KS 85 FS - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KS 85 FS METABO in PDF-formaat.
| Kenmerk | Details |
|---|---|
| Zaagtype | Cirkelzaag |
| Diameter van het blad | 85 mm |
| Vermogen | 720 W |
| Toerental zonder belasting | 5000 tpm |
| Maximale zaagdiepte | 27 mm bij 90 b0 |
| Gewicht | 3,2 kg |
| Gebruik | Snijden van houtmaterialen, panelen, kunststoffen |
| Veiligheidssysteem | Bescherming tegen herstart, zaagbladbescherming |
| Onderhoud | Regelmatige reiniging, slijpen van het zaagblad, controle van kabels |
| Inclusief accessoires | Zaagblad, zaaggeleider |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - KS 85 FS METABO
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KS 85 FS - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KS 85 FS van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING KS 85 FS METABO
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze handcirkelzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 3. De machine is geschikt voor het zagen van hout, kunststof en soortgelijke materialen. De machine is niet bestemd voor invalzaagsnedes. De KS 85 FS is geschikt voor werkzaamheden met Metabo-geleiderails en het Metabo- afkortrailsysteem. Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor schade door oneigenlijk gebruik. De algemeen erkende ongevallenpreventievoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten in acht worden genomen. Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool! WAARSCHUWING – Lees de gebruikershandleiding om het risico op letsel te verminderen. WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeeldingen en technische specificaties die samen met dit elektrische gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.
a) GEVAAR: Kom met uw handen niet in het zaagbereik of aan het zaagblad. Houd met uw tweede hand de extra handgreep of het motorhuis vast. Wanneer u het zaagblad met beide handen vasthoudt, kan het zaagblad geen letsel aan uw handen veroorzaken. b) Kom met uw handen niet onder het werkstuk. Onder het werkstuk kan de beschermkap u niet beschermen tegen het zaagblad. c) Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er dient minder dan een volle tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn. d) Houd het te zagen werkstuk nooit in uw hand of boven uw been vast. Zet het werkstuk vast op een stabiele ondergrond. Het is van belang het werkstuk goed te bevestigen om het risico van lichamelijk contact, het klemmen van het zaagblad of het verlies van controle zo veel mogelijk tegen te gaan. e) Houd het elektrisch gereedschap vast aan de geïsoleerde greepvlakken wanneer u werkzaamheden uitvoert, waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen stroomkabel kan raken. Contact met een spanningsvoerende leiding zet ook de metalen apparaatonderdelen van het elektrisch gereedschap onder spanning en leidt tot een elektrische schok. f) Gebruik bij het zagen in de lengterichting altijd een aanslag of een rechte kantgeleiding. Hierdoor wordt de zaagprecisie verbeterd en de mogelijkheid dat het zaagblad klemt tegengegaan. g) Gebruik altijd zaagbladen van de juiste grootte en met de juiste opnameboring (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen scheef en leiden tot verlies van controle. h) Gebruik nooit beschadigde of verkeerde zaagblad-onderlegschijfjes of -schroeven.
zaagblad-onderlegschijfjes en -schroeven zijn speciaal voor uw zaag geconstrueerd, met het oog op optimale prestaties en veiligheid.
4.2 Terugslag - oorzaken en bijbehorende
veiligheidsinstructies - Een terugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een zaagblad dat blijft haken, klemt of verkeerd is afgesteld. Deze reactie leidt ertoe dat een ongecontroleerde zaag omhoog komt en zich uit het werkstuk in de richting van de bediener beweegt. - Wanneer het zaagblad blijft haken of klem komt te zitten in de zich sluitende zaagvoeg, raakt het geblokkeerd. Door de motorkracht wordt de zaag dan in de richting van de bediener teruggeslagen. - Wordt het zaagblad in de zaagsnede verdraaid of verkeerd afgesteld, dan kunnen de tanden van de achterste zaagbladkant in het houten oppervlak blijven haken, waardoor het zaagblad uit de zaagvoeg naar buiten komt en terugspringt in de richting van de bediener. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van de zaag. Deze kan worden verhinderd door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven. a) Houd de zaag met beide handen vast en breng uw armen in een dergelijke positie dat u de kracht van de terugslag kunt opvangen. Blijf altijd aan de zijkant van het zaagblad en zorg ervoor dat het nooit in één lijn met uw lichaam komt. Bij een terugslag kan de cirkelzaag naar
1. Conformiteitsverklaring
veiligheidsvoorschriften
4. Speciale veiligheidsinstructiesNEDERLANDSnl
achteren springen, maar de bediener kan de terugslagkrachten beheersen door passende veiligheidsmaatregelen te nemen. b) Indien het zaagblad beklemd raakt of u het werk onderbreekt, schakel de zaag dan uit en houd hem rustig in het materiaal totdat het zaagblad tot stilstand gekomen is. Probeer nooit om de zaag uit het werkstuk te halen of hem naar achteren te trekken zolang het zaagblad beweegt, anders kan er een terugslag plaatsvinden. Stel de oorzaak van het beklemd raken van het zaagblad vast en hef deze op. c) Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagvoeg en controleert u of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Blijft het zaagblad haken, dan kan het uit het werkstuk komen of een terugslag veroorzaken op het moment dat de zaag opnieuw wordt gestart. d) Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen dienen aan beide zijden te worden ondersteund, zowel bij de zaagvoeg als bij de rand. e) Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd afgestelde tanden resulteren door een te nauwe zaagvoeg in een grotere wrijving, het klemmen van het zaagblad en een terugslag. f) Trek voor het zagen de zaagdiepte- en zaaghoekinstellingen vast. Wanneer u tijdens het zagen de instellingen verandert, kan het zaagblad beklemd raken en treedt er mogelijk een terugslag op. g) U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij invalsnedes in bestaande wanden of andere gebieden waarvan u niet weet wat zich daarin bevindt. Het invallende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten geblokkeerd raken en een terugslag veroorzaken.
4.3 Functie van de onderste beschermkap
a) Controleer voor ieder gebruik altijd of de onderste beschermkap correct sluit. Gebruik de zaag niet wanneer de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en niet direct sluit. Klem of maak de onderste beschermkap nooit vast in een geopende positie. Wanneer de zaag per ongeluk op de grond valt, kan de onderste beschermkap worden verbogen. Open de beschermkap met de hendel (26) en zorg ervoor dat de kap vrij beweegt en bij alle zaaghoeken en -dieptes noch het zaagblad, noch andere delen raakt. b) Controleer de functie van de veer bij de onderste beschermkap. Gebruik de zaag niet zolang de onderste beschermkap en veer niet correct functioneren. Door beschadigde onderdelen, kleverige afzettingen of ophopingen van spanen werkt de onderste beschermkap trager. c) Open de onderste beschermkap alleen met de hand bij speciale zaagsnedes, zoals bijv. “inval- en hoekzaagsnedes”. Open de onderste beschermkap met de hendel (26) en laat deze los zodra het zaagblad invalt in het werkstuk. Bij alle andere zaagwerkzaamheden moet de onderste beschermkap automatisch functioneren. d) Leg de zaag nooit op de werkbank of op de vloer zolang het zaagblad niet wordt bedekt door de onderste beschermkap. Door een onbeschermd, nalopend zaagblad wordt de zaag tegen de zaagrichting in bewogen en zaagt hij wat hij op zijn weg tegenkomt. Let hierbij op de nalooptijd van het zaagblad.
4.4 Extra veiligheidsinstructies voor alle
zagen met spouwmes Functie van het spouwmes a) Gebruik het bij het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes functioneert, moet het stamblad van het zaagblad dunner zijn dan het spouwmes en de tandbreedte meer dan de spouwmesdikte bedragen. b) Stel het spouwmes af volgens de beschrijving in deze gebruiksaanwijzing. Verkeerde afstanden, positie en afstelling kunnen tot gevolg hebben dat het spouwmes een terugslag niet effectief verhindert. c) Zodat het spouwmes kan functioneren, moet het zich in de zaagvoeg bevinden. Bij korte zaagsnedes heeft het spouwmes geen invloed bij het voorkomen van een terugslag. d) Gebruik de zaag niet als het spouwmes verbogen is. Een kleine storing kan al een vertragende werking hebben op het sluiten van de beschermkap.
4.5 Overige veiligheidsvoorschriften
Alleen werken met gemonteerde en juist ingestelde splijtwig. Gebruik geen kleine slijpschijven. Altijd de stekker uit het stopcontact halen voordat er instellingen of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. Neem de draaiende onderdelen van de machine niet vast! Verwijder spaanders en dergelijke uitsluitend bij een stilstaande machine. Draag een geschikt stofmasker. Draag gehoorbescherming. Draag een veiligheidsbril. Asvergrendelingsknop alleen bij stilstaande motor indrukken. Het zaagblad mag niet door zijwaartse tegendruk worden afgeremd. De beweegbare beschermkap mag bij het zagen niet in de teruggetrokken positie worden vastgeklemd.NEDERLANDS nl
De beschermkap moet vrij bewogen kunnen worden en automatisch, gemakkelijk en exact in de eindstand terugkeren. De beweeglijke splijtwig moet vrij bewogen kunnen worden en automatisch, gemakkelijk en exact in de eindstand terugkeren. Bij het zagen van materialen met sterke stofontwikkeling moet de machine regelmatig gereinigd worden. Het correct functioneren van de veiligheidsinrichtingen (bijv. de beweeglijke beschermkap) moet gewaarborgd zijn. Er mogen geen materialen worden gebruikt waarbij tijdens de bewerking stoffen of dampen vrijkomen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid (bijv. asbest). Controleer het werkstuk op vreemde voorwerpen. Tijdens het werk steeds erop letten dat er niet in spijkers e.d. gezaagd wordt. Bij blokkeren van het zaagblad onmiddellijk de motor uitschakelen. Probeer niet om extreem kleine werkstukken te zagen. Tijdens het bewerken moet het werkstuk goed vastliggen en beveiligd zijn tegen verschuiven. Gebruik een zaagblad dat geschikt is voor het te zagen materiaal. Verharste of met lijmresten vervuilde zaagbladen schoonmaken. Vuile zaagbladen leiden tot een hogere wrijving, het beklemd raken van het zaagblad en een verhoogd risico van terugslag. Zorg ervoor dat de zaagtanden niet oververhit raken. Voorkom dat het materiaal bij het zagen van kunststof smelt. Gebruik een zaagblad dat geschikt is voor het te zagen materiaal. De stofbelasting verminderen: WAARSCHUWING - Sommige stofdeeltjes die worden geproduceerd bij het schuren, zagen, slijpen, boren en ander werk bevatten chemicaliën waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van deze chemicaliën zijn: - lood van loodhoudende verf, - mineraalstof van bakstenen, cement en andere metselwerkmaterialen, en - arseen en chroom uit chemisch behandeld hout. Het risico dat u hierbij loopt varieert, afhankelijk van hoe vaak u met dit soort werk bezig bent. Om de blootstelling aan deze chemicaliën te verminderen: Werk in een goed geventileerde ruimte en werk met goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen zoals stofmaskers die speciaal zijn ontwikkeld voor het filteren van microscopische deeltjes. Dit geldt ook voor stof van andere materialen, zoals sommige houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Andere bekende ziekten zijn bijvoorbeeld allergische reacties, aandoeningen van de luchtwegen. Laat geen stof in uw lichaam komen. Neem de richtlijnen en nationale voorschriften in acht die van toepassing zijn op uw materiaal, personeel, toepassing en locatie (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvoer). Verzamel de ontstane deeltjes op de plaats waar ze ontstaan en voorkom dat ze neerslaan in de omgeving. Gebruik geschikte toebehoren voor speciale werkzaamheden. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Gebruik een geschikte stofafzuiging. Verminder de stofbelasting door: - de vrijkomende deeltjes en de afvoerluchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of omstanders of op neergeslagen stof te richten, - een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken, - de werkplek goed te ventileren en schoon te houden door te stofzuigen. Vegen of blazen wervelt het stof op. - Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen. Zie pagina 2. 1 Afsluitstuk (afzuigaansluiting/spaanafvoer) 2 Handgreep 3 Drukschakelaar 4 Blokkeerknop 5 Extra handgreep 6 Ondersnijdingsaanslag (vergroot de max. hoek voor schuin zagen van 45° tot 48°) 7 Schaal (hoek voor schuin zagen) 8 2 borgschroeven (parallelle aanslag) 9 2 borgschroeven (schuin zagen) 10 Markering (buitendiameter zaagblad) 11 Zaaglijnaanwijzer 12 Parallelle aanslag 13 Markering (voor het aflezen van de schaal op de parallelle aanslag) 14 Geleidingsgroeven voor het plaatsen van de machine op de geleidingsrails van diverse fabrikanten 15 Stelschroef (zaagbladhoek afstellen) 16 Geleidingsplaat 17 Zeskantsleutel 18 Opbergvak voor zeskantsleutel 19 Borgschroef (zaagdiepte) 20 Schaal (zaagdiepte) 21 Splijtwig 22 2 binnenzeskantschroeven (voor de splijtwiginstelling) 23 Zaagblad-bevestigingsschroef 24 Buitenste zaagbladflens 25 Zaagblad 26 Hendel (voor het terugdraaien van de beweeglijke beschermkap) 27 Binnenste zaagbladflens 28 Beweeglijke beschermkap 29 Asvergrendelingsknop
Vergelijk voor de ingebruikname of de op het typeplaatje aangegeven spanning overeenkomt met de netspanning. Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. inschakelstroom van 30 mA voor de machine. Altijd de stekker uit het stopcontact halen voordat er instellingen of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd.
6.1 Splijtwig instellen
De splijtwig (21) voorkomt dat het hout zich tijdens het zagen achter het zaagblad sluit en het zaagblad inklemt. Daardoor zou een terugslag kunnen ontstaan. De splijtwig moet zodanig ingesteld zijn dat de afstand tussen zijn inwendige ronding en de tandkrans van het zaagblad niet groter dan 5 mm is. De splijtwig zo instellen dat het diepste punt van het zaagblad niet meer dan 5 mm onder de onderkant van de splijtwig uitsteekt. Zie afbeelding pagina 3. Voor het verstellen de binnenzeskantschroeven (22) losdraaien, de juiste afstanden tot het zaagblad instellen en de binnenzeskantschroeven (22) weer vastdraaien.
6.2 Zaagdiepte instellen
Voor het instellen de borgschroef (19) losdraaien. Het motordeel tegen de geleideplaat (16) tillen of laten zakken. De ingestelde zaagdiepte kan op de schaal (20) worden afgelezen. De borgschroef (19) weer vastdraaien. De meest effectieve instelling van de zaagdiepte is zodanig dat de tanden van het zaagblad met niet meer dan een halve tandhoogte onder het werkstuk uitsteken. Zie afbeelding pagina 2. Aanwijzing: De spankracht van de borgschroef (19) kan worden ingesteld. Hiervoor de schroef van de hendel eraf draaien. De hendel afnemen en tegen de klok in verspringend erop plaatsen. Met de schroef bevestigen. Hierbij moet erop gelet worden, dat bij geopende hendel de zaagdiepte-instelling soepel loopt.
6.3 Zaagblad schuin zetten voor schuin
zagen Voor het instellen de arrêteerschroeven (9) losdraaien. Het motordeel tegen de geleideplaat (16) kantelen. De ingestelde hoek kan op de schaal (7) afgelezen worden. De borgschroeven (9) weer vastdraaien. Voor een schuine zaaghoek van 48° de ondersnijdingsaanslag (6) naar beneden schuiven.
6.4 Zaagbladhoek corrigeren
Wanneer bij 0° het zaagblad geen rechte hoek vormt met de voetplaat: met de stelschroef (15) de zaagbladhoek corrigeren.
6.5 Afzuigaansluiting/spaanafvoer instellen
De aansluiting (1) kan voor het afzuigen of voor de spaanafvoer in de juiste positie gedraaid worden. Hiervoor de aansluiting tot aan de aanslag inschuiven, draaien en weer uittrekken. De aansluiting kan in 45° stappen draaibestendig vastgezet worden. Afzuiging van zaagspanen: Voor het afzuigen van zaagspanen een geschikt afzuigapparaat met afzuigslang op de machine aansluiten.
7.1 In- en uitschakelen
Inschakelen: vergrendelknop (4) naar voren schuiven en vasthouden, vervolgens op de drukschakelaar (3) drukken. Uitschakelen: laat de drukschakelaar (3) los.
7.2 Tips voor het werk
Het netsnoer zo leggen dat de zaagsnede ongehinderd kan worden uitgevoerd. De markering (10) op de geleidingsplaat dient als hulp bij het positioneren van de zaag op het werkstuk en bij het zagen. Bij de maximale zaagdiepte markeert hij ongeveer de buitendiameter van het zaagblad en zodoende de zaagrand. Schakel de machine niet in of uit terwijl het zaagblad het werkstuk raakt. Laat het zaagblad eerst zijn volle toerental bereiken, voordat u de snede uitvoert. Bij het aanzetten van de handcirkelzaag wordt de beweeglijke beschermkap door het werkstuk teruggedraaid. Tijdens het zagen de machine niet uit het materiaal nemen wanneer het zaagblad draait. Eerst het zaagblad tot stilstand laten komen. Bij het blokkeren van het zaagblad de machine onmiddellijk uitschakelen. Zagen volgens aftekening: hiervoor dient de zaaglijnaanwijzer (11). De linkerinkeping (gemarkeerd met 0°) toont het zaagverloop bij een loodrecht zaagblad. De rechterinkeping (gemarkeerd met 45°) toont het zaagverloop bij een zaagblad dat 45° schuin staat. Zagen volgens een op het werkstuk bevestigde rails: Om een nauwkeurige zaagrand te bereiken, kan men een rails bevestigen op het werkstuk en de handcirkelzaag met geleideplaat (16) langs deze rails geleiden. Zagen met parallelle aanslag: Voor snedes parallel aan een rechte rand. De parallelle aanslag (12) kan vanaf weerskanten in de houder geplaatst worden. Bij het instellen letten op de parallelliteit t.o.v. het zaagblad. Eerst de voorste en dan de achterste borgschroef (8) vastdraaien. De nauwkeurige zaagbreedte kan het beste vastgesteld worden aan de hand van een proefzaagsnede.
6. Inbedrijfstelling, instellen
7. GebruikNEDERLANDS nl
Voor zaagsnedes parallel aan een rechte rand van het werkstuk: De parallelle aanslag (12) zo inzetten dat de aanslaglijst naar beneden wijst. Voor zaagsnedes parallel aan een rechte kant op het werkstuk: De parallelle aanslag (12) zo inzetten dat de aanslaglijst naar boven wijst. Zagen met geleiderail: Voor tot op een millimeter nauwkeurige, rechte, splintervrije zaagranden. De antisliplaag zorgt ervoor dat de geleideplaat stevig op het werkstuk wordt geplaatst en beschermt het werkstukoppervlak tegen krassen. Zagen met het afkortrailsysteem: De machine is voorbereid voor de opname door het Metabo-afkortrailsysteem. Hierdoor is een bijzonder eenvoudig afkorten vanuit diverse hoeken mogelijk. Zaagbladwissel Altijd de stekker uit het stopcontact halen voordat er instellingen of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. De asvergrendelingsknop (29) indrukken en vasthouden. Zaagas langzaam met de in de zaagblad-bevestigingsschroef (23) geplaatste zeskantsleutel (17) draaien, tot de vergrendeling vastklikt. De zaagblad-bevestigingsschroef (23) tegen de klok in eruit draaien en de buitenste zaagbladflens (24) eraf halen. De beweeglijke beschermkap (28) bij de hendel (26) terugtrekken en het zaagblad (25) eraf halen. De steunvlakken tussen de binnenste zaagbladflens (27), het zaagblad (25), buitenste zaagbladflens (24) en de zaagblad- bevestigingsschroef (23) moeten schoon zijn. Let erop, dat de binnenste zaagbladflens (27) correct wordt geplaatst: de binnenste zaagbladflens (27) heeft 2 zijden, diameter 30 mm en 5/8” (15,88 mm). Let op een nauwkeurige zit van het zaagblad-bevestigingsgat ten opzichte van de binnenste zaagbladflens (27)! Verkeerd gemonteerde zaagbladen lopen onregelmatig en leiden tot een verlies van de controle. Nieuw zaagblad plaatsen. Let op juiste draairichting. De draairichting is m.b.v. pijlen op zaagblad en beschermkap aangegeven. De buitenste zaagbladflens (24) plaatsen. De zaagblad-bevestigingsschroef (23) met zeskantsleutel (17) stevig vastdraaien. Alleen scherpe, onbeschadigde zaagbladen gebruiken. Geen vervormde of gescheurde zaagbladen gebruiken. Geen zaagbladen gebruiken waarvan het basiselement dikker of waarvan de zaagbreedte kleiner is dan de dikte van de splijtwig. Geen zaagbladen van hooggelegeerd snelarbeidsstaal (HSS) gebruiken. Geen zaagbladen gebruiken die niet voldoen aan de karakteristieken. Alleen zaagbladen met een diameter overeenkomstig het opschrift op de zaag gebruiken. Het zaagblad moet geschikt zijn voor het onbelaste toerental. Gebruik een zaagblad dat geschikt is voor het te zagen materiaal. Gebruik alleen originele Metabo zaagbladen. Zaagbladen die zijn ontworpen voor het zagen van hout of dergelijke materialen, moeten voldoen aan EN 847-1. De machine moet regelmatig ontdaan worden van afgezet stof. Daarbij de ventilatiesleuven van de motor met een stofzuiger uitzuigen. Het correct functioneren van de veiligheidsinrichtingen (bijv. de beweeglijke beschermkap, beweeglijke splijtwig) moet gewaarborgd zijn. De beweeglijke beschermkap en de beweeglijke splijtwig moeten vrij bewogen kunnen worden en automatisch, gemakkelijk en exact in de eindstand terugkeren. Inschakelingen genereren kortstondige spanningsdips. Bij ongunstige netomstandigheden kunnen andere apparaten worden beïnvloed. Bij netimpedanties kleiner dan 0,3 Ohm worden geen storingen verwacht. Gebruik alleen origineel Metabo-toebehoren. Gebruik alleen toebehoren dat voldoet aan de in deze gebruikershandleiding aangegeven eisen en kenmerken. Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de hoofdcatalogus. Reparaties aan elektrisch gereedschap mogen uitsluitend door een erkende elektricien worden uitgevoerd! Een defecte stroomkabel mag alleen worden vervangen door een speciale, originele beschermde stroomkabel van Metabo. Dit is verkrijgbaar via de Metabo Service. Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elek- trisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/ EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen afgedankte elektrische gereed- schappen gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Toelichting op de gegevens van pagina 3. Wijzigingen in het kader van technische verbeteringen voorbehouden.
=toerental bij onbelast draaien
=toerental onder belasting
45° =max. zaagdiepte (45°) A =hoek voor schuin zagen instelbaar Ø =zaagblad-diameter d =zaagblad-asgatdiameter a = max. basiselementdikte van het zaagblad b =snijkantbreedte van het zaagblad c =splijtwigdikte m=gewicht Meetgegevens vastgesteld volgens de norm EN 62841. Machine van beveiligingsklasse II ~ wisselstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste geschatte waarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN 62841:
h, D =trillingsemissiewaarde (zagen van spaanplaat)
h,D =onzekerheid (trilling) Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau
= onzekerheid Tijdens het werken kan het geluidsniveau 80 dB(A) overschrijden. Draag gehoorbescherming!
Notice-Facile