PRECISIO CS 50 EBG - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PRECISIO CS 50 EBG FESTOOL in PDF-formaat.
| Type product | Tafelcirkelzaag en stationaire geleide zaag |
| Merk | Festool |
| Model | PRECISIO CS 50 EBG |
| Tafelafmetingen (L x B) | 600 x 400 mm |
| Tafelhoogte (uitgeklapt / ingeklapt) | 900 mm / 375 mm |
| Gewicht (zonder / met poten) | 21 kg / 25 kg |
| Opgenomen vermogen | 1200 W |
| Onbelast toerental | 1600 - 4200 min⁻¹ (6 standen) |
| Snijdiepte (bij 0° / bij 45°) | 0 - 52 mm / 0 - 37 mm |
| Hellingshoek | -2° tot 47° |
| Maximale treklengte | 300 mm |
| Zaagblad (diameter x snijbreedte) | 190 x 2,6 mm |
| Boorgat zaagblad | 20 mm / 30 mm |
| Dikte van het basisblad | < 2 mm |
| Elektronische rem | Ja (stopt in ~2 s) |
| Zaagtypes | Langs-, dwars-, verstek-, sponning- en groefzagen |
| Veiligheid | Beschermkap, splijtmes, afscherming, veiligheidsduwer |
| Stofafzuigaansluiting | Twee aansluitingen: ∅27 mm (bovenkap) en ∅35 mm (onderkap) |
| Elektronische functies | Zachte start, toerentalregeling, overbelastingsbeveiliging, thermische zekering, herstartbeveiliging |
| Beoogd gebruik | Hout, houtplaten, kunststoffen, aluminium (met specifieke zaagbladen) |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen, smeren van geleidestangen, vervangen van koolborstels bij een erkend servicecentrum |
| Garantie en repareerbaarheid | Reparaties door erkend Festool servicecentrum; originele onderdelen beschikbaar |
Veelgestelde vragen - PRECISIO CS 50 EBG FESTOOL
Gebruikersvragen over PRECISIO CS 50 EBG FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRECISIO CS 50 EBG - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRECISIO CS 50 EBG van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING PRECISIO CS 50 EBG FESTOOL
nl: EU-conformiteitsverklaring. Wij verklaren en stellen ons ervoor verantwoordelijk dat dit product volledig voldoet aan alle volgende EU-richtlijnen en volgende normen of normatieve documenten daaraan ten grondslag gelegd werden:
2 Veiligheidsvoorschriften.... 81
3 Gebruik volgens de voorschriften....86
6 Ingebruikneming....87
7 Instellingen....89
8 Werken met het elektrische gereedschap.... 92
9 Transport....93
10 Onderhoud en verzorging....93
11 Accessoires.... 94
12 Milieu....94
1 Symbolen

Waarschuwing voor algemeen gevaar

Waarschuwing voor elektrische schok

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften.

Gehoorbescherming dragen.

Veiligheidsbril dragen.

Zuurstofmasker dragen.

Veiligheidshandschoenen bij het wisselen van gereedschap dragen.

CE-markering van overeenstemming

Niet met het huisvuil meegeven.

Handgrepen

Instellingsmarkering hoekaanslag in accessoirebox

Draairichting van de zaag en het zaagblad

Elektrodynamisch uitloopremsysteem

Zaagbladafmeting
a ... diameter
b ... max. zaagdiepte
c ... opnameboorgat
d ... spouwmesdikte

Hout

Gelamineerde houten platen

Vezelcementplaten Eternit

Aluminium

Beveiligingsklasse II

Tip, aanwijzing
2 Veiligheidsvoorschriften
2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Worden de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen.
2.2 Veiligheidsinstructies voor tafelcirkelzagen
1) Beschermkapgerelateerde veiligheidsin-structies
- Laat de beschermkappen gemonteerd. Beschermkappen moeten in goed werken-de staat verkeren en juist zijn gemon-teerd. Losse, beschadigde of niet goed functionerende beschermkappen moeten worden gerepareerd of vervangen.
- Gebruik voor scheidingssneden steeds de beschermkap van het zaagblad en het spouwmes. Bij scheidingssneden waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, verlagen de beschermkap en andere veiligheidsinrichtingen het risico van lichamelijk letsel.
- Bevestig na het voltooien van verdekte zaagsneden zoals groeven, splitsen in de omslagmethode of kerven weer het spouwmes in de bovenste eindpositie. Plaats de beschermkap terwijl het spouwmes zich in de bovenste eindpositie bevindt. De beschermkap en het spouwmes verminderen het risico op lichamelijk letsel.
- Zorg er vóór het inschakelen van het elektrische gereedschap voor dat het zaagblad de beschermkap, het spouwmes of het
Nederlands
werkstuk niet aanraakt. Als deze componenten per ongeluk in aanraking komen met het zaagblad, kan dat tot een gevaarlijke situatie leiden.
- Stel het spouwmes af volgens de beschrijving in deze gebruiksaanwijzing. Onjuiste afstanden, een onjuiste positie en een onjuiste uitlijning kunnen ertoe leiden dat het spouwmes een terugslag niet effectief voorkomt.
- Het spouwmes kan alleen werken als het zich in de zaagspleet bevindt. Bij zaagsne- den in werkstukken die te kort zijn om het spouwmes te laten ingrijpen, is het spouw- mes ineffectief. Onder deze omstandighe- den kan een terugslag niet door het spouw- mes worden voorkomen.
- Gebruik het voor het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes goed werkt, moet de diameter van het zaagblad bij het desbetreffende spouwmes passen, de rug van het zaagblad dunner dan het spouwmes en de tandbreedte groter dan de spouwmesdikte zijn.
2) Veiligheidsinstructies voor het zagen

- GEVÄAR: Kom met uw vingers en handen niet in de buurt van het zaagblad of in het zaaggebied. Bij een moment van onachtzaamheid of bij uitschieten kan uw hand naar het zaagblad worden geleid wat tot ernstig lichamelijk letsel kan leiden.
- Leid het werkstuk alleen tegen de draai-richting in naar het zaagblad. Als u het werkstuk in dezelfde richting als de draai-richting van het zaagblad boven de tafel toevoert, kan dat ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand naar het zaagblad worden getrokken.
- Gebruik bij lengtesneden nooit de verstek-aanslag voor het leiden van het werkstuk, en gebruik bij dwarssneden met de ver-stekaanslag bovendien nooit de parallel-aanslag voor de lengte-instelling. Door het gelijktijdig leiden van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag is er een grotere kans dat het zaagblad klemt en er een terugslag ontstaat.
- Houd bij lengtezaagsneden het werkstuk altijd volledig in contact met de aanslagrail en oefen de toevoerkracht op het werkstuk altijd uit tussen de aanslagrail en het zaagblad. Gebruik een duwlat als de afstand tussen de aanslagrail en het
zaagblad minder is dan 150 mm, en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm. Dergelijke werkhulpmiddelen zorgen ervoor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft.
- Gebruik alleen de meegeleverde duwlat van de fabrikant of een duwlat die volgens de aanwijzingen is geproduceerd. De duwlat zorgt voor voldoende afstand tussen de hand en het zaagblad.
- Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde duwlat. Een beschadigde of ingezaagde duwlat kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagblad terechtkomt.
- Werk niet "uit de vrije hand". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaan-slag om het werkstuk aan te leggen en te leiden. "Uit de vrije hand" betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaan-slag of de verstekaan-slag met de handen wordt ondersteund of geleid. Zagen uit de vrije hand leidt tot een onjuiste uitlijning, klemmen en een terugslag.
- Blijf met uw handen uit de buurt van een draaiend zaagblad. Als u een werkstuk wilt pakken, kunt u per ongeluk in contact komen met het draaiende zaagblad.
- Ondersteun lange en/of brede werkstukken achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zodat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging om te kantelen aan de rand van de zaagtafel, met als gevolg verlies van controle, vastlopen van het zaagblad en terugslag.
- Leid het werkstuk gelijkmatig. Buig, verdraai of verschuif het werkstuk niet zijwaarts. Als het zaagblad klemt, schakelt u de elektrische machine direct uit, trekt u de stekker uit het stopcontact en verhelpt u de oorzaak van het klemmen. Het klemmen van het zaagblad door het werkstuk kan tot een terugslag of tot het blokkeren van de motor leiden.
- Verwijder het afgezaagde materiaal niet als de zaag draait. Afgezaagd materiaal kan zich tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de beschermkap vastzetten en bij het verwijderen uw vingers naar het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen voordat u het materiaal verwijdert.
- Gebruik voor lengtesneden op werkstukken die dunner zijn dan 2 mm een extra
parallelaanslag die in contact staat met het tafeloppervlak. Dunne werkstukken kunnen zich onder de parallelaanslag vastzetten, wat tot een terugslag kan leiden.
3) Terugslag - oorzaken en bijbehorende veiligheidsinstructies
Een terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een zaagblad dat blijft haken of klemt, of een schuin geleide aan het zaagblad gerelateerde snede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vaststaand object wordt ingeklemd.
In de meeste gevallen wordt het werkstuk bij een terugslag door het achterste gedeelte van het zaagblad gegrepen, door de zaagtafel opgetild en in de richting van de bediener geslingerd.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of onjuist gebruik van de tafelcirkelzaag. Door passende voorzorgsmaatregelen die hierna worden beschreven, kan dit echter worden voorkomen.
- Ga nooit in een directe lijn met het zaagblad staan. Blijf altijd aan de kant van het zaagblad staan waar zich ook de aan-slagrail bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar personen worden geslingerd die vóór en in één lijn met het zaagblad staan.
- Blijf met uw handen uit de buurt van het zaagblad als u aan het werkstuk trekt of het ondersteunt. U kunt per ongeluk in contact komen met het zaagblad, of een terugslag kan ertoe leiden dat uw vingers naar het zaagblad worden getrokken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt afgezaagd nooit tegen het draaiende zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad drukt, leidt dat tot klemmen en een terugslag.
- Lijn de aanslagrail parallel aan het zaagblad uit. Een niet-uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en veroorzaakt een terugslag.
- Gebruik bij verdekte zaagsneden (bijv. groeven, kerven of splitsen in de om-slagprocedure) een drukelement om het werkstuk tegen tafel en aanslagrail te leiden. Met een drukelement kunt u het werk-stuk bij een terugslag beter controleren.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen in niet-zichtbare gebieden van gemonteerde
werkstukken. Het induikende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar ze over het tafeloppervlak uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken die zijn gedraaid, knopen bevatten, zijn vervormd of niet over een rechte kant beschikken waarop ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een vervormd, knopen bevattend of gedraaid werkstuk is instabiel en leidt tot een onjuiste uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, tot klemmen en tot een terugslag.
- Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad kan een of meer delen grijpen en een terugslag veroorzaken.
- Als u een zaag waarvan het zaagblad in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad zodanig in de zaagvoeg dat de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Als het zaagblad klemt, kan het werkstuk worden opge- tild en een terugslag worden veroorzaakt als de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd de zaagbladen schoon, scherp en voldoende om en om aangebracht. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of gebroken tanden. Scherpe en correct om en om aangebrachte zaagbladen beperken klemmen, blokkeren en een terugslag tot een minimum.
4) Veiligheidsinstructies voor de bediening van tafelcirkelzagen
- Schakel de tafelcirkelzaag uit en verwijder de accu voordat u het tafelinzetstuk verwijdert, het zaagblad vervangt, instellingen aan het spouwmes of de beschermkap van het zaagblad uitvoert en als de machine zonder toezicht wordt gelaten. Voorzorgsmaatregelen dienen ervoor om ongevallen te voorkomen.
- Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht draaien. Schakel het elektrische gereedschap uit en laat het niet achter voordat het volledig tot stilstand is gekomen.
Nederlands
Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een ongecontroleerd gevaar.
- Plaats de tafelcirkelzaag op een plek die vlak is en goed is verlicht en waar u veilig kunt staan en uw evenwicht kunt houden. De locatie moet genoeg ruimte bieden om goed te kunnen omgaan met de grootte van uw werkstukken. Wanorde, onverlich te werkplaatsen en oneffen, gladde vloeren kunnen ongevallen veroorzaken.
- Verwijder regelmatig zaagsel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging. Opge hoopt zaagsel is brandbaar en kan vanzelf ontvlammen.
- Zet de tafelcirkelzaag goed vast. Een niet goed vastgezette tafelcirkelzaag kan zich verplaatsen of omvallen.
- Verwijder stelgereedschap, houtresten enz. uit de tafelcirkelzaag voordat u deze inschakelt. Afbuiging of mogelijk klemmen kan gevaarlijk zijn.
- Gebruik altijd zaagbladen die de juiste grootte en een geschikt opnameboorgat (bijv. ruitvormig of rond) hebben. Zaagbla den die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen onregelmatig en leiden tot controleverlies.
- Gebruik nooit beschadigd of onjuist montagemateriaal voor zaagbladen zoals flenzen, sluitringen, schroeven of moeren. Dit montagemateriaal voor zaagbladen is speciaal voor uw zaag ontworpen, voor een vei lig gebruik en optimale prestaties.
– Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik de tafelcirkelzaag niet als trapje. Er kan ernstig lichamelijk letsel ontstaan als het elektrische gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt.
- Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste draairichting is gemonteerd. Gebruik geen schuurschijven of staalborstels met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet-aanbe volen accessoires kan tot ernstig lichame lijk letsel leiden.
2.3 Veiligheidsinstructies voor het zaagblad
Toepassing
- De machine moet voor de te bewerken grondstof geschikt zijn.
– Het op het zaagblad aangegeven maxi mumtoerental mag niet worden overschre
den of het toerentalbereik moet in acht worden genomen.
- Bij het uit- en inpakken van het gereed schap alsook bij het hanteren (bijv. inbouw in de machine) uiterst voorzichtig te werk gaan. Verwondingsgevaar door de heel scherpe snijkanten!
– Bij het hanteren van het gereedschap wordt de greepveiligheid van het gereedschap door het dragen van veiligheidshandschoe nen verbeterd en de kans op letsel verder verminderd.
– Cirkelzaagbladen die gescheurd zijn, moe ten vervangen worden. Reparatie is niet toegestaan. - WAARSCHUWING! Gereedschap met zicht bare scheuren, met stompe of beschadigde snijkanten mogen niet gebruikt worden.
Montage en bevestiging
- Bij de montage van de gereedschappen moet ervoor worden gezorgd dat het op spannen op de gereedschapsnaaf of op het spanvlak van het gereedschap plaatsvindt en dat de snijvlakken niet met andere on derdelen in aanraking komen.
- Bevestigingsschroeven en -moeren moeten met gebruik van geschikte sleutels enz. en met het door de fabrikant aangegeven draaimoment worden aangedraaid.
– De spanvlakken moeten worden gereinigd van verontreinigingen, vet, olie en water. - Spanschroeven moeten volgens de aan wijzingen van de fabrikant worden aange draaid.
- Het verlengen van de sleutel of het aan draaien met behulp van hamerslagen is niet toegestaan.
- Voor de instelling van de boorgatdiameter van cirkelzaagbladen in overeenstemming met de asdiameter van de machine mogen alleen vast ingebrachte ringen, bijv.: inge perste ringen of ringen die op hun plaats worden gehouden door een lijmverbinding, worden gebruikt. Het gebruik van losse ringen is niet toegestaan.
- Transport van het gereedschap alleen in een geschikte verpakking - verwondingsge vaar!
– De machine mag alleen worden gebruikt als alle beveiligingsinrichtingen zich in de beschreven positie bevinden en als de machine in goede staat verkeert en goed is onderhouden.
Onderhoud en verzorging
- Reparaties en naslijpwerkzaamheden mo-gen alleen door Festool-servicewerkplaat-sen of door experts worden uitgevoerd.
- De constructie van het gereedschap mag niet veranderd worden.
- Gereedschap regelmatig ontharsen en reinigen (reinigingsmiddel met pH-waarde tussen 4,5 en 8).
- Stompe snijkanten kunnen bij het spaanvlak tot een minimale snijdikte van 1 mm worden nageslepen.
2.4 Overige veiligheidsvoorschriften
- Bedienend personeel moet voldoende in het gebruik, de instelling en de bediening van de machine zijn geschoold.
- Storingen in de elektrische machine, inclusief de scheidende beveiligingsinrichtingen of het gereedschap, moeten onmiddellijk aan het onderhoudspersoneel worden gemeld. Pas als de storingen zijn verholpen, mag de elektrische machine weer worden gebruikt.
- Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen: Gehoorbescherming, veiligheidsbril, stofmasker bij stofproducerende werkzaamheden.
- Tijdens het werken kunnen schadelijke/giftige stoffen ontstaan (bijv. bij loodhoudende verf, enkele houtsoorten of metalen). Voor de gebruiker van de machine of voor personen die zich in de buurt van de machine bevinden, kan het aanraken of inademen van deze stoffen gevaarlijk zijn. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die in uw land van toepassing zijn.
- Ter bescherming van uw gezondheid een geschikt ademmasker dragen. Zorg in gesloten ruimtes voor voldoende ventilatie en sluit een mobiele stofzuiger aan.
- Sluit de elektrische machine aan op een geschikt afzuigapparaat om het vrijkomen van stof te minimaliseren. Stel alle stofop-vangelementen (afzuigkappen etc.) goed in.
- Bij het zagen van hout moet de elektrische machine op een afzuigapparaat conform EN 60335-2-69, stofklasse M, worden aangesloten.
- Om de geluidsontwikkeling te minimaliseren, moet het gereedschap zijn geslepen en moeten alle elementen voor de lawaai-reductie (afdekkingen enz.) goed zijn ingesteld.
- Neem bij het zagen de juiste werkpositie in:
- vooraan aan de bedienerkant;
- recht tegenover de zaag;
- naast de zaagbladlijn.
- Gebruik de meegeleverde duwlat om het werkstuk veilig langs het zaagblad te leiden.
- Berg de duwlat in de daarvoor bedoelde accessoirehouder van de machine op als deze niet wordt gebruikt.
- Gebruik altijd het meegeleverde spouwmes en de beschermkap. Let op hun correcte instelling zoals in de bedieningshandleiding is beschreven. Een niet correct ingesteld spouwmes en het verwijderen van veiligheidsrelevante onderdelen, zoals de beschermkap, kan tot ernstig letsel leiden.
- Controleer vóór de werkzaamheden of de beschermkap en de splinterbescherming vrij kunnen bewegen en op de tafel liggen.
- Onmiddellijk na de werkzaamheden die het verwijderen van de beschermkap vereisen, is het absoluut noodzakelijk om de veiligheidsvoorzieningen opnieuw te installeren, zie hoofdstuk 6.2.
- Groeven maken is alleen met een geschikte beveiligingsinrichting, bijv. een tunnelbeveiligingsinrichting boven de zaagtafel, toe-gestaan.
- Gebruik cirkelzagen niet voor het sleuven-frezen (groef in het werkstuk afgewerkt).
- Schakel de zaag voor het metaalzagen met de aardlekschakelaar in.
- Lange werkstukken moeten door een geschikte inrichting zo worden ondersteund dat deze er horizontaal op liggen.
- Vóór de wissel van het gereedschap en vóór het verhelpen van storingen, zoals het verwijderen van ingeklemde splinters, moet de stekker uit het stopcontact trekken.
- Verwijder geen zaagresten of andere werkstukdelen uit het zaaggebied zolang de elektrische machine draait en de zaageenheid zich nog niet in de ruststand bevindt.
- Als het zaagblad is geblokkeerd, schakelt u de elektrische machine direct uit en haalt u de stekker uit het stopcontact. Verwijder pas daarna het ingeklemde werkstuk.
- Tijdens het transport van de machine moet de bovenste beschermkap het bovenste ge-deelte van het zaagblad afdekken.
Nederlands
- De bovenste beschermkap mag niet als handgreep voor het transport worden gebruikt!
- Gebruik alleen originele accessoires en hulpmiddelen van Festool.
- Gebruik geen eigen hulpmiddelen zoals een duwlat, liniaal etc.
- Om oververhitting van het zaagblad of smelten van de kunststof te vermijden, stelt u voor het zaagmateriaal het juiste toerental in en oefent u bij het zagen geen overmatige druk uit.
- Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een geautoriseerde onderhoudswerkplaats vernieuwen.
2.5 Aluminiumbewerking
Bij de bewerking van aluminium dient men zich uit veiligheidsoverwegingen te houden aan de volgende maatregelen:

- Draat een veiligheidsbril!
- Voorschakelen van een differentiaal- (FI-, PRCD-) veiligheidsschakelaar.
- Elektrisch gereedschap op een geschikt afzuigapparaat met antistatische afzuigslang aansluiten.
– Elektrisch gereedschap regelmatig reinigen van stofafzettingen in de motorbehuizing. - Gebruik een voor zaagsneden in aluminium geschikt zaagblad.
- Bij het zagen van platen dienen de zaagbladen met petroleum te worden ingesmeerd, dunwandige profielen (tot 3 mmmm) kunnen zonder smeren worden bewerkt.
2.6 Restrisico's
Ook wanneer u zich aan alle relevante bouwvoorschriften houdt, kunnen zich bij het gebruik van de elektrische machine nog gevaarlijke situaties voordoen, bijv. door:
- Aanraking van draaiende delen.
- Aanraking van spanningvoerende delen bij geopende behuizing.
- Wegschieten van werkstukdelen.
- Wegschieten van werkstukdelen bij beschadigde gereedschappen.
- Geluidsemissie
- Stofemissie
2.7 Emissiewaarden
De volgens EN 62841 bepaalde waarden bedragen gewoonlijk:
Geluidsdrukniveau L
$$ _ {\mathrm{PA}} = 8 7 \mathrm{dB(A)} $$
Geluidsvermogensniveau L
$$ _ {\mathrm{WA}} = 1 0 1 \mathrm{dB(A)} $$
Onzekerheid K = 3 dB


VOORZICHTIG
Geluidsemissies bij het werken met elektrische machines kunnen gehoorbeschadiging veroorzaken.
▶ Gebruik een gehoorbescherming.
De aangegeven geluidemissiewaarden
- zijn aan de hand van een genormeerde testprocedure gemeten en kunnen ter vergelijking van een elektrisch gereedschap met een ander gereedschap worden gebruikt.
- Ze kunnen tevens voor een voorlopige beoordeling van de belasting worden gebruikt.

VOORZICHTIG
Emissiewaarden kunnen van de aangegeven waarden afwijken. Dit hangt af van het gebruik van de machine en de soort van het bewerkte werkstuk.
▶ Beoordeel de werkelijke belasting tijdens de gehele bedrijfscyclus.
- Afhankelijk van de werkelijke belasting moeten passende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden vastgelegd.
3 Gebruik volgens de voorschriften
De PRECISIO is als vervoerbare elektrische machine volgens de voorschriften bedoeld voor het zagen van hout, kunststoffen, plaatmateriaal van hout en houtachtige materialen.
Met de door Festool aangeboden speciale zaagbladen voor aluminium kunnen de elektrische machines ook voor het zagen van aluminium worden gebruikt.
Er mag geen asbesthoudend materiaal worden bewerkt.
Geen slijp- en schuurschijven gebruiken.

De gebruiker is aansprakelijk bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaats-
vindt.
3.1 Zaagbladen
Er mogen alleen zaagbladen met de volgende gegevens worden gebruikt:
- Zaagbladen conform EN 847-1
- Diameter zaagblad 190 mm
- Zaagbreedte 2,6 mm
- Opnamegat 20 mm/30 mm
- Stambladdikte < 2 mm
- Geschikt voor toerentallen tot 4200 min ^-1
Festool-zaagbladen voldoen aan de norm EN 847-1.
Zaag alleen materialen die conform de bepalingen voor het betreffende zaagblad bestemd zijn.
| Tafel- en trekcirkel-zaag | CS 50 EBG / CS 50 EG |
| Opgenomen vermogen 1200 W | |
| Onbelast toerental 1600 - 4200 min | -1 |
| Zaagdiepte bij -2° / 47° 0 - 52 mm/0 - 37 mm | |
| Verstek -2° - 47° | |
| Max. treklengte 300 mm | |
| Zaagblad (diameter x zaagbreedte) | 190 x 2,6 mm |
| Opnameboorgat 20 mm/30 mm | |
| Stambladdikte < 2 mm | |
| Tafelafmeting (lengte x breedte) | 600 x 400 mm |
| Tafelhoogte (uitge-klapt/ingeklapt) | 900 mm/375 mm |
| Gewicht zonder poten 21 kg | |
| Gewicht met poten 25 kg | |
5 Apparaatcomponenten
| [1-1] | Draaiknoppen voor het uit- en in-klappen van de poten |
| [1-2] | Geleidingsstangen |
| [1-3] | Schaal |
| [1-4] | Schroef schaal |
| [1-5] | Vergrendeling tafelinzetstuk |
| [1-6] | Tafelinzetstuk |
| [1-7] | Beschermkap |
| [1-8] | Positiemarkering hoekaanslag |
| [1-9] | Positiemarkering aanslag |
| [1-10] | Extra poten |
| [1-11] | Schroeven extra poten |
[1-12] Aan-/uitschakelaar
[1-13] Schakelaar
[1-14] Handgreep
[1-15] Vergrendelingsschakelaar
[1-16] Poten
De vermelde afbeeldingen staan in het begin van de gebruiksaanwijzing.
6 Ingebruikneming
6.1 Opstellen van PRECISIO [1]
![FESTOOL PRECISIO CS 50 EBG - Opstellen van PRECISIO [1] - 1](/content/2026/04/630448/images/6d7b4baf821acbe9f1d0256d4ab0c2eb105122b5698c843831d5a835c6319768.jpg)
WAARSCHUWING
Risico van ongevallen
Elektrische machine kantelt op een oneffen ondergrond.
▶ Let op een veilige stand van de elektrische machine. Het steunvlak moet vlak, in goede staat en vrij van losliggende voorwerpen (bijv. spaanders en zaagresten) zijn.
De elektrische machine kan met of zonder uitgeklapte poten worden opgesteld.
▶ Bij het uitpakken van de elektrische machine de transportverpakking verwijderen.
- De vier draaiknoppen [1-1] voor het uitklappen van de poten [1-16] tot aan de aanslag openen.
▶ De poten uitklappen.
▶ De vier draaiknoppen weer vastdraaien.
- Opdat de machine veilig staat, kan de lengte van een poot worden bijgesteld door aan de afsluitklep [1-17] te draaien.
6.2 Voor de eerste inbedrijfstelling [12] [15]
▶ De gele veiligheidsstickers [12-4] verwijderen.
- De zaag op de maximale zaagdiepte instellen en verstek op 0° instellen.
- Het spouwmes [12-1] in de bovenste positie trekken.
▶ De beschermkap [12-3] beetpakken en de schroef [12-2] geheel uitdraaien.
▶ De beschermkap op het spouwmes plaatsen. Daarbij de langspen in de beschermkap in de groef [12-6] op het spouwmes invoeren en de schroef door het gat [12-5] in het spouwmes steken.
▶ Deschroef vastdraaien.
Montage van de hoekaanslag
▶ De handgreep van de hoekaanslag in de nulpositie schuiven.
▶ De schroef [3-1] vastdraaien en de hoek-aanslag aan de tafel aanbrengen.
6.3 Toepassingsmogelijkheden [1] [3]
De elektrische machine kan als tafelcirkelzaag, zie hoofdstuk 8.2 of als trekcirkelzaag, zie hoofdstuk 8.3 worden gebruikt.
Tafelcirkelzaag
▶ De schakelaar [1-13] op de onderste stand zetten.
▶ De handgreep [1-14] naar beneden draaien en met de handgreep het zaagaggregaat naar voren trekken totdat het vastklikt.
Het zaagaggregaat bevindt zich nu in een centrale tafelpositie, en de elektrische machine kan als tafelcirkelzaag worden gebruikt.
Als de handgreep [3-10] naar beneden wordt gedraaid, kan hiermee het zaagaggregaat voor treksneden heen en weer worden bewogen. De achterwaartse beweging wordt door een veerkracht ondersteund.
Trekcirkelzaag
Het zaagaggregaat bevindt zich nu in een centrale tafelpositie, en de elektrische machine kan als tafelcirkelzaag worden gebruikt.
▶ De schakelaar [3-9] op de bovenste stand zetten.
Als de handgreep [3-10] naar beneden wordt gedraaid, kan hiermee het zaagaggregaat voor treksneden heen en weer worden bewogen. De achterwaartse beweging wordt door een veerkracht ondersteund.
6.4 Afzuiging

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid door stof
▶ Nooit zonder afzuiging werken.
▶ Nationale voorschriften in acht nemen.
- Bij het zagen van kankerverwekkende stoffen altijd een geschikte mobiele stofzuiger volgens de nationale bepalingen aansluiten. Niet de stofopvangzak gebruiken.
De elektrische machine heeft twee afzuigaansluitingen: bovenste beschermkap met bajonetkoppeling [2-1] met ∅ 27 mm en onderste beschermkap [2-3] met ∅ 35 mm.
De afzuigset (bij de CS 50 EB bij de levering inbegrepen) brengt beide afzuigaansluitingen bij
elkaar zodat een mobiele stofzuiger van Festool kan worden aangesloten.
Bij het zagen (bijv. van MDF) kan er statische oplading ontstaan. Werk dan met een mobiele stofzuiger en een antistatische afzuigslang.
ATTENTIE! Als er geen antistatische afzuig-slang wordt gebruikt, kan een statische opla-ding ontstaan. De gebruiker kan een elektri-sche schok krijgen, en de elektronica van het elektrische gereedschap kan beschadigd wor-den.
6.5 Elektrische aansluiting en inbedrijfstelling


WAARSCHUWING
Ontoelaatbare spanning of frequentie Risico op ongevallen
- De netspanning en de frequentie van de stroombron dienen met de gegevens op het typeplaatje overeen te stemmen.
In Noord-Amerika mogen alleen Festool-machines met een spanningsopgave van 120 V/60 Hz worden gebruikt. - Vanwege het vermogen van de motor raden we een 16 A-zekering aan.
- Het netsnoer en de stekker vóór elk gebruik van de elektrische machine controle-ren. Laat schade alleen repareren in een gespecialiseerde werkplaats.
▶ Voor gebruik buitenshuis alleen verlengkabels en kabelaansluitingen gebruiken die zijn goedgekeurd.
Om in te schakelen den AAN-/UIT-schakelaar [4-3] en de vergrendelingsschakelaar [4-6] gelijktijdig indrukken. De elektrische machine draait zolang de AAN-UIT-schakelaar wordt ingedrukt.
Voor continu gebruik na het inschakelen eerst de AAN/UIT-schakelaar en vervolgens de vergrendelingsschakelaar loslaten.
Om de continue werking uit te schakelen nogmaals op de AAN/UIT-schakelaar drukken en loslagen of op de rode schakelaar [4-4] drukken.
Ter bescherming tegen onbevoegd inschakelen kan een beugelslot [4-2] in de boring van de AAN-UIT-schakelaar worden gehangen.
6.6 Extra poten\*
De extra poten* altijd in combinatie met een tafelverlenging, tafelverbreding of een schuiftafel gebruiken.
- De klemschroef [1-11] losdraaien, de extra poot [1-10] uitdraaien tot deze op de grond steunt.
▶ De klemschroef weer vastdraaien.
* Afgebeelde of beschreven accessoires behoren voor een deel niet tot de leveringsomvang.
6.7 Montage van de accessoirehouder [13]
Bij het monteren van de twee afzonderlijke delen erop letten dat de lippen van de springsloten goed in elkaar grijpen en vastklikken. Ook op de achterkant van de accessoirehouder de juiste positie van de kliksluitingen in de bevestigingsbeugels controleren.
6.8 Versteklengtesneden
Voor versteklangssneden de hoekaanslag aan de rechterkant van de tafel monteren, zie hoofdstuk 6.2.
6.9 Inschakelen bij metaalzagen
Bij het metaalzagen de zaag met de aardlekschakelaar inschakelen.
7 Instellingen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Vóór alle werkzaamheden aan de elektrische machine de stekker uit het stopcontact trekken.
Om het instellen te vereenvoudigen, kan het zaagaggregaat in de centrale stand worden vergrendeld: Het zaagaggregaat tot de aanslag naar voren trekken en de schakelaar [5-4] op de onderste stand zetten.
Het zaagblad kan tussen 0° en 45° worden gedraaid.
7.1 Toerental instellen
Het toerental kan op de stelknop in 6 standen aan de eisen van het werkstuk worden aangepast.
| Stand | n_0 [min ^-1 ] |
| 1 ~ 1600 | |
| 2 ~ 2100 | |
| 3 ~ 2600 | |
| 4 ~ 3100 | |
| 5 ~ 3600 | |
| 6 ~ 4200 |
7.2 Zaaghoogte instellen
Door de zwengel [5-1] te draaien, kan de zaaghoogte traploos worden ingesteld (0 - 52 mm bij 90°-stand van het zaagblad).
7.3 Verstekhoek
Het zaagblad kan tussen 0° en 45° worden gedraaid.
▶ Draaiknop [5-2] losdraaien.
- Verstekhoek aan de hand van de schaal [5-5] door draaien van de greep [5-3] instellen.
▶ Draaiknop vastdraaien.
Voor nauwkeurige paswerkzaamheden (achtersneden aan de stootranden) kan het zaagblad met telkens 2° boven de beide eindposities worden gedraaid. Daarvoor wordt in de eindpositie de toets [5-6] ingedrukt. Daarna kan het zaagblad tot -2° of. 47° worden gedraaid. Na het terugdraaien zijn de beide eindposities weer actief.
7.4 Gereedschap wisselen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
Veiligheidsinstructies Fast-Fix-span-moer [7A].
- Zet de greepbeugel vast na het vastspannen.
- Draai de Fast-Fix-spanmoer alleen met de hand vast of los. De greepbeugel mag in geen geval met een schroevendraaier, tang of ander gereedschap voor het vastdraaien of losdraaien worden gebruikt.
Als de moer niet meer met de hand kan worden losgedraaid, mag deze alleen met een nokkensleutel worden losgedraaid.
- Als de greepbeugel loszit of is beschadigd, mag de Fast-Fix-moer in geen geval meer worden gebruikt.
![FESTOOL PRECISIO CS 50 EBG - Veiligheidsinstructies Fast-Fix-span-moer [7A]. - 1](/content/2026/04/630448/images/5abc8311b9de6d14e00776f471f1f37506060e77e4e296f60fc2d969a7aec8c0.jpg)
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Vanwege de speciale opname mogen alleen de door Festool voor deze elektrische machine aangeboden zaagbladen van Festool met diameter worden gebruikt.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel door heet en scherp gereedschap.
- Geen stomp en defect inzetgereedschap gebruiken.
- Veiligheidshandschoenen dragen bij het hanteren van inzetgereedschap.
▶ Vergrendeling [1-5] openen en tafelinzet [1-6] naar boven eruit nemen.
- Vergrendeling [6-8] openen en zaagbladafdekking [6-7] naar onderen draaien. De gereedschapspil wordt daardoor automatisch vastgezet.
▶ Hendel [7-6] omhalen en deze met de klok mee draaien (linkse schroefdraad) om de Fast-Fix-snelspanning [7-7] te openen.
▶ Gereedschap vervangen en op het volgende letten:
- Fast-Fix-snelspanning, flens [8-3] en zaagblad moeten schoon zijn.
- De draairichting op het zaagblad [7-5] moet met de draairichting van de elektrische machine [7-4] overeenstemmen.
- Zaagblad midden op de flens plaatsen en deze zover draaien tot de omtrek van de flens en van de zaagbladboring vastklikken.
▶ Fast-Fix-snelspanning tegen de klok stevig vastdraaien, de hendel omhalen.
- Zaagbladafdekking naar boven draaien en vergrendeling sluiten.
- Zaagblad tweemaal omdraaien om vast te stellen of het vrij beweegt.
▶ Tafelinzet eerst met de achterkant [9] inleggen en vergrendeling sluiten.
7.5 Spouwmes instellen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Nooit zonder spouwmes werken.
Het spouwmes [7-3] zo instellen dat de afstand tot de tandkrans van het zaagblad 3 - 5 mm bedraagt.
▶ De schroef [7-1] met de inbussleutel [6-6] eruit draaien en samen met het klemstuk [7-2] verwijderen.
▶ Na het losdraaien van de twee schroeven [8-2] kan het geleidingsstuk [8-1] in verticale richting worden verschoven om de afstand tussen het spouwmes en het zaagblad in te stellen.
▶ Monteer het spouwmes en het klemstuk weer als de instelling is uitgevoerd en draai alle schroeven vast.
7.6 Aanslag instellen [1] [3]
De meegeleverde aanslag kan aan alle vier zijden van de elektrische machine worden bevestigd. De aanslag biedt de volgende verstelmogelijkheden: De aanslag kan als lengteaanslag of als dwarsaanslag of hoekaanslag worden gebruikt.
Lengteaanslag:
- De schroef [3-4] losdraaien en de fixeerpen [3-3] oplichten, de hoek met behulp van de schaal op 0° instellen, de fixeerpen vastklikken en de schroef vastdraaien.
- De schroef [3-5] losdraaien en de lat [3-6] zo instellen dat de driehoekige pijl binnen het groene labelveld ligt, zie details [1-8]. De schroef daarna vastdraaien.
- De hoekanslag in de zijdelingse groef van de tafel schuiven ([3] detail). Deze zover schuiven tot de handgreep van de hoekanslag het groen gemarkeerde veld aan de zijkant van de tafel bedekt, zie detail [1-9]. De schroef [3-2] daarna vastdraaien.
- De schroef [3-1] losdraaien, de gewenste zaagbreedte instellen en de schroef weer vastdraaien.
De hoekaanslag kan als hoge of lage lengte-aanslag worden gebruikt. Hiervoor wordt de lat rechtopstaand of vlak gebruikt.
De lage lengteaanslag wordt gebruikt om een botsing met de veiligheidsafdekking van het zaagblad te vermijden, bijv. bij versteksneden met een 45° gedraaid zaagblad.
Dwars- en hoekaanslag:
- De hoekanslag in de groef van de tafel schuiven en draai de schroef [3-2] vastdraaien.
- De schroef [3-4] losdraaien en de fixeerpen oplichten, de gewenste hoek op de schaal instellen (de fixeerpen klikt bij de meest gebruikelijke hoekinstellingen vast) en de schroef vastdraaien.
- De schroef [3-5] losdraaien en de strook zo instellen dat deze niet in het zaagvlak steekt en de schroef vastdraaien.
Verzeker u er voor aanvang van de werkzaamheden van dat alle draaiknoppen van de aanslag zijn aangedraaid. De aanslag mag alleen in vaste positie en niet voor het schuiven van het werkstuk worden gebruikt.
De hoekaanslag als u deze niet gebruikt in de ruststand inklappen en deze in de accessoirehouder [2-6] leggen [2].
7.7 Schaal voor zaagbreedte
De beide schalen [1-3] geven de zaagbreedte bij langssneden aan.
Indien gewenst kunnen de schalen na het openen van de schroeven [1-4] opnieuw worden uitgelijnd.
7.8 Splinterbescherming monteren
De splinterbescherming [10-2] voorkomt dat er splinters aan de onderste snijrand van het werkstuk ontstaan. De splinterbescherming kan bij alle verstekhoeken worden gebruikt, maar er moet voor elke hoek een afzonderlijke splinterbescherming worden gemonteerd en ingezaagd:
- Zaagblad op de minimale zaaghoogte instellen.
▶ Vergrendeling [1-5] openen en tafelinzet [1-6] naar boven eruit nemen.
▶ Vergrendeling [6-8] openen en zaagbladafdekking [6-7] naar onderen draaien. De gereedschapspil wordt daardoor automatisch vastgezet. - Splinterbescherming tot aan de aanslag zijwaarts in de houder [10-3] schuiven.
- Zaagbladafdekking naar boven draaien en vergrendeling sluiten.
▶ Tafelinzet eerst met de achterkant [9] inleggen en vergrendeling sluiten.
▶ Elektrische machine inschakelen en het zaagblad langzaam tot de maximale zaaghoogte naar boven bewegen. Daardoor wordt de splinterbescherming ingezaagd.
Voor een optimale werking moet het verhoog-de gedeelte [10-1] van de splinterbescherming iets (ca. 0,3 mm) boven het tafeloppervlak uitsteken. De houder kan in hoogte worden versteld na het openen van de twee schroeven [10-4].
7.9 Instelling van de beschermkap
Voor het instellen van de aanslagen kan de beschermkap in de bovenste positie worden vastgeklikt.
▶ De zijdelingse splinterbescherming [16-3] met de vergrendellip [16-2] in de bovenste positie vastklikken.
▶ De beschermkap in de bovenste positie [16-4] brengen en de schroef [16-1] vastdraaien.
▶ Na de instelling van de aanslagen de schroef weer losdraaien en de zijdelingse splinterbescherming uithangen.
Aanwijzing: De beschermkap en de splinterbescherming moeten vrij op de bodemplaat liggen [17].
- Als de beschermkap niet gebruikt wordt de beschermkap aan de accessoirehouder [2-6] hangen.
7.10 Zachte aanloop
De elektronisch geregelde zachte aanloop zorgt ervoor dat het elektrische gereedschap stootvrij aanloopt.
7.11 Toerentalregelaar
Het toerental kan met de stelknop traploos in het toerentalbereik worden ingesteld. Hierdoor kunt u de snelheid optimaal aan het betreffende materiaal aanpassen. Neem hiervoor ook de gegevens op het slijpgereedschap in acht.
7.12 Overbelastingsbeveiliging
Bij extreme overbelasting van het elektrische gereedschap wordt de stroomtoevoer gereduceerd. Als de motor enige tijd is geblokkeerd, wordt de stroomtoevoer volledig onderbroken. Na het onlasten of uitschakelen van het elektrische gereedschap is het weer klaar voor gebruik.
7.13 Temperatuurbeveiliging
Bij een te hoge motortemperatuur worden stroomtoevoer en toerental gereduceerd. Het elektrische gereedschap draait alleen nog met verminderd vermogen om een snelle afkoeling door de motorventilatie mogelijk te maken. Na afkoeling komt het elektrische gereedschap weer automatisch op gang.
7.14 Rem
De zaag bezit een elektronische rem. Na het uitschakelen wordt het zaagblad in ca. 2 sec. elektronisch tot stilstand afgeremd.
7.15 Herstartbeveiliging
De ingebouwde herstartbeveiliging voorkomt dat het elektrische gereedschap bij continuwerking na een spanningsonderbreking weer automatisch start. Voor de heringebruikneming moet het elektrische gereedschap eerst uitgeschakeld en vervolgens ingeschakeld worden.
8 Werken met het elektrische gereedschap
8.1 Veilig werken

Bij het werken alle aan het begin vermelde veiligheidsvoorschriften en de volgen-gels in acht nemen:
- Zorg ervoor dat de bovenste beschermkap [6-4] en de splinterbescherming [6-5] op het werkstuk rusten en vrij kunnen bewegen.
- Werk niet met te grote en te zware werkstukken die het gereedschap kunnen beschadigen. De beschermkap bepaalt de maximale hoogte van het werkstuk.
- Om veiligheidsredenen NOOIT zonder ge- monteerde bovenste beschermkap [6-4] werken (behalve bij verdekte zaagsneden).
- Maatinstellingen bij stilstand van de elektrische machine uitvoeren.
8.2 Gebruik als tafelcirkelzaag [1] [3]
Lengtesneden
▶ Hett zaagblad op het midden van de tafel plaatsen, zie hoofdstuk 6.3.
▶ De hoekaanslag als lengteliniaal gebruiken om het werkstuk te geleiden.
▶ Met behulp van de schalen kan de zaagbreedte ingesteld worden.
- Het werkstuk met de hand leiden, de armen mogen zich niet in de as van het zaagblad bevinden.
▶ De duwlat [2-5] gebruiken om het werkstuk langs het zaagblad te leiden.
- Als de duwlat niet wordt gebruikt, deze in de accessoirehouder [2-6] leggen.
Hoekzaagsneden
- Bij hoekzaagsneden de verstekhoek van het zaagblad instellen, zie hoofdstuk 7.3.
Verdekte zaagsneden
Wanneer de beschermkap gedemonteerd is, kan het spouwmes in twee vergrendelstanden ingesteld worden door er krachtig aan te trekken. Het spouwmes wordt bij alle toepassingen, behalve bij verdekte zaagsneden, in de bovenste vergrendelstand gebruikt.
Vóór het werk
▶ De bovenste beschermkap [6-4] afnemen.
- Het spouwmes [7-3] in de onderste vergrendelstand brengen door het met kracht neer te drukken.

Verdekte zaagsneden maken
- Bij uitvoering van verdekte zaagsneden moet op een goede machinegeleiding worden gelet. Daarbij het werkstuk stevig op de tafel drukken. De zaagvolgorde zo kiezen dat de reeds uitgezaagde werkstukkant niet de aanslagkant is (terugslaggevaar).
Sponningen
- Zaagdiepte en aanslag van de eerste kant van de sponning instellen.
- De eerste zaagsnede van de sponning uitvoeren door het werkstuk met de hand te geleiden. De armen mogen zich niet in de as van het zaagblad bevinden.
▶ De duwlat [2-5] gebruiken om het werkstuk langs het zaagblad te leiden.
▶ Werkstuk omkeren. - De zaagdiepte en aanslag van de tweede kant van de sponning instellen.
- De tweede zaagsnede van de sponning uitvoeren.
▶ De duwlat gebruiken om het werkstuk langs het zaagblad te leiden.
Sponningen aan werkstukken ≤ 12 mm met trekcirkelzaag (met geblokkeerd zaagblad)
▶ De aanslag als dwarsaanslag gebruiken.
▶ De instructies voor dwarssneden volgen, zie hoofdstuk 8.3.

Bij het maken van sponningen aan de korte kant de aanslag NOOIT als lengteaanslag gebruiken.
Groeven
▶ De zaagdiepte op het zaagblad instellen.
▶ De aanslag als geleiding gebruiken.
- Het werkstuk met de hand leiden, de armen mogen zich niet in de as van het zaagblad bevinden.
- De duwlat [2-5] gebruiken om het werkstuk langs het zaagblad te leiden.
- Het proces tot de gewenste groefdiepte herhalen.
Na afloop van het werk
▶ Na het uitvoeren van verdekte zaagsneden het spouwmes [7-3] weer in de bovenste positie brengen en de beschermkap [6-4] aanbrengen.

Gecompliceerde processen voor verdekte zaagsneden
- Bijvoorbeeld invalzagen, splitsen in de omslagprocedure, kerven, profielfrezen of uithollen zijn niet toegestaan.
Drukelement
LET OP
▶ Voor verdekte sneden een drukelement gebruiken. Het drukelement aan de aanslag en de tafel monteren zodat het drukelement het werkstuk tijdens het zagen stevig tegen de bodemplaat drukt. Drukelementen zijn niet bij de levering inbegrepen.
Lengtesneden met hellingshoek
- Bij het in lengte zagen met hellingshoek van materiaal met een kantlengte ≤ 150 mm uitsluitend de linker aanslag gebruiken. Dit zorgt voor meer ruimte tussen aanslag en zaagblad.
8.3 Gebruik als trekcirkelzaag [3]
Dwarssneden
- Het zaagblad in de achterste tafelpositie plaatsen, zie hoofdstuk 6.3.
▶ De hoekaanslag als dwarsliniaal of als hoe-kliniaal gebruiken om het werkstuk aan te leggen en vast te houden. In de groeven [3-8] kunnen schroefklemmen (maken geen deel uit van de levering) voor de bevestiging van het werkstuk worden gestoken. Om de zaagsnede uit te voeren, de handgreep [3-10] naar beneden draaien en met de handgreep het zaagaggregaat naar voren trekken. - Het zaagaggregaat na de zaagsnede weer helemaal naar achteren in de uitgangspositie bewegen voordat het werkstuk uit de hoekaanslag kan worden gehaald.
Hoekzaagsneden
- Bij hoekzaagsneden de verstekhoek van het zaagblad instellen, zie hoofdstuk 7.3. De hoekaanslag bevindt zich aan de rechter tafelzijde.
▶ Bij versteksneden de hoekaanslag instellen, zie hoofdstuk 7.6.
8.4 Duwlat
▶ Als de duwlat [2-5] niet wordt gebruikt, deze in de accessoirehouder [2-6] leggen.
9 Transport

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel!
Elektrische machine kan bij het dragen uit de hand glijden.
▶ Elektrische machine altijd met beide handen aan de daarvoor bedoelde greepvlakken [2-4] aan beide zijden van de elektrische machine vasthouden.
- Het zaagaggregaat in de nulpositie vastklikken.
▶ Alle aanbouwdelen van de zaag verwijderen en de kabel om de kabelhouder wikkelen.
▶ De poten inklappen.
Voor het transport op korte afstanden is de elektrische machine aan twee pooteinden van transportrollen voorzien.
- De machine in het greepbereik [2-4] beetpakken en naar de gewenste plaats trekken.
10 Onderhoud en verzorging

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de stekker altijd uit het stopcontact trekken!
▶ Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarvoor het vereist is om de behuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd.
Klantenservice en reparaties mogen alleen door de fabrikant of door servicewerkplaatsen uitgevoerd worden. Alleen originele Festool-reserveonderdelen gebruiken.
Meer informatie: www.festool.nl/service
Nederlands
De elektrische machine is met zelf uitschakelbare speciale koolstofborstels uitgerust. Zijn die versleten, dan volgt een automatische stroomonderbreking en komt de machine tot stilstand. De elektrische machine regelmatig onderhouden zodat deze correct werkt:
- Verwijder stofafzettingen door deze af te zuigen.
▶ Geleidestangen [1-2] schoonhouden en regelmatig invetten.
▶ Een versleten of beschadigd tafelinzetstuk vervangen.
▶ Met de schuif [11-1] kan de klep [11-3] geopend worden om zaagresten uit de onderste beschermkap te verwijderen. Om grotere afzettingen te verwijderen, kan de klep volledig worden geopend door de schroef [11-2] eruit te draaien. Vóór de inbedrijfstelling moet de klep weer worden gesloten!
▶ Na beëindiging van de werkzaamheden de stroomkabel om de accessoirehouder [2-6] wikkelen.
▶ Een demper zorgt ervoor dat het zaagaggregaat gelijkmatig over de gehele trek-lengte terugloopt. Als dat niet het geval is, kan de demper door de boring [2-2] op-nieuw worden afgesteld. - Als het aansluitsnoer moet worden vervangen, moet het door de fabrikant of door het servicestation worden uitgevoerd om gevaarlijke situaties te voorkomen.
- Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen moeten op deskundige wijze in een erkende en gespecialiseerde werkplaats gerepareerd en vervangen worden, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing aangegeven is.
11 Accessoires
De bestelnummers voor accessoires en gereedschap vindt u op www.festool.nl.
12 Milieu

Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze
af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht.
Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving
dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Informatie over de inzamelpunten vind je op www.festool.com/environment.
Informatie over kritische stoffen:
www.festool.nl/reach