CS 4235 - Zaag SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 4235 SOLO in PDF-formaat.
| Producttype | Accuzagen |
| Merk | SOLO |
| Model | CS 4235 |
| Batterijspanning | 36 V (max. 42 V) |
| Batterijcapaciteit | 7,5 Ah |
| Laadtijd | Ongeveer 150 minuten |
| Kettingsnelheid onbelast | 15–20 m/s |
| Kettingsnelheid onder belasting | 7–20 m/s |
| Oliereservoirinhoud | 250 ml |
| Gewicht (met zaagblad en ketting) | 3,80 kg |
| Gewicht (zonder zaagblad en ketting) | 3,15 kg |
| Geluidsvermogensniveau (LwA) | 108 dB(A) |
| Geluidsdrukniveau (LpA) | 88 dB(A) |
| Trillingswaarde | 2,5 m/s² (K=1,5 m/s²) |
| Zaagbladlengtes | 25 cm / 30 cm / 35 cm |
| Kettingspoed | 3/8" |
| Kettingrem | Ja, handmatig met beugel |
| Automatische smering | Ja |
| Overbelastingsbeveiliging | Ja (automatische stop) |
| Voeding | Lithium-ion accu (36 V) |
| Gebruik volgens bestemming | Lichte houtzagen, tuinieren |
| Leveringsomvang | Kettingzaag, zaagblad, ketting, kettingbeschermer, handleiding |
| Garantie | Wettelijk op fabricagefouten |
Veelgestelde vragen - CS 4235 SOLO
Gebruikersvragen over CS 4235 SOLO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 4235 - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 4235 van het merk SOLO.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 4235 SOLO
1 Over deze gebruikershandleiding ..... 58
1.1 Symbolen op de titelpagina...... 58
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig-
naalwoorden.... 58
2 Productomschrijving 58
2.1 Beoogd gebruik 58
2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik. 59
2.3 Overige risico's.... 59
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen 59
2.4.1 Inschakelbeveiliging 59
2.4.2 Kettingrem/kettingrembeugel..... 59
2.4.3 Beveiliging tegen overbelasting... 59
2.5 Symbolen op het apparaat 59
2.6 Inhoud van de levering.... 60
2.7 Productoverzicht (01) 60
3 Veiligheidsinstructies 61
3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap 61
3.1.1 Veiligheid op de werkplek...... 61
3.1.2 Elektrische veiligheid 61
3.1.3 Veiligheid van personen 61
3.1.4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap.... 62
3.1.5 Gebruik en behandeling van het accugereedschap 62
3.1.6 Service.... 63
3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen 63
3.3 Oorzaken en vermijding van een te-rugslag 63
3.4 Veiligheidsinstructies voor de accu .... 64
3.5 Veiligheidsinstructies voor de lader.... 65
3.6 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden.... 65
3.6.1 Gebruiker.... 65
3.6.2 Werktijden.... 65
3.6.3 Belasting door trillingen 66
3.6.4 Geluidsbelasting 66
3.6.5 Werken met de kettingzaag ..... 67
4 Montage 67
4.1 Monteren van het zaagblad (02, 03)... 68
4.2 Monteren van de zaagketting (02, 03) 68
4.3 Spannen van de zaagketting (04, 05). 68
5 Ingebruikname.... 68
5.1 Accu laden (06, 07) 69
5.2 Kettingzaagolie bijvullen (08)...... 69
5.3 Werkingstest van de kettingrem ...... 69
5.3.1 Kettingrem testen bij uitgeschakelde motor (09).... 70
5.3.2 Kettingrem testen bij ingeschakelde motor (09).... 70
6 Bediening 70
6.1 Controleren van de kettingzaagolie .... 71
6.2 Accu-riemsysteem omdoen (10) tot en met (13) 71
6.3 Accu plaatsen/verwijderen (14) ..... 71
6.4 Stroomvoorziening aansluiten (15, 16) 71
6.5 De motor in- en uitschakelen (17) ..... 71
6.6 Testen van de kettingrem 72
6.7 Toerental van de zaagketting verhogen/verlagen [Eco-modus/Power-modus] (18) 72
6.8 Acculaadconditie controlleren "Motion Detection" (07).... 72
7 Werkhouding en werktechniek 72
7.1 Bomen kappen (19, 20) ...... 73
7.2 Snoeien (21) 74
7.3 Boom afkorten (22 - 25).... 74
7.4 Zaaghout verzagen.... 75
8 Onderhoud en verzorging.... 75
8.1 Kettingspanning controlleren.... 75
8.2 Zaagketting slijpen (26) 75
8.3 Reinigen binnenruimte kettingwiel..... 76
8.4 Snelspanner omzetten (27) 76
8.5 Zaagblad controleren, omkeren en
invetten (28, 29).... 76
8.6 Tabel kettingonderhoud.... 77
9 Transport 78
10 Opslag 78
11 Verwijderen.... 78
12 Klantenservice/service centre.... 79
13 Technische gegevens.... 80
14 Hulp bij storingen 81
15 Garantie 82
16 EG-verklaring van overeenstemming ..... 82
1 OVER DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
■ Lees voor de ingebruikname deze gebruikershandleiding absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.
Bewaar deze gebruikershandleiding goed zo- dat u erin het antwoord op uw vragen kunt te- rugvinden wanneer u informatie over het ap- paraat nodig hebt.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruikershandleiding aan andere personen over.
■ Lees en neem de veiligheids- en waarschuwingsinstructies in deze gebruikershandleiding in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Symbool voor gebruikshandleiding

Symbool voor apparaat met li-ion-accu
1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden

GEVAAR!
Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.

WAARSCHUWING!
Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.

VOORZICHTIG!
Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OP!
Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.

OPMERKING
Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.
Deze gebruikshandleiding beschrijft een handgedragen elektrische kettingzaag, die wordt aangedreven door een accu.
2.1 Beoogd gebruik
De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik rond het huis en in hobbytuinen. In een dergelijke omgeving kan de kettingzaag worden gebruikt voor licht houtzaagwerk, zoals:
■ verzagen van snoeihout
■ snoeien van hagen
■ zagen van brandhout
Dankzij de elektrische aandrijving kan de accukettingzaag niet alleen in de buitenlucht, maar ook in afgesloten ruimten worden gebruikt voor het zagen van hout. Elke andere toepassing dan hier beschreven, wordt beschouwd als niet overeenkomstig het gebruiksdoel.
De accukettingzaag mag alleen worden gebruikt met de volgende componenten:
Accu-riemsysteem BTA 42 – art.nr. 127442
Lithium-ionaccu – art.nr. 127390
■ Lader – C150 Li, art.nr. 127391
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw, worden beschouwd als niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE-markering) en de afwijzing van elke verantwoor-
delijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden.

VOORZICHTIG!
Letselgevaar door ondoelmatig gebruik!
Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.
- Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.
■ Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, zoals spijkers, schroeven, beslag.
2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik
■ Snoei nooit takken, die zich recht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige personen bevinden.
- Gebruik nooit afgewerkte of minerale olie voor de smering van de kettingzaag.
- Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.
Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat kan sprake zijn van een restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Door het type en de constructie van het apparaat kunnen volgende gevaren niet worden uitgesloten.
■ Contact met de vrij toegankelijke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).
■ Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).
Plotselinge en onverwachte beweging van het zwaard (gevaar voor snijletsel).
■ Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).
■ Loskomen van delen van het bewerkte hout.
■ Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

WAARSCHUWING!
Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen
Wanneer veiligheids- en beveiligings- voorzieningen zijn gemanipuleerd, kan tijdens werkzaamheden met de kettingzaag zwaar letsel worden toegebracht.
Stel de beschermings- en beveiligings- voorzieningen nooit buiten werking!
■ Werk uitsluitend met de kettingzaag, wanneer alle veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen correct functioneren.
2.4.1 Inschakelbeveiliging
Wanneer de gebruiker herhaald snel achter elkaar gas geeft, schakelt de kettingzaag geduren-de enkele seconden uit, om de elektronica en de kettingzaag te beschermen. In dergelijke gevallen wacht u tot de kettingzaag weer kan worden ingeschakeld.
2.4.2 Kettingrem/kettingrembeugel
De kettingzaag is uitgerust met een handbediende kettingrem die bijv. bij een terugslag (kickback) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de kettingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.
2.4.3 Beveiliging tegen overbelasting
De kettingzaag is uitgerust met een overlastbeveiliging, die bij een overbelasting uitschakelt.
Na een korte afkoelperiode kan de kettingzaag weer worden ingeschakeld.
2.5 Symbolen op het apparaat
| Symbool | Betekenis |
![]() | Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! |
![]() | Terugslagrisico! |
![]() | Houd de kettingzaag tijdens het za-gen nooit met slechts één hand vast! |
Symbool Betekenis

Gebruik de zaag niet in de regen! Bescherm de zaag tegen vocht!

Draag een veiligheidshelm, gehoor- bescherming en oogbescherming!

Draag beschermende handschoenen!

Draag stevige schoenen!

Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

Houd de kettingzaag tijdens het za- gen altijd met beide handen vast!
2.6 Inhoud van de levering
De accukettingzaag is ontworpen voor gebruik met de lithium-ion PowerFlex-accu (art.nr.
127390). Voor het opladen van de accu is de oplader voor PowerFlex-accu's (art.nr. 127391) nodig.
LET OP!
Gevaar voor schade aan apparaat en accu
Als het apparaat wordt gebruikt met een ongeschikte accu, kunnen apparaat en accu beschadigd raken.
- Gebruik het apparaat alleen met de voorgeschreven accu.

OPMERKING
De accu, lader en het riemsysteem zijn niet inbegrepen in de leveringsomvang en moeten daarom apart worden aangeschaft.
Controleer na het uitpakken of alle onderdelen zijn geleverd.

5 Gebruiksaanwijzing
2.7 Productoverzicht (01)
Nr. Component
1 Kettingbeschermer
2 Zaagblad
3 Zaagketting
4 Aanslagkam
5 Kettingrembeugel
6 Beugelgreep
7 Dop kettingoliereservoir
8 Bedieningspaneel Eco-modus/Power-modus
9 Achterste handgreep
10 Gashendel
11 Blokkeerknop voor gashendel
12 Kijkglas voor kettingoliereservoir
Nr. Component
13 Contactbus voor accu-aansluitkabel
14 Afdekkap voor kettingwiel
15 Snelspaninrichting met centrale sluiting en draairing
16 Accu*
17 Acculader*
18 Accu-riemsysteem met aansluitkabel*
*: Niet inbegrepen, echter verkrijgbaar onder de volgende artikelnummers:
Accu-riemsysteem BTA 42 – art.nr. 127442
Lithium-ionaccu – art.nr. 127390
Lader – C150 Li – art.nr. 127391
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap

WAARSCHUWING!
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.
Wanneer de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet worden opgevolgd, kunnen er een elektrische schok, brand en/of zware verwondingen optreden.
■ Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap dat via stroom werkt (met netwerkkabel) en op elektrisch gereedschap dat via een accu werkt (zonder netwerkkabel).
3.1.1 Veiligheid op de werkplek
Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroorzaken.
■ Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken, die de stof of dampen kunnen laten ontvlammen.
Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt
afgeleid, kunt u de controle over het elektrische gereedschap verliezen.
3.1.2 Elektrische veiligheid
De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in de contactdoos passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met elektrisch gereedschap met randaarding. Ongemodificeerde stekkers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals bij buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.
Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vocht. Wanneer er water in het elektrische gereedschap binnendringt, verhoogt dit de kans op een elektrische schok.
- Gebruik de kabel niet voor doeleinden waarvoor deze niet is bedoeld. De kabel mag niet worden gebruikt om het elektrische gereedschap te dragen, op te han-gen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewe-gende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop geraakte kabels is er een hoger risico op een elektrische schok.
■ Wanneer u met een elektrisch gereedschap buiten werkt, dient u uitsluitend een verlengkabel te gebruiken die ook voor buiten geschikt is. Door het gebruik van een dergelijke verlengkabel neemt het risico op een elektrische schok af.
■ Wanneer het gebruik van elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden voorkomen, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektrische schok.
3.1.3 Veiligheid van personen
Wees oplettend en voer uw handelingen bewust uit. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Wanneer u een moment niet oplet, kan het elektrische
gereedschap ernstige verwondingen veroorzaken.
Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting verlaagt het risico op verwondingen. Tot de uitrusting behoren, afhankelijk van het type elektrisch gereedschap en de toepassing ervan, bijv. een stofmasker, veiligheidsschoenen met goede grip, een veiligheidshelm of gehoorbescherming.
■ Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, het optilt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar houdt of het elektrische gereedschap ingeschakeld aansluit op de netspanning, kan dit leiden tot ongevallen.
■ Verwijder afstel- of schroefgereedschap voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Gereedschap of sleutels die in de draaibare onderdelen terecht komen, kunnen verwondingen veroorzaken.
■ Voorkom een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Hierdoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.
Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haar en kleding weg van bewegende delen. Loszitten-de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegrepen.
■ Wanneer er stofafzuig- en opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u te controleren of deze aangesloten zijn en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen.
3.1.4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap
Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het juiste elektrische gereedschap. Met het passende gereedschap werkt u beter en veiliger in het beschreven toepassingsgebied.
- Gebruik het elektrische gereedschap niet wanneer de schakelaar kapot is. Elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgescha-
keld kan worden, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
■ Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder de accu voordat u instellingen aan het apparaat verandert, toebehoren vervangt of het apparaat opruimt. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt het onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Het apparaat mag niet worden gebruikt door personen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen.
Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren mensen.
Onderhoud elektrisch gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken zijn of zodanig beschadigd dat de werking van het elektrische gereedschap wordt belemmerd. Laat beschadigde onderdelen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische gereedschappen.
Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik.
- Gebruik het elektrische gereedschap, de toebehoren, inzetgereedschap enz. conform deze instructies. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan doelmatige toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
3.1.5 Gebruik en behandeling van het accugereedschap
Laad de accu's uitsluitend in opladers op die door de fabrikant worden aanbevolen. Bij een oplader die voor een bepaald type accu's geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer deze met andere accu's wordt gebruikt.
- Gebruik uitsluitend de hiervoor bedoelde accu's in het elektrische gereedschap. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondingen en brandgevaar leiden.
Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de
contacten zouden kunnen veroorzaken.
Kortsluiting tussen de accucontacten kan verbrandingen of vuur veroorzaken.
Bij verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lopen. Voorkom de aanraking hier-mee. Spoel direct af met water wanneer u er per ongeluk mee in contact komt. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Lekkende accuvloeistof kan huidirritaties of verbrandingen veroorzaken.
3.1.6 Service
Laat het elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerd personeel en met originele reserveonderdelen repareren. Zo wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft.
3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen
Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Contro-leer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaam-heden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting gegre-pen worden.
Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste greep en uw linkerhand aan de voorste greep vast. De kettingzaag in omgekeerde werkhouding vasthouden, verhoogt het risico op letsels en mag niet toegepast worden.
■ Het elektrische gereedschap moet altijd uitsluitend aan de geïsoleerde grepen worden vastgehouden, omdat de zaagketting verborgen leidingen kan raken. Wanneer zaagkettingen een onder spanning staande draad raken, komen de metalen de- len van het elektrische gereedschap onder spanning te staan, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan oplopen.
Draag veiligheidsbril en gehoorbescherming. Overige bescherming voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen. Geschikte werkkleding vermindert het letselgevaar door rondvliegende spaanders en toevallig aanraken van de zaagketting.
■ Werk nooit vanuit een boom met de kettingzaag. Wanneer u vanuit een boom werkt, bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.
■ Let altijd op een stabiele positie en gebruik de kettingzaag alleen wanneer u op
een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Gladde ondergrond of onstabiele stand zoals op een ladder, kunnen leiden tot evenwichtsverlies of tot controleverlies over de kettingzaag.
Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Wanneer de spanning in de houten vezels vrijkomt, kan de tak onder spanning de bedienende persoon raken en/of de kettingzaag aan de controle onttrekken.
■ Wees bijzonder voorzichtig bij het knippen van onderbegroeiing en jonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken in de zaagketting en tegen u slagen of u uit evenwicht brengen.
Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagketting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de kettingzaag moet de beschermkap altijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.
Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van toebehoren. Een foutief gespannen of gesmeerde ketting kan scheuren of het terugslagrisico verhogen.
Zorg dat de grepen droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Vette, olieachtige grepen zijn glibberig en leiden tot controle-verlies.
■ Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-reglementaire werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden.
3.3 Oorzaken en vermijding van een terugslag
Terugslag kan optreden wanneer het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt.
Een aanraking met het zaagbladuiteinde kan in veel gevallen tot een onverwachte, achterwaartse reactie leiden, waarbij het zaagblad naar boven en in de richting van de bedienaar wordt geslagen.
Wanneer de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem raakt, kan het blad hierdoor heftig in de richting van de bedienaar terugslaan.
Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijkkerwijze zware letsels oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de beveiligingen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om ongevalen letselvrij te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van het elektrische gereedschap.
Die kan vermeden worden door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven:
Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li-chaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslagkrachten. Mits hij/zij geschikte maatregelen treft, kan de bedienaar de optredende terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt.
- Gebruik altijd vervangbladen en zaagkettingen die de fabrikant voorschrijft. Foutieve vervangbladen kunnen de ketting doen scheuren en/of een terugslag veroorzaken.
■ Respecteer de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot een terugslag.
3.4 Veiligheidsinstructies voor de accu
In dit gedeelte vindt u alle elementaire veiligheidsinstructies en waarschuwingen voor het gebruik van de accu. Lees de instructies!
Accu uitsluitend reglementair gebruiken, dit is voor apparaten met accuvoeding van de firma AL-KO. Accu alleen laden met de daarvoor bestemde AL-KO oplader.
Nieuwe accu voor ingebruikname eerst uit de originele verpakking halen.
De accu voor ingebruikname volledig opladen en daarvoor altijd de voorgeschreven oplader gebruiken. De instructies in deze gebruiksaanwijzing voor het laden van de accu opvolgen.
- Gebruik de accu niet in omgevingen waar gevaar voor explosie en brand bestaat.
Stel de accu niet bloot aan water en vocht wanneer u de accu in het apparaat gebruikt.
De accu beschermen tegen hitte, olie en vuur, zodat ze niet beschadigd wordt en er geen elektrolyt kan vrijkomen.
■ De accu niet stoten of werpen.
De accu niet vuil of nat gebruiken. Voor gebruik de accu met een droge, schone doek reinigen en drogen.
De opgeladen en niet gebruikte accu uit de buurt van metalen voorwerpen houden, om de contacten niet te overbruggen (bijvoorbeeld paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven). Door een kortsluiting kunnen brandwonden of brand ontstaan.
Accu niet openen, uit elkaar halen of slopen. Er bestaat gevaar voor elektrocutie en kort-sluiting.
Bij niet reglementair gebruik en beschadigde accu kunnen dampen en elektrolyt vrijkomen. De ruimte voldoende ventileren en in geval van klachten een arts raadplegen.
Bij contact met elektrolyt grondig afspoelen en de ogen direct grondig uitspoelen. Daarna een arts raadplegen.
- Deze accu mag niet worden gebruikt door onbevoegden, behalve wanneer ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of wanneer ze instructies hebben gekregen hoe ze de accu moeten gebruiken. Onbevoegde personen zijn bijv.:
- Personen (met inbegrip van kinderen) met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen.
-
Personen die geen ervaring met en/of geen kennis over de accu hebben.
-
Kinderen mogen niet alleen in de buurt van de accu komen om te garanderen dat ze niet met de accu spelen.
De accu mag niet langdurig aan de oplader gekoppeld blijven. Bij langdurige opslag accu van de oplader loskoppelen.
Accu uit het apparaat verwijderen wanneer het niet wordt gebruikt.
De ongebruikte accu droog en op een afgesloten plaats opslaan. Bescherm de accu tegen hitte en rechtstreekse zonnestraling. Onbevoegde personen en kinderen mogen geen toegang tot de accu krijgen.
3.5 Veiligheidsinstructies voor de lader
In deze paragraaf worden alle basis veiligheids- en waarschuwingsinstructies opgesomd, die bij het gebruik van de oplader moeten worden ge- respecteerd. Lees de instructies!
- Gebruik het apparaat uitsluitend reglementair, dit is voor het opladen van de vermelde accu. Uitsluitend originele accu's van AL-KO met de oplader laden.
■ Voor elk gebruik het volledige apparaat en vooral het netsnoer en de accuschacht op beschadigingen controleren. Gebruik het apparaat alleen wanneer het in perfecte staat is.
- Gebruik het apparaat niet in omgevingen waar gevaar voor explosie en brand bestaat.
- Gebruik het apparaat enkel binnen en stel het niet bloot aan water en vocht.
De oplader altijd op een goed verlucht en niet brandbaar oppervlak plaatsen, omdat hij bij het opladen warm wordt. De ventilatie-openingen vrijhouden en het apparaat niet afdekken.
■ Voor het aansluiten van de oplader controle- ren of de in de technische gegevens vermel- de netspanning beschikbaar is.
- Het netsnoer uitsluitend gebruiken voor het aansluiten van de oplader, niet voor andere doeleinden. De oplader niet aan het netsnoer optillen, en de stekker niet door trekken aan het snoer uit het stopcontact trekken.
■ Het netsnoer beschermen tegen hitte, olie en scherpe kanten, zodat het niet beschadigd raakt.
De oplader en accu niet vuil of nat gebruiken. Voor gebruik het apparaat en de accu reinigen en drogen.
- Oplader en accu niet openen. Er bestaat gevaar voor elektrocutie en kortsluiting.
Laat het apparaat voor uw eigen veiligheid alleen door gekwalificeerd personeel en met originele reserveonderdelen repareren.
- Dit apparaat mag niet worden gebruikt door onbevoegden, behalve wanneer ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of wanneer ze instructies hebben gekregen hoe ze het apparaat moeten gebruiken. Onbevoegde personen zijn bijv.:
- Personen (met inbegrip van kinderen) met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen
- Personen die geen ervaring met en/of geen kennis over het apparaat hebben.
- Kinderen mogen niet alleen in de buurt van de accu komen om te garanderen dat ze niet met het apparaat spelen.
Bewaar het apparaat op een droge en afgesloten plaats wanneer het niet wordt gebruikt. Onbevoegde personen en kinderen mogen geen toegang tot het apparaat krijgen.
3.6 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden
■ Neem de voor uw land specifieke veiligheidsvoorschriften in acht, bijv. van beroepsorganisaties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-instanties.
■ Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.
Houd de werkomgeving vrij van rondslingerende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikelgevaar.
- De gebruiker is verantwoordelijk voor eventueel letsel bij derden en voor materiële schade.
■ Wanneer u voor het eerst met een kettingzaag werkt:
Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de kettingzaag uitleggen, of volg een cursus.
- Oefen voor het eerste gebruik minimaal het zagen van stammen op een zaagbok of zaagonderstel.
3.6.1 Gebruiker
■ Personen van jonger dan 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen, mogen het apparaat niet gebruiken.
Iedereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheidsoverwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met een kettingzaag te werken.
3.6.2 Werktijden
Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gelden.
3.6.3 Belasting door trillingen

WAARSCHUWING!
Gevaar als gevolg van trillingen
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgende factoren die van invloed zijn:
■ Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
■ Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende hand-grepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
- Gebruik het apparaat alleen met het motor-toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repareren door een geautoriseerde servicewerkplaats.
De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
- Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptom van 'dode vingers' wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van
kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen (ca. beneden 10 °C) neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
■ Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
3.6.4 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden gedragen.
3.6.5 Werken met de kettingzaag

WAARSCHUWING!
Gevaar voor zwaar letsel.
Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn ge- monteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.
- Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn ge-monteerd.
■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

WAARSCHUWING!
Letselgevaar door onbedoeld starten- de kettingzaag
Een onbedoeld startende kettingzaag kan tot ernstig letsel leiden. Verwijder daarom altijd de accu bij:
■ Test-, afstel- en reinigingswerkzaamheden
■ Werkzaamheden aan het snijgereedschap
■ Het achterlaten van de kettingzaag
Transport
Opslag
■ Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
Gevaar
■ Nooit alleen werken.
■ Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.
Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbonden aan een elektrische leiding.
■ De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit:
een veiligheidshelm
- gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
■ veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm
■ veiligheidsbroek met ingelegde snijbeveiliging
■ stevige werkhandschoenen
■ veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen
- De kettingzaag niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo niet meer mogelijk.
■ Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit en plaats de kettingbeschermer.
■ Breng op een buiten gebruik zijnde kettingzaag altijd de kettingbeschermer aan en verwijder de accu.
■ De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze is uitgeschakeld.
■ De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.
Als een boomstam dikker is dan de lengte van het zaagblad, moet deze door een vakman worden omgezaagd.
Plaats de zaagketting alleen voor een zaagsnede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.
■ Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.
■ Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm.
Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking.
4 MONTAGE

WAARSCHUWING!
Gevaar voor zwaar letsel.
Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn ge- monteerd, kan zwaar letsel worden ver- oorzaakt.
- Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn ge-monteerd.
■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

VOORZICHTIG!
Gevaar voor snijletsel.
Bij het monteren van de zaagketting, kunnen de scherpe randen snijletsel veroorzaken.
■ Verwijder de accu voor het monteren van de ketting.
Draag veiligheidshandschoenen bij de montage van de zaagketting en het zaagblad.
4.1 Monteren van het zaagblad (02, 03)
- Trek de kettingrembeugel (02/1) naar de beugelgreep (02/a), om zo de kettingrem vrij te geven.
- Draai de centrale sluiting (02/2) linksom en neem deze, samen met afdekkap (02/3) van de zaag.
- Plaats het zaagblad (03/1) over de geleiderbout (03/2) en schuif deze zo ver naar achteren, dat de zaagketting kan worden gemonteerd.
4.2 Monteren van de zaagketting (02, 03)
- Leg de zaagketting om het kettingwiel (03/3) en in de groef van het zaagblad (03/1) aanbrengen.
- Leid de zaagketting om het omkeerwiel op het zaagblad. De zaagketting moet aan de onderkant van het zaagblad iets doorhangen.
- Monteer de afdekkap (02/3) en draai de centrale sluiting (02/2) licht vast.
4.3 Spannen van de zaagketting (04, 05)

OPMERKING
De zaagketting is correct gespannen wanneer deze:
■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken
■ op het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden gehaald
- De ligging van de zaagketting controleren, deze moet correct aanliggen in de zaagblad-groef en over het kettingwiel.
- Draai de draairing (04/1) zo naar de afdekkap (04/2), dat beide driehoeken tegenover elkaar staan (04/a).
- Draai de centrale sluiting (05/1) rechtsom (05/a). Draai de centrale sluiting daarbij niet
helemaal vast, of draai deze een omwenteling terug.
- Draai de draairing (05/2) rechtsom, totdat de zaagketting correct is gespannen (05/b), zoals hierboven beschreven.
- Draai de centrale sluiting (05/1) rechtsom, tot deze is vastgezet.
5 INGEBRUIKNAME

GEVAAR!
Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel.
Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
■ Lees en volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de kettingzaag gebruikt!

WAARSCHUWING!
Gevaar voor zwaar letsel.
Wanneer de kettingzaag beschadigde onderdelen bevat, kan dit tot zwaar letsel leiden.
■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.
5.1 Accu laden (06, 07)

VOORZICHTIG!
Brandgevaar bij het opladen!
Er bestaat brandgevaar wanneer de la- der op een makkelijk brandbare onder- grond is geplaatst en niet voldoende wordt geventileerd.
- Gebruik de lader altijd op een niet-brandbare ondergrond of in een niet-brandbare omgeving.
- Indien beschikbaar: Houd de ventilatieopeningen vrij.

OPMERKING
De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke willekeurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken.

OPMERKING
De accu is bij het opladen dankzij de automatische herkenning van de acculaadconditie tegen overladen beschermd en kan dan ook een tijdje, maar niet op lange termijn, in de oplader worden gelaten.

OPMERKING
Neem de meegeleverde gebruiksaanwijzingen van de accu en de oplader in acht.
- Verbind accu (06/1) en oplader (06/2, 06/a), en de oplader met de netspanning (06/3, 06/b). Het laadproces begint. De LED op de oplader brandt groen, op de accu wordt de laadstatus weergegeven.
- Controleer de weergave van de laadstatus op de accu (07). Het volledig opladen duurt ongeveer 2,5 uur. Het proces stopt automatisch wanneer de accu volledig opgeladen is.
- Koppel de accu los van de oplader (06/a) en de oplader los van de netspanning (06/b).
5.2 Kettingzaagolie bijvullen (08)
LET OP!
Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag
De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wanneer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp.
Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!
Vul voor ingebruikname het reservoir met kettingzaagolie.
■ Gebruik geen afgewerkte olie!
Vul minimaal bij elke accuwissel het oliereservoir bij met kettingzaagolie.
De zaagketting en het zaagblad krijgen tijdens bedrijf continu olie toegevoerd vanuit een automatisch oliesmeersysteem. De kettingzaagolie beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage. Om de zaagketting afdoende te smeren moet steeds voldoende kettingzaagolie in het reservoir aanwezig zijn.
Gebruik voor de smering van de zaagketting en het zaagblad uitsluitend milieuvriendelijke, biologisch afbreekbare, hoogwaardige kettingzaagolie en vervoer en bewaar deze in toegelaten en van inhoudsaanduiding voorziene verpakkingen.
Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het verwisselen van de accu en vul, indien nodig, kettingzaagolie bij:
- Controleer het oliepeil in het kijkglas van het reservoir (08/1). Er moet altijd olie te zien zijn. Het minimale en het maximale oliepeil mogen niet worden onder- resp. overschreden.
- Vul, indien nodig, kettingzaagolie bij via de vulhals (08/2).
5.3 Werkingstest van de kettingrem
De kettingzaag is uitgerust met een handbediende kettingrem die bijv. bij een terugslag (kickback) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de kettingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.

GEVAAR!
Levensgevaar vanwege achteloos gebruik!
Door onvoorzichtige en onvoorziene bewegingen van de kettingzaag kan zeer zwaar, tot dodelijk letsel worden veroorzaakt.
■ Ga bij het werken met de kettingzaag altijd veiligheidsbewust en zeer geconcentreerd te werk.
- Bij het vrijgeven van de kettingrem geen schakelaar indrukken.

WAARSCHUWING!
Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem
Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot dodelijk letsel toebrengen.
■ Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.
5.3.1 Kettingrem testen bij uitgeschakelde motor (09)
- Trek de accu uit het apparaat (zie Hoofdstuk 6.3 "Accu plaatsen/verwijderen (14)", pagina 71).
- Om de kettingrem vrij te geven, trekt u de kettingrembeugel (09/1) richting de beugel-greep (09/2) (09/a). De zaagketting kan nu met de hand rond worden getrokken.
- Om de kettingrem in te schakelen, drukt u de kettingrembeugel (09/1) naar voren (09/b). Het mag nu niet mogelijk zijn de zaagketting rond te trekken.
5.3.2 Kettingrem testen bij ingeschakelde motor (09)

OPMERKING
Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.
- Houd de kettingzaag veilig en stevig vast bij de beugelgreep en de achterste greep.
- Trek de kettingrembeugel (09/1) richting de beugelgreep (09/2) (09/a) om zo de kettingrem vrij te geven.
- Schakel de motor in.
- Duw de kettingrembeugel (09/1) naar voren (09/b). De zaagketting en de motor moeten direct stoppen.
6 BEDIENING

GEVAAR!
Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel.
Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
■ Lees en volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de kettingzaag gebruikt!
■ Neem de nationale voorschriften voor de gebruiksduur in acht.
Houd de achterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de linkerhand.
■ De handgrepen niet loslaten zolang de motor draait.
■ Gebruik de kettingzaag niet bij:
Vermoeidheid
Onwel zijn
- Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs
6.1 Controleren van de kettingzaagolie
Handelwijze zie Hoofdstuk 5.2 "Kettingzaagolie bijvullen (08)", pagina 69.
LET OP!
Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag
De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wanneer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp.
Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!
■ Controleer voor aanvang van de werkzaamheden altijd of het reservoir voldoende is gevuld met kettingzaagolie.
■ Vul kettingzaagolie bij wanneer het oliepeil laag is.
■ Gebruik geen afgewerkte olie!
6.2 Accu-riemsysteem omdoen (10) tot en met (13)
Het accu-riemsysteem volgens de afbeelding (10) tot en met (13) omdoen.
6.3 Accu plaatsen/verwijderen (14)
Accu plaatsen
- Accu (14/1) in het accu-riemsysteem (14/2) schuiven (14/a) totdat hij vastklikt.
Accu verwijderen
- De ontgrendelingsknop (14/3) op de accu (14/1) indrukken en ingedrukt houden.
- Accu (14/1) verwijderen (14/b).
6.4 Stroomvoorziening aansluiten (15, 16)
Aansluitkabel monteren
- Lijn de eerste stekker van de aansluitkabel (15/1) uit met de geleidepen en de geleidingsgroef van de stekker van het accu-riem-systeem (15/2), sluit hem aan en draai hem lichtjes rechtsom totdat de vergrendelings-schakelaar (15/3) hoorbaar vastklikt.
- Lijn de tweede stekker van de aansluitkabel (16/1) uit met de geleidepen en geleidings-groef van de contactbus (16/2) van het appa-
raat, druk deze in de contactbus van het apparaat (16/a) en draai deze lichtjes rechtsom totdat de vergrendelingsschakelaar (16/3) hoorbaar vastklikt.
Aansluitkabel verwijderen
- Trek de vergrendelingsschakelaar (15/3) naar achteren (15/b), draai de stekker lichtjes linksom en trek deze dan uit de contactbus (15/c).
- Trek de vergrendelingsschakelaar (16/3) naar achteren, draai de stekker lichtjes linksom en trek deze uit de contactbus van het apparaat (16/2) trekken (16/b).
6.5 De motor in- en uitschakelen (17)

VOORZICHTIG!
Gevaar voor gehoorschade!
Door het gebruik van het apparaat ont- staat sterke geluidsvorming die gehoor- schade kan veroorzaken.
Draag bij het werken met de kettingzaag altijd gehoorbescherming.

OPMERKING
Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.
Motor inschakelen:
- Geef de kettingrem vrij.
- De blokkeerknop (17/1) met de duim indrukken en ingedrukt houden.
- Druk de gashendel (17/2) in en houd deze ingedrukt.
- Laat de blokkeerknop (17/1) los. De blokkeerknop hoeft niet meer ingedrukt te blijven nadat de kettingzaag loopt. De blokkeerknop dient om het onbedoeld starten van de kettingzaag te verhinderen.
Motor uitschakelen:
- Laat de gashendel (17/2) los.
6.6 Testen van de kettingrem
Handelwijze zie Hoofdstuk 5.3 "Werkingstest van de kettingrem", pagina 69.

WAARSCHUWING!
Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem
Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot dodelijk letsel toebrengen.
■ Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controlleren door een deskundige werkplaats.
6.7 Toerental van de zaagketting verhogen/verlagen [Eco-modus/Power-modus] (18)
Met de Eco-modus/Power-modus kunt u naar wens het toerental van de ketting verhogen of verlagen. Bij een hoger toerental (Power-modus) wordt de gebruiksduur van de accu verkort.
- Druk de knop (18/1) in. De led (18/2) brandt wanneer de Power-modus is ingeschakeld.
- Druk nogmaals op de knop (18/1), om de Power-modus uit te schakelen.
Als het apparaat wordt uitgeschakeld en vervolgens weer wordt ingeschakeld, begint het met de laatst gekozen instelling.
6.8 Acculaadconditie controlleren "Motion Detection" (07)
Boven op de accu bevindt zich een laadstatus-indicator. Deze wordt automatisch gedurende en- kele seconden geactiveerd wanneer u de accu zachtjes schudt.
- Schud de accu. De leds van de laadconditie-weergave lichten op op basis van de accu-laadconditie.
2. Lees de laadstatus af:
Weergave laadtoestand
LEDs Weergave
| Rood (07/1) | Brandt: Accu is volledig leeg.Knippert herhaaldelijk 1x: te verhelpen fout, bijv. een te hoge of te lage temperatuur.Knippert herhaaldelijk 2x: Hardwarefout, bijv. accu is defect. |
| Groen (07/2) | Brandt: Accu is voor meer dan 0 % geladen. |
| Groen (07/3) | Brandt: Accu is voor meer dan 25 % geladen. |
| Groen (07/4) | Brandt: Accu is voor meer dan 50 % geladen. |
| Groen (07/5) | Brandt: Accu is voor meer dan 75 % geladen. |
Tijdens het opladen knippert de groene led voor de actuele laadconditie. De groene leds voor de lage laadconditie branden voortdurend.
Bedrijfsduur van de accu
Als de bedrijfsduur van de geheel opgeladen accu duidelijk korter is geworden, is de accu versleten en moet deze door een originele accu worden vervangen.
7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK

OPMERKING
Regelmatig worden door beroepsorganisaties cursussen aangeboden in de omgang met kettingzagen en bomenkaptechniek.

GEVAAR!
Levensgevaar door onvoldoende vak- kennis!
Een tekort aan vakkennis kan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!
■ Uitsluitend goed geschoolde en ervaren mensen mogen worden belast met het snoeien en kappen van bo- men.

GEVAAR!
Levensgevaar door versplintering van hout!
Losspringende houtspaanders kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken!
■ Losse spaanders en houtsplinters verwijderen van het te verzagen ge-deelte.
7.1 Bomen kappen (19, 20)
Let voor en tijdens het kappen op de volgende punten:
Bij het kappen van bomen moet ervoor worden gezorgd, dat overige personen niet aan gevaren worden blootgesteld, geen hoofd-transportleidingen kunnen worden geraakt en geen materiële schade kan worden veroorzaakt. Wanneer een boom een hoofdtransportleiding raakt, moet het betreffende nutsbedrijf onmiddellijk op de hoogte worden gebracht.
Houd ook altijd rekening met eigendommen van derden, dieren en overige voorwerpen. Geen van deze mogen zich binnen de geva- renzone bevinden. In het geval toch ergens schade is toegebracht, moet de eigenaar on- middellijk op de hoogte worden gebracht.
De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 2½-keer de boomlengte te bedragen.
■ De valrichting van de boom beoordelen. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:
■ de natuurlijke stand van de boom
■ de lengte van dikkere takken
■ de hoogte van de boom
- eenzijdige groei van takken
■ horizontale of hellende ondergrond
■ asymmetrische groei, houtschade
windrichting en windsnelheid
sneeuwbelasting
- Op een hellende ondergrond altijd boven de valrichting van de boom blijven werken.
■ Controleren dat zich op de eerder bepaalde vluchtweg geen hindernissen bevinden. De vluchtweg moet ca. 45° schuin achterwaarts van de valrichting lopen (19).
■ De stam moet vrij zijn van begroeiing, takken en vreemde voorwerpen (zoals vervuiling,
stenen, losse boomschors, spijkers, klemmen, draad etc.).
Om een boom te kappen moeten er een valkerf en een velsnede worden aangebracht.
- Bij zagen van de valkerf en bij in stukken zagen van de boomstam de aanslagkam veilig aanbrengen tegen het te verzagen hout.
- De valkerf (20/C) wordt eerst horizontaal en vervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45° ingezaagd. Hierdoor wordt voorkomen dat de kettingzaag vastklemt bij het uitzagen van de tweede inkeping. De valkerf moet zo mogelijk nabij de bodem en in de gewenste valrichting (20/E) worden aangebracht. De diepte van de kerf moet ca. 1/4 van de stamdikte bedragen.
- De velsnede (20/D) tegenover de valkerf exact horizontaal inzagen. De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizontale vlak van de valkerf worden ingezaagd.
- De velsnede (20/D) zo diep inzagen dat er een breuklijst (20/F) van minstens 1/10 van de stamdikte tussen de valkerf (20/C) en de velsnede (20/D) overblijft. Deze breuklijst voorkomt dat de boom gaat draaien en in de verkeerde richting valt. Zodra de velsnede (20/D) de breuklijst (20/F) nadert moet de boom beginnen te vallen. Zaag de breuklijst niet door!
Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:
Als de boom mogelijk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de kettingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgebroken. Sla wiggen uit hout, kunststof of aluminium in om de zaagsnede te openen en de boom in de gewenste richting te laten vallen.
■ De kettingzaag direct uit de zaagsnede trekken, uitschakelen en wegleggen.
■ Weglopen via de vluchtroute.
- Opletten voor neervallende takken en twijgen.
- Als de boom blijft staan deze door het inslaan van wiggen in de velsnede gecontroleerd ten val brengen.
Opmerking: Er mogen uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium worden gebruikt.
- Na afloop van de zaagwerkzaamheden direct de gehoorbescherming afnemen en letten op signalen of waarschuwend geroep.
Insteek-, langs- en hartsneden moeten alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide personen (20).

GEVAAR!
Levensgevaar door vallende boom!
Wanneer het niet mogelijk is terug te wijken wanneer een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zelfs dodelijk letsel!
■ Pas met de kapwerkzaamheden beginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd.

GEVAAR!
Levensgevaar door ongecontroleerd vallende boom!
Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken!
- Om te zorgen dat de boom gecontroleerd valt, moet een breuklijst blijven staan tussen de velsnede en de valkerf; de breedte hiervan moet ca. 1/10 zijn van de stamdikte.
Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren.
7.2 Snoeien (21)
Onder snoeien wordt hier verstaan het afzagen van de takken van een gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:
De kettingzaag tijdens de werkzaamheden met de aanslagkam tegen de boomstam afsteunen.
■ Grotere, naar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig laten zitten.
■ Kleinere takken in één keer doorzagen.
■ Zaag de takken systematisch één voor één van de boom (21/a). Zaag eerst de takken af die u in de weg zitten. Zaag dan de takken af die spanningen veroorzaken. Zaag als laatste de dikste tak af aan de basis van de boom.
■ Zaag vrijhangende takken af van de bovenzijde (21/b), niet van de onderzijde.
- Opletten op onder spanning staande takken; deze van onderaf naar boven toe doorzagen (21/c), om te voorkomen dat de kettingzaag vastklemt.
7.3 Boom afkorten (22 - 25)
Onder afkorten wordt hier verstaan het in stukken zagen van de gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:
Zorg ervoor dat u stevig staat en uw lichaamsgewicht gelijkmatig verdeelt over beide voeten. Indien mogelijk, moet de stam worden ondersteund door takken, balken of wiggen.
- Op een hellende locatie altijd van bovenaf ten opzichte van de boomstam werken, omdat de boomstam kan wegrollen (22).
De kettingzaag zo hanteren dat er zich geen lichaamsdelen bevinden in de verlengde zwenkzone van de zaagketting.
De aanslagkam pal naast de snijkant plaatsen en de kettingzaag rondom dit punt draaien. Aan het einde van de zaagsnede niet langer druk uitoefenen.
- Om de volledige controle te houden over de kettingzaag, moet u aan het einde van de snede de druk op de zaag verminderen, zonder daarbij de handgrepen van de kettingzaag minder stevig vast te houden.
Erop letten dat de zaagketting niet tegen de bodem komt.
■ Wacht na het beeindigen van de zaagsnede tot de zaagketting stilstaat, alvorens u de kettingzaag verwijdert.
■ De motor van de kettingzaag altijd uitschakelen alvorens door te gaan naar de volgende boom.
De boomstam wordt over de hele lengte gelijkmatig ondersteund:
■ De boomstam van bovenaf doorzagen (23/a) en niet in de bodem zagen.
Boomstam wordt aan één uiteinde ondersteund:
- Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van onderaf inzagen (24/a); vervolgens de rest van bovenaf ter hoogte van de onderste zaagsnede doorzagen (24/b).
De boomstam wordt op beide uiteinden ondersteund:
Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf inzagen (25/a); vervolgens de rest van onderaf ter hoogte van de bovenste zaagsnede doorzagen (25/b).

GEVAAR!
Levensgevaar bij terugslag (kickback)!
Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensgevaarlijk worden verwond.
Houd u steeds aan de voorgeschreven maatregelen ter voorkoming van een terugslag!
7.4 Zaaghout verzagen
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
■ Een veilige ondersteuning gebruiken (zaagbok, wigvorm, balken).
- Letten op een veilige werkpositie en een gelijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.
■ Rondhout blokkeren tegen verdraaien.
Zet de kettingzaag altijd met draaiende ketting tegen het hout om een snede te beginnen. Start de kettingzaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.
■ Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING

WAARSCHUWING!
Gevaar voor snijletsel
Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende de- len van het apparaat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.
Draag bij onderhouds-, verzorgingsen reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen.
De kettingzaag voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsnormen. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door deskundige, getrainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.
Na elk gebruik van de kettingzaag deze controleren op slijtage en beschadigde onderdelen eventueel vervangen.
■ Het apparaat niet blootstellen aan vocht en nattigheid. Plastic delen reinigen met een
doek en hierbij geen reinigings- of oplosmiddelen gebruiken.
■ Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.
■ Spuit de kettingzaag niet af met water en gebruik geen hogedrukreiniger.
■ Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschreven reserveonderdelen gebruiken.
8.1 Kettingspanning controlleren
De kettingspanning vaak controleren, omdat een nieuwe zaagketting vanzelf langer wordt.
Bij de bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt deze iets door.

OPMERKING
De zaagketting is correct gespannen wanneer deze:
■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken
op het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden gehaald

VOORZICHTIG!
Ongevalsrisico door losspringen van zaagketting!
Een onvoldoende strak gespannen zaagketting kan tijdens het gebruik los- springen en letsel veroorzaken.
■ Controleer de kettingspanning regelmatig. De kettingspanning is te laag, wanneer de kettingschakels aan de onderkant van het zaagblad uit de groef komen.
■ Span de zaagketting volgens voorschrift, zodra de kettingspanning te laag is.
8.2 Zaagketting slijpen (26)

GEVAAR!
Levensgevaar bij terugslag (kickback)!
Door een terugslag van de kettingzaag (kickback) kan de gebruiker levensgevaarlijk worden verwond.
■ Slijp de zaagketting regelmatig!

OPMERKING
Onervaren gebruikers van de kettingzaag wordt aanbevolen de zaagketting te laten slijpen door een vakman die beschikt over een werkplaats voor klantenservice.
Uit veiligheids- en efficiëntie-overwegingen moet de zaagketting altijd goed geslepen zijn.
Het slijpen is vereist wanneer:
■ Het zaagsel op stof lijkt.
■ Meer kracht nodig is om te zagen.
■ De snede niet recht is.
■ De vibraties toenemen.
Wanneer het slijpen in handen van een opgeleide klantendienst gegeven wordt, kan dit met de juiste gereedschappen uitgevoerd worden die een minimale materiaalslijtage en gelijkmatig slijpen van alle tanden garanderen.
Zelfstandig slijpen van de zaagketting is mogelijk met behulp van speciale ronde vijlen, waarvan de doorsnede is aangepast aan het afzonderlijke kettingtype (zie Hoofdstuk 8.6 "Tabel kettingonderhoud", pagina 77). Het slijpen van de ketting vergt enige handigheid en ervaring, om beschadiging van de tanden te voorkomen.
Voor het slijpen van de zaagketting:
- De kettingzaag uitschakelen en de accu verwijderen.
- Geef de kettingrem vrij.
- Zet het zaagblad met gemonteerde zaagketting stevig vast in een geschikt bankschroef, let er daarbij op, dat de ketting vrij kan bewegen.
- Span de zaagketting indien deze los is.
- Monteer de vijl in de overeenkomstige geleider en breng de vijl vervolgens in de uitsparing van de tand, behoud daarbij een gelijkmatige helling overeenkomstig het tandprofiel.
- Voer slechts enkele halen met de vijl uit, uitsluitend in voorwaartse richting en herhaal de werkstap op alle tanden met dezelfde uitlijning (rechts of links).
- Draai de positie van het zaagblad in de bank-schroef om en herhaal de werkstap op de resterende tanden.
-
Controleer of de grenstand niet boven het testgereedschap uitsteekt en vijl het eventuele uitsteeksel met een vlakke vijl af en rond het profiel af.
-
Verwijder na het slijpen al het vijlsel en stof en smeer de zaagketting in een oliebad.
De ketting moet vervangen worden wanneer:
■ De lengte van de tanden kleiner is dan 5 mm;
- Indien aanwezig: de markering op de tanden van de zaagschakels is onderschreden;
De speling van de schakels op de kettingponsen te groot is.
8.3 Reinigen binnenruimte kettingwiel
De kettingzaag na elke gebruik grondig reinigen.
- Verwijder de accu en leg de kettingzaag neer op een stevige ondergrond.
- Schroef de afdekkap van het kettingwiel los.
- De binnenruimte met een geschikt borsteltje schoonmaken.
- Neem de zaagketting af en verwijder het zaagblad.
- De zaagbladmoer en de olietoevoeropening reinigen.
8.4 Snelspanner omzetten (27)
- Zaagblad verwijderen (27/1): Draai de schroef (27/2) uit en neem de adapterplaat met de spanhaak (27/3) los van het zaagblad.
- Draai het zaagblad om om de lengteas.
- Breng de adapterplaat met de spanhaak weer aan op het zaagblad en draai deze met de kruiskopschroef weer vast.
- Zaagblad weer monteren (zie Hoofdstuk 4.1 "Monteren van het zaagblad (02, 03)", pagina 68).
8.5 Zaagblad controleren, omkeren en invetten (28, 29)
Zaagblad controleren
Het zaagblad regelmatig controleren op beschadiging. Verwijder eventueel uitstekende bramen (28/1), d.w.z. Afvijlen onder een hoek van 45° (28/2).
Zaagblad omkeren
Om eenzijdige slijtage te voorkomen, moet het zaagblad na elke kettingvervanging of kettingslijpbeurt worden omgekeerd.
- Snelspaninrichting aan het zaagblad omzetten (zie Hoofdstuk 8.4 "Snelspanner omzetten (27)", pagina 76).
- Zaagblad omkeren.
Zaagblad invetten
- De zaagbladgroef (28/3) en olietoevoeropeningen (28/4) zorgvuldig reinigen.
- De boringen voor oliesmering (29/1) aan beide zijden zorgvuldig reinigen.
- Met een vetspuit (29/2) achtereenvolgens aan beide kanten zoveel vet indrukken dat het vet op het uiteinde van het omkeerwiel gelijkmatig naar buiten komt. Het omkeerwiel daarbij steeds blijven draaien.
8.6 Tabel kettingonderhoud

WAARSCHUWING!
Gevaar voor zwaar letsel.
Wanneer op de kettingzaag een niet-toegelaten zaagketting of zaagblad wordt gebruikt, kan dit tot zwaar letsel leiden.
- Gebruik uitsluitend toegelaten zaagkettingen en zaagbladen.
| Zaagketting (zaagblad) | Vijldiameter Kophoek Ondersnij-hoek | Hellingshoek kop (55°) | Dieptemaat | ||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ||
![]() | Draaihoek van het ge-reedschap | Hellingshoek van het ge-reedschap | Zijwaartse hoek | ||
![]() | ![]() | ![]() | |||
| 90PX040X (104MLEA041) | 4,5 mm 30° 0° 75° 0,025" | ||||
| 91P045X (120SDEA041) | 5/32" 30° 0° 85° 0,025" | ||||
| 91PX052X (140SDEA041) | 5/32" 30° 0° 85° 0,025" | ||||
Dieptemaat Vijl | ![]() | ||||
9 TRANSPORT

WAARSCHUWING!
Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel.
Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
De kettingzaag nooit met lopende zaagketting dragen en vervoeren.
■ Voer voor het begin van het vervoer de onderstaande maatregelen uit.
Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
- De kettingzaag uitschakelen en de accu verwijderen.
- Kettingbeschermer plaatsen.
- Draag de kettingzaag altijd alleen aan de beugelgreep. Het zaagblad en de zaagketting moeten daarbij naar achteren wijzen.
- In voertuigen: Beveilig de kettingzaag tegen omvallen, beschadiging en weglekken van kettingzaagolie.
10 OPSLAG
Reinig de kettingzaag na elk gebruik steeds grondig. De machine bewaren op een droge, afsluitbare plek en buiten het bereik van kinderen.
Bij onderbrekingen in het gebruik van langer dan 30 dagen de volgende werkzaamheden uitvoeren:
■ De kettingzaag uitschakelen en de accu verwijderen.
■ Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.
De zaagketting en het zaagblad afnemen, reinigen en insmeren met corrosiewerende olie.
■ Kettingzaag grondig reinigen en bewaren in een droge ruimte.
LET OP!
Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag
Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp.
■ Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag altijd de kettingzaagolie uit de kettingzaag.
11 VERWIJDEREN
Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

Oude elektrische en elektronische apparaten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten gescheiden worden aangeboden of verwijderd!
- Gebruikte batterijen of accu's, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
- Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te-ruggave na gebruik verplicht.
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat!
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische gebruikte apparaten niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.
Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot terugname verplicht zijn of deze vrijwillig aanbieden.
Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.
Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

- Gebruikte batterijen en accu's horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Zie de gebruikershandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het chemisch systeem.
Bezitters of gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de normale huishoudelijke hoeveelheden.
Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de gezondheid schade kunnen toebrengen. Het hergebruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen.
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu's niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.
Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
■ Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005 % kwik
Cd: de batterij bevat meer dan 0,002 % cadmium
Pb: de batterij bevat meer dan 0,004 % lood Accu's en batterijen kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van batterijen en accu's
■ Een verzamelpunt van het gemeenschappelijke recycling systeem voor gebruikte apparaten en batterijen
■ Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recycling systeem)
Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu's en batterijen die in landen van de Europese Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende bepalingen voor de recycling van accu's en batterijen gelden.
12 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts
| Kettingzaag CS 4235 | |
| Art.nr. 113616 | |
| Stationaire snelheid 15 - 20 m/s | |
| Bedrijfssnelheid 7 - 20 m/s | |
| Steek kettingwiel 3/8" | |
| Kettingrem Ja (elektrisch, printplaat en | remstang) |
| Nalooptijd ketting (DIN EN 60745-2-13 – 19.107) max. 0,15 s | |
| Nalooptijd ketting (DIN EN 50144-2-13:2001 – 18.104) max. 2 s | |
| Inschakeling ketting Tweevoudig | |
| Inhoud kettingoliereservoir 250 ml | |
| Gewicht met zaagblad en zaagketting 3,80 kg | |
| Gewicht zonder zaagblad en zaagketting 3,15 kg | |
| Beveiliging tegen overbelasting Nee | |
| Geluidsvermogenniveau LwA (DIN EN ISO 3744) 108 dB(A) | |
| Geluidsdrukniveau LpA | 88 dB(A)K = 3,0 dB(A) |
| Trillingswaarde (DIN EN 28662-1)* | 2,5 m/s2K = 1,5 m/s2 |
| Zaagketting | 90PX040X | 91PX045X | 91PX052X |
| Dikte aandrijfschakels | 1,1 mm | 1,27 mm | 1,27 mm |
| Zaagblad | 104MLEA041 | 120SDEA041 | 140SDEA041 |
| Lengte van zaagblad | 10" / 25 cm | 12" / 30 cm | 14" / 35 cm |
| Snijlengte | 17 cm | 22 cm | 27 cm |
* Opmerkingen:
De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten conform een genormeerd testproces en kan worden gebruikt om het ene elektrische gereedschap met een ander te vergelijken.
De opgegeven trillingsemissiewaarde kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van de blootstelling aan trillingen (blootstellingsgraad).
De trillingsemissiewaarde kan gedurende het daadwerkelijke gebruik van het elektrische gereedschap afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt.
■ Probeer steeds, de belasting door trillingen tot een minimum te bepreken. Voorbeelden van maatregelen waarmee de trillingsbelasting kunnen worden verminderd zijn, het dragen van handschoenen tijdens het gebruik van het gereedschap en verkorting van de werkduur. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle elementen van de bedrijfscyclus (bijvoorbeeld de tijden waarop het elektrische gereedschap is uitgeschakeld en tijden waarop het gereedschap wel is ingeschakeld, moet zonder belasting draait).
| Accu 127390 | |
| Nominale spanning 36 V / 42 V max. | |
| Nominale capaciteit 7,5 Ah | |
| Duur opladen ca. 150 min |
| Acculader 127391 | |
| Netspanning 230 V (AC) | |
| Netfrequentie 50 Hz | |
| Uitgangsspanning 42 V (DC) | |
| Gebruikstemperatuurbereik 0 °C – +40 °C |
14 HULP BIJ STORINGEN

VOORZICHTIG!
Risico op letsel
Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen!
Schakel het apparaat uit en trek de stekker los!
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Motor draait niet. Geen accuspanning aanwezig. | De stroomvoorziening laten controleren door een deskundig elektrotechnicus. | |
| Overlastbeveiliging heeft uitgeschakeld. | Wacht tot de overlastbeveiliging de voeding weer inschakelt. | |
| Kettingrem geactiveerd. Geef de kettingrem vrij. | ||
| Het zaagblad en de zaagketting draaien warm. Rookontwikkeling. | De zaagketting is te strak ge-spannen. | Kettingspanning verlagen. |
| De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij. | ||
| Het oliereservoir controleren op be-schadiging. | ||
| De olietoevoeropening en/of de groef in het zaagblad zijn/is vervuild. | Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad. | |
| De motor draait, maar de zaagketting beweegt niet. | De zaagketting is te strak ge-spannen. | Kettingspanning verlagen. |
| Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre. | ||
| In plaats van spanen wordt alleen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag moet door het hout worden geduwd. | De zaagketting is stomp. | Slijp de zaagketting of bezoek een AL-KO servicepunt. |
| Apparaat trilt meer dan nor-maal. | Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre. | |

OPMERKING
Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.
15 GARANTIE
Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
■ naleving van deze gebruikershandleiding
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
■ Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
16 VERTALING VAN DE ORIGINELE EG-CONFORMITEITSVERKLARING
Wij verklaren hiermee dat dit product in de vorm die op de markt verkocht wordt, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen en van de EU-veiligheidsnormen en aan de productspecifieke normen.
| Product | Fabrikant | Gemachtigde documentatie |
| Accukettingzaag | AL-KO Geräte GmbH | Andreas Hedrich |
| Ichenhauser Str. 14 | Ichenhauser Str. 14 | |
| Serienummer | 89359 Kötz | 89359 Kötz |
| G4013022 | Duitsland | Duitsland |
| Type | EU-richtlijnen | Geharmoniseerde normen |
| CS 4235 | 2006/42/EC | EN 60745-1:2009+A11:2010 |
| 2014/30/EU | EN 60745-2-13:2009+A1:2010 | |
| Geluidsvermogensniveau | 2000/14/EC | EN 55014-1:2006+A1:2009+A2:2011 |
| EN ISO 3744 | 2011/65/EU | EN 55014-2:2015 |
| gemeten / gegarandeerd | Beoordeling van conformi-teit | |
| 103,3 dB(A) / 108 dB(A) | 2000/14/EC bijlage V | |
| EU-typegoedkeuring | Aangemelde instantie (2000/14/EG) | Kötz, 1-12-2017 |
| M6A-17 12-47028 | TÜV SÜD Product Service GmbH | |
| Ridlerstraße 65 | Wolfgang Hergeth | |
| 80339 München | ||
| Duitsland | ||
| Nr. 0123 | Dr. Wolfgang Hergeth |
TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE
Table des matières
Saskaņotie standarti
| EN 60745-1:2009+A11:2010 |
| EN 60745-2-13:2009+A1:2010 |
| EN 55014-1:2006+A1:2009+A2:2011 |
| EN 55014-2:2015 |
Kötz, 01.12.2017












Dieptemaat Vijl