PerfectView CAM 1000RHD - Bewakingscamera DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectView CAM 1000RHD DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PerfectView CAM 1000RHD DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bewakingscamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectView CAM 1000RHD - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectView CAM 1000RHD van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectView CAM 1000RHD DOMETIC
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze handleiding op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze gebruiksaanwijzing MOET bij dit product bewaard worden.
Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaarden zoals hierin beschreven begrijpt en accepteert. U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toepassing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen en opvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Actuele productinformatie vindt u op documents.dometic.com.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen 63
2 Veiligheidsaanwijzingen 64
3 Omvang van de levering 66
4 Beoogd gebruik....66
5 Technische beschrijving 67
6 Doelgroep....68
7 De camera monteren....68
8 De camera aansluiten....69
9 De camera gebruiken 70
10 Problemen oplossen 70
11 Reiniging en onderhoud 71
12 Garantie 71
13 Afvoer....72
14 Technische gegevens 72
1 Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot licht of matig letsel.

LET OP!
Duidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot materiële schade.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het gebruik van het product.
2 Veiligheidsaanwijzingen
Neem de veiligheidsaanwijzingen en de voorschriften van de voertuigfabrikant en de garagebedrijven in acht.
Neem de geldende wettelijke voorschriften in acht.

GEVAAR!
- De camera ontslaat de bestuurder niet van de zorgvuldigheidsplicht tijdens het rijden.
- De bestuurder blijft volledig verantwoordelijk voor het besturen van het voertuig, het nakomen van zijn verplichtingen met betrekking tot verkeersveiligheid en voor het opvolgen van de wettelijke voorschriften inzake verkeersveiligheid.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor letsel
- Bevestig de in het voertuig gemonteerde onderdelen zodanig dat ze in geen geval (hard remmen, verkeersongeval) los kunnen raken en tot verwondingen bij de inzit-tenden van het voertuig kunnen leiden.
- Monteer de in het voertuig gemonteerde onderdelen niet in de buurt van een airbag. Anders bestaat er gevaar voor letsel als de airbag opengaat.
- Ongeschikte kabelverbindingen kunnen leiden tot kortsluiting met als gevolg:
- kabelbranden
– de airbag wordt geactiveerd
– schade aan elektronische besturingsinrichtingen
– elektrische storingen (richtingaanwijzer, remlicht, claxon, contact, verlichting).

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
- Bevestig onderdelen die afgedekt onder bekledingen moeten worden aangebracht zodanig, dat ze niet losraken of andere onderdelen en leidingen beschadigen en geen functies van het voertuig (besturing, pedalen etc.) kunnen beperken.
- Neem altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het voertuig in acht. Sommige werkzaamheden (bijv. aan beveiligingssystemen zoals de airbag enz.) mogen uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.

LET OP!
Gevaar voor schade
- Let er bij het boren op dat er achter het te doorboren oppervlak genoeg ruimte is voor de boor, om schade te voorkomen.
- Ontbraam elk boorgat en behandel de boorgaten met antiroestmiddel.
- Tijdens werkzaamheden aan het elektrische systeem moet de accu's worden gescheiden van de voertuigmassa. Dit geldt voor de hoofd- en de hulpaccu's.
- Gebruik bij werkzaamheden aan de volgende leidingen alleen geïsoleerde kabelaansluitingen, stekkers en hulzen:
- 30 (directe ingang van accupluspool)
-15 (geschakelde plus, achter accu)
- 31 (retourleiding vanaf accu, massa)
- 58 (achteruitrijlicht)
Gebruik geen porseleinen kabelverbindingen.
- Gebruik een krimptang voor het verbinden van de kabels.
- Schroef de kabel bij het aansluiten van kabel 31 (massa).
– Schroef de kabel met behulp van een kabelschoen en een tandring op een van de massabouten van het voertuig of
- Schroef de kabel op het metalen plaatlichaam met een kabelschoen en een zelftappende schroef.
Zorg voor een goede massaverbinding.
- Door loskoppelen van de accu gaan alle gegevens in het vluchtige geheugen verloren. Gegevens moeten dan worden gereset. Volg in dit geval de instructies van de desbetreffende voertuigfabrikant op. Instructies voor het instellen vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing.
- Gebruik voor het controleren van de spanning in elektrische leidingen alleen een diodetestlamp of een voltmeter.
Testlampen met een lampbehuizing gebruiken te veel stroom, hierdoor kan de elektronica in het voertuig worden beschadigd.
- Let bij het maken van elektrische verbindingen op het volgende:
- ze zijn niet geknikt of verdraaid
– ze schuren niet langs randen
- ze zijn niet zonder bescherming door openingen met scherpe kanten gelegd.
- Isoleer alle verbindingen en aansluitingen.
- Bescherm de kabels tegen mechanische spanning met behulp van kabelbinders of isolatietape, bijvoorbeeld door ze aan al bestaande kabels te bevestigen.
- Volg de installatie- en gebruikshandleiding voor de monitor op.
3 Omvang van de levering
Zie afb. 1
| Nr. Aantal Aanduiding Artikelnummer | |
| 1 1 Camera CAM1000RHD 9620001012 | |
| 2 1 Base 9600026951 | |
| 3 1 Zoemer – | |
| 4 1 Camera-kabelset | 9600026950 |
| 5 1 Monitor M75LXAHD(onderdeel van systeem BSV71000RHD) | 9600012899 |
| – 1 Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing | |
4 Beoogd gebruik
De camera CAM1000RHD en de monitor M75LXAHD vormen samen de camera-gebaseerde afsla-assistent BVS71000RHD voor voertuigen met het stuur rechts ter ondersteuning van de bestuurder bij het afslaan naar links. De camera is ontworpen voor montage boven het bijrijdersvenster van de bestuurderscabine en is uitgerust met een beweegbare kogelkop voor eenvoudige afstelling.
De camera is ontworpen voor montage in commerciële voertuigen.
De camera ontslaat de bestuurder niet van zijn zorgvuldigheidsplicht bij het afslaan, met name de controle van het gebied links van het voertuig.
De betrouwbaarheid van de detectie is afhankelijk van correcte montage, voldoende voorzichtigheid (verwijdering van vuil) en lichtomstandigheden (min. 10 lux).
De camera heeft de volgende systeembegrenzingen:
- Het systeem detecteert kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers of fietsers en rolstoelgebruikers.
- De objecten kunnen vanuit elke richting het detectiegebied binnenkomen en kunnen bewegen of stilstaan.
- Het systeem herkent geen verborgen objecten.
- De detectie van objecten bij duisternis is beperkt.
- De detectie van objecten in sterke schaduw is beperkt.
- Objecten met een vorm die lijkt op een menselijk lichaam kunnen een detectie-indicatie veroorzaken.
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing.
Deze handleiding geeft informatie die nodig is voor een correcte installatie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onbevredigende prestaties en mogelijke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product als gevolg van:
- Onjuiste montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
- Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserveonderdelen
- Wijzigingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding
Dometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen.
5 Technische beschrijving
5.1 Functiebeschrijving
Het camerabeeld wordt geëvalueerd via de regeleenheid in de camera. Een kwetsbare weggebruiker die het detectiegebied (relevant oppervlak) binnenkomt, wordt gedetecteerd en op de monitor gemarkeerd met een rode bewegingsrechthoek. De rechthoek beweegt mee met het gedetecteerde object en dient als optisch signaal. Optioneel kan er een akoestische waarschuwingsinrichting (zoemer, bij levering inbegrepen) worden toegevoegd.
Het systeem BVS7 1000RHD omvat de monitor M75LXAHD, die bij voorkeur op de linker A-stijl is gemonteerd en de bestuurder beelden verschaft van de situatie naast het voertuig.
De camera heeft de volgende eigenschappen:
- CMOS-camera met detectie van kwetsbare weggebruikers
- Minimale valse detectie dankzij adaptief algoritme
• Gedefinieerd actief en inactief beeldbereik (afb. 4) - Detectie en indicatie van kwetsbare weggebruikers die bewegen of die alleen stilstaan
- Optische signalering door dynamische rechthoekige indicator
- Akoestisch waarschuwingssignaal
- Snelheidafhankelijke activering via GPS-ontvanger
• Automatische activering van de monitor
5.2 Displayelementen van camerabeeld
Symbool Functie Beschrijving
| Actief bereik Het rode veld | markeert het detectiebereik van de camera. | |
| Het verschijnt voor ca. 3 seconden nadat de ontsteking is ingeschakeld. Dit geeft het relevante oppervlak aan waarin de camera een object kan herkennen. Dit veld kan worden gebruikt om de camera zodanig af te stellen dat het detectiegebied ervan overeenkomt met een bepaald gebied. | ||
| - - - - + - - | Referentielijn met middenkruis | De referentielijn verschijnt permanent. Hij toont de lijn tussen actief en inactief gebied. Hij moet bij voorkeur parallel aan de linker voertuigcontour gepositioneerd zijn. Het middenkruis is de optische middenlijn van de camera en moet verticaal onder de camerapositie worden geplaatst. |
| Dynamische rechthoekige indicator | De dynamische rechthoekige indicator begint bij het gedetecteerde object en beweegt parallel aan het gede- tecteerde object vooruit of achteruit langs het voertuig. | |
| Symbool Functie | Beschrijving | |
| GPS Groen symbool: | - Optische weergave van objecten- Waarschuwingsgeluid actief | |
| Geel symbool: Geen GPS-signaalGeen snelheidsgerelateerde activering of deactivering van het systeem | ||
| Rood symbool: Geen objectdetectie beschikbaar | ||
| Waarschuwingsgeluid Blauw symbool: | - Waarschuwingsgeluid inactief | |
| A of B | Bedieningsmodus | Indicatie van de geselecteerde bedieningsmodus |
6 D o e l g r o e p

De mechanische en elektrische installatie en de instelling van het apparaat moeten worden uitgevoerd door een bevoegde technicus die zijn vaardighe- den en kennis met betrekking tot de constructie en bediening van apparatuur en installations in motorvoertuigen heeft bewezen en die vertrouwd is met de toepasselijke regelgeving van het land waarin de apparatuur moet worden geïnstalleerd en/of gebruikt en die een veiligheidstraining heeft gevolgd om de gevaren te herkennen en te voorkomen.
7 De camera monteren
Zie afb. 2 tot afb. 9
Let voorafgaand aan de installatie op het volgende (acceptatie van wijzigingen):
- Afhankelijk van landspecifieke voorschriften kan het systeem BVS71000RHD - CAM1000RHD + M75LXAHD een goedkeuring van een testlaboratorium vereisen (bijv. DEKRA, TÜV).
- Neem de montagerichtlijnen van de fabrikant in acht.
- Het apparaat mag alleen in bedrijf worden gesteld, als de gebruiker zich bewust is van de risico's en gevaren die voortvloeien uit het gebruik van het apparaat.
Let tijdens de installatie op het volgende:
- Let op het detectiebereik, afhankelijk van de positie van de camera:
- Bedrijfsmodus A (rode letter „A“ op het scherm) voor cameraposities met een montagehoogte van 2 m tot 3 m (afb. 2 tot afb. 4)
-
Bedrijfsmodus B (rode letter „B“ op het scherm) voor cameraposities met een montagehoogte van 3 m tot 4 m (afb. 3 tot afb. 4)
-
Monteer het afstandsstuk als de opbouw het zicht op de detectiezone blokkeert (afb. 5).
-
Monteer de camera zoals afgebeeld in afb. 6 tot afb. 8.
-
Monitor de monitor zoals afgebeeld in afb. 9, bij voorkeur in het gebied van de linker A-stijl, 30° ten opzichte van de zichtas recht vooruit.
De NOR/MIR-selectie van de monitor wordt geactiveerd door de gele/oranje draden.
8 De camera aansluiten
Zie afb. 10
Let op het volgende:
- Gebruik voor het leggen van de kabels indien mogelijk originele kabelgoten of andere geschikte opties, zoals bekledingsranden, ventilatieroosters of blinde schakelaars. Indien er geen doorvoeren aanwezig zijn, moeten voor de kabels gaten worden geboord. Controleer van tevoren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
- Leg de kabels indien mogelijk altijd binnen in het voertuig, want daar zijn ze beter beschermd dan aan de buitenkant van het voertuig.
- Als kabels toch aan de buitenzijde moeten worden gemonteerd, fixeer ze dan goed (door extra kabelverbinders, isolatieband etc.).
- Houd bij het leggen van de kabels altijd voldoende afstand tot hete en bewegende voertuigonderdelen (uitlaatpijpen, aandrijfassen, dynamo, ventilatoren, verwarming e.d.), om beschadigingen aan de kabels te voorkomen.
- Bevestig de kabels veilig in het voertuig om struikelgevaar te voorkomen. Doe dit met kabelbinders, isolatietape of bevestiging met lijm.
- Bescherm iedere doorvoer aan de buitenkant d.m.v. geschikte maatregelen tegen het binnendringen van water, bijv. door de kabel met afdichtingspasta aan te brengen en door de kabel en de doorvoertule in te spuiten met afdichtingspasta.
Legenda bij het schakelschema
Nr. Aanduiding Beschrijving
| 1 Groene aansluitstekker Audiouitgang naar luidspreker | ||
| 2 Gele aansluitstekker CVBS videouitgang | ||
| 3 Rood-zwarte draad Zoemer voor akoestisch signaal | ||
| 4 | Rode draad | Aansluiting op ontsteking (wisselstroom) 12 V/24 V |
| 5 Groene draad Geen functie | ||
| 6 | Witte draad | Kabellus voor activering van bedrijfsmodus A of B:Niet aangesloten op ACC = A (installatiehoogte 2 m tot 3 m)Aangesloten op ACC = B (installatiehoogte 3 m tot 4 m) |
| 7 Zwarte draad Massaverbinding | ||
| 8 Geel-oranje draden (om deze triggerdraad als een lus te gebruiken, zijn er 2 kabels nodig) | Selecteer normaal (NOR) of gespiegeld (MIR) beeld:Gesloten = NOROpen = MIR | |
| 9 | Blauwe draad | GPS-uitgang 12 V/24 V voor het inschakelen van de monitor (blauwe kabel) (C3) |
Voor een goede werking van het systeem is het belangrijk dat het niet handmatig kan worden uitgeschakeld. De camera moet daarom worden aangesloten via camera-ingang CAM3 van de monitor M75LX AHD. Met de bijbehorende blauwe stuurkabel wordt de monitor in- of uitgeschakeld.
De volgende verbindingen moeten zijn geïmplementeerd:
- De beeldinstellingen van de monitor moeten worden voltooid voordat u de blauwe kabels aansluit. Na de installatie zijn de toetsen van de monitor geblokkeerd en zijn er geen instellingen beschikbaar.
- Verbind de blauwe draad van de camerasysteemkabel met de blauwe CAM3-stuurleiding van de monitor. Deze aansluiting wordt gebruikt om de monitor in/uit te schakelen.
√ Het systeem wordt automatisch geactiveerd en gedeactiveerd via het GPS-signaal bij ca. 40 km/h.
9 De camera gebruiken
9.1 De camera in gebruik nemen
Tijdens het eerste opstarten moet de GPS-ontvanger de satellietpositie opslaan. Dit kan tot 5 minuten duren.
9.2 Detectiebereik
Het detectiebereik van de camera is onderverdeeld in twee zones (afb. 4):
- Zichtbaar gebied: afhankelijk van de montagehoogte in bedrijfsmodus A of B
- Actief gebied (aangegeven door het rode veld dat verschijnt na activering van het systeem)

INSTRUCTIE
Het gezichtsveld van de camera in het detectiegebied mag niet worden geblokkeerd door onderdelen van het voertuig. Er mogen geen objecten worden gedetecteerd.
9.3 Testindicatie bij inschakelen
Zie afb. 11
Het videosysteem schakelt in de stand-bystand zodra het contact is ingeschakeld. Het systeem wordt geactiveerd door een snelheid van minder dan 40 km/uur. Het camerabeeld verschijnt.
Met het middenkruis kan de camera correct worden afgesteld. Het middenkruis (1) is de optische middellijn van de camera en moet verticaal onder de camerapositie worden geplaatst. Het actieve gebied (2) is in de video gedurende 6 seconden als een rood veld gemarkeerd.
Zodra een kwetsbare weggebruiker het actieve gebied binnenkomt, verschijnt de dynamische rechthoekige indicator (3) op het display. Als het geluidssignaal is aangesloten, klinkt er tegelijkertijd een pieptoon.
9.4 Gebruik bij dag en bij nacht
De monitor M75LXAHD van het systeem BSV71000RHD biedt aanpassingsmogelijkheden om het beeld aan te passen voor dag- en nachtbedrijf. Deze instellingen moeten worden uitgevoerd voordat de blauwe kabels worden verbonden.
Voor meer informatie, zie de handleiding van de monitor M75LXAHD.
10 Problemen oplossen
Fout Oorzaak Oplossing
| Het toestel functioneert niet. | De zwarte of rode kabel voor de stroomvoorziening maken geen contact. | Controleer of de verbindingen correct zijn. |
| De systeemstekker is niet of nog niet correct in de besturingselektronica gestoken. | Controleer de systeemstekker, en zorg ervoor dat deze is vergrendeld. | |
| Fout Oorzaak Oplossing | ||
| „NO SIGNAL” verschijnt op de monitor. | Geen videosignaal beschikbaar. Los contact in de stekkerverbinding van de camerakabel | Controleer of de verbindingen correct zijn.Controleer met name de 20p-connector van het netsnoer van de monitor. |
| De camera is defect. Neem contact op met een geautori-seerd servicecentrum om de camera te vervangen. | ||
| De camera is niet aangesloten op camera-ingang C3. | Zorg ervoor dat camera is aangesloten op camera-ingang C3. | |
| Een geel GPS pictogram verschijnt op de monitor. | GPS ontvangst is gestoord. Het systeem is actief. Het camerabeeld verschijnt zelfs bij snelheden boven 40 km/uur. | |
| Een rood GPS pictogram verschijnt op de monitor. | Geen objectdetectie beschikbaar. Controleer of de verbindingen correct zijn.Controleer of de cameralens vuil is of op andere wijze is geblokkeerd.Neem contact op met een geautori-seerd servicecentrum als de werking niet goed blijft. | |
| De monitor schakelt niet uit. | De monitor is handmatig ingeschakeld voordat de blauwe draad is aangesloten. In combinatie met de camera zijn de toetsen geblokkeerd. | De blauwe draad moet worden losge-koppeld en de monitor moet handma-tig worden uitgeschakeld. Sluit de blauwe draad daarna weer aan. |
| Geen beeld, maar het waar-schuwingsgeluid weerk-linkt. | De monitor ontvangt geen videosignaal. De camera is aangesloten op de verkeerde ingang. | Controleer of de camera-ingang is gebruikt. Het moet C3 zijn. |
| De cinch-stekker heeft een los contact of is defect. | Controleer de cinch-stekker. | |
11 Reiniging en onderhoud

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik geen scherpe of harde voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of bleekmiddel bij het reinigen. Daardoor kan het toestel beschadigd raken.
▶ Reinig het toestel geregeld met een zachte, vochtige doek.
▶ Controleer onder spanning staande kabels of draden regelmatig op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.
12 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, neem dan contact op met de detailhandel of met het filiaal van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer).
Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie de volgende documenten mee:
- Een kopie van de factuur met datum van aankoop
- De reden voor de claim of een beschrijving van de fout
Houd er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voor de veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.
13 Afvoer

▶ Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken.
Vraag het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw dealer naar informatie over hoe het product kan worden weggegooid in overeenstemming met alle van toepassing zijnde nationale en lokale regelgeving.
| CAM1000RHD | |
| Beeldsensor 1/3,2" CMOS | |
| Resolutie ca. 1 miljoen | |
| Video Format NTSC, 1 Vpp | |
| Lichtgevoeligheid < 1 lux | |
| Gezichtsveld zie afb. 4 | |
| Bedrijfspanning 10 V tot 36 V | |
| Opgenomen vermogen max. 6 W | |
| Bedrijfstemperatuur -40 °C tot +85 °C | |
| Beschermingsklasse | IP69k |
| Afmetingen | 209 x 75 x 58 mm |
| Gewicht | ca. 0,6 kg |
| Tests | ISO 16750-3ISO 16750-4SAE J2527ECE-R10 05 (2014)E CISPR 25ISO 7637-2FCC deel 15B |