BC 87 - Bloeddrukmeter BEURER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BC 87 BEURER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Bloeddrukmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BC 87 - BEURER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BC 87 van het merk BEURER.
GEBRUIKSAANWIJZING BC 87 BEURER
4. Waarschuwingen en veiligheidsrichtlijnen .................. 150
5. Beschrijving van het apparaat ..................................... 153
Inhoudsopgave Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door, bewaar deze voor later gebruik, laat deze ook door andere gebruikers lezen en neem alle aanwijzingen in acht.
1. OMVANG VAN DE LEVERING
Controleer of de buitenkant van de verpakking intact is en of de inhoud compleet is. Alvorens het apparaat te gebruiken, moet worden gecontroleerd of het apparaat en de toebehoren zichtbaar beschadigd zijn en moet al het verpakkingsmateri- aal worden verwijderd. Wij adviseren u het apparaat bij twijfel niet te gebruiken en contact op te nemen met de verkoper of de betreende klantenservice. 1 polsbloeddrukmeter met manchet 1 gebruiksaanwijzing 1 beknopte handleiding 1 opbergbox 2 AAA-batterijen van 1,5 V, type LR03149
2. VERKLARING VAN DE
SYMBOLEN Op het apparaat, in de gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het typeplaatje van het apparaat worden de volgende symbolen gebruikt: Waarschuwing Waarschuwing voor situaties met verwon- dingsrisico’s of gevaar voor uw gezondheid. Let op Waarschuwing voor mogelijke schade aan het apparaat of de toebehoren. Productinformatie Verwijzing naar belangrijke informatie. Handleiding in acht nemen Lees voor aanvang van het werk en/of het bedienen van apparaten of machines de handleiding. Scheiding van de toegepaste delen type BF Galvanisch gescheiden toegepast deel (Fstaat voor floating), voldoet aan de eisen aan lekstromen voor type B. Gelijkstroom Het apparaat is alleen geschikt voor gelijkstroom. Verwijdering Verwijder het apparaat conform de EU- richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Batterijen verwijderen Batterijen die schadelijke stoen bevatten, mogen niet met het huisvuil worden weg- gegooid. Scheid de verpakkingscomponenten en voer het afval volgens de lokale voorschrif- ten af.
Aanduiding voor de identificatie van het verpakkingsmateriaal. A = materiaalafkorting, B = materiaalnummer: 1-6 = kunststoen, 20-22 = papier en karton Scheid het product en de verpakkings- componenten en voer het afval volgens de lokale voorschriften af. Fabrikant Temperatuurbegrenzing Geeft de temperatuurgrenswaarden aan waaraan het medisch hulpmiddel veilig kan worden blootgesteld.150 Luchtvochtigheid, begrenzing Geeft het vochtigheidsbereik aan waaraan het medisch hulpmiddel veilig kan worden blootgesteld. IP-klasse Het apparaat is beschermd tegen voor- werpen van ≥12,5mm en tegen schuin neervallende druppels.
Serienummer Artikelnummer Medisch hulpmiddel CE-markering Dit product voldoet aan de eisen van de geldende Europese en nationale richtlijnen. Gemachtigde vertegenwoordiger in de Europese Gemeenschap
Doel De bloeddrukmeter is bedoeld voor de volautomatische, niet-invasieve meting van de arteriële bloeddruk- en hart- slagwaarden aan de pols met een polsomtrek van 13,5cm tot 21,5cm. Het apparaat is alleen bedoeld voor gebruik bin- nenshuis en mag uitsluitend worden gebruikt door volwas- senen. Doelgroep De bloeddrukmeter is ontwikkeld voor zelfmeting in de thuis- omgeving door volwassen mensen en is geschikt voor men- sen met een polsomtrek die binnen het op de manchet weer- gegeven bereik ligt. Indicaties/klinische voordelen Met dit apparaat kan de gebruiker snel en eenvoudig zijn bloeddruk- en hartslagwaarden registreren. De vastgestelde meetwaarden worden conform internationaal geldende richt- lijnen geclassificeerd en grafisch beoordeeld. Het apparaat slaat de geregistreerde meetwaarden op en kan ook gemid- delde waarden van vorige metingen weergeven.
- Gebruik de bloeddrukmeter niet bij baby’s, kinderen en huisdieren.
- Personen met een beperkt fysiek, zintuiglijk of geestelijk vermogen mogen het apparaat alleen gebruiken wanneer het gebruik plaatsvindt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon en wanneer zij van deze persoon aanwijzingen hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat.
- Alvorens het apparaat in een van de volgende gevallen te gebruiken, moet u uw arts raadplegen: bij hartritme- stoornissen, doorbloedingsstoornissen, diabetes, zwan-151 gerschap, pre-eclampsie, hypotensie, koude rillingen of trillingen.
- Personen met een pacemaker of een ander elektrisch im- plantaat dienen vóór gebruik van het apparaat hun arts te raadplegen.
- De bloeddrukmeter mag niet in combinatie met een chi- rurgisch apparaat met hoge frequenties worden gebruikt.
- Breng de manchet niet aan bij personen die een borstam- putatie hebben ondergaan.
- Plaats de manchet niet over wonden, omdat dit kan lei- den tot meer verwondingen.
- Let op dat de manchet niet om een pols wordt aange- bracht waarvan de (slag)aderen een medische behande- ling ondergaan, zoals intravasculaire toegang, intravas- culaire therapie of een arterioveneuze shunt. Algemene waarschuwingen
- De waarden die u hebt gemeten, dienen slechts als in- dicatie – ze vormen geen vervanging van een medisch onderzoek! Bespreek uw gemeten waarden met uw arts. Neem in geen geval zelf medische beslissingen op basis van deze waarden (bijv. met betrekking tot de dosering van medicijnen)!
- Het apparaat is alleen bedoeld voor het in deze gebruiks- aanwijzing beschreven gebruik. De fabrikant is niet aan- sprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk of verkeerd gebruik.
- Gebruik van de bloeddrukmeter buiten de thuisomgeving of terwijl u in beweging bent (bijv. tijdens een rit in een auto of een ambulance, tijdens een vlucht in een helikop- ter of tijdens lichamelijke inspanning zoals sport), kan de meetnauwkeurigheid beïnvloeden en foutieve metingen veroorzaken.
- Aandoeningen aan hart en bloedvaten kunnen leiden tot foutieve metingen of kunnen de meetnauwkeurigheid be- invloeden.
- Gebruik het apparaat niet gelijktijdig met andere medi- sche elektrische apparaten (ME-apparaten). Dit kan lei- den tot een storing van het meetapparaat en/of tot een onnauwkeurige meting.
- Gebruik het apparaat niet buiten de aangegeven omstan- digheden voor opslag en gebruik. Dit kan leiden tot on- juiste meetresultaten.
- Gebruik voor dit apparaat uitsluitend de meegeleverde of in deze gebruiksaanwijzing beschreven manchetten. Het gebruik van een andere manchet kan leiden tot onnauw- keurige meetresultaten.
- Let op dat de functie van het betreende ledemaat tijdens het oppompen van de manchet kan worden beïnvloed.
- Voer de metingen niet vaker uit dan nodig is. Als gevolg van een beperking van de bloeddoorstroming kunnen er bloeduitstortingen ontstaan.
- De bloedsomloop mag niet onnodig lang worden afge- bonden door de bloeddrukmeting. Haal bij storingen van het apparaat de manchet van de pols.
- Breng de manchet uitsluitend om de pols aan. Breng de manchet niet om andere delen van het lichaam aan.152
- Kleine onderdelen kunnen bij inslikken verstikkingsge- vaar opleveren voor kleine kinderen. Kinderen moet daar- om altijd onder toezicht worden gehouden. Algemene veiligheidsmaatregelen
- De bloeddrukmeter bestaat uit elektronische onderdelen en precisieonderdelen. De nauwkeurigheid van de meet- waarden en de levensduur van het apparaat zijn afhanke- lijk van de zorgvuldige hantering van het apparaat.
- Stel het apparaat niet bloot aan schokken, vocht, vuil, sterke temperatuurschommelingen en direct zonlicht.
- Laat het apparaat op kamertemperatuur komen voordat u met de meting begint. Als het meetapparaat rond de maximale of minimale opslag- en transporttemperatuur is opgeslagen en in een omgeving met een temperatuur van 20°C wordt gebracht, wordt aanbevolen om ca. 2uur te wachten alvorens het apparaat te gebruiken.
- Laat het apparaat niet vallen.
- Gebruik het apparaat niet in de buurt van sterke elektro- magnetische velden en houd het uit de buurt van radio- apparatuur of mobiele telefoons.
- Als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt ge- bruikt, adviseren wij u de batterijen uit het apparaat te halen. Maatregelen met betrekking tot het gebruik van batterijen
- Als vloeistof uit een batterij in aanraking komt met de huid of de ogen, moet u de betreende plek met water spoelen en een arts raadplegen.
- Gevaar voor inslikken! Kleine kinderen kunnen bat- terijen inslikken, met verstikking als gevolg. Bewaar batterijen daarom buiten bereik van kleine kinderen!
- Explosiegevaar! Gooi batterijen niet in vuur.
- Als er een batterij is gaan lekken, moet u veiligheids- handschoenen aantrekken en het batterijvak met een droge doek reinigen.
- Haal batterijen niet uit elkaar, open ze niet en hak ze niet in stukken.
- Neem de aanduiding van de polariteit (plus (+) en min (-)) in acht.
- Bescherm batterijen tegen overmatige hitte.
- Batterijen mogen niet worden opgeladen en niet wor- den kortgesloten.
- Haal de batterijen uit het batterijvak als u het apparaat langere tijd niet gebruikt.
- Gebruik alleen hetzelfde of een gelijkwaardig type batterij.
- Vervang altijd alle batterijen tegelijk.
- Gebruik geen accu’s!153 Aanwijzingen met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit
- Het apparaat is geschikt voor gebruik in alle omgevingen die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld, waaron- der de thuisomgeving.
- Het apparaat kan bij de aanwezigheid van elektromagne- tische storingen onder omstandigheden mogelijk slechts beperkt worden gebruikt. Als gevolg daarvan kunnen bijv. foutmeldingen ontstaan of kan het display/apparaat uit- vallen.
- Het gebruik van dit apparaat direct naast andere appara- ten of opgestapeld met andere apparaten moet worden vermeden, omdat dit een onjuiste werking tot gevolg kan hebben. Als gebruik op de hiervoor beschreven wijze noodzakelijk is, moeten dit apparaat en de andere appa- raten in de gaten worden gehouden om er zeker van te zijn dat ze correct werken.
- Het gebruik van andere toebehoren dan de toebehoren die de fabrikant van dit apparaat vastgelegd of beschik- baar gesteld heeft, kan verhoogde elektromagnetische storingen of een verminderde bestandheid tegen storin- gen tot gevolg hebben, waardoor het apparaat mogelijk niet correct werkt.
- Als deze instructies niet in acht worden genomen, kan dit de prestatiekenmerken van het apparaat negatief be- invloeden.
5. BESCHRIJVING VAN HET
APPARAAT De bijbehorende tekeningen staan op pagina 3.
Deksel van het bat- terijvak
START/STOP-toets met geïntegreerde plaatsings- indicator Weergaven op het display: De bijbehorende tekeningen staan op pagina 3.
Gemeten hartslagwaarde
Nummer van de geheugenplaats/geheugenweergave gemiddelde waarde( ), ’sochtends( ), ’savonds( )154
- Verwijder het deksel van het batterijvak aan de linkerkant van het apparaat
- Plaats twee AAA-batterijen van 1,5V (alkaline, type LR03) in het batterijvak. Let er goed op dat de batterijen met de juiste polariteit worden geplaatst, zoals aangeduid
Gebruik geen oplaadbare accu’s.
- Sluit het deksel van het batterijvak weer zorgvuldig.
- knippert op het display. Stel nu, zoals hierna be- schreven, de datum en de tijd in. Als het symbool voor het vervangen van de batterijen knippert en wordt weergegeven, kan er geen meting meer worden verricht en moet u alle batterijen vervangen. Zo- dra de batterijen uit het apparaat worden gehaald, moeten de datum en de tijd opnieuw worden ingesteld. De opgeslagen meetwaarden gaan niet verloren. Instellingen configureren Om alle functies volledig te kunnen gebruiken, is het belang- rijk dat u het apparaat voorafgaand aan het gebruik correct instelt. Alleen zo kunnen uw gemeten waarden met de juiste datum en tijd worden opgeslagen en later weer door u worden opgevraagd. Het menu voor het configureren van de instellingen kunt u op twee manieren openen:
- Voor het eerste gebruik en na het vervangen van de batterijen: Als u batterijen in het apparaat plaatst, gaat u automa- tisch naar het betreende menu.
- Als de batterijen al zijn geplaatst: Houd als het apparaat uitgeschakeld is de START/ STOP-toets ca. 5 seconden ingedrukt. In dit menu kunt u achtereenvolgens de volgende instellingen configureren: Uur- weer- gave Datum Tijd Gebrui- ker Uurweergave Op het display knippert de uurweergave.
- Selecteer met de geheugentoets M1 of M2 de gewenste uurweergave en bevestig met de START/STOP-toets . Datum Op het display knippert het jaartal.
- Selecteer met de geheugentoets M1 of M2 het gewenste jaartal en bevestig met de START/STOP-toets . Op het display knippert de maand.
- Selecteer met de geheugentoets M1 of M2 de gewenste maand en bevestig met de START/ STOP-toets
Op het display knippert de dag.
- Selecteer met de geheugentoets M1 of M2 de gewenste dag en bevestig met de START/ STOP-toets . Als de uurweergave is ingesteld, worden de dag en de maand andersom weergegeven. Tijd Op het display knippert het uur.
- Selecteer met de geheugentoets M1 of M2 het gewenste uur en bevestig met de START/ STOP-toets . Op het display knipperen de minuten.
- Selecteer met de geheugentoets M1 of M2 de gewenste minuten en bevestig met de START/ STOP-toets
Op het display wordt het Bluetooth
- Selecteer met de geheugentoets M1 of M2 of de auto- matische Bluetooth
-gegevensoverdracht geactiveerd (Bluetooth
-symbool wordt weergegeven) of gedeac- tiveerd (Bluetooth
-symbool wordt niet weergegeven) moet worden en bevestig met de START/STOP-toets .
geactiveerd is, wordt de gegevensoverdracht na de me- ting automatisch gestart. De levensduur van de batterijen wordt verkort door de overdracht van gegevens via Bluetooth
Gebruiker Op het display knippert het symbool voor de gebruiker.
- Selecteer de gewenste gebruiker met de ge- heugentoetsen M1 of M2.
- Bevestig uw keuze met de START/STOP-toets
- Het apparaat wordt daarna automatisch uitgeschakeld.
Algemene informatie over de bloeddruk
- De bloeddruk wordt altijd in de vorm van twee waarden weergegeven:
- De hoogste druk is de systolische bloeddruk. Deze ont- staat wanneer de hartspier zich samentrekt en het bloed daardoor in de bloedvaten wordt gedrukt.
- De laagste druk is de diastolische bloeddruk. Dit is de druk die aanwezig is wanneer de hartspier zich volledig uitgerekt heeft en het hart zich met bloed vult.
- Schommelingen in de bloeddruk zijn normaal. Zelfs bij een herhaalde meting kan er sprake zijn van aanzienlijke verschillen tussen de gemeten waarden. Eenmalige of onregelmatige metingen geven daarom geen betrouw- bare informatie over de werkelijke bloeddruk. Een be- trouwbare beoordeling is alleen mogelijk als u regelmatig metingen uitvoert onder vergelijkbare omstandigheden. Manchet aanbrengen
- De bloeddruk kan in principe aan beide polsen worden gemeten. Bepaalde afwijkingen tussen de gemeten156 bloeddruk aan de rechter- en linkerpols hebben fysiologi- sche redenen en zijn volkomen normaal. U dient de me- ting altijd aan de pols met de hogere bloeddrukwaarden uit te voeren. Raadpleeg daarom eerst uw arts voordat u met de zelfmeting begint. Meet uw bloeddruk voortaan altijd aan dezelfde pols.
- Het apparaat mag alleen worden gebruikt met de mee- geleverde manchet die vast aan het apparaat is beves- tigd. De gebruiker moet voorafgaand aan het gebruik van het apparaat controleren of de manchet goed past en er daarbij op letten of zijn polsomtrek binnen het bereik ligt dat op de manchet wordt vermeld.
- Ontbloot uw pols. Zorg ervoor dat de doorbloeding van de pols niet wordt belemmerd door bijvoorbeeld te strak- ke kledingstukken.
- Breng de manchet zodanig om de pols aan dat uw hand- palm en het display van het apparaat naar boven wijzen B 1
- Plaats de manchet zodanig dat er een afstand van 1,0 tot 1,5 cm tussen de manchet en de bal van uw hand aanwezig is B 2
- Sluit de manchet nu met behulp van de klittenbandslui- ting stevig om uw pols. Zorg ervoor dat de manchet goed aansluit, maar niet te strak om uw pols zit B 3
Juiste lichaamshouding aannemen
- Zorg ervoor dat u tijdens de bloeddrukmeting rechtop en comfortabel zit. Leun met uw rug tegen de stoelleuning.
- Leg uw arm op een ondergrond
- Plaats uw voeten naast elkaar plat op de grond.
- De manchet moet zich ter hoogte van het hart bevinden.
- Blijf tijdens de meting zo rustig mogelijk en praat niet. Plaatsingsindicator Als extra hulp bij het gebruik is het apparaat voorzien van een plaatsingsindicator in de START/STOP-toets . Deze indi- cator helpt u om de juiste meetpositie van het apparaat ter hoogte van het hart te bepalen. De juiste positie is afhankelijk van de hoek waaruit deze wordt bekeken. Weergave Interpretatie Plaatsingsindica- tor is rood
U hebt de aanbevolen positie van het meetapparaat ter hoogte van het hart nog niet bereikt – u houdt uw pols te hoog of te laag. Plaatsingsindica- tor is groen en het woord ‘OK’ wordt weergegeven
U hebt de aanbevolen positie van het meetapparaat ter hoogte van het hart bereikt en kunt de meting starten door op de START/STOP-toets te drukken. In de meeste gevallen geeft de plaatsingsindicator heel goed aan of het meetapparaat zich ter hoogte van het hart bevindt. Vanwege lichamelijke verschillen, bijvoorbeeld wat betreft de lengte en/of lichaamsbouw van de gebruiker, is de func- tie mogelijk niet in alle gevallen bruikbaar. Als u van mening bent dat de positie van de pols zoals aangegeven door de plaatsingsindicator niet overeenkomt met de hoogte van het hart, dan kunt u hier zelf over oordelen. U kunt de meting ook157 in deze gevallen op elk moment starten door op de START/ STOP-toets te drukken. Gebruiker selecteren Dit apparaat heeft 2 gebruikersgeheugens met elk 120 geheu- genplaatsen om de meetresultaten van 2 verschillende perso- nen gescheiden van elkaar op te kunnen slaan. Als het apparaat door meerdere personen wordt gebruikt, moet u erop letten dat u voorafgaand aan de meting de juiste gebruiker instelt. Raadpleeg het hoofdstuk ‘Instellingen configureren’ om de gewenste gebruiker te selecteren. Bloeddrukmeting uitvoeren Meting Druk op de START/STOP-toets om de bloeddrukmeter in te schakelen. Alle displayelementen worden kort weergege- ven.
- Na ongeveer 3 seconden begint de bloeddrukmeter auto- matisch met de meting.
- De manchet wordt hierbij automatisch opgepompt en in de tussentijd start ook al de eigenlijke meting. Zodra er een hartslag wordt herkend, wordt het symbool voor de hartslag weergegeven. U kunt de meting op elk moment afbreken door op de START/STOP-toets te drukken.
- Na afloop van de meting wordt de resterende luchtdruk snel verlaagd.
- De meetresultaten voor systolische druk, diastolische druk en hartslag worden weergegeven. Bovendien ver- schijnt op het display een symbool dat aangeeft of er tijdens de bloeddrukmeting wel of geen sprake was van voldoende rust in de bloedsomloop (symbool
= vol- doende rust in de bloedsomloop; symbool
= onvol- doende rust in de bloedsomloop). Neem het hoofdstuk ‘Resultaten beoordelen/Meting van de rustindicator’ in deze gebruiksaanwijzing in acht.
- Schakel de bloeddrukmeter uit met de START/STOP- -toets . Daarbij wordt het meetresultaat in het geselec- teerde gebruikersgeheugen opgeslagen.
- verschijnt wanneer de meting niet juist kon worden uitgevoerd. Neem in dat geval het hoofdstuk ‘Wat te doen bij problemen’ in acht.
-functie is geactiveerd, start na de me- ting automatisch de gegevensoverdracht naar de ‘beurer HealthManager Pro’-app.
-symbool op het display knippert. Het apparaat probeert nu gedurende ongeveer 30 seconden verbinding met de app te maken.
- Zodra er een verbinding tot stand is gebracht, stopt het Bluetooth
-symbool met knipperen. Alle meetgegevens worden overgedragen naar de apps. Nadat de gegevens zijn overgedragen, wordt het apparaat automatisch uit- geschakeld.
- Als er na 30 seconden geen verbinding met de smart- phone kan worden gemaakt, verdwijnt het Bluetooth
-symbool en wordt het apparaat na 1minuut automatisch uitgeschakeld.
- Als u vergeet het apparaat uit te schakelen, dan wordt het na ongeveer 1 minuut automatisch uitgeschakeld. Ook158 in dit geval wordt de waarde in het geselecteerde of het laatst gebruikte gebruikersgeheugen opgeslagen. Overdracht van de meetwaarden via Bluetooth
De meetwaarden kunnen lokaal op het apparaat worden weergegeven en opgeslagen, maar u kunt uw meetresultaten ook via Bluetooth
low energy technology naar uw smartphone overdragen. Daarvoor hebt u de ‘beurer HealthManager Pro’-app nodig. Deze zijn gratis verkrijgbaar in de Apple App Store en in de Google Play Store. Systeemeisen: Lijst met compatibele apparaten: - iOS ≥ 12.0 / Android™ ≥ 8.0 - Bluetooth
≥ 4.0 Uit te voeren stappen bij het overdragen van de meet- waarden: Stap 1: BC87 Activeer de Bluetooth
-functie op uw apparaat zoals beschreven in het hoofdstuk ‘Instellingen configureren’. Stap 2: ‘beurer HealthManager Pro’-app Voeg de BC87 in de ‘beurer HealthManager Pro’-app toe via ‘Instellingen/Apparaten’ en volg de aanwijzingen op. Stap 3: BC87 Voer een meting uit. Stap 4: BC87 (Overdracht van de gegevens meteen na de meting): Als de Bluetooth
-functie is geactiveerd, worden de gegevens na de meting automatisch overgedragen. Stap 4: BC87 (Overdracht van de gegevens op een later moment): Open de geheugenlaad- modus (zie ‘Meetwaarden opslaan, opvragen en wissen’) van het gewenste gebruikersgeheugen. De gegevensoverdracht start automatisch. Neem ook de volgende aanwijzingen in acht:
- Als er voor het eerst verbinding wordt gemaakt, wordt op het apparaat een willekeurig gegenereerde zescijferi- ge pincode weergegeven. Tegelijkertijd verschijnt op de smartphone een invoerveld waarin u deze zescijferige pincode dient in te voeren. Nadat de code met succes is159 ingevoerd, is het apparaat met uw smartphone verbon- den.
- Zorg ervoor dat de ‘beurer HealthManager Pro’-app op uw smartphone altijd geactiveerd en geopend is als u de gegevensoverdracht naar het apparaat start.
- Aan de hand van het Bluetooth
-symbool op het display kunt u zien dat de gegevensoverdracht wordt uitgevoerd.
- Om een storingsvrije overdracht te garanderen, adviseren wij u om eventueel de beschermhoes van uw smartphone te verwijderen. Resultaten beoordelen Algemene informatie over de bloeddruk
- De bloeddruk is de kracht waarmee de bloedstroom te- gen de wanden van aders drukt. De arteriële bloeddruk verandert in de loop van een hartcyclus constant.
- De bloeddruk wordt altijd in de vorm van twee waarden weergegeven: - De hoogste druk in de cyclus wordt systolische bloeddruk genoemd. Deze ontstaat wanneer de hartspier zich samentrekt en het bloed daardoor in de bloedvaten wordt gedrukt. - De laagste druk is de diastolische bloeddruk. Dit is de druk die aanwezig is wanneer de hartspier zich volledig uitgerekt heeft en het hart zich met bloed vult.
- Schommelingen in de bloeddruk zijn normaal. Zelfs bij een herhaalde meting kan er sprake zijn van aanzienlijke verschillen tussen de gemeten waarden. Eenmalige of onregelmatige metingen geven daarom geen betrouw- bare informatie over de werkelijke bloeddruk. Een be- trouwbare beoordeling is alleen mogelijk als u regelmatig metingen uitvoert onder vergelijkbare omstandigheden. Risico-indicator De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de in de vol- gende tabel vermelde, internationaal erkende classificatie vastgelegd voor het beoordelen van gemeten bloeddruk- waarden: Bereik van de geme- ten bloeddrukwaarden Classificatie Kleur van de risico- indicator Systolisch (in mmHg) Diasto- lisch (in mmHg) ≥ 180 ≥ 110 Hoge bloeddruk graad3 (ernstig) Rood 160 – 179 100 – 109 Hoge bloeddruk graad2 (middelmatig) Oranje 140 – 159 90 – 99 Hoge bloeddruk graad1 (licht) Geel 130 – 139 85 – 89 Hoog-normaal Groen 120 – 129 80 – 84 Normaal Groen < 120 < 80 Optimaal Groen Bron: WHO, 1999 (World Health Organization) De risico-indicator (de pijlen op het display en de bijbehoren- de schaalverdeling op het apparaat) geeft aan binnen welk bereik de vastgestelde bloeddruk zich bevindt. Als de geme- ten waarden zich in twee verschillende bereiken bevinden160 (bijv. systolisch in het bereik ‘hoog-normaal’ en diastolisch in het bereik ‘normaal’), dan geeft de risico-indicator altijd het hoogste bereik weer; in het beschreven voorbeeld is dat ‘hoog-normaal’. Houd er rekening mee dat deze standaardwaarden uitslui- tend opgevat mogen worden als algemene richtlijn, omdat de bloeddruk per persoon en ook per leeftijdsgroep enz. kan verschillen of afwijken. Bovendien moet u er rekening mee houden dat de waarden die u thuis zelf meet over het algemeen lager zijn dan de waar- den die bij uw arts worden gemeten. Daarom is het belangrijk dat u regelmatig uw arts raadpleegt. Alleen uw arts kan u ver- tellen wat uw persoonlijke streefwaarden zijn voor een gecon- troleerde bloeddruk – met name als u een medicamenteuze behandeling ondergaat. Onregelmatige hartslag Dit apparaat kan bij de analyse van uw geregistreerde hart- slagsignaal tijdens de bloeddrukmeting eventuele stoornissen van het hartritme identificeren. In dat geval wijst het apparaat na de meting door middel van het symbool op het display op eventuele onregelmatigheden in uw hartslag. Dit kan wij- zen op aritmie. Als het symbool na de meting op het display wordt weer- gegeven, moet u de meting herhalen, omdat de nauwkeu- righeid mogelijk negatief is beïnvloed. Gebruik voor de be- oordeling van uw bloeddruk alleen de resultaten die zonder onregelmatigheden in uw hartslag zijn geregistreerd. Raad- pleeg uw arts als het symbool vaak wordt weergegeven. Alleen hij kan in het kader van zijn diagnostische mogelijk- heden de aanwezigheid van aritmie tijdens een onderzoek vaststellen. Rustindicator Een van de meest voorkomende fouten bij het meten van de bloeddruk is dat er op het moment van de meting geen sprake is van voldoende rust in de bloedsomloop bij de gebruiker. In dit geval geven de gemeten systolische en diastolische bloeddrukwaarde niet de rustbloeddruk weer, die wel nodig is voor de beoordeling van de gemeten waarden. Deze bloeddrukmeter maakt gebruik van de geïntegreerde hemodynamische stabiliteitsdiagnostiek (HSD) om de hemo- dynamische stabiliteit van de gebruiker tijdens de bloeddruk- meting te meten. Op die manier kan de bloeddrukmeter aan- geven of de bloeddruk bij voldoende rust in de bloedsomloop is vastgesteld.
De gemeten bloeddrukwaarde is bij voldoende rust in de bloedsomloop vastgesteld en geeft vrij zeker de rustbloeddruk van de gebruiker weer.
Er zijn aanwijzingen voor onvoldoende rust in de bloedsomloop. De bloeddrukwaarden die in dit geval zijn gemeten, weerspiegelen in de regel niet de rustbloeddruk. Daarom moet de meting na een lichamelijke en geestelijke rusttijd van minstens 5minuten worden herhaald.161 Het symbool van de rust- indicator wordt niet weer- gegeven Tijdens de meting kon niet worden bepaald of er sprake was van voldoende rust in de bloeds- omloop. Ook in dit geval moet de meting na een rustpauze van minstens 5minuten worden herhaald. Onvoldoende rust in de bloedsomloop kan verschillende oorzaken hebben, zoals lichamelijke belasting, geestelijke in- spanning of afleiding, praten of hartritmestoornissen tijdens de meting. In de meeste gevallen biedt de HSD zeer goede informatie over de aanwezigheid van rust in de bloedsomloop bij een bloeddrukmeting. Bepaalde patiënten met hartritmestoornissen of permanente geestelijke belasting kunnen echter ook langdurig hemody- namisch instabiel blijven, zelfs na meerdere rustperioden. De nauwkeurigheid van de vastgestelde rustbloeddruk is bij deze gebruikers beperkt. De HSD heeft net als alle andere medische meetmethoden een beperkte nauwkeurigheid en kan in enkele gevallen on- juiste resultaten leveren. De gemeten bloeddrukwaarden waarbij voldoende rust in de bloedsomloop is vastgesteld, zijn echter zeer betrouwbaar. Meetwaarden opslaan, opvragen en wissen Gebruikersgeheugen De resultaten van elke succesvolle meting worden samen met de datum en de tijd opgeslagen. Bij meer dan 120 meetgege- vens wordt telkens de oudste meting overschreven.
- Druk als het apparaat uitgeschakeld is op de geheugen- toets M1 (voor gebruiker ) of M2 (voor gebruikersge- heugen ) om het betreende gebruikersgeheugen te selecteren. Bevestig uw selectie door op de START/ STOP-toets te drukken.
is geactiveerd (het symbool knippert op het display), probeert de bloeddrukmeter verbinding met de app te maken. Zodra er een verbinding tot stand is gebracht en de gegevens worden overgedragen, zijn de toetsen niet meer actief en knippert het symbool niet meer. Als u ondertussen op de geheugentoets M1 of M2 drukt, wordt de overdracht afgebroken. Het symbool wordt niet meer weergegeven. Gemiddelde waarden Druk op de geheugentoets M1. Bevestig uw selectie door op de START/STOP-toets te drukken.
- Op het display wordt weergegeven.
- Het gemiddelde van alle in dit gebruikers- geheugen opgeslagen meetwaarden wordt weergege- ven. SYSmmHg DIAmmHg PUL/min162 Druk op de geheugentoets M1.
- Op het display wordt weergegeven.
- De gemiddelde waarde van de ochtend- metingen van de laatste 7 dagen wordt weergegeven (ochtend: 05.00 uur – 09.00 uur). Druk op de geheugentoets M1.
- Op het display wordt weergegeven.
- De gemiddelde waarde van de avondme- tingen van de laatste 7 dagen wordt weer- gegeven (avond: 18.00 uur – 20.00 uur). Afzonderlijke meetwaarden
- Als u opnieuw op de geheugentoets M1 drukt, wordt op het display de laatste afzonderlijke meting weergegeven (in dit voorbeeld meting 03).
- Als u nogmaals op de geheugentoets M1 drukt, kunt u de afzonderlijke meetwaarden bekijken.
- Druk op de START/STOP-toets om het apparaat weer uit te schakelen. Meetwaarden wissen
- Om het geheugen van een gebruiker te wissen, moet u eerst het gebruikersgeheugen selecteren dat u wilt wis- sen. Druk hiervoor op geheugentoets M1 of M2 van het uitgeschakelde apparaat en bevestig uw selectie door op de START/STOP-toets te drukken.
- Op het display wordt de gemiddelde waarde van alle me- tingen van het geselecteerde gebruikersgeheugen weer- gegeven en tegelijkertijd brandt op het display.
- Houd de geheugentoetsen M1 en M2 nu 5seconden ge- lijktijdig ingedrukt. Op het display wordt weergegeven. Alle waarden van het geselecteerde gebrui- kersgeheugen zijn nu gewist. U kunt het menu op elk moment verlaten door op de START/STOP-toets te druk- ken.
8. REINIGING EN ONDERHOUD
- Reinig het apparaat en de manchet voorzichtig met alleen een licht bevochtigde doek.
- Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
- Dompel het apparaat en de manchet nooit onder in water, omdat er anders vocht kan binnendringen, waardoor het apparaat en de manchet beschadigd kunnen raken.
- Zorg ervoor dat er geen zware voorwerpen op het appa- raat en de manchet worden geplaatst als u deze opbergt. Haal de batterijen uit het apparaat. SYSmmHg DIAmmHg PUL/minSYSmmHg DIAmmHg PUL/minSYSmmHgDIAmmHgPUL/min163
9. PROBLEMEN OPLOSSEN
Fout- melding Mogelijke oorzaak Oplossing Er kon geen hartslag worden gemeten. Herhaal de meting na een pauze van een minuut. Let erop dat u tijdens de meting niet spreekt of beweegt. U hebt tijdens de meting bewogen of gesproken. De manchet is niet juist aangebracht. Volg de instructies uit het hoofdstuk “Manchet aanbrengen” op en voer na één minuut een nieuwe meting uit. Er is een fout op- getreden tijdens de meting. Herhaal de meting na een pauze van een minuut. Let erop dat u tijdens de meting niet spreekt of beweegt. Als de fout zich herhaaldelijk voordoet, raadpleeg dan een arts om uw gezond- heidstoestand te laten controleren. Fout- melding Mogelijke oorzaak Oplossing De oppompdruk is hoger dan 300mmHg. Controleer bij een nieuwe meting of de manchet correct kan worden opgepompt. De gemeten waarden liggen buiten het aangegeven meet- bereik. De batterijen zijn bijna leeg. Plaats nieuwe batterijen in het apparaat. De gegevens konden niet via Bluetooth
worden overgedra- gen. Volg de instructies uit het hoofdstuk “Overdracht van de meetwaarden via Bluetooth
” op. Er is een apparaat- fout opgetreden. Herhaal de meting na een pauze van een minuut. Als de problemen zich ondanks de voorgestelde oplossingen blijven voordoen, neemt u contact op met de klantenservice.164
Reparatie en verwijdering van het apparaat
- U mag het apparaat niet zelf repareren of afstellen. Wan- neer u dit toch doet, kan een storingsvrije werking niet langer worden gegarandeerd.
- Maak het apparaat niet open. Wanneer u deze instructie niet in acht neemt, vervalt de garantie.
- Reparaties mogen alleen door de klantenservice of ge- autoriseerde verkopers worden uitgevoerd. Controleer voordat u een klacht indient altijd eerst de batterijen en vervang deze als dat nodig is.
- Met het oog op het milieu mag het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil worden weggegooid. U kunt het apparaat inleve- ren bij gespecialiseerde inzamelpunten in uw land. Verwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de verantwoordelijke instanties voor afvalverwijdering in uw gemeente. Batterijen verwijderen
- Batterijen mogen niet met het huisvuil worden weg- gegooid. Ze kunnen giftige zware metalen bevatten en moeten daarom overeenkomstig de richtlijnen voor giftig afval worden verwijderd.
- Deze tekens kunt u aantreen op batterijen met schadelijke stoen: Pb = batterij bevat lood Cd = batterij bevat cadmium Hg = batterij bevat kwik
11. TECHNISCHE GEGEVENS
Modelnr. BC87 Meetmethode Oscillometrische, non-invasieve bloeddrukmeting aan de pols Meetbereik Manchetdruk 0 - 299mmHg, systolisch 60 - 230mmHg, diastolisch 40 - 130mmHg, hartslag 40 - 199slagen /minuut Nauwkeurigheid van de weergave Systolisch ± 3mmHg, diastolisch ± 3mmHg, hartslag ± 5% van de weergegeven waarde Meetonzekerheid Max. toelaatbare standaardafwijking conform klinische controle: systolisch 8mmHg/ diastolisch 8mmHg Geheugen 2 x 120 geheugenplaatsen Afmetingen L 72 mm x B 96 mm x H 71 mm Gewicht Ongeveer 119g (zonder batterijen, met manchet) Manchetmaat 135 tot 215 mm165 Toegestane omstandigheden bij gebruik +5 °C tot +40 °C, 15-90% relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend), 700-1060 hPa omgevingsluchtdruk Toegestane omstandigheden bij opslag en transport -20 °C tot +60 °C, ≤ 93% relatieve luchtvochtigheid Stroomvoorziening 2 x 1,5 V AAA-batterijen Levensduur batterijen Voor ongeveer 200 metingen, afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk en de oppompdruk Classificatie Interne voeding, IP22, geen AP of APG, ononderbroken werking, toegepast deel type BF Softwareversie A01 Gegevensoverdracht Frequentieband 2402 MHz – 2480MHz Zendvermogen max. -2,5dBm De bloeddrukmeter maakt gebruik van Bluetooth
≥ 4.0 Het serienummer staat op het apparaat of in het batterijvak. Wijzigingen van de technische gegevens zonder kennisgeving zijn om actualiseringsredenen voorbehouden.
- Dit apparaat voldoet aan de Europese norm EN 60601-1-2 (overeenstemming met CISPR 11, IEC 61000-4-2, IEC 61000-4-3, IEC 61000-4-8) en is onderworpen aan bijzondere veiligheidsmaatregelen op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit. Let er daarbij op dat draagbare en mobiele HF-communicatieapparatuur dit apparaat negatief kan beïnvloeden.
- Het apparaat voldoet aan de EU-richtlijn 93/42/EEC voor medische hulpmiddelen, de Duitse wet inzake medische hulpmiddelen en IEC 80601-2-30 (Medische elektrische toestellen - Deel 2-30: Speciale eisen voor basisveiligheid en essentiële prestaties van niet-invasieve bloeddrukme- ters).
- De nauwkeurigheid van deze bloeddrukmeter is zorgvul- dig gecontroleerd. Kalibreren is niet nodig.
- Het apparaat is ontwikkeld met het oog op een lange le- vensduur. De verwachte levensduur is 5 jaar.
- Wanneer het apparaat in de geneeskunde wordt gebruikt, moeten meettechnische controles met daarvoor geschik- te middelen worden uitgevoerd. Uitgebreide informa- tie over het controleren van de nauwkeurigheid kan worden aangevraagd via het servicepunt.
- Wij bevestigen hierbij dat dit product voldoet aan de Europese RED-richtlijn 2014/53/EU. De CE-confor- miteitsverklaring voor dit product vindt u op: www. beurer.com/web/we-landingpages/de/cedeclaration- ofconformity.php
12. GARANTIE/SERVICE
Meer informatie over de garantie en de garantievoorwaar- den vindt u in het meegeleverde garantieblad. Fouten en wijzigingen voorbehouden166 DANSK
Notice-Facile