TS 216 Floor - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 216 Floor METABO in PDF-formaat.
| Producttype | Tafelcirkelzaag |
| Merk | Metabo |
| Model | TS 216 Floor |
| Conform gebruik | Langs- en dwarszagen van massief hout, gelamineerd hout, spaanplaten, gelamineerd hout. Zagen van non-ferrometalen met geschikt zaagblad. |
| Kantelbereik van het zaagblad | -1,5° tot 46,5° (met begrenzer) |
| Instelling van de snijhoogte | Met zwengel |
| Kanteling instellen | Met handwiel en klemhendel |
| Veiligheidsvoorzieningen | Beschermkap, scheidmes, duwstok, veiligheidsschakelaar |
| Elektrische voeding | Netspanning, spanning en frequentie volgens typeplaatje |
| Bescherming tegen kortsluitstromen | Aanbevolen: aardlekschakelaar 30 mA |
| Zijgeleider | Instelbaar, met schaalverdeling (geleidingsrand hoog/laag) |
| Dwarsgeleider | Voor verstekzagen, instelbaar tot 60° aan beide zijden |
| Zijtafelverlenging | Voor ondersteuning van grote werkstukken |
| Achtertafelverlenging | Voor ondersteuning van lange werkstukken |
| Afzuigsysteem | Aansluiting mogelijk, slangdiameter 38 mm (kap) en 35/44 mm (kast). Luchtdebiet ≥ 460 m³/h, onderdruk ≥ 530 Pa |
| Zaagblad | Diameter volgens technische gegevens, geschikt gat, draairichting in acht nemen |
| Wisselen van zaagblad | Met vorksleutel en zaagbladblokkeerhendel |
| Regelmatig onderhoud | Reinigen van zaagsel, smeren van geleidingen, controleren van scheidmes |
| Reparaties | Alleen door gekwalificeerde technicus met originele Metabo onderdelen |
| Conformiteitsnormen | CE-richtlijnen, norm EN 847-1 voor zaagbladen |
Veelgestelde vragen - TS 216 Floor METABO
Gebruikersvragen over TS 216 Floor METABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 216 Floor - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 216 Floor van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 216 Floor METABO
Originele gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
- Voorgeschreveen gebruik van het systeme
- Algemene veiligheidsinstructures
- Speciale veiligheidsinstructies
- Overzicht
- Opstelling
- Inbedrijfstelling
- Bediening
- Transport
- Service en onderhoud
- Handige tips
11.Problemen en storingen - Toebehoren
- Reparatie
- Milieubescherming
- Technische gegevens
1. Conformiteitsverklaring
Wij verklaren op eigén en uitsluitende verantwoordig: Deze tafelcirkelzagen, geidentificieredoor typeen seriennummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Testrapport *4), Uitvoerende keruingsinstantie *5). Technische documentatie bij *6)-zie pagina 3.
2. Voorgeschreveen gebruik van het systeme
De tafelcirkelzaag is bedoeld om massief hout, finerhout, spaanplaten, meubelplaten en gelingsoortige materialien in de lenghte of dwarfs door te zagen.
Metaal zagen is toegestaan, mits er op het volgende gelet worden:
Alleen met geschikt zaagblad (zie hoofdstuk 13. Toebehoren"
Alleen non-ferro metalen (geen hardmetaal of gehard metaal, geen magnesium)
Het zagen van Ronde werkstukken is uitsluitend toegestaan als het werkstuk stevig vastbezet worden. Ronde werkstukken hebben de neiging gegen de draairichting van het zaagblad los te komen.
Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschiktte aanlag gebruukt worden om een veilige geleiding te garanderen.
Het apparaat mag Niet gebruikt worden voor het makesen van sponningen of groeven.
Het apparaat Niet gebruiken voor inkepingen (in het werkstuk eindigende groef).
Het apparaat Niet alleen voor invalidzagen gebruiken.
Het is ten stelligste verboden om het apparaat te gebruiken voor een doel waarvoort het Niet ontworpen ward of waarvoort het Niet geschikt is. Voor schade door fouitief gebruik aanvaardt de fabrikant geen verantwoordelijkheid.
Een ombouw van de machine of het gebruik van onderdelen die Niet gekeurd en vrijgeveen zijn door de fabrikant kennenijdens het gebruik onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken.
3. Algemene veiligheidsinstructies

Let ter bescheming van uzelf en de machine op de met dit symbol aangegeven passages!

WAARSCHUWING - Lees ter verminderung van het risico van letsel de gebruikershandleiding.
Geef uw elektrisch gereedschap alleen metdez documenten aan anderen door.
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING - Lees alle veiligheidsinstructues en aan
Wanneer de verilgheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gekruib! Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor gekruib op het stroomnet (met aansluitkabel) en op elektrisch gereedschap voor gekruib met een accu (zonder aansluitkabel).
3.1 Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkkomgeving kan tot oncegveallen leiden.
b) Werk met het elektrisch gereedschap Niet in een omgeveing met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschapveroorzaakt vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kuren brengen.
c) Houd kinderen en andere personenijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap uit de buurt. Wanner u wordt afgeleid, kut de controle over het gereedschap verliezen.
a) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd.Gebruik gen adapterstekker in combinatie met geaard elektrisch gereedschap.Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok.
b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wonneer uw lichaam geoard is.
c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
d) Gebruik de aansluitleiding Niet voor een verkeerd doel, om het elektrisch gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de aansluitleiding uit de buurt van ditte, olie, scherpe randen en bewegende apparatusdelen. Beschadigde of in de war geraakte aansluitleidgen vergroten het risico van een elektrische schok.
e) Wanneer u buitenhuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengsoeren te gebruiken die voor gebruik buitenhuis geschikt zich. Het gebruik van een voor gebruik buitenhuis geschikt verlengsoer beperkt het risico van een elektrische schok.
f) Wanneer het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving te gebruiken, maar dan gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar beperkt het risico van een elektrische schok.
3.3 Veiligheid van personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van elektrisch gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.
b) Draag persoonlijke beschemmingsmiddelen en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van personlijke beschemmingsmiddelen zoals een stofmasker, slipvaste werksochoenen, een veiligheidsheim of gehoorbeschemming, affhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrisch gereedschap, verminder het risico van verwondingen.
c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Verzeker u ervan dat het elektrisch gereedschap uitgeschakeld is, voordat u het
op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het oppakt of het draagt. Wanner u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanner u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Gereedschap of sleutels in een draaiend deel van het apparatus kan tot verwondingen leiden.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding.
Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft.
Daardoor kurz u het elektrisch gereedschap in onverwachtete situations beter onder controle houden.
f) Draag geschichte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden en lange haren hunnen door bewegende delen worden meegenomen.
g) Wanneer stofafzugings- of stofopvangvoorzieningen können worden gemonteerd,client u zich ervan te verzekeren. dardestze zich aangesloten enjuist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuging kan het gevaar door stof verminderen.
h) Waan uzelf Niet ten onrechte veilig en vergeet nicht de veilgheidsregels voor elektrisch gereedschap inacht te nemen, ook al bent u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap. Onoorzichtig te werk gaan kan binnen enkele fracties van een seconde tot ernstig letsel leiden.
3.4 Gebruik van en omgang met het elektrisch gereedschap
a) Overbelast het apparaat Niet. Gebruik voor uw werkzaamheden hetঀoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u better en veilig binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat Niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareed.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder een afneembare accu, voordat u het apparaat instelt, toebehoren wisselt of het apparaat weglect. Deze voorzorgsmaatregel voorkom ontboedoeeld starten van het elektrisch gereedschap.
d) Bewaar nicht-gebruikt elektrisch gereedschap buiten bereik van kinderen. Laat het apparaat nicht gebruiken door personen die er niert mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen nicht hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wonneer dit door onervaren Personen worden gebruikt.
e) Verzorg het elektrisch gereedschap en toebehoren zorgvuldig. Controller of bewegende delen correct functioneren en nicht vastklemmen en of onderden zodanig gebroken of beschadig zich dat de werking van het elektrisch gereedschap nadelig wordenbeinvloed.Laat beschadigde delen repareren voordat u het apparaat gebruikt.Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhoden elektrisch gereedschap.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon.
Zorgvuldig onderhonden snijgereedschap met scherpe sjnjankanten klemmen minder nsel vast en zij gemakkelijker te geleiden.
g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzeitgereedschap enz. volgens deanaanwijzingen.Let daar bij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden.Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de Voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situatuieleiden.
h) Zorg ervoor dat grepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet zich. Gladde grepen en grijpvlakken makeen een veilige bediening en de controte van het elektrisch gereedschap in onverwachtete situatuies onmogelijk.
NEDERLANDSNI
3.5 Service
a) Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel an alleen met originele reserveonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de verilheid van het gereedschap in stand blift.
3.6 Overige veiligheidsinstructies
- Deze gelebruikershandleiding is bedoeld voor personen met technische basiskennis in de omgang met apparaten zoals het hier beschren evene. Wanner u geen enkele erwarting heeft met dergelijkte apparaten, moet u eerst een beroep doe on op de hulp van ervaren personen.
Voor schade die ontstaat, waar dat geen nota werden genomen van deze bruikershandleiding, aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid.
De informatatie in deze gebruikershandleiding is als volgt gekenmerkt:

Gevaar!
Warschuwing voor lichamelijk letseI of milieuschade.

Gevaar voor elektrische schok!
Waarschuwing voor lichamelijk hetsel door elektrische schok.

Intrekgevaar!
Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kleding.

Let op!
Waarschuwing voor materiele schade.

Aanwijzijing:
Aanvullende informatatie.
4. Speciale verilgheidsinstructies
4.1 Veiligheidsinstructies met betrekking tot de beschemingsafdekking
a) Beschermingsafdekkingen gemonteerd latent. Beschermingsafdekkingen moeten in functionerende toestand en correct gemonteerd zich. Losse, beschadigde of Niet correct fonctionerende beschermingsafdekkingen moeten gerepareedr of verrangen worden.
b) Gebruik voor zaagsneden algijd de zaagblad-beschemingsafdekking en het spouwmes. Voor zaagsneden waar bij het zaagblad volledig door de werkstukdijke zaagt, worden het risico van verwondeningen beperkt door de beschemingsafdekking en andere verligheidsvoorzieningen.
c) Bevestig na voltooiing van
arbeitiskproessen (bv. sponningen make),
aar bij het verwijderen van
beschermingsafdekking en spouwmes
noodzakelijk is, onmiddelijk voor het
beschermingsssysteme. De
beschermingsafdekking en het spouwmes
beperken het risico van verwondingen.
d) Controller vór het inschakelen van het elektrisch gereedschap of het zaagblad de beschermingsafdekking, het spouwmes of het werkstuk niet aanraakt. Onbedoeld contact van deze componenten met het zaagblad kan toe een gevaarlijke situatie leiden.
e) Stel het spouwmes af volgens de beschrijving in deze gebruiksaanwijzing. Verkeerde afstanden, positie en afstelling+kennen tot geolg hebden dat het spouwmes een terugslag Niet efectief verhindert.
f) Om te kunnen functioneren, moet hij zich in de zaagvoeg bevinden. Bij zaagsneden in werkstukken die te kort zich om het spouwmes erin te lately gripen, functioneert het spouwmes Niet. Onder deze omstandigheden kan een terugslag Niet door het spouwmes verhinder worden.
g) Gebruik het bij het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes juist functioneer, moet de zaagbladdiameter bij het desbetreffende spouwmes passen, het stamblad dummer dan het spouwmes en de tandbreedte meer dan de spouwmesdie bedragen.
4.2 Veiligheidsinstrumentes voor zaagprocedures
a) GEVAAR Kom met uw vingers en handen Niet in de buurt van het zaagblad of in het zaagbereik. Door een moment van onoplettendheid of uitglijden, zou uw hand maar het zaagblad geleid;kennen worden en ernstig letseI kunnen ontstaan.
b) Voer het werkstuk alleen gegen de draairichting in aan het zaagblad toe. Het toevoeren van het werkstuk in bezelfderichting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel kan ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad getrokken worden.
c) Gebruik bij lenghtesneden nooit de verstekaanslag voor het toevoeren van het werkstuk, en gebruik bij dwarssneden met de verstekaanslag nooit ook nog de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Door het werkstuk gewijktijdig te geleiden met de parallelaanslag en de verstekaanslag is het waarschijnlijkderat het zaagblad klemt en dat er terugslag ontstaat.
d) Oefen bij lenghtesneden de toevoerkracht op het werkstuk altiijdussen aanslagrail en zaagblad uit. Gebruik een schuifstok, als de afstandussen aanslagrail en zaagblad minder is dan 150~mm en een schuifblok, als de afstand minder dan 50~mm bedraagt. Dergelijke "arbeidshulpmiddelen" zorgen ervoor dat uw hand op een veilige afstand van het zaagblad blijft.
e) Gebruik alleen de meegeleverde schuifstok van de fabrikant of een die volgens de aanwijzingen geproduced is. De schuifstok zorgt voor voldoende afstandussen hand en zaagblad.
f) Gebruik nooit een beschadigde of aangezaagde schuifstok. Een beschadigde schuifstok kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagbladterechtkomt.
g) Werk Niet "uit de vrijde hand". Gebruik altijd de parallelaanslag de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. Ilit dit de vrije hand het steel, het verzaditein.
Oit de vrie hand -betekent, het werkstuk in plaat van met parallelaanslag of verstekaanslag met de handen te steunen of te geleiden. Zagenuit de vrie hand leidt tot verkeerde uitlijing, vastklemmen en terugslag.
h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grippen maar een werkstuk kan leiden tot het onbedoeld aanraken van het draaiende zaagblad.
i) Stut lange en/of brede werkstukken achefter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo, dat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging om op de rand van de zaagtafel om te Kantelen; dit leidt tot controverlies, vastklemmen van het zaagblad en terugslag.
j) Voer het werkstuk gelijkmatig toe. Buig of draai het werkstuk Niet. Mocht het zaagblad vastklemmen, schakel dan het elektrisch gereedschap meteen uit, trek de stekker uit het stopcontact en hef de orzaaark voor het vastklemmen op. Het vastklemmen van het zaagblad door het werkstuk kan tot terugslag of tot het blokkeren van de motor leiden.
k) Verwijder afgezaagd materiaal Niet verwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich tussen zaagblad en aanslagrail of in des beschermingsafdekking afzetten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand gekomen is, voordat u het materiaal verwijdert.
I) Gebruik voor lenghtesneden op werkstukken die dunker zijn dan 2 mm een extra parallelaanslag. Dunne werkstukken können zich onder de parallelaanslag vastzetten en tot terugslag leiden.
4.3 Terugslag -oorzaken en bijbehorende veiligheidsinstrumentes
Een terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk ten gevolge van een zaagblad dat blijft haken of vastklemt, of een schuin geleide snede in het werkstuk gerelateerd aan het zaagblad, of als een deel van het werkstukussen zaagblad en parallelaanslag of een ander vaststaand object wordt ingeklemd.
In de meeste gevallen worden het werkstuk bij een terugslag door hetijkenste deel van het
4.4 Veiligheidsinstrumentes voor de bediening van tafelcirkelzag
zaagblad gegren, van de zaagtafel opgetild en in de richting van de operator geslingerd.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van de tafelcirkelzaag. Deze kan worden verhinder door passende veilighedsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschrenve.
a) Ga nooit in een directe lijn met het zaagblad staan. Blij aktijd staan aan de zijde van het zaagblad, waarop zich de aanslagrail bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snugheid op personen geslingerd worden, die voor en in een lijn met het zaagblad staan.
b) Grijp nooit over ofchter het zaagblad om aan het werkstuk te trekken of het te ondersteunen. Dit kan leiden tot het onbedoeld aanraken van het zaagblad of een terugslag kan ertoe leiden dat uw vingers in het zaagblad getrokken worden.
c) Houd en druk het werkstuk dat afgezaagd wordt nooit gegen het draaiende zaagblad. Het drukken van het werkstuk dat afgezaagd wordt gegen het zaagblad leidt tot vastklemmen en terugslag.
d) Richt de aanslagrail parallel aan het zaagblad uit. Een Niet uitgerichte aanslagrail drukt het werkstuk gegen het zaagblad en produceert een terugslag.
e) Gebruik bij verdekte zaagsneden (bv. sponningen makeen) een drukelement om het werkstuk gegen tafel en aanslagritle geleiden. Met een drukelement kunt u het werkstuk bij terugslag beter controleren.
f) Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen hun doorbuigen onder hun eigengewicht. Platen dienen aan beiden zijden te worden ondersteund, zowel bij de zaagvoeg als bij de rand.
g) Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken, die gedraaïd zijn, knopen vertonen, verrormd�ijn of zich over een rechte kant beschikken, waarop ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail geleid hun worden. Een verrormd, gedraaïd werkstuk is instabiel en leidt tot een verkeerde uitlijing van de zaagvoeg met het zaagblad, tot vastklemmen en terugslag.
h) Zaag nooit meerdere op elkaar of achefter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad zou een of meerdere delen kuren gripen en een terugslag kuren voroorzaken.
i) Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt waar wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagvoeg zo, dat de zaagtanden Niet in het werkstuk zijn blijven haken. Klemt het zaagblad, dan kan het werkstuk opgetild worden en een terugslag veroorzaakt worden op het moment dat de zaag opnieuw worden gestart.
j) Houd de zaagbladen schoon, scherp en voldoende verland. Gebruik nooit verrormde zaagbladen of zaagbladen met geschueurde of gebroken tanden. Scherpe zaagbladen met de juiste vertanding beperken vastklemmen, blokkeren en terugslag tot een minimum.
a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel hem los van de netspanning, voordat u de inlegplaat verwijdert, het zaagblad verramt, instellenen aan het spouwmes, terugslagbeveiliging of de zaagbladbescherming uitvoert, en na iedere afgesloten zaagprocedure. Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen.
b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga Niet weg,voordat het volledig tot stilstand gekomen is. Een zaag die zonder toezicht loopt, vormt een ongecontroleerd gevaar.
c) Stel de tafelcirkelzaag op een plaats op, die vlak is en goed verlicht en waar u veilig kunt staan met behoud van uw evenwicht. De plaats van opstelling moet voldoende ruimte bieden om de groote van uw werkstukken goed te hanteren. Rommelige, onverlichte werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot oncegallen.
d) Verwijder regelmatig zaagsel onder de zaagtafel en/of van de stofafzuiging.
Opgehoopt zaagsel is brandhaar en kan vanzelf ontvlammen.
e) Zet de tafelcirkelzaag vast. Een niet correct.
vastgezette tafelcirkelzaag kan bewegen of
kanten.
f) Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de tafelicelkaag, voordat u deze inschakelt. Afbuiging of eventuele vastklemmen kuren gevaarlijk zijn.
g) Gebruik altijd zaagbladen van de juiste grotte en met de juiste opnameboring (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die nicht bij de montagedelen van de zaag passen, lopen scheef en leiden tot verlies van controle.
h) Gebruik nooit beschadigd of verkeerd zaagblad-montagematerialiaa zoals flenzen, sluitringen, schroeven of moeren. Dit zaagblad-montagematerialia is special voor uw zaag geconstrueree, voor een veilige werkinq en optimale prestatie.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik de tafelcirkelzaag Niet als trapje. Er kan ernstig letset optreden, als het elektrisch gereedschap omvait of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt.
j) Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste draairichting gemonteerd is. Gebruik geen slijpschijven of draadborstels met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van Niet aanbevolen toebehoren kan tot ernstig letsel leiden.
4.5 Overige veiligheidsinstructies
- Neem de bijzondere veiligheidsinstructies in de betreffende hoofdstukken in acht.
- Neem eventuel de wettelijkke richtlijnen of ongeveallenpreventievoorschriften inzake de omgang met cirkelzagen in acht.
! Algemeen gevaar!
Houd rekening met omgevingsomstandigheden.
- Gebruik geschichte oppervlakken voor het zagen van lange werkstukken.
- Dit apparaat mag uitsluitend door Personen die met cirkelzagenbekend zich en zich de gevaren bij het werkden steeds bewust zich, in bedrijf gesteld engebrukt worden. Personen beneden de 18aar mogen dit apparaat slechts bedieren in het kader van een beroepsoleiding en onder het voortdurend toezacht van een ervaren leraar.
- Let erop dat zich geen onbevoegde Personen, vooral geen kinderen, in de gezarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere Personen het apparaat of het snoer konnen aanraken.
Vermijd het oververhitten van de zaagtanden.
- Vermijd bij het zagen van kunststoffen dat de kunststoff smelt.
Gevaar door elektrische stroom!
Stel dit apparaat Niet bloot aan regen. Gebruik dit apparaat Niet in een vochte of natte omgeving. Vermijd dat uijdens werkzaamheden met dit apparaat in contact komt met gearde elementen zoals radiatoren, buizen, ovens, koelkasten.
- Gebruik het snoer Niet voor doeleinden waarvoort het Niet bedoeld is.
! Gevaar voor verwondingen en kneuzingen aan bewegende delen!
- Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde verilgheidsvoorzieningen.
- Houd steeds voldoende afstand van het zaagblad. Gebruik desnoods geschekte invoerhulpmiddelen. Houdijdens het gebruik voldoende afstand tot aangedreven onderden.
Wacht tot het zaagblad stilstaat, alvorenskleine werkstukdelen,houtresten enz.uit het werkbereik te verwijderen. -
Rem het uitlopende zaagblad Niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken.
-
Controller of het apparaat gescheden is van het stroomnet alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
Zorg ervoor dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerkzaamheden) geen montagegereedschap of losse onderden Meer in het apparaat bevinden.
Gevaar voor snijwonden ook bij stilstaand snijgereedschap!
Trek veilgheidshandschoenen aan als u snijgereedschap moet verrangen.
Bewaar de zaagbladen zo dat niemand zich eraan kan verwonden.
! Gevaar door terugslag van werkstukken!
- Werk uitsluitend met een correct ingesteld spouwmes.
Zet het werkstuk Niet "op z'n kant" (tijdens het schaven). -
Let erop dat het gebruekte zaagblad geschikt is voor het materiaal van het werkstuk.
-
Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wardenuitsuitend zaagbladen met fijn teanding.
Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zichn. -
Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld nagels of schroeven).
-
Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zich, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd konnen worden.
Intrekgevaar!
Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kleding door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken konnen worden (geenassen, geen handsochoenen, geen kleding met brede mouwen; Personen met langhaar要去en absolut een haarnetje dragen).
- Zaag nooit werkstukken waaraan zich -touwen
-snoeren
-riemen
-kabels of
draden bevinden of die dergelijke materialen bevatten.
Gevaardoor onvoldoende personolike beschemingsmiddelen!
- Draag oordoppen.
Draag een veiligheidsbril. - Draag een stofmasker.
Draag aangepaste werkkleding.
Bij werkzaamheden buiten is schoeisel met antislip zool aanbevolen.
! Gevaar door zaagsel!
- Sommige soorten zaagsel (bijvoorbeeld van beuken-, eiken- en essenhout) kuren bij inademing kankerverwekkend sein. Werkuitsluitend met aangesloten afzuiiginstallatie. De afzuiiginstallatie moet voldoen aan de in hoofdstuk 8.1 genoemde waarden.
De stofbelasting verminderen:
-
Stofdeeltjes die tijdens het werkken met deze machine ontstaan, hunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen konnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: lood (inloodhoudende vert), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken-of beukenstof).
-
Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezigere Personen aan de stofbelasting worden blootgesteld.
- Deze stofdeeltjes mogen nicht in het lichaam terechtkommen.
- Om de belasting met deze stoffen te verminderen: zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschemningsmiddelen, zoals bijv. ademmaskers die in staat zijn om de microscopischkleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren.
- Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling).
- Verzamel de ontstane stofdeeltjes op deplaats waar deze ontstaan, voorkom dat deze neerslaan in de omgeving.
- Gebruik de meegeleverde stofopvanginrichting en een geschiktte stofafzuiig. Daardoor komen slecht weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht.
- Verminder de stofbelasting door:
- de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zich of in de buurt aanwezigete personen of op neergeslagen stof teRCTEN,
- een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te plaatsen,
-de werkplek goed te ventilieren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op.
Zuig of was de beschermende kleding. Nietuitblazen, uitslaan ofuitborstelen.
Gevaar door technische wijzigingen of het gebruik van onderdelen die nicht door de fabrikant zich goedgekeurd en vrijgeveen
- Monteer dit apparaat zoals in de handleiding worden aangegeven.
- Gebruik hiervoor uitsluitend door de fabrikant vrijgeveen onderdelen. Dit betreft in het bijzonder:
-zaagbladen (bestelnummers zie hoofdstuk 13 Toebehoren);
-Veiligheidsvoorzieningen.
- Breng aan deze onderdelen geen wijzigingen aan.
! Gevaar door gebreken aan het apparaat!
Zorg dat het apparaat evenals de toebehoren goed onderhoven worden. Neem hierbij de onderhoudsvoorschriften in acht.
- Controller het apparaat voor het inschaken telkens op eventuele beschadigingen: voor het gebruik要去 de goede werkung van de verilgheinsrichtingen, beveiligingen oflicht beschadigde onderdelen altijd zorgvuldig gecontrolerd worden. Controller of scharnierende onderdelen correct functioneren en Niet klemmen. Alle onderdelen要去en correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van het apparaat te garanderen.
- Laat beschadigde beveiligingen of onderden deskundig en door een gekwalificeerdevakman herstellen of verrangen. Laat beschadigde schakelaars in een serviceworkplaats verrangen. Gebruik dit apparaat Niet wanner u de schakelaar Niet kunt in- en uitschakelen.
! Gevaar door lawaai!
- Draag oordoppen.
- Let erop dat het spouwmes Niet gebogen is.
Een gebogen spouwmes drukt het werkstuk zijdelings tegen het zaagblad. Dit veroorzaakt lawaai.
! Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstkudelen!
Als er een blokkering optreedt:
1.apparaatuitschakelen,
NEDERLANDSNI
- stekker uithetstopcontacttrekken
- handschoenen dragen,
- blokkering met geschikt gereedschap opheffen.
4.6 Symbolen op het apparaat

Gegevens op het typeplaatje:
a Fabrikant
b Serienummer
c Apparaatomschrijving
d Motorgegevens (zie ook „Technische gegevens")
e CE-markering - Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen overeenkomstig de conformiteitsverklaring
f Bouwjaar
g Afvalsymbol - Het apparaat kan via defabrikant worden afgevoerd
h Afmetingen van toegelaten zaagbladen
Veiligheidssymbolen

Gevaar!
Veronachtzaming van de volgende waarschuwingen kan leiden tot ernstig letseI delielle schade.

Lees de gebruikershandleiding.

Niet in het draaiende zaagblad vrijpen.

Veiligheidsbril en gehoorbeschemming dragen.

Apparaat Niet in vochtige of natte omgeving gebruiken.
4.7 Veiligheidsvoorzieningen
Spouwmes
Het spouwmes (5) moet verhinderen dat een werkstuk door deijkenkant van het zaagblad omhoog geduwd kan worden en eventuele tegen de operatoren aan geslingerd worden.
Het is Niet toegestaan om zonder spouwmes te werken.
Spaankap
De spaankap (7) verhindert ongewild contact met het zaagblad enieldsbenschering gegen rondvliegende spaanders.
Het is Niet toegestaan om zonder spaankap te werken.
Schuifstok
De schuifstok (13) dient als verlenging van de hand, om het werkstuk veilig langs het zaagblad te geleiden en beschermt tegen onbedoeld contact met het zaagblad.
De schuifstok moet altiq gebruikt worden als de afstand zusammen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 120mm

De schuifstok moet in een hoek van 20^ ... 30^ tot het oppervliak van de zaagtafel worden geleid.
Wanneer de schuifstok nicht worden gebruikt, moet hij bij de machine opgeborgen worden.
Als de schuifstok beschadigd is, moet hij verrangen worden.
5. Overzicht
Zie pagina 2.
1 Steun parallelaans
2 Tafelverlenging
3 Dwarsaanslag
4 Tafelin zetsuk
5 Spouwmes
6 Spanhefboom voor de bevestiging van de spankap
7 Spaankap
Klemhendeloorhet dwarsaanslag
9 Tafelverbreding
10 Spanhefboom voor de tafelverbreding
11 Parallelaanslag
12 Spanhefborn voor de bevestiging van de parallelaanslag
13 Schuifstok
14 Steun schuifstok
15 Aan-schakelaar
16 Uit-schakelaar
17 Draaikruk voor instelling zaaghoogte
18 Handwiel voor de instelling van de hellingshoek
19 Spanhefboom voor het vastzetten van de hellingshoek
20 Helling-begrenzingsstop
21 Instelbare glijders voor hetplaatsen op oneffen oppervlakken (bij TS 216 Floor) *
22 Houser voer de afzuiagslang
23 Afzugslang
24 Instelschroef (klemmen van de parallelaanslag)
25 Afzugstuk op de spaankap
26 Steun spaankap
27 Afzigadapter
28 Steun dwarsaanslag
29 Steeksleutel
30 Voet / handgreep van het onderstel (alleen bij TS 216 / bij TS 216 Floor Niet achteraf aan te brengen) *
- afhankelijk van de uitvoering / het model
6. Opstelling

Zorg ervoor dat u op een stevige
undergrund staat en let er vooral op dat u altiid goed in evenwicht bent.
Opstelling zonder machinestandaard:
- Apparaat met twee Personen uit de verpakking tilien.
- Zaag op stabile tafel of werkbank zetten.
- Zaag op tafel of werkbank vastschroeven.
- Oneffen vloeren met de instelbare glijders (21) compenseren: schroef losdraieren, glijder instellen, schroef weer stevig vastdraieren.
Opstelling met machinestandaard:
- Apparaat met twee Personen uit de verpakking tilen.
- Apparaat op de vloer zetten.
-
Apparaat bij de handgrepen oppakken en op de smalle kant zetten
-
Handgrepen (30) maar buiten trekken, draaien en inklikken.

- De beiden onderste tafelpoten uitrklassen.
Hiero voor de rode zwenkhendel (31) omlaag drukken (met de voet of de hand) en de tafelpoten aan beneden draaien. - Apparaat enigszinsaarachteren kantenen en beide tafelpoten omoalg drukken.De rode zwenkhendels (31)要去inklikken.

- De beiden bovenste tafelpoten uitklappen.
Hiervoor de rode zwenkhendels (32) maar rechts schuiven en de tafelpoten maar beneden draaien.
De rode zwenkhendels要去en inklikken.

- De zaag bij de bovenste frameconstructie in het midden vastpakken. Zaag omhoogtrekken en neerzetten. (Stelvoet met voet tegenhouden om te voorkomen dat de zaag bij het opstellen wegligjd).

- Oneffenheden in de vloer met de stelvoet (33) compenseren.

7. Ingebruikname

Aanwijzing:
Bij de eerste keer inschaken konnen rubersnippers eruit geslingerd worden. Dit komt door de constructie en is onschadelijk.
7.1 Montage
Spouwmes instellen (indien nodig):

Aanwijzing:
Het spouwmes (5) is bij de levering al correct ingesteld. Ulrichten bij de ingebruinkame is slechts noodzakelijk, wanneer het spouwmes bij het transport is versteid.
- Zaagblad in de bovenste stand brengen.
- De ringsleutel (28) in de opening van de tafelinlay (4) steken. Deze cervolgens optillen en eruit halen.
- Vastzehendel (34) losdraaien (tegen de klok in draaien!).
- Spouwmes (5)uit de onderste transportstand tot aan de aanslag hier boven trekken.

- Utlijning spouwmes controlleren:
tussen de zaagtandomtrek en de punt van het spouwmes要去 een afstand van 3 to 8 mm bliven.
-Het spouwmes moet met het zaagblad in een rechte lijn liggen.

Gevaar!
Het spouwmes is een van de onderdelen die tot de veiligheidsvoorzieningen van het apparaat behoren. Het spouwmes要去 jeist gemonteerd zijn om een veilige werking te garanderen.
- Vastzehendel (34) aantrekken (met de klok mee draaien!).
Zijdelingse uitlijning instellen (alleen indien nodig):
Spouwmes (5) en zaagblad要去en exact in een rechte lijn liggen.
7. Drie inbusbouten (35) losdraaien.
8. Spouwmes (5) in een rechte lijn brengen met het zaagblad.

-
Drie inbusbouten (35) weeer aantrekken.
-
Tafelinzetstuk (4) weeplaatsen en vastdrukken.
Spaankap monteren
- Zaagblad in de bovenste stand brengen.
- Spaankap (7) aan de opname van het spouwmes (5) monteren.
- Spaankap met de spanhefboom (36) stevig aantrekken.

Hoogteregeling van het tafelinzetstuk (indien nodig)
Het tafelinzetstuk (4) is juist ingesteld, wanneer zich oppervlak zich 0 mm tot 0,7 mm onder het tafelopppervlak befindt.
Voor de hoogteregeling de 4 schroeven in de hoeken van het tafelinzetstuk (4) draaien.
7.2 Netaansluiting

Gevaar! Elektrische spanning
- Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge omgeving.
-
Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stopcontact dat aan de hierna volgende voorwaarden voldoet (zie ook „Technische gevevens"):
-
De stopcontacten要去 reglementair geenstalleerd zich en een goedgekeurde aarding hebben.
- Netspanning en-frequente moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat.
- De stroomkring dient vakkundig beveilig te worden met een differentieelschakelaar (RCD) die aanslaat bij een lekstroom van 30mA .

Aanwijzijing:
het energiebedrijf of uw elektromonteur vertellen u graag of uw huisaansluiting aan deze befalingen voldoet.
- Het snoer moet zo gelegd worden dat het zaagwerkzaamheden Niet kan bemoeilijnen en dat het snoer Niet beschadigd kan raken.
- Het snoer要去 beschermd worden gegenitte en bijtende vloeistoffen; zorg dat het Niet beschadigd kan worden door scherpveoorwerpen.
- Gebruik als verlengsnoer alleen snoeren met rubbermantel en voldoende grote diameter.
- Gebruik alleen verlengsnoeren die ook voor toepassingen in de buietenlucht toegelaten en als zodanig gemarkeerd sein.
- Trek de stekker Niet aan het snoer uit het stopcontact.
- Voorkom dat het apparaat per ongeluk start: controller of de Aan-/Uit-schakelaar isuitgeschakeld wanner de stekker in het stopcontact worden gestoken.
8. Bediening

Gevaar voor ongevallen!
De zaagmachine mag slechts door een\ persoon tegelijk bediend worden. Andere\ personenogens uitsluitend werkstukken\ aanreiken of afnemen, en要去 op een\ afstand van de zaagmachine blijven staan.
Controller of alles goed functioneert, alvorens met de zaagwerkzaamheden te beginnen:
netsnoer en netstekker;
- hoofdschakelaar;
-
sp o u w m e s ;
-
spaankap;
- hulpstukken (schuifstok, schuifhout en greep).
Zorg ervoor dat u zichzelf ook beschermt:
-draag een stofmasker;
-draag gehoorbescheming;
-draag een veiligheidsbril.
Let steeds op een juiste houding en plaats tijdens het zagen:
- neem plaats aan de voorkant van de af-kortzaag;
- tegenover het zaagblad;
- links van het opstuivende zaagsel;
Bij bediening met twee Personen moet de tweede persoon op voldoende afstand van de zaag staan.
Naargelang het soort werk dat u verricht, gebruikt u:
-Toegelaten werkstuksteunen - als werkstukken na het afzagen van de zaagtafel zouden vallen;
- een schaafselafzuigsysteme.
Vermijd frequente bedieningsfouten:
-Probeer nooit het zaagblad af te remmen door er van de zichkant (met een voorwerp) tegenaan te drukken. Ook hier bestaat gevaar voor terugslag.
Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Ook hier bestaat gevaar voor terugslag.
Zaag nooit verschillende stukken - ook geen bundels met verschillende aparte stukken tegeliek. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als aparte stukken zonder steun door het zaagblad worden gegpen.

Intrekgevaar!
Zaag nooit werkstukken waaraan touwen,
NEDERLANDSNI
snoeren, riemen of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten.
8.1 Spananafzuginstallatie / alleszuiger

Gevaar!
Sommige soorten zaagsel (bv. van beukeen-eiken- en essenhout) kannen bij inademing kankerverwekkend zijn. Werkzaamheden in gesloten ruimten mogen alleen met een geschichte spaanazfuiqinstallatie uitgevoerd worden. De afzuiqinstallatie要去 voldoen aan de volgende eisen:
Passend bij de diameter van de afzuiigstukken (spaankap 38 mm; spaanbak 35/44 mm);
Hoeveelheid lucht ≥ 460m^3 /h
- Onderdruk op het afzuiigstuk van de zaag ≥ 530Pa
Luchtsnelheid op het afzuigstuk van de zaag ≥ 20 m/s
De aanzuigstukken voor de afzuiiging van het zaagsel bovinden zich op de zaagbladbeschemrkast en op de spaankap.
Lees ook de handleiding voor de bediening van de spaanafzuiiginstallatie!
8.2 Zaaghoogte instellen

Gevaar!
Voorwerpen of lichaamsdelen die zich binnen de instelruimte bevinden,Knownen door eendraiend zaagblad meegesleurd worden! Begin dus nooit met het instellen van de zaaghoote voordat het zaagblad helemaal tot stilstand gekomen is!
De zaaghoogte van het zaagblad moet aangepast.
worden aan de hoogte van het werkstuk: de
spaankap moet aan de voorzijde met de
onderkant op het werkstuk liggen.

- Snijhoogte door draaien van de handkruk (17) instellen.


Aanwijzing:
Om een eventuele spelimg bij de instelling van de snijhoogte te compenseren, beweegt u het zaagblad altijd van onderen in de gewennen positie.
8.3 De zaagbladhelling instellen

Gevaar!
Lichaamsdelen, voorwerpen of
apparaatdelen die zich binnen de
instelruimte bevinden, hunnen door een
draiend zaagblad meegesleurd worden!
Begin dus nooit met het instellen van de
zaaghoogte voordat het zaagblad helemaal tot stilstand gekomen is!
De helling van het zaagblad kanussen -1,5° en 46,5° worden ingesteld.
- Spanhefboom (19) losmaken.
- Gewenste zaagbladhelling door draaien van het handwiel (18) instellen.

- Ingestelde hellingshoek door vastzetten van de spanhefboom (19) vergrendelen (Met de klok mee draaien).
Instelling voor achtersnijdingen
De hellingsverstelling heeft bij 0^ en 45^ een aanslag. Voor speciale verstekzaagsneden (achtersnijdingen) kan de hellingshoek in beiden Richtingen nog met 1,5^ worden vergroot.
Helling-begrenzingsstop (20) maar buiten trekken en boven de excenterschijf rechts plaatsen = hellingshoek van het zaagbladCUSen-1,5 en 45o verstelbaar.
Helling-begrenzingsstop (20) maar buiten trekken en boven de excenterschijf links plaatensen = hellingshoek van het zaagbladCUSen 0^ en 46.5^ versteltaar.

Aan-/Uit-schakelaar
- Inschakelen = bovenste schakelaar (15) 1 tot 2 sec. lang indrukken.
Uitschakelen = onderste schakelaar (16) indrukken.

8.4 Parallelaanslag instellen
Dit word aan het geleideprofiel aan de voorkant van de zaag gemonteerd.
- Parallelaanslag (11) rechts van het zaagblad plaatsen.
De marketing in de loep toont de ingestelde afstand van de parallelaanslag tot het zaagblad op de schaal. - Spanhefboom (12) van de parallelaanslag loszetten en de parallelaanslag verschuiven tot de marketing in de loep de gewenste afstand tot het zaagblad aangeeft.
Spanhefboom (12) omlaag drukken om vast te zetten.

-Het aanslagprofiel (37) moet bij het zagen met parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staan en met de spanhefboom (12) vergrendeld着眼. Hiervoor de spanhefboom (12) omlaag drukken.
-Kartelmoeren (38) voor het bevestigen van het aanslagprofiel. Het aanslagprofiel kan na losdraien van de deerekartelmoeren (38) worden afgenomen en omgezet:

Gebruik de lage kant als aandrukkant:
- om vlakke werkstukken te zagen;
- of als het zaagblad onder een hoek staat.
Gebruik de hoge kant als aandrukkant:
- om hoge werkstukken te zagen;
8.5 Wijzer van de parallelaanslag afstellen
- Parallelaanslag aan het zaagblad uitrachten.
- Schroef aan de wijzer van de parallelaanslag losdraaien.
- Wijzer op parallelaanslag en, 0^ op schaalband in overeenstemming brengen.
- Schroef aan wijzer van de parallelaanslag
weer vastrekken

Aanwijzing:
Om te voorkomen dat het werkstuk klemt bij het zagen met de parallelaanslag:
parallelaanslag geheel maar rechts verschuiven en vervolgens op de gewenste zaagbreedte instellen.

Aanwijzig:
Parallelaanslag afstellen (indien gewenst): de parallelaanslag moet evenwijdig aan het zaagblad worden geplaatst of zo worden ingesteld
dat hij max. 0,3 mm maar aprèsen opent. Voor het afstellen de 2 schroeven aan de bovenkant van de parallelaanslag losdraaien, daarna weer vastzetten.

Aanwijzig:
Parallelaanslag afstellen (indien nodig): mocht hetijkenste klemstk vroeger of later dan het voorste klemstk klemmen, dan kan deze door het draaien van de moeren (24) worden ingesteld. De moeren (24) losdraaien, zodat hetijkenste klemstk later klermt. De moeren (24) aantrekken, zodat hetijkenste klemstk vroeger klermt.
8.6 Dwarsaanslag instellen
De dwarsaanslag (3) worden van voren in de groef in de zaagtafel ingeschoven.

Voor hoeksneden kan de dwarsaanslag maar\ beide kanten 60^ worden versteld.
Voor hoeksneden van 45^ en 90^ zijn desbetreffende aanslagen voorhanden.
Voor het instellen van een hoek: klemhendel (8) door draaien gegen de klok in losmaken.

Gevaar voor letse!
De klemhendel moet bij het zagen met dwarsaanslag vastgetrokken zich.
Het voorzetprofiel kan door losmaken van dekartelmoeren (39) worden verschoven afgenomen.
De tafelverbreding (9) breidt de steunvlakte uit, zo dat ook grotere werkstukken veilig worden gehonden.

- Voor het instellen van de tafelverbreding (9)要去 de spanhefboom (10) worden losgemaaakt. (Voor het verstellen van de linker tafelverbreding de achechterste spanhefboom bedieren. Voor het verstellen van de rechtter tafelverbreding de voorste spanhefboom bedieren.)

Gevaar voor letsel!
De klemhendel moet bij het zagen algijd vastgetrokken zijn.
Aflezen van de schaalband bij werkzaamheden met de parallelaanslag
Op welke schaal de snijbreedte worden afgelezen,
hangt ervan af, hoe het aanslagprofiel aan de
parallelaanslag is gemeenteerd:
-Hoge aanlegkant =
schaal met zwart opschrift op witte achtergrond.
Lageaanlegkant =
schaal met wit opschrift op zwarte ache tergrond.
Bijkleine snijbreedten worden de tafelverbreding nichtuitgetrokken.De snijbreedte wordt op de schaal rechts op de wijzer van de parallelaanslag afgelezen:
- hoge aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 25 cm可想而知.
- lage aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 18,5 cm可想而知.
Als er grotere werkstukken gezaagd要去en worden,要去 de tafelverbreding (9)uitgetrokken worden.
1. Parallelaanslag verschuivenaar de eindstand van de schaal.
2. Tafelverbreding maar buiten trekken en parallelaanslag op gewenste afstand instellen. De snijbreedte worden op de linker schaal bij de wijzer van het schaalband afgelezen.
8.8 Tafelverlenging instellen
De tafelverlenging (2) breidt het oplegvlik ut, zodat ook langere werkstukken stevig{kunnen liggen.
1. Voor het uittrekken van de tafelverlenging要去en de beiden cartelschroeven (40) worden losgedraid.

- Tafelverlenging maar buiten trekken en op gewenste afstand instellen.
- De bevide kartelschroeven weeer aantrekken.
8.9 Zagen

Gevaar!
De schuifstok moet allijd gebruikt worden als de afstandussen het zaagblad en een parallelaanslagkleiner is dan 120mm

Rechte zaagsnede
- Hellingshoek instellen en vergrendelen.
- Zaaghooge instellen. Aan de voorkant要去 de beschermkap volledig op het werkstuk liggen.
- Als het zaagblad schuin zit dient u de parallele aanslag links van het zaagblad aanbrengen en instellen.
- Zet de zaag aan.
- Het werkstuk gelijkmatig maarachten schuiven en in een werkproces doorzagen.
- Schakel de machine uit als u Niet onmiddelijk verder werkt.
Verstekzagen
- De dwarsaanslag (3) worden van voren in de groef in de zaagtafel ingeschoven.
- Gewenste hoek na losmaken van de klemhendel (8) aan de dwarsaanslag instellen en klemhendel vier vastschroeven.
- Zijdelingse afstandussen voorzetprofielen zaagblad instellen:
Kartelmoer (39) losmaken en voorzetprofiel verschuiven.
-Kartelmoer (39) vastdraaien.

-
Werkstuk gegen de dwarsanslag drukken.
-
Werkstuk doorzagen door de dwarsanslag vooruit te schuiven.
- Schakel de machine uit als u Niet onmiddelijk verder werkdt
9. Transport

Gevaar!
Vórhetransportaltijd:
Apparaat uitschakelen.
Wachten tot het zaagblad helemaal stilstaat.
- Trek de stekker uit het stopcontact.
Aanbouwdelen (spaankap, spaanafzuiiging) demonteren. Beschermkap bij zaagtelf opbergen.
- Spouwmes in transportstand brengen. Zoals in hoofdstuk 7.1 beschreiben te werk gaan, darüber het spouwmes (5) tot de aanslag maar beneden schuiven (transportstand).
Draai het zaagblad volledig maar beneden.
- Hellingshoek van het zaagblad op 0^ instellen en met de spanheboom vastzetten.
Stroomsmoer op kabelopwikkeling rollen.
Alleen apparaat met machinestandaard:
Apparaat bij frameconstructie optillen en maar achemen draiaien. Apparaat op zijkant zetteren en bovenste poten inklappen. De rode zwenkhandels要去en wee inkliken.
Apparaat maar achefteren draaien en de onderste poten inklappen. De rode zwenkhendels要去en weeer inklikken.
- Handgrepenaarbinnen schuiven en apparaat neerzetten.

Gevaar voor klemmen
Beide tafelverbredingen helemaal naar binnen schuiven en met de spanhefbomen vergrendelen.
Gebruik voor het dragen van het apparaat de handgrepen aan de zijkant (41) van de tafel.


Let op!
Draag het apparaat Niet aan de
veilgheidsvoorzieningen,uitgetrokken /niet vergendelsetafelverbredingenof aan de bedienengselementen!

Let op!
Draag het apparaat met twee Personen (gewicht)!
Mobil transport:
Handgrepenaar buiten trekken,draaien en inklikken.
- Zaag aan de handgreep trekken of schuiven

Gebruik bij verzending de originele verpakking indien möglich.
10. Service en onderhoud

Gevaar!
Voordat u met de service of met het onderhoud begint:
1.Apparaat uitschakelen.
2.Wacht tot de zaag helemaal stilstaat. 3.Trek de stekker uij het stopcontact.
Nadat u klaar bent met de service en/ of onderhoudsbourt, moet de goede werkig van alleveiligehdsvoorzieningen als eareste gecontroleerd worden.
- Beschadigde onderdelen, in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen, mogen uitsluitend door originele onderden worden verrangen, waar dat onderden die Niet door de fabrikant getest en vrijgeveen zijn, Niet te Voorziene schade tot gevolg können hebben.
- Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd.

Gevaar!
Als het inlegprofiel beschadigd is, bestaat het risico datkleine voorwerpen:tussen het inlegprofiel en het zaagblad geklemd raken en het zaagblad blokkeren. Beschadigde inlegprofieloen要去en onmiddelijk verwangen worden!
10.1 Zaagblad cervangen

Gevaar!
Onmiddelijk na het zagen kan het zaagblad erg heet zich - Pas op voor brandwonden! Laat een het zeagblad eerst voldoende afkoelen. Ook het schoonmakingen van het zaagblad met eenlicht ontvlambara product is dan gevaarlijk.
Ook bij een stilstaand zaagblad bestaat er nog gevaar voor snijwonden. Bij het verwangen van een zaagblad moet u veiligheidshandschoenen dragen. Let bij de montage absolut op de draairichting van het zaagblad!
- Zaagblad in de bovenste stand brengen.
- Spaankap (7) verwijderen.
- De ringsleutel (28) in de opening van de tafelinlay (4) steken. Deze cervolgens optillen en eruit halen.
- Spanmoer (43) van het zaagblad met steeksluteel (29) draaien en tegelijkertijd de hendel van de zaagbladvergrendeling (42) maar boven trekken, tot hij inklikt.

- Hendel (42) vasthouden en de spanmoer (43) met de klok mee afschroven.
- Spanmoer (43), buitenste zaagbladflens (44) en zaagblad van de zaagbladas nemen.

- Spanvlakken van de zaagbladflenzen (44) en (45) van het zaagblad reinigen.

Gevaar!
Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld om harsresten te verwijderen) die de Lichtmetalen delen van het chassis zouden+kunnen beschadigen. De stabiliteit van de zaag zou erdoor+kunnen worden aangetast.
- Binnenste zaagbladflens (45) op motoras schuiven.
- Monteer een新模式 zaagblad (let op de draairichting van de zaagtanden!).


Gevaar!
Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de vereisten in het hoofdstuk Technische gegevens en aan de norm EN 847-1 - bij ongeschichte of beschadigde zaagbladen kuren onder invloed van de middelpuntvliedende kracht delen weggeslingerd worden. Niet gebruiken:
Zaagbladen waarvan het maximale toer- rental onder het nominale onbelaste toer- rental van de zaagbladen ligt (zie "Technische gegevens");
-Zaagbladen van hooggelegeerd sneldraistraal (HS of HSS);
- Geen zaagbladen gebruiken waarvan de stambladdijke groter is dan de dikte van het spouwmes.
-Zaagbladen met zichtbare beschadigin gen (scheurtjes) of
-Slijpschijven.

Gevaar!
-Het zaagblad moet gemonteerd worden met originele fabrieksklemflensen.
- Gebruik nooit lose spasringen. Het zaagblad zou vanzelf los konnen komen.
- De zaagbladen要去 uitgebalanceerd zijn. Ze mogen nicht trillen, anders kannen zeijdens het werken vanzelf loskomen.
10.Buitenste zaagbladflens (44) opschuiven.
11.Spanmoer (43) losdraaien (linkse schroefwinding!). Spanmoer (43) met steeksleutel (29) draaen en tegelijkertijd de hendel van de zaagbladvergrendeling (42) omhoog trekken, tot hij inklikt.
12. Hendel (42) vasthouden en de spanmoer gegen de klok in handvast aantrekken.

Gevaar!
U mag de steel van de sleutel Niet verlen- gen om het zaagblad steviger vast te kun- nen zetten.
-Sla ook Niet op de steel van de sleutel om de klembout better vast te zetten.
13. Spouwmes overeenkomstig de zaagbladgrootte (46) Instellen. (Spouwmesinstellung zie 7.1)

14.Tafelinzetstuk (4) weerplaatsen en vastdrukken.
15.Spaankap (7) bevestigen.
10.2 Aanslagbegrenzing instellen
- Helling-begrenzingsstop (20) voor het hoekbereik op 0^ / 45^ instellen.

- Ingestelde hellingshoek door vastzetten van de spanhefboom (19) vergrendelen.
- Hellingshoek controlleren:
-0^ = loodrecht op het zaagblad
-45° met de speciale hoekmaat.
Worden deze waarden Niet heel nauwkeurig bereikt:
- kruskopschroef (47) van de betreffende excenterschijf losdraaien en de excenterschijf verstellen tot de hellingshoek ten opzichte van de zaagtafel in de eindhoven precies 0^ (= haaks) , resp. 45^ bedraagt.
- Kruiskopschroef van de excenterschijf weeer vastdraaien.
- Na het verstellen van de aanslagbegrenzing, hoekschaal aan de voorkant eventuele opniewa afstellen.

Aanwijzig:
Om de hellingsbegrenzing van -1,5° tot 46,5° in te stellen moet de aanslagbegrenzingshendel maar buiten worden getrokken.
10.3 Machine opbergen

Gevaar!
Berg het apparaat buiten het vereik van kinderen op. Sla het apparaat zo op dat het Niet door onbevoegden in werkig kan worden gesteld en niemand zich aan het staande apparaat kan verwonden.

Let op!
Het apparaat Niet in de openlucht of in een vochtige omgeving bewaren.
10.4 Onderhoud
De zaag schoonmaken
Zaagsel en stof met een stofzuiger of borstel verwiederen uit:
- geleidingselementen voor het instellen van het zaagblad
-ventilatie-openingen van de motor
-zaagbladkast
-hoogte-afstelling
-zwenkgeleiding
Voor u de machine inschakelt
Visuelle controle, of
- afstand zaagblad - spouwmes 3 tot 8 mm is.
- spouwmes met het zaagblad in een rechte lijn ligt.
Visuete controle van netsnoer en netstekker op beschadigingen; indien nodig LAST u de defeche onderdelen door een elektromonteur verrangen.
Wanneer uuitschakelt, dient u altijd te controleren of het zaagblad langer dan 10 seconden naloopt; loopt het langer na, de motor door een erkend vakman lately verrangen.
1x per maand (bij dagelijks gebruik)
Verwijder zaagselresten met stofzuiger of penseel, wrijf de geleidingselementen Lichtjes in met olie:
- spel en geleidestangen voor hoogte-instelling;
-zwenksegment.
Na elke periode van 150 bedrijfsuren
Controleer alle schroefverbindungen en schroef ze eventueel vast.
Indien nodig:
geledebussen tafelpoten instellen.
Inbusbouten (48)
met de klok mee draaien =
zware loop van de geleiding.
Inbusbouten (48)
tegen de klok in draaien =
soepele loop van de geleiding.
- extra fijnafstelling m.b.v. stelschroef (49).

Geleidebussen van de voorste pootsteun instellen:
Inbusbouten (50) met de klok mee draaien = zware loop van de geleiding.
Inbusbouten (50) gegen de klok in draaien = soepele loop van de geleiding.

Geleidebussen van dechterste pootsteun instellen:
Inbusbouten (51) met de klok mee draaien = zware loop van de geleiding.
Inbusbouten (51) gegen de klok in draaien = soepele loop van de geleiding.

Alle inbusbouten gelijkmatig aantrekken.
11. Handige tips
Voer enkele proefseden ut op stukken houtafval, alvorens met de zaagwerkzaamheden te beginnen.
- Plaats het werkstuk steeds zo op het tafelblad dat het niet kan omvallen of wiebelen (bijvoorbeeld bij een gebogen plank, deaar buiten gebogen ziche maar boven).
- Gebruik de lengteanslag om efficien even Lange stukken te zagen.
Oppervlakken van de steunafels schoon houden.
12. Problemen en storingen

Gevaar!
Alvorens een storing te verhelpen, moet u:
1.Apparaat uitschakelen.
2.Trek de stekker uit het stopcontact.
3.Wachten tot het zaagblad hebmaal stilstaat.
Nadat de storing verholpen is, moet u eerst de goede werkung van alle voiligheidsvoorzieningen controleren.
De motor draait nicht
De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is of worden de stroomtoevoer na een onderbreking weehersteld, dan start de machine Niet:
- De machine UIT- en waar inschakelen.
Er is geen spanning:
- snoer, stekker, stopcontact en zekering controleren.
Motor oververhit, bijvoorbeeld door stomp zaagblad of spaanophoping in de behuizing:
- Oorzaak van de oververhitting verhelpen, enkele Minutes latente afkoelen. Vervolgens het apparatusa opnieuw inschakenel.
Toerental worden nicht bereikt
Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt STERK af:
- De motortemperatuur is te hoop! De machine onbelast lately lopen tot hij is afgekoeld.
Overbelastingsbeveiling: het belast toerental neemt LICT af:
- De machine worden overbelast. Werk met minder belasting verdier.
Aangegeven hoogste toerental worden nicht bereikt
motor krijgt te weinig netspanning:
Kortere toevoerleiding of toevoerleiding met grotrere doorsnede gebruiken (≥ 1,5m) - Laat uw installment die door een elektromonteur controleren.
Het zagen gaat moeizaam
Het zaagblad is bot (het zaagblad vertoont eventueel brandvlekken opzij):
- zaagblad verwangen (zie hoofdstuk 10. Onderhoud).
Spaanderafvoer verstopt
Het afzuigsystem is Niet aangesloten de afzugkracht is tegering:
- Afzuigsysteme aansluiten of afzuigvermögen verhogen (luchtensnelheid ≥ 20m / sec bij de spanauiwertppijp.
13. Toebehoren
Gebruik alleen originele Metabo toebehoren.
Gebruik alleen toebehoren die voldoen aan de in deze gebruikershandleiding genoemde eisen en kenmerken.
Cirkelzaagblad Precision Cut, best.-nr.: 6.28062
-Zeer breed gebruiksspectrum in de houtbewerking
Voor zeer goede, zuivere zaagresultaten bij lengte- en dwarssneden in zacht- en hardhout
Cirkelzaagblad Multi Cut, best.-nr.: 6.28063
- Universeel gebruik bij veeleisende materialen
- Ideaal geschickt voor vele toepasseningen in de binnenafwerking
- Perfecte zaagresultaten ook bij dwarssneden in massief hout, ruwe, gecoate of gefineerde spananplaten, MDF
Bij zerh hoge eisen aan de zaagkwaliteit, bv. laminaat, kunststoffen, dunne aluminium, koper en messing profielen
Complet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus.
14. Reparatie

Gevaar!
Reparations van elektrische machines mogen uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend door een elektromonteur met originele onderdelen worden uitgevoerd!
Neem voor gereedschap van Metabo dat gerepareerdClient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging.Zie voor adressen www.metabo.com.
Onderdeellijsten kurz u via www.metabo.com downloaden.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijk verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren.

Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het
2002/96/EG inzake gebrukte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dient oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijk wijze te worden afgevoerd.
Toelichting bij de gegevens van vagina 3.
Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehonden.
U = n e t s p a P1 =nominaal vermogen
P2 =afgegeven vermogen
=nominate stroom
F =min. beveiliging
IP=beschemingsklasse
n0 =toerental bij onbelast draaien
v0 =max.zaagsnelheid
W= dikte van het spouwmes
D =zaagbladdiameter (buiten)
d = zaagbladboring (binnen)
b = zaagbreedte
a =max.basiselementdikte van het zaagblad
T90=zaaghoogte bij verticaal zaagblad
T45=zaaghoogte bij 45° zaagbladhelling
S_x^ =zaagbladhoeekinstelling
Lp =max.zaagbreedtemeptalleanslag
L_W^ =max.breeded dwarssnedemet hoekanslag
NEDERLANDSNI
A1 =afmetingen zonder machinestandaard (Ixbxh)
A_2 =afmetingen met machinestandaard (Ixbxh)
De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm).
Emissiewaarden
Deze waarden makeen een beoordeling mogelijk van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijkking van de verschillende soorten elektrisch gereedschap. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijkbe lasting hoger of lager uityallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fases met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op grond van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de Gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen.
Typisch A-gekwaliffeerd geluidsniveau:
LpA =geluidsdrukniveaua
LWA =geluidsvermogensniveau
K_DA K_WA = onzekerheid
! Draag gehoorbescherming!