PRECISIO CS 70 EG - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PRECISIO CS 70 EG FESTOOL in PDF-formaat.

📄 197 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice FESTOOL PRECISIO CS 70 EG - page 76

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRECISIO CS 70 EG - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRECISIO CS 70 EG van het merk FESTOOL.

GEBRUIKSAANWIJZING PRECISIO CS 70 EG FESTOOL

EG-conformiteitsverklaring. Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat dit produkt voldoet aan de volgende normen of normatieve documen- ten:

De vermelde afbeeldingen staan in het begin van de gebruiksaanwijzing. 1 Symbolen Waarschuwing voor algemeen gevaar Waarschuwing voor elektrische schok Draag gehoorbescherming! Draag een stofmasker! Draag veiligheidshandschoenen! Draag een veiligheidsbril! Handleiding/aanwijzingen lezen! Beveiligingsklasse II MMC Electronic Multi-Material-Control Stofafzuiging Niet met het huisvuil meegeven Handgrepen Draairichting zaagblad

Zaagbladafmeting a ... diameter b ... max.zaagdiepte c ... opnamegat d ... spouwmesdikte STOP Elektrodynamisch uitloopremsysteem Hout Gelamineerde houten platen Vezelcementplaat Eternit Aluminium 2 Technische gegevens Zaaghoogte bij 90°/45° 0-70 mm/ 0-48 mm Schuine stand -2°-47° Max. treklengte 330 mm Zaagblad 225 x 30 x 2,6 mm Opnamegat 30 mm Stambladdikte < 2,2 mm Onbelast toerental: CS 70 EBG, CS 70 EG (GB 110 V) regelbaar 2000-4200 min

CS 70 EG (GB 110 V) 1300 W Tafelafmeting (L x B) 690 x 500 mm Tafelhoogte uitgeklapt 900 mm Tafelhoogte ingeklapt 375 mm Gewicht conform EPTA-procedure 01:2014 38,0 kg Te gebruiken zaagbladen Aanbevolen zaagbladen voor de diverse materi- alen vindt u in de catalogus of op www.festool.nl/ service. Tafel- en trekcirkelzaag

3 Apparaatelementen De vermelde afbeeldingen staan aan het begin van deze gebruiksaanwijzing. [1-1] Opklappoten [1-2] Aan-uitschakelaar [1-3] Extra poten [1-4] Klembouten [1-5] Positiemarkering aanslag [1-6] Positiemarkering geleider [1-7] Tafelinzetstuk [1-8] Beschermkap [1-9] Vergrendelhendel [1-10] Zaaghoogte-instelling [1-11] Greepknoppen voor de instelling van de opklappoten [1-12] Afsluitkap [1-13] Handgrepen 4 Gebruik volgens de voorschriften De PRECISIO is als vervoerbaar elektrisch ge- reedschap volgens de voorschriften bedoeld voor het zagen van hout, kunststoffen, plaatma- teriaal van hout en houtachtige materialen. Met de door Festool aangeboden speciale zaag- bladen voor aluminium kunnen de machines ook voor het zagen van aluminium worden gebruikt. Er mag geen asbesthoudend materiaal worden bewerkt. De gebruiker is aansprakelijk voor scha- de en letsel bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaatsvindt. 5 Veiligheidsinstructies

5.1 Algemene veiligheidsinstructies

Waarschuwing! Lees alle veilig- heidsvoorschriften en aanwijzingen. Wanneer men zich niet aan de waarschuwingen en aanwij- zingen houdt, kan dit leiden tot elektrische schok- ken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzin- gen om ze later te kunnen raadplegen. Het begrip “elektrisch gereedschap” dat in de vei- ligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft betrek- king op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) of elektrisch gereedschap met accuvoeding (zonder netsnoer).

5.2 Veiligheidsinstructies voor tafelcirkel-

zagen Beschermkapgerelateerde veiligheidsinstructies a. Laat de beschermkappen gemonteerd. Be- schermkappen moeten in goed werkende staat verkeren en juist zijn gemonteerd. Los- se, beschadigde of niet goed functionerende beschermkappen moeten worden gerepareerd of vervangen. b. Gebruik voor scheidingssneden steeds de beschermkap van het zaagblad en het spouwmes. Bij scheidingssneden waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, verlagen de beschermkap en andere veiligheidsinrichtingen het risico van licha- melijk letsel. c. Bevestig na voltooiing van bewerkingen (bijv. groeven, kerven of splitsen in de omslag- procedure, waarbij het verwijderen van de beschermkap en/of het spouwmes is vereist, onmiddellijk weer het beveiligingssysteem. De beschermkap en het spouwmes verlagen het risico van lichamelijk letsel. d. Zorg er vóór het inschakelen van het elektri- sche gereedschap voor dat het zaagblad de beschermkap, het spouwmes of het werkstuk niet aanraakt. Als deze componenten per on- geluk in aanraking komen met het zaagblad, kan dat tot een gevaarlijke situatie leiden. e. Stel het spouwmes af volgens de beschrij- ving in deze gebruiksaanwijzing. Onjuiste afstanden, een onjuiste positie en een onjuiste uitlijning kunnen er de reden van zijn dat het spouwmes een terugslag niet effectief voor- komt. f. Opdat het spouwmes goed kan functioneren, moet het in het werkstuk kunnen grijpen. Als een werkstuk te kort is om bij het zagen het spouwmes te bereiken, werkt het spouwmes niet. Onder deze voorwaarden kan een terug- slag niet worden voorkomen. g. Gebruik het voor het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes goed werkt, moet de diameter van het zaagblad bij het desbetreffende spouwmes passen, de rug van het zaagblad dunner dan het spouwmes en de tandbreedte groter dan de spouwmesdikte zijn.78 P R E C I S I O -

Veiligheidsinstructies voor het zagen

Gevaar! Kom met uw vingers en handen niet in de buurt van het zaagblad of in het zaaggebied. Bij een moment van onacht- zaamheid of bij uitschieten kan uw hand naar het zaagblad worden geleid wat tot ernstig lichamelijk letsel kan leiden. b. Leid het werkstuk alleen tegen de draairich- ting in naar het zaagblad. Als u het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel leidt, kan dat ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand naar het zaagblad worden getrokken. c. Gebruik bij langssneden nooit de verstekaan- slag voor het leiden van het werkstuk, en ge- bruik bij dwarssneden met de verstekaanslag bovendien nooit de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Door het gelijktijdig leiden van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag is er een grotere kans dat het zaagblad klemt en er een terugslag ontstaat. d. Oefen bij langssneden de toevoerkracht op het werkstuk altijd tussen de aanslagrail en het zaagblad uit. Gebruik een duwstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaag- blad minder is dan 150 mm en een duwblok als de afstand minder is dan 50 mm. Derge- lijke werkhulpmiddelen zorgen ervoor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft. e. Gebruik alleen de meegeleverde duw stok van de fabrikant of een duwstok die volgens de aanwijzingen is geproduceerd. De duwstok zorgt voor voldoende afstand tussen de hand en het zaagblad. f. Gebruik nooit een beschadigde of aange- zaagde duwstok. Een beschadigde duwstok kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagblad terechtkomt. g. Werk niet "uit de vrije hand". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te leiden. "Uit de vrije hand" betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaanslag of de verste- kaanslag met de handen wordt ondersteund of geleid. Zagen uit de vrije hand leidt tot een onjuiste uitlijning, klemmen en een terugslag. h. Blijf met uw handen uit de buurt van een draaiend zaagblad. Als u een werkstuk wilt pakken, kunt u per ongeluk in contact komen met het draaiende zaagblad.

i. Ondersteun lange en/of brede werkstukken

achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zodat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging om aan de rand van de zaagtafel om te kantelen; dit leidt tot controleverlies, klemmen van het zaagblad en een terugslag. j. Leid het werkstuk gelijkmatig. Buig of draai het werkstuk niet. Als het zaagblad klemt, schakelt u het elektrische gereedschap direct uit, trekt u de stekker uit het stopcontact en verhelpt u de oorzaak van het klemmen. Het klemmen van het zaagblad door het werkstuk kan tot een terugslag of tot het blokkeren van de motor leiden. k. Verwijder het afgezaagde materiaal niet als de zaag draait. Afgezaagd materiaal kan zich tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de beschermkap vastzetten en bij het verwijderen uw vingers naar het zaagblad trekken. Scha- kel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen voordat u het materiaal verwijdert. l. Gebruik voor langssneden op werkstukken die dunner zijn dan 2 mm een extra paral- lelaanslag die in contact staat met het tafe- loppervlak. Dunne werkstukken kunnen zich onder de parallelaanslag vastzetten wat tot een terugslag kan leiden. Terugslag - oorzaken en bijbehorende veilig- heidsinstructies Een terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een zaagblad dat blijft haken of klemt, of een schuin geleide aan het zaagblad gerelateerde snede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vaststaand object wordt ingeklemd. In de meeste gevallen wordt het werkstuk bij een terugslag door het achterste gedeelte van het zaagblad gegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de richting van de operator geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of onjuist gebruik van de tafelcirkelzaag. Door pas- sende voorzorgsmaatregelen die hierna worden beschreven, kan dit echter worden voorkomen. a. Ga nooit in een directe lijn met het zaagblad staan. Blijf altijd aan de kant van het zaagblad staan waar zich ook de aanslagrail bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge79 P R E C I S I O -

snelheid naar personen worden geslingerd die vóór en in één lijn met het zaagblad staan. b. Blijf met uw handen uit de buurt van het zaagblad als u aan het werkstuk trekt of het ondersteunt. U kunt per ongeluk in contact komen met het zaagblad of een terugslag kan ertoe leiden dat uw vingers naar het zaagblad worden getrokken. c. Houd en druk het werkstuk dat wordt afge- zaagd nooit tegen het draaiende zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad drukt, leidt dat tot klemmen en een terugslag. d. Lijn de aanslagrail parallel aan het zaagblad uit. Een niet-uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en veroorzaakt een terugslag. e. Gebruik bij verdekte zaagsneden (bijv. groe- ven, kerven of splitsen in de omslagprocedu- re) een drukelement om het werkstuk tegen tafel en aanslagrail te leiden. Met een druke- lement kunt u het werkstuk bij een terugslag beter controleren. f. Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen in niet-zichtbare gebieden van gemonteerde werkstukken. Het induikende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken. g. Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar ze over het tafeloppervlak uitsteken. h. Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken die zijn gedraaid, knopen bevat- ten, zijn vervormd of niet over een rechte kant beschikken waarop ze met een verstekaan- slag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een vervormd, knopen bevattend of gedraaid werkstuk is instabiel en leidt tot een onjuiste uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, tot klemmen en tot een terugslag.

i. Zaag nooit meerdere op elkaar of achter el-

kaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad kan een of meer delen grijpen en een terugslag veroorzaken. j. Als u een zaag waarvan het zaagblad in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagvoeg zo dat de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Als het zaagblad klemt, kan het werk- stuk worden opgetild en een terugslag worden veroorzaakt als de zaag opnieuw wordt gestart. k. Houd de zaagbladen schoon, scherp en vol- doende vertand. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of gebroken tanden. Scherpe en juist vertande zaagbladen beperken klemmen, blokkeren en een terugslag tot een minimum. Veiligheidsinstructies voor de bediening van tafelcirkelzagen a. Schakel de tafelcirkelzaag uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het tafelinzetstuk verwijdert, het zaagblad ver- vangt, instellingen aan het spouwmes of de beschermkap van het zaagblad uitvoert en als de machine zonder toezicht wordt gela- ten. Voorzorgsmaatregelen dienen ervoor om ongevallen te voorkomen. b. Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht draaien. Schakel het elektrische gereed- schap uit en laat het niet achter voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een onge- controleerd gevaar. c. Plaats de tafelcirkelzaag op een plek die vlak is en goed is verlicht en waar u veilig kunt staan en uw evenwicht kunt houden. De lo- catie moet genoeg ruimte bieden om goed te kunnen omgaan met de grootte van uw werk- stukken. Wanorde, onverlichte werkplaatsen en oneffen, gladde vloeren kunnen ongevallen veroorzaken. d. Verwijder regelmatig zaagsel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging. Opge- hoopt zaagsel is brandbaar en kan vanzelf ontvlammen. e. Zet de tafelcirkelzaag goed vast. Een niet goed vastgezette tafelcirkelzaag kan bewegen of omvallen. f. Verwijder stelgereedschap, houtresten enz. uit de tafelcirkelzaag voordat u deze inscha- kelt. Afbuiging of mogelijk klemmen kunnen gevaarlijk zijn. g. Gebruik altijd zaagbladen die de juiste groot- te en een geschikt opnamegat (bijv. ruitvor- mig of rond) hebben. Zaagbladen die niet bij80 P R E C I S I O -

de montagedelen van de zaag passen, lopen onregelmatig en leiden tot controleverlies. h. Gebruik nooit beschadigd of onjuist mon- tagemateriaal van zaagbladen zoals flenzen, sluitringen, schroeven of moeren. Dit mon- tagemateriaal van zaagbladen is speciaal voor uw zaag ontworpen, voor een veilig gebruik en optimale prestaties.

i. Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en ge-

bruik de tafelcirkelzaag niet als trapje. Er kan ernstig lichamelijk letsel ontstaan als het elektrische gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt. j. Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste draairichting is gemonteerd. Gebruik geen schuurschijven of staalborstels met de ta- felcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet-aanbevolen accessoires kan tot ernstig lichamelijk letsel leiden.

5.3 Machinespecifieke

veiligheidsinstructies - Er mag alleen gereedschap worden gebruikt dat voldoet aan EN 847-1. - Hiermee worden dus de door de fabrikant in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen zaagbla- den bedoeld. - Er mogen alleen zaagbladen met de volgende gegevens worden gebruikt: Diameter zaagblad 225 mm; Zaagbreedte 2,5 mm, opnamegat 30 mm; Rugdikte max. 2,2 mm; geschikt voor toerentallen tot 4200 min

- Zaagbladen van HSS-staal (hooggelegeerd snel- draaistaal) mogen niet worden toegepast. - De zaagbreedte van het zaagblad moet groter en de rugdikte moet kleiner zijn dan de dikte van het spouwmes van 2,2 mm. - Het gereedschap moet voor de te bewerken grondstof geschikt zijn. - Vervormde zaagbladen of zaagbladen met barst- jes en met stompe of defecte snijvlakken mogen niet worden gebruikt. - Bij de montage van de gereedschappen moet ervoor worden gezorgd dat het opspannen op de gereedschapsnaaf of het spanvlak van het gereedschap plaatsvindt en dat de snijvlakken niet met elkaar of met de spanelementen in aanraking komen. - Bevestigingsschroeven en -moeren moeten met gebruik van geschikte sleutels enz. en met het door de fabrikant aangegeven draaimoment worden aangedraaid. - De spanvlakken moeten worden vrijgemaakt van vuil, vet, olie en water. - Spanschroeven moeten volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden aangedraaid. - Het verlengen van de sleutel of het aandraaien met behulp van hamerslagen is niet toegestaan. - De gereedschappen moeten in een geschikte kist worden getransporteerd en bewaard. - De machine mag alleen worden gebruikt als alle beveiligingsinrichtingen zich in de beschreven positie bevinden en als de machine in goede staat verkeert en goed is onderhouden. - Vervang een versleten of beschadigde (bijv. in- gezaagde) bodemplaat onmiddellijk. - De operators moeten voldoende in het gebruik, de instelling en de bediening van de machine zijn geschoold. - Fouten van de machine, inclusief de scheidende beveiligingsinrichtingen of het gereedschap, moeten bij de ontdekking ervan direct aan het onderhoudspersoneel worden gemeld. Pas als de fouten zijn verholpen, mag de machine weer worden gebruikt. - Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen: Gehoorbescherming voor de vermindering van het risico op slechthorendheid, veiligheids- bril, zuurstofmasker voor de vermindering van het risico op het inademen van stof dat schadelijk is voor de gezondheid, veiligheidshandschoenen bij het hanteren van gereedschappen en ruwe grondstoffen. - Om de geluidsontwikkeling te minimaliseren, moet het gereedschap zijn geslepen en moeten alle elementen voor de lawaaireductie (afdek- kingen enz.) goed zijn ingesteld. - Bij het zagen van hout moet de machine op een afzuigapparaat conform EN 60335-2-69, stof- klasse M, worden aangesloten. - Om het vrijkomen van stof te minimaliseren, moet de machine op een geschikt afzuigappa- raat worden aangesloten en moeten alle ele- menten voor de stofafzuiging (afzuigkap enz.) goed zijn ingesteld. - Bewerk geen asbesthoudend materiaal. - Zorg voor voldoende verlichting van de ruimte of de werkplek. - Neem bij het zagen de juiste werkpositie in: - vooraan aan de operatorkant; - recht tegenover de zaag; - naast de zaagbladlijn. - Gebruik de meegeleverde duwstok om het werk- stuk veilig voorbij het zaagblad te leiden.81 P R E C I S I O -

- Gebruik altijd het meegeleverde spouwmes en de beschermkap. Let op hun correcte in- stelling zoals in de bedieningshandleiding is beschreven. Een niet correct ingesteld spouw- mes en het verwijderen van veiligheidsrelevante onderdelen, zoals de beschermkap, kunnen tot ernstig letsel leiden. - Lange werkstukken moeten door een geschikte inrichting zo worden ondersteund dat deze er horizontaal op liggen. - Vóór de vervanging van het gereedschap en vóór het verhelpen van storingen, zoals het verwijde- ren van ingeklemde splinters, moet de stekker uit de contactdoos worden gehaald. - Verwijder geen zaagresten of andere werkstuk- delen uit het zaaggebied zolang de machine draait en de zaageenheid zich nog niet in de ruststand bevindt. - Als het zaagblad is geblokkeerd, schakelt u de machine direct uit en haalt u de stekker uit het stopcontact. Verwijder pas daarna het ingeklem- de werkstuk. - Groeven is alleen met een geschikte beveili- gingsinrichting, bijv. een tunnelbeveiligingsin- richting boven de zaagtafel, toegestaan. - Direct na werkzaamheden waarvoor het verwij- deren van de beschermkap nodig was, beslist weer de veiligheidsinrichtingen installeren, zie hoofdstuk 6.2b - Cirkelzagen mogen niet voor het maken van uitsparingen (groeven in het werkstuk) worden gebruikt. - Tijdens het transport van de machine moet de bovenste beschermkap het bovenste gedeelte van het zaagblad afdekken. - De bovenste beschermkap mag niet als hand- greep voor het transport worden gebruikt! - Berg de duwstok in de daarvoor bedoelde ac- cessoirehouder van de machine op als u deze niet gebruikt. - Gebruik alleen originele accessoires en hulp- middelen van Festool. - Het is verboden eigen hulpmiddelen zoals een duwstok, geleiders enz. te gebruiken. - Controleer vóór de werkzaamheden of de be- schermkap en de splinterbescherming vrij kunnen bewegen en op de tafel liggen. - Om oververhitting van het zaagblad of smelten van de kunststof te vermijden, stelt u voor het zaagmateriaal het juiste toerental in en oefent u bij het zagen geen overmatige druk uit. - Schakel de zaag voor het metaalzagen met de aardlekschakelaar in. - Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een geauto- riseerde onderhoudswerkplaats vernieuwen.

De volgens EN 62841 (zie EG-conformiteitsver- klaring) bepaalde geluidswaarden bedragen ge- woonlijk: Geluidsdrukniveau L

VOORZICHTIG Het bij de werkzaamheden ontstane lawaai beschadigt het gehoor. fDraag een gehoorbescherming! - De aangegeven waarden van de geluidsemissies zijn volgens de standaardtestmethode gemeten en kunnen voor de vergelijking tussen gereed- schappen worden geraadpleegd. - De aangegeven geluidsemissies mogen ook voor een voorlopige beoordeling van de geluidshinder worden gebruikt.

VOORZICHTIG De geluidsemissies kunnen - afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereed- schap wordt gebruikt, welk soort werkstuk wordt bewerkt - tijdens het werkelijke ge- bruik van het gereedschap van de specificaties afwijken. fVeiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener vastleggen die baseren op een beoordeling van de belasting tijdens de feite- lijke gebruiksomstandigheden. (Hierbij moet rekening gehouden worden met de bedrijfs- cyclus, bijvoorbeeld tijden waarop het elek- trische gereedschap uitgeschakeld is en der- gelijke waarbij het weliswaar ingeschakeld is, maar zonder belasting loopt.)

Ook wanneer u zich aan alle relevante bouw- voorschriften houdt, kunnen zich bij gebruik van de machine nog gevaarlijke situaties voordoen, bijv. als gevolg van: - het wegvliegen van werkstukdelen, - het wegvliegen van werkstukdelen bij bescha- digd gereedschap, - geluidsemissie, - houtstofemissie.82 P R E C I S I O -

6 Plaatsing, inbedrijfstelling

WAARSCHUWING Kans op ongevallen als de machine bij een niet-toegestane spanning of frequentie wordt gebruikt. fDe netspanning en de frequentie van de stroombron moeten met de gegevens op het typeplaatje van de machine overeenkomen. fIn Noord-Amerika mogen alleen Festool-ma- chines met een spanning van 120 Volt worden gebruikt. fControleer voordat u het werktuig gaat ge- bruiken de beweegbare toevoerkabel en de vork. Laat de gebreken door een vakbekwa- me service herstellen. fGebruik buiten de gebouwen uitsluitend goedgekeurde verlengkabels en kabelverbin- dingen.

6.1 Plaatsing van de machine

Zorg ervoor dat de vloer rondom de machine vlak is, in goede staat verkeert en vrij is van los- se rondslingerende voorwerpen (bijv. spanen en zaagresten). L De machine kan met of zonder uitgeklapte poten worden geplaatst. fVoor het uitklappen van de poten: Draai de vier draaiknoppen [1-11] tot de aanslag los. fKlap de poten uit [1-1] en draai de draaiknop- pen [1-11] vast. Opdat de machine veilig staat, kan de lengte van een poot worden bijgesteld door aan de afsluit- kap [1-12] te draaien.

6.2 Vóór de eerste inbedrijfstelling

6.2a Greepknop monteren fSchroef de meegeleverde draaiknop [2-6] in de trekstang door de draaiknop naar links te draaien. 6.2b Beschermkap monteren (afbeel- ding 12) fverwijder de gele veiligheidsstickers [12-4]. fstel de zaag in op de maximale zaagdiepte en stel het verstek in op 0°. ftrek het spouwmes [12-1] in de bovenste po- sitie.

Plaats de beschermkap [12-3] op het spouwmes [12-1]. Steek daarbij het in de be- schermkap [12-3] liggende taatsblok in de groef [12-6] op het spouwmes [12-1] en steek de schroef [12-2] door het gat [12-5] in het spouwmes [12-1].

Draai de schroef [12-2] vast. 6.2c Montage van de hoekaanslag fSchuif de handgreep van de hoekaanslag in de nulpositie (afbeelding 15). Draai de schroef [3-6] vast (afbeelding 3) en bevestig deze op de tafel.

Houd het elektrische gereedschap voor het transport aan de handgrepen aan de zijkanten vast [1-13]. Nooit aan de veilig- heidsafdekking beethouden of transpor- teren. fVergrendel het zaagaggregaat in de nulpositie. fVerwijder alle aanbouwdelen van uw zaag en wikkel de kabel om de kabelhouder. fKlap evt. de poten in. 6.3a Transportrollen Voor het transport op korte afstanden is de machine van transportrollen voorzien. fPak het gereedschap aan de handgre- pen [1-13] vast en trek het naar de gewenste plaats.

6.4 In-/uitschakelen

L Vanwege het hoge vermogen van de motor raden we een 16 A-zekering aan. fVoor het inschakelen: Druk op de groene in- schakelaar [1-2]. De rode toets is de uitscha- kelaar. 7 Instellingen aan de machine

WAARSCHUWING Kans op ongevallen, elektrische schok fHaal vóór alle werkzaamheden aan de ma- chine altijd de stekker uit het stopcontact.

De machine bezit volledige-golfelektronica met de volgende kenmerken: Zachte aanloop De elektronisch geregelde zachte aanloop zorgt voor een aanloop zonder schokken van de ma- chine.83 P R E C I S I O -

Toerentalregeling Het toerental kan (alleen CS 70 EBG, CS 70 EG (110 V)) met de stelknop [2-1] traploos tussen 2000 en 4200 min

worden ingesteld. Daarmee kunt u de zaagsnelheid optimaal aan het desbe- treffende materiaal aanpassen. # n

1 ~ 2000 4 ~ 3300 2 ~ 2400 5 ~ 3800 3 ~ 2800 6 ~ 4200 Het vooraf ingestelde motortoerental wordt elektronisch constant gehouden. Hierdoor wordt ook bij belasting een gelijkblijvende zaagsnel- heid bereikt. Overbelastingsbeveiliging Bij extreme overbelasting van de machine wordt de stroomtoevoer gereduceerd. Als de motor enige tijd wordt geblokkeerd, wordt de stroom- toevoer volledig onderbroken. Na de opheffing van de overbelasting of de uitschakeling van de machine is de machine weer klaar voor gebruik. Temperatuurbeveiliging Bij een te hoge motortemperatuur wordt de stroom- toevoer en het toerental gereduceerd. De machine draait alleen nog met verminderd vermogen om een snelle afkoeling door de motorventilatie moge- lijk te maken. Na de afkoeling gaat de machine weer vanzelf over op een hoger toerental. Rem (alleen CS 70 EBG) Bij het uitschakelen wordt het zaagblad in 3 seconden elektronisch tot stilstand afgeremd. Herstartbeveiliging De ingebouwde onderspanningsspoel voorkomt dat de machine na een spanningsonderbreking weer automatisch start. De machine moet in dit geval weer worden inge- schakeld. 8 Gebruiksmogelijkheden De machine kan als tafelcirkelzaag of als trek- cirkelzaag worden gebruikt. 8a Tafelcirkelzaag (afbeelding 1) fMaak eerst de vergrendeling van de zaag los door de draaiknop naar links te draaien [2-6]. fTrek dan aan dezelfde draaiknop [2-6] de zaag naar voren. fNa enkele millimeters kunt u de vergrendel- hendel [1-9] naar beneden drukken. fBij nog meer naar achteren duwen wordt de vergrendelhendel in de trekstang vergrendeld en wordt de zaag in het midden van de tafel bevestigd. Het zaagaggregaat bevindt zich nu in een centra- le tafelpositie en de machine kan als tafelcirkel- zaag worden gebruikt. 8b Trekcirkelzaag (afbeelding 3) fMaak de vergrendeling van de zaag los door de draaiknop naar links te draaien [2-6]. Nu kan het zaagaggregaat hiermee voor treksne- den heen en weer worden bewogen. De achter- waartse beweging wordt door een veerkracht on- dersteund.

8.1 Extra poten [1-3]

Gebruik de extra poten altijd in combinatie met een tafelverlenging, tafelverbreding of een schuiftafel. fDraai de schroef [1-4] los, zwenk de poot [1-3] uit tot deze op de vloer staat en draai de schroef [1-4] weer vast.

8.2 Montage van de accessoirehouder

Zie afbeelding 13 en 14. fLet er bij het monteren van de twee afzonder- lijke delen op dat de lippen van de springsloten goed in elkaar grijpen en vastklikken. fBekijk ook op de achterkant van de accessoire- houder wat de juiste positie van de springslo- ten in de zekeringsbeugels is.

8.3 Versteklangssneden

Voor versteklangssneden moet de hoekaanslag zich aan de rechterkant van de tafel bevinden.

8.4 Inschakelen bij metaalzagen

Schakel de zaag voor het metaalzagen met de aardlekschakelaar in.

8.5 Instelpositie maken

Om instellingen aan de machine uit te voeren, moet de zaag altijd in de instelpositie worden gebracht: Bij de levering is de zaag in de ruststand ver- grendeld. fMaak de vergrendeling los door de draaiknop naar links te draaien [2-6] en trek de zaag naar voren. fDruk op de vergrendelhendel [1-9].84 P R E C I S I O -

De zaag wordt nu in de centrale positie vergren- deld.

8.6 Zaaghoogte instellen

Om de zaaghoogte in de instelpositie traploos van 0 tot 70 mm in te stellen: fDraai aan de zaaghoogte-instelling [1-10]. L Een nauwkeurige zaagsnede wordt bereikt als de ingestelde zaaghoogte 2-5 mm groter is dan de werkstukdikte.

8.7 Verstekhoek instellen

Het zaagblad kan in de instelpositie tussen 0° en 45° worden gedraaid: fDraai de draaiknop [2-4] los. fStel de verstekhoek met behulp van de schaal [2-5] op de draaigreep [2-3] in. fDraai de draaiknop [2-4] vast. Voor nauwkeurige paswerkzaamheden (achter- sneden aan de stootranden) kan het zaagblad met telkens 2° boven de beide eindposities wor- den gedraaid. fDaarvoor houdt u in de eindpositie de toets [2-2] ingedrukt. Het zaagblad kan nu met de draaigreep [2-3] tot -2° of 47° worden gedraaid. Bij het loslaten van de toets [2-2] zijn de 0°- en 45°-aanslagen weer actief.

WAARSCHUWING Kans op ongevallen, elektrische schok fHaal vóór alle werkzaamheden aan de ma- chine altijd de stekker uit het stopcontact.

VOORZICHTIG Heet en scherp gereedschap Gevaar voor letsel fVeiligheidshandschoenen dragen. Zaagblad demonteren fDraag handschoenen bij de vervanging van het gereedschap, maar niet bij het zagen. fVergrendel de zaag in de instelpositie. fStel de grootste schuine stand en de maximale zaaghoogte in. fMaak met de draaiknop [5-1] de klem van het inzetstuk los. fSchuif de klemplaat naar voren. fTil het tafelinzetstuk [1-7] op door het aan de achterkant aan de onderkant vast te pakken en haal het naar achteren van de tafel. fVerwijder de beschermkap (zie hoofdstuk: be- schermkap monteren). fHaal de inbussleutel [5-3] uit de houder van de zaagbladafdekking [5-10]. fMaak de vergrendelingen los met de draai- knop [5-9] met de draaiknop en de inbussleu- tel [5-3] en draai de zaagbladafdekking [5-10] naar beneden. fSteek de inbussleutel [5-3] in de bevestigings- schroef van het zaagblad. fHoud de spilstop [5-2] (achter het zaagblad) ingedrukt en draai de zaagas met de inbus- sleutel zover tot de spilstop [5-2] vergrendelt en de zaagas blokkeert. L De bevestigingsschroef van het zaagblad heeft een linkse schroefdraad. fMaak de bevestigingsschroef van het zaag- blad los door deze krachtig met de klok mee te draaien en verwijder de spanflens en het zaagblad. Zaagblad monteren

WAARSCHUWING Gevaar voor letsel fLet bij het gebruik van een nieuw zaagblad op de draairichting: De draairichting op het zaagblad [5-4] moet met de draairichting van de machine overeenkomen, zie de pijlmarke- ring op de beschermkap [5-10]. fPlaats het zaagblad. fSchroef het zaagblad en de flens met de be- vestigingsschroef van het zaagblad op de zaa- gas vast. fDraai het zaagblad tweemaal met de hand door om vast te stellen of het zich vrij beweegt. fSluit de zaagbladafdekking [5-10] en monteer de beschermkap, zie hoofdstuk 6.2b. fSteek de inbussleutel [5-3] weer in de houder. fOm het tafelinzetstuk [1-7] in de tafel te plaat- sen, plaatst u de uitstekende veerplaat [5-5] van het inzetstuk eerst vooraan in het tafelf- rame. Let er daarbij op dat het te bewerken oppervlak stofvrij is. fPlaats het inzetstuk en schroef het met de klem en de draaiknop [5-1] vast.85 P R E C I S I O -

fHet spouwmes [6-1] kan zo worden ingesteld dat de afstand tot de tandkrans van het zaag- blad 3 tot 5 mm is. fHaal de inbussleutel [5-3] uit de houder van de zaagbladafdekking [5-10]. fDraai de schroeven [6-3] er met de inbus- sleutel uit en haal ze samen met het klem- stuk [6-2] weg, fNa het losdraaien van de twee schroeven [7-3] kan het geleidingsstuk [7-2] in verticale rich- ting worden verschoven om de afstand tussen het spouwmes en het zaagblad in te stellen. fMonteer het spouwmes en het klemstuk weer als de instelling is uitgevoerd en draai alle schroeven vast.

De meegeleverde aanslag kan, zoals in afbeel- ding 3 wordt weergegeven, aan alle vier kanten van de machine worden bevestigd. De aanslag biedt de volgende verstelmogelijk- heden: De aanslag kan als lengteaanslag (afbeelding 1) of als dwarsaanslag of hoekaanslag (afbeel- ding 3) worden gebruikt. Lengteaanslag: fDraai de schroef [3-3] los en til de fixeer- pen [3-4] op, stel de hoek met behulp van de schaal in op 0°, klik de fixeerpen vast en draai de schroef [3-3] vast. fDraai de schroef [3-2] los en stel de lat [3-1] zo in dat de driehoekige pijl naar het groene labelveld wijst, zie details [1-6]. Draai daarna de schroef [3-2] vast. fSchuif de hoekaanslag in de zijdelingse groef van de tafel (afbeelding 3 detail). Schuif deze zover tot de handgreep van de hoekaanslag het groen gemarkeerde veld aan de zijkant van de tafel bedekt, zie detail [1-5]. Draai daarna de schroef [3-5] vast. fDraai de schroef [3-6] los, stel de gewenste zaagbreedte in en draai de schroef weer vast. De hoekaanslag kan als hoge of lage lengteaan- slag worden gebruikt. Hiertoe wordt de lat [3-1] rechtop of plat geplaatst. De lage lengteaanslag wordt gebruikt om een bot- sing met de veiligheidsafdekking van het zaagblad te vermijden, bijv. bij versteksneden met een 45° gedraaid zaagblad. Dwars- en hoekaanslag: fSchuif de hoekaanslag in de groef van de tafel, zie afbeelding 3 (detail) en draai de schroef [3-5] aan. fDraai de schroef [3-3] los en til de fixeer- pen [3-4] op, stel de gewenste hoek op de schaal in (de fixeerpen klikt bij de meest ge- bruikelijke hoekinstellingen vast) en draai de schroef [3-3] vast. fDraai de schroef [3-2] los en stel de lat [3-1] zo in opdat deze niet tot in het zaagvlak reikt en draai de schroef [3-2] vast. Verzeker u er voor aanvang van de werk- zaamheden van dat alle draaiknoppen van de hoekaanslag zijn aangedraaid. De hoe- kaanslag mag alleen in vaste positie en niet voor het schuiven van het werkstuk worden gebruikt. Klap de hoekaanslag [11-3] als u deze niet gebruikt in de ruststand in (afbeel- ding 15) en leg deze in de accessoirehou- der [11-4] (afbeelding 11).

WAARSCHUWING Kans op ongevallen, elektrische schok fHaal vóór alle werkzaamheden aan de machi- ne altijd de stekker uit het stopcontact. AANWIJZING Voer met de splinterbescherming geen schuine sneden uit. Demonteer de splinterbescherming na gebruik. fDraai de draaiknop [5-1] los. fSchuif de klemplaat naar voren. fTil het tafelinzetstuk [1-7] aan de achterkant op en verwijder het. fStel het zaagblad op de minimale zaaghoogte in. fKlap de kleine afdekking [10-1] naar beneden. fSchuif de splinterbescherming [10-3] tot aan de aanslag zijwaarts in de houder [10-4]. fPlaats het tafelinzetstuk [1-7] en draai de draaiknop [5-1] vast. fSchakel de machine in en beweeg het zaag- blad langzaam tot de maximale zaaghoogte naar boven. Daardoor wordt de splinterbescherming inge- zaagd. Voor een optimale werking moet het ver- hoogde gedeelte [10-2] van de splinterbescher- ming iets (ca. 0,3 mm) boven het tafeloppervlak uitsteken.86 P R E C I S I O -

fOm de hoogte van de houder [10-4] te verstel- len, draait u de twee schroeven los [10-5].

WAARSCHUWING Ingeademd stof kan de luchtwegen aantas- ten! fSluit de machine altijd op een afzuiging aan. fDraag bij stofproducerende werkzaamheden een zuurstofmasker. De PRECISIO heeft twee afzuigaansluitingen: de bovenste afzuigaansluiting met bajonetslui- ting [4-7] met Ø 27 mm en de onderste afzui- gaansluiting [4-3]met Ø 35 mm. Voor de ge- leiding van de bovenste zuigslang maakt u de slanghouder [4-6] aan de aansluitklem van de zaagtafel vast. De afzuigset CS 70 AB [4-4] (bij de CS 70 EBG bij de levering inbegrepen) brengt beide afzuigaan- sluitingen bij elkaar zodat een mobiele stofzui- ger van Festool met aansluitsteunen Ø 50 mm kan worden aangesloten.

8.13 Schaal instellen

Schaal met bevestigingsschroeven zo nodig in- stellen op afwijkende zaagbladbreedte.

8.14 Instelling van de beschermkap

Voor het instellen van de aanslagen kan de be- schermkap in de bovenste positie worden vast- geklikt. fVergrendel de zijdelingse splinterbescher- ming [8-3] met de vergrendellip [8-2] in de bovenste positie. fTil de beschermkap in de bovenste posi- tie [8-4] en draai de schroef [8-1] vast. fNa de instelling van de aanslagen draait u de schroef [8-1] weer los en maakt u de zijde- lingse splinterbescherming [8-3] los. Opm.: De beschermkap en de splinterbescherming moeten vrij op de bodemplaat liggen (afbeel- ding 9). fAls u de beschermkap niet gebruikt, moet deze aan de accessoirehouder [11-4] worden vastgemaakt. 9 Werken met de machine WAARSCHUWING Gevaar voor letsel fNeem bij de werkzaamheden met de machi- ne alle veiligheidsinstructies in acht! fVerzeker u er voor aanvang van de werkzaam- heden van dat alle draaiknoppen van de aan- slag en de machine zijn aangedraaid. fWerk niet met te grote en te zware werkstuk- ken die het gereedschap kunnen beschadigen. fWerk om veiligheidsredenen NOOIT zonder gemonteerde bovenste beschermkap [1-8] (behalve bij verdekte zaagsneden). fVoer maatinstellingen bij stilstand van de machine uit. Stel de bovenste beschermkap zo in dat deze op het werkstuk ligt.

9.1 Gebruik als tafelcirkelzaag

Bij tafelcirkelzagen is de zaag vast en wordt het werkstuk bewogen. fTrek de zaag naar voren. fLaat de zaag langzaam naar achteren glijden. fNa enkele millimeters kunt u de vergrendel- hendel [1-9] naar beneden drukken. Bij nog meer naar achteren duwen wordt de ver- grendelhendel in de trekstang vergrendeld en wordt de zaag in het midden van de tafel beves- tigd (tafelcirkelzaagpositie). 9.1a Langssneden fHet zaagblad op het midden van de tafel plaat- sen, zie hoofdstuk 9.1. fGebruik de hoekaanslag als langsgeleider (af- beelding 1) om het werkstuk te geleiden. fMet behulp van de schalen kunt u de zaag- breedte instellen fLeid het werkstuk met de hand, de armen mo- gen zich daarbij niet in de as van het zaagblad bevinden. fGebruik de duwstok [11-2] om het werkstuk voorbij het zaagblad te leiden. fAls u de duwstok niet gebruikt, moet deze in de accessoirehouder [11-4] worden gelegd. 9.1b Hoekzaagsneden Bij hoekzaagsneden moet de verstekhoek van het zaagblad worden ingesteld, zie hoofdstuk 8.7.87 P R E C I S I O -

9.1c Verdekte zaagsneden Bij uitvoering van verdekte zaagsneden dient in het bijzonder op een goede gereedschapsgelei- ding te worden gelet. Druk hierbij het werkstuk stevig op de tafel. Kies een zodanige zaagvolgor- de dat de reeds uitgezaagde werkstukkant niet de aanslagkant is (terugslaggevaar). Vóór het werk fVerwijder de bovenste beschermkap [6-4]. fBreng het spouwmes in de onderste vergren- delstand [6-1] door het met kracht neer te drukken. Verdekte zaagsneden maken Bij uitvoering van verdekte zaagsneden dient in het bijzonder op een goede gereedschapsgelei- ding te worden gelet. Druk hierbij het werkstuk stevig op de tafel. Kies een zodanige zaagvolgor- de dat de reeds uitgezaagde werkstukkant niet de aanslagkant is (terugslaggevaar). Sponningen fStel de snijdiepte en aanslag van de eerste kant van de sponning in. fVoer de eerste zaagsnede van de sponning uit door het werkstuk met de hand te geleiden. De armen mogen zich niet in de as van het zaag- blad bevinden. fGebruik de duwstok [11-2] om het werkstuk voorbij het zaagblad te leiden. fKeer het werkstuk om. fStel de snijdiepte en aanslag van de tweede kant van de sponning in. fVoer de tweede zaagsnede van de sponning uit. fGebruik de duwstok [11-2] om het werkstuk voorbij het zaagblad te leiden. Sponningen aan werkstukken ≤ 12 mm met trekcirkelzaag (met geblokkeerd zaagblad) fGebruik de aanslag als dwarsaanslag (afbeel- ding 3). fVolg de instructies voor dwarssneden op (zie hoofdstuk 9.2a). Gebruik bij het maken van sponningen aan de korte kant de aanslag NOOIT als lengteaanslag. Groeven fStel de zaagdiepte op het zaagblad in. fGebruik de aanslag als geleiding. fLeid het werkstuk met de hand, de armen mo- gen zich niet in de as van het zaagblad bevin- den. fGebruik de duwstok [11-2] om het werkstuk voorbij het zaagblad te leiden. fHerhaal het proces tot de gewenste groefdiep- te. Na afloop van het werk fBreng na uitvoering van verdekte zaagsneden het spouwmes [6-1] weer in de bovenste stand en plaats de beschermkap [6-4]. Gecompliceerd proces voor verdekte zaagsne- den fbijv. invalzagen, splitsen in de omslagproce- dure, kerven en profielfrezen of uithollen zijn niet toegestaan. 9.1d Drukelement AANWIJZING Gebruik voor verdekte sneden een drukelement. Monteer het drukelement aan de aanslag en de tafel zodat het drukelement het werkstuk tijdens het zagen stevig tegen de bodemplaat drukt. Een drukelement maakt geen deel uit van de leve- ring. 9.1e Lengtesneden met hellingshoek fGebruik bij het in lengte zagen met hel- lingshoek van materiaal met een kantlengte ≤ 150 mm uitsluitend de linker aanslag. Dit zorgt voor meer ruimte tussen aanslag en zaagblad.88 P R E C I S I O -

9.2 Gebruik als trekcirkelzaag

9.2a Dwarssneden fPlaats het zaagblad in de achterste tafelposi- tie, zie hoofdstuk 8b. fGebruik de hoekaanslag als dwarsgeleider of als hoekgeleider (afbeelding 3) om het werk- stuk aan te leggen en vast te houden. In de groef [3-8] kunnen schroefklemmen (maken geen deel uit van de levering) voor de bevesti- ging van het werkstuk worden gestoken. Voer de zaagsnede uit: fMaak eerst de vergrendeling van de zaag los door de draaiknop naar links te draaien [2-6]. fTrek aan dezelfde draaiknop [2-6] de zaag naar voren. fBeweeg het zaagaggregaat na de zaagsnede weer helemaal naar achteren in de uitgangs- positie voordat u het werkstuk uit de hoekaan- slag haalt. AANWIJZING: Opdat de bedieningselementen voor instellingen aan de zaag gemakkelijk toe- gankelijk zijn, kan de zaag door het omlaag- drukken van de vergrendelhendel [1-9] in de centrale positie worden vergrendeld. Als u de draaiknop [2-6] naar links draait, wordt de ver- grendeling weer losgemaakt. 9.2b Hoekzaagsneden Bij hoekzaagsneden moet de verstekhoek van het zaagblad worden ingesteld, zie hoofdstuk 8.7, de hoekaanslag bevindt zich aan de rechterkant van de tafel. Bij versteksneden moet de hoekaanslag worden ingesteld, zie hoofdstuk 8.10. 9.3. Duwstok Als u de duwstok [11-2] niet gebruikt, moet deze in de accessoirehouder [11-4] worden gelegd. 10 Onderhoud en verzorging

WAARSCHUWING Kans op ongevallen, elektrische schok fHaal vóór elke instelling, elk onderhoud of elke reparatie de stekker uit het stopcontact. fAlle onderhouds- en reparatiewerkzaamhe- den, waarvoor het vereist is om de motorbe- huizing te openen, mogen alleen in een ge- autoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd. fBeschadigde veiligheidsvoorzieningen en on- derdelen dienen volgens voorschrift in een erkende en gespecialiseerde werkplaats ge- repareerd of vervangen te worden, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing aange- geven is. Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerkplaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service EKAT

Alleen originele Festool-reserveonderde- len gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service De machine is uitgerust met automatisch uit- schakelbare speciale koolborstels. Zijn die ver- sleten, dan volgt een automatische stroomon- derbreking en komt de machine tot stilstand. Pleeg regelmatig onderhoud aan uw machine om ervoor te zorgen dat deze goed blijft werken: - Verwijder stofafzettingen door deze af te zuigen. - Houd geleidestangen schoon en vet ze regel- matig in. - Houd de tandwielen achter de draaigreep [2-3] schoon. - Een versleten of beschadigd tafelinzet- stuk [1-7] moet worden vervangen. - Als naar beneden gevallen houtsplinters het afzuigkanaal van de onderste beschermkap verstoppen, kan door de draaiknop [5-8] los te draaien de klep [5-6] met ongeveer 8 mm worden geopend om de verstopping te verhel- pen. - Bij sterke verstoppingen of klemmen van zaagsneden kunnen de sluitingen [5-7] met de inbussleutel worden losgedraaid zodat de klep [5-6] volledig kan worden geopend. Vóór de inbedrijfstelling moet de klep weer worden gesloten.89 P R E C I S I O -

- Wikkel na beëindiging van de werkzaamheden de stroomkabel [11-1] om de accessoirehou- der [11-4]. - Een demper zorgt ervoor dat het zaagaggre- gaat gelijkmatig over de gehele treklengte terugloopt. Als dat niet het geval is, kan de demper door de boring [4-5] opnieuw worden afgesteld. Een versterking van de dempwer- king wordt bereikt door de instelschroef naar rechts te draaien. Filterreiniging (alleen CS 70 EBG) Als de uitschakelcycli van de temperatuurbewa- king (zie hoofdstuk 7.1) zonder extreme overbe- lasting korter worden, moet u het luchtaanzuig- filter [4-2] reinigen. fDraai de draaiknop [4-1] los. fHaal het filterinzetstuk weg. fKlop de stof uit of zuig het filteroppervlak af. fPlaats het filter weer terug. L Vervang een beschadigd filter door een nieuw filterpatroon. 11 Accessoires, gereedschappen Festool biedt omvangrijke accessoires aan die een veelsoortig en effectief gebruik van uw ma- chine mogelijk maken, bijv.: tafelverbreding, ta- felverlenging, schuiftafel, afkortaanslag, afzuig- set. Om verschillende materialen snel en schoon te kunnen bewerken, biedt Festool speciaal op uw machine afgestemde zaagbladen aan. De be- stelnummers voor accessoires en gereedschap vindt u bij uw Festool-dealer. 12 Afvalverwijdering Geef elektrisch gereedschap niet met het huis- vuil mee! Voer de apparaten, accessoires en ver- pakkingen op milieuvriendelijke wijze af. Neem daarbij de geldende nationale voorschriften in acht. Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische appa- raten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu- vriendelijke wijze te worden afgevoerd. Informatie voor REACh: www.festool.nl/reach.90 Bilderna finns i början av bruksanvisningen. 1 Symboler Varning för allmän risk Varning för elstötar Använd hörselskydd! Använd andningsskydd! Använd arbetshandskar! Använd skyddsglasögon! Läs bruksanvisningen/anvisningarna! Skyddsklass II MMC Electronic Multi-Material-Control Dammutsug Ej i hushållssoporna Greppområde Klingans rotationsriktning

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FESTOOL

Model : PRECISIO CS 70 EG

Categorie : Zaag