CS505AC - Zaag Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS505AC Vonroc in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CS505AC Vonroc
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS505AC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS505AC van het merk Vonroc.
GEBRUIKSAANWIJZING CS505AC Vonroc
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Lees de bijgesloten veiligheids waarschuwingen, de aanvullende veiligheidswaarschuwingen en de instructies. Het niet opvolgen van de veiligheids- waarschuwingen kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschuw ingen en instructies als naslagwerk voor later. De volgende symbolen worden gebruikt in de gebruikershandleiding of op het product: Lees de gebruikershandleiding. Duidt op het risico van lichamelijk letsel, overlijden en/of beschadiging van het gereedschap, als de instructies in deze gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Gevaar voor elektrische schokken. Verwijder onmiddellijk de netstekker uit het stopcontact indien de netkabel beschadigd raakt en tijdens reiniging en onderhoud. Alleen binnenshuis gebruiken. Klasse II apparaat - Dubbel geïsoleerd - Een geaarde stekker is niet noodzakelijk. Draag altijd een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Draag veiligheidshandschoenen. Gevaar voor rondvliegende voorwerpen. Houd omstanders uit de buurt van het werkgebied. Werp het product niet weg in ongeschikte containers. Het product voldoet aan de geldende veiligheidsnormen vermeld in de Europese richtlijnen.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOOR SCHRIFTEN
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. Bewaar deze instructies. De term “elektrisch gereedschap” in onder staande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteits kabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur).
a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werkomgevingen leiden tot ongelukken
Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een omgeving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereedschappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen. c) Wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcontact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen. Standaardstekkers en passende stopcontacten verkleinen de kans op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en koel kasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter. c) Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnendringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. d) Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, te verplaatsen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten20
de kans op een elektrische schok. e) Wanneer u elektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner. f) Gebruik een aardlekbeveiliging (RCD) als niet te voorkomen is dat een powertool moet worden gebruikt in een vochtige omgeving. Gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf altijd alert, kijk goed wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrische gereedschappen wanneer u moe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereed schappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. b) Gebruik persoonlijke beschermings middelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast gebruik van veiligheids voor zieningen, zoals een stof masker, speciale werkschoenen met antislipzolen, een veiligheidshelm en gehoor bescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT positie staat, voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereedschap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken. d) Verwijder alle instel en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat u hem inschakelt. Instel en andere sleutels aan een ronddraaiend onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden.
Zorg dat u nooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt u het elektrisch gereedschap in on verwachte situaties beter onder controle houden. f) Zorg dat u geschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshan gende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast komen te zitten in bewegende delen.
Wanneer er voorzieningen zijn voor de aansluiting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt. h) Denk niet dat doordat u gereedschap vaak gebruikt, u wel weet hoe het allemaal werkt en dat u de veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbezonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specifieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert u de taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid gebeurt waarvoor het apparaat is ontworpen. b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT schakelaar niet werkt. Ieder elektrisch gereedschap dat niet kan worden in en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aanbrengt aan elektrische gereedschappen, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Wanneer u zich aan deze preventieve veiligheidsmaatregelen houdt, beperkt u het risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart.
Berg elektrisch gereedschap dat niet in ge bruik is op buiten bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de handen van ongeoefende gebruikers. e) Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap. f) Zorg dat snij en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudigerNL
onder controle te houden. g) Gebruik alle elektrische gereedschappen, accessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereedschap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.
a) Laat uw gereedschap onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus die alleen gebruikmaakt van identieke vervangingsonderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de powertool intact blijft.
1. Zaag altijd alleen de zaagrand (nooit de zijkant)
van de schijf. Oefen geen zijwaartse druk uit op de schijf, en laat de schijf vooral niet vastlopen.
2. Houd handen en lichaam weg bij de schijf.
Draag tijdens het werken met de machine geen losse kleding, omdat die in de machine vast kan komen te zitten.
3. Behandel de zaagschijf met voorzichtigheid,
laat de schijf nooit vallen, berg de schijf altijd op een veilige, droge plaats op. Vermijd uitzonderlijk hoge temperaturen en luchtvochtigheid.
4. Controleer dat alle flenzen van de schijf en
andere gemonteerde onderdelen in goede conditie zijn en in elkaar zijn gezet volgens de instructies. Wanneer er onderdelen beschadigd zijn of ontbreken, kan dat leiden tot beschadi- ging van de schijf. Gebruik altijd de flenzen die bij de machine worden geleverd.
5. Werk nooit met beschadigde schijven, omdat
die gevaarlijk kunnen zijn. Wanneer u de schijf verwisselt, schakel dan eerste machine uit. Draai de schijf met de hand en voer een inspec- tie uit op onregelmatigheden, verbuigingen of breuken. Treft u deze aan, laat de zaag dan verwijderen en vervangen door een nieuwe. Vervang de schijf ook als deze op de grond valt. De schijf kan zijn gebroken, ook al lijken er geen beschadigingen te zijn.
6. Laat de zaag, voor u met zagen begint, proef-
draaien, dat wil zeggen, doe een stap achteruit, schakel de motor in en controleer dat de schijf goed functioneert.Laat, wanneer u de schijf hebt vervangen, de zaag drie minuten lang draaien; laat de zaag daarna, voordat u uw ge- bruikelijke werkzaamheden uitvoert, één minuut proefdraaien.
7. Probeer, terwijl de machine loopt, nooit een
werkstuk weg te nemen of een werkstuk vast te klemmen. Wacht altijd tot de schijf volledig tot stilstand is gekomen en verwijder daarna pas een werkstuk of verander daarna pas de instellingen.
8. Inspecteer, voordat u de schijf installeert, altijd
de met hars en rubber behandelde schijf op breuken.
9. Controleer altijd dat de maximale bedrijfs-
snelheid van de zaagschijf en de maximaal toegestane snelheid van de motor op elkaar zijn afgestemd. Overschrijd nooit een maximaal toegestane bedrijfssnelheid die op de schijf is vermeld.
10. Probeer nooit met geweld een schijf op de
machine te monteren, of het formaat van de as- sen te wijzigen. Gebruik nooit schijven die niet goed passen. Gebruik alleen schijven die op de machine passen.
11. Probeer niet zaagbladen op de machine te
bevestigen, omdat de machine niet is bedoeld voor het zagen van hout.
12. Begin pas met zagen wanneer de motor volledig
op snelheid is gekomen.
13. Als u, tijdens het werken met de machine,
merkt dat de schijf niet meer draait of de motor overbelast klinkt, schakel de machine dan onmiddellijk uit.
14. Houd licht brandbare of breekbare voorwerpen
weg bij de machine. De gebruiker van de machi- ne moet ervoor zorgen dat zijn handen, gezicht of voeten niet in contact komen met de vonken die door het zagen worden veroorzaakt.
15. Plaats uw machine stevig op een vlak, gelijkma-
op het typeplaatje staat vermeld.
17. Raak nooit een afgezaagd werkstuk aan voordat
u het hebt laten afkoelen.22
18. Probeer nooit werkstukken te zagen die groter
zijn dan het toegestane formaat.
19. Ga tijdens het zagen nooit staan waar de zaag
naar u toe zaagt. Blijf altijd aan één zijde staan.
20. Laat veiligheidsvoorzieningen altijd op hun
21. Zorg er altijd voor dat u langzaam en voorzichtig
zaagt. Breng de schijf niet met een abrupte beweging op het werkstuk aan.
22. Duw het werkstuk nooit naar de schijf toe, ter-
wijl u het in uw handen houdt. Zet het werkstuk altijd vast met de klem.
23. Houd uw handen van de zaagschijf verwijderd.
Zaag nooit werkstukken die u met uw handen moet ondersteunen op een afstand van minder dan 15 cm van de roterende schijf.
24. Controleer dat het werkstuk goed is onder-
25. Gebruik nooit snijvloeistoffen. Deze vloeistoffen
kunnen vlamvatten en een elektrische schok veroorzaken.
26. Zaag geen materialen van gietijzer.
27. Zaag geen kunststoffen, hout of synthetische
28. Zaag geen magnesium.
Elektrische veiligheid Controleer altijd of de spanning van de stroomtoevoer overeenkomt met de spanning op het typeplaatje.
Gebruik de machine niet indien het netsnoer of de netstekker zijn beschadigd.
Gebruik uitsluitend verlengkabels die geschikt zijn voor het vermogen van de machine met een minimale dikte van 1.5 mm
. Indien u een verlengkabelhaspel gebruikt, rol dan altijd de kabel volledig uit.
2. TECHNISCHE INFORMATIE
Bedoeld gebruik De afkorting is ontworpen voor het zagen van sta- len materiaal in diverse vormen. TECHNISCHE SPECIFICATIES Model Nr. CS505AC Netspanning 220V-240V~Netfrequentie 50/60HzOpgenomen vermogen 2.300 WNominaal toerental 4300/minZaagblad afmeting Ø 355mm x Ø 25.4mmGeluidsdruk L 92 dB(A) K=3Geluidsvermogen L 105 dB(A) K=3Trilling ah, AG2.90+1.5 m/s²Trilling 15.8kgMax zaagcapaciteit bij 90° - Rechthoekig - L-vormig - Cirkelvormig 115mm x 125mm135mm x 135mmØ 125mmMax zaagcapaciteit bij 45° - Rechthoekig - L-vormig - Cirkelvormig 110mm x 102mm110mm x 110mmØ 110mm Trillingsniveau Het trillingsemissieniveau, dat in deze gebruiks- aanwijzing wordt vermeld, is gemeten in over- een stem ming met een gestan daar diseerde test volgens EN 62841; deze mag worden gebruikt om twee machines met elkaar te vergelijken en als voorlopige beoordeling van de blootstelling aan trilling bij gebruik van de machine voor de vermelde toepassingen.
- Het gebruik van de machine voor andere toe- passingen, of met andere of slecht onderhou- den accessoires, kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen.
- Wanneer de machine is uitgeschakeld of wan- neer deze loopt maar geen werk verricht, kan dit het blootstellingsniveau aanzienlijk reduceren. Bescherm uzelf tegen de gevolgen van trilling door de machine en de accessoires te onderhouden, uw handen warm te houden en uw werkwijze te organiseren. BESCHRIJVING De nummers in de tekst verwijzen naar de schema- tische voorstellingen op de pagina’s 2 - 5.
7a. Aan/Uit-schakelaar 7b. Knop voor vergrendeling in de uit-stand
11. Vergrendelingspen voor vervoer
12. Achterste werkstukklem
13. Voorste werkstukklem
16. Sleutel voor schijfwisseling
Neem, voordat u zaagbladen wisselt of de machine afstelt, de stekker uit het stopcontact. De transportvergrendeling opheffen (Afb. B) De machine is voorzien van een transportvergren- delingspen (11) die de machine klein houdt, zodat deze gemakkelijk te vervoeren en op te bergen is. De vergrendelingsknop blokkeert de op-/neergaande beweging van de zaag. U kunt de zaag pas gebruiken wanneer u de vergrendeling hebt opgeheven.
- Hef de transportvergrendeling op door de machine wat omlaag te duwen. Wanneer u de machine omlaag duwt, kunt u de transport- vergrendelingspen (11) met de andere hand uittrekken.
- Wanneer de pen (11) is uitgetrokken, kan de machine vrij op en neer bewegen. De transportvergrendeling inschakelen (Afb. B)
- Duw de machine omlaag in de laagste stand.
- Duw vervolgens tegen de transport vergren- delings pen (11) tot deze op z’n plaats schuift. Een zaagschijf toevoegen / losnemen (Afb. A, B, C) Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u schijven wisselt. Controleer altijd de bijbehorende veilig- heidsinstructies wanneer u schijven wisselt. Een zaagschijf losnemen
- Neem de schijfsleutel (16) uit de voet van de machine.
- De schijf losnemen is gemakkelijker wanneer de verplaatsbare veiligheidskap (2) omhoog is gezet.
- Druk op de asvergrendelingsknop (9) zodat de beweging van de machineas wordt geblok- keerd.
- Houd de asvergrendelingsknop ingedrukt (9). Plaats de sleutel (16) op de schijfbout en draai tot de knop (9) maximaal is ingeduwd en de asrotatie wordt geblokkeerd.
- Neem de bout (21), kleine ring (20), de grote buitenste ring (19) los.
- Neem vervolgens de zaagschijf los (3). Een zaagschijf monteren
- Draai, als dat nog niet is gebeurd, de bout (21) naar links los, neem vervolgens de kleine ring (20) en de grote buitenste ring (19) los.
Plaats de zaagschijf (3) op de as van de machine.
- Voeg eerst de grote buitenste ring (19), ver- volgens de kleine ring (20) en dan de beves- tigingsbout (21) toe, volgens afbeelding C en draai de bout met de hand vast tot de as begint te roteren.
- Druk op de asvergrendelingsknop (9) zodat de beweging van de machineas wordt geblokkeerd.
- Houd de asvergrendelingsknop ingedrukt (9). Plaats de sleutel (16) op de schijfbout en draait deze wat naar rechts.
- Zet, wanneer de asvergrendeling de rotatie blokkeert, de schijfbout met de sleutel (16) vast.
- Maak de asvergrendelingsknop los en contro- leer dat de asvergrendelingsknop de as niet meer blokkeert. Controleer vervolgens dat de schijf goed is gemonteerd:
- Draai de schijf (3) met de hand enkele malen rond en controleer dat de schijf vrij kan rond- draaien en dat de schijf goed is uitgelijnd.
- Schakel de machine in en laat de machine gedurende ten minste 3 minuten draaien. De machine in-/uitschakelen (Afb. B)
- U kunt de machine starten door op de knop (7b) voor vergrendeling de Uit-stand te drukken en ingedrukt te houden en op de Aan/Uit- schake laar (7a) te drukken.24
- U kunt de machine uitschakelen door op de Aan/Uit-schakelaar (7a) te drukken. De werkstukklem (5) (Afb. A, B, D)
- Plaats het materiaal van het werkstuk tussen de voorste klem (13) en de achterste klem (12).
- Breng de stop (14) omhoog zoals in Afb. D. wordt getoond en draai de schroefhandgreep (15) naar voren tot de voorste klem (13) het werkstuk raakt.
- Verplaats vervolgens de stop (14) omlaag (ver- grendel de as) en zet het werkstuk stevig vast door de schroefhandgreep (15) te draaien. Zagen onder een hoek (Afb. E) Met de machine kan onder een hoek van 0° tot 45° graden worden gezaagd, daartoe moet de stand van de achterste klem (12) worden aangepast.
- Draai de 2 M10 zeskantige bouten (22 & 23) los, waarmee de achterste (12) vast zit, tot de bankschroef kan bewegen.
- Plaats vervolgens de achterste klem (12) in de juiste hoek en zet beide bouten (22 & 23) weer vast. De achterste bankschroef verplaatsen (zodat u grotere werkstukken kunt zagen) (Afb. F) Wanneer de machine uit de fabriek wordt verzon- den, biedt de bankschroef ruimte voor werkstuk- ken van een maximale afmeting van 160 mm. De bankschroef kan naar achteren worden verplaatst voor werkstukken van 195 mm, zoals in de rechter foto (afb. F) wordt getoond.
- Draai de 2 M10 zeskantige bouten (22 & 23) op de achterste klem (12) geheel los.
- Verplaats de klem (12) naar achteren en beves- tig de bouten (22 & 23) weer op de achterste verbindingsgaten. De dieptestop afstellen (Afb. B) De machine is voorzien van een bout voor de diep- testop, met deze bout kan de maximale zaagdiepte worden afgesteld.
- Als de zaagdiepte moet worden afgesteld, maak dan de onderste moer (10B) los, stel vervolgens de diepte-instelling af door de bovenste bout (10A) in de gewenste positie te zetten.
- Zet vervolgens de onderste moer (10B) weer vast. Zaagprocedure Volg voor het zagen van materiaal altijd de volgende procedure:
- Controleer, voordat u de machine start, dat het werkstuk goed is vastgeklemd en goed wordt ondersteund.
- Start de machine in de bovenste positie en laat de machine even draaien tot de maximale snelheid is bereikt.
- Controleer dat het zaagblad vrij draait zonder trilling.
- Verplaats de machine voorzichtig omlaag tot het materiaal wordt geraakt.
- Blijf de handgreep met enige kracht aanduwen, let erop dat de snelheid van het zaagblad niet afneemt.
- Laat na het zagen de Aan/Uit-schakelaar los en verplaats de machine voorzichtig omhoog.
- Verwijder het werkstuk pas wanneer de zaag volledig tot stilstand is gekomen. Oefen tijdens het zagen niet uitzonderlijk veel kracht op de handgreep uit, het zaagblad en de machine zullen sneller slijten en het zagen zal niet sneller verlopen. De koolborstels inspecteren en vervangen De motor heeft 2 koolborstels en die slijten tijdens gebruik. Het is belangrijk dat u de staat van de koolborstels inspecteert, een versleten koolborstel kan slechte prestaties en beschadiging van de motor tot gevolg hebben. Koolborstels uitnemen (Afb. B)
- Controleer dat de stekker niet in het stopcontact zit.
- Neem de kap (8) van de koolborstels af.
- Verwijder de koolborstels door ze voorzichtig naar buiten te trekken.
Controleer het borstelblok op slijtage, wanneer er minder dan 6 mm over is, is de koolborstel ver- sleten en moet onmiddellijk worden vervangen.
- Herhaal dit voor de andere zijde. De koolborstels weer plaatsen (Afb. B)
- Controleer dat de stekker niet in het stopcontact zit.
- Plaats de kap (8) van de koolborstels terwijl u de veer ingeduwd houdt, en draai de kap naar rechts.
- Test, nadat u de beide koolborstels weer hebt geplaatst, dat het apparaat soepel loopt zonder dat vonken te zien zijn. Vervang altijd beide koolborstels.
Zorg dat de machine niet onder spanning staat wanneer onderhoudswerkzaamheden aan het mechaniek worden uitgevoerd. Reinig de machinebehuizing regelmatig met een zachte doek, bij voorkeur iedere keer na gebruik. Zorg dat de ventilatiesleuven vrij van stof en vuil zijn. Gebruik bij hardnekkig vuil een zachte doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen oplosmid- delen als benzine, alcohol, ammonia, etc. Dergelij- ke stoffen beschadigen de kunststof onderdelen. MILIEU Defecte en/of afgedankte elektrische of elektronische gereedschappen dienen ter verwerking te worden aangeboden aan een daarvoor verantwoordelijke instantie. Uitsluitend voor EG-landen Werp elektrisch gereedschap niet weg bij het huisvuil. Conform de Europese Richtlijn 2012/19/ EG voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur en de implementatie ervan in nationaal recht moet niet langer te gebruiken elektrisch gereedschap gescheiden worden verzameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt. GARANTIE VONROC producten zijn ontworpen volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden en gegarandeerd vrij van defecten, zowel materieel als fabrieksfouten, tijdens de wettelijk vastgestelde garantieperiode vanaf de eerste aankoopdatum. Mocht het product tijdens deze periode gebreken vertonen veroorzaakt door defecte materialen en/of fabrieksfouten, neem dan rechtstreeks contact op met VONROC. De volgende situaties vallen niet onder de garantie:
- Er zijn reparaties of aanpassingen aan de machine uitgevoerd, of er is een poging daartoe ondernomen, door een niet-geautoriseerd service centrum.
- De machine is misbruikt, verkeerd gebruikt of slecht onderhouden.
- Er zijn niet-originele reserveonderdelen gebruikt. Dit vormt de enige garantie opgesteld door het bedrijf zowel expliciet als impliciet. Er bestaan geen andere garanties expliciet of impliciet welke verder gaan dan deze garantie, inclusief impliciete garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor bepaalde doeleinden. In geen enkel geval kan VONROC aansprakelijk worden gesteld voor incidentele schade of gevolgschade. Reparaties van dealers zijn gelimiteerd tot de reparatie of ver- vanging van defecte producten of onderdelen. Het product en de gebruikershandleiding zijn onderhevig aan wijzigingen. Specificaties kunnen zonder opgaaf van redenen worden gewijzigd.26
SimpelGids