Tornado 6108 HW - Tractor STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Tornado 6108 HW STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Tornado 6108 HW STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tornado 6108 HW - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tornado 6108 HW van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Tornado 6108 HW STIGA
LET OP: Vooraler de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
NO Motoren - INSTRUKJSJONSBOK
ADVARSEL: les dette bruksanvisingen noye f#r du bruker maskinen.
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik 3
3.2 Veiligheidssignalen 4
3.3 Identificatie-etiket 4
3.4 Onderdelen van de motor 4
3.5 Omgevingscondities 4
3.6 Brandstof 4
3.7 Olie 4
3.8 Luchtfilter 5
3.9 Bougies 5
4.COMMANDO'S 5
4.1 Versnellingscommando 5
4.2 Commando CHoke.. 5
5.1 Vóró ieder gebruik 5
5.2 De motor starten (koude start) 6
5.3 De motor starten (warme start) 6
5.4 Gebruik van de motor tijdens het werk....6
5.5 De motor stoppenijdens het werk.....6
5.6 De motor op het einde van de werkzaamheden stoppen 6
5.7 Reiniging en opslag 6
5.8 Langdurige inactiviteit 6
- ONDERHOUD 7
6.1 Algemeen 7
6.2 Tabel met onderhoudswerkzaamheden....7
6.3 De olie verversen 7
6.4 reiniging van het aanzuigrooster van de motor 8
6.5 Onderhoud van de luchtfilter 8
6.6 Controle en onderhoud van de bougiees....8
- IDENTIFICATIE PROBLEMEN 9
1. ALGEMENE INFORMATIE
1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:
OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de motor beschadigd of dat er schade verooorzaakt worden.
Het symbool wist op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.
1.2 REFERENCES
1.2.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze begruiksinstructies zich genummerd: 1, 2, 3, enzovoort.
De componenten aangegeven
in de afbeeldingen zich
gemarkeer met de letters A, B, C, enzovoort.
Een referentie maar het component
C in afbeelding
2 worden aangegeven met het opschrift: "Zie aflb. 2.C" of gewoon "(Afb. 2.C)".
De afbeeldingen zich indicatief.
De effectieve onderdelen
kunnen afwijken ten opzichte van de afgebeelde onderdelen.
1.2.2 Titels
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Voorbereiding" is een subtitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De referenties maar titels of paragrafen� aan aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het betreffende nummer. Voorbeeld: "hst. 2" of "par. 2.1".
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 VOORBEREIDING
Lees deze instructies aandachtig vooraleer de machine te gebruiken.
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels verooorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig gebruik.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nicht vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd�k.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed+kennen hebben op zich reactievermogen en aandacht.
Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen können overkommen.
2.2 HANDELINGEN VOORAF
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- De machine nicht gebruiken als u geen geschikte kledij draagt.
- Draag geen wijde of geschuurde kledij, sieraden of andere voorwerpen die kunnen blijven haperen; lang haar要去 opgebonden worden. Blijf op een veilige afstandijdens het opstarten.
Draag gehoorbescherming gegen het lawaai.
Werkzone / Machine
Vooraleer de motor te starten,要去 controlleren of alle commando's zich uitgeschakeld die bewegende onderdelen van de machine aansturen.
Explosiemotoren: brandstof
-
Waarschuwing: de brandstof islicht ontvlambaar. Voorzichtig hanteren! - Bewaar de brandstof algijd in geschikte recipiennent.
-
Voer het tanken of bijvullenuit met behulp van een trechter; doe dit altijd in openlucht en rook Niet tijdens het bijtanken.
- Voer het bijvullenuit vooraleer de motor aan te zetten. De dop van de tank nicht openen en Niet bijvullen wanner de motor aan staat of als die nog warm is.
- Indien er brandstof overloopt, mag u de motor Niet starten. Verwijder de machine uit de zone waar er brandstof is gemorst en neem alle sporen van gemorste brandstof op de machine of op de grond onmiddelijk weg
- Schroef de dop van de tank van de recipienten met brandstof goed aan.
Vermijd dat brandstof met kledij in contact komt. Als dit toch gebeurt,要去 u eerst andere kledij aantrekken vooraleer de motor te starten.
- Gebruik de machine nicht in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen hunnen vonden ontstaan, die stof of dampen hunnen doen ontbranden.
- Start de motor Niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchteplaatsplaatsvinden.Denk er.altijd aan dat uitlaatgassen giftig+zijn.
- Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
Gedrag
- Vooraleer reparations, reinigingen, inspecties en afstelingen uit te voeren, moet u de motor uitzetten en de kabel ban de bougie losmaken (tenzij in de instructies expliciet andere aanwijzingen worden gegeben).
- De delen van de motor Niet aanraken, waar ditijdens het gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden.
Beperkingen voor het gebruik
- De machine Niet gebruiken als de beschermingen onvoldoende zich in of als de veiligheidsvoorzieningen nicht correct geplaatst zich.
- De aanwezigige veiligheidssystemen nieduitschakelen of ermee knoeien.
- De afstelingen van de motor Niet wijzigien, en de motor Niet op een te hoog toerental brengen. Indien de motor op
een te hoog toerental draait, neemt het risico voor lichamelijke letsels toe.
- Geen startvloeistoffen of andere, analoge producten gebruiken.
- Laat de machine nicht zichwaarts overhellen zodate er brandstof uit de dop van de tank van de motor loopt.
- Laat de motor nicht zonder bougie draaien.
2.4 ONDERHOUD, OPSLAG EN TRANSPORT
Een goed onderhoud uitvoeren en de machine correct opslaan komt de veiligheid van de machine ten goede.
Defecte of versleten onderdelen moeten worden verrangen en mogen nooit gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van Niet-originele en/of nicht correct gemonteerde reserveonderdelen brengt de veiligheid van de machine in gevaar. Dit kan ongevalten en lichamelijke letsels veroorzaken en ontheft de constructeur van elke verplichting of verantwoordelijkheid.
Onderhoud
- Indien de tank moet worden leeggemaakt, moet u dit in openlucht doen wanner de motor is afgekoeld.
- Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren of er geen olie en/of brandstof lekt.
Stalling
- Laat geen brandstof in de tank als de machine in een gebouw worden opgeslagen waar de dampen van de brandstof met vrije vlammen, vonden of warmtebronnen in contact hunnen komen.
- Laat de machine eerst afkoelen vooraleer u die in een gesloten ruimte opbergt.
Transport
- Vervoer de machine met lege tank.
2.5 MILIEUBESCHERMING
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren.
- Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar
moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu hintergelaten worden maar要去 waar een container park gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijkne normen.
2.6 EMISSIES
Het verbrandingsproces genereert
giftige stoffen zoals koolmonoxide,
stikstofoxid en koolwaterstoffen.
De contrôle over deze stoffen is belangrijk odomat
ze können reageren op fotochemische smog en
dus op de directe blootstelling aan het zonlicht.
Koolmonoxide reageert Niet opdezelfde wijze
op blootstelling aan het zonlicht, maar moet
desondanks als giftig worden beschouwd.
Onze machines zijn uitgerust met emissiebeperkingssystemen voor bovengenoemde stoffen.
3. LEER DE MACHINE KENNEN
3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK
Deze machine is een explosiemotor. De motor is een toestel waarvan de prestaties, normale werking en levensduur door vele factoren worden bepaald; sommige factoren zijn externe factoren, andere zich strikt verbonden met de kwaliteit van de gezebruikte producten en met de regelmaat van het onderhoud.
Hierna worden bijkomende informatie verstrekt, aan de hand waarvan een bewuster gebruik van uw machine kan worden gemaatk.
Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zich en schade berokkenen aan personen en/of zaken.
BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of andereen oplopen.
3.1.1 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor "hobby-gebruik".
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Op de machine staan verschillende symbolen. Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij要去 aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:

LET OP! De uitlaat kan erg heet+zijn. Niet aanraken.

LET OP! Vul olie bij tot aan het «MAX»-niveau. Niet bijvullen voor bijt het «MAX»-niveau.
3.3 IDENTIFICATIE-ETIKET
Schrijf het serialummer (S/n) van uw machine op in de voorziene ruimte van het etiket dat u op dechterkant van de omslag vindt.
3.4 ONDERDELEN VAN DE MOTOR
De machine bestaat uit de volgende belangrijkste onderdelen (afb. 1).
A. Olievuldop met peilstok
B. Olieaftap-verlengstuk
C. Carburator
D. Afdekking van de luchtfilter
E. Bougiekappe
F. Serienummer van de motor
De werking van een viertakt verbrandingsmotor worden beinvloed door:
a) Temperatuur:
-
Als bij lage temperatuur gewerkt worden, kunden er zich moeilijkheden bij een koude start voordoen.
-
Als bij erg hoge temperatuur gewerkt,\ wordt+kunnen er zich moeilijkheden bij\ een warme start voordoen veroorzaakt\ door de verdamping van de brandstof in\ het bakje van de carburator of in de pomp.
-In ieder geval moet het soort olie aangepast worden aan de gebruikstemperatuur.
b) Hoogte:
- Het maximale vermogen van een verbrandingsmotor neemt progressief af naarmate de hoogte boven de zeespiegel groter worden.
Wanner de hoogte aanzienlijk toeneemt, moet ukaarom de belasting
op de machine verminderen en bijzonder zware werkzaamheden vermijden.
3.6 BRANDSTOF
De goede kwaliteit van de brandstof is onontbeerlijk voor de correcte werkking van de motor.
De brandstof moet aan de volgende vereisten voldoen:
a) Gebruik reine, verse brandstof zonder lood, met minimum 90 octaan;
b) Gebruik geen brandstof met een ethanolgehalte van meer dan 10%
c) Voeg geen olie bij;
d) Gebruik een stabilisator om het carburatiesysteme te beschermen gegen de vorming van harsafzettingen.
Het gebruik van Niet toegestane brandstof leidt tot beschadiging van de onderdelen van de motor en tot verval van de garantie.
OPMERKING Gebruik uitsluitend de brandstof die in de tabel met technische gegevens is aangegeven. Gebruik geen andere soorten brandstof. U mag wel ecologische brandstoffen gebruiken, zoals alkylaatbenzine. De samenstelling van deze benzine heeft minder invloed op mensen en het milieu. Er zichen geen negatieve effecten gesignaleerd die met het gebruik hiervan in verband kan worden gebracht. In de handel bestaan erECHter soorten alkylaatbenzine, waardoor wij geen nauwkeurige aanwijzingen hunnen verstrekken wat betreft het gebruik ervan.
3.7 OLIE
Gebruik alkijd olie van goede kwaliteit, en kies de gradatie in functies van de gebruikstemperatuur.
- Gebruik alleen detergentolie met een kwaliteit van minstens SF-SG.
- Kies de SAE-viscositeitsgraad op basis van de tabel met technische gevevens.
- Het gebruik van multigraad olie kan een groter verbruik in de warme periodes met zich meebrengen, het oliepeil要去 dan vaker gecontroleerd worden.
- Meng geen oliesoorten van verschillende merken of met verschillende kenmerken.
- Het gebruik van SAE 30 olie bij temperaturen onder +5^ kan schade aan de motor aanrichten doordat de smering Niet voldoende is.
3.8 LUCHTFILTER
De efficiente van de luchtfilter is crucial om te voorkomen dat de motor restjes en stofdeeltjes aanzuigt die er de prestaties en levensduur van zullen verminderen.
- Zorg er voor dat het filtrelement vrij van restjes blijt en.altijd perfect efficien is (par. 6.5).
- Indien nodig要去 het filterelementervangen door een origineelreservenderdeel Niet-compatibleelfilterelementen kuren de efficientie en de levensduur van de motor aantasten.
- Start de motor nooit wanner het filtrerelement Niet correct gemonteerd is.
3.9 BOUGIES
De bougies voor verbrandingsmotoren zichniet allemaalgelijk.
- Gebruik alleen bougies van het aangegeven type, voorzien van de juiste thermische gradatie.
- Let op de lenghte van het draadje; een te lang draadje kan de motor onherstelbaar beschadigen.
- Controller of de elektroden schoon zijn en de juiste tussenafstand hebben (par. 6.6).
4. COMMANDO'S
4.1 VERSNELLINGSCOMMANDO
Stelt het aantal toeren van de motor af. Het op de machine gemonteerde versnellingscommando (gewoonlijk een gashendel) is met een kabel verbonden met de motor.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van de machine voor het herkennen van de gashendel en de standen ervan, die gewoonlijk met symbolen worden aangegeven, als volgt:
- FAST= overeenkomstig de maximale snelheid; voor gebruikijdens het werk.
- SLOW=overeenkomstig de minimale snelheid.
4.2 COMMANDO CHoke
Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de machine om het commando Choke te identificeren.
Dit commando veroorzaakt een verrijking van het mengsel, en mag alleen worden gebruikt voor de tijsdsduur die strikt noodzakelijk is bij een koude start.
Het Beste is om telkens een aantal controles te verrachten voordat de motor worden gebruikt, om een goede werkig te garanderen.
5.1.1 Controle van het oliepeil
- Zet de machine horizontal.
- Reinig de zone rond de vuldop.
- Schroef de dop (afb. 2.A) los, reinig het uiteinde van de peilstok (afb. 2.B) en steek die in de olie met de dop rustend op de opening, zoals afgebeeld, zonder hem aan te schroeven:
- Neem de dop met de peilstok opnieweig en controller et het oliepeil tussen detwee streepjes «MIN» en «MAX» staat.
- Indien nodig bijvullen met olie vandezelfde soort tot aan het MAX -niveau, let erop dat u geen olie naast de vuldop morst
- Schroef de dop (afb. 2.A) waar volledig vast en verwijder elk spoor van eventueel gemorste olie.
OPMERKING Vul geleidelijk bij doorkleine
hoeveelheden olie toe te voegen en controllerer
telkens het bereekte niveau.
Niet bijvullen tot over het «MAX»-niveau Een te
hoog peel kan volgende problemen veroorzaken:
- rook bij de uitlaat;
- verzuipen van de bougie of van de luchtfilter, waardoor de motor moeilijk start.
OPMERKING Houdt u aan de aanwijzingen in de tabel met technische gegevens voor de te gebruiken soort olie.
5.1.2 Controle van de luchtfilter
De efficientre van de luchtfilter is een moodzakelijk conditie voor de correcte werkking van de motor; start de motor Niet wanner het filtrelement ontbreekt of stuk is.
- Reinig de zone rondon het deksel (afb. 3.A) van de filter.
-
Open het deksel (afb. 3.A) door het verdraaien van de openingsknop (afb. 3.B).
-
Controller de staat van het filtrelement (afb. 3.C), dat intact, schoon en in perfect werkende staat要去en; zo Niet, dan要去 het onderhonden of verrangen (par. 6.5).
- Sluit het deksel door het verdraaien van de openingsknop (afb. 3.A).
5.1.3 Brandstof bijvullen
De handelingen om brandstof bij te vullen staan beschreiben in de handleiding van de machine en worden hier alleen vermeld. Om brandstof bij te vullen:
- Draait u de brandstofdop los die u verwijdert.
- Plaats de trechter in de opening.
- Vul de brandstof bij en verwijder de trechter.
- Schroef de dop van het brandstofreservoir na het bijvullen goed zich en reinig eventuelelekken.
BELANGRIJK Vermijd om brandstof te gieten op de plastic onderdelen van de motor of van de machine om schade aan deze delen te vermijden; reinig onmiddelijk alle sporen van eventueel gemorste brandstof. De garantie.Dekt geen schade aan plastic onderdelenveroorzaakt door brandstof.
5.1.4 Bougiekapjes
Breng de kapjes (afb. 4.A) van de kabels stevig aan op de bougies (afb. 4.B), en zorg er voor dat er in de kapjes en op de bevestigingspunten van de bougies geen sporen van vuil zich.
5.2 DE MOTOR STARTEN (KOUDE START)
Het opstarten van de motor要去plaatsvinden volgens de werkwijzen aangegeven in de handleiding van de machine; zorg er.altijd voor om alle inrichtingen (indien voorzien) los te koppelen die de machine hunen doeen vooruitgaan of de motor hunen doeen stoppen.
- Open het brandstofkraantje op de machine;
- Schakel het choke-commando in;
- Zet de gashendel in de «FAST» stand;
- Activeer de contactsleutel zoals aangegeven in de gebruikershandleiding van de machine.
Na een pau seconden schakelt u het choke-commando uit.
5.3 DE MOTOR STARTEN (WARME START)
- Zet de gashendel in de «FAST» stand;
- Activeer de contactsleutel zoals aangegeven in de gebruikershandleiding van de machine.
5.4 GEBRUIK VAN DE MOTOR TIJDENS HET WERK
Voor een optimale efficiente en maximale prestaties van de motor要去 u hem op het maximale toerental gebruiken. Hiervoor zet u de gashendel in de «FAST» stand.
BELANGRIJK Werk Niet op hellingen van meer dan 20^ om de correcte werkig van de motor Niet aan te tasten.
5.5 DE MOTOR STOPPEN Tijdens HET WERK
- Zet de gashendel in de stand «SLOW».
- Laat de motor ten minste 15-20 seconden lang stationair draaien.
- Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de handleiding van de machine.
5.6 DE MOTOR OP HET EINDE VAN DE WERKZAAMHEDEN STOPPEN
- Zet de gashendel in de stand «SLOW».
- Laat de motor ten minste 15-20 seconden lang stationair draaien.
- Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de handleiding van de machine.
- Wanner de motor is afgekoeld, verwijdert u de kapjes (afb. 4.A) van de bougies en verwijdert u de contactsleutel (indien voorzien).
- Verwijder resten van de motor en in het bijzonder van de zone van de uitlaatdemper, om brandgevaar te vermijden.
5.7 REINIGING EN OPSLAG
- Gebruik geen waterstralen of hagedrukreinigers om de buitenkant van de motor schoon te make.
- Gebruik bij voorkeur een persluchtpistol (max. 6 bar) maar vermijd dat er resten en stof binnendringen.
Stal de machine (met de motor) op een droge, voldoende geventileerde plaats beschermd gegen weersomstandigheden.
5.8 LANGDURIGE INACTIVITEIT
Indien u voorziet dat de motor langer dan 30\ dagen Niet gebruikt za worden (bijvoorbeeld\ op het einde van het seizoen), moet u enkele\ voorzorgen nemen zodate de motor daarna zonder\ problemen opnieuw in Dienst kan worden gesteld.
Maak de brandstoftank leeg om te vermijden dat er zich bezinksel vormt. Hiertoe schroeft u de dop (afb. 5.A) van de beker van de
carburator los en vangt alle brandstof in een geschikt recipient op. Daarna moet u er aan denken om de dop (afb. 5.A) opniew aan te schroeven en stevig vast te zetten.
- Verwijder de bougies en giet circa 3 cl zuivere motorolie in de gaten van de bougies; cervolgens houdt u de gaten zich met een oude lap en LAST u de startmotor kort draaien om de motor eenpeer omwentelingentei laten make n en de olie te verspreiden over het binnenoppervlak van de cilinder. Monteer dan de bougies terug, zonderECHTER DE Bougiekapjes aan te brengen.
6. ONDERHOUD
Elke poging om aan het emissiebeperkingssysteme te knoeien kan het emissieniveau tot boven de wettelijkke limiet verhogen. Hieronder worden verstaan het verwijderen of wijdigen van onderdelen zoals het inlaatsystem, het brandstofsystemen het uitlaatsystem.
6.1 ALGEMEEN
Deveiligheidsnormen die u tijdens de onderhoudswerkzaamheden moet volgen,staan beschreiben in par.2.4.
Alle controls en onderhoudsinterventions要去en uitgevoerd worden terwijl de machine stilligt en de motor uit staat. Koppel de bougies los en lees de betreffende instructies voordat u met enig reinigings- of onderhoudswerk begint. Trek geschikte kledij, handschoenen en een veiligheidsbril aan vooraleer onderhoudsinterventions uit te voeren.
- De frequents en de aard van de interventions zijn samengevat in de "Tabel met onderhoudswerkzaamheden".
- Het gebruik van Niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werkung en deeiligkeit van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde Dienstcentra en wederverkopers.
BELANGRIJK Alle handelingen voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handlediging staan beschreiben,要去en door uw verkoper of door een gespecialiseerd centrum worden uitgevoerd.
6.2 TABEL MET ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN
BELANGRIJK Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de machine om de onderhoudswerkzaamheden uit te voeren die in de onderstaande tabel staan beschreiben.
BELANGRIJK Maak hem vaker schoon bij gebruik onder zware omstandigheden of wanner de lucht sterk verontreinigd is.
OPMERKING Bij gebruik van de machine op verzier stoffige ondergronden要去en de filters vaker worden schoongemaakt / verrangen.
| Handeling | Na de eerste 5 werkuren | Om de 5 werkuren of naleder gebruik | ledere 50 werkuren of op het einde van het seizoen | ledere 100 werkuren |
| Controle van het oliepeil (par. 5.1.1) | -✓ | -- | ||
| Verversing van de olie1 (par. 6.3) | ✓ | -✓ | ||
| Reiniging van het aanzuigrooster van de motor (par. 6.4) | -✓ | -- | ||
| Controle en reiniging van de luchtfilter2 (par. 6.5) | -✓ | -- | ||
| Vervangting van de luchtfilter | - | - | ✓ | - |
| Controle van debougie (par. 6.6) | -- | ✓- | ||
| Bougie verrangen (par. 6.6) | -- | -✓ | ||
| Controle brandstofffilter3 | -- | -✓ |
1 Vervang de olie iedere 25 uu r als de motor volledig belast of bij hoge temperaturen werkt.
Maak de luchtfilter vaker schoon als demachine in stoffige zones werkt.
3 Moet in een gespecialiseerd centrum worden gedaan.
6.3 DE OLIE VERVERSEN
Houdt u aan de aanwijzingen in de tabel met technische gegevens voor de te gebruiken soort olie.
Laat de olie af verwijl de motor nog warm is, maar let erop de hete onderdelen van de motor of de afgelaten olie Niet aan te raken.
Tenzij anders aangegeven in de gebruikershandleiding van de machine要去 u voor het verrangen van de olie:
- Plaats de machine op een vlakke oppervlakte.
- Een opvangbak onder de verlengpijp zetten (afb. 6.A).
- Op de splitpen drukken (afb. 6.B);
- De verlengpijp loshaken van de steun en omlaag brengen;
- De verlengpijp verbuigen en de olie in een geschikte bak lately lopen;
- De verlengpijp (afb. 6.A) waar vasthaken aan de steun (afb. 6.C) voordat u de olie weeoor bijvult.
- Reinig eventuele olielekken.
6.4 REINIGING VAN HET AANZUIGROOSTER VAN DE MOTOR
Het aanzuigrooster moet worden schoongemaaakt als de motor koud is.
- Verwijder met behulp van een straal perslucht (afb. 7.A) vuil of verontreinigungen die brand zouden können veroorzaken uit het inlaatrooster van de motor.
Zorg ervoor dat de luchtinlaten nicht verstoptল (afb.7.A).
Maak de plastic delen schoon met een spons (afb. 7.B) gedrenkt in water en schoonmaakmiddel.
6.5 ONDERHOUD VAN DE LUCHTFILTER
- Reinig de zone rondon het deksel (afb. 8.A) van de filter.
- Open het deksel (afb. 8.A) door het losdraaien van de openingsknop (afb. 8.B).
- Verwijder het filtrelement (afb. 8.C + 8.D).
-
Verwijder het sponzen voorfilter (afb. 8.D)uit de patroon (afb. 8.C).
-
Klop de patroon (afb. 8.C) op een stevige ondergrond en blaas hem met perslucht van binnenuit door om stof en vuil te verwijdersen.
- Was het sponzen voorfilter (afb. 8.D) met water en reinigingsmiddel en LAST het drogen in de lucht.
BELANGRIJK Gebruik geen water, benzine, schoonmaakmiddelen of andere hulpmiddelen om de patroon mee te reinigen.
BELANGRIJK Het sponzen voorfilter (afb. 8.D) mag NIET geolied worden.
- Verwijder stof en vuil uit de binnenkant van het filterhuis (afb. 8.E) waar bij u het aanzuigkanaal moet afsluiten met een lap (afb. 8.F) om te voorkomen dat het de motor binnendringt.
- Verwijder de lap (afb. 8.F), zet het filtrerelement (afb. 8.D + 8.C) in zijn behuizing enplaats het deksel terug (afb. 8.A).
6.6 CONTROLE EN ONDERHOUD VAN DE BOUGIES
- Verwijder de bougies (afb. 9.A) met een pijpsleutel (afb. 9.B).
- Reinig de elektroden (afb. 9.C) met een metalen borstel om eventuele koolstofaanslag weg te nemen.
- Controller de correcte aufstand tessen de elektroden (0,6 - 0,8mm) met een diktemeter (afb.9.D).
- Plaats de bougies (afb. 9.A) terug en draai ze met een pijpsleutel goed vast (afb. 9.B).
Vervang de bougies als de elektronen verbrand zichn of als het porselein kapot of gebarsten is.
Brandgevaar! De startinstallatie Niet controeren als de bougie nicht in+zijn zitting aangeschroefd is.
BELANGRIJK Gebruik uitsluitend bougies van het aangegeven type (zie Tabel met technische gegevens).
7. IDENTIFICATIE PROBLEMEN
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING | ||
| 1. Startmoeilijkheden | Geen brandstof Controller en bijvullen | (hst. 5.1.3) |
| Oude brandstof en bezinksel in de tank | Maak de tank leeg en giet verse brandstof erin | |
| Onjuiste startprocedure | Voer het opstarten correct uit (par. 5.2 en par. 5.3) | |
| Losgekoppelde bougies | Controller of de bougiekapjes goed zicha aangebracht (par. 5.1.4) | |
| Natte bougies of elektroden van de bougies vuil of met verkeerde afstanden | Controlleren (par. 6.6) | |
| Verstopte luchtfilter Controller en reingen | (nap. 6.5) | |
| Olie Niet geschikt voor het seizedoen Vervang door geschikte olie (par. 6.3) | ||
| Verdamping van de brandstof in de carburator (vapor lock) wegens te hove temperaturen | Wacht enkele minutes en probeer daarna om opnieuw te starten (par. 5.3) | |
| Verbrandingsproblemen | Neem contact op met een erkend servicecentrum | |
| Startproblemen | Neem contact op met een erkend servicecentrum | |
| 2. Onregelmatige werkinq. | Elektroden van de bougies vuil of met verkeerde afstanden | Controlleren (par. 6.6) |
| Bougiekapjes Niet goed aangebracht | Controller of de bougiekapjes goed stevig zicha aangebracht (par. 5.1.4) | |
| Verstopte luchtfilter Controlleren en reingen | (nap. 6.5) | |
| Verbrandingsproblemen | Neem contact op met een erkend servicecentrum | |
| Startproblemen | Neem contact op met een erkend servicecentrum | |
| 3. Vermogenverlies tijdens het werken | Verstopte luchtfilter Controlleren en reingen | (nap. 6.5) |
| Verbrandingsproblemen | Neem contact op met een erkend servicecentrum | |
Mochten de problemen aanhouden na de toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
Echipamente individuale de protectie (EIP)
- Nuutilizati masina fara imbracaminte adecvara.
- Nuutilizati imbracaminte larga,snururi, bijuterii sau alte obiecte care pot ramane agata;legati paurul lung si pastra distanta de siguranta in tampul pornirii.
Utilizati cesti de protectie impotrivazgomotului.
Zona de lucru / Masina
- Inainte de pornirea motorului, asigurati-và cà aṭi deconnectat toate comenzile de actionare a organelor in miscare ale masinii.
Motoare cu combustie: carburant
NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandelieiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht – Elke Niet-geauthoriserde reproductie of wijziging, ook gedeellijke, van het document is verboden.