THULE Omnistor 1200 - Kamperen

Omnistor 1200 - Kamperen THULE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Omnistor 1200 THULE in PDF-formaat.

📄 108 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice THULE Omnistor 1200 - page 14
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Omnistor 1200 THULE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Kamperen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Omnistor 1200 - THULE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Omnistor 1200 van het merk THULE.

GEBRUIKSAANWIJZING Omnistor 1200 THULE

A.1 De verilgheidshandleiding en alle instructies zijn onderdeel van het product en bevatten belangrijke aanwijzingen over hoe het product geinstalleerd en gebruikt要去 worden.
A.2 Deze aanwijzingen moeten door iedereen worden opgevolgd.
A.3 Laat een exemplaar van de handleiding anschter bij het Dienstdoende personeel.
A.4 Als het product aan een andere person wordt overhandigd, moet deze handleiding ook aan die persoon worden overhandigd.
A.5 Als u deze handleiding nicht leest, begrijpt en volgt, kan dat leiden tot ernstige risico's, zoals storingen, schade en letsel.

A.6 Thule producten moeten worden geinstalleerd met originele Thule accessoires. Thule accessoires moeten worden gebruikt in combinatie met originele Thule producten.
A.7 Raadpleeg uwplaatselijke dealer als u vragen hebte over de werkung en beperkingen van de producten.
A.8 De zichuwste versie van deze handleiding worden geleverd bij het product en is ook beschikbaar op www.thule.com.
A.9 Bewaar de handleiding en alle instructies voor toekomstig gebruik.

A.10 Voor optionele led:

A.10.1 Deze lichtbron is ontworpen en wordt alleen op de markt gebracht voor gebruik in combinatie met de originele accessoires voor de Thule RV (kampeervoertuigen).

B.O VEILIGHEID EN WAARSCHUWINGEN

B.1 Controller regelmatig of de producten goed zich bevestigd aan het voertuig. Controller of de boute en schroeven correct zich vastgedraaid en dat niets vanplaats is veranderd. Controller dit vooral nadat u de eerste kilometers hebt afgelegd.
B.2 Controller de luifel op schade na een ongeluk of onbedoeld verkeerd gebruik. Gebruik de luifel Niet eerder dan nadat deze door de dealer is gecontroleerd en/of gerepareerd.
B.3 Wijzigingen aan het product zichniet toegestaan.Dit kan extreem gevaarlijk zichn en kan leiden tot ernstig letsel en/of schade.
B.4 Laat kinderen nooit zonder toezicht achefter bij het verpakkingsmaterial, in verband met het verstikkingsgevaar. Kinderen onserschatten vaak de gevaren.

B.5 Controller en verrang versleten of defeche onderdelen. Als u Niet over voldoende technische kennis beschikt, moet u dit lien doein door een deskundige.
B.6 Luifels hebben een aanzienlijk gewicht. Gebruik algijd geschikte heftoestellen en/of helpers bij het optillen of vasthouden van zware voorwerpen.
B.7 De luifels mogen alleen worden gebruikt verwijl het voertuig stilstaat.
B.8 Bij het starten van het voertuig要去 de luifel zijng gesloten.
B.9 Leg de handzwengel altijd in het voertuig Voordat u wegrijdt.
B.10 Controller vór vertrek dat de luifel correct is gesloten. Als het doek is beschadigd, kan de luifel Niet perfectaar binnen worden gerold. Gebruik de luifel nooit met een beschadigd doek.

B.11 Blij op een veilige afstand van de luifel bij gebruik van warmtebronnen (barbecues, kampeerverwarming, open vuur...). Het doek kan doorHSV beschadigd raken.

B.12 Benader de luifel Niet:

  • als de luifel open is gelaten tijdens hevige wind
  • als er zich waterplassen haben gezvormd op de luifel
  • als er zich sneeuw heeft opgehoopt op de luifel
  • als er vuil ligt op het luifeldoek.

De luifel kan onverwacht bewegen, onstabel worden en buigen of breken. Pas op voor letsel.

B.13 Zet in geval van regen een zijde van de luifel lager.
Zo kan het water gemakkelijk weglopen.
B.14 Schuif de luifel in als harde wind, zware regen of sneeuw op komst is.
B.15 Gebruik een bevestigingskit en een spanstang op de luifel voordat u de tent helemaal aanspant.
B.16 Open de luifel Niet bij harde wind, zware regen of sneeuw.
B.17 Plaats de stangen altijd na een opening van ± 1 meter om schade aan de auto te voorkomen.
B.18 Plaats de stangen alleen op een vaste ondergrond.
Zet de stangen vast om weglijkden te voorkomen.
B.19 Hang geen voorwerpen aan de luifel, de voorlijst of de luifelarmen. Uiteraard buiten de Thule-accessoires die hiervoor zijn ontworpen!

B.20 Voor gemotoriseerde luifels:

B.20.1 Als de aansluitkabel van de luifel is beschadigd, moet deze worden verrangen door een expert.
B.20.2 Voordat u het voertuig in de buurt van de luifel of de luifel zich reinigt, koppelt u de voedingseenheid los door de aan-uitschakelaaruit te schakelen.
B.20.3 Elektrische apparaten zich geen speelgoed. Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen. Voorkom dat kinderen spelen met de schakelaar.
B.20.4 Gebruik geen elektrische apparatuur bij gebrek aan concentratie of bewustzijn of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Zelfs een kort moment van onoplettendheid bij gebruik van elektrische apparatuur kan leiden tot ernstige ongevallen en letsel.
B.20.5 Haal de stekker van fietsendrager uit de voedingsbron tijdens onweer of wanner het product Niet worden gebruikt.

C.1 De rij Eigenschappen en het remgedrag van het voertuig en ook de gevoeligheid van het voertuig voor zichwind+kunnen veranderen wonneer een product is geinstalleerd.
C.2 Merk op dat de totale afmetingen van het voertuig kuren toenemen bij het installereren van een product.

B.21 Voor optionele led:
B.21.1 Verwijder de led-strip nooit van de aangegeven punten.
B.21.2 Doe de led-strip nicht aan als deleze is opgerold. Als de led-strip Niet volledig is uitgerold, dan mag voor 10 seconden de POWER ON worden ingeschakeld om te controleren of de led-strip werkt. Gebruik alleen SELV voeding, volgens de geldende voorschriften. Gebruik geen chemische producten, lijm, oplosmiddel of zour om het oppervlak van de led-strip te reinigen. Dit kan de led-strip of het led-oppervlak beschadigen of corroderen en het kan de CCT of de levensduur van de led-strip wijzigen.
B.21.3 Sluit de led-strip Niet aan op de netspanning.
B.21.4 Schakel de POWER ON pas in nadat de led-strip is aangesloten.
B.21.5 Dek de led-strip nicht af.
B.21.6 Hang of bevestig geen objcten aan de led-strip.
B.21.7 Kijk Nietrechtstreeksaar de led-strip wanner deze is ingeschakeld.
B.21.8 Om schade aan de led lampen of het interne circuit te vermijden, de led-strip Niet mechanisch belasten of buigen met een diameter van 60 mm ofeer, de led-strip Niet buigen.
B.21.9 De led-strip nicht om zichzelf hebenaiaien.
B.21.10 Voor een maximale prestatie moet elke 5 meter worden aangesloten op de juiste voeding of een controller. Verschillende led-strips die zicha aangesloten in serieschakeling+kennen make krijgen met lichtdaling.
B.21.11 Statische elektricitie (ESD) kan de led-strip beschadigen. Het worden aanbevolen om eenantistatische polsband of handschoen te gebruiken bij het hanteren van de led-strip. Het is ook aan tebevelen om de juiste maatregelen te nemen omoverspanning te voorkomen in de apparatuur waarde led-strip is geplaatst.
B.21.12 Trek Niet aan de aansluitkabel na hetplaatsen van de led-strip om schade aan de elektrische aansluiting te voorkomen.
B.21.13 De omgekeerde polariteit is gevaarlijk voor de led strip. Let op de positieve en negatieve aansluiting en draai ze Niet om.
B.21.14 Het is aan te bevelen een goede kwaliteit voeding te gebruiken om extra spanning of piekspanning te voorkomen die de led-strip kan beschadigen.

C.3 De slelheid van het voertuig moet aktijd worden afgestemd op de huidige rijomstandigheden, zoals het soort weg, de kwaliteit van de weg, windomstandigheden, verkeersintensiteit en toepasselijkste slelheidslimieten. De toepasselijkste slelheidslimieten en andere verkeersregels要去en aktijd in acheft worden genomen.
C.4 Rijd op lage snelheid over verkeersdrempels.

C.5 Voor optionele led:

C.6 Rondrijden met schijnende LED's is strafbaar.

D.O INSTALLATIE

D.1 We adviseren dat de installmentie wordenuitgevoerd door gekwalificeerd personeel en in overeenstemming met huidige plaatselijke regelgeving. Onjuiste installmentie kan leiden tot schade en/of ernstig letsel.
D.2 Volg de installmentie-instructies en/of gebruikersinstrumentes zorgvuldig bij elke stap. Probeer het product Niet op een andere manier te monteren dan de wijze die is aangegeven in de montage-instructies.
D.3 Voor de installment controleert u aan de hand van de bevestigingsinstrumentes of alle benodigde onderden zijn meegeleverd.
D.4 Controleer alle onderdelen van het product op oppervlakteschade, insnijdingen en krassen voor en na installmentie door gekwalificeerd personeel. Insnijdingen, krassen of andere beschadigingen die achefteraf worden gerapporteerd, worden Niet geaccepteerd als productie-/materialfouten en worden van garantie uitgesloten.
D.5 Voor de installmentie controeert u de compatibiliteit met het voertuig waarop het product worden geinstalleerd. Een volledige controle dat de wand voldoende solide en geschikt is om watstand te garanderen voor de ankerpunten is altijd verplicht.
D.6 Let op het verschil:tussen installaties voor linkse besturing (LHD) en installaties voor rechtse besturing (RHD).
D.7 Vóor de installmentie controleert u, door het producte positioneren, of er geen obstructies zichn doorkenmerken van het voertuig, zoals daklichen, hefdaken, koffers, deuren, schoorstenen...
D.8 Voör de installmentie controleert u of er geen obstakels zichn zoals kabels, kasten, gaseleidingen... die kuren worden beschadigdijdens het boren.
D.9 Installer het product Niet nabij gas- of brandstofdampen.
D.10 Vóor de installment reinigt u het voertuig en de onderdelen van het product die in contactkommen met het voertuig.
D.11 De adapters要去en ter hoogte van de knikarmen van de luifel of op de aangegeven afstanden van het uiteinde van de luifel worden gespositioneerd om te zorgen voor een juiste en stabiele montage. Als dit Niet möglich is, moet u een adapter voor de hele lengte gebruiken.
D.12 Bij het installereren van het product contrôleert u of de adapters perfect zijn uitgelijnd. Zo voorkomt u een slechte montage.
D.13 Bij het boren in voertuigen met een stalen constructie zorgt u ervoor dat u de gaten behandelt om corrosie te voorkomen. Breng een roestwerende coating aan volgens de voorschriften van de leverancier.

C.7 Het is verplicht om de LED-strip zo te installereren dat deze Niet kan worden gebruikt met draaiende voertuigmotor.

D.14 Bij het boren in een oppervlak van het voertuig zorgt uervoor dat u een afdichtmiddel gebruikt voor een waterdichte installmente. SiKA 522 of een product met bezelfde eigenschappen moet worden gebruikt. Breng SiKA of een gelijkwaardig product aan volgens de voorschriften van de leverancier.
D.15 Voor het verliemen gebruikt u een primer enlicht schuurpapier om de oppervlakken op te ruwen. Gebruik SIKA Activator 205 of een gelijkwaardig product om de lijm goed te lately hechten. Breng SIKA of het gelijkwaardige product aan volgens de voorschriften van de leverancier.

Maak het oppervlak ruw met Licht schuurpapier, afhankelijk van het soort oppervlak. Oppervlakken zoals geanodiseerde en gelakte of poedergecoate oppervlakken.

  • Geanodlseerd oppervlak: Niet ruw make n met schuurpapier!
  • Gelakte of poedergecoate oppervlakken: ruw make n en met zeer fjn (P120) schuurpapier!"

D.16 Gebruik SIKA 552 AT of gelijkwaardig. Breng het product aan volgens de voorschriften van de leverancier!
D.17 Breng bij het verliijmen de lijm met mate aan. Niet te veel lijm gebruiken.
D.18 Ga als volgt te werk om vochtophoping en plekjes waar zich water kan verzamelen te vermijden:

  • breng de lijm op große, vlakke oppervlakken aan in parallelle, diagonale lijnen
  • gebruik waar nodig afldichtmidden"

D.19 Voor het uitharden van de lijm is contact met lucht nodig:

  • breng de lijm alleen aan op de aangegeven oppervlakken (lijmkanalen)
  • breng in lange lijmlijnen onderbrekingen aan"

D.20 Laat de lijm uitharden. Zorg ervoor dat u de luifel 5 cm open LAST aan om te voorkomen dat de luifeladapter verrormd raakt.

D.21 Wacht 48 uuom de lijm te laten uitharden voordat u kracht uitoefent op de adapter/luifel.
D.22 Zorg ervoor dat u de luifel 5 cm open staat om te voorkomen dat de luifel verrormd raakt voordat u die vastzet aan de adapters. Zo voorkomt u dat de voorlijst Niet goed sluit na installmentie.
D.23 Bij het gebruik van bevestigingsmiddelen gebruikt u het juiste koppel of aandraaimoment indien aangegeven.
D.24 Geef de eindgebruiker een gedetailleerde uitleg en demonstratie over hoe het product moet worden gebruikt.

D.25 Bedien het product Niet en LAST het Niet zonder toezicht ache ter voordat het is vastgemaakt aan de adapter.
D.26 Gebruik de steunpoten van de luifel algid volgens de instructies van de luifel om schade te voorkomen aan de luifeladapter en het voertuig.
D.27 Als er na de montage van de luifel onvoldoende ruimte is boven de deur, moet de deur gesloten blijven bij het inschuiven of uitschuiven. Zo vermijdt

u dat de deur contact maakt met de (veer)armen, de stof of de voorlijt. De vereiste ruimte is afhankelijk van het ontwerp van de deur (deurbreedte, draai- of schuifdeur) en de ingestelde hellingshoek van de luifel.

D.28 Plaats het product Niet in een omgeving met extreme temperatures.

E.O ELEKTRISCHE INSTALLATIE

E.1 Om veiligheidsoverwegingen raden we u aan de elektrische verbindingen te makeu zoals aangegeven in het diagram in de handleiding van het product of accesoir.
E.2 Laat het product uitsluitend door een bevoegde elektricien aansluien op de elektrische voedingsbron.
E.3 Instructies en veiligheidshandleiding in verband met gevaren afkomstig van elektrische stromen of spanningen: het Niet navolgen van deze instructies kan materiele schade of personlijk letselveroorzaken en de juiste werkinq van het apparaat belemmeren. De fabrikant kan nicht aansprakelijk worden gesteld voor aanspraken in verband met schade, die het gevolg zich van:

  • Onjuiste montage of aansluiting
  • Schade aan het product als gevolg van mechanische invloeden en overspanning
    Wijzigingen aan het product zonder expliciete toestemming van de fabrikant
  • Gebruik voor andere dan de in de bedieningshandleiding beschreiben doeleinden

E.4 Om kortsluiting te voorkomen, moet u altijd de minpool van het elektrische system looskoppelen voordat u aan het voertuig gaat werkken. Als het voertuig een extra accu heeft, dan要去 die minpool ook losgekoppeld worden.
E.5 Om gevaar voor schokken en/of kortsluiting van het systeme te vermiiden, koppelt u altiid de accu van het voertuig en elektriciteitsbronnen los voordat u werkkt met elektrische bedrading of onderdelen.
E.6 Controller altijd op welke voeding de luifel moet worden aangesloten. Accu (12 V DC of 24 V DC) of netspanning van 230 V. Gebruik, indien nodig, een omvormer.
E.7 Elektrische onderdelen要去en worden geinstalleerd conform de voorgeschreiben specificaties van deze onderdelen.
E.8 Zet de bedrading tijdens de installmentie zodenig vast dat deutsche nicht beklemd kan raken:tussen verschillende onderdelen of uit de aansluitingen kan worden getrokken.
E.9 Leg de bedrading Niet over scherpe randen of op hittebronnen die de bedrading of draadisolatie kunnen doorsnijden of latent rafelen. Schade als gevolg van onjuist aanleggen kan de garantie latentervallen.

E.10 Kies de kortste installmenteroute voor de voedingskabel. Verkort de voedingskabel zo nodig. Zorg er darüber voor dat de elektrische kabels wat extra lenghte hebben om de bochten nicht te strak te make!
E.11 Gebruik de juiste kabeldelen conform voltage, stroomsterkte en lenghte.
E.12 Gebruik de juiste zekering voor de aansluiting met de voedingsbron van het voertuig conform het bedradingsschema en conform EN 1648-1 en EN 1648-2.
E.13 Gebruik alleen kabelklemmen die geschikt zijn voor de diameter van de voedingskapel voor de aansluiting met de zekeringendoos, klemmenblok of accu. Als de verkeerde klemmen worden gebruikt, kan dat voor spanningsverlies zorgen en toenemende hittevorming bij de klemmen.
E.14 Als de meegeleverde voedingskabel Niet lang genoeg is, moet de aansluitkabel worden verrangen door een neue aansluitkabel met een grotere kabeldiameter. Als de verkeerde kabeldiameter worden gebruikt, kan dat leiden tot oververhitting, spanningsverlies en/of brand.
E.15 Installee de wandschakelaar/afstandsbediening om veiligheidsredenen op een geschikte plek in het voertuig, buiten direct zonlicht. Plaats de wandschakelaar/afstandsbediening zodanig dat de bewegingen van de luifel zichtaar zijtijdens bediening en kinderen er Niet mee+kunnen spelen.
E.16 Controleer het product en de kabel voor gebruik op eventuele schade. Als sprake is van zichtbare schade, een sterke geur of overmatige oververhitting van onderdelen, moet u alle aansluitingen onmiddelijk loskoppelen en het product neitmeer gebruiken.
E.17 Wanner de ontstekingsseutel worden omgedraaid, onderbreekt het relais (meegeleverd of als optie) of de besturingseenheid de stroom waar de elektrische motor, om onbedoelde opening van de luifel terwijl het voertuig in beweging is, te voorkomen. Controller enmiddelijk na installmentie of deze functie correct werkt!
E.18 Bij motoruitval volgt u de handmatige ophefstappen in de handleiding van het product.
E.19 Haal de stekker van het apparatus eruit tijdens onweer. Als u dat Niet doet, kan dat leiden tot brand of storingen. Haal de stekker er ook uit als u het accessoire Niet gebruikt, om het leeglopen van de accu te voorkomen.

E.20 Voor optionele led:

E.20.1 Voor de installmentie controleert u de compatibiliteit met de luifel waarop de led worden geinstalleerd.
E.20.2 Vóor de installmentie controleert u aan de hand van de bevestigingsinstrumentes of alle benodigde onderdelen zichn meegeleverd.
E.20.3 Vór de installmentairent u of er niets beschadigd of verrormd is geraaktijdens het transport.
E.20.4 Voor hetplaatsen van de led-strip, zorgt uervoordat het oppervlak schoon, stof- en vetvrij is.
E.20.5 Gebruik de led-strips alleen met 12V DC. Controleer altijd de voeding. Gebruik indien nodig een omvormer.
E.20.6 Thule N.V. beveelt aan om de stroomkabel aan te sluiten op de zekeringendoos of het klemmenblok en Nietrechtstreeks op de accu.
E.20.7 Hetplaatsen van de verkeerde zekering kan bij kortsluiting of storing leiden tot kabelbrand!
E.20.8 Vermijd warmteontwikkeling in de buurt van de led-strip. Door overmatige verhitting kan de ledverbinding verbranden.
E.20.9 Het thermisch ontwerp van het eindproduct is het belangrijkste. Houd rekening met de warmteontwikkeling van de led-strip en neem de

juiste maatregelen om deze af te voeren. Intense warmteontwikkeling moet worden vermeden. Het gebruik van de led-strip is alleen toegestaan bennen de maximale omgevingstemperatures, zoals die is aangegeven.

E.20.10 De led-strip kan tot de gewenste lenghte ingekort worden. Snijd de led-strip alleen door als.Deze Niet is aangesloten en doe dat op de aangegeven lijnen. Dicht de afgesneden rand af met siliconen of krimpfolie.
E.20.11 Verwijder de beschemfolie van de achterkant van de strip en bevestig de strip op de juiste plaats.
E.20.12 Zet geen hoge druk op de led-strip. Dit kan schadeveroorzaken.
E.20.13 Maak geen sérieé verbinding:tussen verschillende led-strips.De lengte van de led-strip is beperkt tot maximaal 6 m.
E.20.14 Gebruik geen gereedschap (zoals een hamer) om de led-strip op een oppervlak te bevestigen, waar dat dit de led-strip kan beschadigen. Duw zachtjes aan met een vinger of glad gereedschap.
E.20.15 Plaats het product Niet in een omgeving met extreme temperatures.
E.20.16 Geef de eindgebruiker een gedetailleerde uitleg en demonstratie over hoe de led moet worden gebruikt.

F.O ONDERHOUD

F1 Risico op schade!

  • Reinig het product nooit met een hagedrukreiniger.
  • Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of harde voorwerpen tijdens het reinigen: deze können het product beschadigen. Gebruik alleen een zachte doek of zachte borstel."

F.2 Gebruik geen op olie gebaseerde reinigers of bijtende, korrelige of schurende reinigers op uw Thule product.
F.3 Verwijder vuil (twijgen, bladeren en dergelijkke) dat op het luifeldoek ligt om schuurplekken, vlekken en schimmel te voorkomen. Zo voorkomt u ook dat de luifel beschadigd raakt wanner deze worden ingeschoven.
F.4 Meeldauw is een vom van schimmelgroei die lijkt op vuil. Luifeldoeken zijn schimmelbestendig. In normale omstandigheden verschijnt er geen schimmel. In regio's waar een hoge temperatuur en vochtigheidsgraad gebruikelijk zijn, kan schimmelECHter een probleem zichen en moet het materiaal vaker worden gereinigd. Spoel het doek grondig af met schoon water en LAST het doek volledig aan de lucht drogen voordat u de luifel oprolt.
F.5 Smeer zo nodig de verbindingen van het product met siliconenspray.

F.6 Controller het product regelmatig op eventuele onbalans en slijtage en ook op schade aan belangrijke onderdelen.
F.7 De luifel nat inschuiven mag u alleen om veiligheidsredenen doen. Schuif deze dan zo snel, mogelijk waar uit. Anders kan er schimmel- of vlekvorming optreden of kan de kleur cervagen.
F.8 Als u onderdelen van het product kwijtraakt of als onderdelen van het product zijn versleten, verwang deze dan alleen door originele Thule reserveonderdelen. Reserveonderdelen konnen worden aangeschaft bij uw dealer of bij de fabrikant.
F.9 Om ervoor te zorgen dat u de reserveonderdelen snel ontvangt en om tijdrovende vragen te voorkomen, verzoeken wij u bij hetplaatsen van een bestelling of het indieren van een aanvraag de relevante productgegevens en het serienummer door te gezven.
F.10 De luifel mag alleen worden gereinigd met de hand, waar bij gebruik worden gemaakt van een zachte (microvezel) doek en water, om de levensduur van het product te verlungen.

F.11 Voor gemotoriseerde luifels:

F.11.1 Voordat u het voertuig in de buurt van de luifel of de luifel zich reinigt, koppelt u de voedingseenheid los door de aan-uitschakelaar uit te schakelen.

G.1 Als het product nog in goede werkende staat verkeert, kutn u overwegen het te schenken aan een goed doel, een groep die maatschappelijk werk doet of een organiseatie.
G.2 Als uw product Niet kan worden gerepareerd, kut u het metaal/plastic/of andere onderdelen recyclen door het product te demonteren. Doe navraag bij uwplaatselijke recyclingcentrum.

G.3 Voor verpakking:

G.3.1 De recycle symbolen geben aan dat de verpakking Niet als ongesorteerd huishoudelijk afval mag worden behandeld en geschaden moet worden ingezameld.
G.3.2 Doe het verpakkingsmaterialiak indien möglich in de juiste recyclingcontainer. Als u uiteindelijk het product wilt afdanken, vraagt u uwplaatselijke recyclingcentrum of gespecialiseerde dealer om informatie over hoe u dit kurz doe in overeenstemming met de toepasselijk regelgeving voor afvalverwijdering."

H.O GARANTIE

H.1 Wat is (niet) gedekt door de garantie?

H.1.1 De garantie geldt voor verranging van onderdelen die defect of onvolledig zich, en voor het Niet maar behoren functioneren van het product.
H.1.2 De garantie is nicht van toepassing als het product:

  • onjuist is geinstalleerd of behandeld
  • is gebruikt voor andere dan de in de instructies, richtlijnen of veiligheidstekst beschreiben doeleinden
  • op een of andere manier is gewijzigd zonder toestemming van de fabrikant
  • is gerepareerd door ongekwalificierde Personen
  • is gebruikt met nicht-origine accessoires
    -onvoldoende is onderhoden of is verwaarloosd
    defecten vertoont die waar ons oordeel optreden door verkeerd gebruik, verwaarlozing, een ongeval of omstandigheden waarop Thule geen invloed heeft
    defecten vertoont die maar ons oordeel optreden door de materialen en specifieke werkprocessen (zoals bleine imperfecties, markeringen of lichte verrormingen op verf/lak, kunststoffen, aluminium profilien...)
  • In het geval van beschadiging verwalt de productgarantie automatisch.

Thule N.V. is nicht verantwoordelijk voor schade die isveroorzaakt door onjuiste installmentie.

H.1.3 De garantie dekt geen schade aan het voertuig of vracht van de gebruiker of aan andere Personen en eigendommen, ongeacht of deze direct, indirect of incidenteel is.

G.4 Voor gemotoriseerde producten en/of elektrische accessolres:

G.4.1 Door het apparaat op de juiste manier af te danken, helpt u schade aan het milieu en risico's voor de volksgezondheid te vermijden. Het recyclen van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke hulpbronnen.
G.4.2 Het WEEE-symbol op het product, de accessoires of de verpakking geeft aan dat dit product Niet als ongesorteerd huishoudelijk afval mag worden behandeld en geschaffen要去 worden ingezameld!

  • Binnen de EU: Lever het product in bij een inzamelpunt voor de recycling van afgedankte elektrische en elektronische spullen.
  • Buiten de EU: Volg deplaatslijke richtlijnen of systemen voor geschaden inzameling voor de verwijdering van afgedankte elektrische en elektronische spullen.

H.1.4 Er worden geen enkele andere garantie gegeven en geen enkele Thule vertegenwoordiger is geauthoriseerd om op basis van een andere garantie dan de hierin opgenomen garantie namens Thule garantie te givene of aansprakelijkheid te aanvaarden in woorden of daden. Deze garantie verrangtuitdrukkelijk elke andere expliciete of impliciete garantie van welke aard dan ook en sluituitdrukkelijk elke andere of verdere aansprakelijkheid UIT.

H.2 Wat te doen in geval van een defect of garantieclaim?

H.2.1 In geval van een defect of garantieclaim raadpleegt u uw dealer met de originele factuur.
H.2.2 Dit Thule product heeft voor de eindconsument tweeJAar garantie vanaf de factuurdatum.
H.2.3 Geretourneerde goederen要去en schoon zich en zich bij voorkeur in de originele verpakking bevinden.
H.2.4 Gebruik alleen verrangende onderdelen die door Thule zich geleverd of worden aanbevolen. U kunt verrangende onderdelen bij uwplaatselijke Thule dealer kopen.

H.3 Hoe dekt Thule de garantle?

H.3.1 Als het product valt onder de voorwaarden van de garantie, behoudt Thule zich hetrecht voor om het volgende te doe:

  • reserveonderdelen bieden voor reparatie
  • het product verrangen als de schade of het defect\ niet kan worden gerepareererd
  • een vergelijkbaar product met een vergelijkbare waarde aanbieden of de betaalde prijs terugbetaalen als het product Niet kan worden verrangen door hetzelfde model

H.3.2 Reparatie of omruil van het product vernieuwt of verlengt de garantietermijn Niet.

H.4 Uw rechten en deze beperkte garantie

H.4.1 Deze beperkte garantie geeft u specifieke wettelijke rechten. U hebt möglich ook andere wettelijke rechten, die variieren per land of rechtsgebied. Evenzo is het möglich dat sommige beperkingen

in deze beperkte garantie Niet van toepassing zijn in bepaalde landen of rechtsgebieden. De voorwaarden van deze beperkte garantie zijn van toepassing voor zover toegestaan door het toepasselijkkerecht.Voor een volledige beschrijving van uw wettelijkke rechten dient u zowel deze beperkte garantie te raadplegen als de wetten die van toepassing zijn in uw rechtsgebied.

I.0 PROBLEMEN OPLOSSEN

1.1 Neem in geval van problemen contact op met uwplaatselijke Thule dealer. Vermeld waar bij de gegevens die u aantreft op het label van het product.

1.2 Raadpleeg once website voor de{nieuwste versie van deze handleiding en/of tekeningen van reserveonderdelen: www.thule.com

1.3 U kuntrechtstreeks contact opnemen met Thule op: support.thule.com/s/contactsupport

THULE Omnistor 1200 - I.0 PROBLEMEN OPLOSSEN - 1

Sécurité

Auvents Thule

THULE Omnistor 1200 - Sécurité - 1

AVERTISSEMENT: INDIQUE UNE SITUATION POTENTIELLEMENT DANGEREUSE QUI, SI ELLE N'EST PAS EVITEE, PEUT ENTRAINER DES DÉGATS MATériELS IMPORTANTS ET DES BLESSURES GRAVES, VOIRE MORTELLES.

THULE Omnistor 1200 - Sécurité - 2

REMARQUE: INDIQUE DES INFORMATIONS SUPPLEMENTaires

THULE Omnistor 1200 - Sécurité - 3

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : THULE

Model : Omnistor 1200

Categorie : Kamperen