ND 1300 - Digitale controller HEIDENHAIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ND 1300 HEIDENHAIN in PDF-formaat.
| Productsoort | Digitale controller |
| Merk | HEIDENHAIN |
| Model | ND 1300 |
| Voedingsspanning | 100 V~ tot 240 V~ (-15% / +10%) |
| Netfrequentie | 43 Hz tot 63 Hz |
| Zekering | T1600 mA, 250 V, 5 x 20 mm |
| Schermtype | Kleur touchscreen LCD |
| Interfaces | RS-232-C, RJ45 (voetschakelaar), USB type A, encoder-ingangen X, Y, Z, Q |
| Video-opties | Coaxiale video-ingang/uitgang NTSC/PAL, Y/C-uitgang, licht/zoom-ingang/uitgang |
| Optische randoptie | Randdetector en lichtbron |
| Audio-uitgang | 3,5 mm jack, mono, 8 Ω |
| Geheugen | Back-up via interne batterij |
| Interfacetalen | Engels, Duits, Frans, Italiaans, Tsjechisch, Spaans, Vereenvoudigd/traditioneel Chinees, Japans, Pools, Russisch |
| Meetfuncties | Punt, lijn, cirkel, boog, groef, hoek, afstand, magische meting |
| Tasten | Handmatig en automatisch, video en randdetectie |
| Tolerantie | Controle via tolerantiebereiken met visuele indicator (groen/rood vierkant) |
| Programmeren | Opnemen en uitvoeren van meetreeksen |
| Rapport | Verzenden naar USB-printer, USB-stick of pc |
| Kalibratie | Touchscreen, encoders, camera, vergrotingen, uitlijning, haaksheid |
| Veiligheid | Open de behuizing niet; haal de stekker uit het stopcontact voordat u verbindingen maakt; vervanging van de voedingskabel is voorbehouden aan een elektricien |
Veelgestelde vragen - ND 1300 HEIDENHAIN
Gebruikersvragen over ND 1300 HEIDENHAIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Digitale controller in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ND 1300 - HEIDENHAIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ND 1300 van het merk HEIDENHAIN.
GEBRUIKSAANWIJZING ND 1300 HEIDENHAIN
Beknopte handleiding
2. Kalibrera X/Y-bordets vinkelrijkigkeit
Voor gedetailleerde beschrijving en de meest recente document versie, zie www.heidenhain.de
Voor het inschaken
Elektrische aansluiting
Netspanning: 100V tot 240V
(-15% tot + 10%)
Netfrequentie: 43 Hz tot 63 Hz
Netzekering: T1600 mA, 250 V
5 × 20 ~mm
Bedrading van voedingsconnector

L: netspanning (bruin)
N: nulleider (blauw)
Massa (geel/groen)

Gevaar voor elektrische
schokken!
- Open de behuizing Niet.
- Gebruik nooit 3-naar-2-draads-adapters. Onderbreek de massa-aansluiting maar de ND 1300 nooit en koppel deze nooit los.

Waarschuwing
Wijzigingen aan de voedingskabel
mogen uitsluitend worden uitgevoerd
door een elektromonteur.

Waarschuwing
Sluit bij ingeschakelde stroom geen encoders of andere apparatuur op de ND 1300 aan.
Veiligheidsoverwegingen
Bij de bediening van de ND 1300 dient u zich te houden aan algemeen erkende veiligheidsmaatregelen. Indien u zich Niet.daaraan houdt, kan dit schade aan de apparatuur of letsel van personeel tot gevolg hebben. Veiligheidsvoorschriften konnen per bedrijf verschillen. In geval van tegenstrijdigheden tussen de inhoud van deze beknopte handleiding en de voorschriften van het bedrijf dat dit systeem gebruikt, dienen de strengste voorschriften voorrang te hebben.
Bedieningselementen en displays
| A | LCD-schem |
| B | Commandotoetsen: te gebruiken bij de meting |
| C | Numeriek toetsnbord: numerieke gegevens invoeren |
| D | Sneltoetsen: programmeerbaar voor vaak gebruikte functies |
| E | Verzendtoets: meetgegevensaar pc, USB-printer of USB-drive verzenden |
| F | Aan/uit-toets van LCD: LCD in- of uitschaken, of elementen UIT de lijst met elementen wissen. |
Aansluitingen aan dechterzijde van het apparaat
| 1 | Aan/uit-knop |
| 2 | Gezekerde voeding |
| 3 | Massa (veiligheidsaarding) |
| 4 | Encoderingangen, X-, Y-, Z-asvoor lineaire encoders, Q-as voor roterende encoder. Interface gespecificeerd bij de aankoop. |
| 5 | RS-232-C-interface voor pc-aansluiting. RS-232-kabel mag Niet gekruistঃn. |
| 6 | Interface voor remote accessories RJ-45 voor optionele voetschakelaaraccessoire. |
| 7 | CNC-regeluitgangen voor CNC-motorversterker. |
| 8 | Niet gezruikt |
Aansluitingen voor video-optie
| 9 | Coaxiale video-ingang van NTSC- of PAL-camera's. |
| 10 | Y/C-video-ingang van NTSC- of PAL-camera's. |
| 11 | Verlichting en zoom in-/uitgangsconnector. |
Aansluitingen voor optie Optisch kanten tasten
| 12 | Referentielicht-ingang vanlichtbron van comparator. |
| 13 | Sensorlichtingang vankantentaster. |
Aansluitingen aan derijkant
| 14 | Audio out, voor 3,5mm-stekker voor koptelefoon/luidspreker, mono, 8 ohm |
| 15 | USB type A interface voor printer of gevevensopslag |
| 16 | Niet gezruikt |
Montage
De ND 1300 worden met een borstbout kantelbaar bevestigd in de openingsen van de montagearm of montagesteun. Afgebeeld is de montage met een tapbout en bijbehorende onderlegringen.

Uiterst belangrijk
Let hierop
Ter informatatie
HEIDENHAIN
- Druk op de AAN/UIT-KNOP om de ND 1300 in te schakelen. Het beginschem verschijnt.
ND 1300
- Druk op de toets VOLTOOieten om de huidige asposities op het scherm van de digitale uitlezing waar te gehen.
Software instellen
De bedrijfsparameters van de ND 1300 moeten worden geconfigureerd voordat deze de eerste koer worden gebruikt, en telkens wanner een onderdeelmeting, of de rapportage- of communicatievereisten wijzigen.
Deinstallingenblijvenbehouden tot:
- de gegevensbackup-batterij worden verzangen
- de gegevens en instelleningen worden gewist
- software-updates worden UITgevoerd

Waarschuwing
Met instellingsparameters worden de werkung van de ND 1300 geregeld en ze zijn met een wachtwoord beveiligd. Het wachtwoord voor toegang tot de instelschermen mag alleen aan gekwalificeerd personeel wordenbekendgemaakt.
Video- en kantentastopties
Deinstalling is als volgt onderverdeeld:
- Eerste instelling voor video- en kantentastopties
- Installinguitsluitend voor video-optie
- Instelling uitsluitend voor kanpentastoptie
- Definitieve instelling voor video- en kantentastopties
De stappen要去en in de aangegeven volgorde worden uitgevoerd.
Eerste instelling voor videoen kanpentastopties
1.Instelmenu weergeven
- Raak het pictogram VRAAG een keer aan en raak daarna de knop INSTELLEN twee keer aan om het INSTELMENU waar te gehen.


- Raak de menuopties aan om zete selecteren. Blader met de PIJLknappen door het instelmenu.
2. Taal selecteren
Raak de optie TALEN in het instelmenu aan en daarna de gewenste taal.

Opmerking:
Wanneer de taal is gewijzigd,要去 de ND 1300 worden uit- en ingeschakeld.

Opmerking:
De ND 1300 ondersteunt de volgende talen: Engels, Duits, Frans Italiaans, Tsjechisch, Spaans, Chinees (vereenvoudigd), Chinees (traditioneel), Japans, Pools en Russisch.
3. Wachtwoord van de systeembeheerder invoeren
- Raak de optie SYSTEEMBEHERDER in het instelmenu aan en raak daarna het veld WachtwoORD aan.
- Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in.

4. Aanraakschem kalibreren
Het aanraakschem moet worden gekalibreerd, zodat het goed reageert op de groote en drukkracht van de vingertop van iedere operator.
- Raak de optie DIVERSEN in het instelmenu aan en daarna de knop KAL.
- Volg de instructies op het LCD-schem.
5. Type puntinvoor selectoren
Voor het verzamelen van gegevenspunten kan de annotatie Terug of Vooruit worden gebruikt. Met de annotatie Terug kan de gebruiker voor het opmeten van een element een willekeurig aanal gegevenspunten tasten. Met de annotatie Vooruit wordt het aanl punten tot een vereist minimum beperkt.
- Raak de optie METEN in het instelmenu aan en daarna het veld ANNOTATIE om de annotatie TERUG of VOORUIT te selecteren.
6.Encoders configureren
- Raak de optie ENCODERS in het instelmenu aan en daarna het veld AS om de gewenste encoderas te selecteren.
- Voer alle vereiste encoderparameters in.
- Kalibreer analoge encoders door de knop KAL aan te raken. TTL-encoders hoeven Niet te worden gekalibreerd.
Herhaal de instelling voor alle assen.
7. Weergaveformaten configureren
- Raak de optie WEERGAVE in het instelmenu aan.
- Voer de gewenste schermresoluties en andere parameters in.
Instelling voor de video-optie
1. Type videocamera selecteren
Raak de optie VED in het instelmenu aan en daarna het veld CAMERATYPE om het gewenste camerauitvoerformaat te selecteren.
2. Lichtniveau instellen
- Druk op de toets VOLTOOION om terug te keren maar het scherm van de digitale uitlezing.
- Raak het tabblad LICTH aan om de bedieningselementen voor hetlicht waar te gehen.

- Raak de schuifbalk voor hetlichtniveau aan of voer eenlichtniveauwaarde in om het videolichtniveau te optimaliseren.
3. Vergrotingen voor camera toevoegen
Bij videosystemen met meer dan een vergrotingsfactor moeten extra vergrotingspositions worden toegevoegd en gekalibreerd.
- Ga terug maar het instelmenu en raak de menuoptie VERGROTINGEN aan om het scherm VERGROTINGEN waar te gezven.

- Raak de knop NIEUW aan om een neuevergrotting toe te voegen. Er worden een nuw KNOPLABELnummer toegevoegd. Dit label isijdens metingen op het scherm van de digitale uitlezing beschikkaar.
- Het KNOPLABEL kan worden gewijzigd in een string met 3 tekens. Raak het veld KNOPLABEL aan en voer desgewenst een/Newel label in.
4. Vergrotingen kalibreren
Gebruik als kalibratie-element een cirkel om vergrotingen te kalibreren.
- Raak het ID-nummer in het instelschem VMERGROTINGEN aan om het KNOPLABEL voor de gewenste vergrotting weer te gehen.
- Raak het veld ELEMENTDIAMETER aan en voer de diameter van het element in.
- Raak de knop LEREN aan en volg de instructies op het scherm.
- Herhaal deze procedure voor alle vergrotingen.
5. Schuine positie van camera kalibreren
- Raak de optie VED in het instelmenu aan en daarna de knop KAL.
- Volg de instructies op het scherm.
6. Parcentrische en parfocale uitlijning kalibreren
Met deze kalibratie worden offsetfouten van de X- en Y-as gecorrigeerd die kuren optreden bij wijziging van de videovergroting. Gebruik als kalibratie-element een cirkel voor deze kalibratie.
- Raak de optie VERGROTINGEN in het instelmenu aan.
- Raak het pictogram VERGROTING aan, om de vergrotingsopties wee te Geven en selecteer de hoogste waarde.
Voer bij PARCENTRISCHE en PARFO-CALE OFFSETS nul als waarde in.
| Parcentric and Parfocal Offsets | |
| Offset X: | 0.0000 |
| Offset Y: | 0.0000 |
| Offset Z: | 0.0000 |
- Herhaal deze procedure, om de offsets van alle vergrotingen te nullen.
- Selecteer opnieuw de hoogste vergrotingswaarde.
- Meet het cirkelelement en creeer een nulpunt op het cirkelmiddelpunt. Raadpleeg, indien nodig, de beschrijvingen van de cirkelmeting en het creeren van nulpunten verderop in dit document.
- Selecteer de naasthogere vergrottingswaarde en meet hetzelfde cirkelelement. Noteer de X-, Y- en Z-posities die+zijn vermeld in de meetresultaten voor deze vergroteing.
- Voer de X-, Y- en Z-posities in de OFFSET-velden voor deze vergrotting in.
- Herhaal deze procedure voor de invoer van OFFSET-waarden voor alle vergrottingswaarden.
Instelling voor de optie Optisch kanten tasten
1. Vergrotingen voor comparator toevoegen
Bij comparatorsystemen met meer dan een vergrottingsfactor moeten extra vergrottingspositions worden toegevoegd.
- Raak de menuoptie VERGROTINGEN aan om het scherm VERGROTINGEN waar te gehen.

- Raak de knop NIEUW aan om een neuevergrotting toe te voegen. Er wordt een/New KNOPLABELnummer toegevoegd. Dit label is tijdens metingen op het scherm van de digitale uitlezing beschikbaar.
- Het KNOPLABEL kan worden gewijzigd in een string met 3 tekens. Raak het veld KNOPLABEL aan en voer desgewenst een/Newel label in.

2. Optisch kanten tasten kalibreren
Door het inleren (teachen) van de kan- tentaster worden deze goed gekalibreerd om overgangen van donkeraarlicht te herkennen. Voer een kalibratie LERENuit telkens na het opstarten, wanner de lichtomstandigheden veranderen, wanner het onderdeel worden gewisseld en wanner de vergrottingswaarde verandert.
- Raak de knop LEREN aan.
- Volg de instructies op het scherm om de kalibratie af te ronden.
3. Positiekruis-offset kalibreren
Met de kalibratie van de positiekruis-offset worden de verschillen in plaatsussen het middelpunt van de positiekruisen en de Kantentaster gecompenseerd. Kalibratie van de positiekruis-offsets is alleen nodig wanner punten op hetzelfde onderdeel met positiekruisen en Kantentasters worden getast.
- Raak de knop POS.KRUIS KAL aan.
- Volg de instructies op het scherm om de kalibratie af te ronden.
Definitieve instelling voor video- en Kantentastopties
1. Kalibratiefouten corrigeren
Er können lineaire (LEC), gesegmenteerde lineaire (SLEC) en Niet-lineaire foutrightcjemethoden (NLEC) worden toegepast ommeetfouten van de encoder en machine te compenseren. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1300 voor instructies.
2. Haaksheid van de inrichting kalibreren
Deze kalibratie is Niet nodig bij toepassing van NLEC-foutcorrectie.
- Lijn het kalibratie-element voor haaksheid uit ten opzichte van de referentieas.
- Meet de hoek van het element. Raadpleeg, indien nodig, de hoekmeetinstrumenties verderop in dit document.
- Open het INSTELMENU en raak.daarna de menuoptie HAAKSHEID aan.
- Voer de gemeten hoek in het veld GEMETEN HOEK in en daarna in het veld STANDAARDHOEK de goedgekeurde elementhoek in.
- Druk op de toets VOLTOOION om de kalibratie te voltooien.

Opmerking:
Naast de hier behandelde minimale parameters zich er nog veel meer instelfuncties beschikbaar. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1300 voor uitgebreide instructies.
Insteller
Bediening
Installing voor de CNC-optie
De parameters voor de draairichting van de motor en de PID-lus要去en worden geconfigureerd voordat de CNC-optie de eerste koer worden gezrukt en telkens wanner er wijzigingen aan de motoren of encoders worden uitgevoerd.

Waarschuwing:
CNC-parameters moeten zorgvuldig door gekwalificeerd personeel worden geconfigureerd. Motoren met een te hoog toerental als gevolg van configuratifouten+kennen ernstige schade aan materieel en ernstig letselveroorzaken.
Zie het Gebruikershandboek van de ND 1300 voor uitgebreide instructies.
Voorbereiden voor de meting
1. ND 1300 inschakelen
- Controller de aansluitingen op de ND 1300.
- Druk op de AAN/UIT-KNOP om de ND 1300 in te schakelen. Het DROSchem van de digitale uitlezing verschijnt nadat het system is geinitialiseerd.
2. Machinenulpunt bepalen (optioneel)
Verplaats de inrichting om
referentiemerken te passeren of
mechanische aanslagen te zoeken als uw
systeme is ingesteld om bij het opstarten
het machinenulpunt te bepalen.

Opmerking:
Bij gebruik van SLEC- of NLEC-foutcor rectie is een herhaalbaar machinenulpunt vereist. Zie het Gebruikershandboek vooreer informatie.
3. Maateenheid selecteren
Raak het pictogram
MAATEENHEID aan om te
schakelen:tussen inches en mm.

Videotastoptie
Elementen van onderdelen hunnen worden getast met een positiekruis, een offset-positiekruis of videotasters voor een of meer kanten. Raak de positiekruisen op het videoschem aan om een taster te selecteren.
Positiekruis:
Afzonderlijke punten\ kunnen handmatig of\ automatisch worden\ getast.

Offset-positiekruis:
Lijnen van een positiekruis hebben 3 pixel offsets, zDat bepaalde elementen van het onderdeel better zichtaar়. Afzonderlijke punten konnen handmatig of automatisch worden getast.
Eén kant:
Positiekruis met eenkleine crikel in het midden voor het tasten van kanten. Afzonderlijke punten können handmatig of automatisch worden getast.
Meerkanten:
Positiekruis met tweekleine concentrische cirkels in het midden voor het tasten van kanten. Meerdere punten+kennen automatisch worden getast.
Bij gelebruik van de taster voor meer kanten, worden een cirkel en een pij weergegeven wanner de punten die nodig zich on het elementtype te bepalen, zich getast. Verplaats de inrichting om de pij in de cirkel te positioneren en druk op de ENTER-toets om het tasten af te ronden.



Opmerking:
Wanneer de positiekruisen op het scherm worden aangeraakt, worden de configuratietools van de taster ook weergegeven. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1300 voor details.
Met video tasten
Punten van een element können handmatig of automatisch worden getast:
1. Handmatig tasten
- Positioneer punt van het element onder de taster en druk op de ENTER-toets.
- Wonneer alle punten zich getast, drukt u op de toets VOLTOOION.
- Raak de functie AUTO-ENTER op het videoschem aan om het automatisch tasten in te schaken.


Uit
Aan



- Positioneer het elementpunt onder de taster. Na korteijd worden het punt automatisch ingevoerd.
- Positiekruis en taster voor een kant: Wanner alle punten zijn getast, drukt u op de toets VOLTOOION.
- Taster voor meer kanten: Tast totdat een groene pijl en cirkel verschijnen. Verplaats de groene pijl in de cirkel en druk op de ENTER-toets.
Optie Kantentaster
Elementen van een onderdeel,. tunnen worden getast met. handmatige of automatische positiekruisen, en door het handmatig of automatisch tasten van kanten. Raak het TASTERPICTOGRAM aan om hieronder getoonde tasteroptie. weer te gehen.

Met een kanentaster tasten
Punten van een element{kennen handmatig of automatisch worden getast:
Positiekruis:
Positioneer de positiekruisen boven de gewenste plaats en druk op de ENTER-toets.
Automatisch positiekruis:
Verplaats de inrichting zodanig dat de positiekruisen zich boven de gewenste plaats bevinden. Na korteijd worden het punt ingevoerd.
Verplaats de inrichting zodenig dat de kantentaster zich over de gewenste donker-naar-licht-overgang beweegt en druk dan op de ENTER-toets.
Verplaats de inrichting zodenig dat de kantentaster zich over de gewenste donker-naar-lichtovergang beweegt. Punt worden ingevoerd.




Onderdeel waterpassen en uitlijnen
Lijnuit ommeetfoutendoorkeerduitgelijnde onderdelen tevoorkomen.
1. Onderdeel op de inrichting uitlijnen
Lijn de referentiekant van het onderdeeluit ten opzichte van een meetas.
2. Onderdeel uitlijnen
- Raak het tabblad METEN aan om de meetpictogrammen wee ter te geven, en raak daarna het blauwe pictogram SCHEVE LIGGING/WATERPAS aan om de pictogrammen SCHEVE LIGGING en WATERPAS wee ter te geven.

- Raak het pictogram WATERPAS aan, tast minimaal 3 punten op het referentievlak van het gewenste onderdeel en druk daarna op de toets VOLTOOieten.


3. Uitlijning uitvoeren
- Raak het tabblad METEN aan om de meetpictogrammen wee ter te geen en raak daarna het pictogram SCHEVE LIGGING/WATERPAS aan
- Raak het pictogram SCHEVE LIGGING aan, tast minimaal 2 punten op het referentievlak en druk daarna op de toets VOLTOOieten.

Een nulpunt creeren
- Tast, construuer of creeer een referentiepunt.
- Druk op de knop DRO om het DRO-schem wellbeing te Geven.
- Druk op de knop NUL voor elke as op het DRO-schem.
Nulpunt voorinstellen
- Tast, construuer of creeer een referentiepunt.
- Open het DRO-schem, raak de getoonde aswaarden aan en voer de voorinstelwaarden in met het numerieke toetsenbord.
Elementen meten
Elementen worden gemeten door een elementpictogram of het pictogram MAGIC METEN op het tabblad METEN aan te raken, punten te tasten en daarna de ENTER-toets en de toets VOLTOOieten in te drukken.
1. Een punt meten
Raak het pictogram PUNT aan en tast een punt.
2. Een lijn meten
Raak het pictogram LIJN aan en tast minimaal 2 punten.

3. Een cirkel meten
Raak het pictogram CIRKEL aan en tast minimaal 3 punten in een willekeurige volgorde langs de omtrek.

4. Een boog meten
Raak het pictogram CIRKEL een keer aan om het pictogram BOOG wee ter Geven, raak daarna het pictogram BOOG aan en tast achtereenvolgens minimaal 3 punten van het begin waar het einde van de boog.

5. Een sleuf meten
Raak het pictogram SLEUF aan en tast 5 punten in de onderstaande volgorde:
- Twee punten aan een lange zijde
- Eén punt aan het dichtst bijzijnde einde
- Eén punt in het midden van de tweeede lange zijde
- Laatste punt aan het andere einde Punten können achtereenvolgens in iedere richting worden getast.


6. Een hoek meten
Raak het pictogram HOEK aan en tast minimaal 2 punten aan ieder been van de hoek. Druk na ieder been op de toets VOLTOOieten.

7. Een afstand meten
Raak het pictogram AFSTAND aan en tast 1 punt aan de beiden uiteinden van de afstand.


8. Functie Magic metengebruiken
Raak het pictogram MAGIC METEN aan en tast punten van een element. Het elementtype wordt bepaald aan de hand van het patroon en de volgorde waarin punten worden getast.

Elementen creeren
U=knt elementen creeren door het te creeren elementtype te selecteren, de vereiste gegevens van het element in te voeren en daarna op de toets VOLTOOieten drukken.
1. Elementtype specifieren
Raak het tabblad METEN aan en daarnaen meetpictogram om het elementtype op te Geven dat u wilt creeren.

2. Gegevens van het element invoeren
Raak het pictogram GEGEVENS INVOEREN aan en voer daarna gegevens in de velden op het scherm in.

3. Creeren voltooien
Druk op de toets VOLTOOION om het creeren van het elemente te voltooien. Het gecreerdeijke element wordt in de lijst met elementen getoond.
Elementen construerten
U aunt elementen construieren door het te construieren elementtype te selecteren, de hoofdelementen te selecteren en daarna op de toets VOLTOOieten te drukken.
1. Elementtype specifieren
Raak het tabblad METEN aan en daarnaen meetpictogram om het elementtype op te gezven dat u wilt construieren.
2. Hoofdelementen selecteren
Raak de gewenste hoofdelementen aan in de lijst met elementen. Naast de hoofdelementen verschijnt een vinkje.
3. Construerten voltooien
Druk op de toets VOLTOOien om het construieren te voltooien. Het geconstrueerdeijke element worden in de lijst met elementen getoond.
Meetgegevensbekijken
Getaste geveenspunten met vormfounten kurz u bekijken door een element in de lijst met elementen te selecteren en de knop VIEW aan te raken.
1. Element selectoren
Raak het gewenste element aan in de lijst met elementen.
2. Op de knop VIEW drukken
VIEW
Vormfouten worden
weergegeven als lijnen die
van de gevegenspunten
aar het element lopen. De
twee grootste vormfouten
worden rood aangegeven.
Tolerancies topassen
U aunt tolerancies toepassen wanner u een element selecteert, de knop TOL aanraakt, een tolerantietype selecteert en tolerantiegeevens invoert.
1. Element selectoren
Raak het gewenste element aan in de lijst met elementen.
2. Op de knop TOL drukken
TOL
De tolerantietypes
worden onderaan het scherm getoond als tolerantiepictogrammen.
3. Tolerantie selecteren
Raak een tolerantiepictogram aan om het gewenste tolerantietype te selecteren en raak daarna hetwoord TOLERANTIE aan in de linkerbovenhoek van het scherm om een specifieke tolerantie te selecteren.
4. Tolerantiegegevens invoeren
Voer NOMINALE en TOLERANTIEgegevens in de velden op het tolerantieschem in.
5. Resultaat bekijken
Groene vierkantjes naast de elementen in de lijst duiden op goede tolerancies. Rode vierkantjes en omkaderde tekens op het scherm van de digitale uitlezing duiden op foute tolerancies.
Programmeren
Programma's bestaanuit opgenomen meetreeksen en andere handelingen van de operator die door de ND 1300 zich opgeslagen om later te+kunnen worden afgespeeld bij de controle van identieke onderdelen. In deze beknopte handleiding worden het opnemen,uitvoeren, opslaan, laden en wissen van programma's behandeld.

Opmerking:
Programma's hunnen ook worden gekopieerd en bewerkt. Zie het Gebruikershandboek voor meer informatie.
1. Een programma opnemen
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.

- Raak het Ronde rode pictogram OPNEMEN aan.
Voer een programmanaam in en druk op de toets VOLTOOION om te beginnen met opnemen. - Lijn het onderdeel UIT, voer een meting en andere stappen op de gebruikelijkme manier UIT. Het opnemen van een programma wordt met een rode programmatab aangegeven.
- Om het opnemen te beeindigen, drukt u op het tabblad PROGRAMMA en drukt u daarna op het vierkante Zwarte pictogram STOP. Het neue programma worden opgeslagen.

- Druk op de toets VOLTOOieten om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren maar de DRO.
2. Een programma uitvoeren
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.
- Raak een programmanaam aan.
- Druk op het zwarte driehoekige pictogram UITVOEREN. Het elementtype en getaste punten worden weergegeven zodia er punten worden getast.
- Nadat er een nulpunt is vastgesteld, drukt u op de knop VIEW omijdens het tasten het benaderen van de tastposities te bekijken.
- Het programme stocht automatisch wanneer alle programmastappen zich aufgespeeld. Er verschijnt een berichtenvakje.
- Raak het berichtenvakje aan om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren maar de DRO.
Programma's opslaan
Programma's hunnen op een USB-drive worden opgeslagen.
- Steek een lege USB-drive in de USB-poort aan de zijkant van de ND 1300.
- Raak het tabblad PROGRAMMA en de programmanaam aan.
- Raak het pictogram PROGRAMMA KOPIEREN aan.
- Druk op de toets VOLTOOION om terug te keren maar de DRO.
Programma's laden
Programma's hunnen vanaf een USB-drive worden geladen.
- Steek de USB-drive in de USB-poort aan de zijkant van de ND 1300.
- Raak het pictogram C: DRIVE aan om een andere drivete kiezen. Het pictogram A: (USB) DRIVE en een lijst metprogramma's die op de USB-drive+zijn opgeslagen, wordengetoond.
- Raak de gewenste programmanaam in de lijst aan en raak daarna het pictogram PROGRAMMA LADEN aan. Het oplichtendeprogramma wordenaar de lokale (C:) drive geladen.
- Raak het pictogram A: DRIVE aan. De C: DRIVE worden getoond waar bij het geladen programma is opgenomen in de programmmalijst van de C: DRIVE.
Het geladen programma kan nu worden geselecteerd en uitgevoerd.
3. Een programma wissen
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.
- Raak een programmanaam aan.
- Druk op de toets ANNULEREN. Het programme worden gewist.

Opmerking:
Ga voorzichtig te werk bij het wissen van programma's en maak eerst een backup van het programma. Gewiste programma's können nicht worden teruggezet.
- Druk op de toets VOLTOOieten om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren maar de DRO.
Resultaten rapporteren
Resultatenrapporten können naereen USB-printer, USB-flashdrive of pcworden verzonden. Het rapportype ende bestemming staan vermeld in hetinstelschemr AFDRUKKEN.

Opmerking:
Zie voor meer gegevens het gebruikershandboek van de ND 1300 op once website: www.heidenhain.de.
- Druk op de toets VERZENDEN om resultatente rapporteren.
