PAN 185 - Multimeter Pancontrol - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PAN 185 Pancontrol in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PAN 185 - Pancontrol en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PAN 185 van het merk Pancontrol.
GEBRUIKSAANWIJZING PAN 185 Pancontrol
Nederlands NL 1 - NL 19
4. Uitleg van de symbolen aan het toestel .......................................... 5
5. Bedieningselementen en aansluitbussen ........................................ 6
6. Het display en zijn symbolen ........................................................... 8
Hartelijk dank dat u voor een toestel PANCONTROL gekozen heeft. Het merk PANCONTROL is sinds 1986 voor praktische, goedkope en professionele meetinstrumenten beschikbaar. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe toestel en zijn ervan overtuigd, dat het u heel wat jaren goede diensten zal bewijzen. Gelieve deze gebruiksaanwijzing aandachtig volledig door te nemen voor de eerste inbedrijfstelling van het toestel, zodat u zich met de correcte bediening van het toestel kunt vertrouwd maken en verkeerde bedieningen kuntNL 3 voorkomen. Volg in het bijzonder alle veiligheidsrichtlijnen op. Dit niet respecteren kan leiden tot schade aan het toestel, en aan de gezondheid. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig zodat u hem later kunt raadplegen of samen met het toestel kunt doorgeven.
Gelieve de inhoud van de levering na het uitpakken op transportschade en volledigheid te controleren.Gelieve de inhoud van de levering na het uitpakken op transportschade en volledigheid te controleren. - Meettoestel - Testkabel - Type K temperatuurvoeler - Batterij(en) - Gecapitonneerde draagtas - Gebruiksaanwijzing
3. Algemene veiligheidsrichtlijnen
Om een veilig gebruik van het toestel te garanderen, gelieve alle veiligheids- en gebruiksmaatregelen in deze handleiding op te volgen. - Ga voor gebruik na of de testkabel en het toestel onbeschadigd zijn en probleemloos functioneren. (bv. aan bekende spanningsbronnen). - Het toestel mag niet meer gebruikt worden als de behuizing of de testkabels beschadigd zijn, als een of meerdere functies uitvallen, als er geen werking meer wordt weergegeven of als u vermoedt, dat er iets niet in orde is.NL 4 - Als de veiligheid van de gebruiker niet kan worden gegarandeerd, moet het toestel buiten bedrijf worden gezet en tegen gebruik worden beveiligd. - Bij het gebruik van dit toestel mogen de testkabels uitsluitend aan de grepen achter de vingerbescherming worden aangeraakt - de testtoppen niet aanraken. - Aard nooit bij het uitvoeren van elektrische metingen. Raak in geen geval vrijliggende metalen buizen, armaturen enz. aan, die een aardingspotentiaal kunnen hebben. Zorg voor isolatie van je lichaam door droge kleding, rubberen schoenen, rubberen matten of andere gecontroleerde isolatiematerialen. - Stel het toestel zo op, dat het bedienen van scheidingsinrichtingen naar het net niet moeilijker wordt. - Stel de draaischakelaar altijd voor het begin van de meting in op het gewenste meetbereik en zet de meetbereiken correct vast. - Als de grootte van de te meten waarde onbekend is, begint u altijd met het hoogste meetbereik aan de draaiknop. Verminder die dan indien nodig stapsgewijs. - Als het meetbereik tijdens het meten veranderd moet worden, koppel de testpunten dan eerst los van het te meten circuit. - Draai nooit met de draaiknop tijdens een meting, maar doe dat uitsluitend in spanningsloze toestand. - Laat nooit spanningen of stroom toe aan het meettoestel als die de maximale waarde overschrijden die op het toestel zijn aangegeven. - Onderbreek de spanningstoevoer en ontlaad de filtercondensatoren in de spanningstoevoer, voordat u weerstanden meet of dioden controleert. - Sluit de kabel van het meettoestel nooit op een spanningsbron aan terwijl de draaiknop op stroomsterkte, weerstand of diodetest is ingesteld. Dat kan leiden tot beschadiging aan het toestel.NL 5 - Verwijder de batterij onmiddellijk zodra het batterijsymbool op het schermpje verschijnt. - Schakel altijd uit het toestel en de test leads uit alle bronnen van spanning te verwijderen alvorens het apparaat om te wisselen van de accu of de zekering te openen. - Verwijder het meettoestel nooit met afgenomen achterkantbedekking of met open batterij- of zekeringenvak. - Gebruik het toestel niet in de buurt van sterke magneetvelden (bv. lastranformator), omdat die de weergave kunnen vervalsen. - Gebruik het toestel nooit in open lucht, in een vochtige omgeving of in omgevingen die aan sterke temperatuurschommelingen onderhevig zijn. - Bewaar het toestel niet in rechtstreeks zonlicht. - Als u het toestel langere tijd niet gebruikt, verwijder dan de batterij. - Als het toestel aangepast of gewijzigd wordt, is de betrouwbaarheid niet langer gegarandeerd. Bovendien vervallen alle garantie- en aansprakelijkheidsvorderingen.
4. Uitleg van de symbolen aan het toestel
Overeenstemming met de EU-laagspanningsrichtlijn (EN-61010)
Beschermende isolatie: Alle onderdelen onder spanning zijn dubbel geïsoleerd
Gevaar! Volg de richtlijnen in de gebruiksaanwijzing op!
Opgelet! Gevaarlijke spanning! Gevaar op elektrische schok.
Dit product kan op het einde van zijn levenscyclus niet met het gewone huishoudelijke afval worden meegegeven, maar moet op een inzamelplaats voor de recyclage van elektrische en elektronische toestellen worden afgegeven.NL 6 CAT III Het toestel is bedoeld voor metingen in de installatie van het gebouw. Dat zijn bijvoorbeeld metingen aan verdelers, vermogensschakelaars, de bekabeling, schakelaars, stopcontacten van de vaste installatie, toestellen voor industrieel gebruik en vast geïnstalleerde motoren. CAT IV Het toestel is bedoeld voor metingen aan de bron van de laagspanningsinstallatie. Dat zijn bijvoorbeeld tellers en metingen aan primaire stroombegrenzingsinrichtingen en centrale regeltoestellen.
Gelijkspanning/-stroom (DC)
5. Bedieningselementen en aansluitbussen
2. De functieknoppen
5. Niveau van de verlichtingssterkte
6. Temperatuur / Luchtvochtigheid -
(microfoon)NL 7 De functieknoppen RANGE Automatische/handmatige bereik selectie Hz / % Frequentie / Voelgraad REL Meting relatieve waarde (REL) °C / °F Set eenheid van temperatuur Achtergrondverlichting FUNCTION Functie HOLD Data houden De draaiknop en zijn symbolen OFF Toestel uitgeschakeld
Meting gelijkspanning / Meting wisselspanning Hz % Frequentie- en voelgraadmeting
Diodenmeting / Doorgangstest / Weerstandsmeting / Capaciteitsmeting TEMP Temperatuurmeting
Meting gelijkstroom / Meting wisselstroomNL 8
6. Het display en zijn symbolen
- AC Wisselspanning/-stroom - DC Gelijkspanning/-stroom - Batterij zwak - Bedrijfsweergave / Automatische uitschakeling - AUTO Automatische bereikselectie actief - Diodentest actief - Doorgangstest actief - H Data houden - REL Meting relatieve waarde (REL) - Weerstandsmeting - Hz / % Frequentie- en voelgraadmeting - °C/°F Temperatuurmeting (Type K temperatuurvoeler) - dB Geluidspiekmeting - Lux Meting belichtingssterkte - A Meting gelijkstroom / Meting wisselstroom - V Meting gelijkspanning / Meting wisselspanning - F Capaciteitsmeting - OL OverbelastingsweergaveNL 9
- Secundairedisplay (Kleine aantallen): Luchtvochtigheid (RH in %) Omgevingstemperatuur(°C of °F)
7. Technische gegevens
Hoofddisplay 3 1/2 Cijferige (naar 3999) Secundairedisplay Omgevingstemperatuur en Luchtvochtigheid Overbelastingsweergave
Polariteit automatisch (minteken voor negatieve polariteit) Meetrate 3 / s Categorie CAT III 1000 V of
max. spanning tegen aarding 1000 V DC / 750 V AC Bescherming overbelasting 1000 V Ingangsimpedantie 10 MΩ Diodentest Nullastspanning: 1,5 V Test de huidige: <1 mA Doorgangstest Bij een weerstand van minder dan ca. 50 Ω hoort u een signaaltoon. Bij een open schakelcircuit wordt op het display "OL" getoond. Stroomvoorziening 4 x 1,5 V (AA) Batterij(en) Automatische uitschakeling 10 Min. Bedrijfsvoorwaarden 0º C naar 40º C / <70% LuchtvochtigheidNL 10 Opslagvoorwaarden -10º C naar 60º C / <70% Luchtvochtigheid (Verwijder de batterij als Luchtvochtigheid >70%) Zekering(en) mA, µA -Gebied: FF 400 mA H 1000 V A-Gebied: FF 10 A H 1000 V Gewicht ca.410 g (met Batterij(en) Afmeting 204 x 94 x 57 mmNL 11
1. Schakel het meettoestel altijd uit (OFF) als u het niet gebruikt.
2. Als tijdens de meting „OL" wordt getoond op het display, dan overschrijdt
de meetwaarde het ingestelde meetbereik. Schakel, als dat er is, over op een hoger meetbereik. Opgelet! Door de hoge ingangsgevoeligheid in de lage meetbereiken worden er bij een ontbrekend ingangssignaal mogelijk toevalswaarden getoond. De aflezing stabiliseert bij de aansluiting van de testkabel op een signaalbron. Meet geen spanningen terwijl er op het schakelcircuit een motor wordt in- of uitgeschakeld. Dat kan tot hoge spanningspieken en bijgevolg beschadiging van het meettoestel leiden. Gevaar op elektrische schok. De testpunten zijn mogelijk niet lang genoeg om de spanningsgeleidende delen in enkele stopcontacten van 230V te raken, omdat die heel diep zijn ingebracht. Als resultaat kan de aflezing 0 Volt tonen, hoewel er in feite spanning aanwezig is. Ga na of de testpunten de metalen contacten in het stopcontact raken voordat u ervan uitgaat dat er geen spanning is. In de buurt van toestellen die elektromagnetische strooivelden aanmaken (bv. lastransformator, ontsteking enz.) kan het display onnauwkeurige of geblokkeerde waarden tonen. Automatische/handmatige bereik selectie Als het meettoestel wordt ingeschakeld, bevindt het zich automatisch in de bedrijfsmodus "AutoRanging" (automatische bereikselectie). Hierbij herkent het toestel zelfstandig het geschikte meetbereik. Deze instelling is ook in de meeste gevallen de beste keuze. Als u echter het meetbereik manueel moet vastleggen, handel dan als volgt:
1. Door op de RANGE - knop te drukken, kunt u het meetbereik
2. Druk zo vaak op de RANGE - knop, tot u het gewenste meetbereik
3. Om te schakelen op de automatische bereik selectie opnieuw, de
RANGE-knop 2 seconden ingedrukt.NL 14 Meting gelijkspanning / Meting wisselspanning Opgelet! Gelijkspanning max. 1.000 V Wisselspanning max. 750 V
1. Zet de draaiknop op de positie V
2. Sluit de bananenstekker van de zwarte testkabel aan op de COM-bus en
de bananenstekker van de rode testkabel op de V, Ω, Hz %-bus.
3. Raak met de zwarte testpunt de negatieve kant en met de rode testpunt
de positieve kant van het schakelcircuit aan.
4. Als de weergegeven waarde stabiliseert, leest u het display af. Bij
omgekeerde polariteit wordt er op het display een minteken (-) voor de waarde getoond. Als de indicator tijdens de meting niet zichtbaar is, kan de meetwaarde met de HOLD-knop worden vastgehouden. Gelijkstroom / Meting wisselstroom Voer geen stroommetingen in het bereik 10 A uit gedurende langer dan 30 seconden. Doorlopend gebruik van meer dan 30 seconden kan tot beschadiging leiden aan het meettoestel en/of de testkabel.
1. Voor stroommetingen tot 4000 mA zet u de draaiknop op de mA-positie
en sluit u de bananenstekker van de rode testkabel aan op de mA-bus. Voor stroommetingen tot 10 A zet u de draaiknop op de A-positie en sluit u de bananenstekker van de rode testkabel aan op de A-bus.
2. Raak met de zwarte testpunt de negatieve kant en met de rode
testpunt de positieve kant van het schakelcircuit aan.
3. Als de weergegeven waarde stabiliseert, leest u het display af. Bij
omgekeerde polariteit wordt er op het display een minteken (-) voor de waarde getoond. Als de indicator tijdens de meting niet zichtbaar is, kan de meetwaarde met de HOLD-knop worden vastgehouden. Weerstandsmeting Voor het vermijden van elektrische schokken schakelt u de stroom van het te testen toestel uit en ontlaadt u alle condensatoren, voordat u metingen uitvoert.
1. Zet de draaiknop op de positie
2. Sluit de bananenstekker van de zwarte testkabel aan op de COM-bus
en de bananenstekker van de rode testkabel op de V, Ω, Hz %-bus.NL 15
3. Raak met de zwarte testpunt de negatieve kant en met de rode
testpunt de positieve kant van het schakelcircuit aan.
4. Als de weergegeven waarde stabiliseert, leest u het display af. Bij
omgekeerde polariteit wordt er op het display een minteken (-) voor de waarde getoond. Als de indicator tijdens de meting niet zichtbaar is, kan de meetwaarde met de HOLD-knop worden vastgehouden. Doorgangstest Voor het vermijden van elektrische schokken schakelt u de stroom van het te testen toestel uit en ontlaadt u alle condensatoren, voordat u metingen uitvoert.
1. Zet de draaiknop op de positie
2. Sluit de bananenstekker van de zwarte testkabel aan op de COM-bus en
de bananenstekker van de rode testkabel op de V, Ω, Hz %-bus.
3. Raak met de zwarte testpunt de negatieve kant en met de rode
testpunt de positieve kant van het schakelcircuit aan.
4. Bij een weerstand van minder dan ca. 50 Ω hoort u een signaaltoon. Bij
een open schakelcircuit wordt op het display "OL" getoond. Diodenmeting
1. Zet de draaiknop op de positie
2. Raak met de testpunten de te testen diode aan. De doorlaatspanning
geeft 400 tot 700 mV aan. De blokkeerspanning geeft "OL" aan. Defecte dioden geven in beide richtingen een waarde van 0 mV of "OL" aan. Frequentie- en voelgraadmeting
1. Zet de draaiknop op de positie Hz %
2. Selecteer met de knop FUNCTION Hz of %
3. Sluit de bananenstekker van de zwarte testkabel aan op de COM-bus en
de bananenstekker van de rode testkabel op de V, Ω, Hz %-bus.
4. Raak met de zwarte testpunt de negatieve kant en met de rode testpunt
de positieve kant van het schakelcircuit aan.
5. Als de weergegeven waarde stabiliseert, leest u het display af. Bij
omgekeerde polariteit wordt er op het display een minteken (-) voor de waarde getoond. Als de indicator tijdens de meting niet zichtbaar is, kan de meetwaarde met de HOLD-knop worden vastgehouden.NL 16 Capaciteitsmeting
1. Zet de draaiknop op de positie
2. Sluit de bananenstekker van de zwarte testkabel aan op de COM-bus en
de bananenstekker van de rode testkabel op de V, Ω, Hz %-bus.
3. Voor de condensatoren met bewezen polariteit legt u de rode testpunt op
de anode en de zwarte testpunt op de kathode van de component en leest u de meetwaarde op het display af. Als de indicator tijdens de meting niet zichtbaar is, kan de meetwaarde met de HOLD-knop worden vastgehouden. Meting relatieve waarde (REL) De functie "Meting Relatieve waarde" maakt het u mogelijk om metingen uit te voeren in een directe vergelijking met een voordien bewaarde referentiewaarde. Een referentiespanning, een referentiestroom enz. kan voordien in het toestel worden bewaard. De meetwaarde die bij volgende metingen door het meettoestel worden getoond, is het verschil tussen referentiewaarde en gemeten grootte.
1. Meet de referentiegrootte zoals verder boven beschreven.
2. Druk op de REL - knop om deze meetwaarde in het display op te slaan.
Het symbool "REL" verschijnt op het display.
3. Verdere metingen uitvoeren.
4. Het apparaat wordt weergegeven dat het verschil ten opzichte van de
5. Als u wilt terugkeren naar de normale modus, druk op de "REL"-knop
gedurende 2 seconden ingedrukt. Temperatuurmeting (Type K temperatuurvoeler)
1. Zet de draaiknop op de positie TEMP
2. Sluit het apparaat aan de K-sonde. Observeer de juiste polariteit!
3. (Rood: mA / TEMP, zwart: COM)
4. Raak het meetobject aan met de temperatuurvoeler, wacht tot de waarde
op het display stabiel blijft en lees de meetwaarde af. Indien nodig, gebruik warmte uitvoeren van plakken. Geluidspiekmeting
1. Zet de draaiknop op de positie dB
2. Richt de microfoon in een rechte hoek op de geluidsbron.NL 17
3. Als de microfoon aan sterke wind (meer dan 10m/s) wordt blootgesteld,
kan de weergave foutief zijn. Voor de microfoon moet er een windscherm worden aangebracht. Meting belichtingssterkte
1. Zet de draaiknop op de positie Lux (x10 Lux)
2. Hiermee lijnt u de bovenkant van het meetinstrument met de lichtbron.
3. Lees het niveau van verlichting.
Tip: De afstand tot de lichtbron moet ten minste 15 x de diameter van de lichtbron. Merk op dat de verlichtingssterkte met het kwadraat van de afstand afneemt. (2 x Afstand = 1/4 Niveau van de verlichtingssterkte) Omgevingstemperatuur / Luchtvochtigheid Zodra u het apparaat inschakelt, toont het de huidige omgevingstemperatuur en de luchtvochtigheid op het display van de kant. (gemiddelde van de laatste 20 seconden)
Reparaties aan dit toestel mogen uitsluitend door gekwalificeerde vakmensen worden uitgevoerd. Bij verstoorde functies van het meettoestel test u: - Functie en polariteit van de batterij - Functie van de zekeringen (indien aanwezig) - Of de testkabels volledig tot de aanslag zijn ingestoken en in goede toestand zijn. (Controle via doorgangstest)NL 18 De batterij(en) vervangen Zodra het batterijsymbool of BATT op het display verschijnt, vervangt u de batterij. Opgelet! Schakel altijd uit het toestel en de test leads uit alle bronnen van spanning te verwijderen alvorens het apparaat om te wisselen van de accu of de zekering te openen.
1. Open het batterijvak.
2. Steek de batterij in de houder en let hierbij op de juiste polariteit.
3. Sluit het batterijvak weer.
4. Breng lege batterijen op de juiste plaats binnen.
Vervangen van de zekering(en) Opgelet!: Schakel altijd uit het toestel en de test leads uit alle bronnen van spanning te verwijderen alvorens het apparaat om te wisselen van de accu of de zekering te openen.
1. Openen van het apparaat.
2. Trek de defecte zekering voorzichtig uit de houder.
3. Steek een nieuwe zekering in en controleer of die goed zit.
4. Steek het deksel van het meettoestel en schroef het vast.
Reiniging Bij vervuilingen moet u het toestel met een vochtige doek en wat gewoon schoonmaakmiddel reinigen. Let erop, dat er geen vloeistof in het toestel komt! Geen agressieve reinigings- of oplosmiddelen gebruiken!NL 19
10. Garantie en reserveonderdelen
Voor dit toestel geldt de wettelijke garantie van 2 jaar vanaf datum van aankoop (volgens aankoopbewijs). Reparaties aan dit toestel mogen uitsluitend nog door overeenkomstig geschoold vakpersoneel worden uitgevoerd. Als er nood is aan vervangstukken of bij vragen of problemen, gelieve u te wenden tot uw gespecialiseerde handelaar of tot:
Fout- en drukfouten voorbehouden. 2017-09Bruksanvisning PAN 185 Digital multimeterSE 2 Innehåll
Notice-Facile