METABO KGSV 72 Xact SYM - Zaag

KGSV 72 Xact SYM - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KGSV 72 Xact SYM METABO in PDF-formaat.

📄 124 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs 🖨️ Afdrukken
Notice METABO KGSV 72 Xact SYM - page 27
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METABO

Model : KGSV 72 Xact SYM

Categorie : Zaag

SKIP

Veelgestelde vragen - KGSV 72 Xact SYM METABO

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGSV 72 Xact SYM - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGSV 72 Xact SYM van het merk METABO.

GEBRUIKSAANWIJZING KGSV 72 Xact SYM METABO

Originele gebruikershandleiding

1. Conformiteitsverklaring

3. Algemene veiligheidsinstructies

6. Plaatsen en transport

7. Het apparaat gedetailleerd

10. Service en onderhoud

Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze kap- en verstekzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). technische documentatie bij *4) - zie pagina 4. De verstekafkortzaag is geschikt voor het zagen in de lengte en breedte, voor schuine snedes, versteksnedes evenals voor dubbele versteksnedes. Bovendien kunnen er groeven mee worden gemaakt. Er mogen uitsluitend materialen worden bewerkt, waarvoor het dienovereenkomstige zaagblad geschikt is (zie hoofdstuk 12. Toebehoren voor toegestane zaagbladen). De toegestane afmetingen van de werkstukken moeten in acht worden genomen (zie hoofdstuk

16. Technische gegevens).

Werkstukken met ronde of onregelmatige doorsnede (zoals bijvoorbeeld brandhout) mogen niet worden gezaagd, omdat ze niet goed vastgehouden kunnen worden tijdens het zagen. Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschikte hulpgeleider gebruikt worden om een veilige geleiding te garanderen. Iedere andere toepassing is niet volgens de voorschriften. Door onreglementair gebruik, veranderingen aan het apparaat of door gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gekeurd en vrijgegeven zijn, kunnen niet te voorziene beschadigingen ontstaan! Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of ongevallenpreventievoorschriften in acht. Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool! WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico van letsel te verminderen. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door. Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Als de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht worden genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik!

3.1 Veiligheid op de werkplek

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kuntu de controle over het gereedschap verliezen.

3.2 Elektrische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de aansluitleiding niet voor een verkeerd doel, om het elektrisch gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de aansluitleiding uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende apparaatdelen. Beschadigde of in de war geraakte aansluitleidingen vergroten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengsnoeren te gebruiken die voor gebruik buitenshuis geschikt zijn. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer beperkt het risico van een elektrische schok. f) Wanneer het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving te gebruiken, maak dan gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar beperkt het risico van een elektrische schok.

3.3 Veiligheid van personen

a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van elektrisch gereedschap kan tot ernstig letsel leiden. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico op letsel. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Verzeker u ervan dat het elektrisch gereedschap uitgeschakeld is voordat u het op de stroomvoorziening aansluit, het oppakt of het draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Gereedschap of sleutels in een draaiend deel van het apparaat kunnen tot letsel leiden. e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan het gevaar door stof verminderen. h) Waan uzelf niet ten onrechte veilig en vergeet niet de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap in acht te nemen, ook al bent u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap. Onvoorzichtig te werk gaan kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.

3.4 Gebruik van en omgang met het

elektrisch gereedschap a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereedschap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrisch gereedschap. d) Bewaar elektrisch gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten bereik van kinderen. Laat het apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt. e) Verzorg het elektrisch gereedschap en toebehoren zorgvuldig. Controleer of bewegende delen correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrisch gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschap enz. volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. h) Zorg ervoor dat grepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet zijn. Gladde grepen en grijpvlakken maken een veilige bediening en de controle van het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.

a) Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft.

3.6 Overige veiligheidsinstructies

– Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met technische basiskennis in de omgang met apparaten zoals het hier beschreven apparaat. Wanneer u geen enkele ervaring heeft met dergelijke apparaten, moet u eerst een beroep doen op de hulp van ervaren personen. Inhoudsopgave

1. Conformiteitsverklaring

veiligheidsinstructiesNEDERLANDSnl

– De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat, omdat de gebruiksaanwijzing niet in acht werd genomen. De informatie in deze gebruikershandleiding is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok. Intrekgevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kleding. Let op! Waarschuwing voor materiële scha- de. Aanwijzing: Aanvullende informatie. Veiligheidsvoorschriften voor kap- en verstekzagen a) Kap- en verstekzagen zijn bestemd voor het snijden van hout en houtachtige producten; zij kunnen niet worden gebruikt voor het snijden van ijzer zoals staven, stangen, schroeven etc. Slijpstof leidt tot het blokkeren van bewegende delen zoals de onderste beschermkap. Vonken van het zagen verbranden de onderste beschermkap, de toevoerplaat en andere kunststof onderdelen. b) Fixeer het werkstuk indien mogelijk met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd op een afstand van tenminste 100 mm van iedere kant van het zaagblad houden. Gebruik de zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om ze vast te zetten of met de hand vast te houden. Als uw hand zich te dicht bij het zaagblad bevindt, bestaat een verhoogd letselrisico door contact met het zaagblad. Niet aan de zijkant, waar de zaagkop naar toe wordt geneigd, vasthouden. Houd uw handen niet gekruist. c) Het werkstuk moet onbeweeglijk zijn en of vastgeklemd of tegen de aanslag en de tafel worden gedrukt. Schuif het werkstuk niet in het zaagblad, en zaag nooit zonder het vast te zetten. Losse of bewegende werkstukken kunnen met hoge snelheid eruit worden geslingerd en tot letsel leiden. d) Schuif de zaag door het werkstuk. Voorkom dat u de zaag door het werkstuk trekt. Voor een zaagsnede tilt u de zaagkop op en trekt u hem zonder te zagen over het werkstuk. Vervolgens schakelt u de motor aan, zwenkt u de zaagkop naar beneden en drukt u de zaag door het werkstuk. Als u de zaag door het werkstuk trekt, bestaat het gevaar dat het zaagblad langs het werkstuk omhoog klimt en de zaagbladeenheid met geweld in richting van de bediener wordt geslingerd. e) Beweeg nooit uw hand boven de beoogde zaaglijn, niet voor en ook niet achter het zaagblad. Het vasthouden van het werkstuk "met gekruiste handen", d.w.z. het vasthouden van het werkstuk rechts van het zaagblad met de linker hand of omgekeerd is zeer gevaarlijk. f) Pak bij een draaiend zaagblad nooit achter de aanslag. Onderschrijd nooit een veiligheidsafstand van 100 mm tussen hand en draaiend zaagblad (geldt aan beide zijden van het zaagblad, bijv. bij het verwijderen van houtafval). De nabijheid van het draaiende zaagblad tot uw hand is mogelijk niet herkenbaar en u kunt zwaar letsel oplopen. g) Controleer het werkstuk voor het zagen. Als het werkstuk gebogen of vervormd is, spant u het met de naar buiten gekromde kant richting de aanslag. Zorg er altijd voor, dat zich langs de zaaglijn geen spleet tussen werkstuk, aanslag en tafel is. Gebogen en vervormde werkstukken kunnen zich draaien of verplaatsen en het vastklemmen van het draaiende zaagblad tijdens het zagen veroorzaken. Er mogen zich geen nagels of vreemde voorwerpen in het werkstuk bevinden. h) Gebruik de zaag pas als er zich geen gereedschap, houtafval etc. meer op de tafel bevindt; alleen het werkstuk mag zich op de tafel bevinden. Klein afval, losse houtstukken of andere voorwerpen, die in contact komen met het draaiende blad, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd.

i) Zaag nooit meerdere werkstukken tegelijk.

Meerdere gestapelde werkstukken kunnen niet goed worden gespannen of vastgehouden en kunnen tijdens het zagen het vastlopen van het blad veroorzaken. j) Zorg ervoor dat de verstekafkortzaag voor gebruik op een vlakke, stevige ondergrond staat. Een vlakke en stevige ondergrond vermindert het gevaar, dat de verstekafkortzaag instabiel wordt. k) Plan uw werkzaamheden. Let er iedere keer als u de hoek van het zaagblad of de verstekhoek veranderd op, dat de instelbare aanslag juist geplaatst is en het werkstuk ondersteund, zonder met het blad of de beschermkap in contact te komen. Zonder de machine in te schakelen en zonder werkstuk op de tafel dient een volledige zaagbeweging van zaagblad te worden gesimuleerd om ervoor te zorgen, dat er geen sprake is van beperkingen of het gevaar dat in de aanslag wordt gezaagd. l) Zorg er bij werkstukken, die breder of langer dan het tafelblad zijn voor, dat ze goed worden ondersteund, bijv. door een tafelverlenging of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder dan de tafel van de verstekafkortzaag zijn, kunnen kantelen als ze niet goed worden ondersteund. Als een afgezaagd stuk hout of het werkstuk kantelt, kan het de onderste beschermkap optillen of ongecontroleerd door het draaiende blad worden weggeslingerd. m) Laat u niet door andere personen als vervanging voor een tafelverlenging of als extra ondersteuning helpen. Een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan tot vastklemmen van het blad leiden. Ook kan het werkstuk tijden het zagen verschuiven en u en uw hulp in het draaiende blad trekken. n) Het afgezaagde stuk mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Als er weinig ruimte is, bijv. bij het gebruik van lange geleidingen, kan het afgezaagde stuk klem komen te zitten samen met het blad en met geweld worden weggeslingerd. o) Gebruik altijd een klem of een geschikte installatie om rond materiaal zoals stangen of buizen correct te ondersteunen. Stangen hebben de neiging tijdens het zagen weg te rollen waardoor het blad zich "vast bijt" en het werkstuk met uw hand in het blad kan worden getrokken. p) Laat het blad eerst zijn volle snelheid bereiken voordat u het werkstuk zaagt. Dit vermindert het risico dat het werkstuk wordt weggeslingerd. q) Als het werkstuk vast wordt geklemd of het blad blokkeert, dient u de verstekafkortzaag uit te schakelen. Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder vervolgens het vastgelopen materiaal. Als u bij dergelijke blokkeringen verder zaagt, kunt u de controle verliezen of kan de verstekafkortzaag beschadigd raken. r) Laat na het zagen de schakelaar los, houd de zaagkop beneden en wacht totdat het zaagblad stil staat, voordat u het afgezaagde stuk verwijderd. Het is zeer gevaarlijk met de hand in de buurt van het draaiende blad te komen.

4.1 Overige veiligheidsinstructies

Neem de bijzondere veiligheidsinstructies in de betreffende hoofdstukken in acht. Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of ongevallenpreventievoorschriften in acht. Algemeen gevaar! Houd rekening met omgevingsinvloeden. Gebruik geschikte oppervlakken voor het zagen van lange werkstukken. Deze machine mag uitsluitend door personen die met dergelijke machines bekend zijn en zich de gevaren bij het werken steeds bewust zijn, in bedrijf gesteld en gebruikt worden. Personen beneden de 18 jaar mogen dit apparaat slechts bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar. Let erop dat zich geen onbevoegde personen, vooral geen kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere personen het apparaat of het snoer aanraken. Vermijd het oververhitten van de zaagtanden. Vermijd bij het zagen van kunststoffen dat de kunststof smelt. Gevaar voor verwondingen en kneuzingen aan bewegende delen! Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen. Houd steeds voldoende afstand van het zaagblad. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand tot aangedreven onderdelen. Wacht tot het zaagblad stilstaat, alvorens kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik te verwijderen. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Gebruik een spaninrichting of een bankschroef om het werkstuk vast te zetten. Het kan hierdoor beter worden vastgehouden als met de hand. Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken. Voor iedere instelling, onderhoud of reparatie dient u de stekker eruit te trekken. Als het apparaat niet wordt gebruikt, dient u de stekker eruit te trekken. Gevaar voor snijwonden ook bij stilstaand snijgereedschap! Draag veiligheidshandschoenen als u snijgereedschap moet vervangen. Bewaar de zaagbladen zo dat niemand zich eraan kan verwonden. Gevaar voor terugslag van de zaagkop (zaagblad blijft in het werkstuk steken en de zaagkop slaat plotseling omhoog)! Kies een voor het te snijden materiaal geschikt zaagblad. Houd de handgreep goed vast. Op het moment waarop het zaagblad insteekt in het werkstuk is het risico op terugslag bijzonder groot. Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wanden uitsluitend zaagbladen met fijne vertanding. Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn. Botte zaagbladen moeten onmiddellijk vervangen worden. Er bestaat een verhoogd risico op terugslag als een botte zaagtand in het oppervlak van het werkstuk vast blijft zitten. Zet het werkstuk niet "op z’n kant". Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld nagels of schroeven). Zaag nooit meerdere stukken in één keer – ook geen bundels die uit diverse afzonderlijke stukken bestaan. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als afzonderlijke stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen. Vermijd bij het maken van groeven zijdelingse druk op het zaagblad – gebruik een spaninrichting. Intrekgevaar! Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kleding door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen stropdassen, geen handschoenen, geen kleding met wijde mouwen dragen; bij lang haar moet absoluut een haarnet worden gedragen).

Zaag nooit werkstukken waaraan touwen, snoeren, banden, kabels of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten. Gevaar door onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen! Draag gehoorbescherming. Draag een veiligheidsbril. Draag een stofmasker. Draag geschikte werkkleding. Draag slipvast schoeisel. Draag de handschoenen bij de omgang met zaagbladen en ruwe gereedschappen. Draag de zaagbladen in een container. Gevaar door zaagsel! Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de in hoofdstuk 16. genoemde waarden. De stofbelasting verminderen: WAARSCHUWING - Sommige stofdeeltjes die worden geproduceerd bij het schuren, zagen, slijpen, boren en ander werk bevatten chemicaliën waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van deze chemicaliën zijn: - lood van gelode verf, - mineraalstof van bakstenen, cement en andere metselwerkmaterialen, en - arseen en chroom uit chemisch behandeld hout. Het risico dat u hierbij loopt varieert, afhankelijk van hoe vaak u met dit soort werk bezig bent. Om de blootstelling aan deze chemicaliën te verminderen: Werk in een goed geventileerde ruimte en werk met goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen zoals stofmaskers die speciaal zijn ontwikkeld voor het filteren van microscopische deeltjes. Dit geldt ook voor stof van andere materialen, zoals sommige houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Andere bekende ziekten zijn bijvoorbeeld allergische reacties, aandoeningen van de luchtwegen. Laat geen stof in uw lichaam komen. Neem de richtlijnen en nationale voorschriften in acht die van toepassing zijn op uw materiaal, personeel, toepassing en locatie (bijv. gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, verwijdering). Verzamel de ontstane deeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat deze neerslaan in de omgeving. Gebruik voor speciale werkzaamheden geschikt toebehoor. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Gebruik een geschikte stofafzuiging. Verminder de stofbelasting door: - de vrijkomende deeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten, - een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken, - de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op. - Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen. Gevaar door technische wijzigingen of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven Monteer dit apparaat zoals in de handleiding wordt aangegeven. Gebruik uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder: – zaagbladen (bestelnummers zie hoofdstuk 12. Toebehoren). – Veiligheidsvoorzieningen. – Zaaglaser. – Verlichting van het zaagbereik. Voer aan de onderdelen geen wijzigingen uit. Let erop dat het op het zaagblad aangegeven toerental tenminste net zo hoog is als het toerental dat op de zaag wordt vermeld. Gevaar door gebreken aan het apparaat! Controleer het apparaat voor iedere ingebruikname op eventuele beschadigingen: Voor het verdere gebruik van het gereedschap moeten veiligheidsuitrustingen, veiligheidsvoorzieningen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig worden onderzocht op optimaal en correct functioneren. Controleer of de scharnierende onderdelen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen dienen juist gemonteerd te zijn en te voldoen aan alle voorwaarden om een goede werking van het apparaat te garanderen. Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen. Gevaar door lawaai! Draag gehoorbescherming. Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen! Als er een blokkering optreedt:

1. apparaat uitschakelen,

2. stekker uit het stopcontact trekken,

3. handschoenen dragen,

4. blokkering met geschikt gereedschap

4.2 Symbolen op het apparaat

(afhankelijk van het model) Lees de gebruikershandleiding. Niet in het zaagblad grijpen. Veiligheidsbril en gehoorbescherming dragen. Apparaat niet in vochtige of natte omgeving gebruiken. Laserstraling - niet in de straal kijken.

4.3 Veiligheidsvoorzieningen

Pendel beschermkap (7) De pendel beschermkap verhindert ongewild contact met het zaagblad en biedt bescherming tegen rondvliegende spaanders. Veiligheidsvergrendeling (29) Alleen als de veiligheidsvergrendeling wordt geactiveerd, gaat de pendel beschermkap open en kan de zaag zakken. Werkstukaanslag (30) De werkstukaanslag verhindert, dat een werkstuk tijdens het zagen kan worden bewogen. De werkstukaanslag moet tijdens gebruik altijd gemonteerd zijn. Let erop, dat de instelbare aanslag juist ingesteld is en het werkstuk zo goed mogelijk ondersteunt, zonder met het blad of de beschermkap in contact te komen. Met borgschroef (31) vergrendelen. Zie pagina 2. 1 Draaggreep 2 Spaanafzuigkoker 3 Hoekige afzuigadapter 4 Draaggreep 5 Zaagbereikverlichting 6 Laseruitgang 7 Pendel beschermkap 8 Tafelverbreding 9 Tafel 10 Stelschroef van de tafelverlenging 11 Werkstukspaninrichting 12 Vergrendelhendel voor het instellen van de hoek 13 Vergrendelknop (voor het uitbreiden van de hellingshoek met +/- 2 °) 14 Vergrendelingshendel voor hoekverstelling 15 Zaagbladvergrendeling 16 Transportvergrendeling 17 Zeskantsleutel / Gereedschapsdepot voor zeskantsleutel 18 Borgschroef voor de trekinstallatie 19 Haak voor kabelopwikkeling 20 Tafel inlegprofiel 21 Pal voor de vergrendelposities van de draaitafel 22 Vergrendelgreep voor draaitafel 23 Draaitafel 24 Aan-/uit-schakelaar van de zaagbereikverlichting 25 Aan-/uit-schakelaar van de zaaglaser 26 Stelknop voor de toerentalinstelling 27 Aan-/uit-schakelaar van de zaag 28 Zaaggreep 29 Veiligheidsvergrendeling 30 verschuifbare werkstukaanslagen (incl. opzetstuk) 31 Borgschroef van de werkstukaanslagen 32 Borghendel (alleen KGSV 72 Xact SYM) 33 Pallen (alleen KGSV 72 Xact SYM) 34 verstelbare hoek *afhankelijk van model / uitvoering Vergrendelgreep voor draaitafel monteren Vergrendelgreep (22) in de draaitafel (23) steken en vast schroeven. Breng de sticker met laser- waarschuwingsplaatje aan De machine wordt geleverd met een laser- waarschuwingsplaatje in de Duitse taal. Plak er, voordat u de machine voor het eerst gebruikt, het bijgevoegde waarschuwingsplaatje in uw landstaal overheen. Plaatsing Voor het veilige werken moet het apparaat op een stabiele ondergrond worden bevestigd. – Als ondergrond kan of een vast gemonteerde werkplaat of werkbank worden gebruikt of een van de Metabo-onderstellen (zie hoofdstuk Toebehoren). – Het apparaat moet ook tijdens het bewerken van grotere werkstukken veilig staan. – Lange werkstukken dienen met geschikt toebehoor extra te worden ondersteund. Aanwijzing: Voor mobiel gebruik kan het apparaat op een triplex- of multiplex plaat (500 mm x 500 mm, tenminste een dikte van 19 mm) worden vastgeschroefd. Tijdens het gebruik moet de plaat met een bankschroef op een werkbank worden bevestigd.

1. Apparaat vastschroeven op de ondergrond

(door de gaten in de voeten).

2. Transportvergrendeling (16) los maken:

Zaagkop een beetje naar beneden drukken en vasthouden. Transportvergrendeling (16) eruit trekken.

3. Zaagkop langzaam naar boven zwenken.

1. Zaagkop naar beneden zwenken en

transportvergrendeling (16) indrukken.

2. Trekinstallatie met de borgschroef (18) in de

achterste positie vergrendelen. Let op! Transporteer de zaag niet aan de veiligheidsinrichtingen.

3. Apparaat aan de draaggreep (1) of aan de

draaggreep (4) optillen en dragen.

6. Plaatsen en transport

7. Het apparaat gedetailleerdNEDERLANDSnl

Aan-/uit-schakelaar indrukken en ingedrukt houden. Motor uitschakelen: Aan-/uit-schakelaar loslaten.

7.2 Aan-/uit-schakelaar van de

zaagbereikverlichting (24) Verlichting van het zaagbereik in- en uitschakelen. Gevaar! De lichtstraal niet op ogen van personen of dieren richten.

7.3 Aan-/uit-schakelaar van de

zaaglaser (25) Zaaglaser in- en uitschakelen. De zaaglaser markeert een lijn links en een lijn rechts van de zaagsnede. Probeer het uit om aan de positionering te wennen. Gevaar! LASERSTRALEN

Zaagkop naar boven zwenken. Vergrendelhendel (12) naar voren klappen. Na het losmaken van de vergrendelhendel (14) (na achteren zwenken) kan de zaag tussen 0° en 45° naar links en naar rechts loodrecht worden ingesteld. Als de vergrendelhendel (12) naar de achterkant wordt geklapt, vergrendelt de zaag in bepaalde posities. Druk tijdens het verstellen de vergrendelknop (13), om ook een hoek tot 47° naar links loodrecht resp. tot 47°naar rechts loodrecht in te stellen. Gevaar! Om ervoor te zorgen dat de hoek tijdens het zagen niet kan worden veranderd, moet de vergrendelhendel (14) van de kantelarm (ook in de vergrendelde posities!) worden vastgedraaid.

Voor versteksneden kan de draaitafel na het losmaken van de vergrendelgreep (22) en het drukken van de pal (21) 50° naar links of 50° naar rechts worden gedraaid. Bij omhoog geschoven pal (21) vergrendelt de draaitafel in bepaalde hoekstanden. Bij een helemaal teruggeschoven pal (21) is de vergrendelfunctie gedeactiveerd. Gevaar! Om ervoor te zorgen dat de verstekhoek tijdens het zagen niet kan veranderen, moet de vergrendelgreep (22) van de draaitafel (ook in de rustposities!) worden vastgedraaid.

7.6 Alleen KGSV 72 Xact SYM:

Symmetrische snedes Voor het snel en eenvoudig verstekzagen door symmetrisch instelbaar aanslagsysteem. Beide vergrendelhendels (32) naar boven trekken en de klemming opheffen. Pallen (33) helemaal naar beneden drukken, daardoor is de vergrendefunctie gedeactiveerd. De gewenste hoek door het aanleggen van de "verstelbare hoek" (34) instellen: beide tafelvlakken (9) / werkstukaanslagen (30) gelijktijdig verschuiven en de gewenste hoek aanpassen. Als de pallen (33) zich in de bovenste positie bevinden, dan vergrendelen de beide tafelvlakken (9) / werkstukaanslagen (30) in bepaalde hoekstanden. Gevaar! Om ervoor te zorgen dat de hoek zich tijdens het zagen niet kan veranderen, moeten beide vergrendelhendels (32) (ook in de vergrendelposities!) naar beneden worden gedrukt.

Met de trekbank kunnen ook werkstukken met grotere doorsnede worden gezaagd. De trekbank kan voor alle soorten zaagsnedes (rechte sneden, versteksnedes, schuine sneden en dubbele versteksnedes en het zagen van groeven) worden gebruikt. Als de trekbank niet nodig is, kunt u de trekbank met de borgschroef (18) in de achterste positie worden vergrendeld.

7.8 Zaagdieptebegrenzing

De zaagdieptebegrenzing (47) maakt samen met de trekbank het maken van groeven mogelijk. De stelschroef verdraaien en met de contramoer fixeren. De zaagdieptebegrenzing kan worden uitgeschakeld als de aanslag (48) naar achteren wordt geschoven.

8.1 De afzuiginstallatie voor spaanders

aansluiten Gevaar! Sommige soorten zaagsel (bijvoorbeeld van eiken-, beuken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn. – Werk alleen met een geschikte afzuiginstallatie voor de spaanders. – Gebruik bovendien een stofmasker omdat niet al het zaagstof opgevangen c.q. afgezuigd wordt. Als u het apparaat aan een spaanafzuiginstallatie aansluit: Spaanafzuiginstallatie, resp. een mobiele afzuiging, aan de spaanafzuigkoker (2) aansluiten. Indien nodig kunt u de hoekige afzuigadapter (3) aansluiten. Let erop dat de spaanafzuiginstallatie voldoet aan de in hoofdstuk 16. "Technische gegevens" genoemde eisen. Lees ook de handleiding voor de bediening van de spaanafzuiginstallatie!

8.2 Werkstukspaninrichting monteren

De werkstukspaninrichting (11) kan in twee posities gemonteerd worden: – Voor brede werkstukken: Werkstukspaninrichting in het achterste boorgat (35) van de tafel schuiven. – Voor smalle werkstukken: Werkstukspaninrichting in het voorste boorgat (36) van de tafel schuiven.

Gevaar! Elektrische spanning Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stroombron die aan de hierna volgende voorwaarden voldoet (zie ook hoofdstuk 16. "Technische gegevens"): – Netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat; – De stroomkring dient vakkundig beveiligd te worden met een differentieelschakelaar die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA. – De stopcontacten moeten reglementair geïnstalleerd, geaard en goedgekeurd zijn. Het snoer moet zo gelegd worden dat het de werkzaamheden niet kan bemoeilijken en dat het snoer niet beschadigd kan raken. Gebruik als verlengsnoer alleen snoeren met rubbermantel en voldoende diameter (3 × 1,5 mm

Gebruik verlengsnoeren voor gebruik buitenshuis. Gebruik in de open lucht alleen hiervoor toegelaten en overeenkomstig gekenmerkte verlengsnoeren. Voorkom het per ongeluk starten. Controleer of de aan-/uit-schakelaar is uitgeschakeld wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken. Controleer voor de werkzaamheden of de veiligheidsvoorzieningen feilloos functioneren. Let steeds op een juiste houding en plaats tijdens het zagen: – neem plaats aan de voorkant; – tegenover het zaagblad; – naast het opstuivende zaagsel. Gevaar! Fixeer het werkstuk indien mogelijk met de werkstukspaninrichting (11). Klemgevaar! Pak tijdens het kantelen of zwenken van de zaagkop niet in het scharnierbereik of onder het apparaat! Houd tijdens het kantelen de zaagkop vast. Gebruik tijdens de werkzaamheden: – Werkstuksteunen – bij lange werkstukken, die na het afzagen van de tafel zouden vallen; – Spaanderafzuiging. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Probeer het zaagblad ook niet af te remmen door middel van zijdelingse druk. Er bestaat een risico op ongevallen als het zaagblad geblokkeerd wordt.

9.1 Rechte zaagsnedes

Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (16) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Zaagdieptebegrenzing (48) uitgeschakeld. – Draaitafel staat in 0°-positie, vergrendelgreep (22) voor draaitafel is vastgetrokken. – Hoek van de zaagkop ten opzichte van de loodrechte positie bedraagt 0°, vergrendelhendel (14) voor de instelling van de hoek is vastgezet. – Trekbank helemaal naar achteren. – Borgschroef (18) van de trekbank is los. – Werkstukaanslag (30) instellen: Borgschroef (31) losdraaien. De verschuifbare werkstukaanslag (30) (bovenste en onderste gedeelte) zo verschuiven, dat het werkstuk zo goed mogelijk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het blad of de beschermkap. Met borgschroef (31) fixeren. Werkstuk zagen:

1. Werkstuk tegen de aanslag drukken en met de

werkstukspaninrichting (11) vastklemmen.

2. Bij bredere werkstukken: Zaagkop naar voren

(in de richting van de bediener) trekken (trekbank).

3. Veiligheidsvergrendeling (29) activeren en

aan-/ uit-schakelaar (27) drukken en ingedrukt houden.

4. Zaagkop aan de handgreep langzaam

helemaal naar beneden laten zakken en indien nodig naar achteren (weg van de bediener) schuiven. Tijdens het zagen de zaagkop slechts zo stevig op het werkstuk drukken, dat het motortoerental niet te sterk daalt.

5. Werkstuk in één keer doorzagen.

6. Aan-/ uit-schakelaar (27) loslaten en zaagkop

langzaam in de bovenste uitgangspositie terug laten zwenken.

Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (16) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Zaagdieptebegrenzing (48) uitgeschakeld. – Hoek van de zaagkop ten opzichte van de loodrechte positie bedraagt 0°, vergrendelhendel (14) voor de instelling van de hoek is vastgezet. – Trekbank helemaal naar achteren. – Werkstukaanslag (30) instellen: Borgschroef (31) losdraaien. De verschuifbare werkstukaanslag (30) (bovenste en onderste gedeelte) zo verschuiven, dat het werkstuk zo goed mogelijk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het blad of de beschermkap. Met borgschroef (31) fixeren. – Borgschroef (18) van de trekbank is los. WAARSCHUWING - alleen bij KGSV 72 Xact SYM: Werkstukaanslagen (30) in tangentiaal (op één lijn) instellen. (Wij raden aan de pallen (33) naar beneden te drukken, zodat beide tafelvlakken (9) / werkstukaanslagen (30) in de hoekinstelling 0° vergrendelen.) – Beide vergrendelhendels (32) helemaal naar beneden drukken. Werkstuk zagen:

1. Vergrendelgreep (22) van de draaitafel

losdraaien en de pal (21) losdraaien.

2. Gewenste hoek instellen.

Aanwijzing: Bij omhoog geschoven pal (21) vergrendelt de draaitafel in de hoeken 0°, 15°, 22,5°, 31,6°, 45° en 60°. Bij een helemaal teruggeschoven pal (21) is de vergrendelfunctie gedeactiveerd.

3. Vergrendelgreep (22) van de draaitafel

vastdraaien. Let op! Om ervoor te zorgen dat de verstekhoek tijdens het zagen niet kan veranderen, moet de vergrendelgreep (22) van de draaitafel (ook in de rustposities!) worden vastgedraaid.

4. Werkstuk zagen, zoals beschreven bij "Rechte

Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (16) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Zaagdieptebegrenzing (48) uitgeschakeld. – Draaitafel staat in 0°-positie, vergrendelgreep (22) voor draaitafel is vastgetrokken. – Trekbank helemaal naar achteren. – Borgschroef (18) van de trekbank is los. – Werkstukaanslag (30) instellen: Borgschroef (31) losdraaien. De verschuifbare werkstukaanslag (30) (bovenste en onderste gedeelte) zo verschuiven, dat het werkstuk zo goed mogelijk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het blad of de beschermkap. Met borgschroef (31) fixeren. Voor bepaalde hoekinstellingen kan het noodzakelijk zijn, het rechter, verschuifbare bovenste gedeelte van de werkstukaanslag (30), na het losmaken van de borgschroef (31), helemaal eruit te trekken. Borgschroef (31) weer vast draaien. (Na het uitvoeren van de zaagsnede het bovenste gedeelte weer aanbrengen en met de borgschroef (31) fixeren, zodat hij niet verloren raak.) Werkstuk zagen:

1. Vergrendelhendel (14) voor het instellen van

de hoek van de neiging van de zaag losmaken.

2. Kantelarm langzaam in de gewenste hoek

kantelen: Vergrendelhendel (12) in de richting van de bedienzijde trekken = kantelarm traploos verstellen. Vergrendelhendel (12) in de richting van de achterkant schuiven = kantelarm in de vergrendelposities vergrendelen. Aanwijzing: De kantelarm vergrendelt in de hoeken 0°, 22,5° en 33,9°.

3. Vergrendelhendel (14) voor het instellen van

de hoek vasttrekken. Let op! Om ervoor te zorgen dat de hoek tijdens het zagen niet kan worden veranderd, moet de vergrendelhendel van de kantelarm (ook in de vergrendelde posities!) worden vastgedraaid.

4. Werkstuk zagen, zoals beschreven bij "Rechte

9.4 Dubbele versteksnedes

Aanwijzing: De dubbele versteksnede is een combinatie uit een versteksnede en een schuine snede. Dat betekent, het werkstuk wordt schuin in richting van de achterste aanleunrand en schuin naar de bovenkant gezaagd. Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (16) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Zaagdieptebegrenzing (48) uitgeschakeld. – Draaitafel in gewenste positie vergrendeld. – Kantelarm in gewenste hoek ten opzichte van het werkstukoppervlak gekanteld en vergrendeld. – Trekbank helemaal naar achteren. – Borgschroef (18) van de trekbank is los. – Werkstukaanslag (30) instellen: Borgschroef (31) losdraaien. De verschuifbare werkstukaanslag (30) (bovenste en onderste gedeelte) zo verschuiven, dat het werkstuk zo goed mogelijk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het blad of de beschermkap. Met borgschroef (31) fixeren. Voor bepaalde hoekinstellingen kan het noodzakelijk zijn, het rechter, verschuifbare bovenste gedeelte van de werkstukaanslag (30), na het losmaken van de borgschroef (31), helemaal eruit te trekken. Borgschroef (31) weer vast draaien. (Na het uitvoeren van de zaagsnede het bovenste gedeelte weer aanbrengen en met de borgschroef (31) fixeren, zodat hij niet verloren raak.) – Alleen bij KGSV 72 Xact SYM: Werkstukaanslagen (30) in tangentiaal (op één lijn) instellen. Beide vergrendelhendels (32) helemaal naar beneden drukken. Werkstuk zagen: Gevaar! Bij de dubbele versteksnede is het zaagblad vanwege de vergrootte hoek makkelijker toegankelijk – hierdoor bestaat een verhoogd letselrisico. Houd steeds voldoende afstand tot het zaagblad! Werkstuk zagen, zoals beschreven bij "Rechte zaagsnedes".

Aanwijzing: De zaagdieptebegrenzing maakt samen met de trekbank het maken van groeven mogelijk. Hierbij wordt geen deelsnede gemaakt, maar wordt het werkstuk slechts tot op een bepaalde diepte ingesneden. Gevaar op terugslag! Bij het maken van groeven is het bijzonder belangrijk, dat er geen zijdelingse druk op het zaagblad wordt uitgeoefend. De zaagkop kan anders plotseling omhoog slaan! Gebruik voor het maken van groeven een spaninrichting. Vermijd een zijdelingse druk op de zaagkop. Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (16) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Kantelarm in gewenste hoek ten opzichte van het werkstukoppervlak gekanteld en vergrendeld. – Draaitafel in gewenste positie vergrendeld. – Trekbank helemaal naar achteren. – Borgschroef (18) van de trekbank is los. Werkstuk zagen:

1. Zaagdieptebegrenzing (47) instellen op de

gewenste zaagdiepte en met de contramoer fixeren.

2. Veiligheidsvergrendeling (29) losmaken en

zaagkop naar beneden zwenken om de ingestelde zaagdiepte te controleren:

3. Proefsnede maken.

4. Indien nodig stap 1 en 3 herhalen totdat de

gewenste zaagdiepte is ingesteld.

5. Werkstuk zagen, zoals beschreven bij "Rechte

Symmetrische snedes Aanwijzing: Voor het snel en eenvoudig verstekzagen door symmetrisch instelbaar aanslagsysteem. Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (16) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Zaagdieptebegrenzing (48) uitgeschakeld. – Draaitafel staat in 0°-positie, vergrendelgreep (22) voor draaitafel is vastgetrokken. – Hoek van de zaagkop ten opzichte van de loodrechte positie bedraagt normaal gesproken 0°. Voor speciale snedes kan de zaagkop ook worden gekanteld. Vergrendelhendel (14) voor het instellen van de hoek is vastgedraaid. – Trekinstallatie moet met de borgschroef (18) in de achterste positie worden vergrendeld. – Let erop, dat de instelbare werkstukaanslag (30) juist ingesteld is en het werkstuk zo goed mogelijk ondersteunt, zonder met het blad of de beschermkap in contact te komen. Beide werkstukaanslagen (30) met borgschroeven (31) fixeren. Hoek instellen:

Leg de meegeleverde "verstelbare hoek" (34) tegen de originele hoek aan (bijv. de hoek van de kamer). Neem deze originele hoek over met de "verstelbare hoek" (34).

2. Beide vergrendelhendels (32) naar boven

trekken en de klemming opheffen.

3. Pallen (33) helemaal naar beneden drukken

om de vergrendelfunctie uit te schakelen.

4. De "verstelbare hoek" (34) op de draaitafel

5. De hoek van de "verstelbare hoek" (34) op het

aanslagsysteem overbrengen, door de beide tafelvlakken (9) / werkstukaanslagen (30) gelijktijdig te verschuiven en de "verstelbare hoek" (34) er tegenaan leggen. (34) (9) / (30) (34)NEDERLANDSnl

Aanwijzing: Als de pallen (33) zich in de bovenste positie bevinden, dan vergrendelen de beide tafelvlakken (9) / werkstukaanslagen (30) in de hoekstanden 45°, 22,5°, 0°, -22,5° en -45°. Bij de naar beneden gedrukte pallen (33) is de vergrendelfunctie gedeactiveerd.

6. Beide vergrendelhendels (32) helemaal naar

benden drukken om in deze positie te fixeren. Gevaar! Om ervoor te zorgen dat de hoek zich tijdens het zagen niet kan veranderen, moeten beide vergrendelhendels (32) (ook in de vergrendelposities!) naar beneden worden gedrukt. Werkstuk zagen:

7. Indien nodig de tegenoverliggende

werkstukaanslag (30) aan de kant schuiven. Het eerste werkstuk tegen de linker werkstukaanslag drukken en met de werkstukspaninrichting (11) vastklemmen en zagen, zoals beschreven bij "Rechte zaagsnedes".

8. Indien nodig de tegenoverliggende

werkstukaanslag (30) aan de kant schuiven. Het tweede werkstuk tegen de rechter werkstukaanslag drukken en met de werkstukspaninrichting (11) vastklemmen en zagen, zoals beschreven bij "Rechte zaagsnedes". Gevaar! Voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden dient de stekker eruit te worden getrokken. – Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd. – Beschadigde onderdelen, in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen, mogen alleen door originele onderdelen worden vervangen. Onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken. – Nadat u klaar bent met de service en- onderhoudswerkzaamheden, moeten alle veiligheidsvoorzieningen weer worden ingeschakeld en gecontroleerd worden.

10.1 Zaagblad vervangen

Gevaar voor brandwonden! Onmiddellijk na het zagen kan het zaagblad erg heet zijn. Laat een heet zaagblad eerst voldoende afkoelen. Reinig een heet zaagblad niet met brandbare vloeistoffen. Gevaar voor snijwonden bestaat ook als het zaagblad stil staat! Tijdens het losdraaien en vastdraaien van de stelschroef (40) moet de pendel beschermkap (7) over het zaagblad gezwenkt zijn. Bij het vervangen van een zaagblad moet u veiligheidshandschoenen dragen.

1. Stekker uit het stopcontact trekken.

indrukken en hierbij het zaagblad met de andere hand draaien, totdat de vergrendelknop vastklikt. Vergrendelknop ingedrukt houden.

4. Stelschroef met schijf (40) op de zaagas met

een binnenzeskantsleutel (17) rechtsom eraf schroeven (linkse schroefdraad!).

5. Veiligheidsvergrendeling (29) los maken en

pendel beschermkap (7) naar boven schuiven en hier houden.

6. Buitenflens (41) en zaagblad (42) voorzichtig

van de zaagas nemen en pendel beschermkap weer sluiten. Gevaar! Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld om harsresten te verwijderen) die de lichtmetalen delen zouden kunnen beschadigen. De stabiliteit van de zaag zou erdoor kunnen worden beperkt.

7. Spanvlak reinigen:

– zaagas (45), – zaagblad (42), – buitenflens (41), – binnenflens (44). Gevaar! Binnenflens correct opleggen! De zaag kan anders blokkeren of het zaagblad kan losraken! De binnenflens zit goed, als de ringgroef naar het zaagblad en de vlakke kant naar de motor wijst.

pendel beschermkap (7) naar boven schuiven en hier houden. 10.Nieuw zaagblad plaatsen – houd rekening met de draairichting: Van de linker (geopende) kant gezien, moet de pijl op het zaagblad overeen komen met de richting van de pijl (43) op de zaagbladafdekking! Gevaar! Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de in deze gebruikershandleiding genoemde eisen en kenmerken. Gebruik alleen geschikte zaagbladen die overeenkomen met het maximale toerental (zie "Technische gegevens") – bij ongeschikte of beschadigde zaagbladen kunnen onder invloed van de middelpuntvliedende kracht delen weggeslingerd worden. Zaagbladen die zijn ontworpen voor het zagen van hout of dergelijke materialen, moeten voldoen aan EN 847-1. Niet gebruiken: – zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS); – beschadigde zaagbladen; – slijpschijven. Gevaar! – Het zaagblad moet gemonteerd worden met originele onderdelen. – Gebruik nooit losse spanringen. Het zaagblad zou vanzelf los kunnen raken. – De zaagbladen moeten uitgebalanceerd zijn. Ze mogen niet trillen, anders kunnen ze tijdens het werken vanzelf loskomen. 11.Pendel beschermkap (7) weer sluiten. 12.Buitenflens (41) erop schuiven – de vlakke kant moet in de richting van de stelschroef met schijf (40) wijzen! 13.Stelschroef met schijf (40) linksom erop schroeven (linkse schroefdraad!) en met de hand vastdraaien. 14.Zaagblad vergrendelen: de vergrendelknop (15) indrukken en hierbij het zaagblad met de andere hand draaien, totdat de vergrendelknop vastklikt. Vergrendelknop ingedrukt houden. Gevaar! – Zeskantsleutel niet verlengen. – Sla niet op de zeskantsleutel om de stelschroef vast te draaien. 15.Stelschroef (40) met de zeskantsleutel (17) stevig vastdraaien. 16.Functionaliteit controleren. Hiervoor de veiligheidsvergrendeling (29) losdraaien en de zaag naar beneden klappen: – de pendel beschermkap moet het zaagblad bij het naar beneden zwenken vrijgeven, zonder andere onderdelen aan te raken. – Bij het omhoog klappen van de zaag in de uitgangspositie moet de pendel beschermkap het zaagblad automatisch afdekken. – Zaagblad met de hand draaien. Het zaagblad moet in iedere mogelijke positie kunnen draaien, zonder andere onderdelen aan te raken.

10.2 Tafel inlegprofiel vervangen

Gevaar! Als het tafel inlegprofiel (20) beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het tafel inlegprofiel en het zaagblad vastklemmen en het zaagblad blokkeren. Beschadigde tafel inlegprofielen moeten onmiddellijk vervangen worden!

1. Schroeven van het tafel inlegprofiel

losdraaien. Indien nodig de draaitafel draaien en zaagkop kantelen, om de schroeven te kunnen bereiken.

2. Tafel inlegprofiel verwijderen.

3. Nieuw tafel inlegprofiel plaatsen.

4. Schroeven van het tafel inlegprofiel

10.3 Werkstukaanslag instellen

1. Binnenzeskantschroeven (46) losdraaien.

2. Werkstukaanslag (30) zo instellen, dat hij

precies haaks op het zaagblad staat als de draaitafel in de 0°-positie vastklikt.

Voor het instellen heeft u een 2,5 mm zeskantsleutel nodig. Plaats een plank met een loodrechte streep tegen de werkstukaanslag om de laserstraal beter te kunnen herkennen.

1. Schroef (38) verdraaien en hierdoor de

laserstraal parallel ten opzichte van het zaagblad (42) instellen.

2. Schroef (37) OF (39) verdraaien en hierdoor

de laserstraal parallel ten opzichte van het zaagblad (42) instellen.

3. Schroef (37) EN (39) verdraaien en hierdoor

de afstand ten opzichte van het zaagblad (42) instellen

Zaagsel en stof met een borstel of stofzuiger verwijderen van/uit: – instelinstallaties; – bedieningselementen; – koelopening van de motor; – ruimte onder het tafel inlegprofiel; – ruimte onder de draaitafel (toegankelijk door de openingen aan de achterkant); – zaaglaser; – zaagbereikverlichting

10.6 Apparaat bewaren

Gevaar! Sla het apparaat zo op dat het niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld. Zorg ervoor dat zich niemand aan het staande apparaat kan verwonden. Let op! Het apparaat niet in de openlucht of in een vochtige omgeving bewaren.

Voor iedere ingebruikname Verwijder zaagsel met stofzuiger of borstel. Snoer en stekker op beschadigingen controleren en indien nodig laten vervangen door een elektricien. Alle bewegende onderdelen controleren, of zij over het gehele bewegingsbereik vrij kunnen bewegen. Controleer, of de pendel beschermkap (7) feilloos functioneert en niet klemt. Hij moet het zaagblad bij het naar beneden zwenken vrijgeven, zonder andere onderdelen aan te raken. Bij het omhoog klappen van de zaag in de uitgangspositie moet hij het zaagblad automatisch afdekken. Laat beschadigde of niet correct functionerende delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Regelmatig, afhankelijk van de werkomstandigheden Controleer alle schroefverbindingen en draai ze indien nodig vast. Reset functie van de zaagkop controleren (zaagkop moet door veerkracht in de bovenste uitgangspositie terugkeren), indien nodig de veer laten vervangen. Geleidingselementen smeren. – Gebruik bij lange werkstukken links en rechts van de zaag geschikte ondersteuningen. – Tijdens het zagen van kleine stukken de extra aanslag gebruiken (als extra aanslag kan bijv. een passende houten plaat worden gebruikt, dat wordt vastgeschroefd aan de aanslag van het apparaat). – Tijdens het zagen van ronde (vervormde) planken (49) de naar buiten vervormde kant tegen de werkstukaanslag plaatsen. – Werkstukken niet rechtop zagen, maar plat op de draaitafel leggen. Gebruik alleen originele Metabo toebehoren. Gebruik alleen toebehoren die voldoen aan de in deze gebruikershandleiding genoemde eisen en kenmerken. A Onderhouds- en verzorgingsspray voor het verwijderen van harsresten en voor het conserveren van metalen oppervlakken:

B Metabo alleszuiger (zie catalogus) C Onderstellen: Universele machinesteun UMS: 6.31317 Machinesteun KSU 251: 6.29005 Machinesteun KSU 401: 6.29006 D Zaagblad Power Cut: 6.28009 216 × 2,4 / 1,8 × 30 24 WZ 5° neig voor goede zaagresultaten bij lange- en dwarssneden in massief hout E Zaagblad Precision Cut Classic: 6.28060 216 × 2,4 / 1,8 × 30 40 WZ 5° neig voor goede zaagresultaten bij lange- en dwarssneden in massief hout en spaanplaat F Zaagblad Multi Cut Classic: 6.28066 216 × 2,4 / 1,8 × 30 60 FZ/TZ 5° neig voor goede zaagresultaten bij lange- en dwarssneden in gecoate materialen, laminaat, kunststoffen en aluminium profielen G Zaagblad Precision Cut: 6.28041 216 x 2,4 x 30 48 WZ 5° neig voor zeer goede zaagresultaten bij lange- en dwarssneden in massief hout H Zaagblad Multi Cut: 6.28083 216 x 2,4 x 30 60 FZ/TZ 5° neig voor zeer goede zaagresultaten in gecoate materialen, laminaat, kunststoffen en aluminium profielen Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Reparaties aan elektrische werktuigen mogen alleen uitgevoerd worden door elektrotechnici! Wanneer de stroomkabel van dit apparaat wordt beschadigd, moet deze door een originele Metabo-stroomkabel worden vervangen. Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Uitsluitend voor EU-landen: Geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Hierna worden problemen en storingen beschreven, die u zelf mag verhelpen. Als de hier beschreven maatregelen niet verder helpen, kunt u een kijkje nemen in hoofdstuk 13. "Reparatie". Gevaar! In combinatie met problemen en storingen gebeuren bijzonder vaak ongelukken. Neem daarom het volgende in acht: Trek iedere keer voordat u een storing verhelpt de stekker eruit. Nadat de storing verholpen is, moet alle veiligheidsvoorzieningen weer worden ingeschakeld en gecontroleerd worden. Geen kapfunctie Transportvergrendeling vergrendeld: Transportvergrendeling eruit trekken. Veiligheidsvergrendeling vergrendeld: Veiligheidsvergrendeling losmaken. Zaagvermogen is te laag Het zaagblad is bot (het zaagblad vertoont eventueel brandvlekken aan de zijkant); Zaagblad is niet geschikt voor het materiaal (zie hoofdstuk 12."Toebehoren"); Zaagblad vervormd: Zaagblad vervangen (zie hoofdstuk 10. "Onderhoud"). Zaagblad vibreert krachtig Zaagblad vervormd: Zaagblad vervangen (zie hoofdstuk 10. "Onderhoud"). Zaagblad is niet correct gemonteerd: Zaagblad correct monteren (zie hoofdstuk 10. "Onderhoud"). Draaitafel loopt stroef Zaagspanen onder de draaitafel: Zaagspanen verwijderen. KGSV 72 Xact SYM: Hoekinstelling bij het verschuiven van de tafelvlakken (9) gaat moeilijk Zaagspanen onder de draaitafel: Zaagspanen verwijderen. De ruimte onder de draaitafel is toegankelijk door de openingen aan de achterkant Toelichting op de gegevens van pagina 3. Wijzigingen in het kader van technische verbeteringen voorbehouden. U =netspanning I =nominale stroom F =min. beveiliging

=toerental bij onbelast draaien

=max. zaagsnelheid D =zaagbladdiameter (buiten) d = zaagbladboring (binnen) b = max. tandbreedte van het zaagblad

=hoekbereik draaitafel

SYM1 =binnenhoek aan het aanslagsysteem

SYM2 =buitenhoek aan het aanslagsysteem A =afmetingen (lxbxh) m =gewicht Eisen voor een spaanafzuiginstallatie:

=aansluitdiameter van de afzuigkoker

=minimum luchtdebiet

=minimum onderdruk aan de afzuigkoker

=minimum luchtsnelheid aan de afzuigkoker Maximale doorsnede van het werkstuk zie tabel op pagina 4. ~ Wisselstroom Machine van beveiligingsklasse II De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Typische A-gekwalificeerd geluidsniveau

= onzekerheid Draag gehoorbescherming!