CM 13 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 13 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CM 13 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 13 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 13 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CM 13 BENNING
Digitale multimeter voor het meten van: - Wisselstroom - Wisselspanning - Gelijkspanning - Weerstand - Dioden - Stroomdoorgang Inhoud
1. Opmerkingen voor de gebruiker.
2. Veiligheidsvoorschriften.
4. Beschrijving van het apparaat.
5. Algemene kenmerken.
6. Gebruiksomstandigheden.
7. Elektrische gegevens.
8. Meten met de BENNING CM 1-3
10. Technische gegevens van de meettoebehoren
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Elektriciens. - Elektrotechnici. De BENNING CM 1-3 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000 V DC en 750 V AC. (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden“). In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 1-3 worden de volgende symbolen gebruikt: Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.
Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.
Let op de gebruiksaanwijzing! Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen. Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 1-3 dubbel geïsoleerd is (bescherminingsklasse II). Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning. Dit symbool geeft de instelling weer van ‘diodencontrole’. Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal. DC: gelijkspanning AC: wisselspanning/ -stroom Aarding (spanning t.o.v. aarde)04/ 2019
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032 DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waar- schuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.
De BENNING CM 1-3 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000 V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie IV met 600 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aange- duide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden. Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik.
Om gevaar te vermijden - mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeets- noeren niet worden aangeraakt - moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.
Bij de levering van de BENNING CM 1-3 behoren:
3.5 Twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen
3.6 Eén gebruiksaanwijzing.
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING CM 1-3 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen (IEC 6 LR 03) - De bovengenoemde veiligheidsmeetsnoeren (gekeurd onderdeel, 044145) voldoen aan CAT III 1000 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.04/ 2019
4. Beschrijving van het apparaat
De BENNING CM 1-3 is een digitale multimeter met een vast mondstuk en een stroomopnamesensor. Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen. 1 Behuizing 2 Draaischakelaar voor functiekeuze - uit (off) - wisselspanningsmeting (AC) - gelijkspanningsmeting (DC) - weerstandsmeting, - dioden- en doorgangstest - wisselstroommeting (AC) 3 Digitaal display (LCD) waarin wordt aangegeven: - de gemeten waarde met een maximale aanduiding van 1999 - de polariteit - de decimaalkomma - het symbool voor lege batterij - de opgeslagen meetwaarde („HOLD-functie“) - de gekozen doorgangstest met akoestisch signaal 4 HOLD-toets (opslagfunctie)/ toets (omschakeling) (dioden- en door- gangstest) 5 VoltSensor-toets voor het vaststellen van de AC-spanning t.o.v. aarde. 6 COM-contactbus, gezamenlijke contactbus voor spannings- en weer- standsmetingen, dioden- en doorgangstest 7 Contactbus (positief
) voor V en Ω 8 Kraag, beschermt tegen aanraken van spanningsvoerende aders 9 Open mondstuk om wisselstroomvoerende ader in te voeren en te omvatten. J LED voor spanningsindicator
) betreft automatische polariteitaanduiding voor gelijkspanning.
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene gegevens van de multimeter BENNING CM 1-3
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) 3 af te lezen met 3½
cijfers van 15 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 1999.
5.1.2 De polariteitsaanduiding 3 werkt automatisch. Er wordt slechts één
pool t.o.v. de gedefinieerde veiligheidsmeetsnoeren aangeduid met „-“.
5.1.3 De bereiksoverschrijding wordt met „OL“ of „-OL“ en gedeeltelijk met
een akoestische waarschuwing aangeduid. Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.
5.1.4 Opslaan van een gemeten waarde in het geheugen: „HOLD“. Door het
indrukken van de toets „HOLD“ 4 wordt de gemeten waarde in het geheugen opgeslagen. Tegelijkertijd verschijnt het symbool „H“ in het display. Door de toets opnieuw in te drukken wordt terug geschakeld naar de meetstatus.
5.1.5 De meetfrequentie bij cijferweergave van de BENNING CM 1-3
bedraagt gemiddeld 1,5 metingen per seconde.
5.1.6 Na ca. 10 minuten in rust schakelt de BENNING CM 1-3 zichzelf auto-
matisch uit. Hij wordt weer ingeschakeld door met de draaischakelaar uit-/ in- te schakelen.
5.1.7 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,2 x (aangegeven
nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C
5.1.8 De BENNING CM 1-3 wordt gevoed door twee micro batterijen 1,5 V
schijnt het batterijsymbool in het scherm
5.1.10 De levensduur van de batterij (alkaline) bedraagt ca. 250 uur.
5.1.11 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 190 x 60 x 40 mm
5.1.12 De meegeleverde veiligheidsmeetsnoeren zijn zonder meer geschikt
voor de BENNING CM 1-3 genoemde nominale spanning en stroom. De meetpennen kunnen met afdekkappen worden beschermd en kunnen voor transport op de achterzijde van het apparaat worden geklikt. Deze opstelling is ook geschikt bij bepaalde metingen.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CM 1-3 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal - Categorie van overbelasting/installatie IEC 60664/ IEC 61010 → 600 V categorie IV; 1000 V categorie III, - Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529), Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Bij een omgevingstemperatuur van 30 °C tot 40 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %. Bij een omgevingstemperatuur van 40 °C tot 50 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %. - Opslagtemperatuur: de BENNING CM 1-3 kan worden opgeslagen bij tem- peraturen van -20 °C tot +60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dient wel de batterij verwijderd te worden.
7. Elektrische gegevens.
Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een rela- tieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
7.1 Meetbereik voor wisselspanning
De ingangsweerstand bedraagt 2 MΩ parallel met 100 pF. De gemeten waarde wordt verkregen door middeling van de gelijkrichting en aangeduid als effectieve waarde. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 200 V 0,1 V ± (1,5 % meetwaarde + 5 digit) bij 50 Hz < f < 500 Hz 750 V eff 1000 V DC 750 V 1 V ± (1,5 % meetwaarde + 5 digit) bij 50 Hz < f < 500 Hz 750 V eff 1000 V DC
7.2 Meetbereik bij gelijkspanning.
De ingangsweerstand bedraagt 2 MΩ Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 200 V 0,1 V ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 750 V eff 1000 V DC 1000 V 1 V ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 750 V eff 1000 V DC
7.3 Meetbereik voor wisselstroom
Het open mondstuk van de stroomtang omvat de ééndradige wisselstroom- voerende leiding. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 200 A 0,1 A ± (3,0 % meetwaarde + 3 digit) bij 50 Hz - 60 Hz 400 A Extra afwijking bij een parallel in de nabijheid liggende stroomvoerende ader: 0,08 A/ A.
7.4 Meetbereik voor weerstanden
De aangegeven nauwkeuringheid van de meting geldt voor een breik tussen 0,4 V en 0,8 V. Beveiliging tegen overbelasting bij diodencontrole: 600V eff De ingebouwde zoemer klinkt bij een weerstand R < 50 Ω. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting Max. meet- stroom Max. nullast- spanning 1 mV ± (1,5 % meetwaarde + 0,05 V) 1,5 mA 3,0 V
8. Meten met de BENNING CM 1-3
8.1 Voorbereiden van de metingen
Gebruik en bewaar de uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtempera- turen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de meegeleverde veiligheids- meetsnoeren voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meets- noeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen. - Voordat met de draaischakelaar 2 een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 1-3 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan het - COM-contactbus 6, zwart - contactbus voor V, Ω 7 van de multimeter BENNING CM 1-3 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 1000 V bedragen. - Kies met de draaiknop 2 van de BENNING CM 1-3 de gewenste instelling (V AC) of (V DC). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω 7 van de BENNING CM 1-3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 3 van de BENNING CM 1-3. Zie fig. 2: meten van gelijkspanning. Zie fig. 3: meten van wisselspanning.
8.3 Wisselstroommeting
8.3.1 Voorbereiden van metingen
Gebruik en bewaar de BENNING CM 1-3 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 1-3 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
Geen spanning zetten op de contactbussen van de BENNING CM 1-3. Neem eventueel de veiligheidsmeetsnoeren van het apparaat.
- Kies met de draaischakelaar 2 de met A~ aangegeven positie. - Voer het open mondstuk over de stroomvoerende ader en wel zo, dat de ader zich in het wijde deel van de opening bevindt. - Lees nu de aanduiding in het display 3 Zie fig. 4: meten van wisselstroom04/ 2019
- Kies met de draaiknop 2 van de BENNING CM 1-3 de gewenste instelling
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω 7 van de BENNING CM 1-3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 3 van de BENNING CM 1-3. Opmerking: - Voor een juiste meting mag er geen spanning staan op de meetpunten. - Bij kleine weerstanden kan het meetresultaat worden verbeterd door de weerstand van het veiligheidsmeetsnoer vast te stellen door de meet- pennen even kort te sluiten en de aldus vastgestelde waarde af te trekken van de totaal vastgestelde weerstand. Zie fig. 5: weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop 2 de gewenste instelling ( ) en toets (omschake- ling) HOLD- „diodentest“ van de BENNING CM 1-3. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω 7 van de BENNING CM 1-3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpunten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display 3 van de BENNING CM 1-3. - Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroomspanning tussen 0,400 V tot 0,900 V aangegeven. De aanduiding “000” wijst op een kortsluiting in de diode, de aanduiding “OL” geeft een onderbreking in de diode aan. - Bij een in sperrichting gemonteerde diode wordt ”OL” aangegeven. Bij een defecte diode wordt “000” of een andere waarde aangegeven. Zie fig. 6: diodecontrole/ doorgangstest met akoestisch signaal
8.6 Doorgangstest met akoestisch signaal
- Kies met de draaiknop 2 de gewenste instelling ( ) en toets (omschake- ling) HOLD- „doorgangstest“ van de BENNING CM 1-3. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω 7 van de BENNING CM 1-3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit. Indien de gemeten weerstand in het circuit tussen de COM- contactbus 6 en de contactbus voor V, Ω 7 50 Ω kleiner is, wordt een akoestisch signaal afgegeven. Zie fig. 6: diodecontrole/ doorgangstest met akoestisch signaal
8.7 Spanningsindicator
De spanningsindicatorfunctie is vanuit alle posities van de draaiknop mogelijk. Bij de spanningindicator zijn geen meetsnoeren nodig (contactloze registratie van een wisselveld). Aan de bovenkant achter het LED bevind zich de opna- mesensor. Bij het in werking stellen van de “VoltSensor”-toets 5 dooft de verlichting in het display (foutief ingeschakeld). Indien er een fasenspanning gelokaliseerd wordt, wordt er een akoestisch en rood ledsignaal J afgegeven. Alleen in het geaarde wisselstroomnet verschijnt een melding! Met een één- polig meetsnoer kan ook de fase vastgesteld worden. Praktijktip: onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels, lichtslang, etc. zijn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen. Functiebereik: ≥ 230 V Zie fig. 7: spanningsindicator met zoemer
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3. - Het veiligheidsmeetsnoer inpluggen met het meetpunt en de toets 5 (“VoltSensor”) in werking stellen. - Het oplichten van het rode led J en het weerklinken van een akoestisch signaal betekent dat dit meetpunt de fase van een geaarde wisselspanning is.04/ 2019
De BENNING CM 1-3 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 1-3 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor- zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING CM 1-3 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel eerst de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 1-3. - Zet de draaischakelaar 2 in de positie „OFF“.
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM 1-3 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing - Meetfouten - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden - Transportschade In dergelijke gevallen dient de BENNING CM 1-3 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 1-3 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het bat- terijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij
Voor het openen van de BENNING CM 1-3 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING CM 1-3 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V micro bat- terijen. Als het batterijsymbool 3 op het display verschijnt, moeten de batterijen worden vervangen (zie afbeelding 8). - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 1-3. - Zet de draaischakelaar 2 in de positie „Off“. - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroeve uit de achterzijde - Neem het deksel van het batterijvak - Neem de lege batterij uit het vak - Leg de batterijen in de juiste richting in het batterijvak. - Leg het deksel weer op het batterijvak en draai de schroeve er weer in Zie fig.8: vervanging van de batterij
Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt
), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte isolatie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levens- duur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.04/ 2019
SimpelGids