AS001GZ - Compressor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AS001GZ MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Compressor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AS001GZ - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AS001GZ van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING AS001GZ MAKITA
GEBRUIKSAANWIJZING 68
- Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4020* / BL4025* / BL4040* / BL4050F / BL4080F
- : Aanbevolen accu Lader DC40RA / DC40RB / DC40RC
- Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.69 NEDERLANDS Toepasselijke mondstukken en hulpstukken Mondstukken en hulpstukken Toepassingen en doeleinden Diameters Mondstuk 3 Luchtblazeninkleineruimten,hoekenenruimtenbijmurenomstofweg te blazen. ø3,0 mm Mondstuk 7 Stofvanltersafblazen. ø7,0 mm Mondstuk 13 Gebruik als blazer Schoonblazen van werkoppervlakken en wegblazen van stof in het algemeen. Ankerboutgat schoonblazen met een optioneel lang mondstuk. Functioneert als koppelstuk tussen een lang mondstuk en de uitblaas- opening van het gereedschap. Gebruik als luchtpomp Opblazen van grote opblaasbare zwembaden of luchtbedden. Gebruik voor leeglopen Leeg laten lopen van grote opblaasbare zwembaden of luchtbedden. Functioneert als een koppelstuk tussen de leegloopslang en een rubber hulpstuk. ø13 mm Groothoekmondstuk Lucht blazen over vuil en vloeistof op een werkblad en in een open ruimte. Blaashoek: 120° met 5 gaten. ø6,0 mm
- Diameter van één gat. Mondstukmetknijpventiel Opblazen en leeg laten lopen van strandspelmaterialen, kussens en soortgelijkeplasticopblaasbarevoorwerpen.
- Het leeg laten lopen kan worden uitgevoerd met een optionele leegloopslang. ø7,0 mm Flexibel mondstuk 6 Stofwegblazenuitmoeilijkbereikbareplaatsen,computersensoortge- lijkeapparaten. ø6,0 mm x 800 mm70 NEDERLANDS Mondstukken en hulpstukken Toepassingen en doeleinden Diameters Set lange mondstukken Een set mondstukken die geschikt is voor het wegblazen van stof uit ankerboutgaten en op smalle plaatsen. De lengte van het mondstuk kan worden aangepast door één of twee mondstukken te bevestigen.
- Lange mondstukken kunnen worden aangebracht door mondstuk 13 als koppelstuk te gebruiken. ø8,0 mm Leegloopslang Voorwerpen opblazen en leeg laten lopen met gebruikmaking van geschikte mondstukken.
Rubber hulpstuk 20 - 30 Mondstuk geschikt voor het opblazen en leeg laten lopen van luchtbed- den, vlotten, boten en zwembaden.
- Dit hulpstuk moet worden aangebracht in combinatie met de leegloop- slang en mondstuk 13. ø20 - 30 mm
- Gemeten als buitendiameter. Rubber hulpstuk 65 Hulpstuk geschikt voor het verpakken van uw kleding door de lucht eruit te zuigen.
- Dit hulpstuk moet worden aangebracht in combinatie met de leegloop- slang en mondstuk 13. ø65 mm Filter C Hulpstuk bedoeld voor het verminderen van stofophoping in de motor onderstogewerkomstandigheden. -71 NEDERLANDS Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Leesdegebruiksaanwijzing. Houd uw handen uit de buurt van draai- ende delen. Lang haar kan verstrikt raken en ongeluk- ken veroorzaken. Houd omstanders uit de buurt. Draag oog- en gehoorbescherming. Stel het gereedschap niet bloot aan vocht. Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijkecomponenteninhetapparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten,accu‘senbatterijennegatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijninzakeoudeelektrischeenelek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijenenoudeaccu‘senbatterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrischeapparaten,accu‘senbatterijen gescheiden te worden opgeslagen en te wordeningeleverdbijeenapartinzame- lingspuntvoorhuishoudelijkafvaldatde milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het wegblazen van stof, opblazen en leeg laten lopen van opblaasbare voorwerpen met verwisselbare mondstukken al naar gelang uw wensen. Geschikt voor zowel commercieel alsthuisgebruik,bijvoorbeeldhetschoonmakenvan werkoppervlakkenenstolters,enhetopblazenvan strandspelmaterialen. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-1: Geluidsdrukniveau (L
): 90 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-1: Gebruikstoepassing: onbelaste werking Trillingsemissie (a
OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing.72 NEDERLANDS VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accustofblazer Instructie
Lees de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsorga- nen en het juiste gebruik van de stofblazer.
2. Laat in geen geval kinderen, personen met een
verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen, of gebrek aan kennis en ervaring, en personen die deze gebruiksaanwijzing niet gelezen hebben, de stofblazer gebruiken. De leeftijdvandegebruikerkanlandelijkgereglemen- teerdzijn.
3. Gebruik de stofblazer nooit in de buurt van
andere personen, met name kinderen, of huisdieren.
4. Denk eraan dat de gebruiker verantwoordelijk
is voor ongevallen en gevaren die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Voorbereidingen
1. Draag geen losse kleding of sieraden die in
de luchtinlaat gezogen kunnen worden. Houd lang haar uit de buurt van de luchtinlaten.
2. Om irritatie door stof te voorkomen, adviseren
wij u een gezichtsmasker te dragen.
3. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-
delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor- bescherming,gebruiktintoepasselijkesituaties, dragenbijtotverminderingvanpersoonlijkletsel. Gebruik in het algemeen
1. Schakel de stofblazer uit, verwijder de accu
en verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen:
- iedere keer als u de stofblazer onbeheerd achterlaat;
- iedere keer als u omschakelt van opbla- zen naar leeg laten lopen en andersom;
- voordat u de stofblazer controleert, reinigt of er werkzaamheden aan gaat verrichten;
- als de stofblazer abnormaal begint te trillen.
2. Gebruik de stofblazer alleen bij daglicht of
3. Reik niet te ver en zorg altijd voor een stevige
stand en goede lichaamsbalans.
4. Zorg ervoor dat alle koelluchtinlaten vrij zijn
5. Gebruik de stofblazer in een aanbevolen stand
en op een stevige ondergrond.
6. Gebruik het gereedschap niet met natte
7. Richt de uitgang van de slang niet op uzelf of
anderen. Voorwerpen kunnen worden weggebla- zen en letsel veroorzaken.
8. Gebruik het gereedschap niet om chemicaliën
mee te spuiten. Uw longen kunnen beschadigd raken door het inademen van giftige dampen.
9. Gebruik de stofblazer niet op hoge plaatsen.
10. Blokkeer de aanzuigopening en/of uitblaas-
- Wees voorzichtig dat de aanzuigopening of uitblaasopening niet verstopt raken met stof of vuil tijdens gebruik op een stoge plaats.
- Gebruik geen andere mondstukken dan die worden aanbevolen door Makita.
Als de stofblazer tegen een vreemd voorwerp stoot of een vreemd geluid maakt of begint te trillen, schakelt u de stofblazer onmiddellijk uit. Verwijder de accu vanaf de stofblazer en inspec- teer de stofblazer op beschadigingen voordat u de stofblazer weer start en gebruikt. Als de stofblazer beschadigd is, vraagt u uw erkende Makita-servicecentrum hem te repareren.
12. Steek geen vingers of andere voorwerpen in
de aanzuigopening of uitblaasopening.
13. Voorkom onbedoeld starten. Verzeker u ervan
dat de schakelaar in de uit-stand staat alvo- rens de accu aan te brengen of de stofblazer op te pakken of te dragen. Door de stofblazer te dragen met uw vinger op de schakelaar, of door de stofblazer op een voeding aan te slui- ten terwijl de schakelaar aan staat, neemt de kans op ongevallen sterk toe.
14. Vermijd langdurig gebruik van de stofblazer in
een zeer koude omgeving.
15. Gebruik het gereedschap niet tot voorbij de
maximumuitgangsdruk van het gereedschap. Als het gereedschap wordt gebruikt op een uitgangsdruk die hoger is dan de maximumuit- gangsdruk, kan het voorwerp of het gereedschap barsten. Bij wegblazen
1. Blaas nooit afval in de richting van
2. Richt het mondstuk nooit op iemand in de
buurt tijdens het gebruik van de stofblazer.73 NEDERLANDS
3. Blaas nooit gevaarlijke materialen weg, zoals
spijkers, stukjes glas of mesjes.
4. Gebruik de stofblazer niet in de buurt van
ontvlambare materialen. Bij opblazen en leeg laten lopen
1. Bij het opblazen van voorwerpen sluit u een
mondstuk of hulpstuk stevig aan op de luch- tinlaat. Anders kan het voorwerp, mondstuk of hulpstuk worden beschadigd en kunt u letsel oplopen.
2. Laat de luchtdruk langzaam af. Wanneer u
een mondstuk of hulpstuk verwijdert na het opblazen van een voorwerp, houdt u het voor- werp, mondstuk en hulpstuk stevig vast. Deze kunnen opspringen door de luchtdruk en letsel veroorzaken.
3. Pomp een voorwerp niet op tot voorbij de
maximumdruk van het voorwerp. Anders kan het gereedschap of voorwerp worden beschadigd en kunt u letsel oplopen.
4. Pomp alleen voorwerpen op die door de fabri-
kant bedoeld zijn om met het gereedschap te worden opgepompt, zoals etsbanden, sportballen en kleine opblaasbanden. Als andere voorwerpen worden opgepompt, kunnen deze worden beschadigd en kan letsel worden veroorzaakt.
5. Controleer tijdens het opblazen van een voor-
werp de staat van het gereedschap en voor- werp, en verzeker u ervan dat er geen luchtlek zit in het voorwerp..
6. Wees tijdens gebruik altijd voorzichtig dat u
een voorwerp niet te hard opblaast. Het voor- werpkanandersopenbarstenwaarbijschade aanhetgereedschapenpersoonlijkletselkunnen worden veroorzaakt.
7. Controleer na het oppompen van een voorwerp
de luchtdruk met behulp van een betrouwbaar en gekalibreerd meetinstrument.
8. Laat het gereedschap nooit onbeheerd achter
terwijl de slang is bevestigd aan het voorwerp of terwijl het gereedschap in werking is.
9. Gebruik het gereedschap niet als een stof-
zuiger. Door stofophoping kan het gereedschap worden beschadigd.
10. Gebruik het gereedschap niet als een
ademhalingsapparaat.
11. Gebruik uitsluitend standaardaccessoires
die zijn geleverd door Makita. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voorpersoonlijkletselopleveren. Onderhoud en opbergen
1. Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroe-
ven stevig vastgedraaid zijn om er zeker van te zijn dat de stofblazer altijd veilig kan worden gebruikt.
2. Als de onderdelen versleten of beschadigd
zijn, vervangt u deze door onderdelen geleverd door Makita.
3. Berg de stofblazer op een droge plaats op
buiten bereik van kinderen.
4. Wanneer u de stofblazer stopt voor inspectie,
onderhoud, opslag of het verwisselen van accessoires, schakelt u de stofblazer uit en verzekert u zich er eerst van dat alle bewe- gende delen volledig tot stilstand zijn geko- men en verwijdert u daarna de accu. Laat de stofblazer afkoelen voordat u enige werkzaam- heden aan de stofblazer uitvoert. Onderhoud de stofblazer zorgvuldig en houd hem schoon.
5. Wanneer u het gereedschap draagt, pakt u de
handgreep van het gereedschap vast. Pak de slang niet vast en trek er niet aan. Het gereed- schap kan worden beschadigd en letsel kan wor- den veroorzaakt.
6. Laat de stofblazer altijd eerst afkoelen voordat
7. Stel de stofblazer niet bloot aan regen. Berg de
stofblazer binnenshuis op.
8. Haal het gereedschap niet uit elkaar.
door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangings- onderdelen. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behou- denblijft.
2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het
repareren van een accu mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.74 NEDERLANDS
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voorcommercieeltransportendergelijkedoorderden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aan- zien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getrans- porteerdishetnoodzakelijkeenexpertophetgebied vangevaarlijkestoenteraadplegen.Houdutevens aanmogelijkstrengerenationaleregelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap
is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-
tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enige werkzaamheden aan het gereed- schap uit te voeren. Het mondstuk aanbrengen Lijndepasnokkenophetmondstukuitmetdever- grendelinkepingen in de vergrendelbus van het gereedschap, en duw het mondstuk daarna stevig in de vergrendelbustothetmeteenklikopzijnplaatswordt vergrendeld. Nadat u het mondstuk hebt aangebracht, probeertuhetterugtetrekkenomerzekervantezijn dathijgoedopzijnplaatsisvergrendeld. ►Fig.1: 1. Pasnokken 2. Vergrendelinkepingen
KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het mondstuk correct is aangebracht op het gereed- schap zodat de pasnokken op het mondstuk pre- cies passen in de vergrendelinkepingen van de vergrendelbus.75 NEDERLANDS Het mondstuk verwijderen Houd de voet van het mondstuk vast en roteer het in eenrichtingaangegevendoordepijlenopdevoetvan het mondstuk om het te ontgrendelen. Trek het mond- stuk van de vergrendelbus af nadat het is ontgrendeld. ►Fig.2: 1. Voet van het mondstuk 2. Vergrendelbus KENNISGEVING: Als vuil of stof vastzit op het oppervlak, kan het moeilijk zijn om het mondstuk vanaf het gereedschap te verwijderen. Houd in dat geval eerst de vergrendelbus tegen het motor- huis geschoven, en draai daarna de voet van het mondstuk om het te ontgrendelen. LET OP: Wees voorzichtig dat tijdens het verwijderen van het mondstuk uw handen niet bekneld raken tussen het achteruiteinde van de vergrendelbus en het motorhuis. De vergrendelbus schuift naar achteren in de richting van het motorhuis wanneer het mondstuk wordt ontgrendeld van de vergrendelbus. ►Fig.3: 1. Vergrendelbus 2. Motorhuis Het stofrooster aanbrengen en verwijderen
1. Draai het stofrooster op de aanzuigopening aan
de achterkant van de behuizing linksom om het stof- roosterteverwijderenvanafdebehuizing.Detwee vergrendelnokken op het stofrooster kunnen worden ontgrendelddoorzeuittelijnenmetdegeleidergroeven in de behuizing. ►Fig.4: 1. Stofrooster 2. Vergrendelnokken
3. Aanzuigopening 4. Geleidergroeven
2. Breng het stofrooster weer aan op de aanzuigope-
ning door de twee vergrendelnokken op het stofrooster uittelijnenmetdegeleidergroevenindebehuizing. Draaidaarnahetstofroosterrechtsomomhetopzijn plaats te vergrendelen. ►Fig.5: 1. Stofrooster 2. Vergrendelnokken
3. Aanzuigopening 4. Geleidergroeven
Lange mondstukken aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire Metdesetlangemondstukkenkuntustofverwijderen uitkleinegaatjesenopsmalleplaatsen.Delengtevan de mondstukken kan naar wens worden aangepast. ►Fig.6: 1. Mondstuk 13 2. Lang mondstuk R 3. Lang mondstuk F
1. Steek het lange mondstuk R vanaf de achterkant
door het luchtgat van het mondstuk 13. Steek het erdoortothetmondstuk13vastzitopzijnplaatsaande achterkant van het lange mondstuk R. ►Fig.7: 1. Mondstuk 13 2. Lang mondstuk R
2. Steek het lange mondstuk F over de punt van het
lange mondstuk R. Draai het lange mondstuk F daarna met de hand tot het grofweg vast zit en draai het ten- slotte stevig vast. ►Fig.8: 1. Lang mondstuk F 2. Lang mondstuk R
3. Lijndepasnokkenophetmondstuk13uitmet
de vergrendelinkepingen in de vergrendelbus van het gereedschap, en duw het mondstuk 13 daarna stevig indevergrendelbustothetmeteenklikopzijnplaats wordt vergrendeld. ►Fig.9: 1. Pasnok 2. Vergrendelinkeping
3. Vergrendelbus 4. Mondstuk 13 5. Lang
mondstuk R 6. Lang mondstuk F OPMERKING: Gebruik alleen het lange mondstuk R als u een kleinere mondstuklengte wilt. Gebruik zowel het lange mondstuk R als F als u een grotere mond- stuklengte wenst.
4. Omdelangemondstukkenteverwijderen,maakt
u mondstuk 13 los van de vergrendelbus van het gereedschap en maakt u vervolgens de lange mond- stukken los. Mondstukken en hulpstukken voor leeglopen aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat de mondstukken en hulpstukken voor leeglopen alleen worden aangebracht en verwijderd terwijl de leegloopslang is losgekoppeld van het gereed- schap. Als de leegloopslang reeds op het gereed- schap is aangebracht, kan het gereedschap instabiel worden en omvallen.
1. Lijndepasnokkenophetmondstukmetknijpven-
tiel uit met de vergrendelinkepingen in de vergrendel- bus van de leegloopslang, en duw het mondstuk met knijpventieldaarnastevigindevergrendelbustothet meteenklikopzijnplaatswordtvergrendeld. ►Fig.10: 1.Mondstukmetknijpventiel2. Pasnokken
Optionele rubber hulpstukken De optionele rubber hulpstukken moeten over het mondstuk heen worden aangebracht. Let erop dat u de rubber hulpstukken niet rechtstreeks aanbrengt op de leegloopslang. i Lijndepasnokkenophetmondstuk13uitmetde vergrendelinkepingen in de vergrendelbus van de leeg- loopslang, en duw het mondstuk daarna stevig in de vergrendelbustothetmeteenklikopzijnplaatswordt vergrendeld. ii Plaats een rubber hulpstuk over het mondstuk en bevestig het door het erop te duwen en te draaien. ►Fig.11: 1. Rubber hulpstukken 2. Mondstuk 13
KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het mondstuk correct is aangebracht op de leeg- loopslang zodat de pasnokken op het mondstuk precies passen in de vergrendelinkepingen van de vergrendelbus.76 NEDERLANDS
2. Draai het stofrooster op de aanzuigopening aan
de achterkant van de behuizing linksom om het stof- roosterteverwijderenvanafdebehuizing.Detwee vergrendelnokken op het stofrooster kunnen worden ontgrendelddoorzeuittelijnenmetdegeleidergroeven in de behuizing. ►Fig.12: 1. Stofrooster 2. Vergrendelnokken
3. Aanzuigopening 4. Geleidergroeven
3. Bevestig het uiteinde van de leegloopslang aan
de aanzuigopening door de twee vergrendelnokken opdeleegloopslanguittelijnenmetgeleidergroeven in de behuizing. Draai daarna de manchet achterop deleegloopslangrechtsomomhemopzijnplaatste vergrendelen. ►Fig.13: 1. Leegloopslang 2. Manchet achterop
4. Om het mondstuk en de hulpstukken voor leeg-
lopenteverwijderen,volgtudestappenvoorhetaan- brengen in de omgekeerde volgorde. KENNISGEVING: Draai altijd de manchet ach- terop de leegloopslang vast/los om de leegloop- slang op zijn plaats aan te brengen/te verwijderen. Een optioneel lter aanbrengen Optioneel accessoire Eenoptioneelhoogwaardiglter(lterC)isleverbaar om stofophoping in de motor te verminderen onder stogewerkomstandigheden.
1. Draai het stofrooster op de aanzuigopening aan
de achterkant van de behuizing linksom om het stof- roosterteverwijderenvanafdebehuizing.Detwee vergrendelnokken op het stofrooster kunnen worden ontgrendelddoorzeuittelijnenmetdegeleidergroeven in de behuizing. ►Fig.14: 1. Stofrooster 2. Vergrendelnokken
3. Aanzuigopening 4. Geleidergroeven
2. Brengeenoptioneelhoogwaardiglteraanopde
aanzuigopening door de twee vergrendelnokken op het optionelelteruittelijnenmetdegeleidergroeveninde behuizing.Draaidaarnahetoptionelelterrechtsom omhetopzijnplaatstevergrendelen. ►Fig.15: 1.Optioneelhoogwaardiglter
KENNISGEVING: Het optionele hoogwaardige lter (lter C) kan vele keren worden hergebruikt door het schoon te maken. Verwijder het stof regelmatig vanaf het lter aangezien een verstopt lter de luchtstroom kan hinderen waardoor de werking minder eciënt wordt. Was af en toe het lter in water, spoel het en laat het goed drogen in de schaduw voordat u het weer gebruikt. KENNISGEVING: Veeg, schrob of kras niet hard over een optioneel hoogwaardig lter (lter C). Zorg ervoor dat u het stof voorzichtig van het lter af schudt of blaast.
FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitge- schakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.16: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaandevoorkant vandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccuuithetgereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuitmetde groefindebehuizingenduwtudeaccuopzijnplaats.Steek deaccuzovermogelijkinhetgereedschaptotueenklikge- luid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangege- ven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als deaccunietgemakkelijkinhetgereedschapkanwor- den geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien.Deindicatorlampjesbrandengedurendeenkeleseconden. ►Fig.17: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu.77 NEDERLANDS OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap oververhit raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in die situatie het gereedschap afkoelen voordat u het gereedschap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatischenknippertdelamp.Verwijderin dat geval de accu vanaf het gereedschap en laad de accu op. Beveiliging tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te heen,wanneerhetgereedschaptijdelijkisonderbro- kenoftijdenshetgebruikisgestopt.
1. Schakel het gereedschap uit en schakel het
daarna weer in om het opnieuw te starten.
2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)
3. Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.
Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. De trekkerschakelaar gebruiken LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. LET OP: De schakelaar kan worden vergren- deld in de aan-stand ten behoeve van het gebrui- kersgemak bij langdurig gebruik. Wees voorzich- tig wanneer u het gereedschap in de aan-stand vergrendelt. LET OP: Breng de accu niet aan terwijl de trekkerschakelaar is vergrendeld in de aan-stand. LET OP: Wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt, drukt u op de trekker-vergrendelknop vanaf de kant waarop de vergrendel-markering ( ) staat om de trekkerschakelaar te vergrende- len in de uit-stand. Trekker-vergrendelknop Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingeknepen, is een trekker-vergrendelknop aan- gebracht. Om het gereedschap te starten, drukt u op de trekker-vergrendelknop vanaf de kant waarop een ontgrendel-markering ( ) staat. Om het gereedschap te vergrendelen, drukt u op de trekker-vergrendelknop vanaf de kant waarop een vergrendel-markering ( ) staat. Verzeker u ervan de trekker-vergrendelknop na elk gebruik terug te zetten in de vergrendelde stand. ►Fig.18: 1. Trekkerschakelaar 2. Trekker- vergrendelknop 3. Ontgrendel-markering
4. Vergrendel-markering
KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de trekker-vergrendelknop te ontgrendelen. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Trekkerschakelaar Hetluchtvolumekanwordengeregelddoorhetinknij- pen van de trekkerschakelaar. Het luchtvolume neemt toedoordetrekkerschakelaarharderinteknijpen.Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. ►Fig.19: 1. Trekkerschakelaar Vergrendelknop Omhetgereedschapcontinutelatenwerken,knijptu eerst de trekkerschakelaar in, drukt u daarna de ver- grendelknop in, en laat u tenslotte de trekkerschakelaar los.Omdevergrendeldestandopteheen,knijptude trekkerschakelaar helemaal in en laat u deze vervol- gens weer los. ►Fig.20: 1. Trekkerschakelaar 2. Vergrendelknop Het luchtvolume regelen Het luchtvolume kan op vier niveaus worden ingesteld, te weten: 4 (maximaal), 3 (hoog), 2 (gemiddeld) en 1 (laag),afhankelijkvandetoepassingenwerklast. Druk op de luchtvolume-instelknop om het niveau in de onderstaande volgorde te veranderen. Het niveau verandert elke keer wanneer u op de knop drukt. ►Fig.21: 1. Laag luchtvolume 2. Gemiddeld lucht- volume 3. Hoog luchtvolume 4. Maximaal luchtvolume 5. Luchtvolume-instelknop78 NEDERLANDS Tabel met luchtvolume-instellingen Luchtvolumeniveau Maximumluchtvolume 4: Maximaal 1,1 m
- Demaximumluchtvolumeszijngemetenzonder mondstukken. OPMERKING: Het luchtvolumeniveau kan wor- den veranderd voordat het gereedschap wordt ingeschakeld. OPMERKING: Het gereedschap begint te werken met de laatst gebruikte luchtvolumeniveau-instelling. De lamp inschakelen LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Om de lamp in te schakelen, voert u een van de vol- gende stappen uit.
- Knijpdetrekkerschakelaarinomdelampinte schakelen.Delampblijftbrandenzolangude trekkerschakelaar ingeknepen houdt. De lamp gaat ongeveer 10 seconden na het einde van het gebruik uit.
- Druk op de luchtvolume-instelknop. De lamp gaat na ongeveer 10 seconden uit. OPMERKING: Als de resterende acculading laag wordt, begint de lamp te knipperen. Het moment waaropdelampbegintteknipperenisafhankelijk van de temperatuur op de werkplek en de staat van de accu. ►Fig.22: 1. Trekkerschakelaar 2. Luchtvolume- instelknop 3. Lamp Ophangoog LET OP: Voordat u het gereedschap ophangt, verzekert u zich er altijd van of het ophangoog niet beschadigd is. LET OP: Gebruik de onderdelen voor ophan- gen of monteren uitsluitend waarvoor ze zijn bedoeld. Het gebruik voor onbedoelde doeleinden kanleidentoteenongevalofpersoonlijkletsel. LET OP: U moet van tevoren het nominale draagvermogen van uw gereedschapsrekken en -houders controleren. Plaats het gereedschap niet op de rekken of in de houders als het gewicht hoger is dan het draagvermogen ervan. LET OP: Verzeker u ervan dat het ophangoog stevig aan een haak hangt voordat u het loslaat. Gebruik het ophangoog bovenop de achterkant van de behuizing om het gereedschap aan een haak van een rek of houder te hangen. ►Fig.23: 1. Ophangoog 2. Haak De haak aanbrengen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Gebruik de opgang-/ bevestigingsmiddelen alleen waarvoor ze bedoeld zijn, d.w.z. ophangen aan een gereedschapsgor- del tussen werkzaamheden of tijdens pauzes. WAARSCHUWING: Wees voorzichtig dat de haak niet overbelast wordt aangezien een te hoge kracht of onregelmatige overbelasting kan leiden tot beschadiging van het gereedschap met per- soonlijk letsel tot gevolg. LET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef. Als u dit niet doet, kandehaaklosrakenentotpersoonlijkletselleiden. LET OP: Verzeker u ervan dat het gereed- schap veilig hangt voordat u het loslaat. Door onzorgvuldig of ongebalanceerd ophangen kan het gereedschaperafvallenenpersoonlijkletselworden veroorzaakt. ►Fig.24: 1. Gleuf 2. Haak 3. Schroef Dehaakishandigomhetgereedschaptijdelijkop tehangen.Dehaakkanaaniederezijkantvanhet gereedschap worden bevestigd. Om de haak te beves- tigen,steektudezeineengleufopeenzijkantenzet u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf. BEDIENING LET OP: Richt het mondstuk tijdens gebruik niet op iemand in de buurt. KENNISGEVING: Blokkeer de aanzuigopening en/of uitblaasopening niet tijdens gebruik. Blazen bij algemeen gebruik Aanbevolen mondstukken — Mondstuk 13 Maak uw werkoppervlakken schoon door stof, vuil, rommel, spanen of afval eraf te blazen. Richt het mondstuk op een gepaste afstand op opper- vlakken en zwenk het in de rondte om het materiaal er helemaal af te blazen. ►Fig.25 LET OP: Blaas nooit afval in de richting van omstanders of huisdieren. LET OP: Gebruik persoonlijke-bescher- mingsmiddelen zoals een stofmasker en oogbescherming. KENNISGEVING: Verwijder eventuele blokka- des vanaf de oppervlakken voordat u begint te blazen.79 NEDERLANDS Blazen in kleine ruimten Aanbevolen mondstukken — Mondstuk 3 Blaasinomslotenruimten,inhoekenenopplaatsenbij murenomstofteverwijderen. Richt het mondstuk recht op een gepaste afstand op de ruimtenenknijpdetrekkerschakelaarinomhetgebla- zen luchtvolume te regelen. ►Fig.26 ►Fig.27 LET OP: Houd het mondstuk op een redelijke afstand van het punt waar u naar blaast om te voorko- men dat het stof omhoog in de lucht geblazen wordt. LET OP: Gebruik persoonlijke-beschermings- middelen zoals een stofmasker en oogbescherming. KENNISGEVING: Voorkom dat de luchtventila- tieopeningen rondom de uitblaasopening worden afgedekt. Anders kunnen plotseling geluid en trillin- gen worden veroorzaakt, en kunnen de prestaties van het gereedschap worden beïnvloed. ►Fig.28: 1. Luchtventilatieopeningen
Een luchtlter schoonmaken Aanbevolen mondstukken — Mondstuk 7 Maakhetoppervlakvanltersschoondoorerlucht doorheen te blazen. Richthetmondstukopkorteafstandophetlteropper- vlak en zwenk het heen en weer om het stof van het oppervlak af te blazen. ►Fig.29 LET OP: Gebruik persoonlijke-bescher- mingsmiddelen zoals een stofmasker en oogbescherming. OPMERKING: Richt het mondstuk onder een hoek overeenkomstigdevormvanhetlterzodathetstof ergemakkelijkafkomt. Blazen in een open ruimte Aanbevolen mondstukken — Groothoekmondstuk Blaas lucht over vuil en vloeistof op een leeg oppervlak, zoals een bureaublad of een vloer, met behulp van het groothoekmondstukmetvijfgatenondereenhoekvan 120 graden. Richt het mondstuk binnen een bepaalde afstand op een groter gebied en zwenk het van voren naar achte- ren en van links naar rechts om ver en breed te blazen. ►Fig.30 LET OP: Gebruik persoonlijke-bescher- mingsmiddelen zoals een stofmasker en oogbescherming. Plastic opblaasbare voorwerpen opblazen Aanbevolen mondstukken — Mondstuk met knijpventiel — Mondstuk 13 Beschikbaar luchtvolume voor opblazen met een volledig opgeladen accu BL4025 zonder opnieuw opladen Luchtvolume- niveau Beschikbaar luchtvolume (Bij gebruik van het mondstuk met knijpventiel) Aantal plastic strandballen van ø61 cm met gelijkwaardig luchtvolume (Bij gebruik van het mondstuk met knijpventiel) 4: Maximaal 8,9 m
OPMERKING: De maximumuitgangsdruk van dit gereedschap is 20,6 kPa. (Met mondstuk 13) Blaasstrandspelmaterialen,kussensensoortgelijke plastic opblaasbare voorwerpen op met behulp van het mondstukmetknijpventiel. Blaastuinzwembaden,luchtbeddenensoortgelijke grote plastic opblaasbare voorwerpen op met behulp van het mondstuk 13. Steek het mondstuk in het ventiel van een opblaas- baarvoorwerpenknijpdetrekkerschakelaarinomhet opblazen te starten. Wanneerhetopblaasbarevoorwerpbijnavolledigopge- blazen is, laat u de trekkerschakelaar langzaam los om het luchtvolume te verlagen. Nadat de luchtstroom isgestopt,verwijdertuhetmondstukuithetventielen sluit u het ventiel. ►Fig.31 ►Fig.32 LET OP: Wees tijdens gebruik altijd voorzich- tig dat u een opblaasbaar voorwerp niet te hard opblaast. Het opblaasbare voorwerp kan anders openbarstenwaarbijschadeaanhetgereedschapen persoonlijkletselkunnenwordenveroorzaakt. LET OP: Laat het gereedschap nooit onbe- heerd achter terwijl het mondstuk is bevestigd aan het opblaasbare voorwerp of terwijl het gereedschap in werking is. LET OP: Wees erop bedacht dat een hete luchtstroom uit de luchtventilatieopening bij de versmalling van het mondstuk met knijpventiel kan komen als gevolg van luchtcirculatie.80 NEDERLANDS OPMERKING: Verzeker u ervan dat het mondstuk metknijpventielvollediginhetventielisgestoken zodatdepuntvanhetmondstukhetklepjebinnenin het ventiel openduwt. OPMERKING: Voor een opblaasbaar voorwerp met een klein ventiel steekt u de smalle punt van het mondstukmetknijpventielinhetventieltotdatde versmalling van het mondstuk tegen de rand van het ventiel aan komt. OPMERKING: Voor een opblaasbaar voorwerp met eengrootventielsteektuhetmondstukmetknijpven- tiel volledig in het ventiel zodat de punt van het mond- stukhetklepjebinneninhetventielopenduwt. ►Fig.33: 1.Klepjebinneninhetventiel2. Klein ventiel 3. Groot ventiel 4. Versmalling
5. Luchtventilatieopening
OPMERKING: Als een ventiel van een opblaasbaar voorwerp relatief kleiner is dan de punt van het mond- stukmetknijpventiel,knijptuinhetventielenmaaktu deze met de hand groter. Vervolgens propt u de punt van het mondstuk in het ventiel en houdt u deze vast. Blazen in gaten en op smalle plaatsen Optioneel accessoire Aanbevolen mondstukken — Set lange mondstukken Verwijderstofuitkleinegaatjesenopsmalleplaatsen. De lengte van de mondstukken kan naar wens worden aangepast. Bevestig de lange mondstukken R en F aan elkaar voor eengrotermondstuklengte,bijvoorbeeldomankerbout- gaten op de grond schoon te blazen. ►Fig.34 Gebruik alleen het lange mondstuk R als u een kleinere mondstuklengtewilt,bijvoorbeeldomvuiluitgatenin een muur weg te blazen. ►Fig.35 LET OP: Gebruik persoonlijke-bescher- mingsmiddelen zoals een stofmasker en oogbescherming. Blazen op smalle plaatsen Optioneel accessoire Aanbevolen mondstukken — Flexibel mondstuk 6 Blaasstofuitmoeilijkbereikbareplaatsen.Zeereectief bijhetschoonmakenvandemotorenhetverwijderen van stof uit het interieur van een auto of de behuizing van een computer. Richt het mondstuk onder een hoek binnen aanraakaf- stand en blaas heen en weer om achtergebleven stof teverwijderen.Veranderdehoekvanhetmondstuk tijdenshetblazenomgemakkelijkerdemoeilijkere stukjesvuilenstoferuitteblazen. ►Fig.36 LET OP: Gebruik persoonlijke-bescher- mingsmiddelen zoals een stofmasker en oogbescherming. KENNISGEVING: Voorkom dat de luchtventila- tieopeningen rondom het uiteinde van de exibele slang worden afgedekt. Anders kunnen plotseling geluid en trillingen worden veroorzaakt, en kunnen de prestaties van het gereedschap worden beïnvloed. ►Fig.37: 1. Luchtventilatieopeningen Plastic opblaasbare voorwerpen laten leeglopen Optioneel accessoire KENNISGEVING: Voorkom dat opblaasbare voorwerpen leeglopen onder natte en stoge omstandigheden aangezien water, stof en soort- gelijke externe substanties op oppervlakken kunnen binnendringen in de motor en schade aan het gereedschap kunnen veroorzaken. Maak opblaasbare voorwerpen eerst grondig schoon en droog voordat u ze leeg laat lopen. KENNISGEVING: Laat het gereedschap nooit onbeheerd achter tijdens het laten leeglopen van een opblaasbaar voorwerp. Als de motor continu blijft draaien nadat het leeglopen klaar is, kan dat leiden tot oververhitting. Aanbevolen mondstukken en hulpstukken — Leegloopslang — Mondstuk met knijpventiel — Rubber hulpstuk 20 - 30 — Rubber hulpstuk 65 Laat opblaasbare voorwerpen leeglopen met behulp vandejuistemondstukkenafhankelijkvanuwvoorkeu- ren en toepassingen.
1. Breng een mondstuk of rubber hulpstuk aan op de
2. Vervang het stofrooster op de aanzuigopening van
het gereedschap door de leegloopslang.
3. Steek de punt van het mondstuk in het ventiel of
plaats het hulpstuk over het ventiel van het opblaas- barevoorwerp,enknijpdetrekkerschakelaarinomhet leeglopen te starten.
4. Wanneerhetopblaasbarevoorwerpbijnavolledig
leeggelopen is, laat u de trekkerschakelaar langzaam los om het afzuigvolume te verlagen.
5. Nadatdeluchtstroomisgestopt,verwijdertuhet
mondstuk of hulpstuk uit of vanaf het ventiel en sluit u vervolgens het ventiel. Bij gebruik van het mondstuk met knijpventiel ►Fig.38 Bij gebruik van het rubber hulpstuk 20 - 30 ►Fig.39 Bij gebruik van het rubber hulpstuk 65 ►Fig.4081 NEDERLANDS ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, overig onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een door Makita erkend servicecentrum of het fabrieksservicecentrum,enaltijdmetgebruikmaking van originele Makita-vervangingsonderdelen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Schoonmaken De behuizing schoonmaken Maak de behuizing van het gereedschap regelma- tig schoon met een droge doek of een in zeepwater bevochtigde doek. De mondstukken schoonmaken Verwijdervoorennaelkgebruikdeeltjesenstofdiede openingen van mondstukken kunnen verstoppen. Het lter aanbrengen en verwijderen LET OP: Verzeker u na het schoonmaken van het lter ervan dit weer in de juiste positie aan te brengen. Maakhetlterregelmatigschoonaangezienhet gebruikvaneenverstoptlterkanleidentotslechte zuigprestaties.
1. Draai het stofrooster op de aanzuigopening aan
de achterkant van de behuizing linksom om het stof- roosterteverwijderenvanafdebehuizing.Detwee vergrendelnokken op het stofrooster kunnen worden ontgrendelddoorzeuittelijnenmetdegeleidergroeven in de behuizing. ►Fig.41: 1. Stofrooster 2. Vergrendelnokken
3. Aanzuigopening 4. Geleidergroeven
2. HaalhetrondesponslterB(grijs-zwart)uitde
aanzuigopening. ►Fig.42: 1.RondesponslterB(grijs-zwart) VerwijderniethetsponslterA(geel)datdieperinde aanzuigopeningzitomdatdezemoetblijvenzittenom de motor tegen beschadiging te beschermen. ►Fig.43: 1.SponslterA(geel)
3. Veeg en schud het stof met de hand van het ronde
sponslterBaf.Wasafentoehetlterinwater,spoel het en laat het goed drogen in de schaduw voordat u het weer gebruikt. ►Fig.44 ►Fig.45 KENNISGEVING: Na het wassen in water, droogt u het ronde sponslter B voordat u het weer aanbrengt.Eenonvoldoendegedroogdlter kan de levensduur van de motor verkorten. KENNISGEVING: Was lters nooit in een wasmachine. KENNISGEVING: Schrob of kras het lter niet met harde voorwerpen, zoals een borstel. OPMERKING:Filterverslijtennaverloopvantijd.Wij adviseren u enkele in reserve aan te houden.
4. PlaatshetrondesponslterBteruginde
aanzuigopening. ►Fig.46: 1.RondesponslterB
5. Breng het stofrooster weer aan op de aanzuigope-
ning door de twee vergrendelnokken op het stofrooster uittelijnenmetdegeleidergroevenindebehuizing. Draaidaarnahetstofroosterrechtsomomhetopzijn plaats te vergrendelen. ►Fig.47: 1. Stofrooster 2. Vergrendelnokken
3. Aanzuigopening 4. Geleidergroeven82 NEDERLANDS
PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens om reparatie te verzoeken, voert u eerst zelf een inspectie uit. Als u een probleem ondervindt dat nietindezegebruiksaanwijzingwordtbeschreven,magunietproberenhetgereedschapuitelkaartehalen. LaatreparatiesoveraaneenerkendMakita-servicecentrum,enaltijdmetgebruikmakingvanoriginele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing Motor loopt niet. De accu is niet aangebracht. Breng de accu aan. Probleem met de accu (lage spanning). Laad de accu op. Als het opladen niet helpt, ver- vangt u de accu. Deaandrijvingwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijke,erkendeservicecentrumhet gereedschap te repareren. De motor stopt na kort te hebben gedraaid. Deaccuisbijnaleeg. Laad de accu op. Als het opladen niet helpt, ver- vangt u de accu. Oververhitting. Stop met het gebruik van het gereedschap om het te laten afkoelen. Het gereedschap haalt het maxi- mumluchtvolume niet. De accu is niet goed aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Het accuvermogen neemt af. Laad de accu op. Als het opladen niet helpt, ver- vangt u de accu. Deaandrijvingwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijke,erkendeservicecentrumhet gereedschap te repareren. Abnormale trillingen: schakelonmiddellijkhetgereed- schap uit! Deaandrijvingwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijke,erkendeservicecentrumhet gereedschap te repareren. De motor kan niet stoppen: verwijderdeaccuonmiddellijk! Elektrische of elektronische storing. Verwijderdeaccuenvraaguwplaatselijkerkende servicecentrum het gereedschap te repareren. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita- product dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukkenkangevaarvoorpersoonlijkletselople- veren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitslui- tend voor de aangegeven doeleinden. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeaccessoires,neem dancontactopmethetplaatselijkeMakita-servicecentrum.
- Mondstukmetknijpventiel
Notice-Facile