KSE 55 Vario Plus PartnerEdition - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KSE 55 Vario Plus PartnerEdition METABO in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - KSE 55 Vario Plus PartnerEdition METABO
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KSE 55 Vario Plus PartnerEdition - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KSE 55 Vario Plus PartnerEdition van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING KSE 55 Vario Plus PartnerEdition METABO
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoor- ding: Deze handcirkelzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle rele- vante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 3. De machine is geschikt voor het zagen van hout, kunststof en soortgelijke materialen. Voor schade door oneigenlijk gebruik is alleen de gebruiker aansprakelijk. De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies dienen te worden nageleefd. Let ter bescherming van uzelf en de machine op de met dit symbool aange- geven passages! WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaan- wijzing om het risico van letsel te vermin- deren. WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidswaarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en specificaties die bij dit elektrische gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor toekomstig gebruik. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.
a) GEVAAR: Kom met uw handen niet in het zaagbereik of aan het zaagblad. Houd met uw tweede hand de extra handgreep of het motorhuis vast. Wanneer u het zaagblad met beide handen vasthoudt, kan het zaagblad geen letsel aan uw handen veroorzaken. b) Kom met uw handen niet onder het werkstuk. Onder het werkstuk kan de beschermkap u niet beschermen tegen het zaagblad. c) Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werk- stuk aan. Er dient minder dan een volle tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn. d) Houd het te zagen werkstuk nooit in uw hand of boven uw been vast. Zet het werkstuk vast op een stabiele ondergrond. Het is van belang het werkstuk goed te bevestigen om het risico van lichaamscontact, het klemmen van het zaagblad of het verlies van controle zo veel mogelijk tegen te gaan. e) Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken wanneer u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Contact met een spanningsvoerende leiding zet ook de metalen apparaatonderdelen van het elektrisch gereedschap onder spanning en leidt tot een elektrische schok. f) Gebruik bij het zagen in de lengterichting altijd een aanslag of een rechte kantgeleiding. Hierdoor wordt de zaagprecisie verbeterd en de mogelijkheid dat het zaagblad klemt tegengegaan. g) Gebruik altijd zaagbladen van de juiste grootte en met de juiste opnameboring (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen scheef en leiden tot verlies van controle. h) Gebruik nooit beschadigde of verkeerde zaagblad-onderlegschijfjes of -schroeven. De zaagblad-onderlegschijfjes en -schroeven zijn speciaal voor uw zaag geconstrueerd, met het oog op optimale prestaties en veiligheid.
4.2 Terugslag - oorzaken en bijbehorende
veiligheidsvoorschriften - Een terugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een zaagblad dat blijft haken, klemt of verkeerd is afgesteld. Deze reactie leidt ertoe dat een ongecontroleerde zaag omhoogkomt en zich uit het werkstuk in de richting van de bediener beweegt; - Wanneer het zaagblad blijft haken of klem komt te zitten in een zaagvoeg die zich sluit, raakt het geblokkeerd. Door de motorkracht wordt de zaag dan in de richting van de bediener teruggeslagen; - Wordt het zaagblad in de zaagsnede verdraaid of verkeerd afgesteld, dan kunnen de tanden van de achterste zaagbladkant in het oppervlak van het werkstuk blijven haken, waardoor het zaagblad uit de zaagvoeg naar buiten komt en terugspringt in de richting van de bediener. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van de zaag. Een terugslag kan worden voorkomen door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven. a) Houd de zaag met beide handen vast en breng uw armen in zo'n positie dat u de kracht van de terugslag kunt opvangen. Blijf altijd aan de zijkant van het zaagblad en zorg ervoor dat het nooit in één lijn met uw lichaam komt. Bij een terugslag kan de cirkelzaag naar achteren springen, maar de bediener kan de terugslag- krachten beheersen door passende veiligheids- maatregelen te nemen.
1. Conformiteitsverklaring
2. Gebruik volgens de
veiligheidsvoorschriften
c) Indien het zaagblad beklemd raakt of u het werk onderbreekt, schakel de zaag dan uit en houd hem rustig in het materiaal totdat het zaagblad tot stilstand gekomen is. Probeer nooit om de zaag uit het werkstuk te halen of hem naar achteren te trekken zolang het zaag- blad beweegt, anders kan er een terugslag plaatsvinden. Stel de oorzaak van het beklemd raken van het zaagblad vast en hef deze op. c) Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaag- blad in de zaagvoeg en controleert u of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Klemt het zaagblad, dan kan het uit het werkstuk komen of een terugslag veroorzaken op het moment dat de zaag opnieuw wordt gestart. d) Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen dienen aan beide zijden te worden ondersteund, zowel bij de zaag- voeg als bij de rand. e) Gebruik geen stompe of beschadigde zaag- bladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd afge- stelde tanden resulteren door een te nauwe zaag- voeg in een grotere wrijving, het klemmen van het zaagblad en een terugslag. f) Trek voor het zagen de zaagdiepte- en zaag- hoekinstellingen vast. Wanneer u tijdens het zagen de instellingen verandert, kan het zaagblad beklemd raken en treedt er mogelijk een terugslag op. g) U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij „invalzaagsnedes“ in bestaande wanden of andere gebieden die u niet kunt inzien. Het invallende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten geblokkeerd raken en een terugslag veroorzaken.
4.3 Functie van de onderste beschermkap
a) Controleer voor het gebruik altijd of de onderste beschermkap correct sluit. Gebruik de zaag niet wanneer de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en niet direct sluit. Klem of maak de onderste beschermkap nooit vast in een geopende positie. Wanneer de zaag per ongeluk op de grond valt, kan de onderste beschermkap worden verbogen. Open de beschermkap met de hendelen zorg ervoor dat de kap vrij beweegt en bij alle zaag- hoeken en -dieptes niet het zaagblad of andere delen raakt. b) Controleer de functie van de veer bij de onderste beschermkap. Gebruik de zaag niet zolang de onderste beschermkap en veer niet correct functioneren. Door beschadigde onder- delen, kleverige afzettingen of ophopingen van spanen werkt de onderste beschermkap trager. c) Open de onderste beschermkap alleen met de hand bij speciale zaagsnedes, zoals „inval- en hoekzaagsnedes“. Open de onderste beschermkap met de hendel (17) en laat deze los zodra het zaagblad invalt in het werkstuk. Bij alle andere zaagwerkzaamheden moet de onderste beschermkap automatisch functioneren. d) Leg de zaag nooit op de werkbank of op de vloer zolang het zaagblad niet wordt bedekt door de onderste beschermkap. Door een onbe- schermd, nalopend zaagblad wordt de zaag tegen de zaagrichting in bewogen en zaagt hij wat hij op zijn weg tegenkomt. Let hierbij op de nalooptijd van de zaag.
4.4 Overige veiligheidsvoorschriften
Gebruik geen slijpschijven. Voordat er instellingen of onderhoudswerkzaam- heden uitgevoerd worden, de stekker uit het stop- contact halen. Pak de draaiende onderdelen van de machine niet vast! Verwijder spanen en dergelijke uitsluitend bij een uitgeschakelde en stilstaande machine. Draag oordoppen. Draag een veiligheidsbril. Asvergrendelingsknop alleen bij stilstaande motor indrukken. Het zaagblad mag niet door zijwaartse tegendruk afgeremd worden. De beweeglijke beschermkap mag bij het zagen niet in de teruggetrokken positie worden vastge- klemd. De beschermkap moet vrij bewogen kunnen worden en automatisch, gemakkelijk en exact in de eindstand terugkeren. Bij het zagen van materialen met sterke stofontwik- keling moet de machine regelmatig gereinigd worden. Het correct functioneren van de veilig- heidsinrichtingen (bijv. de beweeglijke beschermkap) moet gewaarborgd zijn. Er mogen geen materialen worden gebruikt waarbij tijdens de bewerking stoffen of dampen vrijkomen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid (bijv. asbest). Controleer het werkstuk op vreemde voorwerpen. Tijdens het werk steeds erop letten dat er niet in spijkers e.d. gezaagd wordt. Bij het blokkeren van het zaagblad onmiddellijk de motor uitschakelen. Probeer niet om extreem kleine werkstukken te zagen. Tijdens het bewerken moet het werkstuk goed vast- liggen en beveiligd zijn tegen verschuiven. Gebruik een zaagblad dat geschikt is voor het te zagen materiaal. Verharste of met lijmresten vervuilde zaag- bladen schoonmaken. Vuile zaagbladen leiden tot een hogere wrijving, het beklemd raken van het zaagblad en een verhoogd risico van terugslag. Zorg ervoor dat de zaagtanden niet oververhit raken. Voorkom dat het materiaal bij het zagen van kunststof smelt. Gebruik een zaagblad dat geschikt is voor het te zagen materiaal.NEDERLANDSnl
Metabo S-automatic veiligheidskoppeling: Wanneer het gereedschap blijft klemmen of haken, wordt de krachtstroom naar de motor begrensd. Vanwege de daarbij optredende sterke krachten de machine altijd met beide handen aan de hiervoor bestemde handgrepen vasthouden, ervoor zorgen dat u stevig staat en geconcentreerd werken. De stofbelasting verminderen: WAARSCHUWING - Sommige stofdeeltjes die worden geproduceerd bij het schuren, zagen, slijpen, boren en ander werk bevatten chemicaliën waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van deze chemicaliën zijn: - lood van gelode verf, - mineraalstof van bakstenen, cement en andere metselwerkmaterialen, en - arseen en chroom uit chemisch behandeld hout. Het risico dat u hierbij loopt varieert, afhankelijk van hoe vaak u met dit soort werk bezig bent. Om de blootstelling aan deze chemicaliën te verminderen: Werk in een goed geventileerde ruimte en werk met goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen zoals stofmaskers die speciaal zijn ontwikkeld voor het filteren van microscopische deeltjes. Dit geldt ook voor stof van andere materialen, zoals sommige houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Andere bekende ziekten zijn bijvoorbeeld allergische reacties, aandoeningen van de luchtwegen. Laat geen stof in uw lichaam komen. Neem de richtlijnen en nationale voorschriften in acht die van toepassing zijn op uw materiaal, personeel, toepassing en locatie (bijv. gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, verwijdering). Verzamel de ontstane deeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat deze neerslaan in de omgeving. Gebruik voor speciale werkzaamheden geschikt toebehoor. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Gebruik een geschikte stofafzuiging. Verminder de stofbelasting door: - de vrijkomende deeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten, - een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken, - de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op. Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen. Zie pagina 2. 1 Markering (buitendiameter zaagblad) 2 Zaaglijnaanwijzer 3 Beweeglijke beschermkap 4 Parallelaanslag 5 Arrêteerschroeven (voor schuin zagen) 6 Arrêteerschroeven (parallelaanslag) 7 Blokkeerknop (inschakelen) 8 Drukschakelaar (in- en uitschakelen) 9 Aansluitstuk ( spaanafvoer) 10 Instelschroeven voor spelingsvrij glijden op de geleiderail (geleiderail niet in leveringsomvang, zie het hoofdstuk Accessoires) 11 Schaal (hoek voor schuin zagen) 12 Contramoer (zaagbladhoek afstellen) 13 Stelschroef (zaagbladhoek afstellen) 14 Kabelinvoer 15 Stelknop voor de voorinstelling van het toerental 16 Signaalaankondiging 17 Hendel (voor het terugdraaien van de beweeglijke beschermkap) 18 Opbergvak voor ringsleutel 19 Ringsleutel 20 Arrêteerschroef ( voor het instellen van de zaagsnedediepte
21 Spanhendel (voor het instellen van de zaagsnedediepte) 22 zaagdiepteaanslag (voor het instellen van de zaagsnedediepte) of zaagdiepteaanwijzer 23 Schaal (zaagdiepte) 24 Handgreep 25 Extra handgreep 26 Spindelvastzetknop 27 Binnenste zaagbladflens 28 Zaagblad 29 Zaagblad-bevestigingsschroef Controleer voordat de machine in gebruik wordt genomen of de op het typeplaatje aangegeven spanning overeenkomt met de netspanning. Schakel altijd een lekstroomschakelaar (RCD) met een max. schakelstroomsterkte van 30 mA voor de machine. Stekker uit het stopcontact trekken voordat er enige instellingen of onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd worden.
6.1 Zaagdiepte instellen
Aanwijzing: De meest effectieve instelling van de zaagdiepte is zodanig dat de tanden van het zaagblad met niet meer dan de halve tandhoogte onder het werkstuk uitsteken. Zie afbeelding, pagina 2. - Arrêteerschroef (20) losdraaien. Motordeel tegen de geleideplaat tillen (zaagdiepte = 0 mm). - De gewenste zaagdiepte voorinstellen met de zaagdiepteaanslag (22), zie afbeelding, pag. 2. Hiervoor de spanhendel (21) losdraaien, zaagdiepteaanslag (22) bij de schaal (23) instellen op de gewenste zaagdiepte en de spanhendel weer vastklemmen.
6. Inbedrijfstelling, instellenNEDERLANDS nl
- Motordeel tot de aanslag naar beneden drukken. - Arrêteerschroef (20) weer vastdraaien. Aanwijzing: de spankracht van de arrêteerschroef (20) kan worden ingesteld. Hiervoor de schroef van de hendel draaien. De hendel afnemen en tegen de klok in verspringend terugplaatsen. Met de schroef bevestigen. Er dient op te worden gelet dat de diepte van de zaagsnede bij een geopende hendel gemakkelijk ingesteld kan worden.
6.2 Zaagblad schuin zetten voor schuin
zagen Voor het instellen de beide arrêteerschroeven (5) losdraaien. Het motordeel tegen de geleiderail neigen. De ingestelde hoek kan op de schaal (11) afgelezen worden. Eerst de voorste en dan de achterste arrêteerschroef (5) weer vastdraaien.
zaagbladhoek is in de fabriek ingesteld. Wanneer het zaagblad bij 0° zich niet in een rechte hoek t.o.v. de geleiderail bevindt: De arrêteerschroeven (5) losdraaien. De contramoer (12) losdraaien en met de stelschroef (13) de zaagbladhoek corrigeren. Vervolgens de contramoer weer vastdraaien. De beide arrêteerschroeven (5) weer vastdraaien.
6.4 Toerental voorinstellen
Met de stelknop (15) het toerental instellen. Aanbevolen toerental, zie pag. 3.
6.5 Afzuigaansluiting / Spaanafvoer instellen
Afzuiging van zaagspanen: Evt. het aansluitstuk (9) wegtrekken. Voor het afzuigen van zaagspanen een geschikt afzuigapparaat met afzuigslang op de machine aansluiten. Spaanafvoer: Het afsluitstuk (9) opzetten en in de gewenste positie draaien (zo mogelijk van het lichaam af).
7.1 In- en uitschakelen
Inschakelen: blokkeerknop (7) indrukken en vasthouden, de drukschakelaar (8) indrukken. Uitschakelen: drukschakelaar (8) loslaten.
7.2 Signaalaankondiging
De signaalaankondiging (16) licht tijdens het inschakelen kort op en geeft aan dat het apparaat ingeschakeld is. Licht de signaalaankondiging tijdens het werk op, dan wordt er een overbelasting gesignaliseerd. De machine ontlasten.
7.3 Tips voor het werk
Het netsnoer zo leggen dat de zaagsnede ongehinderd kan worden uitgevoerd. Het netsnoer kan hiervoor via de kabelinvoer (14) worden geleid. De markering (1) op de bovenste beschermkap dient als hulp bij het positioneren van de zaag op het werkstuk en bij het zagen. Bij de maximale zaagdiepte wordt bij benadering de buitendiameter van het zaagblad en daarmee het zaagbereik gemarkeerd. Schakel de machine niet in of uit terwijl het zaagblad het werkstuk raakt. Laat het zaagblad eerst het volle toerental bereiken voordat u de snede uitvoert. Bij het aanzetten van de handcirkelzaag wordt de beweeglijke beschermkap door het werkstuk teruggedraaid. Open de onderste beschermkap alleen met de hand bij speciale zaagsnedes, zoals „inval- en hoekzaagsnedes“. Open de onderste beschermkap met de hendel (17) en laat deze los zodra het zaagblad invalt in het werkstuk. Bij alle andere zaagwerkzaamheden moet de onderste beschermkap automatisch functioneren. Tijdens het zagen de machine niet uit het materiaal nemen wanneer het zaagblad draait. Eerst het zaagblad tot stilstand laten komen. Bij blokkeren van het zaagblad de machine onmiddellijk uitschakelen. Zagen langs een rechte afgetekende lijn: De kant (2) dient als zaaglijnaanwijzer. De kant komt overeen met de linkersnijkant van het zaagblad. Zagen met parallelaanslag: Voor snedes parallel aan een rechte kant. De parallelaanslag (4) kan vanaf weerskanten in de houder geplaatst worden. Bij het instellen letten op de parallelliteit t.o.v. het zaagblad. Eerst de voorste en dan de achterste arrêteerschroef (6) vastdraaien. De nauwkeurige zaagbreedte kan het beste vastgesteld worden aan de hand van een proefzaagsnede. Voor zaagsnedes parallel aan een rechte rand van het werkstuk: De parallelaanslag (4) zo inzetten dat de aanslaglijst naar beneden wijst. Voor zaagsnedes parallel aan een rechte kant op het werkstuk: De parallelaanslag (4) zo inzetten dat de aanslaglijst naar boven wijst. Zagen van smalle stukken, zoals langs een wand: De machine is zo geconstrueerd en vormgegeven dat de bovenste beschermkap bijv. langs een wand kan worden geleid. Zo kunnen er zeer smalle stukken, vlak langs de wand, worden gezaagd. Zoals bijv. voor het maken van een schaduwvoeg. Invalsnedes: Bij het invallen de machine met beide handen goed vasthouden aan de hiervoor bestemde handgrepen. Anders bestaat het risico van terugslag. Om de machine bij het invallen beter vast te houden, moet de achterzijde van de geleiderail tegen een vaste aanslag liggen. Daarom de machine op de geleiderail 6.31213 monteren en tegen de aanslag ervan leggen of een aanslaglijst op het werkstuk bevestigen.
7. GebruikNEDERLANDSnl
Bij invalsnedes met het zaagblad in een schuine stand groter dan 15° t.o.v. de verticale stand dient u ook het volgende in acht te nemen: - Om veiligheidsredenen de geleiderail 6.31213 gebruiken. - De geleiderail met de 2 spanbeugels 6.31031 op het werkstuk vastspannen. - De machine met de rechterhand aan de handgreep vasthouden en de geleideplaat met de linkerhand op de geleidrail drukken, zodat de machine goed op de geleiderail rust. - De arrêteerschroef (20) losdraaien en het motordeel in de bovenste stand brengen. - De beweeglijke beschermkap met de hendel (17) volledig openen, zodat de machine op het werkstuk kan worden geplaatst. - De gewenste zaagdiepte voorinstellen met de zaagdiepteaanslag (22), zie afbeelding, pag. 2. Hiervoor de spanhendel (21) losdraaien, de zaagdiepteaanslag (22) bij de schaal (23) instellen op de gewenste zaagdiepte en de spanhendel weer vastklemmen. - Het zaagblad afstellen op de afgetekende lijn. - De achterkant van de geleiderail dient tegen de aanslag van de geleiderail of tegen de op het werkstuk aangebrachte aanslaglijst te liggen. - Machine inschakelen. - De machine stevig vasthouden en met gevoel naar beneden drukken. Het zaagblad snijdt in het werkstuk in. De invaldiepte kan op de schaal (23) afgelezen worden.
7.4 Zagen met geleiderail 6.31213
Voor op de millimeter precieze, rechte en splintervrije snijkanten. De antisliplaag zorgt voor een veilig plaatsen van de geleideplaat op het werkstuk en beschermt het werkstukoppervlak tegen krassen. Door aanslagen op de geleiderail kan de machine bij invalsnedes worden aangelegd en kunnen zaagsnedes met gelijkblijvende lengte worden uitgevoerd. Geleiderail 6.31213 z ie het hoofdstuk Accessoires. De machine regelmatig reinigen. Daarbij de ventilatiesleuven van de motor met een stofzuiger uitzuigen. De beweeglijke beschermkap (3) regel- matig met perslucht reinigen (veiligheidsbril dragen). Deze moet vrij bewogen kunnen worden en automatisch, gemakkelijk en exact in de eind- stand terugkeren.
Stekker uit het stopcontact trekken, voordat er instellingen of onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd worden. - Spilvastzetknop (26) indrukken en ingedrukt houden. - Ringsleutel in de zaagblad-bevestigingschroef (29) plaatsen. Langzaam met de in de zaagblad- bevestigingsschroef geplaatste ringsleutel aan de zaagas draaien, tot de vergrendeling vastklikt. (De spindel is nu beveiligd tegen draaien.) - Zaagblad-bevestigingschroef (29) tegen de klok in uitdraaien. - Spilvastzetknop (26) loslaten. - Beschermkap (3) met de hand tot de aanslag openen en open houden. - Spilvastzetknop (26) indrukken en ingedrukt houden. - Beschermkap loslaten. (Hij wordt nu vastgehouden door de spilvastzetknop (26)). - Spilvastzetknop (26) loslaten. - Zaagblad (28) afnemen. - De steunvlakken tussen binnenste zaagbladflens (27), zaagblad (28), en zaagblad- bevestigingsschroef (29) moeten vrij zijn van zaagspanen. - Let erop dat de binnenste zaagbladflens (27) in de juiste richting is ingezet (De kraag wijst naar het zaagblad). Voor een goede werking van de veiligheidskoppeling moet de zaagblad- bevestigingschroef (29) bij het contactvlak met het zaagblad met een dunne vetfilm bedekt zijn. Met een multi-purpose vet (DIN 51825 - ME
HC 3/4 K -30) bijvetten. - Nieuw zaagblad plaatsen. Letten op juiste draairichting. De draairichting is m.b.v. pijlen op zaagblad en beschermkap aangegeven. - Spilvastzetknop (26) indrukken en ingedrukt houden. - De zaagblad-bevestigingschroef (29) aanbrengen en met de richting van de klok mee goed vastdraaien. - Beschermkap (3) met de hand tot de aanslag openen. Hierdoor wordt de vergrendeling opgeheven. De beschermkap in gesloten positie laten draaien. Alleen scherpe, onbeschadigde zaagbladen gebruiken. Geen gebarsten of vervormde zaagbladen gebruiken. Geen zaagbladen van hooggelegeerd snelarbeidsstaal (HSS) gebruiken. Geen zaagbladen gebruiken die niet voldoen aan de karakteristieken. Het zaagblad moet geschikt zijn voor het onbelaste toerental. Gebruik een zaagblad dat geschikt is voor het te zagen materiaal. Zaagbladen die zijn ontworpen voor het zagen van hout of dergelijke materialen, moeten voldoen aan EN 847-1. Gebruik uitsluitend originele Metabo accessoires. Gebruik alleenaccessoires die voldoen aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken. Compleet accessoireprogramma zie www.metabo.com of hoofdcatalogus.
Reparaties aan elektrisch gereedschap mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd! Een defecte stroomkabel mag alleen worden vervangen door een speciale, orginele beschermde stroomkabel van Metabo. Dit is verkrijgbaar via de Metabo Service. Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Onderdeellijsten kunt u downloaden via www.metabo.com. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen enaccessoires. Alleen voor EU-landen: Geef uw elektrogereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/ EU inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektroapparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Toelichting bij de gegevens van pagina 3. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden.
- =toerental onder belasting
45° =max. zaagdiepte (45°) A =hoek voor schuin zagen instelbaar D =zaagbladdiameter d =zaagblad-asgatdiameter a = max. basiselementdikte van het zaagblad b =snijkantbreedte van het zaagblad m=gewicht Meetgegevens volgens de norm EN 62841. Machine van beveiligingsklasse II ~ Wisselstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de toepasselijke norm).
- Energierijke hoogfrequente storingen kunnen schommelingen in het toerental veroorzaken. Deze verdwijnen weer zodra de storingen afgenomen zijn. Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereed- schap of het inzetgereedschap kan de daadwerke- lijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fases met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op grond van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden de maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 62841:
h, D =trillingsemissiewaarde (Zagen van spaanplaat)
h,D = onzekerheid (trilling) Karakteristiek A-gekwalificeerd geluidsniveau
= onzekerheid Tijdens het werken kan het geluidsniveau de 80 dB(A) overschrijden. Draag gehoorbescherming!
Notice-Facile