TS 216 Floor - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 216 Floor METABO in PDF-formaat.
| Technische specificaties | METABO TS 216 Floor formaatzaag |
|---|---|
| Vermogen | 1600 W |
| Onbelast toerental | 5000 tpm |
| Zaagblad diameter | 216 mm |
| Zaagcapaciteit bij 90° | 70 mm |
| Zaagcapaciteit bij 45° | 48 mm |
| Tafelmaten | 650 x 520 mm |
| Gewicht | 20 kg |
| Gebruik | Ideaal voor nauwkeurige zaagsneden in panelen en massief hout |
| Onderhoud | Controleer regelmatig de staat van het zaagblad en smeer de bewegende delen |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril en handschoenen tijdens gebruik |
| Algemene informatie | Product ontworpen voor professioneel en veeleisend hobbygebruik |
Veelgestelde vragen - TS 216 Floor METABO
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 216 Floor - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 216 Floor van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 216 Floor METABO
Originele gebruikershandleiding
1. Voorgeschreven gebruik van het systeem
2. Algemene veiligheidsinstructies
3. Speciale veiligheidsinstructies
6. Inbedrijfstelling
9. Service en onderhoud
Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording: Deze tafelcirkelzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Testrapport *4), Uitvoerende keuringsinstantie *5), Technische documentatie bij *6) - zie pagina 3. De tafelcirkelzaag is bedoeld om massief hout, fineerhout, spaanplaten, meubelplaten en gelijksoortige materialen in de lengte of dwars door te zagen. Metaal zagen is toegestaan, mits er op het volgende gelet wordt: – Alleen met geschikt zaagblad (zie hoofdstuk 13. Toebehoren“) – Alleen non-ferro metalen (geen hardmetaal of gehard metaal, geen magnesium) Het zagen van ronde werkstukken is uitsluitend toegestaan als het werkstuk stevig vastgezet wordt. Ronde werkstukken hebben de neiging tegen de draairichting van het zaagblad los te komen. Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschikte aanslag gebruikt worden om een veilige geleiding te garanderen. Het apparaat mag niet gebruikt worden voor het maken van sponningen of groeven. Het apparaat niet gebruiken voor inkepingen (in het werkstuk eindigende groef). Het apparaat niet alleen voor invalzagen gebruiken. Het is ten stelligste verboden om het apparaat te gebruiken voor een doel waarvoor het niet ontworpen werd of waarvoor het niet geschikt is. Voor schade door foutief gebruik aanvaardt de fabrikant geen verantwoordelijkheid. Een ombouw van de machine of het gebruik van onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen tijdens het gebruik onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken. Let ter bescherming van uzelf en de machine op de met dit symbool aangegeven passages! WAARSCHUWING – Lees ter vermindering van het risico van letsel de gebruikershandleiding. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door. Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Wanneer de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik! Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor gebruik op het stroomnet (met aansluitkabel) en op elektrisch gereedschap voor gebruik met een accu (zonder aansluitkabel).
3.1 Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt de controle over het gereedschap verliezen.
3.2 Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de aansluitleiding niet voor een verkeerd doel, om het elektrisch gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de aansluitleiding uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende apparaatdelen. Beschadigde of in de war geraakte aansluitleidngen vergroten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengsnoeren te gebruiken die voor gebruik buitenshuis geschikt zijn. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer beperkt het risico van een elektrische schok. f) Wanneer het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving te gebruiken, maak dan gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar beperkt het risico van een elektrische schok.
3.3 Veiligheid van personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van elektrisch gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico van verwondingen. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Verzeker u ervan dat het elektrisch gereedschap uitgeschakeld is, voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het oppakt of het draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Gereedschap of sleutels in een draaiend deel van het apparaat kan tot verwondingen leiden. e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden en lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan het gevaar door stof verminderen. h) Waan uzelf niet ten onrechte veilig en vergeet niet de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap in acht te nemen, ook al bent u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap. Onvoorzichtig te werk gaan kan binnen enkele fracties van een seconde tot ernstig letsel leiden.
3.4 Gebruik van en omgang met het
elektrisch gereedschap a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder een afneembare accu, voordat u het apparaat instelt, toebehoren wisselt of het apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrisch gereedschap. d) Bewaar niet-gebruikt elektrisch gereedschap buiten bereik van kinderen. Laat het apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen worden gebruikt. e) Verzorg het elektrisch gereedschap en toebehoren zorgvuldig. Controleer of bewegende delen correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrisch gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschap enz. volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. h) Zorg ervoor dat grepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet zijn. Gladde grepen en grijpvlakken maken een veilige bediening en de controle van het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk. Inhoudsopgave
1. Conformiteitsverklaring
2. Voorgeschreven gebruik van
veiligheidsinstructiesNEDERLANDSnl
a) Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft.
3.6 Overige veiligheidsinstructies
– Deze gebruikershandleiding is bedoeld voor personen met technische basiskennis in de omgang met apparaten zoals het hier beschreven apparaat. Wanneer u geen enkele ervaring heeft met dergelijke apparaten, moet u eerst een beroep doen op de hulp van ervaren personen. – Voor schade die ontstaat, omdat geen nota werd genomen van deze gebruikershandleiding, aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid. De informatie in deze gebruikershandleiding is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok. Intrekgevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kleding. Let op! Waarschuwing voor materiële schade. Aanwijzing: Aanvullende informatie.
4.1 Veiligheidsinstructies met betrekking
tot de beschermingsafdekking a) Beschermingsafdekkingen gemonteerd laten. Beschermingsafdekkingen moeten in functionerende toestand en correct gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet correct functionerende beschermingsafdekkingen moeten gerepareerd of vervangen worden. b) Gebruik voor zaagsneden altijd de zaagblad-beschermingsafdekking en het spouwmes. Voor zaagsneden waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, wordt het risico van verwondingen beperkt door de beschermingsafdekking en andere veiligheidsvoorzieningen. c) Bevestig na voltooiing van arbeidsprocessen (bv. sponningen maken), waarbij het verwijderen van beschermingsafdekking en spouwmes noodzakelijk is, onmiddellijk weer het beschermingssysteem. De beschermingsafdekking en het spouwmes beperken het risico van verwondingen. d) Controleer vóór het inschakelen van het elektrisch gereedschap of het zaagblad de beschermingsafdekking, het spouwmes of het werkstuk niet aanraakt. Onbedoeld contact van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden. e) Stel het spouwmes af volgens de beschrijving in deze gebruiksaanwijzing. Verkeerde afstanden, positie en afstelling kunnen tot gevolg hebben dat het spouwmes een terugslag niet effectief verhindert. f) Om te kunnen functioneren, moet hij zich in de zaagvoeg bevinden. Bij zaagsneden in werkstukken die te kort zijn om het spouwmes erin te laten grijpen, functioneert het spouwmes niet. Onder deze omstandigheden kan een terugslag niet door het spouwmes verhinderd worden. g) Gebruik het bij het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes juist functioneert, moet de zaagbladdiameter bij het desbetreffende spouwmes passen, het stamblad dunner zijn dan het spouwmes en de tandbreedte meer dan de spouwmesdikte bedragen.
4.2 Veiligheidsinstructies voor
zaagprocedures a) GEVAAR Kom met uw vingers en handen niet in de buurt van het zaagblad of in het zaagbereik. Door een moment van onoplettendheid of uitglijden, zou uw hand naar het zaagblad geleid kunnen worden en ernstig letsel kunnen ontstaan. b) Voer het werkstuk alleen tegen de draairichting in aan het zaagblad toe. Het toevoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel kan ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad getrokken worden. c) Gebruik bij lengtesneden nooit de verstekaanslag voor het toevoeren van het werkstuk, en gebruik bij dwarssneden met de verstekaanslag nooit ook nog de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Door het werkstuk gelijktijdig te geleiden met de parallelaanslag en de verstekaanslag is het waarschijnlijker dat het zaagblad klemt en dat er terugslag ontstaat. d) Oefen bij lengtesneden de toevoerkracht op het werkstuk altijd tussen aanslagrail en zaagblad uit. Gebruik een schuifstok, als de afstand tussen aanslagrail en zaagblad minder is dan 150 mm, en een schuifblok, als de afstand minder dan 50 mm bedraagt. Dergelijke "arbeidshulpmiddelen" zorgen ervoor dat uw hand op een veilige afstand van het zaagblad blijft. e) Gebruik alleen de meegeleverde schuifstok van de fabrikant of één die volgens de aanwijzingen geproduceerd is. De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad. f) Gebruik nooit een beschadigde of aangezaagde schuifstok. Een beschadigde schuifstok kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagblad terechtkomt. g) Werk niet "uit de vrije hand". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. "Uit de vrije hand" betekent, het werkstuk in plaats van met parallelaanslag of verstekaanslag met de handen te steunen of te geleiden. Zagen uit de vrije hand leidt tot verkeerde uitlijning, vastklemmen en terugslag. h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan leiden tot het onbedoeld aanraken van het draaiende zaagblad.
i) Stut lange en/of brede werkstukken achter
en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo, dat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging om op de rand van de zaagtafel om te kantelen; dit leidt tot controleverlies, vastklemmen van het zaagblad en terugslag. j) Voer het werkstuk gelijkmatig toe. Buig of draai het werkstuk niet. Mocht het zaagblad vastklemmen, schakel dan het elektrisch gereedschap meteen uit, trek de stekker uit het stopcontact en hef de oorzaak voor het vastklemmen op. Het vastklemmen van het zaagblad door het werkstuk kan tot terugslag of tot het blokkeren van de motor leiden. k) Verwijder afgezaagd materiaal niet terwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich tussen zaagblad en aanslagrail of in de beschermingsafdekking afzetten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand gekomen is, voordat u het materiaal verwijdert.
I) Gebruik voor lengtesneden op werkstukken
die dunner zijn dan 2 mm een extra parallelaanslag. Dunne werkstukken kunnen zich onder de parallelaanslag vastzetten en tot terugslag leiden.
4.3 Terugslag - oorzaken en bijbehorende
veiligheidsinstructies Een terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk ten gevolge van een zaagblad dat blijft haken of vastklemt, of een schuin geleide snede in het werkstuk gerelateerd aan het zaagblad, of als een deel van het werkstuk tussen zaagblad en parallelaanslag of een ander vaststaand object wordt ingeklemd. ln de meeste gevallen wordt het werkstuk bij een terugslag door het achterste deel van het zaagblad gegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de richting van de operator geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van de tafelcirkelzaag. Deze kan worden verhinderd door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven. a) Ga nooit in een directe lijn met het zaagblad staan. Blijf altijd staan aan de zijde van het zaagblad, waarop zich de aanslagrail bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid op personen geslingerd worden, die voor en in één lijn met het zaagblad staan. b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om aan het werkstuk te trekken of het te ondersteunen. Dit kan leiden tot het onbedoeld aanraken van het zaagblad of een terugslag kan ertoe leiden dat uw vingers in het zaagblad getrokken worden. c) Houd en druk het werkstuk dat afgezaagd wordt nooit tegen het draaiende zaagblad. Het drukken van het werkstuk dat afgezaagd wordt tegen het zaagblad leidt tot vastklemmen en terugslag. d) Richt de aanslagrail parallel aan het zaagblad uit. Een niet uitgerichte aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en produceert een terugslag. e) Gebruik bij verdekte zaagsneden (bv. sponningen maken) een drukelement om het werkstuk tegen tafel en aanslagrail te geleiden. Met een drukelement kunt u het werkstuk bij terugslag beter controleren. f) Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen dienen aan beide zijden te worden ondersteund, zowel bij de zaagvoeg als bij de rand. g) Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken, die gedraaid zijn, knopen vertonen, vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken, waarop ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail geleid kunnen worden. Een vervormd, gedraaid werkstuk is instabiel en leidt tot een verkeerde uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, tot vastklemmen en terugslag. h) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad zou één of meerdere delen kunnen grijpen en een terugslag kunnen veroorzaken.
i) Wanneer u een zaag die in het werkstuk
steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagvoeg zo, dat de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Klemt het zaagblad, dan kan het werkstuk opgetild worden en een terugslag veroorzaakt worden op het moment dat de zaag opnieuw wordt gestart. j) Houd de zaagbladen schoon, scherp en voldoende vertand. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of gebroken tanden. Scherpe zaagbladen met de juiste vertanding beperken vastklemmen, blokkeren en terugslag tot een minimum.
4.4 Veiligheidsinstructies voor de
bediening van tafelcirkelzagen a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel hem los van de netspanning, voordat u de inlegplaat verwijdert, het zaagblad vervangt, instellingen aan het spouwmes, terugslagbeveiliging of de zaagbladbescherming uitvoert, en na iedere afgesloten zaagprocedure. Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen. b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga niet weg, voordat het volledig tot stilstand gekomen is. Een zaag die zonder toezicht loopt, vormt een ongecontroleerd gevaar. c) Stel de tafelcirkelzaag op een plaats op, die vlak is en goed verlicht en waar u veilig kunt staan met behoud van uw evenwicht. De plaats van opstelling moet voldoende ruimte bieden om de grootte van uw werkstukken goed te hanteren. Rommelige, onverlichte werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen.
4. Speciale veiligheidsinstructiesNEDERLANDS nl
d) Verwijder regelmatig zaagsel onder de zaagtafel en/of van de stofafzuiging. Opgehoopt zaagsel is brandbaar en kan vanzelf ontvlammen. e) Zet de tafelcirkelzaag vast. Een niet correct vastgezette tafelcirkelzaag kan bewegen of kantelen. f) Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de tafelcirkelzaag, voordat u deze inschakelt. Afbuiging of eventueel vastklemmen kunnen gevaarlijk zijn. g) Gebruik altijd zaagbladen van de juiste grootte en met de juiste opnameboring (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen scheef en leiden tot verlies van controle. h) Gebruik nooit beschadigd of verkeerd zaagblad-montagemateriaal zoals flenzen, sluitringen, schroeven of moeren. Dit zaagblad-montagemateriaal is speciaal voor uw zaag geconstrueerd, voor een veilige werking en optimale prestatie.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en
gebruik de tafelcirkelzaag niet als trapje. Er kan ernstig letsel optreden, als het elektrisch gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt. j) Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste draairichting gemonteerd is. Gebruik geen slijpschijven of draadborstels met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen toebehoren kan tot ernstig letsel leiden.
4.5 Overige veiligheidsinstructies
Neem de bijzondere veiligheidsinstructies in de betreffende hoofdstukken in acht. Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of ongevallenpreventievoorschriften inzake de omgang met cirkelzagen in acht. Algemeen gevaar! Houd rekening met omgevingsomstandigheden. Gebruik geschikte oppervlakken voor het zagen van lange werkstukken. Dit apparaat mag uitsluitend door personen die met cirkelzagen bekend zijn en zich de gevaren bij het werken steeds bewust zijn, in bedrijf gesteld en gebruikt worden. Personen beneden de 18 jaar mogen dit apparaat slechts bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar. Let erop dat zich geen onbevoegde personen, vooral geen kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere personen het apparaat of het snoer kunnen aanraken. Vermijd het oververhitten van de zaagtanden. Vermijd bij het zagen van kunststoffen dat de kunststof smelt. Gevaar door elektrische stroom! Stel dit apparaat niet bloot aan regen. Gebruik dit apparaat niet in een vochtige of natte omgeving. Vermijd dat u tijdens werkzaamheden met dit apparaat in contact komt met geaarde elementen zoals radiatoren, buizen, ovens, koelkasten. Gebruik het snoer niet voor doeleinden waarvoor het niet bedoeld is. Gevaar voor verwondingen en kneuzingen aan bewegende delen! Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen. Houd steeds voldoende afstand van het zaagblad. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand tot aangedreven onderdelen. Wacht tot het zaagblad stilstaat, alvorens kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik te verwijderen. Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken. Controleer of het apparaat gescheiden is van het stroomnet alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Zorg ervoor dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerkzaamheden) geen montagegereedschap of losse onderdelen meer in het apparaat bevinden. Gevaar voor snijwonden ook bij stilstaand snijgereedschap! Trek veiligheidshandschoenen aan als u snijgereedschap moet vervangen. Bewaar de zaagbladen zo dat niemand zich eraan kan verwonden. Gevaar door terugslag van werkstukken! Werk uitsluitend met een correct ingesteld spouwmes. Zet het werkstuk niet "op z’n kant" (tijdens het schaven). Let erop dat het gebruikte zaagblad geschikt is voor het materiaal van het werkstuk. Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wanden uitsluitend zaagbladen met fijne tanding. Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn. Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld nagels of schroeven). Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Intrekgevaar! Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kleding door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen dassen, geen handschoenen, geen kleding met brede mouwen; personen met lang haar moeten absoluut een haarnetje dragen). Zaag nooit werkstukken waaraan zich –touwen –snoeren –riemen –kabels of – draden bevinden of die dergelijke materialen bevatten. Gevaar door onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen! Draag oordoppen. Draag een veiligheidsbril. Draag een stofmasker. Draag aangepaste werkkleding. Bij werkzaamheden buiten is schoeisel met antislip zool aanbevolen. Gevaar door zaagsel! Sommige soorten zaagsel (bijvoorbeeld van beuken-, eiken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn. Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de in hoofdstuk 8.1 genoemde waarden. De stofbelasting verminderen: Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: lood (in loodhoudende verf), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof). Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de stofbelasting worden blootgesteld. Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen. Om de belasting met deze stoffen te verminderen: zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschermingsmiddelen, zoals bijv. ademmaskers die in staat zijn om de microscopisch kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren. Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling). Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat deze neerslaan in de omgeving. Gebruik de meegeleverde stofopvanginrichting en een geschikte stofafzuiging. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Verminder de stofbelasting door: – de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten, – een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te plaatsen, – de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op. – Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen. Gevaar door technische wijzigingen of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven Monteer dit apparaat zoals in de handleiding wordt aangegeven. Gebruik hiervoor uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder: – zaagbladen (bestelnummers zie hoofdstuk 13. Toebehoren); – Veiligheidsvoorzieningen. Breng aan deze onderdelen geen wijzigingen aan. Gevaar door gebreken aan het apparaat! Zorg dat het apparaat evenals de toebehoren goed onderhouden worden. Neem hierbij de onderhoudsvoorschriften in acht. Controleer het apparaat voor het inschakelen telkens op eventuele beschadigingen: voor het gebruik moet de goede werking van de veiligheidsinrichtingen, beveiligingen of licht beschadigde onderdelen altijd zorgvuldig gecontroleerd worden. Controleer of de scharnierende onderdelen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van het apparaat te garanderen. Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman herstellen of vervangen. Laat beschadigde schakelaars in een servicewerkplaats vervangen. Gebruik dit apparaat niet wanneer u de schakelaar niet kunt in- en uitschakelen. Gevaar door lawaai! Draag oordoppen. Let erop dat het spouwmes niet gebogen is. Een gebogen spouwmes drukt het werkstuk zijdelings tegen het zaagblad. Dit veroorzaakt lawaai. Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen! Als er een blokkering optreedt:
1. apparaat uitschakelen,NEDERLANDSnl
2. stekker uit het stopcontact trekken,
3. handschoenen dragen,
4. blokkering met geschikt gereedschap
4.6 Symbolen op het apparaat
Gegevens op het typeplaatje: aFabrikant b Serienummer c Apparaatomschrijving d Motorgegevens (zie ook „Technische gegevens“) e CE-markering – Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen overeenkomstig de conformiteitsverklaring f Bouwjaar g Afvalsymbool – Het apparaat kan via de fabrikant worden afgevoerd h Afmetingen van toegelaten zaagbladen Veiligheidssymbolen Gevaar! Veronachtzaming van de volgende waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of materiële schade. Lees de gebruikershandleiding. Niet in het draaiende zaagblad grijpen. Veiligheidsbril en gehoorbescherming dragen. Apparaat niet in vochtige of natte omgeving gebruiken.
4.7 Veiligheidsvoorzieningen
Spouwmes Het spouwmes (5) moet verhinderen dat een werkstuk door de achterkant van het zaagblad omhoog geduwd kan worden en eventueel tegen de operator aan geslingerd wordt. Het is niet toegestaan om zonder spouwmes te werken. Spaankap De spaankap (7) verhindert ongewild contact met het zaagblad en biedt bescherming tegen rondvliegende spaanders. Het is niet toegestaan om zonder spaankap te werken. Schuifstok De schuifstok (13) dient als verlenging van de hand, om het werkstuk veilig langs het zaagblad te geleiden en beschermt tegen onbedoeld contact met het zaagblad. De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 120 mm. De schuifstok moet in een hoek van 20° … 30° tot het oppervlak van de zaagtafel worden geleid. Wanneer de schuifstok niet wordt gebruikt, moet hij bij de machine opgeborgen worden. Als de schuifstok beschadigd is, moet hij vervangen worden. Zie pagina 2. 1Steun parallelaanslag 2 Tafelverlenging 3 Dwarsaanslag 4Tafelinzetstuk 5Spouwmes 6 Spanhefboom voor de bevestiging van de spaankap 7 Spaankap 8Klemhendel voor het bevestigen van de dwarsaanslag 9Tafelverbreding 10 Spanhefboom voor de tafelverbreding 11 Parallelaanslag 12 Spanhefboom voor de bevestiging van de parallelaanslag 13 Schuifstok 14 Steun schuifstok 15 Aan-schakelaar 16 Uit-schakelaar 17 Draaikruk voor instelling zaaghoogte 18 Handwiel voor de instelling van de hellingshoek 19 Spanhefboom voor het vastzetten van de hellingshoek 20 Helling-begrenzingsstop 21 Instelbare glijders voor het plaatsen op oneffen oppervlakken (bij TS 216 Floor) * 22 Houder voor de afzuigslang 23 Afzuigslang 24 Instelschroef (klemmen van de parallelaanslag) 25 Afzuigstuk op de spaankap 26 Steun spaankap 27 Afzuigadapter 28 Steun dwarsaanslag 29 Steeksleutel 30 Voet / handgreep van het onderstel (alleen bij TS 216 / bij TS 216 Floor niet achteraf aan te brengen) *
- afhankelijk van de uitvoering / het model Zorg ervoor dat u op een stevige ondergrond staat en let er vooral op dat u altijd goed in evenwicht bent. Opstelling zonder machinestandaard:
1. Apparaat met twee personen uit de verpakking
3. Zaag op tafel of werkbank vastschroeven.
4. Oneffen vloeren met de instelbare glijders (21)
compenseren: schroef losdraaien, glijder instellen, schroef weer stevig vastdraaien. Opstelling met machinestandaard:
1. Apparaat met twee personen uit de verpakking
2. Apparaat op de vloer zetten.
3. Apparaat bij de handgrepen oppakken en op
de smalle kant zetten
4. Handgrepen (30) naar buiten trekken, draaien
5. De beide onderste tafelpoten uitklappen.
Hiervoor de rode zwenkhendel (31) omlaag drukken (met de voet of de hand) en de tafelpoten naar beneden draaien.
6. Apparaat enigszins naar achteren kantelen en
beide tafelpoten omlaag drukken. De rode zwenkhendels (31) moeten inklikken.
7. De beide bovenste tafelpoten uitklappen.
Hiervoor de rode zwenkhendels (32) naar rechts schuiven en de tafelpoten naar beneden draaien. De rode zwenkhendels moeten inklikken.
8. De zaag bij de bovenste frameconstructie in
het midden vastpakken. Zaag omhoogtrekken en neerzetten. (Stelvoet met voet tegenhouden om te voorkomen dat de zaag bij het opstellen wegglijdt). D-72622 Nürtingen Germany xxxx
9. Oneffenheden in de vloer met de stelvoet (33)
compenseren. Aanwijzing: Bij de eerste keer inschakelen kunnen rubbersnippers eruit geslingerd worden. Dit komt door de constructie en is onschadelijk.
Spouwmes instellen (indien nodig): Aanwijzing: Het spouwmes (5) is bij de levering al correct ingesteld. Uitrichten bij de ingebruikname is slechts noodzakelijk, wanneer het spouwmes bij het transport is versteld.
tafelinlay (4) steken. Deze vervolgens optillen en eruit halen.
4. Spouwmes (5) uit de onderste transportstand
tot aan de aanslag naar boven trekken.
5. Uitlijning spouwmes controleren:
– tussen de zaagtandomtrek en de punt van het spouwmes moet een afstand van 3tot8mm blijven. – Het spouwmes moet met het zaagblad in een rechte lijn liggen. Gevaar! Het spouwmes is een van de onderdelen die tot de veiligheidsvoorzieningen van het apparaat behoren. Het spouwmes moet juist gemonteerd zijn om een veilige werking te garanderen.
6. Vastzethendel (34) aantrekken (met de klok
mee draaien!). Zijdelingse uitlijning instellen (alleen indien nodig): Spouwmes (5) en zaagblad moeten exact in een rechte lijn liggen.
7. Drie inbusbouten (35) losdraaien.
8. Spouwmes (5) in een rechte lijn brengen met
10.Tafelinzetstuk (4) weer plaatsen en vastdrukken. Spaankap monteren
1. Zaagblad in de bovenste stand brengen.
2. Spaankap (7) aan de opname van het
aantrekken. Hoogteregeling van het tafelinzetstuk (indien nodig) Het tafelinzetstuk (4) is juist ingesteld, wanneer zijn oppervlak zich 0 mm tot 0,7 mm onder het tafeloppervlak bevindt. Voor de hoogteregeling de 4 schroeven in de hoeken van het tafelinzetstuk (4) draaien.
Gevaar! Elektrische spanning Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge omgeving. Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stopcontact dat aan de hierna volgende voorwaarden voldoet (zie ook „Technische gegevens“): – De stopcontacten moeten reglemen- tair geenstalleerd zijn en een goedge- keurde aarding hebben. – Netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat. – De stroomkring dient vakkundig bevei- ligd te worden met een differentieel- schakelaar (RCD) die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA. Aanwijzing: het energiebedrijf of uw elektromonteur vertellen u graag of uw huisaansluiting aan deze bepalingen voldoet. Het snoer moet zo gelegd worden dat het zaagwerkzaamheden niet kan bemoeilijken en dat het snoer niet beschadigd kan raken. Het snoer moet beschermd worden tegen hitte en bijtende vloeistoffen; zorg dat het niet beschadigd kan worden door scherpe voorwerpen. Gebruik als verlengsnoer alleen snoeren met rubbermantel en voldoende grote diameter. Gebruik alleen verlengsnoeren die ook voor toepassingen in de buitenlucht toegelaten en als zodanig gemarkeerd zijn. Trek de stekker niet aan het snoer uit het stopcontact. Voorkom dat het apparaat per ongeluk start: controleer of de Aan-/Uit-schakelaar is uitgeschakeld wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken. Gevaar voor ongevallen! De zaagmachine mag slechts door één persoon tegelijk bediend worden. Andere personen mogen uitsluitend werkstukken aanreiken of afnemen, en moeten op een afstand van de zaagmachine blijven staan. Controleer of alles goed functioneert, alvo- rens met de zaagwerkzaamheden te begin- nen: – netsnoer en netstekker; – hoofdschakelaar; –spouwmes; – spaankap; – hulpstukken (schuifstok, schuifhout en greep). Zorg ervoor dat u zichzelf ook beschermt: – draag een stofmasker; – draag gehoorbescherming; – draag een veiligheidsbril. Let steeds op een juiste houding en plaats tij- dens het zagen: – neem plaats aan de voorkant van de af- kortzaag; – tegenover het zaagblad; – links van het opstuivende zaagsel; – Bij bediening met twee personen moet de tweede persoon op voldoende afstand van de zaag staan. Naargelang het soort werk dat u verricht, ge- bruikt u: – Toegelaten werkstuksteunen - als werk- stukken na het afzagen van de zaagtafel zouden vallen; – een schaafselafzuigsysteem. Vermijd frequente bedieningsfouten: – Probeer nooit het zaagblad af te remmen door er van de zijkant (met een voorwerp) tegenaan te drukken. Ook hier bestaat ge- vaar voor terugslag. – Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Ook hier bestaat gevaar voor te- rugslag. – Zaag nooit verschillende stukken – ook geen bundels met verschillende aparte stukken tegelijk. Er is gevaar voor licha- melijk letsel als aparte stukken zonder steun door het zaagblad worden gegre- pen. Intrekgevaar! Zaag nooit werkstukken waaraan touwen,
snoeren, riemen of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten.
8.1 Spaanafzuiginstallatie / alleszuiger
Gevaar! Sommige soorten zaagsel (bv. van beuken-, eiken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn. Werkzaamheden in gesloten ruimten mogen alleen met een geschikte spaanafzuiginstallatie uitgevoerd worden. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de volgende eisen: – Passend bij de diameter van de afzuig- stukken (spaankap 38 mm; spaanbak 35/ 44 mm); – Hoeveelheid lucht 460 m
/h; – Onderdruk op het afzuigstuk van de zaag 530 Pa; – Luchtsnelheid op het afzuigstuk van de zaag 20 m/s De aanzuigstukken voor de afzuiging van het zaagsel bevinden zich op de zaagbladbeschermkast en op de spaankap. Lees ook de handleiding voor de bediening van de spaanafzuiginstallatie!
8.2 Zaaghoogte instellen
Gevaar! Voorwerpen of lichaamsdelen die zich binnen de instelruimte bevinden, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Begin dus nooit met het instellen van de zaaghoogte voordat het zaagblad helemaal tot stilstand gekomen is! De zaaghoogte van het zaagblad moet aangepast worden aan de hoogte van het werkstuk: de spaankap moet aan de voorzijde met de onderkant op het werkstuk liggen. Snijhoogte door draaien van de handkruk (17) instellen. Aanwijzing: Om een eventuele speling bij de instelling van de snijhoogte te compenseren, beweegt u het zaagblad altijd van onderen in de gewenste positie.
8.3 De zaagbladhelling instellen
Gevaar! Lichaamsdelen, voorwerpen of apparaatdelen die zich binnen de instelruimte bevinden, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Begin dus nooit met het instellen van de zaaghoogte voordat het zaagblad helemaal tot stilstand gekomen is! De helling van het zaagblad kan tussen -1,5° en 46,5° worden ingesteld.
1. Spanhefboom (19) losmaken.
2. Gewenste zaagbladhelling door draaien van
het handwiel (18) instellen.
3. Ingestelde hellingshoek door vastzetten van
de spanhefboom (19) vergrendelen (Met de klok mee draaien). Instelling voor achtersnijdingen De hellingsverstelling heeft bij 0° en 45° een aanslag. Voor speciale verstekzaagsneden (achtersnijdingen) kan de hellingshoek in beide richtingen nog met 1,5° worden vergroot. Helling-begrenzingsstop (20) naar buiten trekken en boven de excenterschijf rechts plaatsen = hellingshoek van het zaagblad tussen –1,5° en 45° verstelbaar. Helling-begrenzingsstop (20) naar buiten trekken en boven de excenterschijf links plaatsen = hellingshoek van het zaagblad tussen 0° en 46,5° verstelbaar. Aan-/Uit-schakelaar Inschakelen = bovenste schakelaar (15) 1 tot 2 sec. lang indrukken. Uitschakelen = onderste schakelaar (16) indrukken.
8.4 Parallelaanslag instellen
Dit wordt aan het geleideprofiel aan de voorkant van de zaag gemonteerd. – Parallelaanslag (11) rechts van het zaagblad plaatsen. De markering in de loep toont de ingestelde afstand van de parallelaanslag tot het zaagblad op de schaal. – Spanhefboom (12) van de parallelaanslag loszetten en de parallelaanslag verschuiven tot de markering in de loep de gewenste afstand tot het zaagblad aangeeft. Spanhefboom (12) omlaag drukken om vast te zetten. – Het aanslagprofiel (37) moet bij het zagen met parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staan en met de spanhefboom (12) vergrendeld zijn. Hiervoor de spanhefboom (12) omlaag drukken. – Kartelmoeren (38) voor het bevestigen van het aanslagprofiel. Het aanslagprofiel kan na losdraaien van de beide kartelmoeren (38) worden afgenomen en omgezet: Gebruik de lage kant als aandrukkant: – om vlakke werkstukken te zagen; – of als het zaagblad onder een hoek staat. Gebruik de hoge kant als aandrukkant: – om hoge werkstukken te zagen;
8.5 Wijzer van de parallelaanslag afstellen
1. Parallelaanslag aan het zaagblad uitrichten.
2. Schroef aan de wijzer van de parallelaanslag
3. Wijzer op parallelaanslag en „0“ op
schaalband in overeenstemming brengen.
4. Schroef aan wijzer van de parallelaanslag
weer vasttrekken Aanwijzing: Om te voorkomen dat het werkstuk klemt bij het zagen met de parallelaanslag: parallelaanslag geheel naar rechts verschuiven en vervolgens op de gewenste zaagbreedte instellen. Aanwijzing: Parallelaanslag afstellen (indien gewenst): de parallelaanslag moet evenwijdig aan het zaagblad worden geplaatst of zo worden ingesteld dat hij max. 0,3 mm naar achteren opent. Voor het afstellen de 2 schroeven aan de bovenkant van de parallelaanslag losdraaien, daarna weer vastzetten. Aanwijzing: Parallelaanslag afstellen (indien nodig): mocht het achterste klemstuk vroeger of later dan het voorste klemstuk klemmen, dan kan deze door het draaien van de moeren (24) worden ingesteld. De moeren (24) losdraaien, zodat het achterste klemstuk later klemt. De moeren (24) aantrekken, zodat het achterste klemstuk vroeger klemt.
8.6 Dwarsaanslag instellen
De dwarsaanslag (3) wordt van voren in de groef in de zaagtafel ingeschoven.
Voor hoeksneden kan de dwarsaanslag naar beide kanten 60° worden versteld. Voor hoeksneden van 45° en 90° zijn desbetreffende aanslagen voorhanden. Voor het instellen van een hoek: klemhendel (8) door draaien tegen de klok in losmaken. Gevaar voor letsel! De klemhendel moet bij het zagen met dwarsaanslag vastgetrokken zijn. Het voorzetprofiel kan door losmaken van de kartelmoeren (39) worden verschoven of afgenomen.
8.7 Tafelverbreding instellen
De tafelverbreding (9) breidt de steunvlakte uit, zo dat ook grotere werkstukken veilig worden gehouden. Voor het instellen van de tafelverbreding (9) moet de spanhefboom (10) worden losgemaakt. (Voor het verstellen van de linker tafelverbreding de achterste spanhefboom bedienen. Voor het verstellen van de rechter tafelverbreding de voorste spanhefboom bedienen.) Gevaar voor letsel! De klemhendel moet bij het zagen altijd vastgetrokken zijn. Aflezen van de schaalband bij werkzaamheden met de parallelaanslag Op welke schaal de snijbreedte wordt afgelezen, hangt ervan af, hoe het aanslagprofiel aan de parallelaanslag is gemonteerd: – Hoge aanlegkant = schaal met zwart opschrift op witte achtergrond. – Lage aanlegkant = schaal met wit opschrift op zwarte achtergrond. Bij kleine snijbreedten wordt de tafelverbreding niet uitgetrokken. De snijbreedte wordt op de schaal rechts op de wijzer van de parallelaanslag afgelezen: – hoge aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 25 cm mogelijk. – lage aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 18,5 cm mogelijk. Als er grotere werkstukken gezaagd moeten worden, moet de tafelverbreding (9) uitgetrokken worden.
1. Parallelaanslag verschuiven naar de
eindstand van de schaal.
2. Tafelverbreding naar buiten trekken en
parallelaanslag op gewenste afstand instellen. De snijbreedte wordt op de linker schaal bij de wijzer van het schaalband afgelezen.
8.8 Tafelverlenging instellen
De tafelverlenging (2) breidt het oplegvlak uit, zodat ook langere werkstukken stevig kunnen liggen.
1. Voor het uittrekken van de tafelverlenging
moeten de beide kartelschroeven (40) worden losgedraaid.
2. Tafelverlenging naar buiten trekken en op
gewenste afstand instellen.
Gevaar! De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 120 mm. Rechte zaagsnede
1. Hellingshoek instellen en vergrendelen.
2. Zaaghoogte instellen. Aan de voorkant moet
de beschermkap volledig op het werkstuk liggen.
3. Als het zaagblad schuin zit dient u de paralelle
aanslag links van het zaagblad aanbrengen en instellen.
5. Het werkstuk gelijkmatig naar achteren
schuiven en in een werkproces doorzagen.
6. Schakel de machine uit als u niet onmiddellijk
verder werkt. Verstekzagen
1. De dwarsaanslag (3) wordt van voren in de
groef in de zaagtafel ingeschoven.
2. Gewenste hoek na losmaken van de
klemhendel (8) aan de dwarsaanslag instellen en klemhendel weer vastschroeven.
3. Zijdelingse afstand tussen voorzetprofiel en
zaagblad instellen: Kartelmoer (39) losmaken en voorzetprofiel verschuiven. Kartelmoer (39) vastdraaien.
4. Werkstuk tegen de dwarsaanslag drukken.
5. Werkstuk doorzagen door de dwarsaanslag
vooruit te schuiven.
6. Schakel de machine uit als u niet onmiddellijk
verder werkt Gevaar! Vóór het transport altijd: Apparaat uitschakelen. Wachten tot het zaagblad helemaal stilstaat. Trek de stekker uit het stopcontact. Aanbouwdelen (spaankap, spaanafzuiging) demonteren. Beschermkap bij zaagtafel opbergen. Spouwmes in transportstand brengen. Zoals in hoofdstuk 7.1 beschreven te werk gaan, echter het spouwmes (5) tot de aanslag naar beneden schuiven (transportstand). Draai het zaagblad volledig naar beneden. Hellingshoek van het zaagblad op 0° instellen en met de spanhefboom vastzetten. Stroomsmoer op kabelopwikkeling rollen. Alleen apparaat met machinestandaard: Apparaat bij frameconstructie optillen en naar achteren draaien. Apparaat op zijkant zetten en bovenste poten inklappen. De rode zwenkhendels moeten weer inklikken. Apparaat naar achteren draaien en de onderste poten inklappen. De rode zwenkhendels moeten weer inklikken. Handgrepen naar binnen schuiven en apparaat neerzetten. Gevaar voor klemmen Beide tafelverbredingen helemaal naar binnen schuiven en met de spanhefbomen vergrendelen. Gebruik voor het dragen van het apparaat de handgrepen aan de zijkant (41) van de tafel. Let op! Draag het apparaat niet aan de veiligheidsvoorzieningen, uitgetrokken / niet vergrendelde tafelverbredingen of aan de bedieningselementen! Let op! Draag het apparaat met twee personen (gewicht)! Mobiel transport: Handgrepen naar buiten trekken, draaien en inklikken. Zaag aan de handgreep trekken of schuiven
Gebruik bij verzending de originele verpakking indien mogelijk. Gevaar! Voordat u met de service of met het onderhoud begint: 1.Apparaat uitschakelen. 2.Wacht tot de zaag helemaal stilstaat. 3.Trek de stekker uit het stopcontact. – Nadat u klaar bent met de service en/ of onderhoudsbeurt, moet de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen als eerste gecontroleerd worden. – Beschadigde onderdelen, in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen, mogen uitsluitend door originele onderdelen worden vervangen, omdat onderdelen die niet door de fabrikant getest en vrijgegeven zijn, niet te voorziene schade tot gevolg kunnen hebben. – Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd. Gevaar! Als het inlegprofiel beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het inlegprofiel en het zaagblad geklemd raken en het zaagblad blokkeren. Beschadigde inlegprofielen moeten onmiddellijk vervangen worden!
10.1 Zaagblad vervangen
Gevaar! Onmiddellijk na het zagen kan het zaagblad erg heet zijn – Pas op voor brandwonden! Laat een heet zaagblad eerst voldoende afkoelen. Ook het schoonmaken van het zaagblad met een licht ontvlambaar product is dan gevaarlijk. Ook bij een stilstaand zaagblad bestaat er nog gevaar voor snijwonden. Bij het vervangen van een zaagblad moet u veiligheidshandschoenen dragen. Let bij de montage absoluut op de draairichting van het zaagblad!
1. Zaagblad in de bovenste stand brengen.
2. Spaankap (7) verwijderen.
3. De ringsleutel (28) in de opening van de
tafelinlay (4) steken. Deze vervolgens optillen en eruit halen.
4. Spanmoer (43) van het zaagblad met
steeksleutel (29) draaien en tegelijkertijd de hendel van de zaagbladvergrendeling (42) naar boven trekken, tot hij inklikt.
5. Hendel (42) vasthouden en de spanmoer (43)
met de klok mee afschroeven.
6. Spanmoer (43), buitenste zaagbladflens (44)
en zaagblad van de zaagbladas nemen.
7. Spanvlakken van de zaagbladflenzen (44) en
(45) van het zaagblad reinigen. Gevaar! Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld om harsresten te verwijderen) die de lichtmetalen delen van het chassis zouden kunnen beschadigen. De stabiliteit van de zaag zou erdoor kunnen worden aangetast.
8. Binnenste zaagbladflens (45) op motoras
9. Monteer een nieuw zaagblad (let op de
draairichting van de zaagtanden!). Gevaar! Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de vereisten in het hoofdstuk Technische gegevens en aan de norm EN 847-1 – bij ongeschikte of beschadigde zaagbladen kunnen onder invloed van de middelpuntvliedende kracht delen weggeslingerd worden. Niet gebruiken: – Zaagbladen waarvan het maximale toe- rental onder het nominale onbelaste toe- rental van de zaagbladen ligt (zie "Tech- nische gegevens"); – Zaagbladen van hooggelegeerd snel- draaistaal (HS of HSS); – Geen zaagbladen gebruiken waarvan de stambladdikte groter is dan de dikte van het spouwmes. – Zaagbladen met zichtbare beschadigin- gen (scheurtjes) of – Slijpschijven. Gevaar! – Het zaagblad moet gemonteerd worden met originele fabrieksklemflensen. – Gebruik nooit losse spanringen. Het zaagblad zou vanzelf los kunnen komen. – De zaagbladen moeten uitgebalanceerd zijn. Ze mogen niet trillen, anders kunnen ze tijdens het werken vanzelf loskomen. 10.Buitenste zaagbladflens (44) opschuiven. 11.Spanmoer (43) losdraaien (linkse schroefwinding!). Spanmoer (43) met steeksleutel (29) draaien en tegelijkertijd de hendel van de zaagbladvergrendeling (42) omhoog trekken, tot hij inklikt. 12.Hendel (42) vasthouden en de spanmoer tegen de klok in handvast aantrekken. Gevaar! – U mag de steel van de sleutel niet verlen- gen om het zaagblad steviger vast te kun- nen zetten. – Sla ook niet op de steel van de sleutel om de klembout beter vast te zetten. 13.Spouwmes overeenkomstig de zaagbladgrootte (46) instellen. (Spouwmesinstelling zie 7.1) 14.Tafelinzetstuk (4) weer plaatsen en vastdrukken. 15.Spaankap (7) bevestigen.
10.2 Aanslagbegrenzing instellen
1. Helling-begrenzingsstop (20) voor het hoek-
bereik op 0° / 45° instellen.
2. Ingestelde hellingshoek door vastzetten van
– 0° = loodrecht op het zaagblad – 45° met de speciale hoekmaat. Worden deze waarden niet heel nauwkeurig bereikt:
4. kruiskopschroef (47) van de betreffende
excenterschijf losdraaien en de excenterschijf verstellen tot de hellingshoek ten opzichte van de zaagtafel in de eindposities precies 0° (= haaks), resp. 45° bedraagt.
5. Kruiskopschroef van de excenterschijf weer
6. Na het verstellen van de aanslagbegrenzing,
hoekschaal aan de voorkant eventueel opnieuw afstellen. Aanwijzing: Om de hellingsbegrenzing van -1,5° tot 46,5° in te stellen moet de aanslagbegrenzingshendel naar buiten worden getrokken.
10.3 Machine opbergen
Gevaar! Berg het apparaat buiten het bereik van kinderen op. Sla het apparaat zo op dat het niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld en niemand zich aan het staande apparaat kan verwonden. Let op! Het apparaat niet in de openlucht of in een vochtige omgeving bewaren.
De zaag schoonmaken Zaagsel en stof met een stofzuiger of borstel verwijderen uit:
10. Service en onderhoud
– geleidingselementen voor het instellen van het zaagblad – ventilatie-openingen van de motor – zaagbladkast – hoogte-afstelling – zwenkgeleiding Voor u de machine inschakelt Visuele controle, of – afstand zaagblad – spouwmes 3 tot 8 mm is. – spouwmes met het zaagblad in een rechte lijn ligt. Visuele controle van netsnoer en netstekker op beschadigingen; indien nodig laat u de defecte onderdelen door een elektromonteur vervangen. Wanneer u uitschakelt, dient u altijd te controleren of het zaagblad langer dan 10 seconden naloopt; loopt het langer na, de motor door een erkend vakman laten vervangen. 1x per maand (bij dagelijks gebruik) Verwijder zaagselresten met stofzuiger of penseel; wrijf de geleidingselementen lichtjes in met olie: – spil en geleidestangen voor hoogte-instelling; – zwenksegment. Na elke periode van 150 bedrijfsuren Controleer alle schroefverbindingen en schroef ze eventueel vast. Indien nodig: geleidebussen tafelpoten instellen. Inbusbouten (48) met de klok mee draaien = zware loop van de geleiding. Inbusbouten (48) tegen de klok in draaien = soepele loop van de geleiding. extra fijnafstelling m.b.v. stelschroef (49). Geleidebussen van de voorste pootsteun instellen: Inbusbouten (50) met de klok mee draaien = zware loop van de geleiding. Inbusbouten (50) tegen de klok in draaien = soepele loop van de geleiding. Geleidebussen van de achterste pootsteun instellen: Inbusbouten (51) met de klok mee draaien = zware loop van de geleiding. Inbusbouten (51) tegen de klok in draaien = soepele loop van de geleiding. Alle inbusbouten gelijkmatig aantrekken. Voer enkele proefsneden uit op stukken houtafval, alvorens met de zaagwerkzaamheden te beginnen. Plaats het werkstuk steeds zo op het tafelblad dat het niet kan omvallen of wiebelen (bijvoorbeeld bij een gebogen plank, de naar buiten gebogen zijde naar boven). Gebruik de lengteaanslag om efficiënt even lange stukken te zagen. Oppervlakken van de steuntafels schoon houden. Gevaar! Alvorens een storing te verhelpen, moet u: 1.Apparaat uitschakelen. 2.Trek de stekker uit het stopcontact. 3.Wachten tot het zaagblad helemaal stilstaat. Nadat de storing verholpen is, moet u eerst de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen controleren. De motor draait niet De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is of wordt de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan start de machine niet: De machine uit- en weer inschakelen. Er is geen spanning: snoer, stekker, stopcontact en zekering controleren. Motor oververhit, bijvoorbeeld door stomp zaagblad of spaanophoping in de behuizing: Oorzaak van de oververhitting verhelpen, enkele minuten laten afkoelen. Vervolgens het apparaat opnieuw inschakelen. Toerental wordt niet bereikt Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt STERK af:
De motortemperatuur is te hoog! De machine onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld. Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt LICHT af: De machine wordt overbelast. Werk met minder belasting verder. Aangegeven hoogste toerental wordt niet bereikt - motor krijgt te weinig netspanning: Kortere toevoerleiding of toevoerleiding met grotere doorsnede gebruiken ( 1,5 mm
Laat uw installatie door een elektromonteur controleren. Het zagen gaat moeizaam Het zaagblad is bot (het zaagblad vertoont eventueel brandvlekken opzij): zaagblad vervangen (zie hoofdstuk 10. Onderhoud). Spaanderafvoer verstopt Het afzuigsysteem is niet aangesloten of de afzuigkracht is te gering: Afzuigsysteem aansluiten of afzuigvermogen verhogen (luchtsnelheid 20 m/sec. bij de spaanuitwerppijp. Gebruik alleen originele Metabo toebehoren. Gebruik alleen toebehoren die voldoen aan de in deze gebruikershandleiding genoemde eisen en kenmerken. Cirkelzaagblad Precision Cut, best.-nr.: 6.28062 – Zeer breed gebruiksspectrum in de houtbewerking – Voor zeer goede, zuivere zaagresultaten bij lengte- en dwarssneden in zacht- en hardhout Cirkelzaagblad Multi Cut, best.-nr.: 6.28063 – Universeel gebruik bij veeleisende materialen – Ideaal geschikt voor vele toepassingen in de binnenafwerking – Perfecte zaagresultaten ook bij dwarssneden in massief hout, ruwe, gecoate of gefineerde spaanplaten, MDF – Bij zeer hoge eisen aan de zaagkwaliteit, bv. laminaat, kunststoffen, dunne aluminium, koper en messing profielen Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Reparaties van elektrische machines mogen uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend door een elektromonteur met originele onderdelen worden uitgevoerd! Neem voor gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Onderdeellijsten kunt u via www.metabo.com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dient oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Toelichting bij de gegevens van pagina 3. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden. U=netspanning
=toerental bij onbelast draaien
=max. zaagsnelheid W =dikte van het spouwmes D =zaagbladdiameter (buiten) d = zaagbladboring (binnen) b = zaagbreedte a =max. basiselementdikte van het zaagblad
90° =zaaghoogte bij verticaal zaagblad
45° =zaaghoogte bij 45° zaagbladhelling
=max. zaagbreedte met parallelaanslag
=max. breedte dwarssnede met hoekaanslag
=afmetingen zonder machinestandaard (lxbxh)
=afmetingen met machinestandaard (lxbxh)
=breedte zaagtafel m=machinegewicht ~Wisselstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling mogelijk van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende soorten elektrisch gereedschap. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fases met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op grond van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau
Notice-Facile