Black Line Plus 186418 - Weerstation HAMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Black Line Plus 186418 HAMA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Weerstation in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Black Line Plus 186418 - HAMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Black Line Plus 186418 van het merk HAMA.
GEBRUIKSAANWIJZING Black Line Plus 186418 HAMA
Max/Min-weergave buitentemperatuur/luchtvochtigheid 21 Luchtvochtigheid buiten 22 Indicator voor vorst 23 Symbool voor weersvoorspelling 24 Tendens luchtvochtigheid binnen 25 Indicator voor bijna lege batterij basisstation 26 Luchtvochtigheid binnen 27 Max/Min-weergave binnentemperatuur/ luchtvochtigheid 28 Temperatuur binnen 29 Schimmelrisico binnenshuis 30 Tendens binnentemperatuur 31 Tijd
-knop =instellingen/bevestiging van de ingestelde waarde B -knop =verhogen van de huidige ingestelde waarde/oproepen van de opgeslagen hoogste/ laagste waarden (MAX/MIN) C -knop =Verlaging van de huidige instelwaarde /activering /deactivering van handmatige DCF-radiosignaal-ontvangst /weergave van schimmelrisico D -knop =activeren/deactiveren van het alarm E -knop =Handmatig zoeken naar het signaal van de buitensensor /kanaalselectie F SNOOZE/ LIGHT –knop =onderbreken van het weksignaal/ activeren achtergrondverlichting G5Vaansluiting voor voedingsadapter HBatterijvakje IVoet als standaard JUitsparing voor wandmontage Hartelijk dank dat uvoor een product van Hama heeft gekozen. Neem de tijd om de volgende aanwijzingen en instructies volledig door te lezen. Bergdeze gebruiksaanwijzing vervolgens op een goede plek op zodat uhem als naslagwerk kunt gebruiken. Op zodat uhem als naslagwerk kunt gebruiken. Mocht uhet toestel verkopen, geeft udan ook deze gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar.
1. Verklaring van waarschuwingssymbolen en
instructies Gevaar voor een elektrische schok Dit symbool duidt op gevaar bij aanraking van niet- geïsoleerde onderdelen van het product, welke mogelijk onder een zodanig gevaarlijke spanning staan, dat het gevaar voor een elektrische schok aanwezig is. Waarschuwing Wordtgebruikt voor veiligheidsinstructies of om de aandacht te trekken op bijzonderegevaren en risico‘s.46 Aanwijzing Wordtgebruikt voor extrainformatie of belangrijke informatie.
2. Inhoud van de verpakking
- Weerstation (basisstation voor binnenshuis / buitensensor voor buitenshuis)
- 2AA-batterijen voor de buitensensor
- deze bedieningsinstructies
3. Veiligheidsinstructies
- Het product is bedoeld voor niet-commercieel privegebruik in huiselijke kring.
- Gebruik het product uitsluitend voor het doel waarvoor het gemaakt is.
- Bescherm het product tegen vuil, vocht en oververhitting en gebruik het alleen in droge omgevingen.
- Gebruik het product niet in de onmiddellijke nabijheid van een verwarming of anderewarmtebronnen en stel het niet bloot aan directe zonnestralen.
- Elektrische apparaten dienen buiten het bereik van kinderen gehouden te worden!
- Gebruik het artikel alleen onder gematigde klimatologische omstandigheden.
- Gebruik het product niet buiten de in de technische gegevens vermelde vermogensgrenzen.
- Gebruik het product niet binnen omgevingen, waarin elektronische apparatuur niet is toegestaan.
- Gebruik het product niet in een vochtige omgeving en voorkom spat- en spuitwater.
- Plaats het product niet in de buurt van storingsvelden, metalen frames, computers en televisietoestellen enz. Elektronische apparatuur alsmede raamkozijnen hebben een negatieve invloed op het functioneren van het product.
- Laat het product niet vallen en stel het niet bloot aan zwareschokken of stoten.
- Verander niets aan het toestel. Daardoor vervalt elke aanspraak op garantie.
- Het verpakkingsmateriaal mag absoluut niet in handen van kinderen komen; verstikkingsgevaar.
- Het verpakkingsmateriaal direct en overeenkomstig de lokaal geldende afvoervoorschriften afvoeren.
- Leg alle kabels zodanig dat zij geen struikelgevaar vormen.
- De kabel niet knikken of inklemmen. Gevaar voor een elektrische schok
- Open het product niet en gebruik het niet meer bij beschadigingen.
- Gebruik het product niet indien de adapter,deaansluitkabel of de netkabel is beschadigd.
- Probeer het product niet zelf te onderhouden of te repareren. Laat onderhoudswerkzaamheden door vakpersoneel uitvoeren. Waarschuwing –batterijen
- Let absoluut op de correcte polariteit (opschrift +en-)van de batterijen en plaats deze dienovereenkomstig in het batterijvakje. Indien de batterijen verkeerdworden geplaatst kunnen deze gaan lekken of zelfs exploderen.
- Gebruik uitsluitend accu’s(of batterijen), welke met het vermelde type overeenstemmen.
- Reinig vóór het plaatsen van de batterijen de batterijcontacten en de contacten in het product.
- Laat kinderen nooit zonder toezicht batterijen vervangen.
- Gebruik geen oude en nieuwe batterijen tegelijkertijd alsmede geen batterijen van een verschillende soort of fabrikaat.
- Verwijder batterijen uit producten welke gedurende langeretijd niet worden gebruikt. (behoudens indien deze voor een noodgeval stand-by moeten blijven)
- De batterijen niet kortsluiten.
- De batterij niet opladen.47 Waarschuwing –batterijen
- De batterijen niet in vuur werpen.
- Batterijen buiten het bereik van kinderen opbergen.
- Batterijen nooit openen, beschadigen, inslikken of in het milieu terecht laten komen. Zij kunnen giftige en zwaremetalen bevatten die schadelijk zijn voor het milieu.
- Lege batterijen direct uit het product verwijderen en afvoeren.
- Vermijd opslag, opladen en gebruik bij extreme temperaturen en extreem lage luchtdruk (bijv.opgrote hoogte).
Aanwijzing Let erop dat ubij de ingebruikneming altijd eerst de batterijen in de buitensensor plaatst en daarna in het basisstation.
4.1 Batterijen plaatsen/ stroomvoorziening
- Verwijder de beschermfolie van de display.
- Open het batterijvakje en verwijder de contactonderbreker.
- Sluit vervolgens weer het deksel van het batterijvakje. Basisstation Waarschuwing
- Sluit het product alleen aan op een daarvoor geschikt en intact stopcontact. Het stopcontact moet in de buurt van het product zijn aangebracht en goed bereikbaar zijn.
- Let er bij meervoudige stopcontacten resp. tafelcontactdozen op dat de aangesloten verbruikers niet het toegestane totale opgenomen vermogen overschrijden.
- Indien het product gedurende langeretijd niet wordt gebruikt, trek dan de stekker uit het stopcontact.
- Verwijder de beschermfolie van de display.
- Sluit de voedingsadapter op het aansluitpunt (G) op de achterkant van het basisstation aan.
- Sluit de netadapter van het weerstation op een deugdelijk geïnstalleerdstopcontact aan.
- Of open het batterijvakje (H) en plaats 3AA-batterijen met de polen in de juiste richting en sluit het batterijvakje weer. Aanwijzing
- Indien de batterijen correct zijn geplaatst en ude voedingsadapter met het station verbindt, dan schakelt het basisstation automatisch over op de externe stroomvoorziening.
4.2 Batterijen vervangen
Aanwijzing –Batterijen vervangen
- Houd er rekening mee dat de stations na elke batterijwissel opnieuw moeten worden gesynchroniseerdopdebuitensensor of op het basisstation.
- Verwijder daartoe de batterijen uit het anderestation en plaatst ze opnieuw of vervang ze ook als dat nodig is. Buitensensor
- Wanneer het symbool (18) wordt weergegeven, vervangt ude2AA-batterijen van de buitensensor door 2nieuwe batterijen.
- Open het batterijvakje, verwijder de batterijen, voer ze volgens de lokale milieuvoorschriften af en plaats twee nieuwe AA-batterijen met de polen in de juiste richting. Sluit vervolgens het deksel van het batterijvakje weer.48 Basisstation
- Indien het symbool (25) wordt weergegeven, vervang dan de 3AA-batterijen van het basisstation door 3nieuwe batterijen.
- Open het batterijvakje (H), verwijder de verbruikte batterijen, voer deze volgens de lokale milieuvoorschriften af en plaats 3nieuwe AA-batterijen. Let daarbij op de juiste polariteit. Sluit vervolgens het deksel van het batterijvakje weer.
- Het wordt aanbevolen om het basisstation en de buitensensor eerst op de gewenste montageplaatsen te plaatsen zonder ze te monteren en alle instellingen -zoals in 6. Gebruik beschreven -uit te voeren.
- Monteer pas na een correcte instelling en stabiele draadloze verbinding het/de station/s. Aanwijzing
- Het bereik van de draadloze overdracht tussen de buitensensor en het basisstation bedraagt in open terrein maximaal 50 m.
- Let er vóór de montage op dat de draadloze verbinding niet door storende signalen of obstakels zoals gebouwen, bomen, voertuigen, hoogspanningskabels o.a. negatief wordt beïnvloed.
- Vergewis uervóór de denitieve montage van dat er tussen de gewenste plaatsen van opstelling voldoende ontvangst c.q. een stabiele draadloze verbinding bestaat.
- Zorgerbij het plaatsen van de buitensensor voor dat deze tegen direct zonlicht en regen is beschermd.
- De internationale standaardhoogte voor het meten van de luchttemperatuur bedraagt 1,25 m(4ft) boven het maaiveld. Waarschuwing
- Schaf speciaal resp. geschikt montagemateriaal bij de vakspecialist aan voor de montage aan de daartoe bestemde wand.
- Vergewis uervan dat er geen defecte of beschadigde onderdelen worden gemonteerd.
- Tijdens de montage nooit geweld of grote kracht gebruiken. Dit kan het product beschadigen.
- Controleer vóór de montage of de wand waaraan het product wordt bevestigd, het aan te brengen gewicht kan dragen en vergewis uervan dat er zich bij de montageplaats in de wand geen elektrische bedrading, water-, gas- of andereleidingen bevinden.
- Monteer het product niet op plaatsen waaronder zich personen kunnen begeven.
- Zet het basisstation met behulp van de voet (I) op een vlakke ondergrond neer.
- Alternatief kunt uhet basisstation met behulp van de uitsparing (J)opdeachterzijde aan een wand monteren.
- Ukunt de buitensensor ook buitenshuis op een vlakke ondergrond plaatsen.
- Het wordt aanbevolen om de buitensensor stabiel en stevig op een buitenmuur te monteren.
- Bevestig plug, schroef,spijker,enz. in de daarvoor bestemde wand.
- Hang de buitensensor op met behulp van de hiervoor bestemde uitsparing.
Aanwijzing –Invoer Houd de -toets (B) of de -toets (C) ingedrukt om de waarden sneller te kunnen selecteren.49
6.1 Verbinding met de buitensensor
- Na het plaatsen van de batterijen, zoekt het basisstation automatisch naar een verbinding met de buitensensor en voert de eerste instelling uit. Aanwijzing
- De eerste conguratie duurt ca. 3minuten.
- Tijdens deze verbindingspoging knippert het radiosymbool op de buitensensor (9).
- Gebruik gedurende deze tijd de toetsen niet! Anders kunnen er fouten en onnauwkeurigheden bij de waarden en de overdracht ervan optreden.
- Deze procedureisvoltooid zodrademeetwaarden voor binnen en buiten (15/21/26/28) op het basisstation worden weergegeven.
- Als er herhaaldelijk geen signaal van de buitensensor wordt ontvangen, houdt dan de -knop (E) ongeveer 3seconden ingedrukt om het handmatig zoeken naar het signaal te starten. Aanwijzing –verkeerde overdracht van meetwaarden
- In sommige gevallen is het vanwege stoorsignalen - bijv.door een wi-netwerk, computer,televisie etc. -mogelijk dat de overdracht van de meetwaarden tussen het basisstation en de buitensensor mislukt.
- Synchroniseer dan de stations opnieuw door de batterijen van beide stations kort eruit te halen en vervolgens weer terug te plaatsen.
- Indien vervolgens de meetwaarden wederom niet worden overgedragen, dan vervangt udebatterijen door nieuwe exemplaren.
- Kies eventueel een nieuwe plaats van opstelling voor het basisstation om mogelijke stoorsignalen in de toekomst te vermijden.
6.2 Kanaalselectie /andere buitensensoren
- Naast de meegeleverde buitensensor kunt utwee extrabuitensensoren installeren. Zorgervoor dat de kanaalinstelling op het basisstation en de betreffende buitensensor(s) identiek zijn.
- Bijpassende buitensensoren vindt uop www.hama.com
- Druk meerderekeren op de -knop (E) om hetzelfde kanaal als op de betreffende buitensensor in te stellen. Kanaal 1, 2of3wordt weergegeven.
- Wanneer het symbool wordt weergegeven, verandert het weerstation automatisch om de 5seconden van kanaalweergave.
6.3 Basisinstellingen en handmatige instellingen
Automatische instelling aan de hand van het DCF-signaal
- Nadat het basisstation de eerste keer is ingeschakeld en na succesvolle overdracht tussen het basisstation en de buitensensor,begint de klok automatisch te zoeken naar het DCF-signaal. Het radiosymbool (7) knippert tijdens het zoekproces. Weergave Zoeken naar DCF-signaal Knipperende indicator Actief Continue brandende indicator Succesvol –signaal wordt ontvangen Geen indicator Inactief
- Indien er bij herhaling geen signaal wordt ontvangen, dan houdt ude -toets (C) gedurende ca. 3seconden ingedrukt, teneinde het handmatig zoeken naar het DCF-signaal te starten. Het zendsymbool (7) begint te knipperen.50 Aanwijzing –Instellen van de tijd
- Het zoeken duurt ca. 7minuten. Indien dit mislukt, wordt het zoeken beëindigd en op het volgende volle uur herhaald. Het zendsymbool (7) gaat uit.
- Ukunt ondertussen de tijd en datum handmatig instellen.
- De klok zoekt dagelijks (01:00 uur en 05:00 uur) automatisch verder naar het DCF-signaal. Bij een succesvolle signaalontvangst worden de handmatig ingestelde tijd en datum aangepast.
- Houd de -knop (C) opnieuw gedurende ca. 3 seconden ingedrukt om het handmatig zoeken te beëindigen. Aanwijzing –Zomertijd De tijd wordt automatisch aangepast aan de zomertijd. Zolang de zomertijd actief is, wordt op de display S (8) weergegeven. (Handmatige) instellingen
- Houd de -knop (A) gedurende ca. 3seconden ingedrukt om de volgende instellingen na elkaar uit te voeren:
- Druk voor het selecteren van de afzonderlijke waarden op de -knop (B) of de -knop (C) en bevestig de respectievelijke selectie door op de -knop (A) te drukken.
- Druk direct op de -knop (A) om de weergegeven ingestelde waarde over te nemen en verder te gaan.
- Als er gedurende 20 seconden niets wordt ingevoerd, wordt de instelmodus automatisch verlaten. Aanwijzing –Tijdzone
- Het DCF-tijdsignaal kan over een enorme gebied worden ontvangen, het komt echter te allen tijde overeen met de MET die in Nederland geldt. Denk er daarom aan dat u in landen met een anderetijdzone met het tijdsverschil rekening moet houden.
- Bevindt uzich bijv.inMoskou, dan is het daar al 3uur later dan in Nederland. Dan dient uindit geval dus +3 bij de tijdzone in te stellen. De klok zal zich dan altijd, na de ontvangst van het DCF-signaal resp. in relatie tot de handmatig ingestelde tijd, automatisch 3uur later instellen. Aanwijzing –Weekdag Ukunt voor de weergave van de dag van de week de talen Duits (GER), Engels (ENG), Frans (FRE), Italiaans (ITA), Spaans (SPA), Nederlands (DUT) of Deens (DAN) selecteren. Wekker
- Er kunnen twee afzonderlijke alarmtijden of worden ingesteld.
- Druk op de -toets (A) om de wektijd weer te geven.
- Houd de -toets (A) gedurende ca. 3seconden ingedrukt om de wektijd van het weergegeven alarm in te stellen. De weergave van de uren begint te knipperen.
- Druk voor het selecteren van de uren van de wektijd op de -toets (B) of de -toets (C) en bevestig de selectie door op de -toets (A) te drukken. De weergave van de minuten begint te knipperen.
- Voer dezelfde stappen uit voor het instellen van de minuten van de wektijd.
- Herhaal deze procedurevoor de 2e wektijd.51
- Als er gedurende 20 seconden niets wordt ingevoerd, wordt de instelmodus automatisch verlaten.
- Als de wekker geactiveerdwordt begint het alarmsymbool te knipperen en klinkt er een weksignaal.
- Druk op een willekeurige toets (behalve SNOOZE/ LIGHT-toets (F)) om het alarm uit te zetten. Anders stopt het automatisch na 2minuten.
- Het alarm hoeft niet opnieuw geactiveerdteworden. Het gaat na 24 uur opnieuw af op de ingestelde wektijd. Activering/deactivering wekker
- Om het gewenste alarm te selecteren en te activeren resp. te deactiveren, drukt uherhaalde malen op de -knop (D) om of te selecteren. Het actieve alarm wordt door het alarmsymbool of weergegeven. Bij het deactiveren van een actief alarm gaat het desbetreffende alarmsymbool of uit.
- Indien de wekker dienovereenkomstig in werking wordt gesteld, begint het actieve alarmsymbool (5) te knipperen en weerklinkt er een akoestisch weksignaal. Tipopeen willekeurige toets (behalve de SNOOZ/ LIGHT-sensor (F)) om het alarm te beëindigen. Anders stopt het automatisch na 2minuten. Aanwijzing –Snooze-functie
- Druk tijdens het weksignaal op de SNOOZE/ LIGHT- toets (F) om de snooze-functie te activeren. Het weksignaal wordt gedurende 5minuten onderbroken en gaat vervolgens opnieuw af.
- Druk op een willekeurige toets (behalve deSNOOZE/ LIGHT-toets (F) om de snooze-functie en daarmee het alarm te beëindigen.
6.4 Weersvoorspelling
- Aan de hand van atmosferische luchtdrukveranderingen en de opgeslagen gegevens kan het basisstation informatie over de weersverwachting voor de komende 12 tot 24 uur weergeven. Aanwijzing –Weersvoorspelling Tijdens de eerste uren dat het station in werking is, is een weersvoorspelling vanwege ontbrekende gegevens, welke pas na verloop van tijd worden opgeslagen, niet mogelijk. Het weerstation toont de weertrend voor de komende 8 uur aan de hand van de volgende weersymbolen: Symbool Weer Zonnig Licht bewolkt Bewolkt Regenachtig regen Sneeuwval Hevige sneeuwval52
6.5 Tendens temperatuur, luchtvochtigheid en
luchtdruk Aanwijzing Tijdens de eerste uren dat het station in werking is, kan er nog geen weersvoorspelling worden gegeven vanwege ontbrekende gegevens. Aanwijzing Alle meetwaarden zijn onderhevig aan een zekere meettolerantie. Het weerstation geeft voor de temperatuur/ luchtvochtigheid buiten (15/21), temperatuur/ luchtvochtigheid binnen (28/26) en luchtdruk (10) een verwachte tendens voor de komende uren aan. Weergave Trend Stijgend Bestendig Dalend Ontwikkeling luchtdruk
- Het luchtdrukoverzicht van de laatste 12 uur wordt weergegeven (6).
6.6 Hoogste en laagste waarden van temperatuur
- Het basisstation slaat automatisch de hoogste en laagste waarden van temperatuur en luchtvochtigheid voor zowel binnen als buiten op.
- Druk meerderekeren kort op de -toets (B) om tussen de weergave van de momentele temperatuur en luchtvochtigheid, de laagste temperatuur en luchtvochtigheid (MIN) en de hoogste temperatuur en luchtvochtigheid (MAX) om te schakelen.
- Houd de -toets (B) gedurende ca. 3seconden ingedrukt om de opgeslagen hoogste en laagste waarden te resetten.
Het basisstation geeft de momentele maanfase van de dag (4) met de volgende symbolen weer: Weergave (4) Maanfase Nieuwe maan Halve maan (wassend) Halve maan Volle maan (wassend) Vollemaan Halve maan (afnemend) Halve maan Halve maan (afnemend)53
- Druk op de -knop (C) totdat DEW bij de buitengegevens wordt weergegeven om de dauwpunttemperatuur te zien.
- Er wordt LL.L weergegeven als het dauwpunt lager dan 0°CisenHH.H verschijnt als het dauwpunt hoger dan 60 °C is.
- De display schakelt automatisch weer om naar de actuele weergave van de temperatuur en luchtvochtigheid.
- De samenhang van temperatuur en relatieve luchtvochtigheid wordt door het dauwpunt uitgedrukt: Indien de lucht continu wordt afgekoeld, loopt bij een constante absolute luchtvochtigheid de relatieve luchtvochtigheid op tot 100%. Koelt de lucht verder af,dan komt de overtollige waterdamp in de vorm van druppels vrij.
- De hitte-index is een waarde die in de eenheid van de temperatuur wordt vermeld. Deze waarde beschrijft de gevoelde temperatuur op basis van de gemeten buitentemperatuur evenals met name van de relatieve luchtvochtigheid buiten.
- Indien de temperatuur lager dan 26,7 °C is, toont de hitte-index de actueel gemeten waarden.
- Indien de temperatuur hoger dan 26,7 °C is, toont het weerstation in de „HEAT“-modus de gevoelde temperatuur die door de luchtvochtigheid buiten en de buitentemperatuur wordt gemeten.
- Het sneeuwvloksymbool (22) begint te knipperen indien de buitentemperatuur zich tussen +1--1°C bevindt.
- Het sneeuwvloksymbool (22) blijft aan indien de buitentemperatuur lager dan -1,1 °C is.
6.11 Gevaar voor schimmelvorming
- Het weerstation heeft een display waarmee het schimmelrisico kan worden gemeten en weergegeven in vier verschillende waarden.
- Druk op (C) om de risico-indicator binnenshuis kort weer te geven in plaats van de datumweergave.
- De volgende waarden kunnen worden weergegeven: 0=geen kans op schimmel, LOW=laag risico op schimmel, MED =verhoogd risico op schimmel (tot 56 digits), HI =hoog risico op schimmel (meetwaarde tot 160 digits).
- Nadat opnieuw op de -knop (C) te drukken, wordt het gemeten risico op schimmel buitenshuis boven de buitentemperatuur weergegeven.
- Druk voor de laatste keer op de -(C) knop om de dagen van de week weer te laten tonen en naar de DEW-modus terug te keren. Indien udeknop aansluitend niet bedient, verdwijnt de weergave van de schimmelwaarde na korte tijd automatisch.
6.12 Achtergrondverlichting
- Indien uopdeknop SNOOZE/LIGHT (F) drukt, wordt de display verlicht.
- Bij de werking op batterijen wordt de display gedurende ca. 105 seconden verlicht. Aanwijzing –Continue achtergrondverlichting Een continue verlichting van de display is uitsluitend bij de werking van het basisstation via de voedingsadapter mogelijk.54
7. Onderhoud en verzorging
Aanwijzing Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat uhet reinigt en wanneer het apparaat gedurende langeretijd niet wordt gebruikt.
- Reinig dit product uitsluitend met een pluisvrije, licht vochtige doek en maak geen gebruik van agressieve reinigingsmiddelen.
- Let erop dat er geen water in het product binnendringt.
8. Uitsluiting van garantie en aansprakelijkheid
Hama GmbH &CoKGaanvaardt geen enkele aansprakelijkheid of garantieclaims voor schade of gevolgschade, welke door ondeskundige installatie, montage en ondeskundig gebruik van het product ontstaan of het resultaat zijn van het niet in acht nemen van de bedieningsinstructies en/of veiligheidsinstructies.
Gemiddelde actieve eciëntie 73.6 % Eciëntie bij lage belasting (10 %)
Energieverbruik in niet-belaste toestand
3,0 V 2xAAbatterij Meetbereik Temperatuur (°C) Luchtvochtigheid 0°C –+50°C / 32°F –+122°F 20% –95% -20°C –+60°C 20% –95% Meetstappen Temperatuur Luchtvochtigheid 0,1°C/ 0,2°F
inHg ~ 30.97inHg Nee Wekfunctie Ja Nee Max. aantal buitensensoren
Notice-Facile