BENNING CM 2 - Multimeter

CM 2 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 2 BENNING in PDF-formaat.

📄 128 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BENNING CM 2 - page 76

Gebruikersvragen over CM 2 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 2 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 2 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING CM 2 BENNING

Gebruiksaanwijzing BENNING CM 2 TRUE RMS Digitale multimeter voor het meten van: - Wisselstroom. - Wisselspanning. - Gelijkspanning - Gelijkstroom - Weerstand. - Stroomdoorgang. Inhoud:

1. Opmerkingen voor de gebruiker.

2. Veiligheidsvoorschriften.

4. Beschrijving van het apparaat.

5. Algemene kenmerken.

6. Gebruiksomstandigheden.

7. Elektrische gegevens.

8. Meten met de BENNING CM 2

1. Opmerkingen voor de gebruiker

Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Elektriciens. - Elektrotechnici. De BENNING CM 2 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V. (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden“) In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 2 worden de volgende sym- bolen gebruikt: Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

Dit symbool wijst op gevaarlijke spanning.

Dit symbool verwijst naar mogelijke gevaren bij het gebruik van de BENNING CM 2 (zie gebruiksaanwijzing). Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 2 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II) Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning. Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal. DC: gelijkspanning/ -stroom AC: wisselspanning/ -stroom.

Aarding (spanning t.o.v. aarde). Let op: Na het verwijderen van de sticker „Warnung....“ (op de batterijdeksel) verschijnt de Engelse tekst!03/ 2019 BENNING CM 2

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-032/ EN 61010-2-032 DIN VDE 0411 deel 2-033/ EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/ EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waar- schuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING CM 2 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie II met max. 600 V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie III met 300 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen nagezien te worden. Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik - het apparaat of de meetkabel vochtig zijn.

Om gevaar te vermijden - mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoe- ren niet worden aangeraakt - moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.

Bij de levering van de BENNING CM 2 behoren:

3.5 Twee batterijen 1.5 V (micro, ingebouwd)

3.6 Eén gebruiksaanwijzing.

Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING CM 2 wordt gevoed door twee microbatterijen 1.5 V (2 x 1.5 V - IEC- LR03).

De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren (no. 044145)) voldoen aan CAT III 1000 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.03/ 2019 BENNING CM 2

4. Beschrijving van het apparaat

De BENNING CM 2 is een digitale stroomtangmultimeter met een in de stroom- kop ingebouwde Hallsensor. Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen. Behuizing Schuifschakelaar om de gewenste functie te kiezen: - Uit (OFF) - Meten van wisselspanning (AC) en gelijkspanning (DC). Deze functies wisselen elkaar af door het indrukken van de met AC/ DC gekenmerkte functietoets. In het display is steeds de gekozen functie af te lezen. Meten van wisselspanning (AC) en gelijkspanning (DC). Deze twee functies wisselen elkaar of door een druk op de met AC/DC gekenmerkte functie- toets. In het display wordt de gekozen functie weergegeven. - Weerstandsmetingen, doorgangscontrole met zoemer. Deze functies wisselen elkaar af door een druk op de met Ω/ gekenmerkte functietoets. Ook nu verschijnt steeds de gekozen functie in het display. Display (LCD) voor weergave van: - gemeten waarde met een maximale aanduiding van 3999. - polariteitsaanduiding. - decimaalpunt. - symbool voor lege batterijen. - gekozen spanning (AC of DC). - gekozen stroomsoort (AC of DC) - opgeslagen gemeten waarde („Hold“-functie), of de automatische in het geheugen vastgehouden hoogste gemeten waarde (max-functie). - gekozen meeteenheid voor de te meten spanning, stroom en weerstand. - doorgangstest met zoemer. Functietoets AC/ DC - Ω/ . In het display verschijnen dan „DC“, „AC“, „“,

- voor keuze tussen gelijkspannings/ -stroommeting (DC) en wissel- spannings/ -stroommeting (AC) danwel weerstandsmeting, doorgangs- en diodecontrole, dàn wel Hold-/ Max-toets (geheugenfunctie en automatische opslag hoogste gemeten waarde) - eerste druk op de knop voert tot opslag van de gemeten waarde. („Hold“ - aanduiding in het display , geen weergave van verder gemeten waarden). - opnieuw indrukken van de toets bewerkstelligt verdere meting. - langdurig indrukken (2 sec.) van de toets bij het inschakelen activeert de max-functie (hoogste gemeten waarde). Het meten wordt daarna normaal voortgezet - Een eerstvolgende druk op de toets voert tot het opslaan van de hoogste gemeten waarde gedurende de meetperiode (max in het display ). Voor alle functies - met uitzondering van doorgangstests - , wordt terug gescha- keld naar het voortzetten van de meting door weer ca. 2 seconden op de max-toets te drukken. Uitschakelen van deze functie door de „uit/ off“ positie van het apparaat. „Zero“-toets (nulinstelling). Voor nulinstelling bij stroommetingen, maar kan ook gebruikt worden bij andere metingen. Door een druk op de knop wordt de op dat moment gemeten waarde als nul beschouwd. Verdere metingen worden dan daaraan gerelateerd. Deze relatieve waarden worden aangeduid met „REL“ in het display . COM-contactbus zwart, gezamenlijke contactbus voor spannings- en weerstandsmetingen, doorgangstest. V-Ω contactbus (positief) rood, gezamenlijke contactbus voor spannings- en weerstandsmetingen, doorgangstest. Openingshendel om de stroomtang te openen en te sluiten. Kraag om aanraken van aders te voorkomen. Meettang om rondom stroomvoerende aders te plaatsen.

5. Algemene kenmerken

5.1 Algemene gegevens van de BENNING CM 2

5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) af te lezen met

3¾ cijfers van 13 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 3999.

5.1.2 De polariteitsaanduiding werkt automatisch. Er wordt slechts één

pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met „-“.

5.1.3 De bereiksoverschrijding wordt met „OL“ of „-OL“ en gedeeltelijk met

een akoestische waarschuwing aangeduid. Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.

5.1.4 De meetfrequentie bij cijferweergave van de BENNING CM 2 bedraagt03/ 2019

tisch uit. Hij wordt weer ingeschakeld door middel van de schuifscha- kelaar . Vòòr de automatische uitschakeling klinkt er een zoemtoon.

5.1.6 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde voor spannings- en

weerstandsmetingen: 0,15 x (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C t.o.v. de waarde bij een refe- rentietemperatuur van 23 °C.

5.1.7 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde voor stroom-

metingen: 0,2 X (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 20 °C of > 26 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietem- peratuur van 23 °C.

5.1.8 De BENNING CM 2 wordt gevoed door twee batterijen 1.5 V

5.1.9 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen,

verschijnt het batterijsymbool in het scherm.

5.1.10 De levensduur van de batterijen (alkaline) bedraagt ca. 60 uur.

5.1.11 Afmetingen van het apparaat:

De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING CM 2 genoemde nominale spanning. De meetpennen kunnen met afdekkappen worden beschermd.

6. Gebruiksomstandigheden

- De BENNING CM 2 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal. - Categorie van overbelasting/ installatie: IEC 60664-1/ IEC 61010-1 → 300 V categorie III, 600 V categorie II. - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529), Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid voor spannings- en weer stands- metingen: Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 80 % Bij een omgevingstemperatuur van 30 °C tot 40 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 75 % Bij een omgevingstemperatuur van 40 °C tot 50 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 45 % - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid voor stroommetingen. Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht > 80 % Bij een omgevingstemperatuur van 30 °C tot 40 °C: relatieve vochtigheid van de lucht > 75 %. - Opslagtemperatuur: de BENNING CM 2 kan worden opgeslagen bij tempe- raturen van - 20 °C tot + 60 °C. Daarbij dienen wel de batterijen verwijderd te worden.

7. Elektrische gegevens

Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde. - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij een temperatuur van 23 °C, ± 5 °C (23 °C ± 3 °C voor stroommetingen) bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. De BENNING CM 2 werkt met een automatische omschakeling van het meet- bereik, dus een speciale instelling vooraf is niet nodig.

7.1 Meetbereik bij gelijkspanning.

De ingangsweerstand bedraagt ≥ 10 MΩ Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 400,0 mV 100 µV ± (0,5 % meetwaarde + 5 digits) 600 V eff 600 V gelijkspanning03/ 2019 BENNING CM 2

4,000 V 1 mV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 600 V gelijkspanning 40,00 V 10 mV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 600 V gelijkspanning 400,0 V 100 mV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 600 V gelijkspanning 600 V 1 V ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 600 V gelijkspanning

7.2 Meetbereik voor wisselspanning

De ingangsweerstand bedraagt ≥ 10

parallel met 100 pF. De meetwaarde wordt als echte effectieve meetwaarde (True RMS, AC-koppeling) gemeten en aangeduid. De ijking is afgestemd op sinusvormige signaalprofielen. Bij afwij- kingen van deze vorm wordt de aangegeven waarde onnauwkeuriger. Daardoor ontstaat voor volgende Crestfactoren een extra afwijking. Crestfactor 1,4 tot 2 : extra afwijking ± 1 % Crestfactor 2 tot 2,5 : extra afwijking ± 2,5 % Cresfactor 2,5 tot 3 : extra afwijking ± 4 % Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting bij 50 Hz < f < 400 Hz Beveiliging tegen overbelasting 400,0 mV 100 µV ± 2 % meetwaarde + 5 digits)* bij 50 Hz - 60 Hz 600 V eff 600 V gelijkspanning 4,000 V 1 mV ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) bij 40 Hz - 300 Hz 600 V eff 600 V gelijkspanning 40,00 V 10 mV ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) bij 40 Hz - 500 Hz 600 V eff 600 V gelijkspanning 400,0 V 100 mV ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) bij 40 Hz - 500 Hz 600 V eff 600 V gelijkspanning 600 V 1 V ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) bij 40 Hz - 500 Hz 600 V eff 600 V gelijkspanning

  • bij open lus, fluctuerend tot 30 digits; meetbereik ≥ 0,1 mV

7.3 Meetbereik voor weerstanden

600 V eff 600 V gelijkspanning 4,000 kΩ 1 Ω ± (0,9 % meetwaarde + 3 digits)

600 V eff 600 V gelijkspanning 40,00 kΩ 10 Ω ± (0,9 % meetwaarde + 3 digits)

600 V eff 600 V gelijkspanning 400,0 kΩ 100 Ω ± (1,2 % meetwaarde + 3 digits)

600 V eff 600 V gelijkspanning 4,000 MΩ 1 kΩ ± (1,2 % meetwaarde + 3 digits)

600 V eff 600 V gelijkspanning 40,00 MΩ 10 kΩ ± (2,5 % meetwaarde + 5 digits) *1 *3 600 V eff 600 V gelijkspanning

alleen bij einde meetbereik, + 6 digits.

alleen bij einde meetbereik, + 3 digits.

insteltijd tot weergave in display 20 sec. maximaal.

Nullastspanning: ca. 3 V, maximale teststroom 0,1 mA. De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een weerstand: < 50 Ω - 300 Ω.

7.5 Meetbereik bij gelijkstroom

Nauwkeurigheid van de meting bij een temperatuur van 23 °C ± 3 °C. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 40,00 A 10 mA ± (2,5 % meetwaarde + 2 digits ) 400 A 40,0 - 200,0 A 100 mA ± (2,5 % meetwaarde + 2 digits ) 400 A 200,0 - 300,0 A 100 mA ± (3,0 % meetwaarde + 2 digits ) 400 A03/ 2019 BENNING CM 2

7.6 Meetbereik bij wisselstroom

Nauwkeurigheid van de meting bij een temperatuur van 23 °C ± 3 °C. De meetwaarde wordt als echte effectieve meetwaarde (True RMS, AC-koppeling) gemeten en aangeduid. De ijking is afgestemd op sinusvormige signaalprofie- len. Bij afwijkingen van deze vorm wordt de aangegeven waarde onnauwkeuri- ger. Daardoor ontstaat voor volgende Crestfactoren een extra afwijking. Crestfactor 1,4 tot 2 : extra afwijking ± 1 % Crestfactor 2 tot 2,5 : extra afwijking ± 2,5 % Cresfactor 2,5 tot 3 : extra afwijking ± 4 % Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting

± (2,0 % meetwaarde + 5 digits)* bij 50 Hz - 60 Hz ± (3,0 % meetwaarde + 7 digits)* bij 40 Hz - 1 kHz 400 A 4,00 - 40,00 A 10 mA ± (2,5 % meetwaarde + 3 digits)* bij 50 Hz - 60 Hz ± (3,5 % meetwaarde + 5 digits)* bij 40 Hz - 1 kHz 400 A 40,0 - 200,0 A 100 mA ± (2,5 % meetwaarde + 3 digits) bij 50 Hz - 60 Hz ± (3,5 % meetwaarde + 5 digits) bij 40 Hz - 1 kHz 400 A 200,0 - 300,0 A 100 mA ± (4,0 % meetwaarde + 3 digits) bij 50 Hz - 50 Hz ± (6,0 % meetwaarde + 5 digits) bij 40 Hz - 1 kHz 400 A

De nauwkeurigheid van de meting van de MAX-Hold weergave is gelijk aan de aangegeven nauwkeurigheid in % + 10 digits voor het eerstvolgende meet- bereik. Bij een sprong naar het weer daarop volgende meetbereik wordt de afwijking verder verhoogd naar + 20 digits etc. (Bijvoorbeeld: uitgangswaarde 100 mV - 120 V = + 30 digits). Bij weerstandsmeting is alleen een MAX-Hold weergave mogelijk in het bereik 400 Ω tot 400 kΩ.

8. Meten met de BENNING CM 2

8.1 Voorbereiden van metingen

- Gebruik en bewaar de BENNING CM 2 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 2 meegele- verde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren en de meetpennen. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer en/of meetpen direct verwijderen. - Voor dat met de schuifschakelaar of met de functietoets een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van de meetpunten te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 2 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan de contactbussen - COM-bus , zwart - bus voor V, Ω (positief) , rood, voor het meten van spanningen, weerstan- den en doorgangstest, van de multimeter BENNING CM 2 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V bedragen. - Met schuifschakelaar en de functietoets van de BENNING CM 2 de gewenste instelling kiezen - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-kontaktbus van de BENNING CM 2.03/ 2019 BENNING CM 2

- De rode meetpen inpluggen in de contactbus V, Ω, van de BENNING CM 2 - Leg de veiligheidsmeetsnoeren met de rode meetpen aan de meetpun- ten aan het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING CM 2. Opmerking: In het lage spanningsbereik zal bij een open circuit de „000 V“ aanduiding moge- lijk niet in het display verschijnen. Door de meetpennen even kort te sluiten kunt u de goede werking van het apparaat controleren. Zie fig. 2: meten van gelijkspanning. Zie fig. 3: meten van wisselspanning.

8.3 Weerstandsmeting

- Kies met de schuifschakelaar en de functietoets de gewenste instel- ling van de BENNING CM 2. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-kontaktbus (zwart). - Het veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, (rood). - Leg de punten van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten in het circuit en lees de gemeten waarde af in het display. Opmerking: Controleer, om zeker te zijn van een juiste meting, dat er geen spanning staat op de meetpunten in het circuit. Bij kleine weerstanden kan het resultaat worden verbeterd indien van te voren door middel van kortsluiting van de meetpennen de weerstand van het meets- noer wordt vastgesteld. De aldus gemeten waarde kan dan van totaal gemeten weerstand worden afgetrokken. Zie fig. 4: weerstandsmeting

8.4 Doorgangstest met zoemer

- Kies met de schuifschakelaar en de functietoets de gewenste instel- ling ( ). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-kontaktbus van de BENNING CM 2. - Het veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, van de BENNING CM 2. - Leg de punten van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten in het circuit. Is de weerstand tussen de twee meetpunten kleiner dan 50 Ω, dan wordt een geluidsignaal afgegeven door de in de BENNING CM 2 inge- bouwde zoemer. zie fig 5: doorgangstest met zoemer.

- Gebruik en bewaar de BENNING CM 2 bij de aangegeven werk- en opslag- temperaturen. - Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 2 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/of meetfouten.

Geen spanning zetten op de contactbussen van de BENNING CM 2. Neem eventueel de veiligheidsmeetsnoeren van het apparaat. Bij gelijk stroom- metingen letten op polariteit. - Kies met schuifschakelaar en functietoets de gewenste instelling. - Druk op de „Zero“ toets voor nulinstelling. - Open het mondstuk voor de meettang en druk op de openingshendel en plaats de tang om de te meten stroomvoerende ader. - Lees de gemeten waarde af in het display

De BENNING CM 2 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 2 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor- zorgs maatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING CM 2 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 2. - Zet de schuifschakelaar in de positie „Off“.03/ 2019 BENNING CM 2

9.1 Veiligheidsborging van het apparaat

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM 2 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing. - Meetfouten. - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden. - Transportschade. In dergelijke gevallen dient de BENNING CM 2 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/of schuurmiddelen om de BENNING CM 2 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterij- vak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van batterijen

Voor het openen van de BENNING CM 2 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING CM 2 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V. Als het bat- terijsymbool op het display verschijnt, moeten de batterijen worden vervan- gen. De batterijen worden als volgt gewisseld. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 2. - Zet de schuifschakelaar in de positie „Off“. - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef uit het deksel van het batterijvak. - Schuif het deksel naar de zijkant uit de geleiding. - Neem de batterijen uit het batterijvak. - Plaats de nieuwe batterijen in de juiste poolrichting in de batterijhouder. - Schuif het deksel van het batterijvak weer op de juiste manier in de behui- zing en draai de schroef er weer in. Zie fig.8: vervanging van de batterijen.

Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt

), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte iso- latie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!03/ 2019 BENNING CM 2

- Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.03/ 2019 BENNING CM 2

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : CM 2

Categorie : Multimeter