THULE Omnistor 1200 - Kamperen

Omnistor 1200 - Kamperen THULE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Omnistor 1200 THULE in PDF-formaat.

📄 108 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice THULE Omnistor 1200 - page 14
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : THULE

Model : Omnistor 1200

Categorie : Kamperen

Download de handleiding voor uw Kamperen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Omnistor 1200 - THULE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Omnistor 1200 van het merk THULE.

GEBRUIKSAANWIJZING Omnistor 1200 THULE

A.0 ALGEMEEN A.1 De veiligheidshandleiding en alle instructies zijn onderdeel van het product en bevatten belangrijke aanwijzingen over hoe het product geïnstalleerd en gebruikt moet worden. A.2 Deze aanwijzingen moeten door iedereen worden opgevolgd.A.3 Laat een exemplaar van de handleiding achter bij het dienstdoende personeel.A.4 Als het product aan een andere persoon wordt overhandigd, moet deze handleiding ook aan die persoon worden overhandigd.A.5 Als u deze handleiding niet leest, begrijpt en volgt, kan dat leiden tot ernstige risico's, zoals storingen, schade en letsel.A.6 Thule producten moeten worden geïnstalleerd met originele Thule accessoires. Thule accessoires moeten worden gebruikt in combinatie met originele Thule producten.A.7 Raadpleeg uw plaatselijke dealer als u vragen hebt over de werking en beperkingen van de producten.A.8 De nieuwste versie van deze handleiding wordt geleverd bij het product en is ook beschikbaar op www.thule.com.A.9 Bewaar de handleiding en alle instructies voor toekomstig gebruik.A.10 Voor optionele led:A.10.1 Deze lichtbron is ontworpen en wordt alleen op de markt gebracht voor gebruik in combinatie met de originele accessoires voor de Thule RV (kampeervoertuigen).

B.0 VEILIGHEID EN WAARSCHUWINGEN

B.1 Controleer regelmatig of de producten goed zijn bevestigd aan het voertuig. Controleer of de bouten en schroeven correct zijn vastgedraaid en dat niets van plaats is veranderd. Controleer dit vooral nadat u de eerste kilometers hebt afgelegd.B.2 Controleer de luifel op schade na een ongeluk of onbedoeld verkeerd gebruik. Gebruik de luifel niet eerder dan nadat deze door de dealer is gecontroleerd en/of gerepareerd.B.3 Wijzigingen aan het product zijn niet toegestaan. Dit kan extreem gevaarlijk zijn en kan leiden tot ernstig letsel en/of schade.B.4 Laat kinderen nooit zonder toezicht achter bij het verpakkingsmateriaal, in verband met het verstikkingsgevaar. Kinderen onderschatten vaak de gevaren.B.5 Controleer en vervang versleten of defecte onderdelen. Als u niet over voldoende technische kennis beschikt, moet u dit laten doen door een deskundige.B.6 Luifels hebben een aanzienlijk gewicht. Gebruik altijd geschikte heftoestellen en/of helpers bij het optillen of vasthouden van zware voorwerpen.B.7 De luifels mogen alleen worden gebruikt terwijl het voertuig stilstaat.B.8 Bij het starten van het voertuig moet de luifel zijn gesloten.B.9 Leg de handzwengel altijd in het voertuig voordat u wegrijdt.B.10 Controleer vóór vertrek dat de luifel correct is gesloten. Als het doek is beschadigd, kan de luifel niet perfect naar binnen worden gerold. Gebruik de luifel nooit met een beschadigd doek.14 SAFE908-00B.11 Blijf op een veilige afstand van de luifel bij gebruik van warmtebronnen (barbecues, kampeerverwarming, open vuur...). Het doek kan door hitte beschadigd raken. B.12 Benader de luifel niet: – als de luifel open is gelaten tijdens hevige wind – als er zich waterplassen hebben gevormd op de luifel – als er zich sneeuw heeft opgehoopt op de luifel – als er vuil ligt op het luifeldoek. De luifel kan onverwacht bewegen, onstabiel worden en buigen of breken. Pas op voor letsel. B.13 Zet in geval van regen één zijde van de luifel lager. Zo kan het water gemakkelijk weglopen. B.14 Schuif de luifel in als harde wind, zware regen of sneeuw op komst is. B.15 Gebruik een bevestigingskit en een spanstang op de luifel voordat u de tent helemaal aanspant. B.16 Open de luifel niet bij harde wind, zware regen of sneeuw. B.17 Plaats de stangen altijd na een opening van ± 1 meter om schade aan de auto te voorkomen. B.18 Plaats de stangen alleen op een vaste ondergrond. Zet de stangen vast om wegglijden te voorkomen. B.19 Hang geen voorwerpen aan de luifel, de voorlijst of de luifelarmen. Uiteraard buiten de Thule- accessoires die hiervoor zijn ontworpen! B.20 Voor gemotoriseerde luifels: B.20.1 Als de aansluitkabel van de luifel is beschadigd, moet deze worden vervangen door een expert. B.20.2 Voordat u het voertuig in de buurt van de luifel of de luifel zelf reinigt, koppelt u de voedingseenheid los door de aan-uitschakelaar uit te schakelen. B.20.3 Elektrische apparaten zijn geen speelgoed. Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen. Voorkom dat kinderen spelen met de schakelaar. B.20.4 Gebruik geen elektrische apparatuur bij gebrek aan concentratie of bewustzijn of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Zelfs een kort moment van onoplettendheid bij gebruik van elektrische apparatuur kan leiden tot ernstige ongevallen en letsel. B.20.5 Haal de stekker van fietsendrager uit de voedingsbron tijdens onweer of wanneer het product niet wordt gebruikt. B.21 Voor optionele led: B.21.1 Verwijder de led-strip nooit van de aangegeven punten. B.21.2 Doe de led-strip niet aan als deze is opgerold. Als de led-strip niet volledig is uitgerold, dan mag voor 10 seconden de POWER ON worden ingeschakeld om te controleren of de led-strip werkt. Gebruik alleen SELV voeding, volgens de geldende voorschriften. Gebruik geen chemische producten, lijm, oplosmiddel of zuur om het oppervlak van de led-strip te reinigen. Dit kan de led-strip of het led- oppervlak beschadigen of corroderen en het kan de CCT of de levensduur van de led-strip wijzigen. B.21.3 Sluit de led-strip niet aan op de netspanning. B.21.4 Schakel de POWER ON pas in nadat de led-strip is aangesloten. B.21.5 Dek de led-strip niet af. B.21.6 Hang of bevestig geen objecten aan de led-strip. B.21.7 Kijk niet rechtstreeks naar de led-strip wanneer deze is ingeschakeld. B.21.8 Om schade aan de led lampen of het interne circuit te vermijden, de led-strip niet mechanisch belasten of buigen met een diameter van 60 mm of meer, de led-strip niet buigen. B.21.9 De led-strip niet om zichzelf heen draaien. B.21.10 Voor een maximale prestatie moet elke 5 meter worden aangesloten op de juiste voeding of een controller. Verschillende led-strips die zijn aangesloten in serieschakeling kunnen te maken krijgen met lichtdaling. B.21.11 Statische elektriciteit (ESD) kan de led-strip beschadigen. Het wordt aanbevolen om een antistatische polsband of handschoen te gebruiken bij het hanteren van de led-strip. Het is ook aan te bevelen om de juiste maatregelen te nemen om overspanning te voorkomen in de apparatuur waar de led-strip is geplaatst. B.21.12 Trek niet aan de aansluitkabel na het plaatsen van de led-strip om schade aan de elektrische aansluiting te voorkomen. B.21.13 De omgekeerde polariteit is gevaarlijk voor de led- strip. Let op de positieve en negatieve aansluiting en draai ze niet om. B.21.14 Het is aan te bevelen een goede kwaliteit voeding te gebruiken om extra spanning of piekspanning te voorkomen die de led-strip kan beschadigen.

C.0 RIJEIGENSCHAPPEN EN REGELGEVING

C.1 De rijeigenschappen en het remgedrag van het voertuig en ook de gevoeligheid van het voertuig voor zijwind kunnen veranderen wanneer een product is geïnstalleerd. C.2 Merk op dat de totale afmetingen van het voertuig kunnen toenemen bij het installeren van een product. C.3 De snelheid van het voertuig moet altijd worden afgestemd op de huidige rijomstandigheden, zoals het soort weg, de kwaliteit van de weg, windomstandigheden, verkeersintensiteit en toepasselijke snelheidslimieten. De toepasselijke snelheidslimieten en andere verkeersregels moeten altijd in acht worden genomen. C.4 Rijd op lage snelheid over verkeersdrempels. SAFE908-00 15C.5 Voor optionele led: C.6 Rondrijden met schijnende LED's is strafbaar. C.7 Het is verplicht om de LED-strip zo te installeren dat deze niet kan worden gebruikt met draaiende voertuigmotor. D.0 INSTALLATIE D.1 We adviseren dat de installatie wordt uitgevoerd door gekwalificeerd personeel en in overeenstemming met huidige plaatselijke regelgeving. Onjuiste installatie kan leiden tot schade en/of ernstig letsel. D.2 Volg de installatie-instructies en/of gebruikersinstructies zorgvuldig bij elke stap. Probeer het product niet op een andere manier te monteren dan de wijze die is aangegeven in de montage-instructies. D.3 Vóór de installatie controleert u aan de hand van de bevestigingsinstructies of alle benodigde onderdelen zijn meegeleverd. D.4 Controleer alle onderdelen van het product op oppervlakteschade, insnijdingen en krassen voor en na installatie door gekwalificeerd personeel. Insnijdingen, krassen of andere beschadigingen die achteraf worden gerapporteerd, worden niet geaccepteerd als productie-/materiaalfouten en worden van garantie uitgesloten. D.5 Vóór de installatie controleert u de compatibiliteit met het voertuig waarop het product wordt geïnstalleerd. Een volledige controle dat de wand voldoende solide en geschikt is om weerstand te garanderen voor de ankerpunten is altijd verplicht. D.6 Let op het verschil tussen installaties voor linkse besturing (LHD) en installaties voor rechtse besturing (RHD). D.7 Vóór de installatie controleert u, door het product te positioneren, of er geen obstructies zijn door kenmerken van het voertuig, zoals daklichten, hefdaken, koffers, deuren, schoorstenen... D.8 Vóór de installatie controleert u of er geen obstakels zijn zoals kabels, kasten, gasleidingen... die kunnen worden beschadigd tijdens het boren. D.9 Installeer het product niet nabij gas- of brandstofdampen. D.10 Vóór de installatie reinigt u het voertuig en de onderdelen van het product die in contact komen met het voertuig. D.11 De adapters moeten ter hoogte van de knikarmen van de luifel of op de aangegeven afstanden van het uiteinde van de luifel worden gepositioneerd om te zorgen voor een juiste en stabiele montage. Als dit niet mogelijk is, moet u een adapter voor de hele lengte gebruiken. D.12 Bij het installeren van het product controleert u of de adapters perfect zijn uitgelijnd. Zo voorkomt u een slechte montage. D.13 Bij het boren in voertuigen met een stalen constructie zorgt u ervoor dat u de gaten behandelt om corrosie te voorkomen. Breng een roestwerende coating aan volgens de voorschriften van de leverancier. D.14 Bij het boren in een oppervlak van het voertuig zorgt u ervoor dat u een afdichtmiddel gebruikt voor een waterdichte installatie. SIKA 522 of een product met dezelfde eigenschappen moet worden gebruikt. Breng SIKA of een gelijkwaardig product aan volgens de voorschriften van de leverancier. D.15 Vóór het verlijmen gebruikt u een primer en licht schuurpapier om de oppervlakken op te ruwen. Gebruik SIKA Activator 205 of een gelijkwaardig product om de lijm goed te laten hechten. Breng SIKA of het gelijkwaardige product aan volgens de voorschriften van de leverancier. Maak het oppervlak ruw met licht schuurpapier, afhankelijk van het soort oppervlak. Oppervlakken zoals geanodiseerde en gelakte of poedergecoate oppervlakken. – Geanodiseerd oppervlak: niet ruw maken met schuurpapier! – Gelakte of poedergecoate oppervlakken: ruw maken en met zeer fijn (P120) schuurpapier!" D.16 Gebruik SIKA 552 AT of gelijkwaardig. Breng het product aan volgens de voorschriften van de leverancier! D.17 Breng bij het verlijmen de lijm met mate aan. Niet te veel lijm gebruiken. D.18 Ga als volgt te werk om vochtophoping en plekjes waar zich water kan verzamelen te vermijden: – breng de lijm op grote, vlakke oppervlakken aan in parallelle, diagonale lijnen – gebruik waar nodig afdichtmiddel" D.19 Voor het uitharden van de lijm is contact met lucht nodig: – breng de lijm alleen aan op de aangegeven oppervlakken (lijmkanalen) – breng in lange lijmlijnen onderbrekingen aan" D.20 Laat de lijm uitharden. Zorg ervoor dat u de luifel 5 cm open laat staan om te voorkomen dat de luifeladapter vervormd raakt. D.21 Wacht 48 uur om de lijm te laten uitharden voordat u kracht uitoefent op de adapter/luifel. D.22 Zorg ervoor dat u de luifel 5 cm open laat staan om te voorkomen dat de luifel vervormd raakt voordat u die vastzet aan de adapters. Zo voorkomt u dat de voorlijst niet goed sluit na installatie. D.23 Bij het gebruik van bevestigingsmiddelen gebruikt u het juiste koppel of aandraaimoment indien aangegeven. D.24 Geef de eindgebruiker een gedetailleerde uitleg en demonstratie over hoe het product moet worden gebruikt. 16 SAFE908-00D.25 Bedien het product niet en laat het niet zonder toezicht achter voordat het is vastgemaakt aan de adapter. D.26 Gebruik de steunpoten van de luifel altijd volgens de instructies van de luifel om schade te voorkomen aan de luifeladapter en het voertuig. D.27 Als er na de montage van de luifel onvoldoende ruimte is boven de deur, moet de deur gesloten blijven bij het inschuiven of uitschuiven. Zo vermijdt u dat de deur contact maakt met de (veer)armen, de stof of de voorlijst. De vereiste ruimte is afhankelijk van het ontwerp van de deur (deurbreedte, draai- of schuifdeur) en de ingestelde hellingshoek van de luifel. D.28 Plaats het product niet in een omgeving met extreme temperaturen.

E.0 ELEKTRISCHE INSTALLATIE

E.1 Om veiligheidsoverwegingen raden we u aan de elektrische verbindingen te maken zoals aangegeven in het diagram in de handleiding van het product of accessoire. E.2 Laat het product uitsluitend door een bevoegde elektricien aansluiten op de elektrische voedingsbron. E.3 Instructies en veiligheidshandleiding in verband met gevaren afkomstig van elektrische stromen of spanningen: het niet navolgen van deze instructies kan materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaken en de juiste werking van het apparaat belemmeren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor aanspraken in verband met schade, die het gevolg zijn van: – Onjuiste montage of aansluiting – Schade aan het product als gevolg van mechanische invloeden en overspanning – Wijzigingen aan het product zonder expliciete toestemming van de fabrikant – Gebruik voor andere dan de in de bedieningshandleiding beschreven doeleinden E.4 Om kortsluiting te voorkomen, moet u altijd de minpool van het elektrische systeem loskoppelen voordat u aan het voertuig gaat werken. Als het voertuig een extra accu heeft, dan moet die minpool ook losgekoppeld worden. E.5 Om gevaar voor schokken en/of kortsluiting van het systeem te vermijden, koppelt u altijd de accu van het voertuig en elektriciteitsbronnen los voordat u werkt met elektrische bedrading of onderdelen. E.6 Controleer altijd op welke voeding de luifel moet worden aangesloten. Accu (12V DC of 24V DC) of netspanning van 230V. Gebruik, indien nodig, een omvormer. E.7 Elektrische onderdelen moeten worden geïnstalleerd conform de voorgeschreven specificaties van deze onderdelen. E.8 Zet de bedrading tijdens de installatie zodanig vast dat deze niet beklemd kan raken tussen verschillende onderdelen of uit de aansluitingen kan worden getrokken. E.9 Leg de bedrading niet over scherpe randen of op hittebronnen die de bedrading of draadisolatie kunnen doorsnijden of laten rafelen. Schade als gevolg van onjuist aanleggen kan de garantie laten vervallen. E.10 Kies de kortste installatieroute voor de voedingskabel. Verkort de voedingskabel zo nodig. Zorg er echter voor dat de elektrische kabels wat extra lengte hebben om de bochten niet te strak te maken! E.11 Gebruik de juiste kabeldelen conform voltage, stroomsterkte en lengte. E.12 Gebruik de juiste zekering voor de aansluiting met de voedingsbron van het voertuig conform het bedradingsschema en conform EN1648-1 en EN1648-2. E.13 Gebruik alleen kabelklemmen die geschikt zijn voor de diameter van de voedingskabel voor de aansluiting met de zekeringendoos, klemmenblok of accu. Als de verkeerde klemmen worden gebruikt, kan dat voor spanningsverlies zorgen en toenemende hittevorming bij de klemmen. E.14 Als de meegeleverde voedingskabel niet lang genoeg is, moet de aansluitkabel worden vervangen door een nieuwe aansluitkabel met een grotere kabeldiameter. Als de verkeerde kabeldiameter wordt gebruikt, kan dat leiden tot oververhitting, spanningsverlies en/of brand. E.15 Installeer de wandschakelaar/afstandsbediening om veiligheidsredenen op een geschikte plek in het voertuig, buiten direct zonlicht. Plaats de wandschakelaar/afstandsbediening zodanig dat de bewegingen van de luifel zichtbaar zijn tijdens bediening en kinderen er niet mee kunnen spelen. E.16 Controleer het product en de kabel vóór gebruik op eventuele schade. Als sprake is van zichtbare schade, een sterke geur of overmatige oververhitting van onderdelen, moet u alle aansluitingen onmiddellijk loskoppelen en het product niet meer gebruiken. E.17 Wanneer de ontstekingssleutel wordt omgedraaid, onderbreekt het relais (meegeleverd of als optie) of de besturingseenheid de stroom naar de elektrische motor, om onbedoelde opening van de luifel terwijl het voertuig in beweging is, te voorkomen. Controleer onmiddellijk na installatie of deze functie correct werkt! E.18 Bij motoruitval volgt u de handmatige ophefstappen in de handleiding van het product. E.19 Haal de stekker van het apparaat eruit tijdens onweer. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot brand of storingen. Haal de stekker er ook uit als u het accessoire niet gebruikt, om het leeglopen van de accu te voorkomen. SAFE908-00 17E.20 Voor optionele led: E.20.1 Vóór de installatie controleert u de compatibiliteit met de luifel waarop de led wordt geïnstalleerd. E.20.2 Vóór de installatie controleert u aan de hand van de bevestigingsinstructies of alle benodigde onderdelen zijn meegeleverd. E.20.3 Vóór de installatie controleert u of er niets beschadigd of vervormd is geraakt tijdens het transport. E.20.4 Voor het plaatsen van de led-strip, zorgt u ervoor dat het oppervlak schoon, stof- en vetvrij is. E.20.5 Gebruik de led-strips alleen met 12V DC. Controleer altijd de voeding. Gebruik indien nodig een omvormer. E.20.6 Thule N.V. beveelt aan om de stroomkabel aan te sluiten op de zekeringendoos of het klemmenblok en niet rechtstreeks op de accu. E.20.7 Het plaatsen van de verkeerde zekering kan bij kortsluiting of storing leiden tot kabelbrand! E.20.8 Vermijd warmteontwikkeling in de buurt van de led-strip. Door overmatige verhitting kan de led- verbinding verbranden. E.20.9 Het thermisch ontwerp van het eindproduct is het belangrijkste. Houd rekening met de warmteontwikkeling van de led-strip en neem de juiste maatregelen om deze af te voeren. Intense warmteontwikkeling moet worden vermeden. Het gebruik van de led-strip is alleen toegestaan binnen de maximale omgevingstemperaturen, zoals die is aangegeven. E.20.10 De led-strip kan tot de gewenste lengte ingekort worden. Snijd de led-strip alleen door als deze niet is aangesloten en doe dat op de aangegeven lijnen. Dicht de afgesneden rand af met siliconen of krimpfolie. E.20.11 Verwijder de beschermfolie van de achterkant van de strip en bevestig de strip op de juiste plaats. E.20.12 Zet geen hoge druk op de led-strip. Dit kan schade veroorzaken. E.20.13 Maak geen seriële verbinding tussen verschillende led-strips. De lengte van de led-strip is beperkt tot maximaal 6 m. E.20.14 Gebruik geen gereedschap (zoals een hamer) om de led-strip op een oppervlak te bevestigen, omdat dit de led-strip kan beschadigen. Duw zachtjes aan met een vinger of glad gereedschap. E.20.15 Plaats het product niet in een omgeving met extreme temperaturen. E.20.16 Geef de eindgebruiker een gedetailleerde uitleg en demonstratie over hoe de led moet worden gebruikt. F.0 ONDERHOUD F.1 Risico op schade! – Reinig het product nooit met een hogedrukreiniger. – Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of harde voorwerpen tijdens het reinigen: deze kunnen het product beschadigen. Gebruik alleen een zachte doek of zachte borstel." F.2 Gebruik geen op olie gebaseerde reinigers of bijtende, korrelige of schurende reinigers op uw Thule product. F.3 Verwijder vuil (twijgen, bladeren en dergelijke) dat op het luifeldoek ligt om schuurplekken, vlekken en schimmel te voorkomen. Zo voorkomt u ook dat de luifel beschadigd raakt wanneer deze wordt ingeschoven. F.4 Meeldauw is een vorm van schimmelgroei die lijkt op vuil. Luifeldoeken zijn schimmelbestendig. In normale omstandigheden verschijnt er geen schimmel. In regio's waar een hoge temperatuur en vochtigheidsgraad gebruikelijk zijn, kan schimmel echter een probleem zijn en moet het materiaal vaker worden gereinigd. Spoel het doek grondig af met schoon water en laat het doek volledig aan de lucht drogen voordat u de luifel oprolt. F.5 Smeer zo nodig de verbindingen van het product met siliconenspray. F.6 Controleer het product regelmatig op eventuele onbalans en slijtage en ook op schade aan belangrijke onderdelen. F.7 De luifel nat inschuiven mag u alleen om veiligheidsredenen doen. Schuif deze dan zo snel mogelijk weer uit. Anders kan er schimmel- of vlekvorming optreden of kan de kleur vervagen. F.8 Als u onderdelen van het product kwijtraakt of als onderdelen van het product zijn versleten, vervang deze dan alleen door originele Thule reserveonderdelen. Reserveonderdelen kunnen worden aangeschaft bij uw dealer of bij de fabrikant. F.9 Om ervoor te zorgen dat u de reserveonderdelen snel ontvangt en om tijdrovende vragen te voorkomen, verzoeken wij u bij het plaatsen van een bestelling of het indienen van een aanvraag de relevante productgegevens en het serienummer door te geven. F.10 De luifel mag alleen worden gereinigd met de hand, waarbij gebruik wordt gemaakt van een zachte (microvezel) doek en water, om de levensduur van het product te verlengen. F.11 Voor gemotoriseerde luifels: F.11.1 Voordat u het voertuig in de buurt van de luifel of de luifel zelf reinigt, koppelt u de voedingseenheid los door de aan-uitschakelaar uit te schakelen.

18 SAFE908-00G.0 MILIEU

G.1 Als het product nog in goede werkende staat verkeert, kunt u overwegen het te schenken aan een goed doel, een groep die maatschappelijk werk doet of een organisatie. G.2 Als uw product niet kan worden gerepareerd, kunt u het metaal/plastic/of andere onderdelen recyclen door het product te demonteren. Doe navraag bij uw plaatselijke recyclingcentrum. G.3 Voor verpakking: G.3.1 De recycle symbolen geven aan dat de verpakking niet als ongesorteerd huishoudelijk afval mag worden behandeld en gescheiden moet worden ingezameld. G.3.2 Doe het verpakkingsmateriaal indien mogelijk in de juiste recyclingcontainer. Als u uiteindelijk het product wilt afdanken, vraagt u uw plaatselijke recyclingcentrum of gespecialiseerde dealer om informatie over hoe u dit kunt doen in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving voor afvalverwijdering." G.4 Voor gemotoriseerde producten en/of elektrische accessoires: G.4.1 Door het apparaat op de juiste manier af te danken, helpt u schade aan het milieu en risico's voor de volksgezondheid te vermijden. Het recyclen van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke hulpbronnen. G.4.2 Het WEEE-symbool op het product, de accessoires of de verpakking geeft aan dat dit product niet als ongesorteerd huishoudelijk afval mag worden behandeld en gescheiden moet worden ingezameld! – Binnen de EU: Lever het product in bij een inzamelpunt voor de recycling van afgedankte elektrische en elektronische spullen. – Buiten de EU: Volg de plaatselijke richtlijnen of systemen voor gescheiden inzameling voor de verwijdering van afgedankte elektrische en elektronische spullen. H.0 GARANTIE H.1 Wat is (niet) gedekt door de garantie? H.1.1 De garantie geldt voor vervanging van onderdelen die defect of onvolledig zijn, en voor het niet naar behoren functioneren van het product. H.1.2 De garantie is niet van toepassing als het product: – onjuist is geïnstalleerd of behandeld – is gebruikt voor andere dan de in de instructies, richtlijnen of veiligheidstekst beschreven doeleinden – op een of andere manier is gewijzigd zonder toestemming van de fabrikant – is gerepareerd door ongekwalificeerde personen – is gebruikt met niet-originele accessoires – onvoldoende is onderhouden of is verwaarloosd – defecten vertoont die naar ons oordeel optreden door verkeerd gebruik, verwaarlozing, een ongeval of omstandigheden waarop Thule geen invloed heeft – defecten vertoont die naar ons oordeel optreden door de materialen en specifieke werkprocessen (zoals kleine imperfecties, markeringen of lichte vervormingen op verf/lak, kunststoffen, aluminium profielen...) – In het geval van beschadiging vervalt de productgarantie automatisch. Thule N.V. is niet verantwoordelijk voor schade die is veroorzaakt door onjuiste installatie. H.1.3 De garantie dekt geen schade aan het voertuig of vracht van de gebruiker of aan andere personen en eigendommen, ongeacht of deze direct, indirect of incidenteel is. H.1.4 Er wordt geen enkele andere garantie gegeven en geen enkele Thule vertegenwoordiger is geautoriseerd om op basis van een andere garantie dan de hierin opgenomen garantie namens Thule garantie te geven of aansprakelijkheid te aanvaarden in woorden of daden. Deze garantie vervangt uitdrukkelijk elke andere expliciete of impliciete garantie van welke aard dan ook en sluit uitdrukkelijk elke andere of verdere aansprakelijkheid uit. H.2 Wat te doen in geval van een defect of garantieclaim? H.2.1 In geval van een defect of garantieclaim raadpleegt u uw dealer met de originele factuur. H.2.2 Dit Thule product heeft voor de eindconsument twee jaar garantie vanaf de factuurdatum. H.2.3 Geretourneerde goederen moeten schoon zijn en zich bij voorkeur in de originele verpakking bevinden. H.2.4 Gebruik alleen vervangende onderdelen die door Thule zijn geleverd of worden aanbevolen. U kunt vervangende onderdelen bij uw plaatselijke Thule dealer kopen. H.3 Hoe dekt Thule de garantie? H.3.1 Als het product valt onder de voorwaarden van de garantie, behoudt Thule zich het recht voor om het volgende te doen: – reserveonderdelen bieden voor reparatie – het product vervangen als de schade of het defect niet kan worden gerepareerd – een vergelijkbaar product met een vergelijkbare waarde aanbieden of de betaalde prijs terugbetalen als het product niet kan worden vervangen door hetzelfde model SAFE908-00 19H.3.2 Reparatie of omruil van het product vernieuwt of verlengt de garantietermijn niet.H.4 Uw rechten en deze beperkte garantieH.4.1 Deze beperkte garantie geeft u specifieke wettelijke rechten. U hebt mogelijk ook andere wettelijke rechten, die variëren per land of rechtsgebied. Evenzo is het mogelijk dat sommige beperkingen in deze beperkte garantie niet van toepassing zijn in bepaalde landen of rechtsgebieden. De voorwaarden van deze beperkte garantie zijn van toepassing voor zover toegestaan door het toepasselijke recht. Voor een volledige beschrijving van uw wettelijke rechten dient u zowel deze beperkte garantie te raadplegen als de wetten die van toepassing zijn in uw rechtsgebied.

I.0 PROBLEMEN OPLOSSEN

I.1 Neem in geval van problemen contact op met uw plaatselijke Thule dealer. Vermeld daarbij de gegevens die u aantreft op het label van het product. I.2 Raadpleeg onze website voor de nieuwste versie van deze handleiding en/of tekeningen van reserveonderdelen: www.thule.comI.3 U kunt rechtstreeks contact opnemen met Thule op: support.thule.com/s/contactsupport