ND 1300 - Digitale controller HEIDENHAIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ND 1300 HEIDENHAIN in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Digitale controller in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ND 1300 - HEIDENHAIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ND 1300 van het merk HEIDENHAIN.
GEBRUIKSAANWIJZING ND 1300 HEIDENHAIN
- Tryck på knappen SÄND för att rapportera resultat. ND 1300 QUADRA-CHEK Instellen Nederlands Voor gedetailleerde beschrijving en de meest recente document versie, zie www.heidenhain.de Vóór het inschakelen Elektrische aansluiting Netspanning: 100 V~ tot 240 V~ (–15 % tot +10 %) Netfrequentie: 43 Hz tot 63 Hz Netzekering: T1600 mA, 250 V 5 x 20 mm Bedrading van voedingsconnector Bedieningselementen en displays
LCD-scherm Commandotoetsen: te gebruiken bij de meting Numeriek toetsenbord: numerieke gegevens invoeren Sneltoetsen: programmeerbaar voor vaak gebruikte functies Verzendtoets: meetgegevens naar pc, USB-printer of USB-drive verzenden Aan/uit-toets van LCD: LCD inof uitschakelen, of elementen uit de lijst met elementen wissen. Montage De ND 1300 wordt met een borstbout kantelbaar bevestigd in de openingen van de montagearm of montagesteun. Afgebeeld is de montage met een tapbout en bijbehorende onderlegringen. Aansluitingen aan de achterzijde van het apparaat
netspanning (bruin) nulleider (blauw) Massa (geel/groen)
Gevaar voor elektrische schokken!
- Open de behuizing niet.
- Gebruik nooit 3-naar-2-draadsadapters. Onderbreek de massaaansluiting naar de ND 1300 nooit en koppel deze nooit los.
Waarschuwing Wijzigingen aan de voedingskabel mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een elektromonteur. Waarschuwing Sluit bij ingeschakelde stroom geen encoders of andere apparatuur op de ND 1300 aan. Aan/uit-knop Gezekerde voeding Massa (veiligheidsaarding) Encoderingangen, X-, Y-, Z-as voor lineaire encoders, Q-as voor roterende encoder. Interface gespecificeerd bij de aankoop. RS-232-C-interface voor pcaansluiting. RS-232-kabel mag niet gekruist zijn. Interface voor remote accessories RJ-45 voor optionele voetschakelaaraccessoire. CNC-regeluitgangen voor CNCmotorversterker. Niet gebruikt Aansluitingen voor video-optie
Coaxiale video-ingang van NTSC- of PAL-camera's. 10 Y/C-video-ingang van NTSC- of PAL-camera's.
Verlichting en zoom in-/ uitgangsconnector. Aansluitingen voor optie Optisch kanten tasten Veiligheidsoverwegingen Bij de bediening van de ND 1300 dient u zich te houden aan algemeen erkende veiligheidsmaatregelen. Indien u zich niet daaraan houdt, kan dit schade aan de apparatuur of letsel van personeel tot gevolg hebben. Veiligheidsvoorschriften kunnen per bedrijf verschillen. In geval van tegenstrijdigheden tussen de inhoud van deze beknopte handleiding en de voorschriften van het bedrijf dat dit systeem gebruikt, dienen de strengste voorschriften voorrang te hebben. 12 Referentielicht-ingang van lichtbron van comparator. Uiterst belangrijk Let hierop Ter informatie 13 Sensorlichtingang van kantentaster. Aansluitingen aan de zijkant 14 Audio out, voor 3,5mm-stekker voor koptelefoon/luidspreker, mono, 8 ohm 15 USB type A interface voor printer of gegevensopslag 16 Niet gebruikt DR. JOHANNES HEIDENHAIN GmbH Dr.-Johannes-Heidenhain-Straße 5 83301 Traunreut, Germany { +49 8669 31-0 | +49 8669 5061 E-mail: info@heidenhain.de www.heidenhain.de
- Druk op de AAN/UIT-KNOP om de ND 1300 in te schakelen. Het beginscherm verschijnt. Eerste instelling voor videoen kantentastopties
1. Instelmenu weergeven
- Raak het pictogram VRAAG één keer aan en raak daarna de knop INSTELLEN twee keer aan om het INSTELMENU weer te geven.
- Druk op de toets VOLTOOIEN om de huidige asposities op het scherm van de digitale uitlezing weer te geven. Software instellen De bedrijfsparameters van de ND 1300 moeten worden geconfigureerd voordat deze de eerste keer wordt gebruikt, en telkens wanneer een onderdeelmeting, of de rapportage- of communicatievereisten wijzigen. De instellingen blijven behouden tot:
- de gegevensbackup-batterij wordt vervangen
- de gegevens en instellingen worden gewist
- software-updates worden uitgevoerd Waarschuwing Met instellingsparameters wordt de werking van de ND 1300 geregeld en ze zijn met een wachtwoord beveiligd. Het wachtwoord voor toegang tot de instelschermen mag alleen aan gekwalificeerd personeel worden bekendgemaakt. Video- en kantentastopties De instelling is als volgt onderverdeeld:
- Eerste instelling voor video- en kantentastopties
- Instelling uitsluitend voor video-optie
- Instelling uitsluitend voor kantentastoptie
- Definitieve instelling voor video- en kantentastopties De stappen moeten in de aangegeven volgorde worden uitgevoerd.
- Raak de menuopties aan om ze te selecteren. Blader met de PIJLknoppen door het instelmenu.
Raak de optie TALEN in het instelmenu aan en daarna de gewenste taal. Opmerking: Wanneer de taal is gewijzigd, moet de ND 1300 worden uit- en ingeschakeld. Opmerking: De ND 1300 ondersteunt de volgende talen: Engels, Duits, Frans Italiaans, Tsjechisch, Spaans, Chinees (vereenvoudigd), Chinees (traditioneel), Japans, Pools en Russisch.
3. Wachtwoord van de
systeembeheerder invoeren
- Raak de optie SYSTEEMBEHEERDER in het instelmenu aan en raak daarna het veld WACHTWOORD aan.
- Voer het wachtwoord van de systeembeheerder in.
4. Aanraakscherm kalibreren
Het aanraakscherm moet worden gekalibreerd, zodat het goed reageert op de grootte en drukkracht van de vingertop van iedere operator.
- Raak de optie DIVERSEN in het instelmenu aan en daarna de knop KAL.
- Volg de instructies op het LCDscherm.
5. Type puntinvoer selecteren
Voor het verzamelen van gegevenspunten kan de annotatie Terug of Vooruit worden gebruikt. Met de annotatie Terug kan de gebruiker voor het opmeten van een element een willekeurig aantal gegevenspunten tasten. Met de annotatie Vooruit wordt het aantal punten tot een vereist minimum beperkt.
- Raak de optie METEN in het instelmenu aan en daarna het veld ANNOTATIE om de annotatie TERUG of VOORUIT te selecteren.
6. Encoders configureren
- Raak de optie ENCODERS in het instelmenu aan en daarna het veld AS om de gewenste encoderas te selecteren.
- Voer alle vereiste encoderparameters in.
- Kalibreer analoge encoders door de knop KAL aan te raken. TTL-encoders hoeven niet te worden gekalibreerd.
- Herhaal de instelling voor alle assen.
7. Weergaveformaten configureren
- Raak de optie WEERGAVE in het instelmenu aan.
- Voer de gewenste schermresoluties en andere parameters in. Instelling voor de video-optie
1. Type videocamera selecteren
Raak de optie VED in het instelmenu aan en daarna het veld CAMERATYPE om het gewenste camerauitvoerformaat te selecteren.
2. Lichtniveau instellen
- Druk op de toets VOLTOOIEN om terug te keren naar het scherm van de digitale uitlezing.
- Raak het tabblad LICHT aan om de bedieningselementen voor het licht weer te geven.
- Raak de schuifbalk voor het lichtniveau aan of voer een lichtniveauwaarde in om het videolichtniveau te optimaliseren.
3. Vergrotingen voor camera
toevoegen Bij videosystemen met meer dan één vergrotingsfactor moeten extra vergrotingsposities worden toegevoegd en gekalibreerd.
- Ga terug naar het instelmenu en raak de menuoptie VERGROTINGEN aan om het scherm VERGROTINGEN weer te geven.
- Raak de knop NIEUW aan om een nieuwe vergroting toe te voegen. Er wordt een nieuw KNOPLABELnummer toegevoegd. Dit label is tijdens metingen op het scherm van de digitale uitlezing beschikbaar.
- Het KNOPLABEL kan worden gewijzigd in een string met 3 tekens. Raak het veld KNOPLABEL aan en voer desgewenst een nieuw label in.
4. Vergrotingen kalibreren
Gebruik als kalibratie-element een cirkel om vergrotingen te kalibreren.
- Raak het ID-nummer in het instelscherm VERGROTINGEN aan om het KNOPLABEL voor de gewenste vergroting weer te geven.
- Raak het veld ELEMENTDIAMETER aan en voer de diameter van het element in.
- Raak de knop LEREN aan en volg de instructies op het scherm.
- Herhaal deze procedure voor alle vergrotingen.
- Raak het pictogram VERGROTING aan, om de vergrotingsopties weer te geven en selecteer de hoogste waarde.
- Voer bij PARCENTRISCHE en PARFOCALE OFFSETS nul als waarde in.
- Herhaal deze procedure, om de offsets van alle vergrotingen te nullen.
- Selecteer opnieuw de hoogste vergrotingswaarde.
- Meet het cirkelelement en creëer een nulpunt op het cirkelmiddelpunt. Raadpleeg, indien nodig, de beschrijvingen van de cirkelmeting en het creëren van nulpunten verderop in dit document.
- Selecteer de naasthogere vergrotingswaarde en meet hetzelfde cirkelelement. Noteer de X-, Y- en Z-posities die zijn vermeld in de meetresultaten voor deze vergroting.
- Voer de X-, Y- en Z-posities in de OFFSET-velden voor deze vergroting in.
- Herhaal deze procedure voor de invoer van OFFSET-waarden voor alle vergrotingswaarden. Instelling voor de optie Optisch kanten tasten
1. Vergrotingen voor comparator
toevoegen Bij comparatorsystemen met meer dan één vergrotingsfactor moeten extra vergrotingsposities worden toegevoegd.
- Raak de menuoptie VERGROTINGEN aan om het scherm VERGROTINGEN weer te geven.
5. Schuine positie van camera
- Raak de optie VED in het instelmenu aan en daarna de knop KAL.
- Volg de instructies op het scherm.
6. Parcentrische en parfocale uitlijning
kalibreren Met deze kalibratie worden offsetfouten van de X- en Y-as gecorrigeerd die kunnen optreden bij wijziging van de videovergroting. Gebruik als kalibratieelement een cirkel voor deze kalibratie.
- Raak de optie VERGROTINGEN in het instelmenu aan.
- Raak de knop NIEUW aan om een nieuwe vergroting toe te voegen. Er wordt een nieuw KNOPLABELnummer toegevoegd. Dit label is tijdens metingen op het scherm van de digitale uitlezing beschikbaar.
- Het KNOPLABEL kan worden gewijzigd in een string met 3 tekens. Raak het veld KNOPLABEL aan en voer desgewenst een nieuw label in.
2. Optisch kanten tasten kalibreren
Door het inleren (teachen) van de kantentaster wordt deze goed gekalibreerd om overgangen van donker naar licht te herkennen. Voer een kalibratie LEREN uit telkens na het opstarten, wanneer de lichtomstandigheden veranderen, wanneer het onderdeel wordt gewisseld en wanneer de vergrotingswaarde verandert.
- Raak de knop LEREN aan.
- Volg de instructies op het scherm om de kalibratie af te ronden.
3. Positiekruis-offset kalibreren
Met de kalibratie van de positiekruisoffset worden de verschillen in plaats tussen het middelpunt van de positiekruisen en de kantentaster gecompenseerd. Kalibratie van de positiekruis-offsets is alleen nodig wanneer punten op hetzelfde onderdeel met positiekruisen en kantentasters worden getast.
- Raak de knop POS.KRUIS KAL aan.
- Volg de instructies op het scherm om de kalibratie af te ronden. Definitieve instelling voor video- en kantentastopties
1. Kalibratiefouten corrigeren
Er kunnen lineaire (LEC), gesegmenteerde lineaire (SLEC) en niet-lineaire foutcorrectiemethoden (NLEC) worden toegepast om meetfouten van de encoder en machine te compenseren. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1300 voor instructies.
2. Haaksheid van de inrichting
kalibreren Deze kalibratie is niet nodig bij toepassing van NLEC-foutcorrectie.
- Lijn het kalibratie-element voor haaksheid uit ten opzichte van de referentieas.
- Meet de hoek van het element. Raadpleeg, indien nodig, de hoekmeetinstructies verderop in dit document.
- Open het INSTELMENU en raak daarna de menuoptie HAAKSHEID aan.
- Voer de gemeten hoek in het veld GEMETEN HOEK in en daarna in het veld STANDAARDHOEK de goedgekeurde elementhoek in.
- Druk op de toets VOLTOOIEN om de kalibratie te voltooien. Opmerking: Naast de hier behandelde minimale parameters zijn er nog veel meer instelfuncties beschikbaar. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1300 voor uitgebreide instructies.
Instellen Bediening Instelling voor de CNC-optie De parameters voor de draairichting van de motor en de PID-lus moeten worden geconfigureerd voordat de CNC-optie de eerste keer wordt gebruikt en telkens wanneer er wijzigingen aan de motoren of encoders worden uitgevoerd. Waarschuwing: CNC-parameters moeten zorgvuldig door gekwalificeerd personeel worden geconfigureerd. Motoren met een te hoog toerental als gevolg van configuratiefouten kunnen ernstige schade aan materieel en ernstig letsel veroorzaken. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1300 voor uitgebreide instructies. Voorbereiden voor de meting
1. ND 1300 inschakelen
- Controleer de aansluitingen op de ND 1300.
- Druk op de AAN/UIT-KNOP om de ND 1300 in te schakelen. Het DROscherm van de digitale uitlezing verschijnt nadat het systeem is geïnitialiseerd.
2. Machinenulpunt bepalen (optioneel)
Verplaats de inrichting om referentiemerken te passeren of mechanische aanslagen te zoeken als uw systeem is ingesteld om bij het opstarten het machinenulpunt te bepalen. Opmerking: Bij gebruik van SLEC- of NLEC-foutcorrectie is een herhaalbaar machinenulpunt vereist. Zie het Gebruikershandboek voor meer informatie.
3. Maateenheid selecteren
Raak het pictogram MAATEENHEID aan om te schakelen tussen inches en mm. Videotastoptie Elementen van onderdelen kunnen worden getast met een positiekruis, een offset-positiekruis of videotasters voor één of meer kanten. Raak de positiekruisen op het videoscherm aan om een taster te selecteren. Positiekruis: Afzonderlijke punten kunnen handmatig of automatisch worden getast. Offset-positiekruis: Lijnen van een positiekruis hebben 3 pixel offsets, zodat bepaalde elementen van het onderdeel beter zichtbaar zijn. Afzonderlijke punten kunnen handmatig of automatisch worden getast. Eén kant: Positiekruis met een kleine crikel in het midden voor het tasten van kanten. Afzonderlijke punten kunnen handmatig of automatisch worden getast. Meer kanten: Positiekruis met twee kleine concentrische cirkels in het midden voor het tasten van kanten. Meerdere punten kunnen automatisch worden getast. Bij gebruik van de taster voor meer kanten, wordt een cirkel en een pijl weergegeven wanneer de punten die nodig zijn om het elementtype te bepalen, zijn getast. Verplaats de inrichting om de pijl in de cirkel te positioneren en druk op de ENTER-toets om het tasten af te ronden. Opmerking: Wanneer de positiekruisen op het scherm worden aangeraakt, worden de configuratietools van de taster ook weergegeven. Zie het Gebruikershandboek van de ND 1300 voor details. Met video tasten Punten van een element kunnen handmatig of automatisch worden getast:
- Positioneer punt van het element onder de taster en druk op de ENTERtoets.
- Wanneer alle punten zijn getast, drukt u op de toets VOLTOOIEN.
2. Automatisch tasten
- Raak de functie AUTO-ENTER op het videoscherm aan om het automatisch tasten in te schakelen. Uit
- Positioneer het elementpunt onder de taster. Na korte tijd wordt het punt automatisch ingevoerd.
- Positiekruis en taster voor één kant: Wanneer alle punten zijn getast, drukt u op de toets VOLTOOIEN.
- Taster voor meer kanten: Tast totdat een groene pijl en cirkel verschijnen. Verplaats de groene pijl in de cirkel en druk op de ENTER-toets. Optie Kantentaster Elementen van een onderdeel kunnen worden getast met handmatige of automatische positiekruisen, en door het handmatig of automatisch tasten van kanten. Raak het TASTERPICTOGRAM aan om de hieronder getoonde tasteropties weer te geven. Met een kantentaster tasten Punten van een element kunnen handmatig of automatisch worden getast: Positiekruis: Positioneer de positiekruisen boven de gewenste plaats en druk op de ENTER-toets. Automatisch positiekruis: Verplaats de inrichting zodanig dat de positiekruisen zich boven de gewenste plaats bevinden. Na korte tijd wordt het punt ingevoerd. Handmatig kanten tasten: Verplaats de inrichting zodanig dat de kantentaster zich over de gewenste donker-naar-lichtovergang beweegt en druk dan op de ENTER-toets. Automatisch kanten tasten: Verplaats de inrichting zodanig dat de kantentaster zich over de gewenste donker-naar-lichtovergang beweegt. Punt wordt ingevoerd. Onderdeel waterpassen en uitlijnen Lijn uit om meetfouten door verkeerd uitgelijnde onderdelen te voorkomen.
1. Onderdeel op de inrichting uitlijnen
Lijn de referentiekant van het onderdeel uit ten opzichte van een meetas. Bediening
2. Onderdeel uitlijnen
- Raak het tabblad METEN aan om de meetpictogrammen weer te geven, en raak daarna het blauwe pictogram SCHEVE LIGGING/WATERPAS aan om de pictogrammen SCHEVE LIGGING en WATERPAS weer te geven.
- Raak het pictogram WATERPAS aan, tast minimaal 3 punten op het referentievlak van het gewenste onderdeel en druk daarna op de toets VOLTOOIEN. Elementen meten Elementen worden gemeten door een elementpictogram of het pictogram MAGIC METEN op het tabblad METEN aan te raken, punten te tasten en daarna de ENTER-toets en de toets VOLTOOIEN in te drukken.
Raak het pictogram PUNT aan en tast een punt.
Raak het pictogram LIJN aan en tast minimaal 2 punten.
Raak het pictogram CIRKEL aan en tast minimaal 3 punten in een willekeurige volgorde langs de omtrek.
3. Uitlijning uitvoeren
- Raak het tabblad METEN aan om de meetpictogrammen weer te geven en raak daarna het pictogram SCHEVE LIGGING/WATERPAS aan
- Raak het pictogram SCHEVE LIGGING aan, tast minimaal 2 punten op het referentievlak en druk daarna op de toets VOLTOOIEN.
Raak het pictogram CIRKEL één keer aan om het pictogram BOOG weer te geven, raak daarna het pictogram BOOG aan en tast achtereenvolgens minimaal 3 punten van het begin naar het einde van de boog.
Raak het pictogram SLEUF aan en tast 5 punten in de onderstaande volgorde: Een nulpunt creëren
- Tast, construeer of creëer een referentiepunt.
- Druk op de knop DRO om het DRO-scherm weer te geven.
- Druk op de knop NUL voor elke as op het DRO-scherm. Nulpunt voorinstellen
- Tast, construeer of creëer een referentiepunt.
- Open het DRO-scherm, raak de getoonde aswaarden aan en voer de voorinstelwaarden in met het numerieke toetsenbord.
- Twee punten aan een lange zijde
- Eén punt aan het dichtst bijzijnde einde
- Eén punt in het midden van de tweede lange zijde
- Laatste punt aan het andere einde Punten kunnen achtereenvolgens in iedere richting worden getast.
Raak het pictogram HOEK aan en tast minimaal 2 punten aan ieder been van de hoek. Druk na ieder been op de toets VOLTOOIEN.
7. Een afstand meten
Raak het pictogram AFSTAND aan en tast 1 punt aan de beide uiteinden van de afstand.
8. Functie Magic meten
gebruiken Raak het pictogram MAGIC METEN aan en tast punten van een element. Het elementtype wordt bepaald aan de hand van het patroon en de volgorde waarin punten worden getast. Elementen creëren U kunt elementen creëren door het te creëren elementtype te selecteren, de vereiste gegevens van het element in te voeren en daarna op de toets VOLTOOIEN te drukken.
1. Elementtype specificeren
Raak het tabblad METEN aan en daarna een meetpictogram om het elementtype op te geven dat u wilt creëren.
2. Gegevens van het element
invoeren Raak het pictogram GEGEVENS INVOEREN aan en voer daarna gegevens in de velden op het scherm in.
3. Creëren voltooien
Druk op de toets VOLTOOIEN om het creëren van het element te voltooien. Het gecreëerde nieuwe element wordt in de lijst met elementen getoond. Elementen construeren U kunt elementen construeren door het te construeren elementtype te selecteren, de hoofdelementen te selecteren en daarna op de toets VOLTOOIEN te drukken.
1. Elementtype specificeren
Raak het tabblad METEN aan en daarna een meetpictogram om het elementtype op te geven dat u wilt construeren.
2. Hoofdelementen selecteren
Raak de gewenste hoofdelementen aan in de lijst met elementen. Naast de hoofdelementen verschijnt een vinkje.
3. Construeren voltooien
Druk op de toets VOLTOOIEN om het construeren te voltooien. Het geconstrueerde nieuwe element wordt in de lijst met elementen getoond.
Bediening Meetgegevens bekijken Getaste gegevenspunten met vormfouten kunt u bekijken door een element in de lijst met elementen te selecteren en de knop VIEW aan te raken.
1. Element selecteren
Raak het gewenste element aan in de lijst met elementen.
drukken Vormfouten worden weergegeven als lijnen die van de gegevenspunten naar het element lopen. De twee grootste vormfouten worden rood aangegeven. Toleranties toepassen U kunt toleranties toepassen wanneer u een element selecteert, de knop TOL aanraakt, een tolerantietype selecteert en tolerantiegegevens invoert.
1. Element selecteren
Raak het gewenste element aan in de lijst met elementen.
drukken De tolerantietypes worden onderaan het scherm getoond als tolerantiepictogrammen.
3. Tolerantie selecteren
Raak een tolerantiepictogram aan om het gewenste tolerantietype te selecteren en raak daarna het woord TOLERANTIE aan in de linkerbovenhoek van het scherm om een specifieke tolerantie te selecteren.
4. Tolerantiegegevens invoeren
Voer NOMINALE en TOLERANTIEgegevens in de velden op het tolerantiescherm in.
5. Resultaat bekijken
Groene vierkantjes naast de elementen in de lijst duiden op goede toleranties. Rode vierkantjes en omkaderde tekens op het scherm van de digitale uitlezing duiden op foute toleranties. Programmeren Programma's bestaan uit opgenomen meetreeksen en andere handelingen van de operator die door de ND 1300 zijn opgeslagen om later te kunnen worden afgespeeld bij de controle van identieke onderdelen. In deze beknopte handleiding wordt het opnemen, uitvoeren, opslaan, laden en wissen van programma's behandeld.
Opmerking: Programma's kunnen ook worden gekopieerd en bewerkt. Zie het Gebruikershandboek voor meer informatie.
1. Een programma opnemen
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.
- Raak het ronde rode pictogram OPNEMEN aan.
- Voer een programmanaam in en druk op de toets VOLTOOIEN om te beginnen met opnemen.
- Lijn het onderdeel uit, voer een meting en andere stappen op de gebruikelijke manier uit. Het opnemen van een programma wordt met een rode programmatab aangegeven.
- Om het opnemen te beëindigen, drukt u op het tabblad PROGRAMMA en drukt u daarna op het vierkante zwarte pictogram STOP. Het nieuwe programma wordt opgeslagen.
- Druk op de toets VOLTOOIEN om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren naar de DRO.
2. Een programma uitvoeren
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.
- Raak een programmanaam aan.
- Druk op het zwarte driehoekige pictogram UITVOEREN. Het elementtype en getaste punten worden weergegeven zodra er punten worden getast.
- Nadat er een nulpunt is vastgesteld, drukt u op de knop VIEW om tijdens het tasten het benaderen van de tastposities te bekijken.
- Het programma stopt automatisch wanneer alle programmastappen zijn afgespeeld. Er verschijnt een berichtenvakje.
- Raak het berichtenvakje aan om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren naar de DRO. Programma's opslaan Programma's kunnen op een USB-drive worden opgeslagen.
- Steek een lege USB-drive in de USBpoort aan de zijkant van de ND 1300.
- Raak het tabblad PROGRAMMA en de programmanaam aan.
- Druk op de toets VOLTOOIEN om terug te keren naar de DRO. Programma's laden Programma's kunnen vanaf een USBdrive worden geladen.
- Steek de USB-drive in de USB-poort aan de zijkant van de ND 1300.
- Raak het pictogram C: DRIVE aan om een andere drive te kiezen. Het pictogram A: (USB) DRIVE en een lijst met programma's die op de USBdrive zijn opgeslagen, wordt getoond.
- Raak de gewenste programmanaam in de lijst aan en raak daarna het pictogram PROGRAMMA LADEN aan. Het oplichtende programma wordt naar de lokale (C:) drive geladen.
- Raak het pictogram A: DRIVE aan. De C: DRIVE wordt getoond waarbij het geladen programma is opgenomen in de programmalijst van de C: DRIVE. Het geladen programma kan nu worden geselecteerd en uitgevoerd.
3. Een programma wissen
- Raak het tabblad PROGRAMMA aan.
- Raak een programmanaam aan.
- Druk op de toets ANNULEREN. Het programma wordt gewist. Opmerking: Ga voorzichtig te werk bij het wissen van programma's en maak eerst een backup van het programma. Gewiste programma's kunnen niet worden teruggezet.
- Druk op de toets VOLTOOIEN om de programmeersessie af te sluiten en terug te keren naar de DRO. Resultaten rapporteren Resultatenrapporten kunnen naar een USB-printer, USB-flashdrive of pc worden verzonden. Het rapporttype en de bestemming staan vermeld in het instelscherm AFDRUKKEN. Opmerking: Zie voor meer gegevens het gebruikershandboek van de ND 1300 op onze website: www.heidenhain.de.
- Druk op de toets VERZENDEN om resultaten te rapporteren. ND 1300 QUADRA-CHEK Nastavení Česky Podrobný popis a nejnovější verzi dokumentace viz. www.heidenhain.de Před Zapnutím Elektrické zapojení Síťové napětí: 100 V~ až 240 V~ (–15 % až +10 %) Síťová frekvence: 43 Hz až 63 Hz Pojistky síťového napájení: T1600 mA, 250 V 5 x 20 mm Zapojení síťového konektoru Ovládání ze strany obrazovky
Notice-Facile