ND 1400 QUADRA-CHEK - Precisie meten en regelen HEIDENHAIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ND 1400 QUADRA-CHEK HEIDENHAIN in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Precisie meten en regelen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ND 1400 QUADRA-CHEK - HEIDENHAIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ND 1400 QUADRA-CHEK van het merk HEIDENHAIN.
GEBRUIKSAANWIJZING ND 1400 QUADRA-CHEK HEIDENHAIN
- Tryck på knappen SÄND för att rapportera resultat. ND 1400 QUADRA-CHEK Instellen Nederlands Voor een uitvoerige beschrijving zie www.heidenhain.de Vóór het inschakelen Elektrische aansluiting Netspanning: 100 V~ tot 240 V~ (–15 % tot +10 %) Netfrequentie: 43 Hz tot 63 Hz Netzekering: T1600 mA, 250 V 5 x 20 mm Bedrading van voedingsconnector Bedieningselementen en displays
LCD-scherm Commandotoetsen: te gebruiken bij de meting Numeriek toetsenbord: numerieke gegevens invoeren Sneltoetsen: programmeerbaar voor vaak gebruikte functies Verzendtoets: meetgegevens naar pc, USB-printer of USB-drive verzenden Aan/uit-toets van LCD: LCD inof uitschakelen, of elementen uit de lijst met elementen wissen. Montage De ND 1400 wordt met een borstbout kantelbaar bevestigd in de openingen van de montagearm of montagesteun. Afgebeeld is de montage met een tapbout en bijbehorende onderlegringen. Aansluitingen aan achterzijde
netspanning (bruin) nulleider (blauw) Massa (geel/groen)
Gevaar voor elektrische schokken!
- Open de behuizing niet.
- Gebruik nooit 3-naar-2-draads adapters. Onderbreek de massaaansluiting naar de ND 1400 nooit en koppel deze nooit los.
Waarschuwing Wijzigingen aan de voedingskabel mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een elektromonteur.
Aan/uit-knop Gezekerde voeding Massa (veiligheidsaarding) Encoderingangen, X-, Y-, Z-as voor lineaire encoders, Q-as voor roterende encoder. Interface gespecificeerd bij de aankoop. RS-232-C-interface voor pcaansluiting. RS-232-kabel mag niet gekruist zijn. Tasterconnector voor HEIDENHAIN 15-polige, universele tastersensor. Tasterconnector voor HEIDENHAIN 5-polige, universele tastersensor. Interface voor remote accessories RJ-45 voor optionele voetschakelaar. Niet gebruikt Aansluitingen zijaanzicht Waarschuwing Sluit bij ingeschakelde stroom geen encoders of andere apparatuur op de ND 1400 aan. Veiligheidsoverwegingen Bij de bediening van de ND 1400 dient u zich te houden aan algemeen erkende veiligheidsmaatregelen. Indien u zich niet daaraan houdt, kan dit schade aan de apparatuur of letsel van personeel tot gevolg hebben. Veiligheidsvoorschriften kunnen per bedrijf verschillen. In geval van tegenstrijdigheden tussen de inhoud van deze beknopte handleiding en de voorschriften van het bedrijf dat dit systeem gebruikt, dienen de strengste voorschriften voorrang te hebben.
Audio out, voor 3,5 mm-stekker voor hoofdtelefoon/luidspreker, monauraal, 8 ohm 11 USB type A interface voor printer of gegevensopslag 12 Niet gebruikt Uiterst belangrijk Let hierop Ter informatie DR. JOHANNES HEIDENHAIN GmbH Dr.-Johannes-Heidenhain-Straße 5 83301 Traunreut, Germany { +49 8669 31-0 | +49 8669 5061 E-mail: info@heidenhain.de www.heidenhain.de
- Druk op de AAN/UIT-KNOP om de ND 1400 in te schakelen. Het beginscherm verschijnt. De bedrijfsparameters van de ND 1400 moeten worden geconfigureerd voordat deze de eerste keer wordt gebruikt, en telkens wanneer een onderdeelmeting, of de rapportage- of communicatievereisten wijzigen.
3. Wachtwoord van de
systeembeheerder invoeren
- Raak de optie WACHTW. in het instelmenu aan en daarna de knop WACHTW.
- Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in. De instellingen blijven behouden tot:
- de batterij voor reservekopieën van gegevens wordt vervangen
- de gegevens en instellingen worden gewist
- software-upgrades worden uitgevoerd
- Druk op de toets FINISH om de huidige asposities op het scherm van de digitale uitlezing weer te geven. Waarschuwing Met instellingsparameters wordt de werking van de ND 1400 geregeld en ze zijn met een wachtwoord beveiligd. Het wachtwoord voor toegang tot de instelschermen mag alleen worden verstrekt aan gekwalificeerde medewerkers.
1. Instelmenu weergeven
- Raak het pictogram VRAAG één keer aan en raak daarna de knop INSTELLEN twee keer aan om het INSTELMENU weer te geven.
- Raak de menuopties aan om ze te selecteren. Blader met de PIJLknoppen door het instelmenu.
Raak de optie TALEN in het instelmenu aan en daarna de gewenste taal. Opmerking: Wanneer de taal is gewijzigd, moet de ND 1400 worden uit- en ingeschakeld.
4. Aanraakscherm kalibreren
Het aanraakscherm moet wordt gekalibreerd, zodat het goed reageert op de grootte en drukkracht van de vingertop van iedere operator.
- Raak de optie DIVERSEN in het instelmenu aan en daarna de knop KAL.
- Volg de instructies op het LCDscherm.
5. Taster selecteren
- Raak de optie TASTER in het instelmenu aan en daarna het veld TASTERHOUDER om het gewenste type encoder te selecteren.
- Bereid de kalibratie van de taster voor door het veld DIAM. KALIBRATIEKOGEL aan te raken en de diameter van de kalibratiekogel met de juiste maateenheid in te voeren.
6. Type puntinvoer selecteren
Voor het verzamelen van gegevenspunten kan Aantal pt. vrij of def worden gebruikt. Met Aantal pt. vrij kan de gebruiker voor het opmeten van een element een willekeurig aantal gegevenspunten tasten. Met Aantal pt. def wordt het aantal punten tot een vereist minimum beperkt.
- Raak de optie METEN in het instelmenu aan en daarna het veld AANTAL PT. om de annotatie VRIJ of DEF te selecteren. Bediening
7. Encoder instellen
- Raak de optie ENCODERS in het instelmenu aan en daarna het veld AS om de gewenste encoderas te selecteren.
- Voer alle vereiste encoderparameters in.
- Kalibreer analoge encoders door de knop KAL aan te raken. TTL-encoders hoeven niet te worden gekalibreerd.
- Herhaal de instelling voor alle assen.
8. Weergaveparameters instellen
- Raak de optie WEERGAVE in het instelmenu aan.
- Voer de gewenste schermresoluties en andere parameters in.
9. Taster kalibreren
- Raak het pictogram TASTERHOUDER aan om het scherm met de tasteropties voor de geselecteerde taster weer te geven.
- Raak de knop LEREN aan om kalibratie van de taster te starten.
- Tast 4 punten langs de omtrek van de kogel en daarna 1 aan de bovenzijde.
11. Hoekcorrectie van de tafel
kalibreren Deze kalibratie is niet nodig bij toepassing van NLFC-foutcorrectie.
- Lijn het kalibratie-element voor hoekcorrectie uit ten opzichte van de referentieas.
- Meet de hoek van het element. Raadpleeg, indien nodig, de hoekmeetinstructies verderop in dit document.
- Open het INSTELMENU en raak daarna de menuoptie HOEKCORR. aan.
- Voer de gemeten hoek in het veld GEMETEN HOEK in en daarna in het veld STANDAARDHOEK de goedgekeurde elementhoek in.
- Druk op de toets FINISH om de kalibratie te voltooien. Opmerking: Naast de hier behandelde minimale parameters zijn er nog vele andere instelfuncties beschikbaar. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1400 voor uitgebreide instructies. Voorbereiden voor de meting
- Druk op de knop FINISH om kalibratie van de taster te beëindigen.
Er kunnen lineaire (LFC), gesegmenteerde lineaire (GLFC) en niet-lineaire foutcorrectiemethoden (NLFC) worden toegepast om meetfouten van de encoder en machine te compenseren. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1400 voor instructies. Punten tasten Om elementen te tasten met een taster:
- Benader het oppervlak onder een hoek van 90 graden.
- Benader het oppervlak zonder in de laatste 5 mm van richting te veranderen.
- Sleep de taster niet over het oppervlak.
- Tast geen scherpe hoekovergangen. Onderdeel waterpassen en uitlijnen Lijn uit om meetfouten door verkeerd uitgelijnde onderdelen te voorkomen.
1. Onderdeel op de tafel uitlijnen
Lijn de referentiekant van het onderdeel uit ten opzichte van een meetas.
1. ND 1400 inschakelen
- Controleer de aansluitingen op de ND 1400.
- Druk op de AAN/UIT-KNOP om de ND 1400 in te schakelen. Het scherm van de DIGITALE UITLEZING verschijnt nadat het systeem is geïnitialiseerd.
2. Onderdeel uitlijnen
- Raak het tabblad METEN aan om de pictogrammen voor 3D-metingen weer te geven en raak daarna het pictogram VLAK aan.
2. Machinenulpunt bepalen
(optioneel) Verplaats de tafel om referentiemerken te passeren of mechanische aanslagen te zoeken als uw systeem is ingesteld om bij het opstarten het machinenulpunt te bepalen.
- Tast minimaal 3 punten op het gewenste referentievlak van het onderdeel en druk daarna op de toets FINISH. Opmerking: Bij gebruik van GLFC- of NLFCfoutcorrectie is een herhaalbaar machinenulpunt vereist. Zie het Gebruikershandboek voor meer informatie.
3. Maateenheid selecteren
Raak het pictogram MAATEENHEID aan om te schakelen tussen inches en mm.
- Raak de knoppen UITLIJNEN en NUL aan op het scherm van de digitale uitlezing om het vlak op Z = 0 te waterpassen.
3. Uitlijning uitvoeren
- Raak het tabblad METEN aan om de pictogrammen voor 2D-metingen weer te geven en raak daarna het pictogram LIJN aan.
- Tast minimaal 2 punten op het vlak van de referentiehoek van het onderdeel en druk daarna op de toets FINISH. Een projetcievlak selecteren Projectievlakken worden door de gebruiker of automatisch door de ND 1400 geselecteerd. Raak de knop PROJECTIE aan en daarna een projectievlakpictogram:
- 3D: er wordt geen projectievlak geselecteerd.
- XY-, YZ- of ZX-vlakken
- Auto; ND 1400 selecteert een projectievlak op basis van getaste punten. Elementen meten Elementen worden gemeten door een elementpictogram of het pictogram MEASURE MAGIC op het tabblad 2Dof 3D-METEN aan te raken, punten te tasten en daarna de toets ENTER en FINISH in te drukken.
- Raak de knop UITLIJNEN op het scherm van de DIGITALE UITLEZING aan om de referentiehoek uit te lijnen.
Raak het pictogram PUNT aan en tast een punt. Een nulpunt creëren Tast, construeer of creëer een referentiepunt en druk op de knoppen NUL voor elke as op het scherm van de DIGITALE UITLEZING.
Raak het pictogram LIJN aan en tast minimaal 2 punten. Nulpunt voorinstellen Tast, construeer of creëer een referentiepunt, raak de aswaarden op het scherm van de DIGITALE UITLEZING aan en voer de voorinstelwaarden in met het numerieke toetsenbord.
Raak het pictogram CIRKEL aan en tast minimaal 3 punten in een willekeurige volgorde langs de omtrek.
Raak het pictogram SLEUF aan en tast 5 punten in de onderstaande volgorde:
- Twee punten aan een lange zijde
- Eén punt aan het dichtst bijzijnde einde
- Eén punt in het midden van de tweede lange zijde
- Laatste punt aan het andere einde Punten kunnen achtereenvolgens in iedere richting worden getast.
Raak het pictogram HOEK aan en tast minimaal 2 punten aan ieder been van de hoek. Druk na ieder been op de toets FINISH.
7. Een afstand meten
Raak het pictogram AFSTAND aan en tast 1 punt aan de beide uiteinden van de afstand.
Raak het pictogram KOGEL aan en tast minimaal 4 punten in een willekeurige volgorde langs het oppervlak. Het referentieframe opslaan Het referentieframe voor metingen moet worden opgeslagen wanneer het onderdeel is gewaterpast en uitgelijnd en er een nulpunt is vastgelegd.
- Raak het pictogram REFERENTIEFRAME aan en daarna het pijlpictogram OPSLAAN. Het referentieframe wordt opgeslagen en er wordt een nummer aan toegekend.
Raak het pictogram CIRKEL één keer aan om het pictogram BOOG weer te geven, raak daarna het pictogram BOOG aan en tast achtereenvolgens minimaal 3 punten van het begin naar het einde van de boog.
Raak het pictogram VLAK aan en tast minimaal 3 punten op het vlak. Bediening
10. Een cilinder meten
Raak het pictogram CILINDER aan en tast 3 punten langs de omtrek van het ene uiteinde, 3 punten langs de omtrek van het andere uiteinde en daarna eventueel extra punten, indien gewenst.
Raak het pictogram CONUS aan en tast 3 punten langs de omtrek van het ene uiteinde, 3 punten langs de omtrek van het andere uiteinde en daarna eventueel extra punten, indien gewenst.
12. Functie Measure Magic
gebruiken Raak het pictogram MEASURE MAGIC aan en tast punten van een element. Het elementtype wordt bepaald aan de hand van het patroon en de volgorde waarin punten worden getast. Elementen creëren Meetgegevens bekijken U kunt elementen creëren door het te creëren elementtype te selecteren, de vereiste gegevens van het element in te voeren en daarna op de toets FINISH te drukken. Getaste gegevenspunten met vormfouten kunt u bekijken door een element in de lijst met elementen te selecteren en de knop VIEW aan te raken.
1. Elementtype specificeren
Raak het tabblad METEN aan en daarna een meetpictogram om het elementtype op te geven dat u wilt creëren.
1. Element selecteren
Raak het gewenste element aan in de lijst met elementen.
2. Gegevens van het element
invoeren Raak het pictogram GEGEVENS INVOEREN aan en voer daarna gegevens in de velden op het scherm in.
3. Creëren voltooien
Druk op de toets FINISH om het creëren van het element te voltooien. Het gecreëerde nieuwe element wordt in de lijst met elementen getoond. Elementen construeren U kunt elementen construeren door het te construeren elementtype te selecteren, de hoofdelementen te selecteren en daarna op de toets FINISH te drukken.
1. Elementtype specificeren
Raak het tabblad METEN aan en daarna een meetpictogram om het elementtype op te geven dat u wilt construeren.
2. Hoofdelementen selecteren
Raak de gewenste contourelementen aan in de lijst met elementen. Naast de hoofdelementen verschijnt een vinkje.
3. Construeren voltooien
Druk op de toets FINISH om het construeren te voltooien. Het geconstrueerde nieuwe element wordt in de lijst met elementen getoond.
2. Druk op de knop VIEW
Vormfouten worden weergegeven als lijnen die van de gegevenspunten naar het element lopen. De twee grootste vormfouten worden rood aangegeven. Toleranties toepassen U kunt toleranties toepassen wanneer u een element selecteert, de knop TOL aanraakt, een tolerantietype selecteert en tolerantiegegevens invoert.
1. Element selecteren
Raak het gewenste element aan in de lijst met elementen.
2. Druk op de knop TOL
De tolerantietypes worden onderaan het scherm getoond als tolerantiepictogrammen.
3. Tolerantie selecteren
Raak een tolerantiepictogram aan om het gewenste tolerantietype te selecteren en raak daarna het woord TOLERANTIE aan in de linkerbovenhoek van het scherm om een specifieke tolerantie te selecteren.
4. Tolerantiegegevens invoeren
Voer NOMINALE en TOLERANTIEgegevens in de velden op het tolerantiescherm in.
5. Resultaat bekijken
Groene vierkantjes naast de elementen in de lijst duiden op goede toleranties. Rode vierkantjes en omkaderde tekens op het scherm van de digitale uitlezing duiden op foute toleranties.
Bediening Programmeren Programma's bestaan uit opgenomen meetreeksen en andere handelingen van de operator die door de ND 1400 zijn opgeslagen om later te kunnen worden afgespeeld bij de controle van identieke onderdelen. In deze beknopte handleiding wordt het opnemen, uitvoeren, opslaan, laden en wissen van programma's behandeld. Opmerking: Programma's kunnen ook worden gekopieerd en bewerkt. Zie het Gebruikershandboek voor meer informatie.
1. Een programma opnemen
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.
- Raak het ronde rode pictogram OPNEMEN aan.
- Voer een programmanaam in en druk op de toets FINISH om te beginnen met opnemen.
- Voer de meting en andere stappen op de gebruikelijke manier uit. Het opnemen van een programma wordt met een rode programmatab aangegeven.
- Om het opnemen te beëindigen, drukt u op het tabblad PROGRAMMA en drukt u daarna op het vierkante zwarte pictogram STOP. Het nieuwe programma wordt opgeslagen.
- Druk op de toets FINISH om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren naar de DIGITALE UITLEZING.
2. Programma uitvoeren
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.
- Raak een programmanaam aan.
- Druk op het zwarte driehoekige pictogram UITVOEREN. Het elementtype en getaste punten worden weergegeven zodra er punten worden getast.
- Nadat er een referentieframe is vastgesteld, drukt u op de softkey VIEW om tijdens het tasten het benaderen van de tastposities te bekijken.
- Het programma stopt automatisch wanneer alle programmastappen zijn afgespeeld. Er verschijnt een berichtenvakje.
- Raak het berichtenvakje aan om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren naar de DIGITALE UITLEZING.
Programma's opslaan Programma's kunnen op een USB-drive worden opgeslagen.
- Steek een lege USB-drive in de USBpoort aan de zijkant van de ND 1400.
- Raak het tabblad PROGRAMMA en de programmanaam aan.
- Druk op de toets FINISH om terug te keren naar de DIGITALE UITLEZING. Programma's laden Programma's kunnen vanaf een USBdrive worden geladen.
- Steek de USB-drive in de USB-poort aan de zijkant van de ND 1400.
- Raak het pictogram C: DRIVE aan om een andere drive te kiezen. Het pictogram A: (USB) DRIVE en een lijst met programma's die op de USBdrive zijn opgeslagen, wordt getoond.
- Raak de gewenste programmanaam in de lijst aan en raak daarna het pictogram PROGRAMMA LADEN aan. Het oplichtende programma wordt naar de lokale (C:) drive geladen.
- Raak het pictogram DRIVE aan. De C: DRIVE wordt getoond waarbij het geladen programma is opgenomen in de programmalijst van de C: DRIVE. Het geladen programma kan nu worden geselecteerd en uitgevoerd.
3. Een programma verwijderen
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.
- Raak een programmanaam aan.
- Druk op de toets ANNULEREN. Het programma wordt verwijderd. Opmerking: Ga voorzichtig te werk bij het wissen van programma's en maak eerst een backup van het programma. Verwijderde programma's kunnen niet worden teruggezet.
- Druk op de toets FINISH om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren naar de DIGITALE UITLEZING. Resultaten rapporteren Resultatenrapporten kunnen naar een USB-printer, USB-flashdrive of pc worden verzonden. Het rapporttype en de bestemming staan vermeld in het instelscherm AFDRUKKEN. Opmerking: Zie voor meer gegevens het gebruikershandboek van de ND 1400 op onze website: www.heidenhain.de.
- Druk op de toets VERZENDEN om resultaten te rapporteren. ND 1400 QUADRA-CHEK Nastavení Česky Podrobný popis najdete na www.heidenhain.de Před Zapnutím Elektrické zapojení Síťové napětí: 100 V~ až 240 V~ (–15 % až +10 %) Síťová frekvence: 43 Hz až 63 Hz Pojistky síťového napájení: T1600 mA, 250 V 5 x 20 mm Ovládání a zobrazení
Notice-Facile