HEIDENHAIN

ND 1200 - Industriële meetinstrumenten HEIDENHAIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ND 1200 HEIDENHAIN in PDF-formaat.

📄 63 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice HEIDENHAIN ND 1200 - page 27
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HEIDENHAIN

Model : ND 1200

Categorie : Industriële meetinstrumenten

Download de handleiding voor uw Industriële meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ND 1200 - HEIDENHAIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ND 1200 van het merk HEIDENHAIN.

GEBRUIKSAANWIJZING ND 1200 HEIDENHAIN

  • Tryck på knappen SÄND för att rapportera resultat. ND 1200 QUADRA-CHEK Instellen Nederlands Voor een uitvoerige beschrijving zie www.heidenhain.de Vóór het inschakelen Elektrische aansluiting Netspanning: Netfrequentie: Netzekering: 100 V~ tot 240 V~ (–15 % tot +10 %) 43 Hz tot 63 Hz T1600 mA, 250 V 5 x 20 mm Bedrading van voedingsconnector Bedieningselementen en displays

netspanning (bruin) nulleider (blauw) Massa (geel/groen) Gevaar voor elektrische schokken!

  • Open de behuizing niet
  • Gebruik nooit 3-naar-2-draadsadapters. Onderbreek de massaaansluiting naar de ND 1200 nooit en koppel deze nooit los. Waarschuwing Wijzigingen aan de voedingskabel mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een elektromonteur.

Veiligheidsoverwegingen Bij de bediening van de ND 1200 dient u zich te houden aan algemeen erkende veiligheidsmaatregelen. Indien u zich niet daaraan houdt, kan dit schade aan de apparatuur of letsel van personeel tot gevolg hebben. Veiligheidsvoorschriften kunnen per bedrijf verschillen. In geval van tegenstrijdigheden tussen de inhoud van deze beknopte handleiding en de voorschriften van het bedrijf dat dit systeem gebruikt, dienen de strengste voorschriften voorrang te hebben.

Audio out, voor 3,5mm-stekker voor koptelefoon/luidspreker, monaural, 8 ohm USB type A interface voor printer of gegevensopslag Interface voor remote accessories RJ-45 voor optionele voetschakelaar of toetsenbordaccessoire. Met een RJ-45-splitter kunnen twee optionele remote accessoires gelijktijdig worden gebruikt. Montage De ND 1200 wordt met een borstbout kantelbaar bevestigd in de openingen van de montagearm of montagesteun. Afgebeeld is de montage met een tapbout en bijbehorende onderlegringen. Aansluitingen aan achterzijde

Waarschuwing Sluit bij ingeschakelde stroom geen encoders of andere apparatuur op de ND 1200 aan. LCD-scherm Softkeys: naar ondersteuningsfuncties Meettoetsen: metingen uitvoeren Astoetsen: nulstellen of nulpunten instellen Modustoetsen: maateenheid, nulpunt, coördinatensysteem of helpfunctie selecteren Commandotoetsen: meting controleren Menutoets: gebruikersmenu's weergeven Pijltoetsen: door het menu navigeren Sneltoetsen: programmeerbaar voor vaak gebruikte functies Numeriek toetsenbord: numerieke gegevens invoeren Verzendtoets: meetgegevens naar pc, USB-printer of USB-drive verzenden Aan/uit-toets van LCD: LCD in- of uitschakelen; gegevens, nulpunten en scheve uitlijning wissen Aansluitingen zijaanzicht

Aan/uit-knop Gezekerde voeding Massa (veiligheidsaarding) Meetsysteemingangen, X-, Y-, Z, Q-as voor lengtemeetsystemen en impulsgevers. Interface wordt bij de aanschaf gespecificeerd. RS-232-C-interface voor pcaansluiting. RS-232-kabel mag niet gekruist zijn. Optische kabelconnector voor sensor van comparator-scherm Optische kabelconnector voor referentielichtbron van comparator Niet gebruikt Uiterst belangrijk Let hierop Ter informatie DR. JOHANNES HEIDENHAIN GmbH Dr.-Johannes-Heidenhain-Straße 5 83301 Traunreut, Germany { +49 8669 31-0 | +49 8669 5061 E-mail: info@heidenhain.de www.heidenhain.de

  • Druk op de AAN/UIT-KNOP om de ND 1200 in te schakelen. Het beginscherm verschijnt (bijv. versie ND 1204).

Markeer het veld TAAL en druk op de softkey LIJST. Er verschijnt een lijst met talen. Markeer de gewenste taal en druk op de ENTER-toets.

3. Wachtwoord invoeren

  • Navigeer met de PIJLtoetsen naar het instelscherm SYSTEEMBEHEERDER.
  • Markeer het veld WACHTWOORD en voer het wachtwoord in.
  • Druk op de toets VOLTOOIEN om de huidige asposities op het scherm weer te geven. Software instellen De bedrijfsparameters van de ND 1200 moeten worden geconfigureerd voordat deze de eerste keer wordt gebruikt, en telkens wanneer een onderdeelmeting, of de rapportage- of communicatievereisten wijzigen. De instellingen blijven behouden tot:
  • de gegevensbackup-batterij wordt vervangen
  • de gegevens en instellingen worden gewist
  • software-upgrades worden uitgevoerd Waarschuwing Met instellingsparameters wordt de werking van de ND 1200 geregeld en ze zijn met een wachtwoord beveiligd. Het wachtwoord voor toegang tot de instelschermen mag alleen aan gekwalificeerd personeel worden bekendgemaakt.

1. Instelmenu openen

Druk op de toets MENU en vervolgens op de softkey INSTELLEN. Het instelmenu wordt getoond.

4. Encoder instellen

  • Navigeer met de PIJLtoetsen naar het instelscherm ENCODERS.
  • Selecteer een as en voer de vereiste encoderparameters in.
  • Schakel START. NUL als een machinenulpunt wordt gebruikt voor foutdetectie.
  • Herhaal de instelling voor alle assen.

5. Kantentaster kalibreren (optioneel)

  • Druk op de toets MENU, druk op de softkey KANT en vervolgens op de softkey INSTALLEREN. Het scherm LICHTNIVEAUS verschijnt.
  • Stel de positie van de sensor en de referentiekabeluiteinden in op ongeveer: REF = 255 SCR = 128

6. Haaksheid van de inrichting

  • Lijn de haaksheid van het kalibratieelement uit ten opzichte van de referentieas.
  • Druk op de toets MENU, druk op de softkey INSTELLEN en navigeer dan naar het scherm Haaksheid.
  • Voer het kalibratie-element HOEK in, kies een HOOFDAS en druk op de softkey LEREN.
  • Volg de instructies op het scherm.

Er kunnen lineaire, gesegmenteerde lineaire en niet-lineaire foutcorrectiemethoden worden toegepast om meetfouten van de encoder en machine te compenseren. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1200 voor instructies.

Scaleren van lineaire metingen kan worden toegepast bij het meten van delen die worden vergroot of verkleind.

  • Druk op de toets MENU, druk op de softkey Instellen en navigeer dan naar het scherm SCHAALFACTOR.
  • Voer de gewenste VERMENIGVULDIGINGSFACTOR in, markeer het veld ACTIEF en druk op de softkey JA om de scalering in te schakelen.

9. Annotatie voor de meting instellen

  • Druk op de toets MENU, druk op de softkey INSTELLEN en navigeer dan naar het scherm METEN.
  • Markeer het veld ANNOTATIE en druk op de softkey TERUG of VOORUIT om te bepalen hoeveel punten tijdens een meting moeten worden getast. TERUG: gewenste punten tasten VOORUIT: vooraf bepaalde punten tasten Het vooraf bepaalde aantal kan worden ingevoerd voor punt-, lijn- en cirkelmetingen.

10. Display formatteren

  • Druk op de toets MENU, druk op de softkey INSTELLEN en navigeer dan naar het SCHERM.
  • Voer de gewenste schermresoluties en andere parameters in. Opmerking: Naast de hier behandelde minimale parameters zijn er nog veel meer instelfuncties beschikbaar. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1200 voor uitgebreide instructies. Bediening Voorbereiden voor de meting

1. ND 1200 inschakelen

  • Controleer de aansluitingen op de ND 1200.
  • Druk op de AAN/UIT-KNOP om de ND 1200 in te schakelen. Druk dan op de toets VOLTOOIEN om het scherm van de digitale uitlezing te tonen.

2. Machinenulpunt bepalen

(optioneel) Verplaats de inrichting om referentiemerken te passeren of mechanische aanslagen te zoeken als uw systeem is ingesteld om bij het opstarten het machinenulpunt te bepalen. Opmerking: Bij gebruik van SLEC- of NLECfoutcorrectie is een herhaalbaar machinenulpunt vereist. Zie het Gebruikershandboek voor meer informatie. Punten tasten Elementen meten Punten worden getast met positiekruisen of (optioneel) met een optische kantentaster. Het aantal getaste punten wordt in de linkerbovenhoek van het LCD getoond. U kunt elementen meten door het elementtype te selecteren (of Magic te gebruiken), punten te tasten en daarna op de toets VOLTOOIEN te drukken.

1. Met positiekruisen tasten

  • Verplaats de inrichting om de positiekruisen boven het gewenste punt van het element te plaatsen.
  • Druk op de ENTER-toets.

2. Met een kantentaster tasten

  • Verplaats de inrichting om met de optische sensor een kant te passeren. De ND 1200 geeft een pieptoon wanneer de kant is getast. Opmerking: Probeer de kant in een haakse baan te passeren.
  • Druk op de ENTER-toets wanneer geen gebruik wordt gemaakt van Auto E (automatische invoer van punten).

3. Maateenheid selecteren

Druk op de modusknop MAATEENHEID om te schakelen tussen inches en mm. Onderdeel uitlijnen

4. Nulpunt selecteren

Druk op de toets NULPUNT om tussen nulpunt 1 en nulpunt 2 te schakelen.

1. Onderdeel op de inrichting uitlijnen

Lijn de referentiekant van het onderdeel uit ten opzichte van een meetas.

5. Coördinaten selecteren

Druk op de toets COÖRDINATEN om tussen rechthoekige en poolcoördinaten te schakelen.

6. Taster selecteren (optioneel)

Druk op de softkey TASTER om door de tastertypes te navigeren die in de rechterbovenhoek van het scherm van de digitale uitlezing worden getoond.

7. Optische kanten leren (optioneel)

Druk op de softkey LEREN om de optische kantentaster te kalibreren. Lijn out om cosinusfouten door verkeerd uitgelijnde onderdelen te voorkomen.

2. Uitlijning uitvoeren

  • Druk op de toets SCHEVE LIGGING METEN om met de uitlijning te beginnen.
  • Tast punten langs de kant van het onderdeel die is uitgelijnd ten opzichte van de referentieas.
  • Druk op de toets VOLTOOIEN om de uitlijning te voltooien. Een nulpunt creëren Tast, construeer of creëer een referentiepunt en druk op de toetsen van de X- en Y-as om te nullen of om een nulpunt voor metingen in te stellen.

Druk op de toets PUNT METEN, tast een punt en druk op de toets VOLTOOIEN.

Druk op de toets LIJN METEN, tast punten op de lijn en druk op de toets VOLTOOIEN.

Druk op de toets CIRKEL METEN, tast punten langs de omtrek van de cirkel en druk op de toets VOLTOOIEN.

4. Een afstand meten

Druk op de toets AFSTAND METEN, tast een punt aan elk uiteinde van de afstand en druk op de toets VOLTOOIEN.

Druk op de toets HOEK METEN, tast twee punten aan elk been van de hoek en druk op de toets VOLTOOIEN.

6. Functie Magic meten

gebruiken Druk op de toets MAGIC METEN, tast punten van een element en druk op de toets VOLTOOIEN. Het elementtype wordt bepaald aan de hand van getaste punten. Elementen creëren U kunt elementen creëren door het te creëren elementtype te selecteren, de vereiste gegevens van het element in te voeren en daarna op de toets VOLTOOIEN te drukken.

1. Elementtype specificeren

Druk op een toets METEN om het te creëren elementtype te specificeren en druk daarna op de softkey CREËREN.

2. Gegevens van het element

invoeren Voer gegevens in de velden op het scherm in.

3. Creëren voltooien

Druk op de toets VOLTOOIEN om het creëren van het element te voltooien. Het gecreëerde nieuwe element wordt in de lijst met elementen getoond.

Bediening Elementen construeren U kunt elementen construeren door het te construeren elementtype te selecteren, de hoofdelementen te selecteren en daarna op de toets VOLTOOIEN te drukken.

1. Elementtype specificeren

Druk op een toets METEN om het te construeren elementtype te specificeren.

2. Voer een hoofdelement in

Markeer een hoofdelement in de lijst met elementen en druk op de ENTER-toets. Naast het hoofdelement verschijnt een vinkje.

3. Alle andere hoofdelementen

invoeren Ga verder met het markeren en invoeren van hoofdelementen totdat alle gewenste hoofdelementen zijn aangevinkt.

4. Construeren voltooien

Druk op de toets VOLTOOIEN om het construeren te voltooien. Het geconstrueerde nieuwe element wordt in de lijst met elementen getoond. Toleranties toepassen U kunt toleranties toepassen wanneer u een element selecteert, op de softkey TOL drukt, tolerantiegegevens invoert en op de toets VOLTOOIEN drukt.

1. Element selecteren

Gebruik de PIJLtoetsen om een element in de lijst met elementen te markeren.

2. Softkey TOL indrukken

De tolerantietypes worden onderaan het scherm getoond.

3. Tolerantietype selecteren

Druk op een softkey om het gewenste tolerantietype te selecteren.

4. Gegevens invoeren

Voer nominale en tolerantiegegevens in gegevensvelden op het tolerantiescherm in.

5. Tolerantiegegevens toepassen

Druk op de toets VOLTOOIEN om de tolerantiegegevens toe te passen. Toegepaste toleranties worden aangevinkt. Mislukte toleranties worden met een kruis aangeduid. U kunt de tolerantiegegevens eventueel bewerken door op de softkey BEWERKEN te drukken.

Druk op de toets VOLTOOIEN om de tolerantie te voltooien. Bij de softkey TOL wordt aangegeven of de tolerantie is uitgevoerd of mislukt.

3. Een programma wissen

  • Druk op de toets MENU.
  • Druk op de softkey PROG.
  • Markeer een programmanummer.
  • Druk op de softkey WISSEN. Het programma wordt gewist. Programmeren Opmerking: Ga voorzichtig te werk bij het wissen van programma's en maak eerst een backup van het programma. Gewiste programma's kunnen niet worden teruggezet. Programma's bestaan uit opgenomen meetreeksen en andere toetshandelingen van de operator die door de ND 1200 zijn opgeslagen om later te kunnen worden afgespeeld bij de controle van identieke onderdelen. In deze beknopte handleiding wordt het opnemen en uitvoeren van programma's behandeld. Opmerking: Programma's kunnen ook worden bewerkt, gekopieerd, gebackupt en gewist. Zie het Gebruikershandboek voor meer informatie.

1. Programma opnemen

  • Druk op de toets MENU.
  • Druk op de softkey PROG.
  • Druk op de softkey OPNEMEN.
  • Voer een programmanummer in.
  • Voer de meting of andere stappen op de gebruikelijke manier uit. Het opnemen van een programma wordt in de rechterbovenhoek van het scherm aangegeven.
  • Als u het opnemen wilt beëindigen, drukt u op de toets MENU, drukt u nogmaals op de softkey PROG en vervolgens op de softkey OPN. BEËINDIGEN. Het nieuwe programma wordt opgeslagen.
  • Druk op de toets VOLTOOIEN om de programmeersessie te beëindigen.

2. Programma uitvoeren

  • Druk op de toets MENU.
  • Druk op de softkey PROG.
  • Markeer een programmanummer.
  • Druk op de softkey UITVOEREN. Het scherm Huidige Positie wordt getoond.
  • Druk op de softkey WEERGAVE om tijdens het tasten het benaderen van de tastposities te bekijken.
  • Het programma stopt automatisch wanneer alle programmastappen zijn afgespeeld.
  • Druk op de toets VOLTOOIEN om de programmeersessie te beëindigen.
  • Druk op de toets VOLTOOIEN om de programmeersessie te beëindigen.

4. Programma's backuppen

Een programma worden gebackupt door het op te slaan in een instellingenbestand van de ND 1200 op een USB-drive.

  • Steek een lege USB-drive in de USBpoort aan de zijkant van de ND 1200.
  • Druk op de toets MENU.
  • Druk op de softkey INSTELLEN.
  • Markeer de menuoptie SYSTEEMBEHEERDER.
  • Markeer het gegevensveld WACHTWOORD.
  • Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in.
  • Druk op de softkey OPSLAAN... om de programma's met het instellingenbestand van de ND 1200 op te slaan.
  • Druk op de toets VOLTOOIEN om de programmeersessie te beëindigen. Resultaten rapporteren Resultatenrapporten kunnen naar een USB-printer, USB-flashdrive of pc worden verzonden. De bestemming van het rapport wordt opgegeven in de schermen AFDRUKKEN, RS-232 en USB INSTELLEN. Opmerking: Zie voor meer gegevens het gebruikershandboek van de ND 1200 op onze website: www.heidenhain.de.
  • Druk op de toets VERZENDEN om resultaten te rapporteren. ND 1200 QUADRA-CHEK Nastavení Česky Podrobný popis najdete na www.heidenhain.de Před zapnutím Elektrické zapojení 100 V~ až 240 V~ (–15 % až +10 %) Síťová frekvence: 43 Hz až 63 Hz Síťová pojistka: T1600 mA, 250 V 5 x 20 mm Ovládání a zobrazování