BAS 505 Precision - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BAS 505 Precision METABO in PDF-formaat.
| Technische Kenmerken | METABO BAS 505 Precision lintzaag, 400 W vermogen, instelbare snijsnelheid, snijcapaciteit van 120 mm. |
|---|---|
| Gebruik | Ideaal voor houtbewerking, het snijden van composietmaterialen en het maken van complexe vormen. |
| Onderhoud en Reparatie | Controleer regelmatig de zaagbladspanning, reinig na elk gebruik het afval, smeer bewegende delen. |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril, vermijd losse kleding, koppel het apparaat los bij het wisselen van het zaagblad. |
| Algemene Informatie | 3 jaar garantie, gewicht 12 kg, compacte afmetingen voor gemakkelijke opslag. |
Veelgestelde vragen - BAS 505 Precision METABO
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BAS 505 Precision - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BAS 505 Precision van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING BAS 505 Precision METABO
1. Overzicht van de zaag
Voorkant 1 Bovenste deur van de behui- zing 2 Bovenste lintzaagwiel 3 Plaats voor duwstok 4 Draaisluiting kastdeur 5 Draaigrendel voor zaagband- afdekking 6 Zaaglintbescherming 7 Bovenste zaaglintgeleiding 8 Zaaglint 9 Tafelinlegprofiel 10 Parallelle aanslag 11 Tafelblad 12 Aanslaggeleider 13 Draaisluiting kastdeur 14 Draaigrendel voor het instellen van de V-riem-spanning 15 Riemaandrijving 16 Onderste lintzaagwiel 17 Onderste deur van de behui- zing 18 Hoofdschakelaar met nood- schakelaar 19 Weergave voor zaagband- spanning Achterkant 20 Instelwiel voor bovenste lint- zaagwiel 21 Instelwiel voor zaaglintspan- ning 22 Spanenafzuigstuk 23 Motor 24 Sokkel 25 Schroefsleutel 26 Inbussleutel 27 Duwhout XA0046H6.fm Origineel gebruikaanwijzing DEUTSCH40 NEDERLANDS
1. Overzicht van de zaag ..............39
2. Lees deze tekst voor u begint!.40
4.1 Voorgeschreven gebruik
van het systeem ..........................40
4.4 Veiligheidsvoorzieningen ............42
6.1 Tafelblad uitlijnen ........................43
6.4 Zaaglint aanspannen...................44
6.5 Aanslaggeleider monteren ..........44
6.6 Parallelle aanslag monteren........44
6.7 Zaagselafzuigsysteem
aansluiten....................................44
7.1 De hoogte van de bovenste
lintgeleider instellen.....................46
7.2 Werken met de zaagmachine .....46
8. Service en onderhoud ..............47
8.1 Zaaglint uitlijnen ..........................47
8.2 Bovenste lintgeleider uitlijnen......47
8.3 Onderste lintgeleider uitlijnen......48
8.4 Kunststofvoeringen vervangen....48
Deze gebruikershandleiding werd zo opgesteld dat u snel en veilig met uw machine kunt werken. Hieronder vindt u een korte uitleg over hoe u de gebrui- kershandleiding moet lezen: Lees de handleiding helemaal door voor u de machine in gebruik neemt. Vooral het hoofdstuk „Veiligheids- voorschriften“ verdient uw aandacht. Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen die ten minste beschikken over basiskennis bij het werken met apparatuur zoals hier beschreven. Wanneer u geen erva- ring zou hebben met dergelijke apparatuur, doe dan eerst een beroep op de hulp van ervaren per- sonen. Bewaar alle met dit apparaat gele- verde documentatie, zodat u zich indien nodig kan informeren. Bewaar het aankoopbewijs voor eventuele garantieclaims. Als u het apparaat uitleent of door- verkoopt, moet u alle meegeleverde documentatie van het apparaat meegeven. De fabrikant wijst alle verantwoorde- lijkheid af voor schade die ontstaat door niet-inachtneming van deze handleiding. De informatie in deze handleiding wordt als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijke letsels door elektrische schok. Risico van bekneld raken!
Waarschuwing voor licha- melijk letsel door mee- trekken van lichaamsde- len of kledingstukken. Opgelet! Waarschuwing voor materiële schade. Tip: Aanvullende informatie. Cijfers in afbeeldingen (1, 2, 3, ...) benoemen de verschillende onderdelen; zijn doorlopend; hebben betrekking op de over- eenkomstige cijfers tussen haak- jes (1), (2), (3) ... in de bijbeho- rende tekst. Instructies voor handelingen, waar- bij op de volgorde moet worden gelet, zijn doorgenummerd. Instructies voor handelingen met willekeurige volgorde hebben een punt als opsommingsteken. Lijsten zijn gekenmerkt met een streep.
Gevaar! Neem de zaagmachine pas in gebruik wanneer de volgende voorbereidin- gen getroffen zijn: zaag bevestigd; tafelblad gemonteerd en uitge- lijnd; V-riemspanning gecontroleerd; veiligheidsvoorzieningen gecon- troleerd. Sluit de zaagmachine pas op het stroomnet aan als alle hierboven vernoemde voorbereidingen getroffen zijn! Anders bestaat het gevaar dat de zaag ongewild start en ernstige verwondingen veroor- zaakt.
4.1 Voorgeschreven gebruik
van het systeem De machine is alleen geschikt voor het gebruik in droge ruimten. Het gebruik in de openlucht is niet toegestaan! De machine is geschikt voor het zagen van hout, gelijkaardige materialen en kunststoffen. Het zagen van ronde werkstukken lood- recht op de draaias is uitsluitend toege- staan als het werkstuk stevig vastgezet wordt. Ronde werkstukken hebben de neiging door de roterende beweging van het zaagblad los te komen. Bij het smalkantzagen van vlakke werk- stukken moet een geschikte aanslag gebruikt worden om een veilige gelei- ding te garanderen. Het is ten stelligste verboden de machine te gebruiken voor een doel waarvoor ze niet ontworpen werd of waarvoor ze niet geschikt is. De fabri- kant wijst alle verantwoordelijkheid af in het geval dat de machine niet gebruikt wordt zoals voorgeschreven of als ze gebruikt wordt voor een doel waarvoor ze niet ontworpen werd of waarvoor ze niet geschikt is. Een ombouw van de machine of het gebruik van onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen tijdens het gebruik onvoorziene beschadigingen veroorzaken.
4.2 Algemene veiligheids-
voorschriften Houdt u zich bij gebruik van dit toe- stel aan de volgende veiligheids- voorschriften om gevaar voor perso- nen of materiële schade te voorkomen. Houdt u zich aan de bijzondere vei- ligheidsvoorschriften in de betref- fende hoofdstukken. Neem eventueel geldende wettelijke richtlijnen of voorschriften ter pre
ventie van ongevallen voor de omgang met lintzagen in acht.
Algemeen gevaar! Houd uw werkplek in orde – een wanordelijke werkplek kan ongeval
len tot gevolg hebben. Wees aandachtig. Let op wat u doet. Ga verstandig te werk. Gebruik de werktafel niet als u niet geconcen- treerd bent. Houd rekening met omgevingsin- vloeden. Zorg voor goede verlich- ting. Zorg voor een goede lichaamshou- ding. Zorg ervoor dat u op een ste- Inhoudsopgave
2. Lees deze tekst voor u
NEDERLANDS vige ondergrond staat en let er vooral op dat u altijd goed in even
wicht bent. Gebruik geschikte oppervlakken voor het zagen van lange werkstuk
ken. Gebruik het toestel niet in de nabij- heid van ontvlambare vloeistoffen of gassen. De machine mag alleen ingescha- keld en gebruikt worden door perso- nen die vertrouwd zijn met lintzagen en de gevaren bij de omgang ermee. Personen beneden de 18 jaar mogen met deze werktafel slechts werken in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een erva- ren docent. Let erop dat er zich geen onbe- voegde personen, voornamelijk kin- deren, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere perso
nen het toestel of het snoer kunnen aanraken. Vermijd overbelasting – belast de werktafel niet zwaarder dan in de technische gegevens is aangege- ven.
Gevaar door elektrische stroom! Stel het apparaat niet bloot aan regen.
Gebruik dit toestel niet in een voch- tige of natte omgeving. Voorkom dat u tijdens werkzaamhe- den met dit apparaat in contact komt met geaarde elementen zoals radia
toren, buizen, ovens, koelkasten. Gebruik het snoer niet voor doelein- den waarvoor het niet bedoeld is.
Verwondingsgevaar aan bewe- gende delen! Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheids
voorzieningen. Houd steeds voldoende afstand tot het zaaglint. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand van aangedreven onderde
len. Wacht tot het zaaglint stilstaat voor u kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik verwijdert. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Probeer het uitlopende zaaglint nooit af te remmen door er zijdelings tegenaan te drukken. Controleer of het apparaat geschei- den is van het stroomnet alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Zorg dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerk
zaamheden) geen montagegereed- schap of losse onderdelen meer in het toestel bevinden. Trek de netstekker uit, wanneer u het apparaat niet gebruikt.
Gevaar voor snijwonden ook bij rechtopstaand snijwerktuig! Trek veiligheidshandschoenen aan als u snijwerktuigen moet vervan
gen. Bewaar de zaaglinten zorgvuldig zodat niemand er zich kan aan ver
Gevaar door de terugslag van werkstukken (werkstuk komt in con- tact met het zaaglint en wordt tegen de operator geslingerd)! Zet het werkstuk nooit "op z’n smalle kant" (tijdens het schaven). Gebruik voor dunne of dunwandige werkstukken alleen zaaglinten met fijne tanden. Gebruik steeds scherpe zaaglinten. Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwer
pen (bijvoorbeeld spijkers of schroe- ven). Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Zaag nooit verschillende stukken – ook geen bundels met verschil
lende aparte stukken tegelijk. Er bestaat gevaar voor ongevallen wanneer afzonderlijke stukken ongecontroleerd gegrepen worden door het zaaglint. Ronde werkstukken mogen uitslui- tend met een geschikte kleminrich- ting doorgezaagd worden, zodat het werkstuk niet kan doordraaien.
Risico van bekneld raken! Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kledij door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen dassen, geen handschoe
nen, geen kledij met brede mou- wen; personen met lang haar moe- ten een haarnetje dragen). Zaag nooit werkstukken die de vol- gende materialen bevatten: touwen snoeren riemen kabels draden
Gevaar door onvoldoende per- soonlijke veiligheidsuitrusting! Draag oordoppen. Draag een veiligheidsbril. Draag een stofmasker. Draag aangepaste werkkledij. Bij werkzaamheden buiten wordt slipvast schoeisel aanbevolen.
Gevaar door zaagsel! Sommige soorten zaagsel (bijvoor- beeld van eiken-, beuken- en essen- hout) kunnen bij inademing kanker- verwekkend zijn. Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de in de technische gegevens vermelde waarden. Zorg ervoor dat tijdens het werken zo weinig mogelijk houtstof vrijkomt: houtstofafzettingen in het werk- bereik verwijderen (niet wegbla- zen!); lekken in de afzuiginstallatie her- stellen; Zorg voor een goede ventilatie.
Gevaar door technische wijzi- gingen aan de machine of het gebruik van onderdelen die niet door de fabri- kant goedgekeurd zijn, kunnen onvoorspelbaar persoonlijk letsel veroorzaken! Monteer deze werktafel zoals aan- gegeven in de gebruiksaanwijzing. Gebruik hiervoor uitsluitend onder- delen die door de fabrikant vrijgege- ven werden. Dat geldt in het bijzon- der voor: zaaglinten (bestelnummers in het hoofdstuk „Technische gege
vens“); Veiligheidsvoorzieningen (Voor de bestelnummers, zie de lijst met reserveonderdelen). Breng aan deze onderdelen geen wijzigingen aan.
Gevaar door gebreken aan het toestel! Zorg dat het toestel evenals het toe- behoren goed onderhouden wor- den. Neem hierbij de onderhouds- voorschriften in acht. Controleer de machine voor het inschakelen telkens op eventuele beschadigingen: voor elk gebruik moet de goede werking van de vei
ligheidsinrichtingen en van licht beschadigde onderdelen zorgvuldig gecontroleerd worden. Controleer of de scharnierende onderdelen cor
rect functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd zijn en aan alle voor
waarden voldoen om een feilloos gebruik ervan te garanderen. Voor elke inschakeling: controleren of het zaagblad langer dan 10 seconden naloopt; bij langere naloopduur moet de motor door een elektromonteur worden vervangen. Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman herstellen of vervangen. Laat beschadigde42 NEDERLANDS schakelaars in een reparatiedienst vervangen. Gebruik dit toestel niet, wanneer u de schakelaar niet kan in- en uitschakelen. Zorg ervoor dat er zich geen oliën of vetten op de handgrepen bevinden en dat deze droog blijven.
Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen! Indien een blokkade optreedt:
1. Schakel het apparaat uit.
2. Trek de stekker uit het stopcontact.
3. Draag veiligheidshandschoenen.
4. Blokkering verwijderen met geschikt
Gevaar! Het negeren van de volgende waar- schuwingen kan zware verwondin- gen en materiële schade tot gevolg hebben. Lees de gebruiksaanwij- zing. de stekker uit het stopcon- tact trekken, Looprichting van het zaag- lint. Gegevens op het type- plaatje:
4.4 Veiligheidsvoorzieningen
Bovenste zaaglintbescherming De bovenste zaaglintbescherming (37) verhindert ongewild hand-/vingercontact met het zaaglint en biedt bescherming tegen rondvliegende houtspaanders en zaagsel. Bewaar tussen de bovenste lintgeleider en het werkstuk steeds een afstand van 3mm, zodat de bovenste zaaglintbe- scherming een contact met het zaaglint voldoende kan verhinderen. Onderste zaaglintbescherming De onderste zaaglintbescherming (38) verhindert ongewild contact met het zaaglint onder het tafelblad. De onderste zaaglintbescherming moet tijdens het gebruik gemonteerd zijn. Deuren van de behuizing De deuren van de behuizing (36) verhin- deren het contact met de aangedreven onderdelen in het binnenwerk van de zaagmachine. De deuren van de behuizing zijn met een deurzekering uitgerust. Deze scha- kelt de motor uit, wanneer een behui- zingsdeur bij ingeschakelde zaag wordt geopend. De deuren van de behuizing moeten gedurende het bedrijf zijn gesloten. Duwhout Het duwhout is een verlenging van de hand en verhindert ongewild contact met het zaaglint. Het duwhout moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaaglint en een parallelle aanslag kleiner is dan 120 mm. Het duwhout moet in een hoek van 20 … 30 t.o.v. het oppervlak van het tafelblad gehouden worden. Als u het duwhout niet nodig heeft, kunt u het aan de daarvoor voorziene houder aan de machine hangen. Als het duwhout beschadigd is, moet hij vervangen worden. Breng de bovenste lintgeleider hele- maal naar beneden. Schroef uitstekende accessoires los. Transporteer de zaag met de hulp van een tweede persoon. Gebruik voor het transport indien mogelijk de originele verpakking.
Info: In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bedieningselementen van de machine voorgesteld.
De correcte omgang met de machine is beschreven in het hoofdstuk Bediening. Lees het hoofdstuk Bediening voor u de machine de eerste keer gebruikt. Hoofdschakelaar Inschakelen = groene schakelaar (39) indrukken. Uitschakelen = rode schakelaar (40) indrukken. Als de spanning wegvalt, dan slaat er een minimumspanningsrelais aan. Zo wordt verhinderd dat de zaag vanzelf gaat draaien als er weer spanning is. Om in dit laatste geval de machine opnieuw te starten, moet u opnieuw op de groene schakelaar drukken. Draaisluiting kastdeur Met de draaisluiting (41) opent en sluit u de kastdeur. 28 Fabrikant 29 Serienummer 30 Apparaatbenaming 31 Motorgegevens (zie ook „Techni- sche gegevens“) 32 CE-kenmerk – Dit apparaat beant- woordt aan de EU-richtlijnen over- eenkomstig de conformiteitsverkla- ring 33 Afvoersymbool – Apparaat kan via de fabrikant worden afgevoerd 34 Bouwjaar 35 Afmetingen van de toegelaten zaaglinten
6. Belangrijke bedienings-
1. Bovenste draaisluiting ongeveer
één omwenteling naar rechts draaien en onderste draaisluiting ongeveer één omwenteling naar links draaien. De kastdeur wordt een spleet geopend. De deurzekering wordt geactiveerd en de motor uitgescha
Gevaar door vrijliggende zaag- linten en lintzaagwielen! Als de motor na één omwenteling niet wordt uitgeschakeld of de deur direct open springt, is de deurzekering of het sluitsysteem defect. Stel de zaag buiten gebruik en laat deze door de servicevestiging van uw land repare- ren.
2. Draaisluitingen verder draaien.
Behuizingsdeur wordt helemaal geopend. Kastdeur sluiten: Kastdeur aandrukken en bovenste draaisluiting naar links en onderste draaisluiting naar rechts tot aan de aanslag draaien. De kastdeur ligt volledig tegen de kast. Instelwiel voor zaaglintspanning Met het instelwiel (42) kunt u de span- ning van het zaaglint eventueel corrige- ren: Door het instelwiel naar rechts te draaien, verhoogt u de spanning. Door het instelwiel naar links te draaien, verlaagt u de spanning. Instelwiel voor hellingshoek van het bovenste lintzaagwiel Met het instelwiel (43) kunt u de hellings- hoek van het bovenste lintzaagwiel wille- keurig instellen. Door de hellingshoek te wijzigen, wordt het zaaglint zo uitgelijnd dat het precies midden op het syntheti- sche loopvlak van de lintzaagwielen loopt: Het instelwiel draait naar rechts = het zaaglint loopt naar achter. Het instelwiel draait naar links = het zaaglint loopt naar voor. Instelwiel voor aandrijfriemspanning Met het instelwiel (44) kunt u indien nodig de spanning van de aandrijfriem corrigeren: Door het instelwiel naar links te draaien, verlaagt u de spanning; Door het instelwiel naar rechts te draaien, verhoogt u de spanning. Hoekinstelling voor tafelblad Nadat u de blokkeerschroef (46) heeft losgedraaid, kan het tafelblad (45) trap- loos tot maximaal 20 gekanteld wor- den ten opzichte van het zaaglint. Parallelle aanslag De parallelle aanslag (47) wordt aan de voorkant vastgeklemd. De parallelle aanslag kan zowel links als rechts van het zaaglint gemonteerd worden.
6.1 Tafelblad uitlijnen
Het tafelblad moet in twee vlakken uitge- lijnd worden. zijwaarts, zodat het zaaglint precies in het midden van het tafelinlegpro- fiel loopt; loodrecht op het zaaglint. Tafelblad zijwaarts uitlijnen
Gevaar! Ook bij een stilstaand zaaglint bestaat er nog gevaar voor snijwon- den. Gebruik voor het losmaken en aantrekken van de bevestigings- schroeven een werktuig, dat uw hand een voldoende afstand tot het zaag- band mogelijk maakt.
3. Richt het tafelblad zo uit dat het
zaaglint in het midden van het tafe
4. Draai de vier bevestigingsschroeven
5. Zeskantmoer (49) slechts zo ver
aantrekken tot zich de zaagtafel nog licht laat zwenken.
6. Klemhendel (48) aantrekken.
Tafelblad loodrecht uitlijnen
1. Breng de bovenste lintgeleider hele-
maal naar boven (zie „Bediening“).
2. Controleer de spanning van het
zaaglint (zie „Ingebruikneming“).
3. Spanhefboom (48) losmaken.
4. Met behulp van een hoek de zaagta-
fel haaks ten opzichte van het zaag- band uitrichten en de klemhendel (48) weer aantrekken.
5. Draai de contramoer (51) los en stel
de eindaanslagschroef (52) in tot deze de zaagbank net raakt.
Voor een veilige stand moet de zaag op een stevige ondergrond vastgezet wor- den:
1. Boor 4 gaten in de ondergrond.
2. Steek de schroeven bovenaan door
de basisplaat van de zaagmachine en schroef ze vast.
6.3 Tafelblad monteren
1. Draai de eindaanslagschroef (53)
onderaan in het tafelblad.
2. Plaats het tafelblad over het zaaglint
en laat het zakken tot op de tafel
3. Bevestig het tafelblad met vier
schroeven (54) en borgschijfjes op de tafelbladhouder.
6.4 Zaaglint aanspannen
Gevaar! Een te hoge spanning kan leiden tot een breuk van het zaaglint. Bij een te lage spanning kan het aandrijfwiel beginnen slippen, waardoor het zaaglint komt stil te staan.
1. Breng de bovenste lintgeleider hele-
maal naar boven (zie „Bediening“).
2. Spanning controleren:
Met de vinger in het midden tus- sen de zaagtafel en de bovenste bandgeleiding zijdelings tegen het zaagband drukken (het zaag- band mag zich slechts om 1 tot 2 mm zijdelings laten indrukken). Instelling aan de weergave van de zaagbandspanning controle
ren. De schaal geeft de correcte instelling afhankelijk van de breedte van het zaagband weer .
3. Corrigeer de spanning indien nodig:
Verhoog de spanning door het instelwiel (55) naar rechts te draaien. Verlaag de spanning door het instelwiel (55) naar links te draaien.
6.5 Aanslaggeleider monte-
ren Aanslaggeleidingsprofiel (56) met vier vleugelschroeven en onderle- gringen aan de zaagtafel bevesti- gen.
6.6 Parallelle aanslag monte-
ren De parallelle aanslag kan zowel links als rechts van het zaaglint gemonteerd wor- den.
1. Parallelaanslag in de aanslaggelei-
Gevaar! Het zaagstof van enkele houtsoorten (bijv. eik, beuk en es) kan bij het inademen kankerverwekkend zijn: werk in gesloten ruimten uitsluitend met een zaagselafzuiginstallatie (luchtsnelheid aan de afzuigstomp van de zaag 20 m/s, luchtdebiet 460 m³/h).
Attentie! Het werken zonder zaagselafzuigin- stallatie is alleen toegestaan: in openlucht; bij kortstondig werken (gedurende max. 30 minuten); met stofmasker. Als er zonder afzuigsysteem gewerkt wordt, dan hoopt er zich binnenin de lintzaag zaagsel op. Deze ophopingen moeten regel- matig verwijderd worden. Een zaagselafzuigsysteem of een indu- striële stofzuiger met een aangepaste adapter op de afzuigstomp aansluiten.
Gevaar! Ook bij een stilstaand zaaglint bestaat er nog gevaar voor snijwon- den. Bij het vervangen van een zaag- lint moet u veiligheidshandschoenen dragen.
Gebruik uitsluitend geschikte zaaglin- ten (zie "Technische gegevens").
1. De vier vleugelschroeven losmaken
en het aanslaggeleidingsprofiel (58) voor de parallelaanslag afnemen.
helemaal naar beneden.
4. Kartelmoer (63) aan de ingrijpbe-
scherming losmaken en de ingrijp- bescherming in de onderste positie schuiven.
6. Draai het instelwiel (62) los tot het
zaaglint ontspannen is.
7. Neem het zaaglint weg en leidt het
door de opening in het tafelblad , de zaaglintbescherming aan de bovenste lintgeleider (61), de onderste zaagbandafdekking (60) en de lintgeleiders heen.
Gevaar! Gebruik een geschikte transportin- richting voor het transport van gespannen, bredere zaaglinten.
8. Breng een nieuw zaaglint aan. Zorg
ervoor dat het lint correct geplaatst is: de tanden wijzen naar de voor
zijde (deurzijde) van de zaag.
9. Breng het zaaglint in het midden op
het rubberen loopvlak aan.
10. (62)Zet het instelwiel weer vast tot
het zaaglint niet meer kan wegglij- den.
11. Span het zaaglint (zie hoofdstuk
"Zaaglint aanspannen").
12. Onderste zaagbandafdekking (60)
sluiten en ingrijpbescherming in de bovenste positie of tot aan de tafel
kant naar boven schuiven en het kartelwiel (63) vasttrekken.
13. Kastdeur sluiten.
14. Vervolgens moet u:
het zaaglint uitlijnen (zie hoofd- stuk "Zaaglint uitlijnen"); de lintgeleidingen uitlijnen (zie „Onderhoud en verzorging“); de zaagmachine gedurende min- stens één minuut laten proef- draaien; de zaagmachine uitzetten, de netstekker uit het stopcontact trekken en de instellingen opnieuw controleren.
15. Aanslaggeleidingsprofiel (58) met
de vier vleugelschroeven en de onderlegringen aan de zaagtafel bevestigen.
Gevaar! Elektrische spanning Gebruik de zaag alleen in een droge omgeving. De zaag mag uitsluitend aange- sloten worden op een stopcon- tact dat aan de hierna volgende voorwaarden voldoet (zie ook "Technische gegevens"): Netspanning en -frequentie moeten overeenkomen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat; de stroomkring dient vakkun- dig beveiligd te worden met een differentieelschakelaar die aan
slaat bij een lekstroom van 30 mA, De stopcontacten moeten vol- gens voorschrift geïnstalleerd zijn, geaard en goedgekeurd; bij driefasenwisselstroom con- tactdozen met nulleider.
Info: Met vragen over uw huisaanslui- ting wendt u zich tot uw energiebedrijf of uw elektromonteur. Het snoer moet zo gelegd worden dat de zaagwerkzaamheden niet b emoei- lijkt worden, en dat het snoer niet beschadigd kan worden. Het snoer moet beschermd wor- den tegen hitte en bijtende schei- kundige vloeistoffen, en zorg dat het snoer niet beschadigd kan worden door scherpe voorwerpen. Gebruik als verlengsnoer slechts een rubbersnoer met voldoende doorsnede (3 x 1,5 mm
, bij uit- voering met draaistroommotor:
Trek de stekker niet aan het snoer uit het stopcontact.
Verandering van draairichting (alleen bij uitvoering met draai
stroommotor): afhankelijk van de fasebezetting is het mogelijk dat het zaaglint in de ver- keerde richting draait. Daardoor kan het werkstuk bij een poging het te zagen weggeslingerd worden. Con- troleer daarom voor elke installatie de draairichting. Als de draairichting niet correct is, moet de aansluiting gewijzigd worden door een elektromonteur!
1. Zodra de zaag met alle veiligheids-
voorzieningen gemonteerd is, sluit u ze aan op het stroomnet.
2. Schakel de zaag even in en onmid-
dellijk opnieuw uit.
3. Let op de draairichting van het zaag-
lint: het zaaglint moet in het snij- bereik van boven naar onder bewegen.
4. Als het zaaglint in de foute richting
loopt, trekt u de stroomkabel van de aansluiting aan de zaag.
5. Laat de elektrisch aansluiting wijzi-
gen door een elektromonteur!
Gevaar! Om de kans op ongevallen zo veel mogelijk te beperken, moet u zich bij alle werkzaamheden aan de volgende veiligheidsvoorschriften houden: Zorg ervoor dat u zichzelf ook beschermt: stofmasker; draag oorbeschermers; draag een veiligheidsbril. Zaag nooit meer dan één werk- stuk tegelijk. Zorg ervoor dat het werkstuk tij- dens het zagen steeds goed tegen het tafelblad ligt. Zet het werkstuk nooit op z’n smalle kant (tijdens het zagen). Probeer nooit het zaaglint af te remmen door er van de zijkant (met een voorwerp) tegenaan te drukken. Zagen van boogvormige en onre- gelmatige werkstukken: werks tuk vast op de tafel houden en gelijk
matig naar voren schuiven. Blijf met de handen in de veilige zone. Naargelang het soort werk dat u verricht, gebruikt u: een duwhout – als de afstand aanslagprofiel – zaaglint 120 mm; een werkstuksteun – voor lange werkstukken, wanneer ze na het doorzagen van de tafel zouden vallen; een schaafselafzuigsysteem; bij het snijden van cirkels een cirkelsnijdinrichting; bij het snijden van kleine wig- gen een geleidingsinrichting; een geschikte kleminrichting bij het doorzagen van ronde werkstukken, zodat het werk- stuk niet kan doordraaien; een geschikte aanslag bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken, om een veilige geleiding te garanderen. Controleer of alles goed functio- neert alvorens met de zaagwerk- zaamheden te beginnen: zaaglint; bovenste en onderste zaaglint- bescherming. Beschadigde onderdelen dienen onmiddellijk vervangen te wor
den. Zorg voor een juiste werkhouding tijdens het zagen (de zaagtanden moeten naar de gebruiker wijzen). Zaag nooit meerdere werkstuk- ken tegelijkertijd - ook geen bun- dels die bestaan uit meerdere afzonderlijke stukken. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als aparte stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen.
Intrekrisico! Draag geen loszittende kledij, sie- raden of handschoenen die in de draaiende onderdelen van de machine terecht zouden kunnen komen. Personen met lang haar zijn ver- plicht een haarnetje te dragen. Zaag nooit werkstukken die aan touwen, snoeren, riemen of dra
den hangen of dergelijke materia- len bevatten.
7.1 De hoogte van de boven-
ste lintgeleider instellen De hoogte van de bovenste lintgeleider (66) moet ingesteld worden: voor het begin van de zaagwerk- zaamheden, om aan te passen aan de werkstukhoogte (de bovenste lint- geleider moet zich bij het zagen ca. 3 mm boven het werkstuk bevinden); na de uitvoering van wijzingen aan het zaaglint of het tafelblad (bijvoor- beeld zaaglint vervangen, zaaglint aanspannen, tafelblad uitlijnen).
Gevaar! Schakel de machine uit en wacht tot het zaaglint stilstaat voor u de boven- ste lintgeleding en de helling van het tafelblad instelt.
1. Draai de schroef (65) los.
2. Bovenste bandgeleiding (66) met de
draaigrendel (64) op de gewenste hoogte stellen.
3. Draai de schroef (65) weer vast.
Snijsnelheid instellen
2. Draai de spanhendel naar links om
de V-riem los te maken.
3. V-riem op de passende riemschijf
aan het aandrijfwiel (onderste band- zaagrol) en op de passende motor- riemschijf leggen – Sticker op de binnenkant van de onderste behui- zingsdeur opvolgen.
Attentie! De V-riem moet op de beide voorste of de beide achterste riemschijven lopen. Plaats de V-riem nooit schuin! V-riem op de voorste riemschijven = lage snelheid, hoog koppel. V-riem op de achterste riemschijven = hoge snelheid, laag koppel.
4. Span de V-riem weer door de span-
hendel naar rechts te draaien (de V- riem moet in het midden ongeveer
mm doorgebogen kunnen wor- den).
5. Sluit de onderste deur van de behui-
7.2 Werken met de zaagma-
1. Controleer de zaaglintspanning (zie
hoofdstuk "Zaaglint aanspannen")
3. Kies afhankelijk van de gewenste
snijmethode de parallelle aanslag en de tafelbladhoek.
Gevaar door kantelen van het werkstuk! Bij het zagen met parallelle aanslag en hellend tafelblad moet de parallelle aanslag aan de naar onder wijzende kant van het tafelblad bevestigd wor- den.
4. Zet de bovenste lintgeleider 3 mm
boven het werkstuk vast.
Aanwijzing: Voer voor u het werkstuk zaagt altijd een proefsnede uit en corrigeer eventueel de instellingen.
5. Plaats het werkstuk op het tafelblad.
6. Schakel de zaag in.
7. Zaag het werkstuk in één beweging
8. Als u stopt met werken, moet u de
zaagmachine uitzetten.
9. Als u niet meteen verder werkt:
zaaglintspanning verlagen en op het apparaat de waarschuwing aan- brengen dat de zaaglintspanning vóór het volgende zaagproces weer ingesteld moet worden (zie hoofd- stuk "Zaaglint aanspannen")
Gevaar! Voordat u met de service of met het onderhoud begint:
1. zet u het apparaat uit.
2. wacht u tot de zaag helemaal stil-
3. de stekker uit het stopcontact
trekken, Nadat u klaar bent met de service en/of onderhoudsbeurt, moet eerst de goede werking van alle veilig- heidsvoorzieningen gecontroleerd worden. Beschadigde onderdelen, in het bij- zonder veiligheidsvoorzieningen, mogen uitsluitend door originele onderdelen worden vervangen, omdat onderdelen, die niet door de fabrikant getest en vrijgegeven zijn, niet te voorziene schade tot gevolg kunnen hebben. Service en/of onderhoudswerk- zaamheden die niet in dit hoofdstuk beschreven staan mogen uitsluitend door vaklui uitgevoerd worden.
Gevaar! Bij een beschadigde tafelinleg bestaat het gevaar dat kleine voor- werpen klem komen te zitten tussen tafelinleg en zaaglint en het zaaglint blokkeren. Beschadigde inlegprofie- len moeten onmiddellijk vervangen worden! Toerentalregeling Door het verplaatsen van de aandrijfriem kan de lintzaag met twee snelheden (zie „Technische gegevens“) gebruikt wor- den: 408 m/min voor harde houtsoorten, kunststoffen en non-ferrometalen (met passend zaaglint); 965 m/min voor alle houtsoorten.
Attentie! De aandrijfriem mag niet schuin geplaatst worden, anders raakt hij beschadigd.
8.1 Zaaglint uitlijnen
Wanneer het zaaglint niet meer over het midden van het rubberen loopvlak loopt, moet de hellingshoek van het bovenste lintzaagwiel bijgeregeld worden:
1. Draai de blokkeerschroef (68) los.
2. Draai aan de instelschroef (67):
Draai de instelschroef (67) naar rechts als het zaaglint meer naar de voorkant van de zaagmachine loopt. Draai de instelschroef (67) naar links als het zaaglint meer naar de achterkant van de zaagma
8.2 Bovenste lintgeleider uit-
lijnen De bovenste lintgeleider bestaat uit: een steunrol (steunt het zaaglint achteraan), twee geleidingsrollen (geleiden het zaaglint aan de zijkant). Deze rollen moeten na vervanging of uit- lijnen van het zaaglint steeds opnieuw uitgelijnd worden:
Aanwijzing: Controleer de rollen regelmatig op slijtage en vervang indien nodig alle rollen tegelijk. Steunrol instellen
1. Eventueel moet u het zaaglint uitlij-
2. Draai de schroef (69) voor de steun-
3. Lijn de steunrol uit (afstand steunrol
zaaglint = 0,5 mm – als het zaaglint met de hand bewogen wordt, mag het niet in aanraking komen met de steunrol)
4. Trek de schroef voor de steunrol
opnieuw aan. Geleiderollen instellen
1. Kartelmoer (72) losmaken.
2. Geleidingsrollen (73) met de kartel-
schroeven (71) tegenover het zaag- band instellen.
3. Bandzaagrol enkele keren per hand
in richting van de wijzers van de klok draaien om te controleren of zich de geleidingsrollen in de juiste positie bevinden - beide geleidingsrollen dienen licht aan het zaagband aan te sluiten.
4. Kartelmoer (72) weer aantrekken,
om de kartelschroef (71) vast te schroeven.
8. Service en onderhoud
8.3 Onderste lintgeleider uit-
lijnen De onderste lintgeleider bestaat uit: een steunrol (steunt het zaaglint achteraan), twee geleidingsrollen (geleiden het zaaglint aan de zijkant). Deze delen moeten na vervanging of uit- lijnen van het zaaglint uitgelijnd worden.
Opmerking: controleer de steunrol en de geleidingsrollen regelmatig op slijtage en vervang bij behoefte beide geleidingsrol- len gelijktijdig. Basisinstelling
2. Ingrijpbescherming in de onderste
positie schuiven en onderste zaag- bandafdekking (74) openen.
3. Draai de schroef (75) voor de onder-
schuiven dat het zaagband in het midden tussen de geleidingsrollen (76) ligt.
5. Trek de schroef (75) aan.
1. Draai de schroef (80) voor de steun-
2. Lijn de steunrol uit (81) (afstand
steunrol zaaglint = 0,5 mm – als het zaaglint met de hand bewogen wordt, mag het niet in aanraking komen met de steunrol)
3. (80) Trek de schroef voor de steun-
rol opnieuw aan. Geleiderollen instellen
1. Kartelmoer (78) losdraaien.
2. Geleiderollen (77) met de kartel-
schroeven (79) tegenover het zaag- lint plaatsen.
3. Bandzaagrol enkele keren per hand
in richting van de wijzers van de klok draaien om te controleren of zich de geleidingsrollen in de juiste positie bevinden - beide geleidingsrollen dienen licht aan het zaagband aan te sluiten.
4. Kartelmoer (78) weer aantrekken,
om de kartelschroef vast te schroe- ven.
6. Sluit de onderste deur van de behui-
vangen Controleer de kunststofvoeringen gere- geld op slijtage. De kunststofvoeringen moeten steeds tegelijk vervangen wor- den:
1. Verwijder het zaaglint (zie „Onder-
houd en verzorging”).
2. Steek een kleine schroevendraaier
onder de kunststofvoeringen en ver- wijder deze.
3. Breng de nieuwe kunststofvoerin-
gen aan en monteer het zaaglint.
8.5 Tafelinlegprofiel vervan-
gen Het tafelinlegprofiel moet worden ver- vangen wanneer de gleuf beschadigd is.
1. Neem het tafelinlegprofiel (82) uit
het tafelblad (druk het er langs onder uit).
2. Breng een nieuw tafelinlegprofiel
Gevaar! Het zaaglint of de bandzaagrol nooit met een borstel of schraper in de hand aanraken, als het apparaat in werking is! Voordat u met onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden begint:
1. de machine uitschakelen,
2. wacht u tot de zaag helemaal stil-
3. trekt u de stekker uit het stopcon-
2. Verwijder zaagsel en stof met een
borstel of een stofzuiger.
3. Kastdeur sluiten.
Gevaar! Berg de zaagmachine steeds op waar onbevoegden ze niet kun- nen inschakelen en waar niemand zich eraan kan bezeren, ook al is ze uitgescha- keld.
Attentie! De machine mag niet in openlucht of in een vochtige ruimte opgeborgen wor- den.
Attentie! Leg ongebruikte zaaglinten samen en bewaar deze op een droge plaats. Houd het tafelblad schoon – verwij- der vooral harsresten met behulp van een hiervoor geschikte reini
gings- en onderhoudsspray (acces- soire). Behandel het tafelblad van de zaag- machine met een glijmiddel (bijvoor- beeld WAXILIT). Voor bijzondere werkzaamheden zijn volgende accessoires verkrijgbaar in de vakhandel – de tekeningen vindt u terug op de omslagzijde achteraan: A Cirkelsnijvoorziening voor het snijden van cirkels met een doorsnede van 120 tot
mm. Optimale sneden in ver- binding met het bandzaagblad voor curvesneden. B Onderstel voor het eenvoudig transport.
NEDERLANDS C Parallelaanslag voor exacte lang sneden. D Hoekaanslag traploos van 90 tot 45 instelbaar. E Precisie-drierollengeleiding garandeert een optimale geleiding van het zaaglint en een zeer lange levensduur. F Lintslijpsysteem voor de bewerking van snijvlakken. G Afzuigadapter voor afzuigstomp van 100 mm. H Afzuiginstallatie beschermt de gezondheid en houdt de werkplaats schoon. I Glijmiddel WAXILIT om het hout goed over de machine- tafels te laten glijden. J Onderhouds- en conserverings- spray om harsresten te verwijderen en metalen oppervlakken te conserve
ren. K Weefselband korrel 80, 3380 x 25 (3 stuks) L Weefselband korrel 120, 3380 x 25 (3 stuks) M Bandzaagblad A2 voor het zagen van NE-metalen. N Lintzaagblad "A4 Voor zeer kleine bochten en radius- sen. O Bandzaagblad A6 voor het zagen van hout, rechte sneden. P Bandzaagblad A6 voor het zagen van hout, universele sneden. Q Bandzaagblad A8 voor het zagen van brandhout.
Gevaar! Reparaties van elektrische machines mogen uitsluitend door een elektro- monteur uitgevoerd worden! De elektrische machines kunnen voor herstelling verzonden worden naar de serviceafdeling van uw land. Het adres vindt u bij de lijst met onderdelen. Geef bij inzending voor reparatie een omschrijving van het vastgestelde defect. Het verpakkingsmateriaal van het appa- raat kan voor 100% worden gerecy- cleerd. Afgedankte elektronische gereedschap- pen en accessoires bevatten grote hoe- veelheden waardevolle grond- en kunst- stoffen die eveneens gerecycled kunnen worden. De gebruiksaanwijzing werd op chloor- vrij gebleekt papier gedrukt.
Gevaar! Alvorens een storing te verhelpen, moet u:
1. zet u het apparaat uit.
2. de stekker uit het stopcontact
3. wachten tot het zaaglint stilstaat.
Nadat de storing verholpen is, moet u eerst de goede werking van alle vei- ligheidsvoorzieningen controleren. De motor draait niet Het minimumspanningsrelais staat op, "uit" vanwege een tijdelijke stroomonder- breking. Opnieuw inschakelen. Er is geen spanning. Controleer het snoer, de stekker, en de zekering. Het zaaglint loopt uit de snijlijn of glijdt van de geleider. Zaagband loopt niet correct op de band- zaagrollen: Verstel de hoek van het bovenste lintzaagwiel (zie „Onderhoud en ver- zorging“). Het zaaglint breekt De zaaglintspanning is niet correct: Corrigeer de zaaglintspanning (zie „Ingebruikneming”). Te zware belasting: Verminder de druk op het zaaglint. Verkeerd zaaglint: Vervang het zaaglint (zie „Onder- houd en verzorging”): Curvesneden = smal zaagband, rechte sneden = breed zaagband. Het zaaglint is vervormd Te zware belasting: Vermijd druk van opzij op het zaag- lint. De zaagmachine trilt Onvoldoende vastgezet: Bevestig de zaagmachine correct op een gepaste ondergrond (zie „Inge- bruikneming”). Het tafelblad is los: Lijn het tafelblad uit en zet het vast. De motorbevestiging is los: Controleer de bevestigingsschroe- ven en draai ze indien nodig vast. De schaafselafzuigstomp is verstopt Het afzuigsysteem is niet aangesloten of de afzuigkracht is te gering: Sluit de afzuiginstallatie aan of ver- hoog het afzuigvermogen (lucht- snelheid 20 Š 20m/sec aan de schaafselafzuigstomp).
WNB DNB Spanning V 230(1~50Hz) 400(3~50Hz) Nominale stroom A 6,7 3,9 Zekering A 10 (met vertraging of met K-automaat) 10 (met vertraging of met K-automaat) Veiligheidsklasse IP 54 IP 54 Beveiligingsklasse I I Vermogen Opgenomen vermogen P1 Asvermogen P2
Snijsnelheid m/min 408/965 408/965 Lengte van het zaaglint mm 3380 3380 Maximale vlucht (doorlaatbreedte) mm 440 440 Maximale snijhoogte mm 280 280 Maximale zaaglintbreedte mm 25 25 Maximale zaaglintdikte mm 0,65 0,65 Afmetingen Apparaat compleet met verpakking Lengte Breedte Hoogte Machine bedrijfsklaar (tafelblad horizontaal) Lengte Breedte Hoogte Tafelblad afzonderlijk Lengte Breedte
Gewicht Machine bedrijfsklaar (met meegeleverd toebehoren) kg 133 133 Toegelaten bedrijfsomgevingstemperatuur Toegelaten transport- en opslagtemperatuur
0 tot + 40 0 tot +40 0 tot + 40 0 tot +40 Lawaai-emissiewaarden (DIN EN 1870-1*) in vrijloop, A-geluidsdrukniveau L
A-geluidsdrukniveau L
Onzekerheid K dB (A) dB (A) dB (A) 75,0 84,6 4,0 75,0 84,6 4,0 Lawaai-emissiewaarden (DIN EN 1870-1*) bij bewerking, A-geluidsdrukniveau L
A-geluidsdrukniveau L
- De vermelde waarden zijn emissiewaarden en zijn zodoende niet tevens ook veilige werkplaatswaarden. Ofschoon er een corre- latie tussen emissie- en immissiewaarden bestaat, kan hieruit niet betrouwbaar worden afgeleid of bijkomende voorzorgsmaatrege- len noodzakelijk zijn of niet. Factoren die het actuele immissiepeil op de werkplek beïnvloeden, omvatten de aard van de werk- ruimte en andere geluidsbronnen, bijv. het aantal machines en andere naburige werkprocessen. De betrouwbare werkplaatswaarden kunnen eveneens van land tot land verschillen. Deze informatie dient echter de gebruiker in staat te stellen, een betere inschatting van bedreiging en risico uit te voeren. Toepassing Afmeting mm Tandsteek Bestelnummer NE-metalen 3380 x15 x 0,5 A2 090 902 9210 Bochtsneden 3380 x 6,0 x 0,5 A4 090 902 9180 Hout - rechte sneden 3380 x 25 x 0,5 A6 090 900 0416 Universele zaagsneden in hout 3380 x 15 x 0,5 A6 090 902 9171 Brandhout 3380 x 25 x 0,5 A8 090 900 0424A 090 903 1249 B 090 900 0505 C 091 1001 7683 D 091 000 8048 E 090 906 0974 F 090 903 1087 G 091 003 1260 H 013 001 1004 I 431 306 2258 J 091 101 8691 K 090 903 0544 L 090 903 0552 M 090 902 9210 N 090 902 9180 O 090 900 0416 P 090 902 9171 Q 090 900 0424 45°30°15°45°30°15°0°0°
Notice-Facile