MB 4 RTP - Grasmaaier VIKING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MB 4 RTP VIKING in PDF-formaat.

📄 352 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice VIKING MB 4 RTP - page 69
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VIKING

Model : MB 4 RTP

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MB 4 RTP - VIKING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MB 4 RTP van het merk VIKING.

GEBRUIKSAANWIJZING MB 4 RTP VIKING

DEENFRITESPTNOSVFIDAPLHUHRLV NL 0478 111 9924 C - NL Geachte klant, Hartelijk dank voor uw aankoop van een kwaliteitsproduct van de firma VIKING. Dit product werd volgens de meest moderne procedures en met veel zorg voor kwaliteit gefabriceerd, want wij hebben ons doel pas bereikt als u tevreden bent over uw apparaat. Neem contact op met uw dealer of met onze verkoopafdeling als u vragen over uw apparaat heeft. Veel plezier met uw VIKING apparaat. Directeur Svanen De modellen MB 4.0 R,

MB 4.0 RT, MB 4.0 RTP

voldoen aan het Noorse milieulabel. Gedrukt op chloorvrij, gebleekt papier. Papier is recycleerbaar. Flap is vrij van halogeen.

Over deze gebruiksaanwijzing 68 Algemeen 68 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 68 Beschrijving van het apparaat 68 Voor uw veiligheid 69 Algemeen 69 Tanken – omgaan met benzine 70 Kleding en uitrusting 70 Transport van het apparaat 70 Vóór het werken 71 Tijdens het werken 71 Onderhoud en reparaties 73 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen 74 Afvoer 74 Toelichting van de symbolen 74 Leveringsomvang 75 Apparaat klaarmaken voor gebruik 75 Algemeen 75 Duwstang monteren (MB 4 R, MB 4 RT) 75 Duwstang monteren (MB 4 RTP) 76 Kabelclip monteren 76 Kabel vastmaken (MB 4 RT, MB 4 RTP) 76 Brandstof en motorolie 76 Bedieningselementen 76 Algemeen 76 Hoogteverstelling duwstang 76 Duwstang omklappen 77 Startkabel vast- en loshaken 77 Snijhoogteverstelling 77 Veiligheidsvoorzieningen 77 Beugel motorstop 77 Aanwijzingen voor werken 77 Algemene informatie over het mulchen 77 Wanneer mag u mulchen? 78 Hoe u moet mulchen? 78 Hoe vaak moet u mulchen? 78 Apparaat in gebruik nemen 78 Verbrandingsmotor starten 78 Verbrandingsmotor uitschakelen 78 Wielaandrijving (MB 4 RT, MB 4 RTP) 78 Onderhoud 79 Apparaat reinigen 79 Slijtage van het mes controleren 79 Maaimes slijpen 79 Maaimes demonteren en monteren 80 Verbrandingsmotor 80 Opslag (winterpauze) 80 Transport 81 Transport 81 Milieubescherming 81 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 81 Standaard reserveonderdelen 82 CE-conformiteitsverklaring van de fabrikant 82 Technische gegevens 83 Defectopsporing 83 Onderhoudsschema 84 Leveringbevestiging 84 Servicebevestiging 840478 111 9924 C - NL

Deze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC. VIKING werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in de levering qua vorm, techniek en uitvoering zijn daarom voorbehouden. Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.

2.2 Instructie voor het lezen van de

gebruiksaanwijzing Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen. Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht. Kijkrichting: kijkrichting bij gebruik links en rechts in de gebruiksaanwijzing: De gebruiker staat achter het apparaat (werkstand). Hoofdstukverwijzing: naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: (Ö 4.) Markeringen van tekstpassages: De beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn. Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is: ● Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren ... Algemene opsommingen: – productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen Teksten met aanvullende betekenis: Tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren. Teksten met afbeeldingverwijzing: Afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing. Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

gebruiksaanwijzing Gevaar! Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden. Waarschuwing! Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel. Voorzichtig! Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen. Aanwijzing Informatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden.

3. Beschrijving van het

apparaat 1 Beugel motorstop 2 Beugel wielaandrijving (MB 4 RT/RTP) 3 Duwstang 4 Kabelgeleiding 5 Stuurbevestiging (MB 4 RTP) Snelspanner (MB 4 R/RT) 6 Snijhoogteverstelling 7 Behuizing 8 Stootstrippen 9 Verbrandingsmotor 10 Bougiestekker 11 Handgreep voor 12 Handgreep achter 13 Wielschraper

Tijdens de werkzaamheden met het apparaat moeten de voorschriften ter preventie van ongevallen beslist in acht worden genomen. Vóór de eerste inbedrijfstelling moet u de hele gebruiksaanwijzing goed doorlezen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats. Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor. Deze veiligheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk voor uw veiligheid, maar deze opsomming is niet uitputtend. Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkheidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk wordt gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen. Maak u vertrouwd met de bedieningsonderdelen en het gebruik van het apparaat. Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening ervan vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werken. Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral bewust van worden gemaakt dat voor het werken met dit apparaat uiterste zorgvuldigheid en concentratie vereist zijn. Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet altijd worden meegegeven. Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt. Kinderen of jongeren onder 16 jaar mogen de machine niet gebruiken. De minimumleeftijd van de gebruiker kan vastgelegd zijn in plaatselijke bepalingen. Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (met name kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of door personen zonder ervaring en/of zonder kennis, tenzij deze personen onder toezicht staan van iemand die voor hun veiligheid verantwoordelijk is of van wie men instructies m.b.t. het gebruik heeft ontvangen. Houd kinderen onder toezicht om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. De modellen MB 4 R en MB 4 RT zijn ontworpen voor privaatgebruik. Het model MB 4 RTP is ontworpen voor professioneel gebruik. Opgelet - Gevaar voor ongevallen! De grasmaaier is alleen bedoeld voor het maaien van gras. Een andere toepassing is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn of schade aan het apparaat tot gevolg hebben. Om persoonlijk letsel van de gebruiker te vermijden, mag de grasmaaier bijvoorbeeld niet worden ingezet voor volgende werken (onvolledige opsomming): – het trimmen van bosjes, heggen en struiken, – het snoeien van rankgewas, – gazononderhoud op dakbeplantingen en in bloembakken, – het hakselen en klein hakken van boom- en heggensnoeisel, – het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen), – het egaliseren van oneffenheden in de bodem, zoals bijv. molshopen. Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalve vakkundige montage van toebehoren die door VIKING zijn goedgekeurd. Bovendien heeft dit tot gevolg dat uw garantie vervalt. Neem voor informatie over goedgekeurde toebehoren contact op met uw VIKING vakhandelaar. Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen of het toerental van de verbrandingsmotor of de elektromotor wordt veranderd, is verboden. Vervoer geen voorwerpen, dieren of personen, met name kinderen, met het apparaat.

4. Voor uw veiligheid0478 111 9924 C - NL

Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden, langs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan. Opgelet! Gevaar voor de gezondheid door trillingen! Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorzaken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt. Deze symptomen treden voornamelijk op bij de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvolledige opsomming): – gevoelloosheid, –pijn, – slappe spieren, – huidverkleuringen, – onaangenaam kriebelen.

4.2 Tanken – omgaan met benzine

Bewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen. Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken. Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken! Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken. Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen. De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld. Vul de brandstoftank niet geheel, maar slechts tot ca. 4 cm onder de rand van de vulpijp, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen). Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd. Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst. Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden. Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd.

4.3 Kleding en uitrusting

Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip. Werk nooit op blote voeten of bijvoorbeeld op sandalen. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz.). Bij het slijpen van het maaimes moet altijd een geschikte veiligheidsbril worden gedragen. Tijdens het gebruik van het apparaat dient men altijd gehoorbescherming te dragen. De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen. Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven hangen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals.

4.4 Transport van het apparaat

Werk uitsluitend met handschoenen aan om letsel door scherpe randen en hete onderdelen van het apparaat te voorkomen. Het apparaat niet met draaiende verbrandingsmotor verplaatsen. Schakel voor het transport de verbrandingsmotor uit, laat de messen uitlopen en trek de bougiestekker los. Levensgevaarlijk! Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.71 DEENFRITESPTNOSVFIDAPLHUHRLV NL 0478 111 9924 C - NL Transporteer het apparaat alleen met een afgekoelde verbrandingsmotor en zonder brandstof. Gebruik voor het laden geschikte hulpmiddelen (takel of laadhelling). Maak het apparaat op het laadoppervlak vast met hiervoor geschikte bevestigingsmaterialen (gordels, touwen, enz.). Maaimes bij het optillen en dragen niet aanraken. Raadpleeg de informatie in het hoofdstuk "Transport". Daar wordt beschreven hoe het apparaat op te tillen of vast te sjorren is. (Ö 13.) Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken.

Het moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen. Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten – Brandgevaar! Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren. Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met verbrandingsmotor of elektromotor in acht. Controleer het complete terrein waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en andere voorwerpen die door de machine omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernissen (b.v. boomstronken, wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien. Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden. Vervang voordat u de machine gebruikt defecte geluiddempers en alle andere versleten en beschadigde delen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op de machine moeten worden vervangen. Stickers en alle verdere vervangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw VIKING vakhandelaar. Voor het gebruik van het apparaat dient men te controleren of de bougiestekker goed vastzit op de bougie. Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het in goede staat verkeert. Controleer vóór elk gebruik: – of het apparaat volgens de voorschriften is gemonteerd. – of het snijgereedschap en de complete snij-eenheid (maaimes, bevestigingselementen, maaiwerkbehuizing) in onberispelijke staat zijn. Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, beschadigingen (kerven of scheuren) alsook slijtage. (Ö 12.2) – of de tankdop goed vastgeschroefd is. – of de tank en de brandstofvervoerende delen en de tankdop in onberispelijke staat zijn. – of de veiligheidsvoorzieningen (bijv. motorstopbeugel, behuizing, duwstang, bescherming) in perfecte toestand zijn en naar behoren functioneren. – of de oliedop goed opgeschroefd is. Indien nodig de noodzakelijke werken uitvoeren of toevertrouwen aan de vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.

4.6 Tijdens het werken

Werk nooit als er zich dieren of personen, in het bijzonder kinderen, binnen het gevaarlijke gebied bevinden. De op het apparaat geïnstalleerde schakel- en veiligheidsinrichtingen mogen niet worden verwijderd of overbrugd. In het bijzonder de motorstopbeugel nooit aan de duwstang vastzetten (bijv. door afbinden). Opgelet - kans op letsel! Houd handen of voeten nooit tegen of onder draaiende onderdelen. Raak het ronddraaiende mes nooit aan. Neem steeds de door de duwstang bepaalde veiligheidsafstand in acht. De duwstang moet steeds goed gemonteerd zijn en mag niet veranderd worden. Gebruik het apparaat nooit met neergeklapte duwstang. Bevestig nooit voorwerpen aan de duwstang (bijv. werkkleding). Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting. Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar.0478 111 9924 C - NL

Bij een vochtige ondergrond is er meer gevaar voor letsel, omdat de gebruiker minder stabiel staat. Om uitglijden te voorkomen moet er bijzonder voorzichtig worden gewerkt. Indien mogelijk het apparaat niet op een vochtige ondergrond gebruiken. Uitlaatgassen: Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen bevatten giftig koolmonoxide, een kleur- en reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet. Starten: Start het apparaat voorzichtig, volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk ¨Apparaat in gebruik nemen¨. (Ö 11.) Houd uw voeten op voldoende afstand van het snijgereedschap. Bij het starten mag het apparaat niet worden gekanteld. Bij het starten mag de beugel voor wielaandrijving niet bediend worden. Werken op hellingen: Hellingen altijd in de dwarsrichting, nooit in de lengterichting bewerken. Als de gebruiker bij het maaien in langsrichting de controle verliest over de grasmaaier kan hij overreden worden door het maaiende apparaat. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van richting verandert. Let steeds op een goede stand bij hellingen en vermijd om met het apparaat te werken op zeer sterke hellingen. Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 25° (46,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel! Een stijging van de helling van 25° betekent een verticale stijging van 46,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm. Voor gegarandeerd voldoende smering van de verbrandingsmotor moeten bij het gebruik van het apparaat op hellingen ook de instructies in de meegeleverde gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor in acht worden genomen. Werken: Probeer niet om het mes te inspecteren zolang de grasmaaier werkt. Het ronddraaiende mes kan letsel veroorzaken. Werk altijd stapvoets en ga bij het werken met het apparaat vooral niet rennen. Door snel te lopen met het apparaat is er meer kans op letsel door struikelen, uitglijden enz. Wees bijzonder voorzichtig als u het apparaat omdraait of naar u toe trekt. Struikelgevaar! Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van vuilnishopen, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones. U moet om in het gras verborgen voorwerpen heenrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels etc.). Rijd nooit expres over dergelijke voorwerpen heen. Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen. Schakel de verbrandingsmotor uit, laat het werkgereedschap tot stilstand komen en trek de bougiestekker eruit, – wanneer u het apparaat verlaat of als het apparaat zonder toezicht is, – voordat u bijtankt. Tank alleen wanneer de verbrandingsmotor volledig is afgekoeld. Brandgevaar! – voordat u blokkades opheft of verstoppingen in de maaiwerkbehuizing verwijdert, Levensgevaar door vergiftiging! Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (b v. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt. Gevaar voor letsel! Houd handen of voeten nooit boven, onder of tegen draaiende onderdelen.73 DEENFRITESPTNOSVFIDAPLHUHRLV NL 0478 111 9924 C - NL – voordat u het apparaat optilt en draagt, – voor dat u het apparaat transporteert, – voor het werken aan het maaimes wordt aangevat, – voordat het apparaat getest of gereinigd wordt of voordat sommige werken uitgevoerd worden (bijv. omklappen van de duwstang), – wanneer een vreemd voorwerp geraakt werd of als de grasmaaier abnormaal hard begint te trillen. Controleer in deze gevallen het apparaat, in het bijzonder de snijeenheid (messen, messenas, mesbevestiging), op beschadigingen en voer de noodzakelijke herstellingen uit voordat u het apparaat opnieuw start en ermee gaat werken. Schakel de verbrandingsmotor uit, – wanneer u het apparaat van en naar het te bewerken gazon duwt, – voordat u het apparaat over een niet met gras begroeide ondergrond gaat duwen, – wanneer het apparaat voor het transport gekanteld moet worden, – voor u de snijhoogte aanpast.

4.7 Onderhoud en reparaties

Plaats het apparaat voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op een stevige, vlakke ondergrond, schakel de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen en trek de bougiestekker eruit. Vooral voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper, het apparaat eerst laten afkoelen. De temperaturen kunnen tot 80° C en meer oplopen. Kans op brandwonden! Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn, ook mag motorolie niet worden gemorst. VIKING adviseert het bijvullen resp. verversen van motorolie door een VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren. Reiniging: na gebruik moet het gehele apparaat zorgvuldig worden gereinigd. (Ö 12.1) Maak de aangekoekte resten gras in de behuizing met een houten staaf los. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een borstel en water. Gebruik nooit hogedrukreinigers en reinig het apparaat niet onder stromend water (bijv. met een tuinslang). Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw VIKING apparaat wellicht in het geding komt. Om brandgevaar te voorkomen, moet u de gebieden rond de koelluchtopeningen, koelvinnen en rondom de uitlaat vrij houden van bijv. gras, stro, mos, bladeren of uitstromend vet. Onderhoudswerkzaamheden: Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld. Alle andere werkzaamheden dient u door uw vakhandelaar te laten uitvoeren. Neem altijd contact op met uw vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. VIKING raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend door de VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren. VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld. Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door VIKING zijn toegelaten of technisch gelijkwaardige delen, anders is er kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar. Originele VIKING gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele VIKING vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het VIKING Kans op letsel! Hard trillen wijst meestal op een storing. De grasmaaier mag met name niet worden gebruikt als de messenas beschadigd of verbogen is of als het maaimes beschadigd of verbogen is. Laat de noodzakelijke herstellingen door een vakman – VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan – uitvoeren, indien u niet over de nodige kennis beschikt. Kans op letsel door het maaimes! Door aan de startkabel te trekken krijgt het werkgereedschap een draaibeweging. Houd altijd voldoende afstand tot het maaimes, in het bijzonder de handen en de voeten, wanneer u aan de startkabel trekt.0478 111 9924 C - NL

onderdeelnummer, het VIKING logo en eventueel het VIKING symbool op de onderdelen. Op kleine onderdelen kan ook alleen het teken staan. Om veiligheidsredenen moeten brandstofvervoerende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende monteur worden vervangen (VIKING raadt de VIKING vakhandelaar aan). Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw VIKING vakhandelaar door nieuwe originele stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien. Werk aan de snijeenheid uitsluitend met dikke werkhandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid. Zorg voor een veilig gebruik van het apparaat en zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven, en zeker de mesbout goed zijn vastgedraaid. Inspecteer het gehele apparaat op gezette tijden, in het bijzonder voor de opslag van het apparaat (bijv. voor de winterpauze), op slijtage en beschadigingen. Versleten of beschadigde onderdelen moeten om veiligheidsredenen direct worden vervangen, om ervoor te zorgen dat de machine altijd in veilige staat is. Wijzig de instellingen van de verbrandingsmotor nooit en jaag deze niet over zijn toeren. Als onderdelen of veiligheidsvoorzieningen voor onderhoudswerkzaamheden zijn verwijderd, moeten deze weer meteen en correct worden aangebracht.

4.8 Opslag bij langdurige

bedrijfsonderbrekingen Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst. Laat het apparaat volledig afkoelen voor dat u het bedekt. Bewaar het apparaat met een lege tank en de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte. Controleer of het apparaat tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd. Als de tank moet worden geledigd zoals voor het stilleggen voor de winterpauze, mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (bijv. leegrijden door de motor te laten draaien). Reinig het apparaat voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig. Apparaat alleen met uitgetrokken bougiestekker bewaren. Sla het apparaat in een veilige staat op.

Afvalproducten zoals verbruikte olie of brandstof, verbruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zijn slecht voor mensen en dieren en kunnen het milieu beschadigen en moeten derhalve deskundig worden afgevoerd. Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de daarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval wordt verwerkt. Verwijder om ongevallen te voorkomen vooral de bougiekabel, maak de tank leeg en tap de motorolie af. Kans op letsel door het maaimes! Laat ook een grasmaaier aan het eind van de levensduur ervan nooit zonder toezicht staan. Bewaar het apparaat en in het bijzonder het maaimes altijd buiten het bereik van kinderen.

5. Toelichting van de

symbolen Let op! Lees vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing. Gevaar voor letsel! Houd andere personen uit de gevarenzone.75 DEENFRITESPTNOSVFIDAPLHUHRLV NL 0478 111 9924 C - NL

● Zet het apparaat voor alle beschreven werkzaamheden op een vlakke en stevige ondergrond.

7.2 Duwstang monteren (MB 4 R,

MB 4 RT) ● Beschermhulzen (E) met de lange zijde naar binnen op bovenstuk duwstang (1) steken. ● Bovenstuk duwstang (1) aan onderstuk duwstang (2)houden en bouten van buiten naar buiten door de boringen (3) steken. ● Snelspanner (D) aan de bouten (C) indraaien (er moet ongeveer een schroefdraad van de bout uitsteken) en naar boven klappen. ● Correcte montage controleren: De snelspanners (D) dienen zo sterk aangetrokken te zijn dat ze dicht bij de duwstang aansluiten en dat het bovenstuk duwstang vast met het onderstuk duwstang verbonden is. Als de duwstang niet vast gemonteerd zit, of de snelspanners niet juist zitten, de snelspanners openen en zover verdraaien tot ze vastzitten. Kans op letsel! Vóór werkzaamheden aan het snijgereedschap en onderhoud- en reinigings- werkzaamheden de bougiestekker eruit trekken. Kans op letsel! De snijvoorziening loopt na het uitschakelen nog een aantal seconden na (rem van de verbrandingsmotor/messen- rem). MB 4 R, MB 4 RT: Verbrandingsmotor starten. MB 4 RTP: Verbrandingsmotor starten. MB 4 R, MB 4 RT: Verbrandingsmotor uitschakelen. MB 4 RTP: Verbrandingsmotor uitschakelen. MB 4 RT: Wielaandrijving inschakelen. MB 4 RTP: Wielaandrijving inschakelen. MB 4 RTP: Draag tijdens het werk gehoorbescherming. Aanduiding van de service- stand aan het rastsegment. (Ö 12.1)

Pos. Omschrijving Stk. A Basisapparaat met duwstang

B Kabelclip 2 − Gebruiksaanwijzing 1 − Gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor

7. Apparaat klaarmaken voor

gebruik Gevaar voor letsel Neem de veiligheidswaarschuwingen in het hoofdstuk ´Voor uw veiligheid´ in acht. (Ö 4.). 30478 111 9924 C - NL

(MB 4 RTP) ● Beschermhulzen(I) met de lange zijde naar binnen op bovenstuk duwstang (1) steken. ● Bovenstuk duwstang (1) aan onderstuk duwstang (2)houden, bouten (F) van buiten naar buiten door de boringen (3) steken. Borgringen (G) en borgmoeren (H) erop plaatsen en met

22 - 28 Nm vastdraaien.

● Correcte montage controleren: Het bovenstuk duwstang moet vast met het onderstuk duwstang verbonden zijn.

7.4 Kabelclip monteren

● Trekkabel motorstop (1) met kabelclip (B) aan het linker bovenstuk duwstang bevestigen. ● MB4RT, MB4RTP: Trekkabel wielaandrijving (2) met kabelclip (B) aan het rechter bovenstuk duwstang bevestigen. Volgende afstanden tussen de onderkant van rand/paneel en kabelclip aanhouden: MB 4 R, MB 4 RT: 42 - 44 cm MB 4 RTP: 37 - 39 cm

7.5 Kabel vastmaken (MB 4 RT,

MB 4 RTP) ● Trekkabel wielaandrijving (1) in de geleiding (2) langs het rastsegment drukken.

7.6 Brandstof en motorolie

Brandstof Gebruik uitsluitend verse, milieuvriendlijke merkbrandstof: – Loodvrije benzine Gegevens over de juiste brandstofkwaliteit – octaangetal vindt u in de gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor. Motorolie Gebruik uitsluitend biologisch afbreekbare motoroliën. VIKING beveelt aan om volgende motorolie te gebruiken: –VIKINGSAE30 –VIKING10W-30 De vulhoeveelheid olie vindt u in de gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor. Brandstof bijtanken ● Tankdop (1) eraf schroeven. ● Vultrechter (2) inzetten. ● Jerrycan (3) rustig houden en de brandstof voorzichtig in meerdere malen tot ca. 4 cm onder de rand van de tank vullen. Hoe meer brandstof reeds werd gevuld, des te kleiner moeten de hoeveelheden per stap worden. Tussendoor steeds opnieuw de inhoud in de tank controleren, hiervoor de vultrechter wegnemen. ● Tankdop (1) terug opschroeven.

● Zet het apparaat voor alle beschreven werkzaamheden op een vlakke en stevige ondergrond.

8.2 Hoogteverstelling duwstang

De hoogte van de duwstang kan individueel worden ingesteld. ● Moeren (1) en (2) losmaken. ● De duwstang door op en neer te bewegen op een aangename bedieningshoogte instellen en vasthouden. ● Moeren (1) en (2) weer vastdraaien.

Kans op letsel! Let op de veiligheidsinstructies in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid". (Ö 4.2) Controleer regelmatig het oliepeil (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). Gebruik bij het tanken een voldoende grote vultrechter, om morsen van brandstof te vermijden.

Gevaar voor letsel Neem de veiligheidswaarschuwingen in het hoofdstuk ´Voor uw veiligheid´ in acht. (Ö 4.).

Voor ruimtebesparend transporteren en opslaan kan de duwstang ingeklapt worden. ● Zet de verbrandingsmotor af en trek de bougiestekker uit. (Ö 11.2) ● Startkabel loshaken. (Ö 8.4) ● MB 4 R, MB 4 RT: Duwstang (1) vasthouden, snelspanner (2) links en rechts losmaken en duwstang voorzichtig naar voor leggen. ● MB 4 RTP: Duwstang (1) vasthouden, moeren (2) links en rechts losmaken en duwstang voorzichtig naar voor leggen.

8.4 Startkabel vast- en loshaken

Vasthaken ● Bougiestekker uit de verbrandingsmotor trekken. ● Motorstopbeugel (1) naar de duwstang drukken en vasthouden. ● Startkabel (2) langzaam eruit trekken. ● Motorstopbeugel (1) loslaten en startkabel (2) in de startkabelgeleiding (3) inhaken. ● Bougiestekker aansluiten. Loshaken ● Bougiestekker uit de verbrandingsmotor trekken. ● Startkabel (2) uit de kabelhouder (3) loshaken.

8.5 Snijhoogteverstelling

Er kunnen 5 verschillende snijhoogtes worden ingesteld. De hoogste snijstand (70 mm) wordt uitgekozen, wanneer de hendel snijhoogteverstelling zich in de achterste stand (zie aanduiding) bevindt. De laagste snijstand (30 mm) wordt uitgekozen, wanneer de hendel snijhoogteverstelling zich in de voorste stand bevindt. ● Hendel snijhoogteverstelling (1) naar buiten naar het achterwiel drukken en vasthouden. ● Hendel snijhoogteverstelling (1) in de gewenste positie in het rastersegment (2) plaatsen en laten inklikken.

9.1 Beugel motorstop

De grasmaaier is voorzien van een motorstop-toestel. Tijdens het gebruik wordt na het loslaten van de motorstopbeugel de verbrandingsmotor uitgeschakeld. De verbrandingsmotor en de maaimessen komen binnen 3 seconden tot stilstand. Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draaien de messen en is er een windgeruis te horen. De uitlooptijd duurt even lang als het windgeruis na het uitschakelen van de verbrandingsmotor. Dit kan met een stopwatch worden gemeten.

10.1 Algemene informatie over het

mulchen Bij het mulchen worden het afgesneden gras door een speciale geleiding van de luchtstroom bij de messen meerdere malen versnipperd en daarna weer terug in de grasnerf geblazen. Het maaigoed blijft op het gazon liggen. Gevaar voor knellen! Door het losdraaien van de snelspanners of de duwstangverbinding kan de duwstang ongecontroleerd omklappen. Houd de duwstang daarom steeds met één hand vast, terwijl u de bevestiging losmaakt.

Kans op letsel! Vóór het instellen van de snijhoogte de verbrandingsmotor uitschakelen.

9. Veiligheidsvoorzieningen

Kans op letsel! Indien de uitlooptijd van de messen groter is, dan mag u het apparaat niet verder gebruiken en moet u het naar de vakhandelaar brengen.

10. Aanwijzingen voor

Effect Rottend grasafval geeft organische voedingsstoffen aan de bodem terug en dient zo als natuurlijke mest. Voordelen Het ledigen van de grasopvangbox en afvoeren van maaigoed valt weg. De groei van onkruid vertraagt en aanzienlijke hoeveelheden mest kunnen bespaard worden.

10.2 Wanneer mag u mulchen?

VIKING beveelt aan alleen bij een droog gazon en bij niet te hoog gras te mulchen. Bij te hoog gras moet het gazon in twee rondes worden gemaaid. (Ö 10.3)

10.3 Hoe u moet mulchen?

Voorwaarden voor een fraai mulchresultaat: – De optimale snijdhoogte instellen: Een derde van de grashoogte zal afgesneden worden. – goed geslepen messen gebruiken. – Maairichting variëren en ervoor zorgen dat de maaibanen elkaar overlappen. Werkwijze bij hoog gras Bij hoog gras moet het gazon in twee rondes worden bewerkt. Eerste ronde: Het gazon wordt op de hoogste snijhoogte voorgemaaid. Tweede ronde: 12 tot 24 uur na de eerste ronde haaks op de eerste maairichting op de gewenste grashoogte mulchen.

10.4 Hoe vaak moet u mulchen?

Door regelmatig te mulchen en het gras kort te houden, krijgt u een mooi en dicht gazon. Belangrijkste groeiperiode: Lente: min. 2-x per week mulchen. Zomer en herfst: min. 1-x per week mulchen.

11.1 Verbrandingsmotor starten

● Beugel motorstop (1) naar de duwstang drukken en houd deze vast. ● Startkabel (2) langzaam tot aan de compressorweerstand uittrekken. Daarna krachtig en snel tot armlengte verder trekken. ● Laat de startkabel (2) langzaam teruggaan, zodat deze zich weer oprolt. Herhaal dit totdat de verbrandingsmotor aanslaat. Na het starten werkt de verbrandingsmotor op basis van een vaste aandrijfsnelheid altijd op het optimale toerental.

11.2 Verbrandingsmotor

uitschakelen ● De motorstopbeugel (1) loslaten. De verbrandingsmotor en de maaimessen komen binnen de 3 seconden tot stilstand.

11.3 Wielaandrijving (MB 4 RT,

MB 4 RTP) Wielaandrijving inschakelen ● Verbrandingsmotor starten. (Ö 11.1) ● De beugel voor wielaandrijving (1) naar de duwstang trekken en vasthouden. De wielaandrijving schakelt zich in en de grasmaaier zet zich vooruit in beweging. Wielaandrijving uitschakelen ● Beugel voor wielaandrijving (1) loslaten. Voorzichtig! Bij een te lage snijhoogte of een nat gazon kan de behuizing verstopt raken en het mes blokkeren!

11. Apparaat in gebruik

nemen Voorkom schade aan de machine! Motorolie bijvullen voordat u het apparaat voor de eerste keer start (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). Start de verbrandingsmotor niet in het hoge gras of ingesteld op de laagste snijhoogte. Dit kan een zware opstart tot gevolg hebben.

De modellen MB 4 RT en MB 4 RTP hebben een voorwielaandrijving.

DEENFRITESPTNOSVFIDAPLHUHRLV NL 0478 111 9924 C - NL De wielaandrijving schakelt zich uit en de grasmaaier blijft staan. De verbrandingsmotor en de messen draaien verder. Jaarlijks onderhoud door de vakhandelaar: De grasmaaier moet elk jaar door een vakhandelaar worden geïnspecteerd. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.

12.1 Apparaat reinigen

Onderhoudsinterval: Na elk gebruik. Zet het apparaat in de servicestand ● Hendel snijhoogteverstelling in de hoogste positie (1) plaatsen. (Ö 8.5) ● Duwstangverbinding of snelspanner (2) losmaken en bovenstuk duwstang (3)naar achter omklappen. ● Apparaat vooraan opheffen en zoals afgebeeld in de servicestand plaatsen.

12.2 Slijtage van het mes

controleren Onderhoudsinterval: Voor elk gebruik. Procedure ● Zet het apparaat in de servicestand. (Ö 12.1) ● Messen (1) reinigen. ● Dikte van het mes (A) op meerdere punten met schuifmaat (2) nameten. ● Buigafstand (B) nameten. Leg een liniaal (3) zoals afgebeeld aan de voorste mesrand. Slijtagegrenzen De dikte van het mes (A) moet overal ten minste 2,5 mm zijn. De belangrijkste punten zijn op de afbeelding gemarkeerd. De lemmeten mogen bij het slijpen maximaal 5mm – Afstand (B) (buiging) – teruggeslepen worden.

12.3 Maaimes slijpen

Indien u niet over de juiste kennis of hulpmiddelen beschikt, raden wij aan de messen te laten slijpen door een vakman. Bij een onjuist geslepen mes (verkeerde slijphoek, onbalans enz.) komt de goede werking van het apparaat in het gedrang. Aanwijzingen voor het slijpen ● Maaimes demonteren. (Ö 12.4) ● Het maaimes koelen tijdens het slijpen, bijv. met water. Het mes mag niet blauw worden, omdat anders de snijresultaten minder worden. ● Slijp het maaimes gelijkmatig om vibratie door onbalans te voorkomen. ● Met een hoek van 30° slijpen. ● Slijtagegrenzen (Ö 12.2) aanhouden.

Kans op letsel! Voordat u aan onderhouds-- of reinigingswerkzaamheden aan het apparaat begint, dient u het hoofdstuk ¨Voor uw veiligheid¨ (Ö 4.), in het bijzonder de paragraaf ¨Onderhoud en reparaties¨ (Ö 4.7), zorgvuldig te lezen en alle veiligheidsinstructies op te volgen. Voor alle onderhoud- en reinigingswerkzaamhede n het apparaat laten afkoelen en de bougiestekker eruit trekken! Kans op letsel! Verbrandingsmotor uitschakelen, apparaat laten afkoelen en bougiestekker eruit trekken.

Kans op letsel! Afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur zijn de messen in meer of mindere mate aan slijtage onderhevig. Als u het apparaat op een zanderige ondergrond in droge omstandigheden gebruikt, slijt het mes door een sterkere belasting sneller dan gemiddeld. Een versleten mes kan afbreken en ernstig letsel veroorzaken. Volg daarom steeds de onderhoudsinstructies voor het mes. Kans op letsel! Let op de veiligheidsinstructies in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid". (Ö 4.7) 200478 111 9924 C - NL

monteren Demontage ● Maaimes (1) vasthouden en mesbout (2) lossen. ● Mesbout (2), borgring (3) en maaimes (1) verwijderen. Montage ● Montagevlak en bus van het mes (4) reinigen. ● Mesbout (2) met Loctite 243 voorzien. ● Maaimessen (1) zoals afgebeeld op de mesbus (4) plaatsen. MB 4 RTP: Op de juiste positie van de aanloopring (5) letten! ● Borgring (3) opleggen zoals afgebeeld en met de mesbout (2) met 60 - 65 Nm vastdraaien.

12.5 Verbrandingsmotor

Onderhoudsinterval: zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor. Algemene aanwijzingen: Neem de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de bijgevoegde gebruiksaanwijzing onder het punt van de verbrandingsmotor in acht. Voor een lange levensduur is het van belang de olie op peil te houden, regelmatig de olie te verversen alsook het luchtfilter te vervangen. Voor de aanbevolen oliewissel-intervallen en informatie over motorolie en de vulhoeveelheid olie verwijzen wij u ook naar het punt van de verbrandingsmotor in de gebruiksaanwijzing. De koelvinnen moeten altijd schoon worden gehouden om een goede koeling van de verbrandingsmotor te garanderen.

12.6 Opslag (winterpauze)

Neem bij een langere stilstand van de machine (winterpauze) de volgende punten in acht: ● Maak alle onderdelen aan de buitenkant van de machine zorgvuldig schoon. ● Smeer alle bewegende delen goed in met olie of vet. ● Ledig de brandstoftank en de carburator (bijv. door leeg te rijden). ● Schroef de bougie eruit (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor) en giet ca. 3 cm³ motorolie in de bougieboring in de verbrandingsmotor. Laat de verbrandingsmotor een paar keer zonder bougie doordraaien (aan de startkabel trekken). ● Bougie terug inschroeven (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). ● Ververs de olie (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). ● Apparaat in een droge, afgesloten en stofvrije ruimte opslaan. Bewaar het apparaat altijd buiten het bereik van kinderen. Kans op letsel! Let op de veiligheidsinstructies in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid". (Ö 4.7) Kans op letsel! Werk uitsluitend met handschoenen. Het maaimes moet vervangen worden, wanneer kerven of scheuren zichtbaar zijn of wanneer een slijtagegrens (Ö 12.2) bereikt werd.

Kans op letsel! Het voorgeschreven aandraaimoment van de mesbout moet worden aangehouden. De borgring (3) moet bij elke montage van een mes vernieuwd worden. De mesbout (2) moet bij elke montage van een mes vernieuwd worden. Brandgevaar! Houd de bougiestekker wegens ontstekingsgevaar uit de buurt van de bougieopening.81 DEENFRITESPTNOSVFIDAPLHUHRLV NL 0478 111 9924 C - NL

Apparaat optillen of dragen ● A Duwstang gemonteerd: Apparaat aan de handgreep voor (1) en aan de duwstang (2) vasthouden. ● B Duwstang omgeklapt: Apparaat aan de handgreep voor (1) en aan de handgreep achter (3) vasthouden. Apparaat transporteren Apparaat op een zuiver effen laadvlak, op alle 4 wielen rustend, transporteren. ● Het apparaat met geschikte bevestigingsmiddelen beveiligen tegen verschuiven. Koorden of gordels aan de handgreep voor (1) en aan de handgreep achter (3) bevestigen. Grasresten horen niet in de vuilnisbak, maar moeten worden gecomposteerd. De verpakkingen, het apparaat en de accessoires zijn met recycleerbaar materiaal gefabriceerd en moeten overeenkomstig worden verwerkt. Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u de recyclage van waardevolle stoffen. Daarom moet het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Raadpleeg bij het afvoeren de informatie in het hoofdstuk ´Afvoeren´ (Ö 4.9) Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. Belangrijke aanwijzingen voor het onderhoud van de productgroep Grasmaaiers met benzinemotor De firma VIKING aanvaardt in geen geval aansprakelijkheid voor materiële schade en persoonlijk letsel die veroorzaakt zijn als gevolg van het niet in acht nemen van de instructies in de gebruiksaanwijzing, met name betreffende veiligheid, bediening en onderhoud, of die door gebruik van niet toegestane montage- of reserveonderdelen optreden. Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in acht om schade of overmatige slijtage aan uw VIKING apparaat te vermijden:

1. Slijtageonderdelen

Sommige onderdelen van het VIKING apparaat zijn ook bij reglementair gebruik aan normale slijtage onderhevig en moeten afhankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduur tijdig worden vervangen. Dit omvat o.a.: – Maaimes – V-riem (MB 4 RT, MB 4 RTP) – Banden

2. Inachtneming van de voorschriften in

deze gebruiksaanwijzing Het VIKING apparaat moet zo zorgvuldig mogelijk worden gebruikt, onderhouden en opgeslagen, zoals omschreven in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het niet in acht nemen van veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt, is de gebruiker zelf verantwoordelijk. Dit geldt met name voor: – niet door VIKING toegelaten productwijzigingen. – het gebruik van brandstoffen niet door VIKING toegelaten (smeermiddelen, benzine en motorolie, zie gegevens van de fabrikant). – Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn goedgekeurd, niet geschikt zijn of van een minder goede kwaliteit zijn. – niet reglementair gebruik van het product.

Kans op letsel! Lees vóór het transport het hoofdstuk ¨Voor uw veiligheid¨ en volg de instructies op. (Ö 4.4) Draag het apparaat alleen met behulp van iemand anders. Draag steeds geschikte beschermkleding (veiligheidsschoenen, werkhandschoenen). Voor het optillen of transporteren, de bougiestekker lostrekken.

schade voorkomen0478 111 9924 C - NL

– gebruik van het product bij sport- of wedstrijdevenementen. – gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.

3. Onderhoudswerkzaamheden

Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voor zover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze aan een vakhandelaar worden overgedragen. VIKING raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend bij de VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren. VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld. Worden deze werkzaamheden niet uitgevoerd, dan kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker verantwoordelijk is. Hiertoe behoren onder andere: – corrosie en andere gevolgschade door ondeskundige opslag. – beschadigingen aan het apparaat door het gebruik van kwalitatief minderwaardige reserveonderdelen. – beschadigingen door niet tijdig of ondeskundig uitgevoerd onderhoud resp. beschadigingen door onderhouds- of reparatiewerkzaamheden die niet in werkplaatsen van vakhandelaars zijn uitgevoerd. Maaimessen (mulchmessen)

Wij, VIKING GmbH Hans Peter Stihl-Straße 5 A 6336 Langkampfen/Kufstein verklaren, dat de Grasmaaier, handgeduwd met verbrandingsmotor (MB) die voldoet aan de volgende EG richtlijnen: 97/68/EC, 2000/14/EC, 2004/108/EC, 2006/42/EC Dit product is ontwikkeld in overeenstemming met de volgende normen:

EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-2

Toegepaste conformiteitsbeoordelingsprocedure: appendix VIII (2000/14/EC) Naam en adres van de bevoegde instantie: TÜV Rheinland LGA Products GmbH Tillystraße 2 D-90431 Nürnberg Samenstelling en klassement van de Technische Documentatie: Johann Weiglhofer VIKING GmbH Het bouwjaar en het serienummer staan vermeld op het typeplaatje van het apparaat. MB 4.0 R, MB 4.0 RT: Gemeten geluidsniveau: 93,1 dB(A) Gegarandeerd geluidsniveau: 94 dB(A) MB 4.0 RTP: Gemeten geluidsniveau: 91,2 dB(A) Gegarandeerd geluidsniveau: 93 dB(A) Langkampfen, 2014-01-02 (JJJJ-MM-DD) VIKING GmbH Hoofd Onderzoek en Productontwikkeling

reserveonderdelen De bevestigingselementen van het maaimes (bijv. mesbout, borgring) moeten bij het verwisselen of monteren van het mes worden vervangen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de VIKING vakhandelaar.

conformiteitsverklaring van de fabrikant Merk: VIKING Type: MB 4.0 R MB 4.0 RT MB 4.0 RTP Serie identificatie 638383 DEENFRITESPTNOSVFIDAPLHUHRLV NL 0478 111 9924 C - NL Storing: De verbrandingsmotor start niet Mogelijke oorzaak: – Beugel motorstop niet geactiveerd. – Geen brandstof in de tank. – Brandstofleiding verstopt. – Slechte, vervuilde of oude brandstof in de tank. – Luchtfilter vuil.

Serie identificatie 6383 Brandstoftank 1,4 l Snijvoorziening mesbalk Snijbreedte 53 cm Toerental snijvoorziening 2800 omw/min Veiligheidsvoorzie- ningen Motorstop Startinrichting Trekstarter Aandraaimoment mesbout 60 - 65 Nm Snijhoogte 30 - 70 mm MB 4.0 R, MB 4.0 RT Verbrandingsmotor, type Viertaktverbran- dingsmotor Motortype Kohler XT675 Brandstofverbruik 427 g/kWh (Gemiddeld) Cilinderinhoud 149 ccm Nominaal vermogen bij nominaal toerental 2,2 - 2800 kW - omw/min Hoogste motortoerental 2800 omw/min Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 94 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: Geluidsniveau op werkplek L

1 db(A) MB 4.0 RT Aandrij- ving: Voorwiel 1 versnelling vooruit Opgegeven trillings- karakteristiek conform EN 12096: Gemeten waarde

Wiel-Ø voor 200 mm Wiel-Ø achter 200 mm Gewicht: MB 4.0 R 33 kg MB4.0RT 35kg L/B/H 140/57/107 cm MB 4.0 RTP Verbrandingsmotor, type Viertaktverbran- dingsmotor Motortype Kohler XT8 Brandstofverbruik 441 g/kWh (Gemiddeld) Cilinderinhoud 173 ccm Nominaal vermogen bij nominaal toerental 2,6 - 2800 kW - omw/min Hoogste motortoerental 2800 omw/min Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 93 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: Geluidsdrukniveau op werkplek L

1db(A) MB 4.0 R, MB 4.0 RT Opgegeven trillings- karakteristiek conform EN 12096: Gemeten waarde

Aandrijving: Voorwiel 1 versnelling vooruit Wiel-Ø voor 210 mm Wiel-Ø achter 205 mm Gewicht 42 kg L/B/H 140/57/108 cm

# Neem eventueel contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. @ zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.

– Bougiestekker is van bougie afgekoppeld; ontstekingskabel is niet goed op de stekker aangesloten. – Bougie vol roet of beschadigd; verkeerde afstand elektroden. Oplossing: – Motorstopbeugel naar de duwstang drukken en vasthouden. (Ö 11.1) – Brandstof bijvullen. (Ö 7.6) – Brandstofleiding reinigen. , # – Alleen recente merkbrandstof, normale loodvrije benzine gebruiken; carburator reinigen. , # – Luchtfilter reinigen. , # – Bougiestekker aanbrengen; verbinding tussen ontstekingskabel en stekker controleren. , # – Bougie reinigen of vervangen; afstand elektroden instellen. # Storing: Slecht starten of verminderen van het vermogen van de verbrandingsmotor. Mogelijke oorzaak: – Behuizing van de grasmaaier verstopt. – U maait met een te lage snijstand of de rijsnelheid is ten opzichte van de snijhoogte te hoog. – Er zit water in de brandstoftank en carburator; de carburator is verstopt. – Brandstoftank vuil. – Luchtfilter vuil. – Bougie vol roet. Oplossing: – Behuizing van de grasmaaier reinigen (bougiestekker lostrekken). (Ö 12.1) – Hogere snijstand instellen of rijsnelheid verlagen. (Ö 8.5) – Brandstoftank ledigen, brandstofleiding en carburator reinigen. # – Brandstoftank reinigen. # – Luchtfilter reinigen. # – Bougie reinigen. # Storing: Verbrandingsmotor wordt zeer heet. Mogelijke oorzaak: – Te laag oliepeil in de verbrandingsmotor. – Koelribben zijn vuil. Oplossing: – Motorolie verversen. (Ö 12.5) – Koelribben reinigen. (Ö 12.1) Storing: Sterke trillingen tijdens gebruik. Mogelijke oorzaak: – Snijeenheid defect. – Bevestiging van de verbrandingsmotor is los. Oplossing: – Maaimes, messenas en mesbevestiging (mesbout en borgring) controleren en zo nodig herstellen. # – Bevestigingsbouten van de verbrandingsmotor aandraaien. # Storing (MB 4 RT, MB 4 RTP): Geen aandrijving bij het indrukken van de beugel van de wielaandrijving Mogelijke oorzaak: – Kabel van de wielaandrijving defect (bijv. geknikt) Oplossing: – Kabel vervangen # Storing: Onzuivere snede, gras wordt geel Mogelijke oorzaak: – Maaimes is bot of versleten Oplossing: – Slijp of vervang het maaimes (Ö 12.3), (Ö 12.4), #

Geef deze gebruiksaanwijzing aan uw VIKING vakhandelaar in geval van onderhoudswerkzaamheden. Hij bevestigt op de voorgedrukte velden de servicewerkzaamheden die werden uitgevoerd.

20. Onderhoudsschema

DEENFRITESPTNOSVFIDAPLHUHRLV NL 0478 111 9924 C - NL Service uitgevoerd op Datum volgende servicebeurt0478 111 9924 C - NL