SOLO T 1695.6 HD V2 - Tractor

T 1695.6 HD V2 - Tractor SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis T 1695.6 HD V2 SOLO in PDF-formaat.

📄 544 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SOLO T 1695.6 HD V2 - page 51
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over T 1695.6 HD V2 SOLO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding T 1695.6 HD V2 - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. T 1695.6 HD V2 van het merk SOLO.

GEBRUIKSAANWIJZING T 1695.6 HD V2 SOLO

1 Over deze gebruikershandleiding 51

1.1 Symbolen op de titelpagina 51
1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden 51

2 Productomschrijving 51

2.1 Reglementair gebruik 51
2.2 Mogelijk foutief gebruik 52
2.3 Symbolen op het apparatusat 52
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie
ningen 52
2.5 Productverzicht (01) 52

3Veiligheidsinstructies 53
4 Trekker uitpakken en monteren 53

5 Bedieningselementen 53

5.1 Standaard dashboard (02) 53
5.2 Instrumentenpaneel met display (03). 54

5.2.1 Functieknoppen en de displayweergave 54

5.2.2 Controlampjes 54

5.3 Rem- en koppelingspedaal (05) 55
5.4 Bediening van de versnellingsbak (rijsnelheid) (04) 55
5.5 Aandrijving hydrostaat (04, 05) 55
5.6 Bediening van het maaiwerk (06).... 56

6 Ingebruikname 56

6.1 Maier controleren 56
6.2 Vullen met olie.. 56
6.3 Vullen met brandstof (09) 56
6.4 Bandendruk controleren 56
6.5 Grasopvangbak monteren (10-13) .. 57

6.6 De veiligheidsvoorzieningen contrôle
ren 57

6.6.1 Remcontactschakelaar controle- ren 57
6.6.2 Contactschakelaar van de maaier controleren 57
6.6.3 Contactschakelaar van de stoei controlleren 57

6.6.4 Contactschakelaar van de gras-opvangbak controeren 57
6.6.5 Contactschakelaar van het uit- Werpkanaal controlleren 58

7 De trekker gebruiken 58

7.1 Essentiele voorbereidende maatregelen 58
7.2 Gebruik van toebehoren 58
7.3 Gazontrekker duwen (15, 16) 58
7.4 De motor starten en afstellen 58
7.5 Met de trekker rijden 59

7.5.1 Rit voorbereiden bij temperaturen onder de 10^ 59
7.5.2 Met hydrostaat (pedaalbedie- ning) rijden 59
7.5.3 Met cruise control rijden 59
7.5.4 Rijden en maaien op hellingen.... 59
7.5.5 Maaien met de gazontrekker 60

8 De gazontrekker reinigen 61

8.1 De grasopvangbak reinigen 61
8.2 De behuizing, motor en transmissie reinigen 62
8.3 Het uitwerpkanaal reinigen (18). 62

9 Onderhoud 62

9.1 Onderhoudsplan 62
9.2 Smeerplan 63
9.3 Wielen verwisselen 63
9.4 Startbatterij 64
9.5 DeMAaier demonteren 64
9.6 V-snaar verrangen 65

10 Transport. 65
11 Opslag 65
12 Hulp bij storingen 65

12.1 Storingsweergave display en foutopossing 67
13 Garantie 69

1 OVER DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING

De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gezebruiksaanwijzing goed zodate u erin het antwoord op uw vragen kurz terugvinden wanner u informatatie over de machinenodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere Personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
De gazontrekkers worden geleverd in verschillende uitvoeringsvarianten. Houd er rekening mee dat de afbeeldingen iotaRsknnen verschillend van het origineel. Indien u moeilijkheden zou hebben om de beschrijvingente begrijpen, neem contact op met een erkende reparatiewerkplaats of de fabrikant.
Neem de meegeleverde montagehandleiding en de gebruikshandleiding van de benzine-motor in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbool Betekenis - 1

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absolut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werkken en een storingsvrij gebruik.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbool Betekenis - 2

Gebruiksaanwijzing

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbool Betekenis - 3

Gebruik het benzineapparaat Niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.

1.2 Verklaring van pictogrammen en signalaalwoorden

GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situation, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.

WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.

VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot een Licht of middelzwaar letsel kan leiden.

LET OPI! Wijst op een situation, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot materièle schade kan leiden.

OPMERKING Speciale aanwijzingen voormeerduidelijkheid en een beter gebruik.

De gazontrekkers met anscheruitworp worden in verschillende uitvoeringen geprodueerd. Let er bij de volgende beschrijvingen in deze gebruiks-aanwijzing op dat u de beschrijving leest die bij uw gazontrekker hoort.

Kenmerken van uw gazontrekker:

Versnellingsbak: Hydrostaat
Meskoppeling: elektromagnetisch
Volumebak:310I
Bakledigingssystem: elektrisch, telescopische hendel

Er zich ook verschillen in mulchsystemen, motor-type, motorvermögen en maabreedte.

Typeverschillen:

Maaibreedte
Versnellingsbaktype (T3 en G700)
Versnellingsbak-bypass-ontgrendeling

De gazontrekker is bedoeld voor het maaien van privétuinen rond hetuis en hobbytuinen met een max. helling van 10^ (18%). Andere toepassingen, zoals bijv. mulchen, zich enkel toegestaan wanner het originele toebehoren worden gebruikt en de maximale belastingswaarden worden gespecteerd.

Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw, worden beschouwd als Niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CEmarkering) en de afwijzing van elke verantwoordelijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden.

2.2 Mogelijk foutief gebruik

De gazontrekker is nicht gemaakt voor bedrijfsmatig gebruik in openbare parken, op sportterreinen, in de land- en bosbouw.

WAARSCHUWING! Gevaren door overbelasting van de gazontrekker! Let er bij het gebruik van een aanhangwagen vooral op dat u de toegestane aanhangergewachten en hellingen omhoog/omlaag Niet overschrijdt. Overschrijding hiervan kan het remvermogen van de gazontrekker overbelasten en kan tot gevaarlijke situatuies leiden!

HOPMERKING Houd er rekening mee dat de gazontrekker geen wegvergunning heeft endus nicht op de openbare weg mag rijden!

2.3 Symbolen op het apparaat

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 1

Lees voor de ingebruikname de gebruikershandleiding door!

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 2

Houdijdens het maaien andere personen, vooral kinderen en dieren, op afstand van het werkgebied.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 3

Trek de contactsleutel uit voordatu onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoert!

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 4

Let op:gevaar! Blijf met uw handen en voeten bij het snijmechanisme vandaan!

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 5

Rijd Niet op hellingen van meer dan 10^ (18%)

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 6

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 7

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 8

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 9

SOLO T 1695.6 HD V2 - Symbolen op het apparaat - 10

Risico op brandwonden door hete oppervlakken!

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

WAARSCHUWING! Gevaar door beveiligingsvoorzieningen die verwijderd of gemani-puleerd zich! Elk gebruik met verwijderde of gemani-puleerde beveiligingsvoorzieningen is verboden. Defecte beveiligingsvoorzieningen要去en onmiddelijk worden gerepareerd of verrangen!

De beveiligingsvoorzieningen omvatten vooral:

Remcontactschakelaar
Maaiercontactschakelaar
- Contactschakelaar grasopvangbak
Stoelcontactschakelaar
■ Afdekkingen maaier
Contactschakelaaruitwerpkanaal

2.5 Productverzicht (01)

Nr. Component

1 Stur
2 Instrumentenpaneel
3 Rempedaal
4 Motorkap
5 Versnellingsbakbediening anschteruit
6 Versnellingsbakbediening vooruit
7 Maiwerk
8 Maaihoogteverstelling
9 Versnellingsbak-bypass
10 Sensor grasopvangbak
11 Bediening opvangbak
12 Grasopvangbak
13 Bestuurdersstoel
14 Bediening opvangbak elektrisch
15 Vergrendelingshendel voor rempe-daal
16 Cruise control-hendel

  • Uitvoering varieert en is afhankelijk van het model

3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

  • Kinderen of andere Personen die de gebruiksaanwijzing nicht kennen, mogen de machine nicht gebruiken.
    Neem deplaatselijke voorschriften in acht in- zake de minimumleeftijd van de bediener.
    Kinderen enjongereninstruereniet met demachinemte spelenu.
    Maai uitsluitend bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting.
    Houd anderen op afstand van de gevarenzone.
    De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu-eel letsel bij derden en voor materièle scha-nde.
    Gebruik uitsluitend originele reserveonderden en origineel toebehoren.
    Reparaties aan de machine要去en worden uitgevoerd door de fabrikant of een werkplaats van de klantenservice.
    Draag gehoorbescheming.
  • De gazontrekker heeft geen wegvergunning en mag Niet op openbare wegen en straten rijden.
    Maai nicht wanneer het onweert. Geen bescherming gegen blikseminslag.
    Passagiers mogen nicht op de machine worden meegenomen.
    Maai geen hellingen van meer dan 10^ (18%)
    Na de inname van alcohol, van geneesmiddelen die een invloed hebben op het reactievermogen of van drugs mag nicht worden gewerkt met de gazontrekker en/of met een toebehoren dat hieraan bevestigd is.
    Maai altijd dwars op de helling.
    Neem de lokale, door de gemeentelijke overheid toegestane werkelijk in acht.
  • De gazontrekker kan door�igen gewicht ernstig letselveroorzaken. Bij het laden en lossen van de gazontrekker voor transport in een voertuig of een aanhangwagen moet extra voorzichtig worden gezandeld.
    Deze gazontrekker mag Niet worden weggeslept. Gebruik voor het transport op openbare verkeerswegen een geschikt voertuig.
    Gebruik de gazontrekker Niet in slecht geventileerde werkomgevingen (bijv. garage). De uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide en andere schadelijke stoffen.

4 TREKKER UITPAKKEN EN MONTEREN

Neem de bijgevoegde montagehandleiding in acht bij het uitpakken en afmonteren van de trekker.

OPMERKING Neem ook de meegeleverde gebruikshandleiding van de benzinemotor in acht.
WAARSCHUWING! Gevaren door onvol- dedige montage! De gazontrekker mag Niet wor- den gebruikt voordat hij volledig is gemonteerd! Voer alle montagewerkzaamheden uit die in de montagehandleiding worden beschreiben. Vraag in geval van twijfel voor de ingebruikname aan een vakman of de montage correct ward uitgevoerd! Controller of alle veiligheids- en beschemmingsinrichtingen aanwezig zijn en functioneren!

5 BEDIENINGSELEMENTEN

Hierna worden de bedieningselementen van de gazontrekker met awhiletworp beschreiben. Let erop dat u de beschrijving leest die bij uw gazontrekker hoogt.

5.1 Standard dashboard (02)

Hieronder worden de elementen van het standard instrumentenpaneel toeelicht.

Regeling van het motortoerental

OPMERKING Houd er rekening mee dat de bediening van de regelaar in rijmodus de snelheid beinvloedt!

Bij regelaar met geintegreerde choke:

Door het verplaatsen van de regelaar (02/2)\ wordt het motortoerental verhoogd en verlaagd.\ In de bovenste stand worden de choke ingeschakeld.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Regeling van het motortoerental - 1

Choke inschakelen: schuif de regelaar helemaal maar boven tot aan het chokeesymbool. Gebruik deze stand uitsluitend om de motor te starten.

Let op: Sommige trekkervarianten zijn uitergerust met eenAPEte choke-knop (02/1) op het dashboard. Deze moet dan bijkomend worden uitgetrokken om de trekker te starten. Schuif de knop langzaam wee terug wanner de motor draait!

SOLO T 1695.6 HD V2 - Regeling van het motortoerental - 2

Maaien: in deze stand draait de motor met het maximale toerental.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Regeling van het motortoerental - 3

Stationair bedrijf: in deze stand draaait de motor met het laagste toerental.

Contactslot (02/4)

Stand Werking
0 Motor uit.
De contactsleutel kan worden uitge-trokken.
I Koplampen aan.
Nadat de motor is gestart, worden indeze stand de koplampen ingeschakeld.

Stand Werking

II Bedrijfsstand wonneer de motor draait.
III Startstand om de motor te starten. Laat de sleutel los, zodra de motor draait. Deze springt dan terug waar bedrijfsstand II.

5.2 Instrumentenpaneel met display (03)

Lees dit hoofdstuk wanner uw gazontrekker boven het standard instrumentenpaneel een display heeft.

5.2.1 Functieknoppen en de displayweergave

Pos. Aanduiding Werking
03/2 Op het display worden weergegeven:
Dagelijkse bedrijfsuren (weergave met een cijfer aller de komma) Let op: De dagelijkse bedrijfsuren worden weergegeven in het decimale systeem (1,5 h = 1 h 30 min). of
Totaal,aantal bedrijfsuren (weergave zonder cijfer aller de komma) Let op: De totale bedrijfsuren beginnen te stellen, zodra de contactsleutel in stand I wordt gedraaid.
03/5 Om de displayweergave om te schakelen:
Totale bedrijfsuren
Dagelijkse bedrijfsuren
Batterijspanning
Let op: Wonneer de contactsleutel in het contactslot in stand "I" staat, blijven de totale bedrijfsuren lopen.
03/13 Terugzetten van de dagelijkse bedrijfsuren op "0". RLet op: Alleen de dagelijkse bedrijfsuren können op "0" worden terugpezet, Niet de totale bedrijfsuren.

5.2.2 Controleampjes

Pos. Aanduiding De aanduidingbrandt:
03/1■ verwijl de motor draaait: ■ bij defecte of diep ontladen startbatterij. ■ kabeltoevoerleiding motor – batterij onderbroken. ■ zekering defect (15 A-blauw). ■ DYNAMO aan de motor defect. ■ verwijl de motor stilstaat: ■ bij diep ontladen startbatterij. Let op: Ga waar de erkende reparatiewerkplaats wonneer deze aanduiding brandt!

Pos. Aanduiding De aanduiding brandt:

03/3 wanner de grasepvangbak vol is.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Pos. Aanduiding De aanduiding brandt: - 1

Maak de grasopvangbak leeg!

03/4 wanner het maaiwerk is ingeschakeld.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Pos. Aanduiding De aanduiding brandt: - 2

03/6 wonneer voor het maaiwerk het achteruitrijden werden geactiveerd.

03/7 wanner de grasopvangbak is verwijderd of Niet volgens de voor

schriften gesloten is.

03/8 bij ingeschakelde koplampen.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Pos. Aanduiding De aanduiding brandt: - 3

03/9 wonneer de rem wordt ingedrukt en bij vergrendeling van de rem.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Pos. Aanduiding De aanduiding brandt: - 4

03/10 wanner er zich nog slechts een brandstofresthoeveelheid van

maximaal ongeveer 1,5 liter in de tank bevindt.

03/11 wanner het oliepeil zich onder een bepaald peel bevindt.

SOLO T 1695.6 HD V2 - Pos. Aanduiding De aanduiding brandt: - 5

03/12 wanner de besturder afstapt van de trekker bij:

SOLO T 1695.6 HD V2 - Pos. Aanduiding De aanduiding brandt: - 6

draaiende motor (rem is vergrendeld)

5.3 Rem- en koppelingspedaal (05)

Rem: Wanner u het rempedaal (05/1) helemaal indrukt, wordt de rem op de versnelingsbak in werkung gesteld, de trekker remt af.
Handrem: Wanner u met ingedrukt rempe-daal (05/1) de vergrendelingshendel (05/2) naar boven trekt, wordt de rem vergrendeld. Door het rempedaal opnieuw in te drukken, wordt de rem losgelaten.

5.4 Bediening van de versnellingsbak (rijsnelheid) (04)

De gazontrekkers zijn uitgerust met een hydrostaat (pedaalbediening).

Enkele modellen zijn uitgerust met cruise control.

Om vooruit enchteruit te rijden,+zijn aan de rechtskerkant twee aparte pedalen ondergebracht.

Rijrich- ting

Vooruit Gebruik het rechterpedaal (04/2) om vooruit te rijden.

Achteruit Gebruik het linkerpedaal (04/1) om awhile te rijden.

Let op: Wanner het pedaal om achechteruit te rijden worden gebruikt, wordt het maaiwerk uitgeschakeld.

Maaienijdens het achteruitrijden:
zie Hoofdstuk 7.5.5 "Maaien met de gazontrekker", pagina 60.

5.5 Aandrijving hydrostaat (04, 05)

De aandrijving hydrostaat wordt bediend door twee pedalen (04/1 en 04/2).

Om te beginnen te rijden,That u met draaiende motor eerst de parkeerrem (05/2) los en daarna drukt u het pedaal (04/2) in om vooruit te rijden of het pedaal (04/1) om acheteruit te rijden. Hoe verder u het pedaal indrukt,hoe sneller u in de gekozen richting rijdt.

Vooruitrijden: duw aan de rechterkant het buitenste pedaal in (04/2).

Achteruitrijden: duw aan de rechterkant het binnenste pedaal in (04/1).

5.6 Bediening van het maaiwerk (06)

Maaihoogte instellen

Het maaiwerk van de trekker kan met een hendel (06/2) rechts naast de bestuurdersstoel in meer-dere stappen qua hoogte worden versteld.

  1. Beweeg de verstelhendel (06/2) in de gewenste richting. Hendel omlaag betekent kleine maaihoogte, hendel omhoog, große maaihoogte.

Maaiwerk inschakelen

Elektrische inschakeling: Op het instrumentenpaneel bevindt zich een schakelaar (02/5). Schakel hiermee het maaiwerk in (d.w.z. stand "1").

6 INGEBRUIKNAME

WAARSCHUWING! Gevaren door onvol- dedige montage! De gazontrekker mag Niet wor- den gebruikt voordat hij volledig is gemonteerd! Voer alle montagewerkzaamheden uit die in de montagehandleiding worden beschreiben. Vraag in geval van twijfel voor de ingebruikname aan een vakman of de montage correct ward uitgevoerd! Controller of alle veiligheids- en beschermingsinrichtingen aanwezig zich en functioneren!

6.1 Maier controlleren

Voor het gebruik moet algtd visueel worden geinspecteerd of het snijmechanisme, de bevestigingsbouteen en de totale snijeenheid versleten of beschadigd zich. Om een onbalans te vermiiden,要去en versleten of beschadigde messen door neue worden verrangen.

6.2 Vullen met olie

Voor de eerste ingebruikname要去 de motor met olie worden gezuld. Neem hiervoorde handleiding van de motorfabrikant in ache. Houd er ook rekening mee dat het oliepeil regelmatig要去 worden gecontroleerd en dat olie eventueel要去 worden bijgevuld.

6.3 Vullen met brandstof (09)

WAARSCHUWING! Gevaren bij de omgang met brandstof! Brandstof vat uiterst gemakkelijk vlam. Maak de brandstoftank alleen leeg in de openlucht! Rook nicht Tank nicht wanner de motor draait of heet is!

Gebruik bij het tanken van brandstof een geschikte vultrechter of vulbuis om zo te voorkomen dat er brandstof worden gemorst op de motor, de behuizing of op de ondergrond.

Uit verdigeidsoverwegingen moeten de brandstoftankdop en andere tankdoppen worden verwangen wanner deze beschadigd zich.

Wanner brandstof is overgelopen, mag de motor Niet worden gestart. De trekker要去 worden verwijderd van deplaats die bevuild is met brandstof en de verspilde brandstof要去 een doek worden geabsorbeerd en wegveeegd van de bodem, de motor en de behuizing.

Er mag geen poging tot starten worden ondernomen, tot de brandstofdampen verdampt zich.

Sla brandstof alleen op in de containers die hiervoor voorzien zijn.

Gebruik loodvrije benzine, min. RON 91.

Tank vullen

  1. Zet de motor eventueel uit en trek veiligheidshalve de contactsleutel uit.
  2. Wacht tot de motor een beetje is afgekoeld (explosiegevaar door ontstoken brandstof!).
  3. Druk op de afdekkap van de tankdop (09/1).
  4. Draai de afdekkap van de tankdop (09/1) omhoog. De afdekkap van de tankdop (09/1) worden ontgrendeld.
  5. Open de tankdop (09/2) en vul de brandstof. Opmerking: Doe de brandstoffank nicht te vol!
  6. Sluit de tankdop (09/2).
  7. Sluit de afdekkap van de tankdop (09/1) zo-dat deze vastklikt.

6.4 Bandendruk controlleren

  • Controller de bandendruk regelmatig.
    Lees de vereiste luchtdruk af op de banden (aanbevolen 1 bar).

OPMERKING 1 PSI = 0,07 bar.

Met een gewone in de handel verkrijgbare voetpomp kan de bandendruk worden gecontroleerd en lustt worden bijgevuld.

6.5 Grasopvangbak monteren (10 - 13)

De gazontrekkers worden geleverd met grasopvangbak. Houd er rekening mee dat de afbeeldingeniets kurenverschillend van het origineel.

De vulniveauuweergave van de grasopvangbak instellen

De vulniveauuweergave meldt via een signaaltoon wanner de grasopvangbak要去 worden leeg-gemaakt.

Afhankelijk van de aard van het maaisel kan de vulniveauuweergave in 6 standen worden ingesteld. Bij droog maaisel stelt u de vulniveauuweergave in op een kortere stand. Bij nat of vochtig maaisel stelt u de vulniveauuweergave in op een langere stand. Hierdoor wordt het niveau tot waar de grasopvangbak worden bevuld beinvloed.

  1. Zet de motor af (zie Hoofdstuk 7.4 "De motor starten en afstellen", pagina 58).
  2. Verwijder de grasopvangbak (zie Hoofdstuk 8.1 "De grasopvangbak reinigen", pagina 61).
  3. Stel de vulniveauauweergave (10/1) in afhanke-lijk van de staat van het maaisel (10/a) enlast deze in de gewenste stand vastklikken.
  4. Haak de grasopvangbak wee vast.

Grasopvangbak ophangen

  1. Houd de grasopvangbak met een hand vast aan de handgreep (11/1) en met de andere hand aan de opening aan dechterzijde (11/2).
  2. Plaats de grasopvangbak symmetrisch op de geleiding (11/3).
  3. Kantel de grasopvangbak met de andere handlichtjes maar voor (12), zodate het voorstdeel van de grasopvangbak vastklikt.
  4. Zwenk nu de grasopvangbak weeer maar beneden (13/a).
  5. Controller of de grasopvangbak correct is bevestigd.

6.6 De verilgheidsvoorzieningen controleren

De veiligheidsvoorzieningen要去en voor elke start van de gazontrekker worden gecontroleerd.

WAARSCHUWING! Gevaar bij de contro- le van de veiligheidsvoorzieningen! De contro- le van veiligheidsvoorzieningen mag enkel vanaf de bestuurdersstoel worden uitgevoerd en wanneer er geen personen of dieren in de buurt zich!

Voer alle controles op een vlakke ondergrund UIT, zodat de gazontrekker Niet onbedoeld kan rollen.

6.6.1 Remcontactschakelaar controleren

De remcontactschakelaar zorgt ervoor dat de motor Niet kan worden gestart, wanneer de rem Niet worden gelebruikt.

  1. De motor staat uit.
  2. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
  3. Maak de parkeerrem los door het rempedaal (05/1) in te drukken.
  4. Probeer de motor te starten (contactsleutel op stand III).

6.6.2 Contactschakelaar van de maaier controlleren

De contactschakelaar van het maaiwerk zorgt ervoor dat de motor Niet kan worden gestart wanneer het maaiwerk is geactiveerd.

  1. Motor staat uit.
  2. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
  3. Duw het rempedaal (05/1) in en bedien de parkeerrem (05/2).
  4. Schakel het maaiwerk in (02/5, stand "1").
  5. Probeer de motor te starten (contactsleutel op stand III).

6.6.3 Contactschakelaar van de stoel controleren

De contactschakelaar van de stoel zorgtervoordat de motor wordt uitgeschakeld zodra er zichniemandeer op de bestuurdersstoel bevindt enhetmaaiwerk is ingeschakeld.

  1. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
  2. Duw het rempedaal (05/1) in en bedien de parkeerrem (05/2).
  3. Start de motor en LAST hem draaien met het maximale toerental.
  4. Schakel het maaiwerk in (02/5, stand "1").
  5. Ontlast de stoel door op te staan (niet afstappen!).

OPMERKING De motor要去 uitschake-len!

6.6.4 Contactschakelaar van de grasopvangbak controleren

De contactschakelaar op de grasopvangbak zorgtervoordemotorwordtuitgeschakeld zodra de grasopvangbak Niet correct is opgehagen en hetmaaiwerk is ingeschakeld.

  1. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
  2. Duw het rempedaal (05/1) in en bedien de parkeerrem (05/2).
  3. Start de motor en LAST hem draaien met het maximale toerental.
  4. Schakel het maaiwerk in (02/5, stand "1").
  5. Til de lege grasopvangbaklichtjes op of bedien de openingssschakelaar.

HOPMERKING De motor要去 uitschake-len!

6.6.5 Contactschakelaar van hetuitwerpkanaal controlleren

De contactschakelaar van het uitwerpkanaal zorgt ervoor dat de gazontrekker Niet kan worden gestart wanner het uitwerpkanaal is gedemonsteerd.

  1. Grasopvangbak verwijden.
  2. Verwijder het uitwerpkanaal (18/2).
  3. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
  4. Duw het rempedaal (05/1) in en bedien de parkeerrem (05/2).
  5. Start de motor.

WAARSCHUWING! Gevaren door ontoreikende kennis van de gazontrekker! Lees de gebruikshandleiding nauwkeurig voordat u start! Neem vooral alle veiligheidsinstructies in acht! Voer alle montagewerkzaamheden en alle werkzaamheden voor de ingebruikname nauwbezetuit. Informeer in geval van twijfel bij de fabrikant!

7.1 Essentiele Voorbereidende maatregelen

Draagijdens het maaien alkijd stevig schoeisel en een lange broek. Maai nooit blootsvoets of met open sandalen.
- Controller het gehele terrein waarop de gazontrekker worden gezruikt. Verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen die gegakt en wegesslingerd+kunnen worden. Ookijdens het maaien moetaar vreemde voorwerpen worden uitgekeken.
Voer alle werkzaamheden uit die in de ingebruikname zijn beschreiben. Dit geldt vooral voor de contrôle van de veiligheidsvoorzieningen.

Gebruik alleen de koppelinrichting om lastente trekken! Overschrijd de belasting Niet.
Het transport van voorwerpen op de gazontrekker is verboden!

7.2 Gebruik van toebehoren

WAARSCHUWING! Gevaar door foulief toebehoren of foulief gebruik van het toebehoren! Gebruik algijd enkel het originele toebehoren van de fabrikant van de trekker! Neem de gebruiksvoorschriften in de bijgevoegde gebruikershandleiding in acht!

Het gebruik van Niet toegestaan toebehoren of het fouitief gebruik ervan kan grote bevaren voor de gebruiker en derden veroorzaken. De gazontrekker zou overbelast hunnen worden. Dit kan zware ongevallen veroorzaken.

7.3 Gazontrekker duwen (15, 16)

VOORZICHTIG! Gevaar bij het duwen op hellingen! Duw de gazontrekker enkel op een horizontale ondergrond! Op hellingen zou de gazontrekker ongecontroleerd bergaf hunnen rolten.

Bij hydrostaataandrijving

De bypasshendel (15/1) befindt zich in de weltkast rechtsachter.

Ontgrendeling bypass bij T3-versnellingsbak (type: T15, T16, T18):

  1. Bypass-hendel (15/1) maar buiten trekken enaar boven vasthaken (16).
  2. Laat de rem los.

De gazontrekker kan nu worden verschoven.

Ontgrendeling bypass bij G700-versnellingsbak (type: T20, T23):

  1. Bypass-hendel (15/1) maar binnen duwen en waar boven vasthaken (16).
  2. Laat de rem los.

De gazontrekker kan nu worden verschoven.

7.4 De motor starten en afstellen

Start de motor

  1. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
  2. Druk het rempedaal (05/1) aan de linkerkant helemaal in en blokkeer het met de vergrendelingshendel (05/2).
  3. Controller dat het maaiwerk NIET is ingeschakeld. Controller hiervoord de stand van de tuimelschakelaar (02/5, stand 0^
  4. Plaats de regelaar (02/2) voor het motortoe- rental gegen de bovenste aanslag. Naarge

lang de uitrustingsvariant bevindt het choke symbol zich maar. Indien dit Niet zo is, trek de afzonderlijke choke-knopuit (02/1).

  1. Steek de contactsleutel in het contactslot (02/4).
  2. Draai de contactsleutel in stand 'Ill' en houd\ deze zo lang in deze stand tot de motor\ draait.

Opmerking: Om de startaccu te ontzien, mag de startpoging nicht langer dan ongeveer 5 seconden duren.

  1. Laat verwolgens de contactsleutel los, die automatisch in stand 'II' springt.
  2. Zet de regelaar (02/2) voor het motortoerental op bedrijfsstand. Bij een uitrustingsvariant met choke-knop drukt u deze opnieuw in (02/1).

Zet de motor uit

  1. Schakel het maaiwerkuit (02/5).
  2. Zet de regelaar (02/2) voor het motortoerental op stationaire stand.
  3. Druk het rempedaal (05/1) in en blokker het met de vergrendelingshendel (05/2).
  4. Draai de contactsleutel (02/4) aan stand ^
  5. Trek de contactsleutel UIT.

WAARSCHUWING! Gevaar door hare mot- tor! Let er bij het uitschakelen van de motor op dat hare motoronderdelen (zoals de uitlaatdemper) geen voorwerpen of materialen in de nabije omgeving, hunnen ontsteken!

7.5 Met de trekker rijden

WAARSCHUWING! Gevaar door onaangepaste snugelid! Rijd vooral in het begin langzaam om aan het rij- en remgedrag van de trekker te wennen! Voor elke richtingsverandering moet de rijnselheid zodanig worden verminderd dat de bestuurder aktijd de controle over de gazontrekker behoudt en deze waar bij nicht kan omkantelen!

Uw trekker wordt aangedreven door een hydrostaat(pedaalbediening).

7.5.1 Rit voorbereiden bij temperaturen onder de 10^

  1. Controller dat het maaiwerk NIET is ingeschakeld. Controller hiervoord tuimelschakelaar (02/5, stand ^
  2. Start de motor en LAST hem ong. 30 seconden lang warmdraaien om de viscositeit van de versnellingsbakolie te optimaliseren. Daarna

kunt u met de trekker rijden. Het maaiwerk mag pas worden ingeschakeld als de motor enkele minuten heeft gedraaid.

7.5.2 Met hydrostaat (pedaalbediening) rijden

  1. Druk het rempedaal (05/1) in en blokker het met de vergrendelingshendel (05/2).
  2. Stel het maaiwerk in op de grootste maaihoogte (06/2).
  3. Start de motor.
  4. Druk de rem in (05/1).
  5. Druk langzaam op het voetpedaal voor degewenste rijrichting:

Vooruit: Voetpedaal (04/2)
Achteruit: Voetpedaal (04/1)

  1. Hoe verder u het pedaal indrukt, hoe sneller de trekker zich in de gewenste richting verplaatst.
  2. Om te stoppen, LAST u het voetpedaal los en drukt u het rempedaal (05/1) in.

OPMERKING Trek aktijd, wonneer u de trekker verlaat, de parkeerhendel aan bij ingeduwd rempedaal, zodate trekker nicht kan weg-rollen!

7.5.3 Met cruise control rijden

OPMERKING De cruise control kan enkel worden ingeschakeld bij voorwaarts rijden. Wanner de rem worden ingedrukt, worden de cruise control automatisch uitgeschakeld.

Cruise control in-/uitschakelen:

Hendel (02/3) omhoogzwenken. De cruise control worden geschakeld.
Hefboom (02/3) omlaagzwenken. De cruise control wordenuitgeschakeld.

7.5.4 Rijden en maaien op hellingen

WAARSCHUWING! Gevaar door fout bij het rijden op hellingen! Wees bijzonder voorzichtig bij het rijden op hellingen! Er bestaat geen „veilige" helling. Neem waaroor vooral de volgende veiligheidsinstrumenties in acht! Wanner de wielen doordraaien of wanner het voertuig bij het omhoogrijden op een helling blijft steken, schakel de maaier en de hulpstukken uit. Rijd daarna langzaam enrecht vooruit de helling af! Door het extra gewicht van een volle grasopvangbak neemt het kantelgevaar van de gazontrekker toe!

Rijd Niet op hellingen van meer dan 10^ (18%). Voorbeeld: dat komt overeen met een hoogteverschil van 18 cm over een lengte van een meter.
Rijd Niet met schokken.
Remiet met schokken.
Houd de rijnsnelheid laag.
Rijd algtd dwars op de helling.
Versnel nicht stevig.
Stuur nicht met schokken.

7.5.5 Maaien met de gazontrekker

Voor een goed maairesultaat moet de rijnselheid worden aangepast aan de gazonomstandigden. Kies voor het maaien maximaal 2/3 van de mogelijkke rijnselheid met het pedaal. De maxima- le sleidid van de trekker is uitsluitend bestemd voor de rijmodus zonder ingeschakeld maaiwerk. Doorgaans bedraagt de maaihoogte 4 - 5 cm.Dit komt overeen met het 2e of 3e raster van de hoogteverstelling (06/2). Als het gras vochtig en nat is,maait u met een hogere maaihoogte.

Als het gras erg hoog is, is het raadzaam om in twee stappen te maaien. Stel het maaiwerk bij de eerste stap op maximale maaihoogte. Bij de tweede stap kunt u deze dan op de gewenste hoogte instellen.

7.5.5.1 De maaier inschakelen

OPMERKING Het maaiwerk mag pas worden ingeschakeld wonneer de motor al ongeveer een minuut is warmgedraaid! Wonneer u de maaier inschakelt, mag de gazontrekker nicht in hoog gras staan.

  1. Start de motor.
  2. Zet de regelaar (02/2) voor het motortoerental op bedrijfsstand.
  3. Stel het maaiwerk in op de grootste maaihoogte (06/2).
  4. Schakel het maaiwerk met de tuimelschakelaar (02/5, stand 1^u ) in.
  5. Stel de gewenste maaihoogte met de hendel (06/2) in.
  6. Begin te rijden met de gazontrekker.

7.5.5.2 Maaibedrijf bij achteruitrijden

HOPMERKING Wonneer enkel het pedaal voor acheteruirijden worden ingedrukt, worden de maaier uitgeschakeld.

  1. Druk de knop "achteruitmaaien" (02/6) in en binnen 5 seconden het pedaal (04/1) om achteruit te rijden.

WAARSCHUWING! Kans op ongevallen bij het achteruitmaaien! Houd het gebied ache ter u in de gatenijdens het achteruitmaaien! Achteruitmaaien enkel indien nodig!

7.5.5.3 De maaier uitschakelen

WAARSCHUWING! Gevaar door messen die blijven draaien! Een (na)draaiend snijmes kan handen en voeten snijden! Houd handen en voeten waar om uit de buurt van het messensystem!

  1. Schakel het maaiwerk met de tuimelschakelaar (02/5, stand "0" )uit.

Het maaiwerk kan zowel in stilstand als wanneer de trekker rijdt, worden uitgeschakeld.

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel door eruit geslingerde voorwerpen! Bij het kruisen van grind- en steenslagoppervlakken hunnen voorwerpen in de draaiende maaier worden getrokken enervoigens eruit worden geslingerd.

Schakel de maaier.altijduit wanner u op andere ondergrond dan gras rijdt.

7.5.5.4 De grasopvangbak leegmaken

OPMERKING Wanner de grasopvangbak gevuld is, klinkt een akoestisch signal. De bak moet ten LASTe nu worden leeggemaakt.

Naargelang de uitrustingsvariant beschicht uw gazontrekker over een elektrisch bediend bakledinggssysteme of een handmatig bediende grasopvangbak met bedieningshendel.

Voor allebakvarianten geldt:

het leegmaken van de grasopvangbak kan vanop de bestuurdersstoel worden uitgevoerd.
Wanneer met ingeschakeld maaiwerk de grasopvangbak omhoog worden geklapt of opgehangen, slaat de motor af.
Wanneer de grasopvangbak nicht correct is vastgeklikt, kan het maaiwerk nicht worden ingeschakeld.

De elektrisch bediende grasopvangbak leegmaken

  1. Om te legen, gebruikt u de tuimelschakelaar (07/1) aan de linkerkant van de bestuurdersstoel.

  2. Om de grasopvangbak te sluiten, gebruikt u de tuimelschakelaar opniew.

De grasopvangbak met de bedieningshendel leegmaken

  1. Trek de bedieningshendeluit de grasopvangbak (17/a).
  2. Druk de hendel in de rijrichting om de grasopvangbak te openen (17/b).
  3. Beweeg de grasopvangbak met de hendel\ aar afterward to de bak vastklikt.

7.5.5.5 Mulchen

Voor een optimaal mulchresultaat要去 het gras regelmatig worden gemaaid (ong. 1 tot 2 keer per week). Maai waar bij 1/3 van de hoogte van het gras af (bijv. 6 cm hoogte, 2 cm maaien). Daardoor wordt het gemaaide gras secureur in het nog resterende gazon verwerkt.

7.5.5.6 Maaitijd

Houd er rekening mee dat gras op verschillende tijdstippen anders groeit. Wij adviseren om bij het begin van de lente een kortere maaitijd te kiezen. Vergroot het maai-interval wanner het gras in de loop van het一年多 hinter snel gaat groeien.

Kon het grayscale een poosje Niet gemaaid worden, kies dan eerst een hogere maaihoogte-instelling en maai het tweeagen later nog eens met een lagere maaihoogte-instelling.

7.5.5.7 Hoog gras maaien

Maai het gras, wanner dit langer is dan gewoon- lijk of te vochtig, met een hogere maaihoogte-instelling. Maai het gras aansluitend nogiens met de lagere, normale instelling.

7.5.5.8 Snijmessen onderhoden

Zorgijdens het hele maaseizoen voor een scherp snijmes om te voorkomen dat de grashalmen aft Scheuren en versnipperen. Afgescheurde grashalmen krijgen bruine randen. Daardoor groeit het gras minder snug en is het vatbaarder voor ziektes.

  • Controller de scherpte van de snijmessen na elk gebruik en let op tekens van slijtage of schade! Ga indien nodig maar de serviceworkplaats.
    Gebruik bij verranging enkel originele reservemessen.

8 DE GAZONTREKKER REINIGEN

Voor een optimale werkung en een lange levensduur要去 de gazontrekker regelmatig worden gereinigd.

Reinig de gazontrekker na elk gebruik en verwijder aanklevend vuil.

Gebruik geen hagedrukreiniger om te reinigen. De waterstraal van een hagedrukreiniger of van een tuinslang kan de elektronica of de lagers beschadigen.

Zorg ervoor dat vooral motor, transmissie en oprolmechanismen, alsook de volledige elektronica niet in aanraking komen met water.

WAARSCHUWING! Gevaar bij het reini-gen! Voor alle reinigingswerkzaamheden geldt:

zet de motor af en trek de contactsleutel UIT.
Trek de stekker(s) van de bougiedoppen UIT.
Nadat deze gereinigd zich,要去en verwijderde beveiligingsvoorzieningen opniew worden gemonteerd.
RISICO OP BRANDWONDEN: reinig de gazontrekker pas wonneer die is afgekoeld. Motor, transmissie en uitlaatdemper zichn zeer heet!
RISICO OP SNIJWONDEN: let bij werkzaamheden aan snijwerktuigen op de scherpe messen. Bij maaiwerktuigen met meerde re messen kan de beweging van het ene snijwerktuig de beweging van het andere veroorzaken!

8.1 De grasopvangbak reinigen

Verwijder hiervoorde grasopvangbak en spuit de bak van binnen en buiten af met een waterslang. Vuil dat vastkleeft moet voorzichtig, bijvoorbeeld met een borstel, worden afgeschraapt. Zorg er vooral bij grasopvangbakken met stoffen bekleding voor dat de stof Niet worden beschadigd.

OPMERKING Leeg de grasopvangbak zoals beschreiben voordat u begint met schoonma-ken. Een volle grasopvangbak is te zwaar omveilig te konnen verwijderen.

Een grasopvangbak verwijderen

  1. Zet de motor uit.
  2. Til de grasopvangbak Lichtjes op.
  3. Verwijder de grasopvangbakব boven.

Een elektrisch bediende grasopvangbak verwijderen

  1. Zet de motoruit.
  2. Controller of de elektrisch bediende grasopvangbak gesloten is.
  3. Til de grasopvangbak op (ongeveer 30^
  4. Verwijder de grasopvangbak় boven.

8.2 De behuizing, motor en transmissie reinigen

LET OP! Beschadiging van de elektrische installmentie door binnendringend water! Zorg er bij het reinigen van de trekker voor dat er geen water in de elektrische installmentie geraakt!

Spuit de motor en alle lagers (wielen, versnellingsbak, meslager) Niet met water of een hoge-drukreiniger schoon.

Water dat binnendringt in het ontstekingssystem, de carburateur en het luchtfilter kan storingen veroorzaken. Water in de lagers kan leiden tot verlies van smering en dus tot vermieling van de lagers.

Gebruik voor het verwijderen van vuil en grasresten een doek, handborstels, borsteltjes met lange steel of iets gelijkaardigs.

8.3 Het uitwerpkanaal reinigen (18)

Door regelmatig reinigen worden de vrijbe beweging van de maaihoogteverstelling gegarandeerd.

Het uitwerpkanaal bestaat uit twee in elkaar geschoven delen. Het onderste deel is stevig vergrendeld in de maaierbehuizing. Het bovenste deel kan eruit worden getrokken om te reinigen.

  1. Verwijder de grasopvangbak.
  2. Verwijder de schroeven (18/1) aan de linkerenrechtzerijde van het uitwerpkanaal (18/2).
  3. Trek het uitwerpkanaal er door de achefterwand maar weiter onder.
  4. Reinig het bovenste en onderste uitwerpkanaal grondig.
  5. Steek het uitwerpkanaal in dechterwand.
    Zorg er waar bij voor dat het bovenste en onderste deel schoon worden samengevoegd.
  6. Schroef.Deze met de twee bevestigings-schroeven vast.
  7. Monteer de grasopvangbak.

9 ONDERHOUD

WAARSCHUWING! Gevaar bij het onderhoud! Voor alle onderhoudswerkzaamheden geldt:

zet de motor af en trek de contactsleuteluit.
Trek de stekker(s) van de bougiedoppenuit.
Verwijderde beveiligingsvoorzieningen要去 na het onderhoud opnieuw worden ges monteerd.
RISICO OP BRANDWONDEN: voer aan de gazontrekker pas werkzaamheden uit wanneer die is afgekoeld. Motor, transmissie enuitlaatdemper zicheer heet!
RISICO OP SNIJWONDEN: let bij werkzaamheden aan snijwerktuigen op de scherpemessen. Bij maaiers met meerde messen kan de beweging van het ene maaimedesbeweging van het andere veroorzaken.
Bij het verrangen van onderdelen mogen enkel originele reserveonderdelen worden gebruikt.
Bezoek in geval van twijfel algijd een erkende reparatiewerkplaats of neem contact op met de fabrikant.

9.1 Onderhoudsplan

Volgende werkzaamhedenogensdorde gebruikerzelfwordenuitgevoerd.Alle overige onderhouds-,service-en reparatiewerkzaamheden要去en door een erkende service reparatiewerkplaats wordenuitgevoerd.

OPMERKING Bij zware belasting en bij hoge temperaturen konnen kortere onderhoudsintervallen nodig�n dan in de tabel hierbovenঃ vermeld.

Denk ook aan de aanbevolen一年多 voor smeringen conform smeerplan.

Activiteit Voor elkgebruikNa elk gebruikNa de eerste 5(uur)Elke 25bedrijfsu-renElke 50bedrijfsu-renVoor elke opslag
Motoroliepeil controlerenX
Motorolie verwangenXX
Luchtfilter reinigenX
Luchtfilter verwangenX
Bougie controlerenX
Rem controlleren (remtest op een rechte weg)X
Bandenspanning controlleren X
Maaimessen controlleren X
Controlleren op losse onder-delenXX
Aandrijfriem controlleren (visuele controle)X
Reinigen van de gazontrek-kerX
Luchtaanzuirooster op de motor reinigen'X
Gras- en maairestanten van versnellingsbak verwijderenXX

*)* zie de gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant

9.2 Smeerplan

Om te garanderen dat de beweeglijke onderdelen vrij hunnen bewegen, adviseren we minstensaarlijksvolgendeplaatsen te smeren.

Reinig alle plaatsen die gesmeerd要去en worden voor het smeren of inspuien met een doek. Gebruik geen water om eventuele corrosie te vermiinden.

Smeerpunten:

Smeer de smeernippels aan de stuurpennen rechts en links (21) in met universeel vet.
Bevestiging van de vooras aan het frame (21/1) besproeien met sprayolie.
Smeer tandsegment en tandheugelstuurin-richting (22) in met universeel vet.
Rollager en naaf aan voor- en achteras (23 / 20) smeren met universeel vet.

OPMERKING De voor- en weiterwienen要去en voor het smeren van de assen en lagers worden gedemonteerd.

Draaiende onderdelen en lagers: smering van alle beweeglijke draaiende onderdelen en lagers.

9.3 Wielen verwisselen

Wielen mogen alleen op een horizontale en vaste ondergrund worden verwisseld.

  1. Schakel de gazontrekkeruit en trek de contactsleuteluit.
  2. Druk het rempedaal (05/1) geheel in en blokkeer het met de parkeerhendel (05/2).
  3. Beveilig de gazontrekker met weltblokken te- gen wegrollen. Leg de blokken onder de kant die nicht worden opgetild.
  4. Til de gazontrekker met een geschikt hijswerktuig (bijv. hijswerktuig voor schaarwagens) aan die kant op waar het wieit moet worden verwisseld. Til de trekker zo ver op tot het wieit dat moet worden verwisseld vrij kan ronddraaien.

Voorzichtig! Gevaar voor beschadiging van de apparatuur.

Zorg er bij het optillen voor dat er geen trekkerelementen worden gebogen. Gebruik het hijswerktuig alleen voor stabiele metalen onderdelen.

  1. Bevestig de gazontrekker aan een dragend element van het onderstel met een stabiele ondergrond (bijv. houten blokken) zodate deze, ook wonneer het hijswerktuig weglijkdt of kantelt, Niet omlaag kan zakken.
  2. Trek de beschermkap (19/1) eraf.
  3. Druk de borgring (19/2) met een schroeven-draaier maar beneden. Zorg ervoor dat deze Niet verloren gaat.
  4. Trek de sluitring (19/3) los.

  5. Trek het wiei van de as.

  1. Reinig de as en de boring in het wiei en vet\ deze beiden in met universeel vet alvorens opnieuw te monteren.
  2. Steek het wiei op de as.

Opmerking: Bij het erop steken van de achterwieten要去en de groeven van de inlegspie en van het Achterwiel zodanig boven elkaar staan dat de inlegspie zonder kracht erin kan worden geschoven.

  1. Steek de onderlegring op de as.
  2. Druk de borgring in de moer op de as. Wanner u hiervoor eventueel een tang gebruikt, let erop dat u de as nicht beschadigt met de tang.
  3. Steek de beschermkap op de as.
  4. Verwijder de ondersteuning en LAST de trekker voorzichtig met de hefinrichting op de grond zakken.

9.4 Startbatterij

De leveromvang van de gazontrekker omvat geen oplader voor de startbatterij.

Precieze accunaam: zie accubak. De startaccu bevindt zich onder de motorkap.

In prince is de startaccu af fabriek opgeladen.

Veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING! Gevaar door verkeerde omgang met de startbatterij! Neem de volgende punten in acheit om bevaren te vermijden die kuren ontstaan door foutieve omgang met de batterij!

De startaccu mag Niet in de buurt van open vuur worden opgeslagen of verbrand of op een verwarming worden gelegd. Er bestaat explosiegevaar.
Bewaar de startaccu in een koele, droge ruimte (10 - 15^) voor opslag in de winter. Temperaturen onder het vriespunt要去en vermeden wordenijdens de opslag.
Laat de startaccu Niet gedurende een langere tijd ongeladen. Wanner de startaccu gedurrende langere tijd Niet werden gebruikt,要去\ deze met een geschikt apparaat worden opgeladen.
Vernietig de startaccu Niet. De elektrolyt (zwavelzuur)veroorzaakt brandwonden op de huid en verbranding van de bekleding - was onmiddelijk uit met veel water.

Houd de startaccu schoon. Wis alleen af met een droge doek. Gebruik hiervoor geen wa- ter, benzine, verdunningsmiddel of dergelijk!
Houd de aansluitpolen schoon en vet in met poolvet.
Sluit de aansluitpolen nicht kort.

De startaccu opladen

Voor opslagijdens de winterpauze.
Bij langere stilstand van het apparaat (langer dan 3 maanden).

WAARSCHUWING! Gevaar door foutief opladen van de startbatterij! De laadstroom

van de oplader mag Niet hoger zichn dan 5 A en de laadspanning mag max. 14,4 V bedragen. Bij hogere laadspanning bestaat explosiegevaar van de startbatterij! Trek bij werkzaamheden aan de batterij.altijd de contactsleuteluit.

We adviseren om deze onderhoudsvrije en gas-dichte startaccu met een special hiervoor geschikte oplader op te laden (verkrijgbaar bij de dealer).

Lees voor het opladen van de startaccu de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de oplader.

VOORZICHTIG! Risico op kortsluiting!

Sluit altijd als eerste de minkabel (-) aan de batterij af en klem deze als LAST weer aan om kortsluiting te vermijden! Trek bij werkzaamheden aan de batterij altijd de contactsleutel UIT!

  1. Trek de contactsleuteluit (02/4).
  2. Open de motorkap.
  3. Verbind de klemmen van de oplader met de aansluitpolen van de accu.

OPMERKING Let op de polariteit:

rode klem = pluspool (+)
zwarteklem minpool(-)

  1. Verbind de oplader met het stroomnet en schakel het in.

9.5 De maaier demonteren

Om de trekkerijdens de winter te gebruiken en voor het verrangen van de aandrijfrem moet het maaiwerk worden gedemonteerd.

  1. Draai het stuur volledig maar links (32).
  2. Verwijder de grasopvangbak (33).
  3. Demonteer het uitwerpkanaal (18).
  4. Cilinderkopschroef (34) van de schachthouder 5 - 6 slagen losdraaien.

  5. Laat het maaiwerk zakken tot op de laagste instelling (35).

  6. Hang de trekveer aan het maaiwerk (36).
  7. Plaats het maaiwerk weeher helemaal maar boven (37).
  8. Hang het aandrijfremkanaal op (38).
  9. Hang de aandrijfrem van de aandrijfrem-schijf van de motor op (39).
  10. Laat het maaiwerk waar zakken tot op de diepste instelling (40).
  11. Verwijder de 4 borgpennen aan de beugels van de maajer (41).
  12. Neem de beugel over de bouten af (41).

9.6 V-snaar verrangen

  1. Draai 6 borgmoeren (24) los.
  2. Hang het aandrijfremkanaal op (25).
  3. Hang de rechter afdekking van de maaier op en verwijder们都 (26).
  4. Hang de linker afdekking van de maier op en verwijder们都 (27).
  5. Maak de schroef aan de spanrollichtjes los tot de aandrijfrem kan worden afgerold (28).

  6. Neem de aandrijfrem weg.

OPMERKING De leiding en de plaats van de aandrijfrem verschillen naargelang het type. Neem de sticker met instructies op de maaier inRCT.

Nieuwe aandrijfrem aanbrengen

  1. Plaats de V-riem om de enigszins losgedraai de spanschijf en schroef de spanschijf wee rast (30 / 31).
  2. Leg de aandrijfrem conform de volgorde rond de rol en let op de leiding en de plaats van de aandriifrem.

10 TRANSPORT

Bij het transport van de gazontrekker met transportmiddelen (bijv. aanhangwagen voor perso

nenwagens)要去maier worden ondersteund om de ophanging van de maier te ontlasten.

Zorg er bij het transport voor dat het transportmiddel voldoende belasting heeft en dat de gazontrekker op de juiste manier is vastgemaakt.

11 OPSLAG

De gazontrekker moet worden bewaard op eenplaats waar deze beschermd is谈起 weersinvloeden, vooral谈起 vochtigheid, regen en langere directe blootstelling aan zonnestralen.

Sla de gazontrekker nooit met brandstof in de tank binnen in een gebouw op waar de brandstofdampen möglichk in contact kuren komen met open vuur of vonken. Bewaar de gazontrekker enkel in ruimtes die geschikt+zijn voor het bewaren van motorvoertuigen.

Bewaar de gazontrekker tijdens langere opslag, zoals overwintering, Niet met volle brandstoftank indien möglich. De brandstof kan verdampen.

Voor lange opslag moet de brandstof uit de tank en de carburateur worden afgelaten om afzetting en daardoor startmoeilijkeden te voorkomen.

Raadpleeg hiervoor uw erkende reparatiewerkplaats.

12 HULP BIJ STORINGEN

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen+kunnen letsel yeroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!

OPMERKING Neem contact op met once klantenservice bij storingen die nicht in deze tabel staan vermeld of die u Niet zich kunt oplossen.

Storing Oorzaak Oplossing
Motor slaat nicht aan. Brandstoftekort. Tank vullen; tankontluchting controle- ren; brandstofffilter controleren.
Slechte, verruilde brandstof, ou- de brandstof in de tank.Gebruik alkijd verse brandstof uit schone containers; carburateur reinigen (werk- plaats van de klantenservice).
Luchtfilter verruild. Luchtfilter reinigen (zie gebruiksaanwij- zing van de motorfabrikant).
Geen ontstekingsvonk. Bougie reinigen,evt. een neue plaat- sen, ontstekingskabels controlleren, ont- stekingsystem controlleren (werk- plaats van de klantenservice).
Te veel brandstof in de motor- verbrandingsruimte door meer- dere startpogingen.Bougie losdraaien en afdrogen.
Starter werkt nicht. Legeof zwakke startaccu. Startaccu opladen.
Veiligheidsschakelaar op be- stuurdersstoel werkt nicht.Correct op de bestuurdersstoel plaat- nemen; schakelaar defect.
Veiligheidsschakelaar op rempe- daal werkt nicht.Rempedaal volledig indrukken.
Maaiwerk ingeschakeld. Maaiwerk uitschakelen.
Zekering aan (+) kabel van de startaccu.Zekering controleren, indien nodig ver- vangen.
Motorvermogen is on- voldoende.Te hoog of te vochtig gras. Maaihoohte corrigeren; vrije ruimte voor het maaiwerk creëren door kort ache- uit te rijden.
Uitwerpkanaal/maaidek verstopt. Motor uitschaken en contactsleutel uit- trekken! Uitwerpkanaal/maaidek reinigen.
Luchtfilter verruild. Luchtfilter reinigen (zie gebruiksaanwij- zing van de motorfabrikant).
Instelling carburateur klopt nicht. Instelling latent controlleren (werkplaats van de klantenservice).
Messen sterk versleten. Messen verrangen (werkplaats van de klantenservice).
Rijnsnelheid te hoog. Rijsnelheid verlagen.
Gazontrekker tritt sterk.Maaiwerk is beschadigd. Maaiwerk controlleren (werkplaats van de klantenservice).
Gazontrekker vertrekt niet.Bij hydrostaat (pedaalbediening): geen wielaandrijving.Bypass-hendel op bedrijfsstand zetten (zie Hoofdstuk 7.3 "Gazontrekker duwen (15, 16)", pagina 58).
Onzuivere knip. Messenversleten, onscherp. Messen verrangen of naslijpen. Bij ge- slepen messen uitbalanceren (werk- plaats van de klantenservice)!
Foute maaihoogte. Maaihoohte corrigeren.
Te laag motortoerental. Maximaal motortoerental instellen.
Rijnsnelheid te hoog. Rijsnelheid verlagen.
Verschillende bandendruk op de wielen.Tot juiste bandendruk oppompen. Cor- recte bandendruk op wielen aflezen.
Grasopvangbak vult nicht.Maaihoogte te diep ingesteld. Maaihoogte corrigeren.
Gras is te vochtig - is te zwaar om door de luchtstroom te worden getransporteerd.Maaitijd verschuiven tot het gazonop-pervlak is gedroogd.
Messen sterk versleten. Messen verrangen. (Werkplaats klan-tenservice)
Gazon te hoog. Gazon 2 keer maaien:1. stap: max. maaihoogte2. stap: gewenste maaihoogte.
Weefselzak verstopt - geen luchtdoorlaat.Weefselzak reinigen.
Uitwerpkanaal maiadek vuil. Uitwerpkanaal/maaidek reinigen.
Vulniveauuweergave reageert nicht.Maiaresten aan hendel vul-niveauuweergave.Maiaresten verwijderen van hendel vul-niveauuweergave. Vervolgens controle-ren oplicht lopen.
Aandrijving, rem, kop-peling en maaiwerk.Uitsluitend laten controleren door een werkplaats met klantenservice!

12.1 Storingsweergave display en foutoplossing

Indicatie Fout Foutbeschrijving Foutoplossing
Err 01 Stoelschakelaar Elektronica detecteert on-geldige toestand van de stoelschakelaar.1. Contact uit- en weeR inschakelen (stand 2)**2. Stoel meerere keren be- en ontlas-tenZelfdiagnose, indien nodig automa-tisch wissen van de fout*, anders contact opnemen met de service
Err 02 Remschakelaar Elektronica detecteert on-geldige toestand van de remschakelaar.1. Contact uit- en weeinschakelen (stand 2)**2. Rempedaalmeerere keren indruk-kenZelfdiagnose, indien nodig automa-tisch wissen van de bout*, anders contact opnemen met de service
Err 03 Maaiwerkscha-kelaarElektronica detecteert on-geldige toestand van de maaiwerkschakelaar.1. Contact uit- en weeinschakelen (stand 2)**2. Maaiwerkschakelaarmeerere ke- ren indrukkenZelfdiagnose, indien nodig automa-tisch wissen van de bout*, anders contact opnemen met de service
Indicatie Fout Foutbeschrijving Foutoplossing
Err 04 Bakschakelaar Elektronica detecteert on-geldige toestand van de bakschakelaar.1. Contact uit- en weeinschakelen (stand 2)**2. Bak meererederiken openen en sluitenZelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de fout*, anders contact opnemen met de service
Err 05 Versnellings-bakschakelaarElektronica detecteert on-geldige toestand van de versnellingsbakschakelaar.1. Contact uit- en weeinschakelen (stand 2)**2. Achteruitrijpedaal meererederiken indruukkenZelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de fout*, anders contact opnemen met de service
Err 06 Contactschake-laar uitwerpka-naalElektronica detecteert on-geldige toestand van de uitwerpkanaalschakelaar.1. Contact uit- en weeinschakelen (stand 2)**2. Uitwerpkanaal demontereen en op-nieuw monterenZelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de fout*, anders contact opnemen met de service
Err 07 Contactschake-laar maaiwerkElektronica detecteert on-geldige toestand van de maaiwerkuitgang.1. Contact uit- en weeinschakelen (stand 1)Zelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de fout*, anders contact opnemen met de service
Err 08 Startrelais Elektronica detecteert on-geldige toestand van de uitgang van het startrelais.1. Contact uit- en weeinschakelen (stand 1)Zelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de fout*, anders contact opnemen met de service
Err 09 Magnetoventiel Motorelektronica detecteert ongeldige toestand van de uitgang van het magnete-ventiel van de motor.1. Contact uit- en weeinschakelen (stand 1)Zelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de fout*, anders contact opnemen met de service
Indicatie Fout Foutbeschrijving Foutoplossing
Err 10 Bobine Elektronica detecteert on-geldige toestand van de uitgang van de bobine.1. Contact uit- en werk inschakelen (stand 1) ■ Zelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de fout*, ■ anders contact opnemen met de service
Err 11 Interne voedingsspanningElektronica detecteert on-geldige toestand van de in-terne voedingsspannings-uitgang.1. Contact uit- en werk inschakelen (stand 1) ■ Zelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de bout*, ■ anders contact opnemen met de service
Err 12 Bewaking inter-ne voedings-spanningElektronica detecteert on-geldige toestand van de in-terne bewaking van de voedingsspanning.1. Contact uit- en werk inschakelen (stand 1) ■ Zelfdiagnose, indien nodig automatisch wissen van de bout*, ■ anders contact opnemen met de service
*: Hierbij gaat het display gedurende ca. 4 seconden uit. **: De foult oplossen door op toets R te drukken (03/13).

13 GARANTIE

Eventuel bennen de wettelijkke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden maar eigien oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een verrangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werk aangeschaft.

Onze garantie geldt alleen bij:

naleving van deze gebruikershandleiding
- Deskundig gekruik
Gebruik van originele reserveonderdelen

De garantie vervalt bij:

Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel

Van de garantie zijn uitgesloten:

lakschade opgetreden als gevolg van normala gebruik
Sijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx(x) zijn aangeduid
Verbrandingsmotoren (hieropঃn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)

De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is waar bij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon maar uw dealer of maar deuchtst bijzijnde klantenservice. Deze verklaringaat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE

Table des matieres

1 Rooiratas
2 Armatuurlaud
3 Piduripedaal

Nr.Osa

6.4 Eeeyxoc nieoeg eaoTikwv

ELeyTe Tnv Tiieon Tuv Eaotikov oTakTKa Diaotnata.
Aiaaote Tny aattouevn nieon aepa oTa e- 1aotikca (ouotnyetai 1 bar).

YNOAEIEH 1 PSI = 0,07 bar.

Hpien twv eaoikw v npoei va eeyxei μe pia Tnoboavla aepoc kai va ouptpwoe i epac.

6.5 ToTROETNOI Káδou σuλλoγns xóptou (10-13)

Ta xlookotnikapaktep npapadobovtai e kado oulloync xoptou. PpoeTe oI oEikoVc mTOpei va diapepuov kaTWC aTO T pWToTUTIO.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SOLO

Model : T 1695.6 HD V2

Categorie : Tractor