BM 53 - Bloeddrukmeter BEURER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BM 53 BEURER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Bloeddrukmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BM 53 - BEURER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BM 53 van het merk BEURER.
GEBRUIKSAANWIJZING BM 53 BEURER
Bloeddrukmeter voor de bovenarm Gebruiksaanwijzing ............156
Vouw pagina 3 uit om de gebruiksaanwijzing te kunnen lezen.
Op het apparaat, in de gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het typeplaatje van het apparaat worden de volgende symbolen gebruikt: WAARSCHUWING Duidt op een mogelijk dreigend gevaar. Indien dit niet vermeden wordt, kan dit de dood of ernstig letsel tot gevolg hebben. VOORZICHTIG Duidt op een mogelijk dreigend gevaar. Indien dit niet vermeden wordt, kan dit lichte of geringe verwondingen tot gevolg hebben. Productinformatie Verwijzing naar belangrijke informatie NEDERLANDS Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Volg de waarschuwingen en veiligheids- opmerkingen op. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik. Zorg ervoor dat de gebruiksaanwijzing toegank elijk is voor andere gebruikers. Geef als u het apparaat aan iemand anders geeft, ook de gebruiksaanwijzing mee.
3. Waarschuwingen en veiligheidsopmerkingen ........... 159
4. Bij levering inbegrepen .............................................. 162
5. Beschrijving van het apparaat ................................... 162
6.2 Voorafgaand aan de bloeddrukmeting in acht
nemen ................................................................ 164
6.3 Bloeddrukmeting uitvoeren ................................. 166
Inhoud157 Handleiding in acht nemen Lees voor aanvang van het werk en/of het bedienen van apparaten of machines de handleiding Verwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Batterijen die schadelijke stoffen bevatten, mogen niet met het huisvuil worden wegge- gooid Fabrikant CE-markering Dit product voldoet aan de eisen van de gel- dende Europese en nationale richtlijnen. Voer de verpakking af overeenkomstig de milieueisen
Aanduiding voor de identificatie van het verpakkingsmateriaal. A = materiaalafkorting, B = materiaalnummer: 1-7 = kunststoffen, 20-22 = papier en karton Scheid het product en de verpakkingscom- ponenten en voer het afval volgens de lokale voorschriften af. IP20 IP-klasse Beschermd tegen vaste voorwerpen met een diameter van 12,5mm en groter Gelijkstroom Het apparaat is alleen geschikt voor ge- lijkstroom UDI Unique Device Identifier (UDI) Code voor een eenduidige productidentificatie Chargenummer Artikelnummer
Serienummer158 Medisch apparaat Scheiding van de toegepaste delen type BF Galvanisch gescheiden toegepast deel (F staat voor floating), voldoet aan de eisen aan lekstromen voor type B Temperatuurbereik Vochtigheidsbereik Luchtdruklimiet Typenummer Productiedatum Importeursymbool
Doel De bloeddrukmeter (hierna ‘apparaat’ genoemd) is bedoeld voor de volautomatische, niet-invasieve meting van arteriële bloeddruk- en hartslagwaarden aan de bovenarm. De bloeddrukmeter is ontwikkeld voor zelfmeting in de thuis- omgeving door volwassenen. Doelgroep De bloeddrukmeting is geschikt voor volwassen gebruikers met een bovenarmomtrek die binnen het bereik ligt dat op de manchet wordt vermeld. Bovendien is het apparaat uitermate geschikt voor het meten van de bloeddruk van vrouwen tijdens de zwangerschap. Klinische voordelen Met dit apparaat kan de gebruiker snel en eenvoudig zijn bloeddruk- en hartslagwaarden registreren. De vastgestelde meetwaarden worden conform internationaal geldende richt- lijnen geclassificeerd en grafisch beoordeeld. Het apparaat kan daarnaast eventueel aanwezige onregelmatige hartsla- gen tijdens de meting herkennen en de gebruiker hier door middel van een symbool op het display op wijzen. Het ap-159 paraat slaat de geregistreerde meetwaarden op en kan ook gemiddelde waarden van eerdere metingen weergeven. De geregistreerde gegevens kunnen zorgverleners helpen bij het diagnosticeren en behandelen van bloeddrukproblemen en dragen voor de gebruiker op die manier bij aan een gezond- heidscontrole op de lange termijn. Indicaties De gebruiker kan bij een hoge bloeddruk en een lage bloed- druk zijn bloeddruk en hartslagwaarden zelfstandig in zijn thuisomgeving in de gaten houden. De gebruiker hoeft echter geen hoge bloeddruk of aritmieën te hebben om het apparaat te gebruiken. Contra-indicaties WAARSCHUWING
- Gebruik de bloeddrukmeter niet bij baby’s, kinderen en huisdieren.
- Personen met een beperkt fysiek, zintuiglijk of geestelijk vermogen mogen het apparaat alleen gebruiken wanneer het gebruik plaatsvindt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon en wanneer zij van deze persoon aanwijzingen hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat.
Gebruik het apparaat niet als u elektrische implantaten (bijv. een pacemaker) hebt.
- Gebruik het apparaat niet als u metalen implantaten hebt.
- Breng de manchet niet aan bij personen die een bor- stamputatie hebben ondergaan.
- Plaats de manchet niet over wonden, omdat dit kan lei- den tot meer verwondingen.
- Let op dat de manchet niet om een arm wordt aange- bracht waarvan de (slag)aderen een medische behande- ling ondergaan, zoals intravasculaire toegang, intravas- culaire therapie of een arterioveneuze shunt.
- Gebruik het apparaat niet bij personen met een allergie of een gevoelige huid. Onvoorziene bijwerkingen
- Negatieve invloed op de bloedsomloop
- De waarden die u hebt gemeten, dienen slechts als in- dicatie – ze vormen geen vervanging van een medisch onderzoek! Bespreek uw gemeten waarden met uw arts. Neem in geen geval zelf medische beslissingen op basis van deze waarden (bijv. met betrekking tot de dosering van medicijnen)!
Het apparaat is alleen bedoeld voor het in deze gebruiks- aanwijzing beschreven gebruik. De fabrikant is niet aan- sprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk of verkeerd gebruik.160
- Het gebruik van de bloeddrukmeter buiten de thuisom- geving of terwijl u in beweging bent (bijv. tijdens een rit in een auto of een ambulance, tijdens een vlucht in een helikopter of tijdens lichamelijke inspanning zoals sport), kan de meetnauwkeurigheid beïnvloeden en foutieve metingen veroorzaken.
- Aandoeningen aan hart en bloedvaten kunnen leiden tot foutieve metingen of kunnen de meetnauwkeurigheid beïnvloeden.
- Gebruik het apparaat niet gelijktijdig met andere medi- sche elektrische apparaten (ME-apparaten). Dit kan lei- den tot een storing van de meetapparatuur en/of tot een onnauwkeurige meting.
- Gebruik het apparaat niet buiten de aangegeven om- standigheden voor opslag en gebruik. Dit kan leiden tot onjuiste metingen.
- Gebruik voor dit apparaat uitsluitend de meegeleverde of de in deze gebruiksaanwijzing beschreven manchetten. Het gebruik van een andere manchet kan leiden tot on- nauwkeurige meetresultaten.
Let op dat de functie van het betreffende ledemaat tij- dens het oppompen van de manchet kan worden beïn- vloed.
- Voer de metingen niet vaker uit dan nodig is. Als gevolg van een beperking van de bloeddoorstroming kunnen er bloeduitstortingen ontstaan.
- De bloedsomloop mag niet onnodig lang worden afge- bonden door de bloeddrukmeting. Haal bij storingen van het apparaat de manchet van de arm.
- Breng de manchet uitsluitend om de bovenarm aan. Breng de manchet niet om andere delen van het lichaam aan.
- De luchtslang kan verwurgingsgevaar opleveren voor kleine kinderen.
- Kleine onderdelen kunnen bij inslikken verstikkingsge- vaar opleveren voor kleine kinderen. Kinderen moet daar- om altijd onder toezicht worden gehouden.
- Laat het apparaat niet vallen, ga niet op het apparaat staan en schud er niet mee.
- Haal het apparaat niet uit elkaar. Dit kan namelijk leiden tot beschadigingen, storingen of een onjuiste werking.
- Alvorens het apparaat in een van de volgende gevallen te gebruiken, moet u uw arts raadplegen: bij hartritme- stoornissen, doorbloedingsstoornissen, diabetes, lage bloeddruk, koude rillingen of trillingen
- Om een verschil tussen de linker- en de rechterzijde uit te sluiten, moet de meting eerst op beide armen worden uitgevoerd.
- Gebruik het apparaat nooit tijdens onderhoud. Onder- houd omvat onderhoud, inspectie en reparatie. Algemene veiligheidsmaatregelen VOORZICHTIG
- De bloeddrukmeter bestaat uit elektronische onderdelen en precisieonderdelen. De nauwkeurigheid van de meet- waarden en de levensduur van het apparaat zijn afhanke- lijk van de zorgvuldige hantering van het apparaat.161
- Bescherm het apparaat en de netadapter tegen schok- ken, vocht, vuil, sterke temperatuurschommelingen en direct zonlicht.
- Laat het apparaat op kamertemperatuur komen voordat u met de meting begint. Als de meetapparatuur rond de maximale of minimale opslag- en transporttemperatuur is opgeslagen en in een omgeving met een temperatuur van 20 °C wordt gebracht, wordt aanbevolen om ca. 2uur te wachten alvorens de meetapparatuur te gebrui- ken.
- Gebruik het apparaat niet in de buurt van sterke elektro- magnetische velden en houd het uit de buurt van radio- apparatuur of mobiele telefoons.
- Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, advise- ren wij u de batterijen uit het apparaat te halen.
- Zorg ervoor dat de manchetslang niet bekneld raakt of samengedrukt of geknikt wordt. Aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van batterijen WAARSCHUWING
- Als vloeistof uit een batterijcel in aanraking komt met de huid of de ogen, moet u de betreffende plek met water spoelen en een arts raadplegen.
- Gevaar voor inslikken! Kleine kinderen kunnen batterijen inslikken, met verstikking als gevolg. Bewaar batterijen daarom buiten bereik van kleine kinderen!
- Roep bij inslikken onmiddellijk de hulp van een arts in.
- Explosiegevaar! Gooi batterijen niet in vuur.
- Als er een batterij is gaan lekken, moet u veiligheids- handschoenen aantrekken en het batterijvak met een droge doek reinigen.
- Haal batterijen niet uit elkaar, open ze niet en hak ze niet in stukken.
- Neem de aanduiding van de polariteit (plus (+) en min (-))in acht. VOORZICHTIG
- Bescherm batterijen tegen overmatige hitte.
- Batterijen mogen niet worden opgeladen en niet worden kortgesloten.
- Haal de batterijen uit het batterijvak als u het apparaat langere tijd niet gebruikt.
- Gebruik alleen hetzelfde of een gelijkwaardig type bat- terij.
- Vervang altijd alle batterijen tegelijk.
- Gebruik geen accu’s! Aanwijzingen met betrekking tot elektromag- netische compatibiliteit VOORZICHTIG
- Het apparaat is geschikt voor gebruik in alle omgevingen die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld, waaron- der de thuisomgeving.
- Het apparaat kan bij de aanwezigheid van elektromagne- tische storingen onder omstandigheden mogelijk slechts beperkt worden gebruikt. Als gevolg daarvan kunnen162 bijv. foutmeldingen ontstaan of kan het display/apparaat uitvallen.
- Het gebruik van dit apparaat direct naast andere appara- ten of opgestapeld met andere apparaten moet worden vermeden, omdat dit een onjuiste werking tot gevolg kan hebben. Als gebruik op de hiervoor beschreven wijze noodzakelijk is, moeten dit apparaat en de andere appa- raten in de gaten worden gehouden om er zeker van te zijn dat ze correct werken.
- Het gebruik van andere toebehoren of reserveonderdelen dan de toebehoren en reserveonderdelen die de fabri- kant van dit apparaat vastgelegd of beschikbaar gesteld heeft, kan verhoogde elektromagnetische storingen of een verminderde bestandheid tegen storingen tot gevolg hebben, waardoor het apparaat mogelijk niet correct werkt.
- Houd draagbare HF-communicatieapparatuur (waaron- der randapparatuur, zoals antennekabels of externe an- tennes) minstens 30 cm bij alle delen van het apparaat (incl. alle bij de levering inbegrepen kabels) vandaan.
Als deze instructies niet in acht worden genomen, kan dit de prestatiekenmerken van het apparaat negatief be- invloeden.
4. BIJ LEVERING INBEGREPEN
Controleer of de buitenkant van de verpakking intact is en of alle onderdelen aanwezig zijn. Alvorens het apparaat te ge- bruiken, moet worden gecontroleerd of het apparaat en de toebehoren zichtbaar beschadigd zijn en moet al het verpak- kingsmateriaal worden verwijderd. Wij adviseren u het appa- raat bij twijfel niet te gebruiken en contact op te nemen met de verkoper of met de betreffende klantenservice.
Bloeddrukmeter voor de bovenarm
- Manchet voor de bovenarm (22-42 cm)
- Batterijen, zie hoofdstuk ‚Technische gegevens‘
APPARAAT De bijbehorende tekeningen zijn afgebeeld op pagina 3.
Aansluiting voor manch- etstekker (linkerkant)
Schuifregelaar voor gebruikersselectie
Functietoetsen < / >
Aansluiting voor neta- dapter163 Weergaven op het display
Gemeten hartslag- waarde
Geheugenweergave: Ge- middelde waarde , ochtend , avond
- Verwijder het deksel van het batterijvak aan de achterzij- de van het apparaat
- Plaats de batterijen (zie het hoofdstuk ‘Technische gege- vens’). Plaats de batterijen met de juiste polariteit, zoals aangeduid
Sluit het deksel van het batterijvak. Als het symbool continu wordt weergegeven, kan er geen meting meer worden uitgevoerd. Vervang alle batterijen. Zodra de batterijen uit het apparaat worden verwijderd, moet u de datum en tijd opnieuw instellen. De opgeslagen meet- waarden gaan niet verloren. Gebruik met de netvoeding U kunt dit apparaat ook met een netvoeding gebruiken (niet meegeleverd). Voordat u de netvoeding op het apparaat aan- sluit, moet u de batterijen uit het apparaat halen. Tijdens het gebruik met de netvoeding mogen er geen batterijen meer in het batterijvak zitten, omdat het apparaat hierdoor bescha- digd kan raken.
- Om mogelijke beschadigingen te voorkomen, mag het apparaat uitsluitend worden gebruikt met een netvoe- ding die voldoet aan de in het hoofdstuk “Technische gegevens” beschreven specificaties.
- Bovendien mag de netvoeding alleen worden aange- sloten op de netspanning die op het typeplaatje wordt vermeld.
- Steek de netadapter in de daarvoor bedoelde aansluiting van de bloeddrukmeter.
- Steek vervolgens de stekker van de netvoeding in het stopcontact.
- Trek na het gebruik van de bloeddrukmeter eerst de netvoeding uit het stopcontact en koppel de netvoeding vervolgens los van de bloeddrukmeter. Zodra u de net- voeding uit het stopcontact trekt, verliest de bloeddruk-164 meter datum en tijd. De opgeslagen meetwaarden blijven echter bewaard. Instellingen configureren Stel het apparaat voorafgaand aan het gebruik correct in om alle functies te gebruiken. Alleen zo kunnen uw meetwaarden met datum en tijd worden opgeslagen en later weer worden opgevraagd. Het menu voor de instellingen kunt u op twee manieren ope- nen:
- Voor het eerste gebruik en na het vervangen van de bat- terijen: Als u batterijen in het apparaat plaatst, gaat u automa- tisch naar het betreffende menu.
- Als de batterijen al zijn geplaatst: Houd op het ingeschakelde apparaat ongeveer drie seconden ingedrukt. Configureer achtereenvolgens de volgende instellingen: Uurweer- gave
Tijd Bevestig telkens met
- Selecteer met < / > de uurweergave Datum Jaartal knippert:
- Selecteer met < / > het jaartal. Maandweergave knippert:
- Selecteer met < / > de maand. Dagweergave knippert:
- Selecteer met < / > de dag. Als de uurweergave 12h is ingesteld, worden de dag en de maand andersom weergegeven. Tijd Uren knipperen:
- Selecteer met < / > het uur. Minuten knipperen:
- Selecteer met < / > de minuten.
6.2 Voorafgaand aan de bloeddrukmeting
in acht nemen Algemene regels bij het zelf meten van de bloeddruk
- Om een vergelijkbaar en zinvol profiel over de ontwikke- ling van uw bloeddruk te genereren, meet u uw bloed- druk regelmatig op hetzelfde tijdstip van de dag. Meet de bloeddruk twee keer per dag: een keer in de ochtend nadat u bent opgestaan en een keer in de avond.
- De meting moet altijd bij voldoende fysieke rust worden uitgevoerd. Vermijd metingen op stressvolle momenten.165
- Ten minste 30 minuten voor de meting mag u niet eten, drinken of roken en geen lichamelijke inspanningen ver- richten.
- Rust voorafgaand aan de eerste bloeddrukmeting altijd 5minuten uit!
- Als u meer metingen na elkaar wilt uitvoeren, moet tus- sen de afzonderlijke metingen telkens 5 minuten rust worden gehouden.
- Herhaal de meting wanneer u twijfelt over de gemeten waarden. Manchet aanbrengen U kunt de bloeddruk aan beide armen meten. Bepaalde afwij- kingen tussen de waarden aan de rechter- en linkerarm zijn volkomen normaal. Voer de meting altijd uit aan de arm met de hogere bloeddrukwaarden. Raadpleeg daarom eerst uw arts voordat u met de zelfmeting begint.
- Meet uw bloeddruk altijd aan dezelfde arm.
- Gebruik het apparaat alleen met de meegeleverde man- chet, passend bij de omtrek van uw bovenarm.
- Controleer voorafgaand aan de meting de pasvorm met behulp van de hieronder beschreven indexmarkering.
Ontbloot uw bovenarm. De doorbloeding van de arm mag niet worden belemmerd, bijvoorbeeld door te strak- ke kledingstukken.
- Plaats de manchet met de onderste rand ongeveer 2-3 cm boven de binnenkant van de elleboog. Lijn het apparaat zo uit dat de markering en de manchetslang zich direct boven de slagader bevinden
De manchet moet zo strak worden aangebracht dat er nog twee vingers onder de gesloten manchet passen
- Steek nu de manchetslang in de aansluiting voor de man- chetstekker.
- Deze manchet is geschikt voor u als de indexmarke- ring na het aanbrengen van de manchet binnen het OK-bereik ligt. Juiste lichaamshouding aannemen
- Zorg ervoor dat u tijdens de bloeddrukmeting rechtop en comfortabel zit. Leun met uw rug tegen de stoelleuning.
- Leg uw arm op een ondergrond
- Plaats uw voeten naast elkaar plat op de grond.
- De manchet moet zich ter hoogte van het hart bevinden.
- Blijf tijdens de meting zo rustig mogelijk en praat niet. Gebruiker selecteren Dit apparaat heeft twee gebruikers met elk 100 geheugen- ruimtes om de metingen van twee verschillende personen gescheiden van elkaar op te kunnen slaan. Als het apparaat door meerdere personen wordt gebruikt, moet u erop letten dat u voorafgaand aan elke meting de juis- te gebruiker instelt:
Gebruik de schuifregelaar om de gewenste gebruiker in te stellen.
6.3 Bloeddrukmeting uitvoeren
Voorwaarde: manchet aangebracht, gebruiker geselecteerd. Meting
Druk op . Alle displayelementen worden kort weerge- geven.
Het startscherm begroet u voor geselecteerde of . Van- uit dit startscherm kunt u naar alle menuonderdelen gaan, bijv. Gebruikersgeheugen.
. om de meting te starten. De man- chet wordt automatisch opgepompt. Het meetproces wordt gestart. wordt weergegeven zodra er een hart- slag wordt herkend. Druk op om de meting af te breken.
De metingen voor systolische druk, diastolische druk en hartslag worden weergegeven. Het symbool voor de manchetaanbrengcontrole
wordt gedurende de volle- dige meting weergegeven. Als de manchet te los is aan- gebracht, worden en weergegeven. In dat geval wordt de meting na ongeveer 15 seconden afgebroken en het apparaat wordt uitgeschakeld. verschijnt wanneer de meting niet juist kon wor- den uitgevoerd. Neem in dat geval het hoofdstuk ‘Wat te doen bij problemen’ in acht. Herhaal eventueel na 1 minuut het aanbrengen van de manchet. Het apparaat wordt na ongeveer 30 seconden automatisch uitgescha- keld. De waarde is bij de geselecteerde of bij de laatst gebruikte gebruiker opgeslagen. Meervoudige meting
Druk op . Alle displayelementen worden kort weerge- geven.
Het startscherm begroet u voor geselecteerde of . Van- uit dit startscherm kunt u naar alle menuonderdelen gaan, bijv. Gebruikersgeheugen.
Druk op < of > om de meervoudige meting te selecteren. knippert op het display. Bevestig met om de me- ting te starten. De manchet wordt automatisch opgepompt. Het meet- proces wordt gestart.
Het apparaat geeft de eerste meetcyclus 3 seconden lang weer en voert vervolgens een normale meting uit, die drie keer wordt herhaald. Tijdens de tweede en derde cyclus wordt ook een afteltimer van 30 seconden weergegeven, die de wachttijd voor de volgende meting aangeeft. Druk op om de meting af te breken.
5. Na de derde meting wordt het gemiddelde meetresultaat
voor systolische druk, diastolische druk en hartslag weer- gegeven en door middel van aangegeven. Het symbool voor de manchetaanbrengcontrole
wordt gedurende de volledige meting weergegeven. Als de manchet te los is aangebracht, worden en weergegeven. In dat geval wordt de meting na ongeveer 5 seconden afgebroken en het apparaat wordt uitge- schakeld. verschijnt wanneer de meting niet juist kon wor- den uitgevoerd. Neem in dat geval het hoofdstuk ‘Wat167 te doen bij problemen’ in acht. Herhaal eventueel na 1 minuut het aanbrengen van de manchet. Het apparaat wordt na ongeveer 30 seconden automatisch uitgescha- keld. De waarde is bij de geselecteerde of bij de laatst gebruikte gebruiker opgeslagen.
6.4 Resultaten beoordelen
Algemene informatie over de bloeddruk
- De bloeddruk is de kracht waarmee de bloedstroom te- gen de wanden van aders drukt. De arteriële bloeddruk verandert in de loop van een hartcyclus constant.
- De bloeddruk wordt altijd in de vorm van twee waarden weergegeven: - De hoogste druk is de systolische bloeddruk. Deze ontstaat wanneer de hartspier zich samentrekt en het bloed daardoor in de bloedvaten wordt gedrukt. - De laagste druk is de diastolische bloeddruk. Dit is de druk die aanwezig is wanneer de hartspier zich vol- ledig uitgerekt heeft en het hart zich met bloed vult.
- Schommelingen in de bloeddruk zijn normaal. Zelfs bij een herhaalde meting kan er sprake zijn van aanzienlijke verschillen tussen de gemeten waarden. Eenmalige of onregelmatige metingen geven daarom geen betrouw- bare informatie over de werkelijke bloeddruk. Een be- trouwbare beoordeling is alleen mogelijk als u regelmatig metingen uitvoert onder vergelijkbare omstandigheden. Hartritmestoornissen Het apparaat kan tijdens de bloeddrukmeting eventuele hartritmestoornissen identificeren. Na de meting wijst u op eventuele onregelmatigheden in uw hartslag. Herhaal de meting als wordt weergegeven. Gebruik voor de beoordeling van uw bloeddruk alleen de resultaten die zonder onregelmatigheden in uw hartslag zijn geregistreerd. Raadpleeg uw arts als vaak wordt weergegeven. Alleen hij kan de aanwezigheid van een stoornis tijdens een onder- zoek vaststellen. Risico-indicator Bereik van de geme- ten bloeddrukwaarden Classificatie Kleur van de risico- indicator Systolisch (in mmHg) Diastolisch (in mmHg) ≥ 180 ≥ 110 Hoge bloeddruk graad 3 (ernstig) Rood
geeft aan binnen welk gebied de bloeddruk zich bevindt. Als de gemeten waarden zich in twee verschillende gebieden bevinden (bijv. systolisch in het ge- bied ‘hoog-normaal’ en diastolisch in het gebied ‘normaal’), dan geeft de risico-indicator altijd het hoogste gebied weer; in het beschreven voorbeeld is dat ‘hoog-normaal’. Houd er rekening mee dat deze standaardwaarden uit- sluitend opgevat mogen worden als algemene richtlijn, omdat de bloeddruk per persoon kan afwijken. Houd er ook rekening mee dat de waarden die u thuis zelf meet over het algemeen lager zijn dan de waarden die bij uw arts worden gemeten. Raadpleeg regelmatig uw arts. Alleen uw arts kan u vertellen wat uw persoonlijke streefwaarden zijn voor een gecontroleerde bloeddruk – met name als u een medicamenteuze behandeling ondergaat. Te lage bloeddruk WAARSCHUWING Een te lage bloeddruk (hypotensie) kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid en duizeligheid of flauwvallen veroorzaken. We spreken van een te lage bloeddruk wanneer systole en diastole lager zijn dan 90/60 mmHg (bron: National Health Service, 2023). Raadpleeg een arts wanneer u plotseling een lage bloeddruk hebt. Atriumfibrilleren Boezemfibrilleren is een van de meest voorkomende vormen van een hartritmestoornis en wordt gekenmerkt door een on- regelmatige hartslag en een groter risico op beroertes, hartfa- len en andere hartcomplicaties. De uiteindelijke diagnose van boezemfibrilleren kan alleen door middel van een medisch onderzoek worden gesteld, maar de Beurer AFIB-technologie van dit apparaat maakt al een zeer nauwkeurige detectie mogelijk. Daarbij wordt tijdens de bloeddrukmeting mogelijk boezemfibrilleren herkend. Na de meting wordt dit middels het symbool in combinatie met het symbool weergegeven. Bij aritmie, zoals boe- zemfibrilleren, kan de weergegeven bloeddrukwaarde ver- tekend zijn. Als na een bloeddrukmeting het symbool wordt weergegeven, herhaalt u het meetproces. Rust van tevoren 5 minuten uit. Tijdens de meting mag u niet bewe- gen en niet spreken. Als het symbool opnieuw en vaker wordt weergegeven, moet u zo snel mogelijk contact opne- men met uw arts. Als bekend is dat u last hebt van boezem- fibrilleren, volg dan de instructies van uw arts op over hoe u te werk moet gaan bij een AFIB-detectie door het apparaat. Voer geen zelfdiagnose en -behandelingen uit op basis van de resultaten van de meting, maar volg altijd de instructies van de arts op. Rustindicator (door de HSD-diagnostiek) Een van de meest voorkomende fouten bij het meten van de bloeddruk is dat er op het moment van de meting geen spra- ke is van voldoende rust in de bloedsomloop bij de gebruiker.169 In dit geval geven de gemeten systolische en diastolische bloeddrukwaarde niet de bloeddruk in rust weer, die wel no- dig is voor de beoordeling van de gemeten waarden. Deze bloeddrukmeter maakt gebruik van de geïntegreerde hemodynamische stabiliteitsdiagnostiek (HSD) om de hemo- dynamische stabiliteit van de gebruiker tijdens de bloeddruk- meting te meten. Op die manier kan de bloeddrukmeter aan- geven of de bloeddruk bij voldoende rust in de bloedsomloop is vastgesteld.
De gemeten bloeddrukwaarde is bij voldoende rust in de bloedsomloop vast- gesteld en geeft vrij zeker de bloeddruk in rust van de gebruiker weer.
Er zijn aanwijzingen voor onvoldoende rust in de bloedsomloop. De bloeddrukwaarden die in dit geval zijn gemeten, weerspiege- len in de regel niet de bloeddruk in rust. Daarom moet de meting na een lichame- lijke en geestelijke rusttijd van minstens 5minuten worden herhaald. Het symbool van de rustin- dicator wordt niet weerge- geven. Tijdens de meting kon niet worden bepaald of er sprake was van voldoende rust in de bloedsomloop. Ook in dit geval moet de meting na een rustpauze van minstens 5minuten worden herhaald. Onvoldoende rust in de bloedsomloop kan verschillende oorzaken hebben, zoals lichamelijke belasting, geestelijke inspanning of afleiding, praten of hartritmestoornissen tijdens de meting. In de meeste gevallen biedt de HSD zeer goede informatie over de aanwezigheid van rust in de bloedsomloop bij een bloeddrukmeting. Bepaalde patiënten met hartritmestoornissen of permanente geestelijke belasting kunnen echter ook langdurig hemody- namisch instabiel blijven, zelfs na meerdere rustperioden. De nauwkeurigheid van de vastgestelde bloeddruk in rust is bij deze gebruikers beperkt. De HSD heeft net als alle andere medische meetmethoden een beperkte nauwkeurigheid en kan in enkele gevallen onjuiste resultaten leveren. De gemeten bloeddrukwaarden waarbij voldoende rust in de bloedsomloop is vastgesteld, zijn echter zeer betrouwbaar.
6.5 Meetwaarden bekijken en wissen
Gebruiker De resultaten van elke succesvolle meting worden met datum en tijd opgeslagen. Bij meer dan 120meetgegevens worden telkens de oudste meetgegevens gewist. Druk op op het startscherm en selecteer de gewenste gebruiker met de schuifregelaar. Gemiddelde waarde wordt weergegeven: De gemiddelde waarde van alle voor deze gebruiker opgesla- gen meetwaarden wordt weergegeven.
wordt weergegeven: Gemiddelde waarde van de ochtendmetingen van de laatste 7 dagen wordt weergegeven (ochtend: 05.00 uur – 09.00 uur).
wordt weergegeven: Gemiddelde waarde van de avondmetingen van de laatste 7 dagen wordt weergegeven (avond: 18.00 uur – 20.00 uur). Afzonderlijke meetwaarden
Als u nogmaals op > drukt, wordt de laatste afzonderlij- ke meting op het display weergegeven (in dit voorbeeld meting 03).
Als u nogmaals op < / > drukt, kunt u de afzonderlijke meet- waarden bekijken.
om het apparaat weer uit te schakelen. Druk op om het menu te verlaten. Meetwaarden wissen
Om alle opgeslagen meetwaarden van een gebruiker te wissen, selecteert u de betreffende meetwaarden. Op het display worden en de gemiddelde waarde van alle opgeslagen meetwaarden van deze gebruiker weergegeven.
2. Houd < en > ongeveer 5 seconden ingedrukt.
Op het display wordt voor / voor weergegeven. Alle waarden van de geselecteerde ge- bruiker worden gewist. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld. Apparaat terugzetten naar de fabrieksinstel- lingen
Selecteer het gebruikersgeheugen om alle opgeslagen meetwaarden en instellingen te wissen. Druk op >. Op het display wordt weergegeven.
2. Houd < en > ongeveer 15 seconden ingedrukt.
Op het display wordt weergegeven. Alle op het appa- raat opgeslagen gegevens worden gewist, het apparaat is teruggezet naar de fabrieksinstellingen. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld.
7. REINIGING EN ONDERHOUD
- Reinig het apparaat en de manchet voorzichtig met al- leen een licht bevochtigde doek.
- Gebruik geen schoonmaakproducten of oplosmiddelen.
- Houd het apparaat en de manchet nooit onder water, omdat er anders vocht kan binnendringen, waardoor het apparaat en de manchet beschadigd kunnen raken.
- Zorg ervoor dat er geen zware voorwerpen op het appa- raat en de manchet worden geplaatst als u deze opbergt. De manchetslang mag niet worden geknikt.
Verwijder de batterijen als u het apparaat langere tijd niet gebruikt.171
RESERVEONDERDELEN Toebehoren en reserveonderdelen vindt u op de homepage www.beurer.de in de rubriek ‘Service’. Geef het bijbehorende bestelnummer op. Omschrijving Artikel-/bestelnummer Universele manchet (22-42cm) 164.503 Netvoeding (EU) 072.78 Netvoeding (UK) 072.79
9. PROBLEMEN OPLOSSEN
Fout- melding Mogelijke oorzaak Oplossing Er kon geen hartslag worden gemeten. Herhaal de meting na een pauze van een minuut. Let erop dat u tijdens de meting niet spreekt of beweegt. De gemeten bloeddruk ligt buiten het meet- bereik. Fout- melding Mogelijke oorzaak Oplossing Er is sprake van een pneumati- sche systeem- fout. Voer het meetproces opnieuw uit. Zorg ervoor dat de manchetslang correct is aangesloten en dat u niet beweegt en niet spreekt. Er is een fout opgetreden tij- dens de meting. Herhaal de meting na een pauze van een minuut. Let erop dat u tijdens de meting niet spreekt of beweegt. De oppompdruk is hoger dan 300mmHg. Controleer bij een nieuwe meting of de manchet correct kan worden op- gepompt. Zorg ervoor dat uw arm niet op de slang ligt en dat er geen zware voorwerpen op de slang liggen. De slang mag ook niet geknikt zijn. Er is sprake van een systeem- fout. Neem bij deze foutmel- ding contact op met de klantenservice.172 Fout- melding Mogelijke oorzaak Oplossing De batterijen zijn bijna leeg. Plaats nieuwe batterijen in het apparaat.
Apparaat repareren en afvoeren
- U mag het apparaat niet zelf repareren of afstellen. Wan- neer u dit toch doet, kan een storingsvrije werking niet langer worden gegarandeerd.
- Maak het apparaat niet open. U mag alleen het bat- terijvak openen. Wanneer u deze instructie niet in acht neemt, vervalt de garantie.
- Reparaties mogen alleen door de klantenservice of ge- autoriseerde verkopers worden uitgevoerd. Controleer voordat u een klacht indient altijd eerst de batterijen en vervang deze als dat nodig is.
- Het apparaat mag niet met het huisvuil worden wegge- gooid. U kunt het apparaat inleveren bij gespe- cialiseerde inzamelpunten in uw land. Voer het apparaat af conform de EU-richtlijn voor afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de verantwoordelijke instanties voor afvalverwijdering in uw gemeente. Batterijen verwijderen
- De volledig lege batterijen mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Deponeer batterijen in de daar- voor specifiek bestemde afvalbakken of bied ze bij het afvalverwerkingsstation of de elektriciteitszaak aan als chemisch afval. U bent wettelijk verplicht de batterijen correct af te voeren.
- Deze tekens kunt u aantreffen op batterijen met schade- lijke stoffen: - Pb = batterij bevat lood - Cd = batterij bevat cadmium - Hg = batterij bevat kwik
11. TECHNISCHE GEGEVENS
Type BM 53 Meetmethode Oscillometrische, non-invasieve bloeddruk- meting aan de bovenarm Meetbereik Manchetdruk 300 mmHg, systolisch 50-280 mmHg, diastolisch 30-200 mmHg, hartslag 40-199 slagen /minuut Nauwkeurig- heid van de weergave Systolisch ± 3 mmHg, diastolisch ± 3 mmHg, hartslag ± 5% van de weergegeven waarde Meetonzeker- heid Max. toelaatbare standaardafwijking con- form klinische controle: systolisch 8 mmHg/ diastolisch 8 mmHg173 Geheugen 2 x 100 geheugenruimtes Afmetingen L 140 mm x b 94 mm x h 46 mm Gewicht Ongeveer 437 g (zonder batterijen, met manchet) Manchetmaat Bovenarmomtrek van 22 tot 42 cm Omstandig- heden bij gebruik + 10 °C tot + 40 °C, 10 – 85 % relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend), omgevingsdruk van 700 –1060 hPa Omstandig- heden voor opslag en transport -20 °C tot + 55 °C, ≤ 90% relatieve luchtvoch- tigheid Stroomvoor- ziening
x 1,5 V AAA-batterijen Levensduur batterijen Voor ongeveer 300 metingen, afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk dan wel de oppompdruk Te verwach- ten levens- duur van het product Informatie over de levensduur van het pro- duct vindt u op beurer.com Classificatie Interne voeding, IP 20 geen AP of APG, ononderbroken werking, toegepast onderdeel, type BF Het serienummer staat op het apparaat of in het batterijvak. Wijzigingen van de technische gegevens zonder kennisge- ving zijn om actualiseringsredenen voorbehouden.
Dit apparaat voldoet aan de Europese norm EN 60601-1-2 (in overeenstemming met CISPR-11, IEC 61000-3-2, IEC 61000-3-3, IEC 61000-4-2, IEC 61000-4-3, IEC 61000-4-4, IEC 61000-4-5, IEC 61000-4-6, IEC 61000-4-7, IEC 61000-4-8, IEC 61000-4-11) en is onderworpen aan bijzondere veiligheidsmaatregelen op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit. Let er daarbij op dat draagbare en mobiele HF-communica- tieapparatuur dit apparaat negatief kunnen beïnvloeden.
De nauwkeurigheid van deze bloeddrukmeter is zorgvul- dig gecontroleerd en het apparaat is ontwikkeld met het oog op een lange gebruiksduur. Wanneer het apparaat in de geneeskunde wordt gebruikt, moeten meettechni- sche controles met daarvoor geschikte middelen worden uitgevoerd. Uitgebreide informatie over het controleren van de nauwkeurigheid kan worden aangevraagd via het servicepunt. Netadapter Modelnr. LXCP12X-050100BG Ingang 100 – 240 V, 50 – 60 Hz, 0,5 A max Uitgang 5 V DC, 1 A, alleen in combinatie met Beurer bloeddrukmeters Fabrikant Shenzhen Longxc Power Supply Co., Ltd174 Beveiliging Het apparaat is dubbel geïsoleerd en beschikt over een zekering aan de primaire zijde, die het apparaat in geval van een sto- ring loskoppelt van het elektriciteitsnet. Zorg ervoor dat u de batterijen uit het batterijvak hebt verwijderd, voordat u de netadapter gebruikt. Polariteit Dubbel geïsoleerd/veiligheidsklasse 2 Behuizing en afdekkingen De behuizing van de netadapter beschermt tegen aanraking van onderdelen die onder stroom staan of kunnen staan (vingers, naalden, testhaak). De gebruiker mag de patiënt en de uit- gangsstekker van de AC/DC-netadapter niet tegelijkertijd aanraken.
12. GARANTIE/SERVICE
Meer informatie over de garantie en de garantievoorwaarden vindt u in de meegeleverde garantiebrochure. Melding van incidenten Voor gebruikers/patiënten in de Europese Unie en bij iden- tieke reguleringssystemen (verordening betreffende medi- sche apparaten MDR (EU) 2017/745) geldt: als zich tijdens of vanwege het gebruik van het product een ernstig incident voordoet, dient u dit te melden bij de fabrikant en/of bij diens gemachtigde en bij de desbetreffende nationale overheid van de lidstaat waarin de gebruiker/patiënt zich bevindt. Fouten en wijzigingen voorbehouden175
Notice-Facile