T 1695.6 HD V2 - Tractor SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis T 1695.6 HD V2 SOLO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding T 1695.6 HD V2 - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. T 1695.6 HD V2 van het merk SOLO.
GEBRUIKSAANWIJZING T 1695.6 HD V2 SOLO
Inhoudsopgave 1 Over deze gebruikershandleiding ............ 51
2.2 Mogelijk foutief gebruik ...................... 52
2.3 Symbolen op het apparaat ................. 52
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-
5.2 Instrumentenpaneel met display (03). 54
5.2.1 Functieknoppen en de display-
5.4 Bediening van de versnellingsbak
(rijsnelheid) (04) ................................. 55
5.5 Aandrijving hydrostaat (04, 05) .......... 55
5.6 Bediening van het maaiwerk (06)....... 56
6.6 De veiligheidsvoorzieningen controle-
6.6.3 Contactschakelaar van de stoel
6.6.5 Contactschakelaar van het uit-
werpkanaal controleren................ 58 7 De trekker gebruiken................................. 58
7.1 Essentiële voorbereidende maatre-
gelen................................................... 58
7.2 Gebruik van toebehoren ..................... 58
7.5.1 Rit voorbereiden bij temperaturen
7.5.4 Rijden en maaien op hellingen..... 59
7.5.5 Maaien met de gazontrekker ....... 60
8.3 Het uitwerpkanaal reinigen (18).......... 62
De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over de machi- ne nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
De gazontrekkers worden geleverd in ver- schillende uitvoeringsvarianten. Houd er re- kening mee dat de afbeeldingen iets kunnen verschillend van het origineel. Indien u moei- lijkheden zou hebben om de beschrijvingen te begrijpen, neem contact op met een erken- de reparatiewerkplaats of de fabrikant.
Neem de meegeleverde montagehandleiding en de gebruikshandleiding van de benzine- motor in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Gebruiksaanwijzing Gebruik het benzineapparaat niet in de buurt van open vlammen of hitte- bronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en
signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke si- tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel ge- vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei- den. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING De gazontrekkers met achteruitworp worden in verschillende uitvoeringen geproduceerd. Let er bij de volgende beschrijvingen in deze gebruiks- aanwijzing op dat u de beschrijving leest die bij uw gazontrekker hoort. Kenmerken van uw gazontrekker:
Versnellingsbak: Hydrostaat
Bakledigingssysteem: elektrisch, telescopi- sche hendel Er zijn ook verschillen in mulchsystemen, motor- type, motorvermogen en maaibreedte. Typeverschillen:
De gazontrekker is bedoeld voor het maaien van privétuinen rond het huis en hobbytuinen met een max. helling van 10° (18%). Andere toepassin- gen, zoals bijv. mulchen, zijn enkel toegestaan wanneer het originele toebehoren wordt gebruikt en de maximale belastingswaarden worden ge- respecteerd. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een ver- boden om- of aanbouw, worden beschouwd als niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE- markering) en de afwijzing van elke verantwoor- delijkheid vanwege de fabrikant wat betreft scha- de aan de gebruiker of derden.NL 52 493516_a Productomschrijving
2.2 Mogelijk foutief gebruik
De gazontrekker is niet gemaakt voor bedrijfsma- tig gebruik in openbare parken, op sportterreinen, in de land- en bosbouw. WAARSCHUWING! Gevaren door overbe- lasting van de gazontrekker! Let er bij het ge- bruik van een aanhangwagen vooral op dat u de toegestane aanhangergewichten en hellingen omhoog/omlaag niet overschrijdt. Overschrijding hiervan kan het remvermogen van de gazontrek- ker overbelasten en kan tot gevaarlijke situaties leiden! OPMERKING Houd er rekening mee dat de gazontrekker geen wegvergunning heeft en dus niet op de openbare weg mag rijden!
2.3 Symbolen op het apparaat
Lees voor de ingebruikname de gebruikershandleiding door! Houd tijdens het maaien andere personen, vooral kinderen en dieren, op afstand van het werk- gebied. Trek de contactsleutel uit voordat u onderhouds- en reparatiewerk- zaamheden uitvoert! Let op: gevaar! Blijf met uw han- den en voeten bij het snijmecha- nisme vandaan! Rijd niet op hellingen van meer dan 10° (18%)! Gevaar: niet betreden! Risico op brandwonden door he- te oppervlakken!
beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar door beveili- gingsvoorzieningen die verwijderd of gemani- puleerd zijn! Elk gebruik met verwijderde of ge- manipuleerde beveiligingsvoorzieningen is verbo- den. Defecte beveiligingsvoorzieningen moeten onmiddellijk worden gerepareerd of vervangen! De beveiligingsvoorzieningen omvatten vooral:
Remcontactschakelaar
Contactschakelaar uitwerpkanaal
2.5 Productoverzicht (01)
Nr. Component 1 Stuur 2 Instrumentenpaneel 3 Rempedaal 4 Motorkap 5 Versnellingsbakbediening achteruit 6 Versnellingsbakbediening vooruit 7 Maaiwerk 8 Maaihoogteverstelling 9 Versnellingsbak-bypass 10 Sensor grasopvangbak 11 Bediening opvangbak 12 Grasopvangbak 13 Bestuurdersstoel 14 Bediening opvangbak elektrisch* 15 Vergrendelingshendel voor rempe- daal 16 Cruise control-hendel*
- Uitvoering varieert en is afhankelijk van het mo- del493516_a 53 Veiligheidsinstructies 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Kinderen of andere personen die de ge- bruiksaanwijzing niet kennen, mogen de ma- chine niet gebruiken.
Neem de plaatselijke voorschriften in acht in- zake de minimumleeftijd van de bediener.
Kinderen en jongeren instrueren niet met de machine te spelen.
Maai uitsluitend bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting.
Houd anderen op afstand van de gevarenzo- ne.
De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu- eel letsel bij derden en voor materiële scha- de.
Gebruik uitsluitend originele reserveonderde- len en origineel toebehoren.
Reparaties aan de machine moeten worden uitgevoerd door de fabrikant of een werk- plaats van de klantenservice.
Draag gehoorbescherming.
De gazontrekker heeft geen wegvergunning en mag niet op openbare wegen en straten rijden.
Maai niet wanneer het onweert. Geen be- scherming tegen blikseminslag.
Passagiers mogen niet op de machine wor- den meegenomen.
Maai geen hellingen van meer dan 10° (18%)
Na de inname van alcohol, van geneesmid- delen die een invloed hebben op het reactie- vermogen of van drugs mag niet worden ge- werkt met de gazontrekker en/of met een toe- behoren dat hieraan bevestigd is.
Maai altijd dwars op de helling.
Neem de lokale, door de gemeentelijke over- heid toegestane werktijden in acht.
De gazontrekker kan door zijn eigen gewicht ernstig letsel veroorzaken. Bij het laden en lossen van de gazontrekker voor transport in een voertuig of een aanhangwagen moet ex- tra voorzichtig worden gehandeld.
Deze gazontrekker mag niet worden wegge- sleept. Gebruik voor het transport op openba- re verkeerswegen een geschikt voertuig.
Gebruik de gazontrekker niet in slecht geven- tileerde werkomgevingen (bijv. garage). De uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide en andere schadelijke stoffen.
Neem de bijgevoegde montagehandleiding in acht bij het uitpakken en afmonteren van de trekker. OPMERKING Neem ook de meegeleverde gebruikshandleiding van de benzinemotor in acht. WAARSCHUWING! Gevaren door onvol- ledige montage! De gazontrekker mag niet wor- den gebruikt voordat hij volledig is gemonteerd! Voer alle montagewerkzaamheden uit die in de montagehandleiding worden beschreven. Vraag in geval van twijfel vóór de ingebruikname aan een vakman of de montage correct werd uitge- voerd! Controleer of alle veiligheids- en bescher- mingsinrichtingen aanwezig zijn en functioneren! 5 BEDIENINGSELEMENTEN Hierna worden de bedieningselementen van de gazontrekker met achteruitworp beschreven. Let erop dat u de beschrijving leest die bij uw gazont- rekker hoort.
5.1 Standaard dashboard (02)
Hieronder worden de elementen van het stan- daard instrumentenpaneel toegelicht. Regeling van het motortoerental OPMERKING Houd er rekening mee dat de bediening van de regelaar in rijmodus de snel- heid beïnvloedt! Bij regelaar met geïntegreerde choke: Door het verplaatsen van de regelaar (02/2) wordt het motortoerental verhoogd en verlaagd. In de bovenste stand wordt de choke ingescha- keld. Choke inschakelen: schuif de regelaar helemaal naar boven tot aan het choke- symbool. Gebruik deze stand uitsluitend om de motor te starten. Let op: Sommige trekkervarianten zijn uit- gerust met een aparte choke-knop (02/1) op het dashboard. Deze moet dan bijko- mend worden uitgetrokken om de trekker te starten. Schuif de knop langzaam weer terug wanneer de motor draait! Maaien: in deze stand draait de motor met het maximale toerental. Stationair bedrijf: in deze stand draait de motor met het laagste toerental.NL 54 493516_a Bedieningselementen Contactslot (02/4) Stand Werking 0 Motor uit. De contactsleutel kan worden uitge- trokken. I Koplampen aan. Nadat de motor is gestart, worden in deze stand de koplampen ingescha- keld. Stand Werking II Bedrijfsstand wanneer de motor draait. III Startstand om de motor te starten. Laat de sleutel los, zodra de motor draait. Deze springt dan terug naar bedrijfsstand II.
5.2 Instrumentenpaneel met display (03)
Lees dit hoofdstuk wanneer uw gazontrekker bo- ven het standaard instrumentenpaneel een dis- play heeft.
5.2.1 Functieknoppen en de displayweergave
Pos. Aanduiding Werking 03/2 Op het display worden weergegeven:
Dagelijkse bedrijfsuren (weergave met één cijfer achter de komma) Let op: De dagelijkse bedrijfsuren worden weergegeven in het decimale systeem (1,5h = 1h 30min).
Totaal aantal bedrijfsuren (weergave zonder cijfer achter de komma) Let op: De totale bedrijfsuren beginnen te tellen, zodra de contactsleutel in stand I wordt gedraaid. 03/5 Om de displayweergave om te schakelen:
Dagelijkse bedrijfsuren
Batterijspanning Let op: Wanneer de contactsleutel in het contactslot in stand "I" staat, blijven de totale bedrijfsuren lopen. 03/13 Terugzetten van de dagelijkse bedrijfsuren op "0". Let op: Alleen de dagelijkse bedrijfsuren kunnen op "0" worden teruggezet, niet de totale bedrijfsuren.
5.2.2 Controlelampjes
Pos. Aanduiding De aanduiding brandt: 03/1
terwijl de motor draait:
bij defecte of diep ontladen startbatterij.
zekering defect (15 A-blauw).
Dynamo aan de motor defect.
terwijl de motor stilstaat:
bij diep ontladen startbatterij. Let op: Ga naar de erkende reparatiewerkplaats wanneer deze aanduiding brandt!493516_a 55 Bedieningselementen Pos. Aanduiding De aanduiding brandt: 03/3 wanneer de grasopvangbak vol is. Maak de grasopvangbak leeg! 03/4 wanneer het maaiwerk is ingeschakeld. 03/6 wanneer voor het maaiwerk het achteruitrijden werd geactiveerd. 03/7 wanneer de grasopvangbak is verwijderd of niet volgens de voor- schriften gesloten is. 03/8 bij ingeschakelde koplampen. 03/9 wanneer de rem wordt ingedrukt en bij vergrendeling van de rem. 03/10 wanneer er zich nog slechts een brandstofresthoeveelheid van maximaal ongeveer 1,5 liter in de tank bevindt. 03/11 wanneer het oliepeil zich onder een bepaald peil bevindt. 03/12 wanneer de bestuurder afstapt van de trekker bij:
draaiende motor (rem is vergrendeld)
Rem: Wanneer u het rempedaal (05/1) hele- maal indrukt, wordt de rem op de versnel- lingsbak in werking gesteld, de trekker remt af.
Handrem: Wanneer u met ingedrukt rempe- daal (05/1) de vergrendelingshendel (05/2) naar boven trekt, wordt de rem vergrendeld. Door het rempedaal opnieuw in te drukken, wordt de rem losgelaten.
5.4 Bediening van de versnellingsbak
(rijsnelheid) (04) De gazontrekkers zijn uitgerust met een hy- drostaat (pedaalbediening). Enkele modellen zijn uitgerust met cruise control. Om vooruit en achteruit te rijden, zijn aan de rechterkant twee aparte pedalen ondergebracht. Rijrich- ting Beschrijving Vooruit Gebruik het rechterpedaal (04/2) om vooruit te rijden. Achteruit Gebruik het linkerpedaal (04/1) om achteruit te rijden. Let op: Wanneer alleen het pedaal om achteruit te rijden wordt ge- bruikt, wordt het maaiwerk uitge- schakeld. Maaien tijdens het achteruitrijden: zie Hoofdstuk 7.5.5 "Maaien met de gazontrekker", pagina60.
5.5 Aandrijving hydrostaat (04, 05)
De aandrijving hydrostaat wordt bediend door twee pedalen (04/1 en 04/2).NL 56 493516_a Ingebruikname Om te beginnen te rijden, laat u met draaiende motor eerst de parkeerrem (05/2) los en daarna drukt u het pedaal (04/2) in om vooruit te rijden of het pedaal (04/1) om achteruit te rijden. Hoe ver- der u het pedaal indrukt, hoe sneller u in de ge- kozen richting rijdt. Vooruitrijden: duw aan de rechterkant het bui- tenste pedaal in (04/2). Achteruitrijden: duw aan de rechterkant het bin- nenste pedaal in (04/1).
5.6 Bediening van het maaiwerk (06)
Maaihoogte instellen Het maaiwerk van de trekker kan met een hendel (06/2) rechts naast de bestuurdersstoel in meer- dere stappen qua hoogte worden versteld.
1. Beweeg de verstelhendel (06/2) in de ge-
wenste richting. Hendel omlaag betekent klei- ne maaihoogte, hendel omhoog, grote maai- hoogte. Maaiwerk inschakelen Elektrische inschakeling: Op het instrumentenpa- neel bevindt zich een schakelaar (02/5). Schakel hiermee het maaiwerk in (d.w.z. stand "1"). 6 INGEBRUIKNAME WAARSCHUWING! Gevaren door onvol- ledige montage! De gazontrekker mag niet wor- den gebruikt voordat hij volledig is gemonteerd! Voer alle montagewerkzaamheden uit die in de montagehandleiding worden beschreven. Vraag in geval van twijfel vóór de ingebruikname aan een vakman of de montage correct werd uitge- voerd! Controleer of alle veiligheids- en bescher- mingsinrichtingen aanwezig zijn en functioneren!
6.1 Maaier controleren
Voor het gebruik moet altijd visueel worden geïn- specteerd of het snijmechanisme, de bevesti- gingsbouten en de totale snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Om een onbalans te vermijden, moeten versleten of beschadigde messen door nieuwe worden vervangen.
Voor de eerste ingebruikname moet de motor met olie worden gevuld. Neem hiervoor de hand- leiding van de motorfabrikant in acht. Houd er ook rekening mee dat het oliepeil regelmatig moet worden gecontroleerd en dat olie eventueel moet worden bijgevuld.
6.3 Vullen met brandstof (09)
WAARSCHUWING! Gevaren bij de om- gang met brandstof! Brandstof vat uiterst ge- makkelijk vlam. Maak de brandstoftank alleen leeg in de openlucht! Rook niet! Tank niet wan- neer de motor draait of heet is! Gebruik bij het tanken van brandstof een ge- schikte vultrechter of vulbuis om zo te voorkomen dat er brandstof wordt gemorst op de motor, de behuizing of op de ondergrond. Uit veiligheidsoverwegingen moeten de brand- stoftankdop en andere tankdoppen worden ver- vangen wanneer deze beschadigd zijn. Wanneer brandstof is overgelopen, mag de mo- tor niet worden gestart. De trekker moet worden verwijderd van de plaats die bevuild is met brand- stof en de verspilde brandstof moet met een doek worden geabsorbeerd en weggeveegd van de bodem, de motor en de behuizing. Er mag geen poging tot starten worden onderno- men, tot de brandstofdampen verdampt zijn. Sla brandstof alleen op in de containers die hier- voor voorzien zijn. Gebruik loodvrije benzine, min. RON 91. Tank vullen
1. Zet de motor eventueel uit en trek veilig-
heidshalve de contactsleutel uit.
2. Wacht tot de motor een beetje is afgekoeld
(explosiegevaar door ontstoken brandstof!).
3. Druk op de afdekkap van de tankdop (09/1).
4. Draai de afdekkap van de tankdop (09/1) om-
hoog. De afdekkap van de tankdop (09/1) wordt ontgrendeld.
5. Open de tankdop (09/2) en vul de brandstof.
Opmerking:Doe de brandstoftank niet te vol!
Lees de vereiste luchtdruk af op de banden (aanbevolen 1 bar). OPMERKING 1PSI = 0,07bar. Met een gewone in de handel verkrijgbare voet- pomp kan de bandendruk worden gecontroleerd en lucht worden bijgevuld.493516_a 57 Ingebruikname
6.5 Grasopvangbak monteren (10 – 13)
De gazontrekkers worden geleverd met grasop- vangbak. Houd er rekening mee dat de afbeeldin- gen iets kunnen verschillend van het origineel. De vulniveauweergave van de grasopvangbak instellen De vulniveauweergave meldt via een signaaltoon wanneer de grasopvangbak moet worden leeg- gemaakt. Afhankelijk van de aard van het maaisel kan de vulniveauweergave in 6 standen worden inge- steld. Bij droog maaisel stelt u de vulniveauweer- gave in op een kortere stand. Bij nat of vochtig maaisel stelt u de vulniveauweergave in op een langere stand. Hierdoor wordt het niveau tot waar de grasopvangbak wordt gevuld beïnvloed.
1. Zet de motor af (zie Hoofdstuk 7.4 "De motor
starten en afstellen", pagina58).
2. Verwijder de grasopvangbak (zie Hoofdstuk
lijk van de staat van het maaisel (10/a) en laat deze in de gewenste stand vastklikken.
1. Houd de grasopvangbak met één hand vast
aan de handgreep (11/1) en met de andere hand aan de opening aan de achterzijde (11/2).
2. Plaats de grasopvangbak symmetrisch op de
3. Kantel de grasopvangbak met de andere
hand lichtjes naar voor (12), zodat het voor- ste deel van de grasopvangbak vastklikt.
4. Zwenk nu de grasopvangbak weer naar be-
6.6 De veiligheidsvoorzieningen controleren
De veiligheidsvoorzieningen moeten vóór elke start van de gazontrekker worden gecontroleerd. WAARSCHUWING! Gevaar bij de contro- le van de veiligheidsvoorzieningen! De contro- le van veiligheidsvoorzieningen mag enkel vanaf de bestuurdersstoel worden uitgevoerd en wan- neer er geen personen of dieren in de buurt zijn! Voer alle controles op een vlakke ondergrond uit, zodat de gazontrekker niet onbedoeld kan rollen.
6.6.1 Remcontactschakelaar controleren
De remcontactschakelaar zorgt ervoor dat de motor niet kan worden gestart, wanneer de rem niet wordt gebruikt.
1. De motor staat uit.
2. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
3. Maak de parkeerrem los door het rempedaal
op stand III). OPMERKING De motor mag niet starten!
6.6.2 Contactschakelaar van de maaier
controleren De contactschakelaar van het maaiwerk zorgt er- voor dat de motor niet kan worden gestart wan- neer het maaiwerk is geactiveerd.
2. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
op stand III). OPMERKING De motor mag niet starten!
6.6.3 Contactschakelaar van de stoel
controleren De contactschakelaar van de stoel zorgt ervoor dat de motor wordt uitgeschakeld zodra er zich niemand meer op de bestuurdersstoel bevindt en het maaiwerk is ingeschakeld.
1. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
3. Start de motor en laat hem draaien met het
5. Ontlast de stoel door op te staan (niet afstap-
pen!). OPMERKING De motor moet uitschake- len!
6.6.4 Contactschakelaar van de
grasopvangbak controleren De contactschakelaar op de grasopvangbak zorgt ervoor dat de motor wordt uitgeschakeld zodra de grasopvangbak niet correct is opgehan- gen en het maaiwerk is ingeschakeld.NL 58 493516_a De trekker gebruiken
1. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
3. Start de motor en laat hem draaien met het
dien de openingsschakelaar. OPMERKING De motor moet uitschake- len!
6.6.5 Contactschakelaar van het
uitwerpkanaal controleren De contactschakelaar van het uitwerpkanaal zorgt ervoor dat de gazontrekker niet kan worden gestart wanneer het uitwerpkanaal is gedemon- teerd.
1. Grasopvangbak verwijderen.
2. Verwijder het uitwerpkanaal (18/2).
3. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
OPMERKING De motor mag niet starten!
7 DE TREKKER GEBRUIKEN
WAARSCHUWING! Gevaren door ontoe- reikende kennis van de gazontrekker! Lees de gebruikshandleiding nauwkeurig voordat u start! Neem vooral alle veiligheidsinstructies in acht! Voer alle montagewerkzaamheden en alle werk- zaamheden voor de ingebruikname nauwgezet uit. Informeer in geval van twijfel bij de fabrikant!
7.1 Essentiële voorbereidende maatregelen
Draag tijdens het maaien altijd stevig schoei- sel en een lange broek. Maai nooit bloots- voets of met open sandalen.
Controleer het gehele terrein waarop de ga- zontrekker wordt gebruikt. Verwijder alle ste- nen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen die gepakt en wegge- slingerd kunnen worden. Ook tijdens het maaien moet naar vreemde voorwerpen wor- den uitgekeken.
Voer alle werkzaamheden uit die in de inge- bruikname zijn beschreven. Dit geldt vooral voor de controle van de veiligheidsvoorzie- ningen.
Gebruik alleen de koppelinrichting om lasten te trekken! Overschrijd de belasting niet.
Het transport van voorwerpen op de gazont- rekker is verboden!
7.2 Gebruik van toebehoren
WAARSCHUWING! Gevaar door foutief toebehoren of foutief gebruik van het toebe- horen! Gebruik altijd enkel het originele toebeho- ren van de fabrikant van de trekker! Neem de ge- bruiksvoorschriften in de bijgevoegde gebrui- kershandleiding in acht! Het gebruik van niet toegestaan toebehoren of het foutief gebruik ervan kan grote gevaren voor de gebruiker en derden veroorzaken. De gazont- rekker zou overbelast kunnen worden. Dit kan zware ongevallen veroorzaken.
7.3 Gazontrekker duwen (15, 16)
VOORZICHTIG! Gevaar bij het duwen op hellingen! Duw de gazontrekker enkel op een horizontale ondergrond! Op hellingen zou de ga- zontrekker ongecontroleerd bergaf kunnen rollen. Bij hydrostaataandrijving De bypasshendel (15/1) bevindt zich in de wiel- kast rechtsachter. Ontgrendeling bypass bij T3-versnellingsbak (ty- pe: T15, T16, T18):
1. Bypass-hendel (15/1) naar buiten trekken en
naar boven vasthaken (16).
ð De gazontrekker kan nu worden verschoven. Ontgrendeling bypass bij G700-versnellingsbak (type: T20, T23):
1. Bypass-hendel (15/1) naar binnen duwen en
naar boven vasthaken (16).
ð De gazontrekker kan nu worden verschoven.
1. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
2. Druk het rempedaal (05/1) aan de linkerkant
helemaal in en blokkeer het met de vergren- delingshendel (05/2).
3. Controleer dat het maaiwerk NIET is inge-
schakeld. Controleer hiervoor de stand van de tuimelschakelaar (02/5, stand „0“).
4. Plaats de regelaar (02/2) voor het motortoe-
rental tegen de bovenste aanslag. Naarge-493516_a 59 De trekker gebruiken lang de uitrustingsvariant bevindt het choke- symbool zich daar. Indien dit niet zo is, trek de afzonderlijke choke-knop uit (02/1).
5. Steek de contactsleutel in het contactslot
deze zo lang in deze stand tot de motor draait. Opmerking:Om de startaccu te ontzien, mag de startpoging niet langer dan ongeveer 5 seconden duren.
8. Zet de regelaar (02/2) voor het motortoeren-
tal op bedrijfsstand. Bij een uitrustingsvariant met choke-knop drukt u deze opnieuw in (02/1). Zet de motor uit
1. Schakel het maaiwerk uit (02/5).
2. Zet de regelaar (02/2) voor het motortoeren-
tal op stationaire stand.
3. Druk het rempedaal (05/1) in en blokkeer het
met de vergrendelingshendel (05/2).
4. Draai de contactsleutel (02/4) naar stand „0“.
5. Trek de contactsleutel uit.
WAARSCHUWING! Gevaar door hete mo- tor! Let er bij het uitschakelen van de motor op dat hete motoronderdelen (zoals de uitlaatdem- per) geen voorwerpen of materialen in de nabije omgeving, kunnen ontsteken!
7.5 Met de trekker rijden
WAARSCHUWING! Gevaar door onaan- gepaste snelheid! Rijd vooral in het begin lang- zaam om aan het rij- en remgedrag van de trek- ker te wennen! Voor elke richtingsverandering moet de rijsnelheid zodanig worden verminderd dat de bestuurder altijd de controle over de ga- zontrekker behoudt en deze daarbij niet kan om- kantelen! Uw trekker wordt aangedreven door een hy- drostaat(pedaalbediening).
7.5.1 Rit voorbereiden bij temperaturen
1. Controleer dat het maaiwerk NIET is inge-
lang warmdraaien om de viscositeit van de versnellingsbakolie te optimaliseren. Daarna kunt u met de trekker rijden. Het maaiwerk mag pas worden ingeschakeld als de motor enkele minuten heeft gedraaid.
1. Druk het rempedaal (05/1) in en blokkeer het
met de vergrendelingshendel (05/2).
5. Druk langzaam op het voetpedaal voor de
gewenste rijrichting:
Achteruit: Voetpedaal (04/1)
6. Hoe verder u het pedaal indrukt, hoe sneller
de trekker zich in de gewenste richting ver- plaatst.
7. Om te stoppen, laat u het voetpedaal los en
drukt u het rempedaal (05/1) in. OPMERKING Trek altijd, wanneer u de trekker verlaat, de parkeerhendel aan bij inge- duwd rempedaal, zodat de trekker niet kan weg- rollen!
7.5.3 Met cruise control rijden
OPMERKING De cruise control kan enkel worden ingeschakeld bij voorwaarts rijden. Wan- neer de rem wordt ingedrukt, wordt de cruise control automatisch uitgeschakeld. Cruise control in-/uitschakelen:
Hendel (02/3) omhoogzwenken. De cruise control wordt ingeschakeld.
Hefboom (02/3) omlaagzwenken. De cruise control wordt uitgeschakeld.
7.5.4 Rijden en maaien op hellingen
WAARSCHUWING! Gevaar door fout bij het rijden op hellingen! Wees bijzonder voor- zichtig bij het rijden op hellingen! Er bestaat geen „veilige“ helling. Neem daarvoor vooral de vol- gende veiligheidsinstructies in acht! Wanneer de wielen doordraaien of wanneer het voertuig bij het omhoogrijden op een helling blijft steken, schakel de maaier en de hulpstukken uit. Rijd daarna langzaam en recht vooruit de helling af! Door het extra gewicht van een volle grasop- vangbak neemt het kantelgevaar van de gazont- rekker toe!NL 60 493516_a De trekker gebruiken
Rijd niet op hellingen van meer dan 10° (18%). Voorbeeld: dat komt overeen met een hoogteverschil van 18 cm over een leng- te van een meter.
Rijd niet met schokken.
Rem niet met schokken.
Houd de rijsnelheid laag.
Rijd altijd dwars op de helling.
Versnel niet stevig.
Stuur niet met schokken.
7.5.5 Maaien met de gazontrekker
Voor een goed maairesultaat moet de rijsnelheid worden aangepast aan de gazonomstandighe- den. Kies voor het maaien maximaal 2/3 van de mogelijke rijsnelheid met het pedaal. De maxima- le snelheid van de trekker is uitsluitend bestemd voor de rijmodus zonder ingeschakeld maaiwerk. Doorgaans bedraagt de maaihoogte 4 - 5 cm. Dit komt overeen met het 2e of 3e raster van de hoogteverstelling (06/2). Als het gras vochtig en nat is, maait u met een hogere maaihoogte. Als het gras erg hoog is, is het raadzaam om in twee stappen te maaien. Stel het maaiwerk bij de eerste stap op maximale maaihoogte. Bij de tweede stap kunt u deze dan op de gewenste hoogte instellen.
7.5.5.1 De maaier inschakelen
OPMERKING Het maaiwerk mag pas wor- den ingeschakeld wanneer de motor al ongeveer een minuut is warmgedraaid! Wanneer u de maaier inschakelt, mag de gazontrekker niet in hoog gras staan.
2. Zet de regelaar (02/2) voor het motortoeren-
tal op bedrijfsstand.
4. Schakel het maaiwerk met de tuimelschake-
laar (02/5, stand „1“) in.
5. Stel de gewenste maaihoogte met de hendel
6. Begin te rijden met de gazontrekker.
7.5.5.2 Maaibedrijf bij achteruitrijden
OPMERKING Wanneer enkel het pedaal voor achteruitrijden wordt ingedrukt, wordt de maaier uitgeschakeld.
1. Druk de knop "achteruitmaaien" (02/6) in en
binnen 5 seconden het pedaal (04/1) om ach- teruit te rijden. WAARSCHUWING! Kans op ongevallen bij het achteruitmaaien! Houd het gebied achter u in de gaten tijdens het achteruitmaaien! Achter- uitmaaien enkel indien nodig!
7.5.5.3 De maaier uitschakelen
WAARSCHUWING! Gevaar door messen die blijven draaien! Een (na)draaiend snijmes kan handen en voeten snijden! Houd handen en voeten daarom uit de buurt van het messensys- teem!
1. Schakel het maaiwerk met de tuimelschake-
laar (02/5, stand „0“) uit. Het maaiwerk kan zowel in stilstand als wanneer de trekker rijdt, worden uitgeschakeld. WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel door eruit geslingerde voorwerpen! Bij het kruisen van grind- en steenslagoppervlakken kunnen voorwerpen in de draaiende maaier wor- den getrokken en vervolgens eruit worden geslin- gerd.
Schakel de maaier altijd uit wanneer u op an- dere ondergrond dan gras rijdt.
7.5.5.4 De grasopvangbak leegmaken
OPMERKING Wanneer de grasopvangbak gevuld is, klinkt een akoestisch signaal. De bak moet ten laatste nu worden leeggemaakt. Naargelang de uitrustingsvariant beschikt uw ga- zontrekker over een elektrisch bediend bakledi- gingssysteem of een handmatig bediende gras- opvangbak met bedieningshendel. Voor alle bakvarianten geldt:
het leegmaken van de grasopvangbak kan vanop de bestuurdersstoel worden uitge- voerd.
Wanneer met ingeschakeld maaiwerk de grasopvangbak omhoog wordt geklapt of op- gehangen, slaat de motor af.
Wanneer de grasopvangbak niet correct is vastgeklikt, kan het maaiwerk niet worden in- geschakeld. De elektrisch bediende grasopvangbak leegmaken
1. Om te legen, gebruikt u de tuimelschakelaar
(07/1) aan de linkerkant van de bestuurders- stoel.493516_a 61 De gazontrekker reinigen
2. Om de grasopvangbak te sluiten, gebruikt u
de tuimelschakelaar opnieuw. De grasopvangbak met de bedieningshendel leegmaken
1. Trek de bedieningshendel uit de grasopvang-
3. Beweeg de grasopvangbak met de hendel
naar achter tot de bak vastklikt.
Voor een optimaal mulchresultaat moet het gras regelmatig worden gemaaid (ong. 1 tot 2 keer per week). Maai daarbij 1/3 van de hoogte van het gras af (bijv. 6cm hoogte, 2cm maaien). Daar- door wordt het gemaaide gras secuur in het nog resterende gazon verwerkt.
Houd er rekening mee dat gras op verschillende tijdstippen anders groeit. Wij adviseren om bij het begin van de lente een kortere maaitijd te kiezen. Vergroot het maai-interval wanneer het gras in de loop van het jaar minder snel gaat groeien. Kon het gras een poosje niet gemaaid worden, kies dan eerst een hogere maaihoogte-instelling en maai het twee dagen later nog eens met een lagere maaihoogte-instelling.
7.5.5.7 Hoog gras maaien
Maai het gras, wanneer dit langer is dan gewoon- lijk of te vochtig, met een hogere maaihoogte-in- stelling. Maai het gras aansluitend nog eens met de lagere, normale instelling.
7.5.5.8 Snijmessen onderhouden
Zorg tijdens het hele maaiseizoen voor een scherp snijmes om te voorkomen dat de grashal- men afscheuren en versnipperen. Afgescheurde grashalmen krijgen bruine randen. Daardoor groeit het gras minder snel en is het vatbaarder voor ziektes.
Controleer de scherpte van de snijmessen na elk gebruik en let op tekens van slijtage of schade! Ga indien nodig naar de service- werkplaats.
Gebruik bij vervanging enkel originele reser- vemessen.
8 DE GAZONTREKKER REINIGEN
Voor een optimale werking en een lange levens- duur moet de gazontrekker regelmatig worden gereinigd. Reinig de gazontrekker na elk gebruik en verwij- der aanklevend vuil. Gebruik geen hogedrukreiniger om te reinigen. De waterstraal van een hogedrukreiniger of van een tuinslang kan de elektronica of de lagers be- schadigen. Zorg ervoor dat vooral motor, transmissie en op- rolmechanismen, alsook de volledige elektronica niet in aanraking komen met water. WAARSCHUWING! Gevaar bij het reini- gen! Voor alle reinigingswerkzaamheden geldt:
Trek de stekker(s) van de bougiedoppen uit.
Nadat deze gereinigd zijn, moeten verwijder- de beveiligingsvoorzieningen opnieuw wor- den gemonteerd.
RISICO OP BRANDWONDEN: reinig de ga- zontrekker pas wanneer die is afgekoeld. Mo- tor, transmissie en uitlaatdemper zijn zeer heet!
RISICO OP SNIJWONDEN: let bij werk- zaamheden aan snijwerktuigen op de scher- pe messen. Bij maaiwerktuigen met meerde- re messen kan de beweging van het ene snij- werktuig de beweging van het andere veroor- zaken!
8.1 De grasopvangbak reinigen
Verwijder hiervoor de grasopvangbak en spuit de bak van binnen en buiten af met een waterslang. Vuil dat vastkleeft moet voorzichtig, bijvoorbeeld met een borstel, worden afgeschraapt. Zorg er vooral bij grasopvangbakken met stoffen bekle- ding voor dat de stof niet wordt beschadigd. OPMERKING Leeg de grasopvangbak zo- als beschreven voordat u begint met schoonma- ken. Een volle grasopvangbak is te zwaar om veilig te kunnen verwijderen. Een grasopvangbak verwijderen
1. Zet de motor uit.
2. Til de grasopvangbak lichtjes op.
3. Verwijder de grasopvangbak naar boven.
Een elektrisch bediende grasopvangbak verwijderen
1. Zet de motor uit.
2. Controleer of de elektrisch bediende grasop-
vangbak gesloten is.
3. Til de grasopvangbak op (ongeveer 30°).
4. Verwijder de grasopvangbak naar boven.NL
62 493516_a Onderhoud
8.2 De behuizing, motor en transmissie
reinigen LET OP! Beschadiging van de elektrische installatie door binnendringend water! Zorg er bij het reinigen van de trekker voor dat er geen water in de elektrische installatie geraakt! Spuit de motor en alle lagers (wielen, versnel- lingsbak, meslager) niet met water of een hoge- drukreiniger schoon. Water dat binnendringt in het ontstekingssys- teem, de carburateur en het luchtfilter kan storin- gen veroorzaken. Water in de lagers kan leiden tot verlies van smering en dus tot vernieling van de lagers. Gebruik voor het verwijderen van vuil en grasres- ten een doek, handborstels, borsteltjes met lange steel of iets gelijkaardigs.
8.3 Het uitwerpkanaal reinigen (18)
Door regelmatig reinigen wordt de vrije beweging van de maaihoogteverstelling gegarandeerd. Het uitwerpkanaal bestaat uit twee in elkaar ge- schoven delen. Het onderste deel is stevig ver- grendeld in de maaierbehuizing. Het bovenste deel kan eruit worden getrokken om te reinigen.
1. Verwijder de grasopvangbak.
2. Verwijder de schroeven (18/1) aan de linker-
en rechterzijde van het uitwerpkanaal (18/2).
3. Trek het uitwerpkanaal er door de achter-
wand naar achter uit.
4. Reinig het bovenste en onderste uitwerpka-
5. Steek het uitwerpkanaal in de achterwand.
Zorg er daarbij voor dat het bovenste en on- derste deel schoon worden samengevoegd.
6. Schroef deze met de twee bevestigings-
9 ONDERHOUD WAARSCHUWING! Gevaar bij het onder- houd! Voor alle onderhoudswerkzaamheden geldt:
Trek de stekker(s) van de bougiedoppen uit.
Verwijderde beveiligingsvoorzieningen moe- ten na het onderhoud opnieuw worden ge- monteerd.
RISICO OP BRANDWONDEN: voer aan de gazontrekker pas werkzaamheden uit wan- neer die is afgekoeld. Motor, transmissie en uitlaatdemper zijn zeer heet!
RISICO OP SNIJWONDEN: let bij werk- zaamheden aan snijwerktuigen op de scher- pe messen. Bij maaiers met meerdere mes- sen kan de beweging van het ene maaimes de beweging van het andere veroorzaken.
Bij het vervangen van onderdelen mogen en- kel originele reserveonderdelen worden ge- bruikt.
Bezoek in geval van twijfel altijd een erkende reparatiewerkplaats of neem contact op met de fabrikant.
Volgende werkzaamheden mogen door de ge- bruiker zelf worden uitgevoerd. Alle overige on- derhouds-, service- en reparatiewerkzaamheden moeten door een erkende service reparatiewerk- plaats worden uitgevoerd. OPMERKING Bij zware belasting en bij hoge temperaturen kunnen kortere onder- houdsintervallen nodig zijn dan in de tabel hier- boven zijn vermeld. Denk ook aan de aanbevolen jaarlijkse smerin- gen conform smeerplan. Activiteit Voor elk gebruik Na elk gebruik Na de eerste 5 uur Elke 25 bedrijfsu- ren Elke 50 bedrijfsu- ren Voor elke opslag Motoroliepeil controleren
Luchtfilter vervangen
X493516_a 63 Onderhoud Activiteit Voor elk gebruik Na elk gebruik Na de eerste 5 uur Elke 25 bedrijfsu- ren Elke 50 bedrijfsu- ren Voor elke opslag Rem controleren (remtest op een rechte weg)
Bandenspanning controleren X Maaimessen controleren X Controleren op losse onder- delen X X Aandrijfriem controleren (vi- suele controle)
Luchtaanzuigrooster op de motor reinigen
Gras- en maairestanten van versnellingsbak verwijderen X X )* zie de gebruiksaanwijzing van de motorfabri- kant
Om te garanderen dat de beweeglijke onderdelen vrij kunnen bewegen, adviseren we minstens jaarlijks volgende plaatsen te smeren. Reinig alle plaatsen die gesmeerd moeten wor- den vóór het smeren of inspuiten met een doek. Gebruik geen water om eventuele corrosie te ver- mijden. Smeerpunten:
Smeer de smeernippels aan de stuurpennen rechts en links (21) in met universeel vet.
Bevestiging van de vooras aan het frame (21/1) besproeien met sprayolie.
Smeer tandsegment en tandheugelstuurin- richting (22) in met universeel vet.
Rollager en naaf aan voor- en achteras (23 /
20) smeren met universeel vet.
OPMERKING De voor- en achterwielen moeten voor het smeren van de assen en lagers worden gedemonteerd.
Draaiende onderdelen en lagers: smering van alle beweeglijke draaiende onderdelen en lagers.
9.3 Wielen verwisselen
Wielen mogen alleen op een horizontale en vaste ondergrond worden verwisseld.
1. Schakel de gazontrekker uit en trek de con-
2. Druk het rempedaal (05/1) geheel in en blok-
keer het met de parkeerhendel (05/2).
3. Beveilig de gazontrekker met wielblokken te-
gen wegrollen. Leg de blokken onder de kant die niet wordt opgetild.
4. Til de gazontrekker met een geschikt hijs-
werktuig (bijv. hijswerktuig voor schaarwa- gens) aan die kant op waar het wiel moet worden verwisseld. Til de trekker zo ver op tot het wiel dat moet worden verwisseld vrij kan ronddraaien. Voorzichtig! Gevaar voor beschadiging van de apparatuur. Zorg er bij het optillen voor dat er geen trek- kerelementen worden gebogen. Gebruik het hijswerktuig alleen voor stabiele metalen on- derdelen.
5. Bevestig de gazontrekker aan een dragend
element van het onderstel met een stabiele ondergrond (bijv. houten blokken) zodat de- ze, ook wanneer het hijswerktuig wegglijdt of kantelt, niet omlaag kan zakken.
6. Trek de beschermkap (19/1) eraf.
7. Druk de borgring (19/2) met een schroeven-
draaier naar beneden. Zorg ervoor dat deze niet verloren gaat.
8. Trek de sluitring (19/3) los.NL
64 493516_a Onderhoud
9. Trek het wiel van de as.
Opmerking:Verlies de inlegspie niet wan- neer u de achterwielen van de as trekt!
10. Reinig de as en de boring in het wiel en vet
deze beide in met universeel vet alvorens op- nieuw te monteren.
11. Steek het wiel op de as.
Opmerking:Bij het erop steken van de ach- terwielen moeten de groeven van de inlegs- pie en van het achterwiel zodanig boven el- kaar staan dat de inlegspie zonder kracht er- in kan worden geschoven.
12. Steek de onderlegring op de as.
13. Druk de borgring in de moer op de as. Wan-
neer u hiervoor eventueel een tang gebruikt, let erop dat u de as niet beschadigt met de tang.
14. Steek de beschermkap op de as.
15. Verwijder de ondersteuning en laat de trekker
voorzichtig met de hefinrichting op de grond zakken.
De leveromvang van de gazontrekker omvat geen oplader voor de startbatterij. Precieze accunaam: zie accubak. De startaccu bevindt zich onder de motorkap. In principe is de startaccu af fabriek opgeladen. Veiligheidsinstructies WAARSCHUWING! Gevaar door verkeer- de omgang met de startbatterij! Neem de vol- gende punten in acht om gevaren te vermijden die kunnen ontstaan door foutieve omgang met de batterij!
De startaccu mag niet in de buurt van open vuur worden opgeslagen of verbrand of op een verwarming worden gelegd. Er bestaat explosiegevaar.
Bewaar de startaccu in een koele, droge ruimte (10 – 15°C) voor opslag in de winter. Temperaturen onder het vriespunt moeten vermeden worden tijdens de opslag.
Laat de startaccu niet gedurende een langere tijd ongeladen. Wanneer de startaccu gedu- rende langere tijd niet werd gebruikt, moet deze met een geschikt apparaat worden op- geladen.
Vernietig de startaccu niet. De elektrolyt (zwavelzuur) veroorzaakt brandwonden op de huid en verbranding van de bekleding - was onmiddellijk uit met veel water.
Houd de startaccu schoon. Wis alleen af met een droge doek. Gebruik hiervoor geen wa- ter, benzine, verdunningsmiddel of dergelijke!
Houd de aansluitpolen schoon en vet in met poolvet.
Sluit de aansluitpolen niet kort. De startaccu opladen De oplading is vereist:
Voor opslag tijdens de winterpauze.
Bij langere stilstand van het apparaat (langer dan 3 maanden). WAARSCHUWING! Gevaar door foutief opladen van de startbatterij! De laadstroom van de oplader mag niet hoger zijn dan 5A en de laadspanning mag max. 14,4V bedragen. Bij ho- gere laadspanning bestaat explosiegevaar van de startbatterij! Trek bij werkzaamheden aan de batterij altijd de contactsleutel uit. We adviseren om deze onderhoudsvrije en gas- dichte startaccu met een speciaal hiervoor ge- schikte oplader op te laden (verkrijgbaar bij de dealer). Lees vóór het opladen van de startaccu de ge- bruiksaanwijzing van de fabrikant van de oplader. VOORZICHTIG! Risico op kortsluiting! Sluit altijd als eerste de minkabel (-) aan de bat- terij af en klem deze als laatste weer aan om kortsluiting te vermijden! Trek bij werkzaamheden aan de batterij altijd de contactsleutel uit!
1. Trek de contactsleutel uit (02/4).
2. Open de motorkap.
3. Verbind de klemmen van de oplader met de
aansluitpolen van de accu. OPMERKING Let op de polariteit:
4. Verbind de oplader met het stroomnet en
Om de trekker tijdens de winter te gebruiken en voor het vervangen van de aandrijfriem moet het maaiwerk worden gedemonteerd.
1. Draai het stuur volledig naar links (32).
2. Verwijder de grasopvangbak (33).
3. Demonteer het uitwerpkanaal (18).
4. Cilinderkopschroef (34) van de schachthou-
der 5 - 6 slagen losdraaien.493516_a 65 Transport
5. Laat het maaiwerk zakken tot op de laagste
6. Hang de trekveer aan het maaiwerk (36).
7. Plaats het maaiwerk weer helemaal naar bo-
8. Hang het aandrijfriemkanaal op (38).
9. Hang de aandrijfriem van de aandrijfriem-
schijf van de motor op (39).
10. Laat het maaiwerk weer zakken tot op de
diepste instelling (40).
11. Verwijder de 4 borgpennen aan de beugels
9.6 V-snaar vervangen
1. Draai 6 borgmoeren (24) los.
2. Hang het aandrijfriemkanaal op (25).
3. Hang de rechter afdekking van de maaier op
en verwijder deze (26).
4. Hang de linker afdekking van de maaier op
en verwijder deze (27).
5. Maak de schroef aan de spanrol lichtjes los
tot de aandrijfriem kan worden afgerold (28).
6. Neem de aandrijfriem weg.
OPMERKING De leiding en de plaats van de aandrijfriem verschillen naargelang het type. Neem de sticker met instructies op de maaier in acht. Nieuwe aandrijfriem aanbrengen
1. Plaats de V-riem om de enigszins losgedraai-
de spanschijf en schroef de spanschijf weer vast (30 / 31).
2. Leg de aandrijfriem conform de volgorde
rond de rol en let op de leiding en de plaats van de aandrijfriem. 10 TRANSPORT Bij het transport van de gazontrekker met trans- portmiddelen (bijv. aanhangwagen voor perso- nenwagens) moet de maaier worden onder- steund om de ophanging van de maaier te ont- lasten. Zorg er bij het transport voor dat het transport- middel voldoende belasting heeft en dat de ga- zontrekker op de juiste manier is vastgemaakt. 11 OPSLAG De gazontrekker moet worden bewaard op een plaats waar deze beschermd is tegen weersin- vloeden, vooral tegen vochtigheid, regen en lan- gere directe blootstelling aan zonnestralen. Sla de gazontrekker nooit met brandstof in de tank binnen in een gebouw op waar de brand- stofdampen mogelijk in contact kunnen komen met open vuur of vonken. Bewaar de gazontrek- ker enkel in ruimtes die geschikt zijn voor het be- waren van motorvoertuigen. Bewaar de gazontrekker tijdens langere opslag, zoals overwintering, niet met volle brandstoftank indien mogelijk. De brandstof kan verdampen. Voor lange opslag moet de brandstof uit de tank en de carburateur worden afgelaten om afzetting en daardoor startmoeilijkheden te voorkomen. Raadpleeg hiervoor uw erkende reparatiewerk- plaats.
12 HULP BIJ STORINGEN
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. On- derdelen met scherpe randen en draaiende on- derdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden altijd beschermende handschoe- nen! OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak Oplossing Motor slaat niet aan. Brandstoftekort. Tank vullen; tankontluchting controle- ren; brandstoffilter controleren. Slechte, vervuilde brandstof, ou- de brandstof in de tank. Gebruik altijd verse brandstof uit schone containers; carburateur reinigen (werk- plaats van de klantenservice). Luchtfilter vervuild. Luchtfilter reinigen (zie gebruiksaanwij- zing van de motorfabrikant).NL 66 493516_a Hulp bij storingen Storing Oorzaak Oplossing Geen ontstekingsvonk. Bougie reinigen, evt. een nieuwe plaat- sen, ontstekingskabels controleren, ont- stekingssysteem controleren (werk- plaats van de klantenservice). Te veel brandstof in de motor- verbrandingsruimte door meer- dere startpogingen. Bougie losdraaien en afdrogen. Starter werkt niet. Lege of zwakke startaccu. Startaccu opladen. Veiligheidsschakelaar op be- stuurdersstoel werkt niet. Correct op de bestuurdersstoel plaats- nemen; schakelaar defect. Veiligheidsschakelaar op rempe- daal werkt niet. Rempedaal volledig indrukken. Maaiwerk ingeschakeld. Maaiwerk uitschakelen. Zekering aan (+) kabel van de startaccu. Zekering controleren, indien nodig ver- vangen. Motorvermogen is on- voldoende. Te hoog of te vochtig gras. Maaihoogte corrigeren; vrije ruimte voor het maaiwerk creëren door kort achter- uit te rijden. Uitwerpkanaal/maaidek verstopt. Motor uitschakelen en contactsleutel uit- trekken! Uitwerpkanaal/maaidek reinigen. Luchtfilter vervuild. Luchtfilter reinigen (zie gebruiksaanwij- zing van de motorfabrikant). Instelling carburateur klopt niet. Instelling laten controleren (werkplaats van de klantenservice). Messen sterk versleten. Messen vervangen (werkplaats van de klantenservice). Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid verlagen. Gazontrekker trilt sterk. Maaiwerk is beschadigd. Maaiwerk controleren (werkplaats van de klantenservice). Gazontrekker vertrekt niet. Bij hydrostaat (pedaalbediening): geen wielaandrijving. Bypass-hendel op bedrijfsstand zetten (zie Hoofdstuk 7.3 "Gazontrekker duwen (15, 16)", pagina58). Onzuivere knip. Messen versleten, onscherp. Messen vervangen of naslijpen. Bij ge- slepen messen uitbalanceren (werk- plaats van de klantenservice)! Foute maaihoogte. Maaihoogte corrigeren. Te laag motortoerental. Maximaal motortoerental instellen. Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid verlagen. Verschillende bandendruk op de wielen. Tot juiste bandendruk oppompen. Cor- recte bandendruk op wielen aflezen.493516_a 67 Hulp bij storingen Storing Oorzaak Oplossing Grasopvangbak vult niet. Maaihoogte te diep ingesteld. Maaihoogte corrigeren. Gras is te vochtig - is te zwaar om door de luchtstroom te wor- den getransporteerd. Maaitijd verschuiven tot het gazonop- pervlak is gedroogd. Messen sterk versleten. Messen vervangen. (Werkplaats klan- tenservice) Gazon te hoog. Gazon 2 keer maaien:
Weefselzak verstopt – geen luchtdoorlaat. Weefselzak reinigen. Uitwerpkanaal maaidek vuil. Uitwerpkanaal/maaidek reinigen. Vulniveauweergave reageert niet. Maairesten aan hendel vul- niveauweergave. Maairesten verwijderen van hendel vul- niveauweergave. Vervolgens controle- ren op licht lopen. Aandrijving, rem, kop- peling en maaiwerk. Uitsluitend laten controleren door een werkplaats met klantenservice!
12.1 Storingsweergave display en foutoplossing
Indicatie Fout Foutbeschrijving Foutoplossing Err 01 Stoelschakelaar Elektronica detecteert on- geldige toestand van de stoelschakelaar.
2. Stoel meerdere keren be- en ontlas-
anders contact opnemen met de service Err 02 Remschakelaar Elektronica detecteert on- geldige toestand van de remschakelaar.
2. Rempedaal meerdere keren indruk-
anders contact opnemen met de service Err 03 Maaiwerkscha- kelaar Elektronica detecteert on- geldige toestand van de maaiwerkschakelaar.
2. Maaiwerkschakelaar meerdere ke-
anders contact opnemen met de serviceNL 68 493516_a Hulp bij storingen Indicatie Fout Foutbeschrijving Foutoplossing Err 04 Bakschakelaar Elektronica detecteert on- geldige toestand van de bakschakelaar.
2. Bak meerdere keren openen en
anders contact opnemen met de service Err 05 Versnellings- bakschakelaar Elektronica detecteert on- geldige toestand van de versnellingsbakschakelaar.
2. Achteruitrijpedaal meerdere keren
anders contact opnemen met de service Err 06 Contactschake- laar uitwerpka- naal Elektronica detecteert on- geldige toestand van de uitwerpkanaalschakelaar.
anders contact opnemen met de service Err 07 Contactschake- laar maaiwerk Elektronica detecteert on- geldige toestand van de maaiwerkuitgang.
anders contact opnemen met de service Err 08 Startrelais Elektronica detecteert on- geldige toestand van de uitgang van het startrelais.
anders contact opnemen met de service Err 09 Magneetventiel Motorelektronica detecteert ongeldige toestand van de uitgang van het magneet- ventiel van de motor.
anders contact opnemen met de service493516_a 69 Garantie Indicatie Fout Foutbeschrijving Foutoplossing Err 10 Bobine Elektronica detecteert on- geldige toestand van de uitgang van de bobine.
anders contact opnemen met de service Err 11 Interne voe- dingsspanning Elektronica detecteert on- geldige toestand van de in- terne voedingsspannings- uitgang.
anders contact opnemen met de service Err 12 Bewaking inter- ne voedings- spanning Elektronica detecteert on- geldige toestand van de in- terne bewaking van de voedingsspanning.
anders contact opnemen met de service *: Hierbij gaat het display gedurende ca. 4 seconden uit. **: De fout oplossen door op toets R te drukken (03/13). 13 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende mo- torfabrikant) De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.FR 70 493516_a Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 À propos de cette notice .......................... 71
5. Iedarbiniet motoru.
2. Iedarbiniet motoru un ļaujiet tam darboties
3. Iedarbiniet motoru.
1. Iedarbiniet motoru.
par 5 - 6 apgriezieniem.
Notice-Facile