TS 3618 LTX BL 254 - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 3618 LTX BL 254 METABO in PDF-formaat.
| Kenmerk | Details |
|---|---|
| Zaagtype | Formaatzaag |
| Vermogen | 36 V |
| Zaagbladdiameter | 254 mm |
| Toerental zonder belasting | 5000 tpm |
| Zaagcapaciteit bij 90 b0 | 85 mm |
| Zaagcapaciteit bij 45 b0 | 60 mm |
| Gewicht | 22 kg |
| Gebruik | Ideaal voor het zagen van panelen en houtmaterialen |
| Onderhoud | Controleer regelmatig de staat van het zaagblad en maak de motor schoon |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril en handschoenen tijdens gebruik |
| Algemene informatie | Compatibel met Metabo 36V batterijen |
Veelgestelde vragen - TS 3618 LTX BL 254 METABO
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 3618 LTX BL 254 - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 3618 LTX BL 254 van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 3618 LTX BL 254 METABO
Originele gebruikaanwijzing
1. Conformiteitsverklaring
3. Algemene veiligheidsvoorschriften
4. Speciale veiligheidsinstructies
7. Inbedrijfstelling
10. Service en onderhoud
Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze tafelcirkelzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Testrapport *4), Testende instantie van afgifte *5), Technische documentatie bij *6) - zie pagina 3. De tafelcirkelzaag is bedoeld om massief hout, fineerhout, spaanplaten, meubelplaten en gelijksoortige materialen in de lengte of dwars door te zagen. Metaal zagen is toegestaan, mits er op het volgende gelet wordt: – Alleen met geschikt zaagblad (zie hoofdstuk 13. Toebehoren”) – Alleen non-ferro metalen (geen hardmetaal of gehard metaal, geen magnesium) Het zagen van ronde werkstukken is uitsluitend toegestaan als het werkstuk stevig vastgezet wordt. Ronde werkstukken hebben de neiging tegen de draairichting van het zaagblad los te komen. Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschikte aanslag gebruikt worden om een veilige geleiding te garanderen. Het apparaat mag niet gebruikt worden voor het maken van sponningen of groeven. Het apparaat niet gebruiken voor inkepingen (in het werkstuk eindigende groef). Het apparaat niet alleen voor invalzagen gebruiken. Het is ten stelligste verboden om het apparaat te gebruiken voor een doel waarvoor het niet ontworpen werd of waarvoor het niet geschikt is. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af als de machine niet gebruikt wordt zoals voorgeschreven of als ze gebruikt wordt voor een doel waarvoor ze niet ontworpen werd of niet geschikt is. Een ombouw van de machine of het gebruik van onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen tijdens het gebruik onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken. Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool! WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico van letsel te verminderen. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door. Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidswaarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en specificaties die bij dit elektrische gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik! Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor gebruik op het stroomnet (met aansluitkabel) en op elektrisch gereedschap voor gebruik met een accu (zonder aansluitkabel).
3.1 Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
3.2 Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengsnoeren te gebruiken die voor gebruik buitenshuis geschikt zijn. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer beperkt het risico van een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.
3.3 Veiligheid van personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van elektrisch gereedschap kan tot ernstig letsel leiden. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico op letsel. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Verzeker u ervan dat het elektrisch gereedschap uitgeschakeld is voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het oppakt of het draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar heeft of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Gereedschap of sleutels in een draaiend deel van het apparaat kunnen tot letsel leiden. e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan het gevaar door stof verminderen. h) Waan uzelf niet ten onrechte in veiligheid en vergeet niet de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap in acht te nemen, ook al bent u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap. Onvoorzichtig te werk gaan kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.
3.4 Gebruik van en omgang met het
elektrisch gereedschap a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder een afneembare accu voordat u het apparaat instelt, toebehoren vervangt of het apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrisch gereedschap. d) Bewaar elektrisch gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten bereik van kinderen. Laat het apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt. e) Pleeg onderhoud aan elektrische gereedschappen en accessoires. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen. f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden. g) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de Inhoudsopgave
1. Conformiteitsverklaring
voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. h) Zorg ervoor dat grepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet zijn. Gladde handgrepen en greepvlakken verhinderen dat het gereedschap in onverwachte situaties veilig kan worden gehanteerd en bediend.
3.5 Gebruik en onderhoud van
accugereedschappen a) Laad accu’s alleen op in oplaadapparaten die door de fabrikant worden geadviseerd. Voor een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer het met andere accu’s wordt gebruikt. b) Gebruik alleen de daarvoor bedoelde accu’s in de elektrische gereedschappen. Het gebruik van andere accu’s kan tot verwondingen en brandgevaar leiden. c) Voorkom aanraking van de niet-gebruikte accu met paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben. d) Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties of verbrandingen eiden. e) Gebruik accu of gereedschap niet, als deze beschadigd of veranderd zijn. Beschadigde of veranderde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, waardoor een brand, explosie of het gevaar van letsel kan ontstaan. f) Stel accu of gereedschap niet bloot aan vuur of overmatige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen boven 130 ° C kan een explosie veroorzaken. g) Volg alle aanwijzingen voor het laden en laad de accu of het gereedschap niet buiten het temperatuurbereik dat in de aanwijzingen is vermeld. Verkeerd laden of laden bij temperaturen buiten het vastgelegde bereik kan de accu beschadigen en het risico van brand vergroten.
a) Laat het elektrische gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft. b) Voer nooit servicewerkzaamheden aan beschadigde accu's uit. Service van accu's dient uitsluitend te worden uitgevoerd door de fabrikant of erkende servicewerkplaatsen.
4.1 Veiligheidsinstructies met betrekking
tot de beschermingsafdekking a) Beschermingsafdekkingen gemonteerd laten. Beschermingsafdekkingen moeten in functionerende toestand en correct gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet correct functionerende beschermingsafdekkingen moeten gerepareerd of vervangen worden. b) Gebruik voor zaagsneden altijd de zaagblad-beschermingsafdekking en het spouwmes. Voor zaagsneden waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, wordt het risico van verwondingen beperkt door de beschermingsafdekking en andere veiligheidsvoorzieningen. c) Bevestig na voltooiing van arbeidsprocessen (bv. sponningen maken), waarbij het verwijderen van beschermingsafdekking en spouwmes noodzakelijk is, onmiddellijk weer het beschermingssysteem. De beschermingsafdekking en het spouwmes beperken het risico van verwondingen. d) Controleer vóór het inschakelen van het elektrisch gereedschap of het zaagblad de beschermingsafdekking, het spouwmes of het werkstuk niet aanraakt. Onbedoeld contact van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden. e) Stel het spouwmes af volgens de beschrijving in deze gebruiksaanwijzing. Verkeerde afstanden, positie en afstelling kunnen tot gevolg hebben dat het spouwmes een terugslag niet effectief verhindert. f) Om te kunnen functioneren, moet hij zich in de zaagvoeg bevinden. Bij zaagsneden in werkstukken die te kort zijn om het spouwmes erin te laten grijpen, functioneert het spouwmes niet. Onder deze omstandigheden kan een terugslag niet door het spouwmes verhinderd worden. g) Gebruik het bij het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes juist functioneert, moet de zaagbladdiameter bij het desbetreffende spouwmes passen, het stamblad dunner zijn dan het spouwmes en de tandbreedte meer dan de spouwmesdikte bedragen.
4.2 Veiligheidsinstructies voor
zaagprocedures a) GEVAAR Kom met uw vingers en handen niet in de buurt van het zaagblad of in het zaagbereik. Door een moment van onoplettendheid of uitglijden, zou uw hand naar het zaagblad geleid kunnen worden en ernstig letsel kunnen ontstaan. b) Voer het werkstuk alleen tegen de draairichting in aan het zaagblad toe. Het toevoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel kan ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad getrokken worden. c) Gebruik bij lengtesneden nooit de verstekaanslag voor het toevoeren van het werkstuk, en gebruik bij dwarssneden met de verstekaanslag nooit ook nog de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Door het werkstuk gelijktijdig te geleiden met de parallelaanslag en de verstekaanslag is het waarschijnlijker dat het zaagblad klemt en dat er terugslag ontstaat. d) Oefen bij lengtesneden de toevoerkracht op het werkstuk altijd tussen aanslagrail en zaagblad uit. Gebruik een schuifstok, als de afstand tussen aanslagrail en zaagblad minder is dan 150 mm, en een schuifblok, als de afstand minder dan 50 mm bedraagt. Dergelijke "arbeidshulpmiddelen" zorgen ervoor dat uw hand op een veilige afstand van het zaagblad blijft. e) Gebruik alleen de meegeleverde schuifstok van de fabrikant of één die volgens de aanwijzingen geproduceerd is. De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad. f) Gebruik nooit een beschadigde of aangezaagde schuifstok. Een beschadigde schuifstok kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagblad terechtkomt. g) Werk niet "uit de vrije hand". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. "Uit de vrije hand" betekent, het werkstuk in plaats van met parallelaanslag of verstekaanslag met de handen te steunen of te geleiden. Zagen uit de vrije hand leidt tot verkeerde uitlijning, vastklemmen en terugslag. h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan leiden tot het onbedoeld aanraken van het draaiende zaagblad.
i) Stut lange en/of brede werkstukken achter
en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo, dat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging om op de rand van de zaagtafel om te kantelen; dit leidt tot controleverlies, vastklemmen van het zaagblad en terugslag. j) Voer het werkstuk gelijkmatig toe. Buig of draai het werkstuk niet. Mocht het zaagblad vastklemmen, schakel dan het elektrisch gereedschap meteen uit, verwijder het accupack en hef de oorzaak voor het vastklemmen op. Het vastklemmen van het zaagblad door het werkstuk kan tot terugslag of tot het blokkeren van de motor leiden. k) Verwijder afgezaagd materiaal niet terwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich tussen zaagblad en aanslagrail of in de beschermingsafdekking afzetten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand gekomen is, voordat u het materiaal verwijdert.
I) Gebruik voor lengtesneden op werkstukken
die dunner zijn dan 2 mm een extra parallelaanslag. Dunne werkstukken kunnen zich onder de parallelaanslag vastzetten en tot terugslag leiden.
4.3 Terugslag - oorzaken en bijbehorende
veiligheidsinstructies Een terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk ten gevolge van een zaagblad dat blijft haken of vastklemt, of een schuin geleide snede in het werkstuk gerelateerd aan het zaagblad, of als een deel van het werkstuk tussen zaagblad en parallelaanslag of een ander vaststaand object wordt ingeklemd. ln de meeste gevallen wordt het werkstuk bij een terugslag door het achterste deel van het zaagblad gegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de richting van de operator geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van de tafelcirkelzaag. Dit kan worden voorkomen door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven. a) Ga nooit in een directe lijn met het zaagblad staan. Blijf altijd staan aan de zijde van het zaagblad, waarop zich de aanslagrail bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid op personen geslingerd worden, die voor en in één lijn met het zaagblad staan. b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om aan het werkstuk te trekken of het te ondersteunen. Dit kan leiden tot het onbedoeld aanraken van het zaagblad of een terugslag kan ertoe leiden dat uw vingers in het zaagblad getrokken worden. c) Houd en druk het werkstuk dat afgezaagd wordt nooit tegen het draaiende zaagblad. Het drukken van het werkstuk dat afgezaagd wordt tegen het zaagblad leidt tot vastklemmen en terugslag. d) Richt de aanslagrail parallel aan het zaagblad uit. Een niet uitgerichte aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en produceert een terugslag. e) Gebruik bij verdekte zaagsneden (bv. sponningen maken) een drukelement om het werkstuk tegen tafel en aanslagrail te geleiden. Met een drukelement kunt u het werkstuk bij terugslag beter controleren. f) Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen dienen aan beide zijden te worden ondersteund, zowel bij de zaagvoeg als bij de rand. g) Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken, die gedraaid zijn, knopen vertonen, vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken, waarop ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail geleid kunnen worden. Een vervormd, gedraaid werkstuk is instabiel en leidt tot een verkeerde uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, tot vastklemmen en terugslag. h) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad zou één of meerdere delen kunnen grijpen en een terugslag kunnen veroorzaken.
i) Wanneer u een zaag die in het werkstuk
steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagvoeg zo, dat de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Klemt het zaagblad, dan kan het werkstuk opgetild worden en een terugslag veroorzaakt worden op het moment dat de zaag opnieuw wordt gestart. j) Houd de zaagbladen schoon, scherp en voldoende vertand. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of gebroken tanden. Scherpe zaagbladen met de juiste vertanding beperken vastklemmen, blokkeren en terugslag tot een minimum.
4.4 Veiligheidsinstructies voor de
bediening van tafelcirkelzagen a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel hem los van het accupack, voordat u de tafelinzet verwijdert, het zaagblad vervangt,
4. Speciale veiligheidsinstructiesNEDERLANDS nl
instellingen aan het spouwmes of de zaagbladbescherming uitvoert en als u het apparaat zonder toezicht achter laat. Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen. b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga niet weg, voordat het volledig tot stilstand gekomen is. Een zaag die zonder toezicht loopt, vormt een ongecontroleerd gevaar. c) Stel de tafelcirkelzaag op een plaats op, die vlak is en goed verlicht en waar u veilig kunt staan met behoud van uw evenwicht. De plaats van opstelling moet voldoende ruimte bieden om de grootte van uw werkstukken goed te hanteren. Rommelige, onverlichte werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen. d) Verwijder regelmatig zaagsel onder de zaagtafel en/of van de stofafzuiging. Opgehoopt zaagsel is brandbaar en kan vanzelf ontvlammen. e) Zet de tafelcirkelzaag vast. Een niet correct vastgezette tafelcirkelzaag kan bewegen of kantelen. f) Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de tafelcirkelzaag, voordat u deze inschakelt. Afbuiging of eventueel vastklemmen kunnen gevaarlijk zijn. g) Gebruik altijd zaagbladen die de juiste grootte en de juiste opnameboring hebben (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen scheef en leiden tot verlies van controle. h) Gebruik nooit beschadigd of verkeerd zaagblad-montagemateriaal zoals flenzen, sluitringen, schroeven of moeren. Dit zaagblad-montagemateriaal is speciaal voor uw zaag geconstrueerd, voor een veilige werking en optimale prestatie.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en
gebruik de tafelcirkelzaag niet als trapje. Er kan ernstig letsel optreden, als het elektrisch gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt. j) Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste draairichting gemonteerd is. Gebruik geen slijpschijven of draadborstels met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen toebehoren kan tot ernstig letsel leiden.
4.5 Overige veiligheidsinstructies
– Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met technische basiskennis in de omgang met apparaten zoals het hier beschreven apparaat. Wanneer u geen ervaring heeft met dergelijke machines, moet u een beroep doen op de hulp van ervaren personen. – De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor schade die ontstaat door niet- inachtneming van deze handleiding. De informatie in deze handleiding wordt als volgt gekenmerkt: Gevaar! Verwondingsgevaar of gevaar voor het milieu. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijke let- sels door elektrische schok. Klemgevaar! Verwondingsgevaar door het klemra- ken van lichaamsdelen of kledings- stukken. Opgelet! Waarschuwing voor materiële scha- de. Aanwijzing: Aanvullende informatie. Houdt u zich aan de bijzondere veiligheidsvoorschriften in de betreffende hoofdstukken. Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of ongevallenpreventievoorschriften inzake de omgang met cirkelzagen in acht. Algemeen gevaar! Houd rekening met omgevingsomstandigheden. Gebruik geschikte oplegvlakken voor het zagen van lange werkstukken. Dit apparaat mag uitsluitend door personen die met cirkelzagen bekend zijn en zich de gevaren bij het werken steeds bewust zijn, in bedrijf gesteld en gebruikt worden. Personen beneden de 18 jaar mogen deze machine alleen bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar. Let erop dat er zich geen onbevoegde personen, voornamelijk kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat andere personen het apparaat of het accupack tijdens het gebruik niet aanraken. Vermijd het oververhitten van de zaagtanden. Vermijd bij het zagen van kunststoffen dat de kunststof smelt. Zagen van wiggen alleen met geschikte hulpaanslag uitvoeren. Gevaar door elektrische stroom! Stel de machine niet bloot aan regen. Gebruik de machine niet in een vochtige of natte omgeving. Gevaar voor verwondingen en kneuzingen aan bewegende onderdelen! Neem deze machine nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen. Houd steeds voldoende afstand tot het zaagblad. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand van aangedreven onderdelen. Wacht tot het zaagblad stilstaat alvorens kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik te verwijderen. Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken. Schakel de machine uit en verwijder het accupack, voordat u de machine transporteert of instellingen, veranderingen, onderhoud of reiniging uitvoert. Zorg dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerkzaamheden) geen montagegereedschap of losse onderdelen meer in het toestel bevinden. Gevaar voor snijwonden, ook bij rechtopstaand snijwerktuig! Trek veiligheidshandschoenen aan als u snijwerktuigen moet vervangen. Bewaar de zaagbladen zo, dat niemand zich eraan kan verwonden. Gevaar door terugslag van werkstukken! Werk uitsluitend met een juist ingestelde splijtwig. Zet het werkstuk nooit op z’n smalle kant (tijdens het schaven). Let erop dat het gebruikte zaagblad geschikt is voor het materiaal van het werkstuk. Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wanden uitsluitend zaagbladen met fijne vertanding. Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn. Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld nagels of schroeven). Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Klemgevaar! Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kledij door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen dassen, geen handschoenen, geen kledij met brede mouwen; personen met lang haar moeten een haarnetje dragen). Zaag nooit werkstukken waaraan zich –touwen –snoeren –riemen –kabels of – draden bevinden of die dergelijke materialen bevatten. Gevaar door onvoldoende persoonlijke veiligheidsuitrusting! Draag oordoppen. Draag een veiligheidsbril. Draag een stofmasker. Draag aangepaste werkkledij. Bij werkzaamheden buiten is schoeisel met antislipzool aanbevolen. Gevaar door zaagstof! Het stof van enkele houtsoorten (bijv. van eik, beuk en es) kan bij het inademen kankerverwekkend zijn. Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de in hoofdstuk 8.1 genoemde waarden. De stofbelasting verminderen: Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: lood (in loodhoudende verf), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof). Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de stofbelasting worden blootgesteld. Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen. Om de belasting met deze stoffen te verminderen: Zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschermingsmiddelen, zoals bijv. stofmaskers die in staat zijn om de microscopisch kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren. Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling). Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat ze neerslaan in de omgeving. Gebruik de meegeleverde stofopvanginrichting en een geschikte stofafzuiging. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Verminder de stofbelasting door: – de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten, – een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken, – de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op. – Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen.NEDERLANDSnl
Gevaar door technische wijzigingen of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven Monteer dit toestel zoals in de handleiding wordt aangegeven. Gebruik hiervoor uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder: – zaagbladen (bestelnummers zie hoofdstuk 13. Toebehoren); – Veiligheidsvoorzieningen. Breng aan deze onderdelen geen wijzigingen aan. Gevaar door gebreken aan het toestel! Zorg dat het toestel evenals het toebehoor goed onderhouden worden. Neem hierbij de onderhoudsvoorschriften in acht. Controleer het apparaat voor het inschakelen telkens op eventuele beschadigingen: voor elk gebruik moet de goede werking van de veiligheidsinrichtingen en van licht beschadigde onderdelen zorgvuldig gecontroleerd worden. Controleer of de scharnierende onderdelen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van de machine te garanderen. Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman herstellen of vervangen. Laat beschadigde schakelaars in een reparatiedienst vervangen. Gebruik dit toestel niet, wanneer u de schakelaar niet kan in- en uitschakelen. Gevaar door lawaai! Draag oordoppen. Let erop dat het spouwmes niet gebogen is. Een gebogen spouwmes drukt het werkstuk zijdelings tegen het zaagblad. Dit veroorzaakt lawaai. Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen! Als er een blokkering optreedt:
1. apparaat uitschakelen,
2. accupack verwijderen,
3. handschoenen dragen,
4. Blokkering met geschikt gereedschap
Informatie op het typeplaatje: aFabrikant b Serienummer c Apparaatomschrijving d Motorgegevens (zie ook “Technische gegevens”) e CE-markering – Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen overeenkomstig de conformiteitsverklaring f Bouwjaar g Afvalsymbool – Het apparaat kan via de fabrikant worden afgevoerd h Afmetingen van toegelaten zaagbladen Veiligheidssymbolen Gevaar! Het negeren van de volgende waarschuwingen kan zware verwondingen of materiële schade tot gevolg hebben. Gebruiksaanwijzing lezen. Niet in het draaiende zaagblad grijpen. Veiligheidsbril en gehoorbescherming dragen. Apparaat niet in vochtige of natte omgeving gebruiken.
4.7 Veiligheidsvoorzieningen
Splijtwig Het spouwmes (3) moet verhinderen dat een werkstuk door de achterkant van het zaagblad omhoog geduwd kan worden en eventueel tegen de operator aan geslingerd wordt. Het is niet toegestaan om zonder spouwmes te werken. Spaankap De spaankap (5) verhindert ongewild contact met het zaagblad en biedt bescherming tegen rondvliegende spaanders. Het is niet toegestaan om zonder spaankap te werken. Duwhout De schuifstok (13) dient als verlenging van de hand, om het werkstuk veilig langs het zaagblad te geleiden en beschermt tegen onbedoeld contact met het zaagblad. De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 150 mm. De schuifstok moet in een hoek van 20° … 30° t.o.v. het oppervlak van het tafelblad gehouden worden. Wanneer de schuifstok niet wordt gebruikt, moet hij bij de machine opgeborgen worden. Als het duwhout beschadigd is, moet het vervangen worden. Zie pagina 2. 1 Tafelverlenging 2 Tafel inlegprofiel 3 Splijtwig 4 Spanhefboom voor de bevestiging van de spaankap 5 Spaankap 6Klemhendel voor het bevestigen van de dwarsaanslag 7Dwarse aanslag 8 De parallelle aanslag 9 Spanhefboom voor de tafelverbreding 10 Spanhefboom voor de bevestiging van de parallelaanslag 11 Kartelmoer voor de fijne instelling van de parallelaanslag 12 Tafelverbreding 13 Duwhout 14 Steun schuifstok 15 Aan-/uitschakelaar 16 Draaikruk voor instelling zaaghoogte 17 Handwiel voor de instelling van de hellingshoek 18 Spanhefboom voor het vastzetten van de hellingshoek 19 Helling-begrenzingsstop 20 Steeksleutel 21 Steun dwarsaanslag 22 Steun van de spaanzak 23 Steun spaankap 24 Steun parallelaanslag 25 Voet/handgreep van het onderstel 26 Steun van de afscheidingscycloon 27 Spaanzak 28 Afscheidingscycloon 29 Afzuigaansluiting 30 Instelschroef (klemmen van de parallelaanslag) 31 Accupack-adapter (2 x 18 V) 32 Ontgrendelingsknop voor het eruit trekken van de accupack-adapter * 33 Toets voor ontgrendeling van het accupack * 34 Accupack * 35 Capaciteits- en signaalindicatie * 36 Toets voor de indicatie van de capaciteit *
- afhankelijk van de uitvoering / het model Zorg ervoor dat u op een stevige ondergrond staat en let er vooral op dat u altijd goed in evenwicht bent. Opstelling zonder machinestandaard:
1. Apparaat met twee personen uit de verpakking
3. Zaag op tafel of werkbank vastschroeven.
Opstelling met machinestandaard:
1. Apparaat met twee personen uit de verpakking
2. Apparaat op de vloer zetten.
3. Apparaat bij de handgrepen oppakken en op
de smalle kant zetten
4. Handgrepen (25) naar buiten trekken, draaien
5. De beide onderste tafelpoten uitklappen.
Hiervoor de rode zwenkhendel (37) omlaag drukken (met de voet of de hand) en de tafelpoten naar beneden draaien.
6. Apparaat enigszins naar achteren kantelen en
7. De beide bovenste tafelpoten uitklappen.
Hiervoor de rode zwenkhendels (38) naar rechts schuiven en de tafelpoten naar beneden draaien. De rode zwenkhendels moeten inklikken.
8. De zaag bij de bovenste frameconstructie in
het midden vastpakken. Zaag omhoogtrekken en neerzetten. (Stelvoet met voet tegenhouden om te voorkomen dat de zaag bij het opstellen wegglijdt).
9. Oneffenheden in de vloer met de stelvoet (39)
compenseren. Aanwijzing: Bij de eerste keer inschakelen kunnen rubbersnippers eruit geslingerd worden. Dit komt door de constructie en is onschadelijk.
Spouwmes instellen (indien nodig) Aanwijzing: Het spouwmes (3) is bij de levering al correct ingesteld. Uitrichten bij de ingebruikname is slechts noodzakelijk, wanneer het spouwmes bij het transport is versteld.
1. Zaagblad in de bovenste stand brengen.
2. Schroef (40) tegen de klok in draaien,
4. Spouwmes (3) uit de onderste transportstand
tot aan de aanslag naar boven trekken.
5. Uitlijning spouwmes controleren:
– De afstand tussen de buitenste rand van het zaagblad en het spouwmes moet 3tot5mm bedragen. – Het spouwmes moet met het zaagblad in een rechte lijn liggen. Gevaar! Het spouwmes is een van de onderdelen die tot de veiligheidsvoorzieningen en moet juist gemonteerd zijn om een veilige werking te garanderen.
6. Vastzethendel (41) aantrekken (met de klok
mee draaien!). Zijdelingse uitlijning instellen (alleen indien nodig): Spouwmes (3) en zaagblad moeten exact in een rechte lijn liggen.
7. Drie binnenzeskantschroeven (42) losdraaien.
8. Spouwmes (3) in een rechte lijn brengen met
aantrekken. 10.Tafelinzetstuk (2) bevestigen en met de schroef (40) vergrendelen. Spaankap monteren
1. Zaagblad in de bovenste stand brengen.
2. Spaankap (5) aan de opname van het
aantrekken. Hoogteregeling van het tafelinzetstuk (indien nodig) Het tafelinzetstuk (2) is juist ingesteld, wanneer zijn oppervlak zich 0 mm tot 0,7 mm onder het tafeloppervlak bevindt. Voor de hoogteregeling de 4 schroeven in de hoeken van het tafelinzetstuk (2) draaien.
Gevaar! Elektrische spanning Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge omgeving. Het accupack (34) voor gebruik opladen. Laad het accupack bij vermogensverlies weer op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 10°C en 30°C. Bij een defecte machine dient u het accupack uit de machine te halen. Haal het accupack uit de machine voordat instel-, ombouw-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden uitgevoerd worden. Accupacks tegen vocht beschermen! Accupacks niet aan vuur blootstellen!
Geen defecte of vervormde accupacks gebruiken! Accupacks niet openen! Contacten van de accupacks niet aanraken of kortsluiten! Uit defecte Li-Ion-accupacks kan een licht zure, brandbare vloeistof lekken! Wanneer accuvloeistof eruit lekt en met de huid in aanraking komt, onmiddellijk onder stromend water afspoelen. Wanneer er accuvloeistof in uw ogen terecht komt, was deze dan uit met
7. Inbedrijfstelling
schoon water en zoek onmiddellijk een arts op voor behandeling! Voorkom dat het apparaat per ongeluk start: controleer of de aan-/uitschakelaar is uitgeschakeld wanneer u het accupack plaatst. Op de verzending van Li-ion accupacks is het voorschrift voor het transport van gevaarlijke stoffen (UN 3480 en UN 3481) van toepassing. Informeer bij het versturen van Li-ion accupacks naar de actueel geldende voorschriften. Informeer u ook bij uw transportbedrijf. Gecertificeerde verpakking is bij Metabo verkrijgbaar. Verstuur accupacks alleen als de behuizing onbeschadigd is en er geen vloeistof uit lekt. Voor het verzenden haalt u het accupack uit de machine. De contacten tegen kortsluiting beschermen (bijv. met tape isoleren). Li-Ion-accupacks "Li-Power, LiHD" hebben een capaciteits- en signaalindicatie (35): Druk op toets (36) waarna de laadtoestand wordt aangegeven door de LED-lampen. Wanneer een LED-lampje knippert, is de accupack bijna leeg en moet weer worden opgeladen. Accupack verwijderen, plaatsen: Om bij TS 36-18 LTX BL 254 de accupacks te kunnen plaatsen of te verwijderen: ontgrendelingsknop (32) drukken en de accupack-adapter (31) uit de machine halen. Verwijderen: knop voor de ontgrendeling van het accupack (33) indrukken en accupack (34) verwijderen. Plaatsen: accupack (34) erop schuiven tot deze vast klikt. Bij TS 36-18 LTX BL 254 de accupack-adapter (31) weer erin schuiven totdat hij vast klikt. Aanwijzing: Altijd twee Metabo 18 Volt schuif-accupacks gebruiken. Aanbevolen capaciteit 4,0 Ah en groter. Het wordt aanbevolen om accupacks met hetzelfde artikelnummer te gebruiken. Er mogen accupacks met verschillende capaciteit (Ah) worden gebruikt. In dit geval bepaalt de accu-pack met de lagere capaciteit (Ah) de gebruiksduur/het vermogen. Gevaar voor ongevallen! De zaag mag slechts door één persoon tegelijk bediend worden. Andere personen mogen uitsluitend werkstukken aanreiken of afnemen, en moeten op een afstand van de zaagmachine blijven staan. Controleer of alles goed functioneert alvo- rens met de zaagwerkzaamheden te begin- nen: –Accupack – aan-/uitschakelaar; –spouwmes; – spaankap; – hulpstukken (schuifstok, schuifhout en greep). Zorg ervoor dat u zichzelf ook beschermt: – draag een stofmasker; – draag oorbeschermers; – draag een veiligheidsbril. Let steeds op een juiste werkhouding tijdens het zagen: – neem plaats aan de bedienkant; – tegenover het zaagblad; – links van het opstuivende zaagsel; – Bij bediening met twee personen moet de tweede persoon op voldoende afstand van de zaag staan. Al naargelang het soort werk dat u verricht, gebruikt u: – Toegelaten werkstuksteunen - als werk- stukken na het afzagen van de zaagtafel zouden vallen; – een zaagselafzuigsysteem. Vermijd frequente bedieningsfouten: – Probeer nooit het zaagblad af te remmen door er van de zijkant tegenaan te druk- ken. Ook hier bestaat gevaar voor terug- slag. – Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Ook hier bestaat gevaar voor te- rugslag. – Zaag nooit verschillende stukken, ook geen bundels met verschillende stukken, tegelijk. Er is gevaar voor lichamelijk let- sel als aparte stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen. Klemgevaar! Zaag nooit werkstukken die aan touwen, snoeren, riemen of draden hangen of dergelijke materialen bevatten.
8.1 Spaanzak / afzuiginstallatie / alleszuiger
aansluiten Gevaar! Sommige soorten zaagsel (bv. van beuken-, eiken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn. Werk in gesloten ruimtes alleen met een ge- monteerde spaanzak of een geschikte afzuig- installatie. Gebruik bovendien een stofmasker omdat niet al het zaagstof opgevangen c.q. afge- zuigd wordt. Het werken zonder spaanzak of een geschikt spaanafzuigsysteem is alleen buiten moge- lijk. Als u het apparaat met de meegeleverde spaanzak in gebruik neemt: Steek de afscheidingscycloon (28) met de gemonteerde spaanzak (27) op het afzuigstuk (29). Maak de spaanzak (27) regelmatig leeg. Draag tijdens het legen een stofmasker. Als u het apparaat aan een spaanafzuiginstallatie aansluit: De afzuiginstallatie moet voldoen aan de volgende eisen: Passend bij de diameter van het afzuigstuk (spaanbak 35/44 mm); Hoeveelheid lucht 460 m
/h; Onderdruk aan het afzuigstuk van de zaag 530 Pa; Luchtsleheid aan het afzuigstuk van de zaag 20 m/s. De afzuigstukken voor de afzuiging van het zaagsel bevinden zich op de zaagbladbeschermkast. Lees ook de handleiding voor de bediening van de spaanafzuiginstallatie!
8.2 Zaaghoogte instellen
Gevaar! Voorwerpen of lichaamsdelen die zich binnen het instelbereik bevinden, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Stel de zaaghoogte alleen in, als het zaagblad helemaal stil staat! De zaaghoogte van het zaagblad moet aangepast worden aan de hoogte van het werkstuk: de spaankap moet aan de voorzijde met de onderkant op het werkstuk liggen. Zaaghoogte door draaien van de handkruk (16) instellen. Aanwijzing: Om een eventuele speling bij de instelling van de zaaghoogte te compenseren, beweegt u het zaagblad altijd van onderen in de gewenste positie.
8.3 De zaagbladhelling instellen
Gevaar! Lichaamsdelen, voorwerpen of apparaatdelen die zich binnen het instelbereik bevinden, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Stel de zaagbladhelling alleen in, als het zaagblad stil staat! De helling van het zaagblad kan tussen -1,5° en 46,5° worden ingesteld.
1. Spanhefboom (18) losmaken.
2. Gewenste zaagbladhelling door draaien van
het handwiel (17) instellen.
3. Ingestelde hellingshoek door vastzetten van
de spanhefboom (18) vergrendelen (Met de klok mee draaien). Instelling voor achtersnijdingen De hellingsverstelling heeft bij 0° en 45° een aanslag. Voor speciale verstekzaagsneden (achtersnijdingen) kan de hellingshoek in beide richtingen nog met 1,5° worden vergroot. Helling-begrenzingsstop (19) naar buiten trekken en boven de excenterschijf rechts plaatsen = hellingshoek van het zaagblad tussen –1,5° en 45° verstelbaar. Helling-begrenzingsstop (19) naar buiten trekken en boven de excenterschijf links plaatsen = hellingshoek van het zaagblad tussen 0° en 46,5° verstelbaar.
Aan-/uitschakelaar Inschakelen = schakelaar (15) naar boven trekken. Uitschakelen = schakelaar (15) naar beneden drukken.
8.4 Parallelaanslag instellen
Dit wordt aan het geleideprofiel aan de voorkant van de zaag gemonteerd. – Parallelaanslag (8) rechts van het zaagblad plaatsen. De markering in de loep toont de ingestelde afstand van de parallelaanslag tot het zaagblad op de schaal. – Spanhefboom (10) van de parallelaanslag loszetten en de parallelaanslag verschuiven tot de markering in de loep de gewenste afstand tot het zaagblad aangeeft. – Fijne instelling: door het draaien van de kartelmoer (11) (aan het voorste klemelement, rechts) kan de zaagbreedte nauwkeurig worden ingesteld. Spanhefboom (10) omlaag drukken om vast te zetten. – Het aanslagprofiel (43) moet bij het zagen met parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staan en met de spanhefboom (10) vergrendeld zijn. Hiervoor de spanhefboom (10) omlaag drukken. – Kartelmoeren (44) voor het bevestigen van het aanslagprofiel. Het aanslagprofiel kan na losdraaien van de beide kartelmoeren (44) worden afgenomen en omgezet: Lage aanlegkant: – om vlakke werkstukken te zagen; – of als het zaagblad onder een hoek staat. Hoge aanlegkant: – om hoge werkstukken te zagen;
8.5 Wijzer van de parallelaanslag afstellen
1. Parallelaanslag aan het zaagblad uitrichten.
2. Schroef aan de wijzer van de parallelaanslag
3. Wijzer op parallelaanslag en „0“ op
schaalband in overeenstemming brengen.
4. Schroef aan wijzer van de parallelaanslag
weer vasttrekken Aanwijzing: Om te voorkomen dat het werkstuk klemt bij het zagen met de parallelaanslag: parallelaanslag geheel naar rechts verschuiven en vervolgens op de gewenste zaagbreedte instellen. Aanwijzing: Parallelaanslag afstellen (indien gewenst): de parallelaanslag moet evenwijdig aan het zaagblad worden geplaatst of zo worden ingesteld dat hij max. 0,3 mm naar achteren opent. Voor het afstellen de 2 schroeven aan de bovenkant van de parallelaanslag losdraaien, daarna weer vastzetten. Aanwijzing: Parallelaanslag afstellen (indien nodig): mocht het achterste klemstuk vroeger of later dan het voorste klemstuk klemmen, dan kan deze door het draaien van de moeren (30) worden ingesteld. De moeren (30) losdraaien, zodat het achterste klemstuk later klemt. De moeren (30) aantrekken, zodat het achterste klemstuk vroeger klemt.
8.6 Dwarsaanslag instellen
De dwarsaanslag (7) wordt van voren in de groef in de zaagtafel ingeschoven. Voor hoeksneden kan de dwarsaanslag naar beide kanten om 60° worden versteld. Voor hoeksneden van 45° en 90° zijn desbetreffende aanslagen voorhanden. Voor het instellen van een hoek: klemhendel (6) door draaien tegen de klok in losmaken. Gevaar voor letsel! De klemhendel moet bij het zagen met dwarsaanslag vastgetrokken zijn. Het voorzetprofiel kan door losmaken van de kartelmoeren (46) worden verschoven of afgenomen. Aanwijzing: Indien nodig kan de speling van de dwarsaanslag (7) worden ingesteld: de schroeven (45) van de kunststof geleider aan de dwarsaanslag-geleiding losdraaien, dwarsaanslag (7) verschuiven, schroeven weer aandraaien.
8.7 Tafelverbreding instellen
De tafelverbreding (12) breidt de steunvlakte uit, zo dat ook grotere werkstukken veilig worden gehouden. Voor het instellen van de tafelverbreding (12) moet de spanhefboom (9) worden losgemaakt. Gevaar voor letsel! De klemhendel moet bij het zagen altijd vastgetrokken zijn. Aflezen van de schaalband bij werkzaamheden met de parallelaanslag Op welke schaal de snijbreedte wordt afgelezen, hangt ervan af, hoe het aanslagprofiel aan de parallelaanslag is gemonteerd: – Hoge aanlegkant = schaal met zwart opschrift op witte achtergrond. – Lage aanlegkant = schaal met wit opschrift op zwarte achtergrond. Bij kleine snijbreedten wordt de tafelverbreding niet uitgetrokken. De snijbreedte wordt op de schaal rechts op de wijzer van de parallelaanslag afgelezen: – hoge aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 35 cm mogelijk. – lage aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 29,5 cm mogelijk. Als er grotere werkstukken gezaagd moeten worden, moet de tafelverbreding (12) uitgetrokken worden.
1. Parallelaanslag verschuiven naar de
eindstand van de schaal.
2. Tafelverbreding naar buiten trekken en
parallelaanslag op gewenste afstand instellen. De snijbreedte wordt op de linker schaal bij de wijzer van het schaalband afgelezen.
8.8 Tafelverlenging instellen
De tafelverlenging (1) breidt het oplegvlak uit, zodat ook langere werkstukken stevig kunnen liggen.
1. Voor het uittrekken van de tafelverlenging
moeten de beide kartelschroeven (47) worden losgedraaid.
2. Tafelverlenging naar buiten trekken en op
gewenste afstand instellen.
Gevaar! De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 150 mm.
2. Zaaghoogte instellen. Aan de voorkant moet
de beschermkap volledig op het werkstuk liggen.
3. Als het zaagblad schuin zit dient u de
parallelle aanslag links van het zaagblad aanbrengen en instellen.
4. Schakel de zaag in.
5. Het werkstuk gelijkmatig naar achteren
schuiven en in een werkproces doorzagen.
6. Schakel het apparaat uit als u niet onmiddellijk
verder werkt. Verstekzagen
1. De dwarsaanslag (7) wordt van voren in de
groef in de zaagtafel ingeschoven.
2. Gewenste hoek na losmaken van de
klemhendel (6) aan de dwarsaanslag instellen en klemhendel weer vastschroeven.
3. Zijdelingse afstand tussen voorzetprofiel en
zaagblad instellen: Kartelmoer (46) losmaken en voorzetprofiel verschuiven. Kartelmoer (46) vastdraaien.
4. Werkstuk tegen de dwarsaanslag drukken.
5. Werkstuk doorzagen door de dwarsaanslag
vooruit te schuiven.
6. Schakel de machine uit als u niet onmiddellijk
verder werkt Gevaar! Vóór ieder transport: apparaat uitschakelen. Wachten tot het zaagblad helemaal stilstaat. Accupack verwijderen. Aanbouwdelen (beschermkap, spaanafzuiging, afscheidingscycloon, stofzak) demonteren. Beschermkap bij zaagtafel opbergen. Spouwmes in transportstand brengen. Zoals in hoofdstuk 7.1 beschreven te werk gaan, echter het spouwmes (3) tot aan de aanslag naar beneden schuiven (transportstand). Draai het zaagblad volledig naar beneden. Hellingshoek van het zaagblad op 0° instellen en met de spanhefboom vastzetten. Apparaat bij frameconstructie optillen en naar achteren draaien. Apparaat op de zijkant zetten en bovenste poten inklappen. De rode zwenkhendels moeten weer inklikken. Apparaat naar achteren draaien en de onderste poten inklappen. De rode zwenkhendels moeten weer inklikken. Handgrepen naar binnen schuiven en apparaat neerzetten. Gevaar voor klemmen Beide tafelverbredingen helemaal naar binnen schuiven en met de spanhefbomen vergrendelen. Gebruik voor het dragen van het apparaat de handgrepen aan de zijkant (48) van de tafel. Opgelet! Draag het apparaat niet aan de veiligheidsvoorzieningen, uitgetrokken / niet vergrendelde tafelverbredingen of aan de bedieningselementen! Opgelet! Draag het apparaat met twee personen (gewicht)! Mobiel transport: Handgrepen naar buiten trekken, draaien en inklikken. Zaag aan de handgreep trekken of schuiven Speciaal geval: machine samen met MetaLoc transporteren. De box kan voor het transport op het tafelvlak worden geplaatst en met de speciale spanriemen, zoals weergegeven, worden bevestigd. Gevaar! Voordat u met de service of met het onderhoud begint: 1.apparaat uitschakelen. 2.wacht u tot de zaag helemaal stilstaat; 3.Accupack verwijderen. – Nadat u klaar bent met de service en/ of onderhoudsbeurt, moet de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen als eerste gecontroleerd worden. – Beschadigde onderdelen, vooral beschadigde onderdelen van de veiligheidsvoorzieningen, mogen alleen door originele fabrieksonderdelen of door de fabrikant goedgekeurde onderdelen vervangen worden. Indien u dit nalaat, kan dit tot onvoorziene schade leiden. – Service en/of onderhoudswerkzaamheden die niet in dit hoofdstuk beschreven staan mogen uitsluitend door vaklui uitgevoerd worden. Gevaar! Als het inlegprofiel beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het inlegprofiel en het zaagblad geklemd raken en het zaagblad blokkeren. Beschadigde tafel inlegprofielen moeten onmiddellijk vervangen worden!
10.1 Zaagblad vervangen
Gevaar! Onmiddellijk na het zagen kan het zaagblad erg heet zijn – Pas op voor brandwonden! Laat een heet zaagblad eerst voldoende afkoelen. Reinig het zaagblad niet met brandbare vloeistoffen. Ook bij een stilstaand zaagblad bestaat er nog gevaar voor snijwonden. Bij het vervangen van een zaagblad moet u veiligheidshandschoenen dragen. Let bij de montage absoluut op de draairichting van het zaagblad!
1. Zaagblad in de bovenste stand brengen.
2. Spaankap (5) verwijderen.
3. Schroef (40) tegen de klok in draaien,
tafelinzetstuk (2) optillen en eruit halen.
4. Spanmoer (50) van het zaagblad met
steeksleutel (20) draaien en tegelijkertijd de hendel van de zaagbladvergrendeling (49) naar boven trekken, tot hij inklikt.
5. Hendel (49) vasthouden en de spanmoer (50)
met de klok mee afschroeven.
6. Spanmoer (50), buitenste zaagbladflens (51)
en zaagblad van de zaagbladas nemen.
10. Service en onderhoud
7. Spanvlakken van de zaagbladflenzen (51) en
(52) van het zaagblad reinigen. Gevaar! Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld om harsresten te verwijderen) die de lichtmetalen delen zouden kunnen beschadigen. De stabiliteit van de zaag zou erdoor kunnen worden beperkt.
8. Binnenste zaagbladflens (52) op motoras
9. Monteer een nieuw zaagblad (let op de
draairichting!). Gevaar! Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de vereisten in het hoofdstuk Technische gegevens en aan de norm EN 847-1 – bij ongeschikte of beschadigde zaagbladen kunnen onder invloed van de middelpuntvliedende kracht delen weggeslingerd worden. Niet gebruiken: – Zaagbladen waarvan het maximale toe- rental onder het nominale onbelaste toe- rental van de zaagbladen ligt (zie "Tech- nische gegevens"); – Zaagbladen van hooggelegeerd snel- draaistaal (HS of HSS); – Zaagbladen waarvan de zaagbreedte klei- ner is of diens stambladdikte groter is dan de dikte van het spouwmes. – Zaagbladen met zichtbare beschadigin- gen; – Slijpschijven. Gevaar! – Het zaagblad moet gemonteerd worden met originele onderdelen. – Gebruik nooit losse spanringen. Het zaagblad zou vanzelf los kunnen raken. – De zaagbladen moeten uitgebalanceerd zijn. Ze mogen niet trillen, anders kunnen ze tijdens het werken vanzelf loskomen. 10.Buitenste zaagbladflens (51) erop schuiven. 11.Spanmoer (50) losdraaien (linkse schroefwinding!). Spanmoer (50) met steeksleutel (20) draaien en tegelijkertijd de hendel van de zaagbladvergrendeling (49) omhoog trekken, tot hij inklikt. 12.Hendel (49) vasthouden en de spanmoer tegen de klok in handvast aantrekken. Gevaar! – Gereedschap voor het vastschroeven van het zaagblad niet verlengen. – Spanschroef niet door het slaan op het gereedschap vastdraaien. 13.Spouwmes overeenkomstig de zaagbladgrootte (53) instellen. (Spouwmesinstelling zie 7.1) 14.Tafelinzetstuk (2) bevestigen en met de schroef (40) vergrendelen. 15.Spaankap (5) bevestigen.
10.2 Aanslagbegrenzing instellen
1. Helling-begrenzingsstop (19) voor het hoek-
bereik op 0° / 45° instellen.
2. Ingestelde hellingshoek door vastzetten van
– 0° = loodrecht op het zaagblad – 45° met de speciale hoekmaat. Worden deze waarden niet heel nauwkeurig bereikt:
4. kruiskopschroef (54) van de betreffende
excenterschijf losdraaien en de excenterschijf verstellen tot de hellingshoek ten opzichte van de zaagtafel in de eindposities precies 0° (= haaks), resp. 45° bedraagt.
5. Kruiskopschroef van de excenterschijf weer
6. Na het verstellen van de aanslagbegrenzing,
hoekschaal aan de voorkant eventueel opnieuw afstellen. Aanwijzing: Om de hellingsbegrenzing van -1,5° tot 46,5° in te stellen, moet de helling-begrenzingsstop (19) eruit worden getrokken.
10.3 Machine opbergen
Gevaar! Berg het apparaat buiten het bereik van kinderen op. Sla het apparaat zo op dat het niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld en niemand zich aan het staande apparaat kan verwonden. Opgelet! De machine mag niet in openlucht of in een vochtige ruimte opgeborgen worden.
Zaag schoonmaken Zaagsel en stof met een stofzuiger en borstel verwijderen: – geleidingselementen voor het instellen van het zaagblad; – ventilatie-openingen van de motor; –zaagbladkast. – Hoogteinstelling –Zwenkgeleiding –Afscheidingscycloon Voor u de machine inschakelt Visuele controle, of – afstand zaagblad – spouwmes 3 tot 5 mm. – spouwmes met het zaagblad in een rechte lijn ligt. Visuele controle of het accupack en de accupack- adapter niet beschadigd zijn; indien nodig laat u de defecte onderdelen door een elektromonteur vervangen. Wanneer u uitschakelt, dient u altijd te controleren of het zaagblad langer dan 10 seconden naloopt; loopt het langer na, de motor door een erkend vakman laten vervangen. 1x per maand (bij dagelijks gebruik) Verwijder zaagselresten met stofzuiger en penseel; wrijf de geleidingselementen lichtjes in met olie: – spil en geleidestangen voor hoogteinstelling; – zwenksegmenten. Na elke periode van 150 bedrijfsuren Controleer alle schroefverbindingen en draai ze indien nodig vast. Indien nodig: geleidebussen tafelpoten instellen. binnenzeskantschroeven (55) met de klok mee draaien = zware loop van de geleiding. binnenzeskantschroeven (55) tegen de klok in draaien = soepele loop van de geleiding. extra fijnafstelling m.b.v. stelschroef (56). Geleidebussen van de voorste pootsteun instellen: Binnenzeskantschroeven (57) met de klok mee draaien = zware loop van de geleiding. Binnenzeskantschroeven (57) tegen de klok in draaien = soepele loop van de geleiding. Geleidebussen van de achterste pootsteun instellen: Binnenzeskantschroeven (58) met de klok mee draaien = zware loop van de geleiding. Binnenzeskantschroeven (58) tegen de klok in draaien = soepele loop van de geleiding.
Alle binnenzeskantschroeven gelijkmatig aantrekken. Voer enkele proefsneden uit op stukken houtafval, alvorens met de zaagwerkzaamheden te beginnen. Plaats het werkstuk steeds zo op het tafelblad dat het niet kan omvallen of wiebelen (bijvoorbeeld bij een gebogen plank, de naar buiten gebogen zijde naar boven). Gebruik de lengteaanslag om efficiënt even lange stukken te zagen. Oppervlakken van de steuntafels schoon houden. Gevaar! Alvorens een storing te verhelpen, moet u: 1.apparaat uitschakelen. 2.Accupack verwijderen. 3.Wachten tot het zaagblad helemaal stilstaat. Nadat de storing verholpen is, moet u eerst de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen controleren. De motor draait niet De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt het accupack aangesloten wanneer de machine ingeschakeld is of wordt de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan start de machine niet: De machine uit- en weer inschakelen. Accupack leeg: Laad het accupack bij vermogensverlies weer op. Motor oververhit, bijvoorbeeld door stomp zaagblad of spaanophoping in de behuizing: Oorzaak van de oververhitting verhelpen, enkele minuten laten afkoelen. Vervolgens het apparaat opnieuw inschakelen. Toerental wordt niet bereikt Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt STERK af: De motortemperatuur is te hoog! De machine onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld. Overbelastingsbeveiliging: de motor stopt tijdens het zagen: De machine wordt overbelast. Werk met gereduceerde belasting verder. Aangegeven hoogste toerental wordt niet bereikt - motor krijgt te weinig accuspanning: Laad het accupack bij vermogensverlies weer op. De zaagprestaties nemen af Het zaagblad is bot (het zaagblad vertoont eventueel brandvlekken opzij): zaagblad vervangen (zie hoofdstuk 10. Onderhoud). Spaanderafvoer verstopt Het afzuigsysteem is niet aangesloten of de afzuigkracht is te gering: Afzuigsysteem aansluiten of afzuigvermogen verhogen (luchtsnelheid 20 m/sec. bij de spaanuitwerppijp. Gebruik alleen originele Metabo-accupacks en Metabo-toebehoor. Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken. Cirkelzaagblad Power Cut, best.-nr.: 6.28025 – Voor grove tot middelfijne zaagsneden bij een snelle aanvoer en gering vermogen – Goede zaagresultaten bij het zagen in de lengte van volledig hout Cirkelzaagblad Precision Cut, best.-nr.: 6.28059 – Zeer breed gebruiksspectrum in de houtbewerking – Voor zeer goede, zuivere zaagresultaten bij lengte- en dwarssneden in zacht- en hardhout Laadapparaten: ASC Ultra,... Accupacks met verschillende capaciteiten. Koop alleen accupacks met een spanning die aansluit bij uw elektrisch gereedschap: LiHD, 18 V, 8,0 Ah, 6.25369 LiHD, 18 V, 5,5 Ah, 6.25342 etc. Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Reparaties van elektrische machines mogen uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend door een elektromonteur met originele onderdelen worden uitgevoerd! Neem voor gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dient oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Accupacks mogen niet bij het huisvuil gegooid worden! Geef defecte of afgedankte accupacks terug aan de Metabo-handelaar! Accupacks niet in het water gooien. Ontlaad eerst het accupack in het elektrisch gereedschap alvorens het af te voeren. De contacten tegen kortsluiting beschermen (bijv. met tape isoleren). Toelichting op de gegevens van pagina 3. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden. U =spanning van het accupack
=toerental bij onbelast draaien
=max. zaagsnelheid W =dikte van het spouwmes D =zaagbladdiameter (buiten) d =zaagbladboring (binnen) b =zaagbreedte a =max. basiselementdikte van het zaagblad
90° =zaaghoogte bij verticaal zaagblad
45° =zaaghoogte bij 45° zaagbladhelling
=max. zaagbreedte met parallelaanslag
=max. breedte dwarssnede met hoekaanslag
=afmetingen zonder machinestandaard (lxbxh)
=afmetingen met machinestandaard (lxbxh)
=breedte zaagtafel m =machinegewicht Gelijkstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau
= onzekerheid Draag gehoorbescherming!
Notice-Facile