOR NOOIT GEBRUIKEN ALS HIJ DEFECT IS

Als de compressor bij het werken vreemde geluiden of overdreven trillingen maakt of defect lijkt, moet hij onmiddellijk stilgezet worden en controleert u de functionaliteit of neemt u contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde assistentiedienst. Oplosmiddelen zoals benzine, verdunners, diesel of andere middelen die alcohol bevatten kunnen de plastieken delen beschadigen, deze produkten niet op de delen in plastiek wrijven. Eventueel deze delen schoonmaken met een zacht doek met water en zeep of met aangepaste vloeistoffen.

23. ENKEL ORIGINELE VERVANGSTUKKEN GEBRUIKEN

Het gebruik van niet originele vervangstukken doet de garantie vervallen en veroorzaakt een slechte werking van de compressor. De originele vervangstukken zijn beschikbaar bij de geautoriseerde dealers.

24. DE COMPRESSOR NIET VERANDEREN

De compressor niet veranderen. Een geautoriseerde assistentiedienst raadplegen voor alle herstellingen. Een niet geautoriseerde verandering kan de prestaties van de compressor verminderen, maar kan ook de oorzaak zijn van ernstige ongelukken voor de personen die niet de nodige technische kennis bezitten om de veranderingen uit te voeren.

25. DE DRUKREGELAAR AFZETTEN ALS DE COMPRESSOR NIET

GEBRUIKT WORDT Als de compressor niet gebruikt wordt, de hendel van de drukregelaar in stand “0” (OFF) zetten, de compressor ontkoppelen van de stroom en het kraantje van de lijn openen om de samengeperste lucht uit de tank te laten.

26. DE WARME DELEN VAN DE COMPRESSOR NIET AANRAKEN

Om brandwonden te vermijden, de buizen, de motor en alle andere warme delen niet aanraken.

27. DE LUCHTSTRAAL NIET RECHTSTREEKS OP HET LICHAAM

RICHTEN Om risico’s te vermijden nooit de luchtstraal op personen of dieren richten.

28. CONDENSWATER VAN DE TANK AFVOEREN

Dagelijks of elke 4 werkingsuren de tank ontladen. Het afvoermechanisme openen en de compressor laten overhellen, indien nodig, om het verzamelde water te verwijderen.

De schakelaar “0/I” (ON/OFF) van de drukregelaar gebruiken om de compressor stil te zetten.

30. PNEUMATISCH CIRCUIT

De aangeraden buizen, pneumatisch gereedschap gebruiken die een druk hoger of gelijk aan de maximum werkingsdruk van de compressor verdragen. VERVANGSTUKKEN Voor de herstellingen enkel originele vervangstukken gebruiken die identiek zijn aan de vervangen delen. De herstellingen moeten enkel uitgevoerd worden door een geautoriseerde assistentiedienst. WAARSCHUWINGEN

INSTRUCTIES VOOR DE AARDING

Deze compressor moet geaard worden, terwijl hij in gebruik is, om de bediener te beschermen tegen elektrische schokken. De ÈÈnfase-compressor is voorzien van een tweepolige kabel plus aarde. De driefase-compressor is voorzien van een elektrische kabel zonder stekker. De elektrische verbinding moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerd technicus. Wij raden aan nooit de compressor te demonteren en ook geen andere verbindingen in de drukregelaar te maken. Eender welke herstelling moet enkel uitgevoerd worden door geautoriseerde assistentiediensten of door ander gekwalificeerde centra. Nooit vergeten dat de draad voor de aarding de groene of de geel/groene is. Nooit deze groene draad verbinden met een terminal in werking. Alvorens de stekker van de voedingskabel te vervangen, ervoor zorgen dat de aardingsdraad verbonden is. Bij twijfel een gekwalificeerde elektricien roepen en de aarding laten controleren. VERLENGSNOER Enkel een verlengsnoer met stekker en aarding gebruiken, nooit beschadigde of platgedrukte verlengsnoeren gebruiken. Zich ervan vergewissen dat het verlengsnoer in goede staat is. Als men een verlengkabel gebruikt zich ervan vergewissen dat de doormeter van de kabel voldoende is om de stroom geabsorbeerd door het product dat u zal verbinden te dragen. Een te dun verlengsnoer kan spanningsverlagingen veroorzaken en zodoende een verlies van kracht en een overdreven verhitting van het apparaat. De verlengkabel van de ÈÈnfase-compressoren moet een doormeter hebben overeenkomstig zijn lengte, zie tabel (tab. 1) Tab. 1

De verlengkabel van de driefase-compressoren moet een doormeter hebben overeenkomstig zijn lengte, zie tabel (tab. 2) Tab. 2

WAARSCHUWINGEN Alle risico’s op elektrische ontladingen vermijden. De compressor nooit gebruiken met een beschadigde elektrische kabel of verlengsnoer. Regelmatig de elektrische kabels controleren. De compressor nooit gebruiken in of dichtbij water of in de nabijheid van een gevaarlijke omgeving waar elektrische ontladingen kunnen voorkomen.

NOTA: De informatie die u in dit handboek vindt werd geschreven om de bediener bij te staan tijdens het gebruik en de onderhoudsbehandelingen van de compressor. Sommige illustraties van dit handboek tonen enkele details die kunnen verschillen van die van uw compressor. INSTALLATIE Na de compressor uitgepakt te hebben (fig. 1) en zijn perfecte staat te hebben gecontroleerd, en zich ervan vergewist te hebben dat hij geen schade heeft geleden tijdens het transport, de volgende handelingen uitvoeren. De wielen en het rubberen dopje op de tanken monteren als ze nog niet gemonteerd zijn, volgens de instructies weergegeven op fig. 2. Bij wielen met banden die kunnen worden opgepompt, dient u ervoor te zorgen dat de druk maximaal 1,6 bar (24 psi) bedraagt. De compressor op een vlak oppervlak zetten of ten hoogste met een helling van 10° (fig. 3), in een goed verluchte plaats, beschermd tegen atmosferische factoren en niet in explosieve omgevingen. Als het oppervlak helt en glad is, erop letten dat de compressor zich niet verplaatst als hij werkt, anders de wielen blokkeren met twee wiggen. Als het oppervlak een legplank is of een schap van een boekenkast, zich ervan verzekeren dat ze niet kunnen vallen door ze op de juiste manier vast te zetten. Om een goede verluchting en een doeltreffende afkoeling te bekomen is het belangrijk dat de kettingbeschermer van de compressor zich op minstens 100 cm van eender welke muur (fig. 4) bevindt. De compressoren gemonteerd op tank met vaste steunen, moeten niet op strakke wijze op de grond vastgehecht worden, men raadt aan ze te monteren met nr. 4 antivibratie steunen. GEBRUIKSAANWIJZINGEN – Erop letten dat de compressor op de juiste manier vervoerd wordt, hem niet ondersteboven keren en niet opheffen met haken of touwen (fig. 5-6) – De plastieken dop op het carter deksel (fig. 7-8) vervangen met de stok voor het olieniveau (fig. 9) of met de bijbehorende ventilatiedop (fig. 10) geleverd samen met het instructieboekje, het olieniveau controleren op basis van de streepjes aangebracht op de stok (fig.

9) of van het verklikkerlichtje voor het olieniveau (fig. 11)

ELEKTRISCHE VERBINDING De ÈÈnfase-compressoren worden geleverd voorzien van elektrische kabel en tweepolige stekker + aarding. Het is belangrijk de compressor aan te sluiten op een stopcontact voorzien van aarding. (fig. 12) De driefase-compressoren (L1+L2+L3+PE) moeten geÔnstalleerd worden door een gespecialiseerd technicus. De driefase-compressoren worden geleverd zonder stekker. Aan de voedingskabel een elektrische stekker met klamp met schroeven en blokkeringsband verbinden (fig. 13) verwijzend naar de hieronder weergegeven tabel. CV kW Voeding volt/ph Model stekker 2 – 3 – 4 1.5 – 2.2 – 3 220/380/3 230/400/3 16A 3 polen + aarding

5.5 – 7.5 – 10 4 – 5.5 – 7.5 220/380/3

230/400/3 32A 3 polen + aarding NOTA: De compressoren gemonteerd op een tank van 500 lt met kracht CV7.5/55 kW en CV 10/7.5 kW kunnen geleverd worden met opstartcentrale ster/driehoek, terwijl de modellen TANDEM (n. 2 pompsystemen op dezelfde tank) worden geleverd met een getimede centrale, voor het gedifferentieerd opstarten van de twee pompsystemen. Voor de installatie als volgt te werk gaan: – Het doosje van het systeem op de wand of een vaste steun vastzetten, het voorzien van een voedingskabel met elektrische stekker en met een doormeter aangepast aan de lengte. – Eender welke schade veroorzaakt door foute verbindingen van de voeding op de lijn sluit automatische de garantie op de elektrische delen uit. Om foute verbindingen te vermijden, is het aangeraden zich tot een gespecialiseerde technicus te wenden. OPGELET: Nooit de aardingsstekker gebruiken in plaats van de neutrale. De aarding moet gebeuren volgens de anti-ongevallen richtlijnen (EN 60204). De stekker van de elektrische kabel mag niet gebruikt worden als schakelaar, maar moet in een stopcontact gestoken worden dat werkt met een aangepaste differentiÎle schakelaar (magneto thermisch). OPSTARTEN Controleren of de netspanning overeenstemt met die aangeduid op het plaatje elektrische gegevens (fig. 14), het toegelaten tollerantieveld moet binnen de 5% liggen. Bij het eerste opstarten in de compressoren die met driefase-spanning werken de juiste draairichting van de afkoelingsventilator controleren, door middel van de pijl aangebracht op de kettingbeschermer of op de stroomlijnkap. Controleer of in de Silent-Compressor de luchtstroom in de richting loopt die wordt aangegeven in fig. 21A. De hendel aangebracht op het bovenste deel draaien of drukken in de “0” stand volgens het type van drukregelaar gemonteerd op het apparaat (fig. 15). De stekker in het stopcontact steken (fig. 12 - 13) en de compressor opstarten door de hendel van de drukregelaar in stand “I” te brengen. De werking van de compressor is volledig automatisch, bevolen door de drukregelaar die hem stilzet wanneer de druk in de tank de maximum waarde bereikt en die hem terug doet starten als de druk naar het minimum niveau zakt. Normalerwijze is het verschil in druk ongeveer 2 bar (29 psi) tussen de maximum en de minimum waarde. Vb: de compressor stopt als hij 8 bar (116 psi) bereikt (max. werkingsdruk) en start automatisch als de druk binnenin de tank gedaald is tot 6 bar (87 psi). Na de compressor verbonden te hebben met de elektrische lijn een lading bij maximum druk uitvoeren en de juiste werking van de machine nagaan. COMPRESSOREN MET OPSTARTCENTRALE UD (fig. 16) De stekker in het stopcontact steken (fig. 13) en de drukregelaar in de “I” stand (ON) brengen (fig. 17). De algemene voedingsschakelaar “A” op de centrale draaien in stand I, de aanwezigheid van stroom wordt aangeduid doordat het witte verklikkerlichtje “E” aangaat. De schakelaar “B” in stand 1 draaien voor het starten van de compressor, het aangaan van het verklikkerlichtje elektroklep “D” eerst, en de motor (C) daarna, wijzen op de perfecte werking van de machine (fig. 18). TANDEM COMPRESSOREN MET GETIMEDE CENTRALE (fig. 17)NL

De stekker in het stopcontact steken (fig. 13) de drukregelaar in de “I” stand (ON) brengen. De algemene voedingsschakelaar “A” op de centrale naar stand 1 draaien, de aanwezigheid van stroom wordt aangeduid door het aangaan van het witte verklikkerlichtje (E); de schakelaar “B” draaien voor het opstarten van de compressor. Stand 1 enkel pompsysteem n. 1 werkt Stand 2 enkel pompsysteem n. 2 werkt Stand 3 beide pompsystemen werken gelijktijdig, met een gedifferentieerd vertrek. De werking van de compressor is volledig automatisch, bevolen door de drukregelaar die hem stilzet als de druk in de tank de maximum waarde bereikt en hem terug doet opstarten als de druk naar de minimum waarde zakt. NOTA: De kop/cilinder/overbrengingsbuis groep kan hoge temperaturen bereiken, opletten dat als men in de nabijheid van deze onderdelen werkt, en ze niet aanraken om brandwonden te vermijden (fig. 18 - 19). OPGELET De elektrocompressoren moeten verbonden zijn met een stopcontact beschermd met een aangepaste gedifferentieerde schakelaar (magneto thermisch). De motor van de compressoren GM - TR is voorzien van een automatische thermische bescherming aangebracht op de binnenkant van de wikkeling, die de compressor stilzet als de temperatuur van de motor te hoge waarden bereikt. Als die zou tussenkomen, start de compressor terug automatisch na

De motoren van de compressoren model VX zijn voorzien van een amperometrische, automatische, thermische bescherming met manuele herbewapening, aangebracht op de buitenkant van het deksel klemmenbord. Als de tussenkomst van de thermische bescherming zich voordoet, enkele minuten wachten, dan met de hand de thermische schakelaar terugzetten (fig. 20). De ÈÈnfase-motoren van de compressoren van de serie AB zijn voorzien van een amperometrische thermische bescherming met manuele herbewapening, aangebracht op het deksel van het klemmenbord. Als de tussenkomst van de thermische bescherming zich voordoet, enkele minuten wachten, dan met de hand de thermische schakelaar terugzetten (fig. 20). De driefasige compressoren en de silent-serie beschikken over een automatische beveiliging. Als de tussenkomst van de thermische bescherming zich voordoet, maakt de drukregelaar zich los, stand “0” (OFF), enkele minuten wachten en de drukregelaar opnieuw in stand “I” (ON) brengen (met uitzondering van de volgende modellen: AB 100/245-335 Driefase-compressoren - AB 150/245-335 Driefase-compressoren - AB 200/245-335 Driefase- compressoren). Bij de compressoren uitgerust met een centrale, zit de thermische bescherming binnenin de centrale. Als de tussenkomst van de thermische bescherming zich voordoet, als volgt te werk gaan (fig. 22)

  • De schakelaars op het deksel van de centrale in de “0” stand brengen, het deksel opendoen en op drukknop 1 van de thermische bescherming drukken. Het deksel van de centrale terug sluiten en de compressor terug opstarten volgens de handelingen reeds aangeduid onder de paragraaf “Opstarten van compressoren met centrale”. Dezelfde regels gelden voor de compressoren met voeding van 60 Hz. REGELING VAN DE WERKINGSDRUK (fig. 23) Het is niet nodig steeds de maximum werkingsdruk te gebruiken, meestal zelfs heeft het pneumatische gereedschap minder druk nodig. Bij de compressoren voorzien van een drukreductiemachine is het nodig de werkingsdruk goed af te stellen. De hendel van de drukreductiemachine loszetten door hem naar boven te trekken, de druk instellen op de gewenste waarde door de hendel met de wijzers van de klok mee te draaien om ze te verhogen, en tegen de wijzers van de klok om ze te verlagen, eens de optimale druk is bekomen, de hendel vastzetten door hem naar beneden te drukken (fig. 23). Bij de drukreductiemachines geleverd zonder manometer is de ijkingsdruk zichtbaar op de gegradueerde schaal aangebracht op het lichaam van de reductiemachine zelf. Bij de drukreductiemachines voorzien van manometer is de ijkingsdruk zichtbaar op de manometer zelf. LET OP: Sommige drukverlagers zijn niet voorzien van een "push to lock", zodat de knop alleen gedraaid hoeft te worden om de druk af te stellen. ONDERHOUD Alvorens eender welke tussenkomst op de compressor te doen zich ervan vergewissen dat:
  • De algemene lijnschakelaar in de “0” stand staat.
  • De drukregelaar en de schakelaars op de centrale uitgeschakeld zijn, “0” stand.
  • De luchttank ontladen is van alle druk. Het is aangeraden elke 50 werkingsuren de opzuigfilter te demonteren en het filterelement schoon te maken door het uit te blazen met samengeperste lucht (fig. 24). Het is raadzaam het filterelement minstens ÈÈn maal per jaar te vervangen als de compressor in een schone omgeving werkt; vaker als de omgeving waarin de compressor staat stoffig is. Bij de modellen rode kop (fig. 25) (TR200 - TR255) is de opzuigfilter binnenin onder het transportkapje (rodekop) aangebracht, de drie blokkeringsmoeren van het kapje losschroeven, het uit de verbinding van stroomlijnkap halen, de filter uit zijn plaats nemen en overgaan tot de schoonmaak, door met samengeperste lucht te blazen in de richting tegengesteld aan de normale doorgang. Bij het model Silent kan het filterelement worden vervangen door het geluiddichte onderdeel te verwijderen en verder te werk te gaan zoals bij de modellen AB (fig. 24). De compressor maakt condenswater dat zich verzamelt in de tank. Het is nodig het condenswater van de tank minstens een maal per week weg te doen door het afvoerkraantje (fig. 26) onder de tank open te doen. Opletten als er samengeperste lucht binnenin de fles zit, het water zou er met veel kracht kunnen uitkomen. Aangeraden druk 1-2 bar max. Het condenswater van de compressor gesmeerd met olie mag niet weggeworpen worden in de riool of verspreid worden in het milieu omdat het olie bevat.

VERVANGING OLIE - BIJVULLEN OLIE

De compressor is geleverd met synthetische olie “FIAC Oil Synthesis”. Binnen de eerste 100 werkingsuren is het raadzaam de olie van het pompsysteem volledig te vervangen. Bij het model Silent moet eerst het geluiddichte onderdeel worden verwijderd (fig.29A). De afvoerdop op het carter-deksel losschroeven, alle olie eruit laten lopen, de dop terug vastschroeven (fig. 27 - 28). De olie aanbrengen langs het bovenste gat van het carter-deksel (fig.

29 - 30) tot het niveau aangeduid op de stok (fig. 9) of op het

verklikkerlichtje (fig. 11) bereikt wordt. De olie door het bovenste gat van de kop (fig. 30), bij de groepen met een ketting voorzien voor het bijvullen in die zone, aanbrengen.39

Verwijder bij serie GM203 de dop en giet 85 g olie rechtstreeks vanuit de fles in (zie fig. 30A). Elke week het olieniveau van het pompsysteem (fig. 11) controleren en indien nodig bijvullen. Voor een werking bij omgevingstemperatuur van -5°C tot + 40°C synthetische olie gebruiken. De synthetische olie heeft het voordeel dat ze haar kenmerken niet verliest, noch in de winterperiode noch in de zomerperiode. De gebruikte olie mag niet in de riool geworpen worden of verspreid worden in het milieu. VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE ZICH AAN DE TABEL HOUDEN

Verlies van water door de klep onder de drukregelaar Dit ongemak hangt af van een slechte sluiting van de sluitingsklep, op de volgende wijze tussenkomen (fig. 31). – De tank volledig drukvrij maken. – De zeshoekige kop van de klep (A) losschroeven. – Zowel het rubberen schijfje (B) als de plaats waarop het zit grondig schoonmaken – Alles terug perfect monteren. Luchtverlies Kan afhangen van een slechte sluiting van een verbinding, alle verbindingen controleren door ze nat te maken met water en zeep. De compressor draait maar laadt niet Coaxiale compressoren: (fig. 32) – Kan te wijten zijn aan de breuk van de kleppen (C1 - C2) of van een pakking (B1 - B2) tussenkomen door het beschadigde deel te vervangen. Compressoren sleep met ketting: (fig. 33) – kan te wijten zijn aan de breuk van de kleppen F1 en F2 of van een pakking (D1 - D2), tussenkomen door het beschadigde deel te vervangen. De compressors serie GM 203 (fig. 33A): – Dit kan te wijten zijn aan een defect van de kleppen (C1-C2), of van de pakking (B1), U dient het beschadigd onderdeel te vervangen. – Nagaan of aan de binnenkant van de tank niet teveel condenswater aanwezig is. De compressor start niet Als de compressor moeilijkheden heeft om te starten, controleren: – of de spanning op het net overeenkomt met die op het plaatje met gegevens (fig. 14) – of er geen elektrische verlengsnoeren worden gebruikt met een foute doormeter of lengte. – of de werkingsomgeving niet te koud is (lager dan 0°C). – Voor de serie VX/AB of er geen thermische bescherming is tussengekomen (fig. 20); bij de silent-serie (fig. 21) – of er olie in het carter is om de smering te garanderen (fig. 11) – of het elektrische net gevoed wordt (stekker goed aangesloten, magnetothermisch, zekeringen niet stuk). De compressor stopt niet – Als de compressor niet stopt wanneer de maximum druk bereikt wordt treedt de veiligheidsklep van de tank in werking. Het is nodig contact op te nemen met de dichtstbijzijnde geautoriseerde assistentiedienst voor de herstelling. OPGELET – Zeker vermijden dat eender welke verbinding met de tank onder druk wordt losgeschroefd, zich er steeds van vergewissen dat de tank ontladen is. – Het is verboden gaten, lassen te maken of moedwillig de tank van de samengeperste lucht te vervormen. – Geen handelingen op de compressor uitvoeren zonder eerst de stekker uit het stopcontact te hebben getrokken. – Temperatuur in werkingsomgeving 0°C + 35°C – Geen waterstralen of stralen van ontvlambare vloeistoffen op de compressor richten. – Geen ontvlambare voorwerpen in de buurt van de compressor zetten. – Tijdens de stilstanden in het gebruik de drukregelaar in stand “0” (OFF) zetten (uit). – Nooit de luchtstraal op personen of dieren richten (fig. 34). – De compressor niet transporteren met de tank onder druk. – Opletten want enkele delen van de compressor zoals kop en doorvoerbuizen kunnen hoge temperaturen bereiken. Deze onderdelen niet aanraken om brandwonden te vermijden (fig. 18 - 19). – De compressor transporteren door hem op te heffen of door gebruik te maken van de speciale grepen of handvaten (fig. 4 - 6). – Kinderen en dieren moeten ver van de werkingszone van de machine gehouden worden. – Als u de compressor gebruikt om te schilderen: a) Niet werken in gesloten omgevingen of in de nabijheid van open vlammen. b) Zich ervan vergewissen dat de omgeving waar gewerkt wordt een aangepaste luchtverversing heeft. c) Neus en mond beschermen met een aangepast masker (fig. 35) – Als de elektrische kabel of de stekker beschadigd zijn de compressor niet gebruiken en zich tot een geautoriseerde assistentiedienst wenden voor de vervanging ervan met een origineel onderdeel. – Als de compressor op een boekenrek of een oppervlak hoger dan de vloer geplaatst wordt moet hij vastgezet worden om te vermijden dat hij valt tijdens de werking. – Geen voorwerpen en handen binnenin de beschermingsroosters steken om fysieke schade en schade aan de compressor te voorkomen. – De compressor niet als stomp voorwerp tegenover personen, dingen of dieren gebruiken om zware schade te vermijden. – Als de compressor niet meer gebruikt wordt, altijd de stekker uit het stopcontact trekken.

ELEKTROCOMPRESSOREN MODELLEN GM - TR

Maximum werkingsdruk 8.5 bar Maximum gebruiksdruk 8 bar

ELEKTROCOMPRESSOREN MODELLEN VX

Maximum werkingsdruk 10.5 bar Maximum gebruiksdruk 10 bar

ELEKTROCOMPRESSOREN MODELLEN AB

Maximum werkingsdruk 10.5 bar Maximum gebruiksdruk 10 bar N.B. De bistadium compressoren kunnen op aanvraag geleverd worden voor een gebruik tot 14 bar, in dit geval: maximum werkingsdruk 14.75 bar maximum gebruiksdruk 14 barNL

Het model Silent wordt gevormd door model AB, maar met een extra geluiddichte cabine. De technische gegevens en de richtlijnen in de handleiding voor de AB-modellen gelden ook voor de Silent-modellen. NOTA: Voor de Europese markt zijn de tanken van de compressoren gebouwd volgens de Richtlijn CE2009/105 Voor de Europese markt zijn de compressoren gebouwd overeenkomstig met de Richtlijn CE2006/42. Geluidsniveau gemeten in vrij veld op 1 m afstand ±3dB (A) bij de maximum gebruiksdruk (tab. 3) GM VX CV/kW RPM dB(A) CV/kW RPM dB(A) 0.65/0.5 1450 73 1.5/1.1 1400 75 0.65/0.5 2850 75 2/1.5 1700-1400 75 0.75/0.65 1700-1450 73 2.5/1.8 1400 75.5 1.5/1.1 3400-2850 75 3/2.2 2800 80 2/1.5 2850 79 2.5/1.8 3450-2850 82

Mod. CV/kW dB(A) CCS2 – 1.5 77 AB 245 2 – 1.5 78 AB 335 3 – 2.25 80 AB 410 3 – 2.25 80 AB 510 4 – 3 85 AB 480 4 – 3 81 AB 530 4 – 3 82 AB 550 5.5 – 4.1 83 AB 671 5.5 – 4.1 84 AB 851 7.5 – 5.5 83 AB 1000 10 – 7.5 88 De waarde van het geluidsniveau kan stijgen van 1 tot 10 dB(A) in functie van de omgeving waarin de compressor wordt geÔnstalleerd.

NUTTIGE RAADGEVINGEN VOOR EEN GOEDE WERKING

– Voor een goede werking van de machine met een volledige voortdurende lading bij maximum werkingsdruk, zich ervan vergewissen dat de temperatuur van de werkingsomgeving in gesloten omgeving niet hoger is dan +25°C. – Men raadt aan de compressor te gebruiken met een maximum werking van 70% in ÈÈn uur met volle lading, dit om een goede werking van het product in de tijd toe te staan. OSPLAG VAN DE VERPAKTE EN ONVERPAKTE COMPRESSOR Zolang de compressor nog is verpakt, moet die worden opgeslagen op een droge plaats bij een temperatuur tussen + 5° C en + 45° C. Voor- kom daarbij dat de compressor wordt blootgesteld aan weersinvloeden. Zolang de compressor niet wordt gebruikt nadat die is uitgepakt, bij- voorbeeld in afwachting van de ingebruikneming of vanwege een on- derbreking in de productie, moet die worden beschermd met doeken, om te voorkomen dat stof op de mechanismen terechtkomt. Indien de compressor langere tijd niet wordt gebruikt, moet de olie wor- den ververst en de werking worden gecontroleerd. PNEUMATISCHE VERBINDINGEN Zich ervan vergewissen steeds pneumatische buizen te gebruiken voor samengeperste lucht die gekenmerkt zijn door een maximum druk aangepast aan die van de compressor. De buis niet trachten te herstellen als ze beschadigd is. WIJ BEHOUDEN HET RECHT EENDER WELKE VERANDERING AAN TE BRENGEN, ZONDER VOORAFGAAND BERICHT, WAAR NODIG. De elektrocompressoren op wielen, met vermogen van minstens 3Hp, zijn bedoeld om binnen te gebruiken.

NUTTIGE RAADGEVINGEN VOOR EEN GOEDE WERKING

- Voor een goede werking van de machine met een volledige voortdurende lading bij maximum werkingsdruk, zich ervan vergewissen dat de temperatuur van de werkingsomgeving in gesloten omgeving niet hoger is dan +25°C. Men raadt aan de compressor te gebruiken met een maximum werking van 70% in ÈÈn uur met volle lading, dit om een goede werking van het product in de tijd toe te staan.

OSPLAG VAN DE VERPAKTE EN ONVERPAKTE

COMPRESSOR Zolang de compressor nog is verpakt, moet die worden opgeslagen op een droge plaats bij een temperatuur tussen + 5° C en + 45° C. Voorkom daarbij dat de compressor wordt blootgesteld aan weersinvloeden. Zolang de compressor niet wordt gebruikt nadat die is uitgepakt, bijvoorbeeld in afwachting van de ingebruikneming of vanwege een onderbreking in de productie, moet die worden beschermd met doeken, om te voorkomen dat stof op de mechanismen terechtkomt. Indien de compressor langere tijd niet wordt gebruikt, moet de olie worden ververst en de werking worden gecontroleerd. PNEUMATISCHE VERBINDINGEN Zich ervan vergewissen steeds pneumatische buizen te gebruiken voorsamengeperste lucht die gekenmerkt zijn door een maximum drukaangepast aan die van de compressor.De buis niet trachten te herstellen als ze beschadigd is. WIJ BEHOUDEN HET RECHT EENDER WELKE VERANDERING AAN TE BRENGEN, ZONDER VOORAFGAAND BERICHT, WAAR NODIG.41