KM 150500 R D Classic - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 150500 R D Classic Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Zelfrijdende industriële veegmachine met dieselmotor |
| Merk / Model | Kärcher KM 150500 R D Classic |
| Afmetingen (L x B x H) | 2442 x 1570 x 1640 mm |
| Leeggewicht | 1394 kg |
| Maximaal toelaatbaar gewicht | 2240 kg |
| Aandrijving | Dieselmotor YANMAR 3TNV76A, 3 cilinders, 15,8 kW (21,5 pk) |
| Brandstoftankinhoud | 26 L (diesel) |
| Maximumsnelheid | 12 km/u (vooruit en achteruit) |
| Maximale toegestane helling | 18 % in de rijrichting |
| Veegbreedte | 1200 mm (zonder zijborstels) / 1500 mm (met zijborstels) |
| Capaciteit stofbak | 500 L |
| Storthoogte van de bak | 1470 mm |
| Filtersysteem | Zakkenfilter met handmatige reiniging, filteroppervlak 7 m² |
| Bandenspanning (voor/achter) | Voor: 5.00-8 10PR / Achter: 4.00-8 8PR (raadpleeg de handleiding voor exacte waarden) |
| Accu | 12 V, 62 Ah |
| Geluidsemissies | Geluidsdrukniveau LpA 80 dB(A), LWA 102 dB(A) |
| Beschermingsgraad | IPX3 |
| Regelmatig onderhoud | Dagelijkse controle van oliepeil, brandstof, koelvloeistof, bandenspanning, slijtage van borstels |
| Reiniging | Niet met waterstraal of hogedrukreiniger reinigen; buitenkant reinigen met vochtige doek en mild reinigingsmiddel; stoffilter mag niet worden gewassen |
| Veiligheid | Parkeerrem, zitcontactschakelaar, motorstopt als bestuurder plaats verlaat, bescherming tegen brandwonden en beknelling |
| Reserveonderdelen / Repareerbaarheid | Uitsluitend goedgekeurde Kärcher accessoires en reserveonderdelen gebruiken; reparaties door erkende klantenservice |
| Garantie | Garantievoorwaarden afhankelijk van land en verkoper; bewaar aankoopbewijs |
| Conformiteitsnormen | EU-richtlijnen, normen EN 60335-1, EN 55012, EN 55014-2 |
Veelgestelde vragen - KM 150500 R D Classic Kärcher
Gebruikersvragen over KM 150500 R D Classic Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 150500 R D Classic - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 150500 R D Classic van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 150500 R D Classic Kärcher
Algemene aanwijzingen. . . . . NL 1
Zorg voor het milieu. NL 1
Garantie .NL1
Accessoires en reserveon
derdelen. NL 1
Symbolen in de gebruiks
aanwijizing .NL 1
Symbolen op het apparatusat NL 1
Voorzienbaar verkeerd ge-
bruik .NL 2
Geschikte ondergronden NL 2
Veiligheidsinstructies. NL 2
Veiligheidsinstrcties voor
debediening .NL2
Veiligheidsinstructies voor
derijmodus NL2
Apparaten met verbrandingsmotor NL 2
dingsmotor .NL 2
Apparaten met hoge afvoer NL 2
Apparaten met bestuurders
beschermingsdak. . . . . . NL 2
Veiligheidsinstructies over
het transport van het appa-
raat. NL 2
Veiligheidsinstructies over
verzorging en onderhoud NL 3
Functie. NL 3
Instructiesinzakeuitladen..NL3
Elementen voor de bediening en
de functies NL 4
Afbeelding veegmachine NL 4
Bedieningsveld. . . . . . NL 4
Pedalen. NL 4
Ontsteking/functietoetsen NL 4
Bedieningshendel . . . . NL 4
Controleampjes en display NL 5
Voor de inbedrijfstelling. NL 5
Parkeerrem vergrendelen/
loszetten. NL 5
Veegmachine zonder zich-
aandrijving bewegen . . . NL 5
Veegmachine met zelfaan
drijving bewegen . . . . . NL 5
Inbedrijfstelling. NL 5
Algemene aanwijzingen. NL 5
Controle- en onderhoudswerkzaamheden
NL5
Tanken NL 5
Werking NL5
Chauffeursstoel instellen NL 5
Apparaat starten NL 5
Apparaat verrijden NL 5
Veegbedrijf NL 6
Veeggoedcontainer leegmaken
NL 6
Apparaat uitschakelen NL7
Transport NL 7
Opslag NL7
Stillegging NL7
Onderhoud NL 7
Algemene aanwijzingen. NL 7
Reiniging. NL 7
Onderhoudsintervallen. NL 7
Onderhoudswerkzaamheden
NL 7
Hulp bij storingen. NL 13
EU-conformiteitsverklaring. NL 15

Lees voor het eerste gebruik
van uw apparaat deze originele
gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Algemene aanwijzingen
Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur.
- De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zonder gevaar.
- Naast de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing moeten de algemene veiligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden.
Zorg voor het milieu

Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik.

Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor recycling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten via daarvoor geschikte verzamelsystemen.
Motorolie, diesel en benzine mogen niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de bodem en verwijder oude olie op milieuvriendelijke wijze.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal- of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
Accessoires en reserveonderdelen
△GEVAAR
Om risico's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst.
- Er mogen alleen toebehoren en onderdelen gebruikt worden, die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Origineel toebehoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden.
- Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
GEVAAR
Waarschuwt voor een direct dreigend gevaar, dat tot ernstig lichamelijk letsel of de dood leidt.
WAARSCHUWING
Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstig lichamelijk letsel of de dood zou kunnen leiden.
VOORZICHTIG
Verwijst naar een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot licht letsel of materiële schade kan leiden.
LET OP
Verwijst naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.
Symbolen op het apparaat
| Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. | |
| Werkzaamheden aan het ap- paraat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren. | |
| Knelgevaar door vastklem- men:tussen bewegende voertuigonderdelen | |
| Verwordingsgevaar door be- wegende onderdelen. Niet erin grijpen. | |
| Brandgevaar! Geen brand- dende of glimmende voor- werpen opzuigen. | |
| Kettingopname / kraanpunt | |
| 0.8 MPa 8.0 bar | Bandendruk (max.) |
| Opnamepunt voor krik | |
| Maximale helling van de on- dergrond bij ritten met opge- tild veeggoedreservoir. | |
| In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. | |
| Beschadigingsgevaar! De Stofffilter Niet uitwassen. |
De veegmachine is voorzien voor de reiniging van vloeroppervlakken voor industrieel gebruik en onder andere voor de volgende toepassingsgebieden:
- parkings; productie-installaties; logistieke bereiken; hotels; kleinhandel; magazijnen; voetpaden. Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
Elk ander gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schades is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker.
Er mogen aan het apparaat geen wijzigingen worden aangebracht. De veegmachine is enkel geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangegeven vloeroppervlakken. Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgegeven oppervlakken. Over het algemeen geldt: licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar).
Voorzienbaar verkeerd gebruik
Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten. Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. aluminium, magnesium, zink) opvegen/opzuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen. → Geen brandbare of glimmende voorwerpen opvegen/opzuigen. → Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. → Het apparaat mag niet in gesloten ruimtes gebruikt worden. → Het verblijf in de gevarenzone is verboden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. → Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan. → Het is niet toegestaan om met dit apparaat voorwerpen te verschuiven of te transporteren.
Geschikte ondergronden
■ Asfalt ■ Industriële vloer ■ EstriK ■ Beton ■ Klinkers
Veiligheidsinstructies

Gevaar van gehoorschade. Bij het werken met het apparaat in elk geval een geschikte gehoorbescherming dragen.
Veiligheidsinstructies voor de bediening
→ Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien ze zich niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken. → Bij gebruik van het apparaat in gevaarlijke omgevingen (bijvoorbeeld tankstations) moeten de overeenkomstige veiligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Gebruik het apparaat niet zonder bescherming tegen vallende voorwerpen in gebieden waar de mogelijkheid bestaat dat de bediener wordt geraakt door vallende voorwerpen. → Degene die het apparaat bedient, dient het te gebruiken volgens de voorschriften. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, vooral op kinderen. → De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. → Voor de aanvang van de werkzaamheden moet de bediener zich ervan vergewissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aangebracht en functioneren. → De bediener van het apparaat is verantwoordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. → Erop letten dat de bediener nauw aansluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. → Voor het starten de onmiddellijke omgeving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! Laat het apparaat nooit zonder toezicht staan terwijl het ingeschakeld is. De bediener mag het apparaat pas achterlaten als de sleutel (Intelligent Key) verwijderd en het apparaat tegen onbedoelde bewegingen beveiligd is. → Om onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, dient men de contactsleutel te verwijderen. → Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt die voor de omgang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik.
→ Dit apparaat is niet ervoor gedacht, door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door gebrek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door personen worden geobserveerd die voor hun veiligheid verantwoordelijk zijn of door deze hun instructies hebben verkregen, hoe het apparaat dient te worden gebruikt. Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen.
Veiligheidsinstructies voor de rijmodus
△GEVAAR
Ongevalgevaar, verwondingsgevaar!
→ De rijsnelheid moet aan de omstandigheden van dat moment aangepast worden. Kantelgevaar bij sterke hellingen. → In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. → Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij zijwaartse hellingen. → Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10% berijden.
Apparaten met verbrandingsmotor
△Gevaar
Verwondingsgevaar!
→ De uitlaat mag niet geblokkeerd worden. → Niet over de uitlaat buigen of deze aanraken (verbrandingsgevaar). → Aandrijfmotor niet aanraken of vastpakken (verbrandingsgevaar). Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden ingeademd. → De motor heeft ca. 3 - 4 seconden nalevering nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik.
Apparaten met hoge afvoer
△GEVAAR
Verwondingsgevaar! → Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en beveilig het.
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak
OPMERKING
Het bestuurdersbeschermingsdak (optioneel) biedt bescherming tegen grote, vallende delen. Het biedt echter geen enkele bescherming!
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat
→ Neem bij het transport het gewicht van het apparaat in acht. Klem voor het transport van het apparaat de batterij af en zet het apparaat veilig vast.
Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud
Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden van het apparaat, het verwangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd. → Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. → Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schades). → Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn. → Veiligheidscontrole volgens de plaatselijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. → Werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren.
Functie
De veegmachine werkt volgens het veeg-schoepprincipe.
- De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir.
- De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol. Het fijnstof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen.
Instructies inzake uitladen
△GEVAAR
Verwondings- en beschadigingsgevaar!
→ Gewicht van het apparaat bij het verladen in acht nemen! → Gebruik geen vorkheftruck, het apparaat zou beschadigd kunnen worden.
Leeggewicht (zonder aanbouw-sets) 1394 kg*
- Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger. Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan gebruikt worden! Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: Bodemvrijheid 70 mm.
Elementen voor de bediening en de functies







Afbeelding veegmachine
Afbeelding A
1 Deksel van reservoir 2 Stoel (met zitcontactschakelaar) 3 Stuurwiel 4 Vergrendeling apparaatkap 5 Apparaatkap 6 Werkverlichting vooraan (optie) 7 Zijbezem, rechts 8 Voorwiel 9 Veegrol 10 Vastsjor punt (4x) 11 Typeplaatje 12 Centrifugaalseparator 13 Zwaailicht 14 Apparaatkap rechts 15 Afdekking, rechts 16 Achterwandbekleding 17 Werkverlichting achteraan (optie) 18 Achterwiel 19 Afdekking, links 20 Kap links (motorkap)
Optionele uitrusting
| Bestuurdersbescher-mingsdak | 2.851-686.0 |
| Werkverlichting 2.852-082.0 | |
| Zijbezem, links 2.851-274.0 |
Bedieningsveld
Afbeelding
1 Houder 2 Bedieningshendel 3 Zekeringen 4 Controlelampjes en display 5 Contactslot 6 Functietoetsen 7 Regeling motortoerental Gashefboom 8 Parkeerrem 9 Hefboom
Pedalen
Afbeelding C
1 Rempedaal 2 Gaspedaal voor-/achteruit
Ontsteking/functietoetsen
Afbeelding
1 Contactsleutel
Symbool verwarmingsspiraal: Voorgloeien
Stand 0: Motor uitschakelen
Stand 1: Ontsteking aan
Stand 2: Motor starten
2 Filterreiniging 3 Claxon
Bedieningshendel
Afbeelding
1 Bedieningshefboom veegwals 2 Bedieningshefboom vuilreservoir 3 Bedieningshefboom zijbezem 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel
Controlelampjes en display
Afbeelding
1 Bedrijfsurenteller 2 Waarschuwingslampje laden 3 Waarschuwingslampje oliedruk 4 Waarschuwingslampje koelwatertemperatuur 5 Aangezogen motorlicht 6 Waarschuwingslampje brandstofreserve 7 Controleampje voorgloeien 8 Controleampjes (niet aangesloten) 9 Controleampje standlicht/dimlicht (optie) 10 Tankweergave 11 Zonder functie, brandt enkel bij het starten van de motor (zelftest) 12 Zonder functie 13 Zonder functie 14 Zonder functie
Voor de inbedrijfstelling
Parkeerrem vergrendelen/loszetten
→ Parkeerrem loszetten, waar bij rempedaal induwen. → Parkeerrem vergrendelen, waar bij rempedaal induwen.
Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen

1 Speciaal gereedschap 2 Schroef voor vrijloop 3 Hydraulische pomp → Motorafdekking openen. → Schroef voor vrijloop (rood) van de hydraulische pomp 180° (tegen de klok) verdraaien.
Speciaal gereedschap gebruiken.
OPMERKING
Het speciale gereedschap (rode schroevendraaier) bevindt zich in een houder in het voertuigframe, naast de vrijloop.
VOORZICHTIG
Beweeg de veegmachine zonder zelfaandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h.
→ Draai de vrijloop van de hydraulische pomp na het verschuiven van de machine opnieuw met de klok mee tot de aanslag terug.
Veegmachine met zelfaandrijving bewegen
→ Draai de vrijloop van de hydraulische pomp na het verschuiven van de machine opnieuw met de klok mee tot de aanslag terug.
Speciaal gereedschap gebruiken.
Inbedrijfstelling
Algemene aanwijzingen
Voor de inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant lezen en in het bijzonder de veiligheidsinstructies in acht nemen. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten.
Controle- en onderhoudswerkzaamheden
Dagelijks voor het bedrijfsbegin
Vloeistofpeil van de brandstoftank controleren. Motorolie controleren. Het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat controleren. Luchtdruk banden controleren. Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en ingewikkelde banden. Wielen controleren op ingedraaide banden. Centrifugaalseparator en luchtfilter controleren, zo nodig reinigen. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controleren. Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Reparaties en onderhoud.
Tanken
GEVAAR
Explosiegevaar!
Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden gebruikt. Niet in gesloten ruimtes tanken. Roken en open vuur is verboden. Let erop dat er geen brandstof op oppervlakken komt. Brandstofinhoud aan de tankweergave controleren. Motor uitzetten. Tankdop openen. Diesel tanken. Overgelopen brandstof wegvegen en vuldop van brandstoftank sluiten.
Werking
Chauffeursstoel instellen

1 Hefboom stoelverstelling 2 Bestuurdersstoel
Hefboom stoelverstelling naar buiten trekken. Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten. Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit.
Apparaat starten
Instructie: Het apparaat is uitgerust met een zitcontactschakelaar. Bij het verlaten van de chauffeursstoel wordt het apparaat uitgeschakeld.

1 Parkeerrem
2 Regeling motortoerental
Op de chauffeursstoel plaatsnemen. → Parkeerrem vastzetten. Regeling motortoerental 1/3 naar voren schuiven.
Voorgloeien
→ Contactsleutel in het contactslot steken. → Contactsleutel in positie "Verwarmingspiraal" draaien. Voorgloeilampje gaat branden.
Motor starten
→ Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden. Wanneer de voorgloeilamp uitgaat, de contactsleutel op positie "II" draaien. Is het apparaat gestart, dan contactsleutel loslaten.
Instructie: De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten.
Apparaat verrijden

1 Rempedaal
2 Rijpedaal "vooruit" 3 Rijpedaal "achteruit"
→ Schuif de toerentalregeling van de motor helemaal naar voren (bedrijfstoerental). → Rempedaal induwen en ingedrukt houden. → Parkeerrem losmaken.
Vooruit rijden
→ Gaspedaal "vooruit" langzaam indrukken.
Achteruit rijden
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Bij het achteruitrijden mag geen gevaar voor derden bestaan, eventueel laatst inwerken. → Gaspedaal "achteruit" langzaam indrukken.
Rijgedrag
→ Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. → Vermijd schokkend bedienen van het pedaal aangezien de hydraulische installatie beschadigd kan worden. Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen.
Remmen
Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zich en blijft staan.
Instructie: De remwerking kan door indrukken van het rempedaal ondersteund worden.
Over hindernissen heen rijden
Over vaststaande hindernissen tot 70mm heen rijden:
→ Langzaam en voorzichtig in voorwaartse richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden: Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte oprijdrempel.
Veegbedrijf
VOORZICHTIG
Geen pakbanden, draden of soortgelijk materiaal opvegen; dit kan leiden tot beschadiging van het veegmechanisme.
Instructie: Om een optimaal reinigingsresultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet het stoffilter op gezette tijden gereinigd worden.
Instructie: Bij frequent werken in een omgeving met veel fijn stof moet de filter vaker gereinigd worden.
Bedieningshendel

1 Bedieningshefboom veegwals 2 Bedieningshefboom vuilreservoir 3 Bedieningshefboom zijbezem 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel
Bedieningshefboom veegwals
Bedieningshefboom veegwals (1) naar voren: Veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom veegwals (1) naar achteren: Veegwals gaat omhoog.
Bedieningshefboom vuilreservoir
→ Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren: Vuilreservoir gaat omlaag. → Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren: Vuilreservoir gaat omhoog.
Bedieningshefboom zijbezem
→ Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden. Bedieningshefboom zijbezem (3) naar achteren: Zijbezem gaat omhoog.
Bedieningshefboom reservoirdeksel
→ Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat open. → Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren: reservoirdeksel van het vuilreservoir sluit zich.
Droge bodem vegen

1 Hefboom in/uit
→ Ventilator inschakelen. → Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshefboom veegwals (1) naar voren: Veegwals gaat omlaag. → Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. Bij reiniging van zijranden: Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden.
Vochtige of natte bodem vegen
→ Ventilator uitschakelen. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshefboom veegwals (1) naar voren: Veegwals gaat omlaag. → Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. Bij reiniging van zijranden: Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden.
Veeggoedcontainer leegmaken
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenkbereik van het vuilreservoir staan.
△GEVAAR
Knelgevaar!
Nooit in het hefboomstelsel van het ledigingsmechanisme grijpen. Ga niet onder het opgetilde reservoir staan.
GEVAAR
Kantelgevaar!
Zet het apparaat tijdens het ledigingsproces op een effen oppervlak neer.
LET OP
Verwondings- en beschadigingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces bestaat gevaar voor wegspattende stenen door draaiende veegwals.

Til de veegwals en de zijbezem met bedieningshefbomen op, breng daartoe de bedieningshefbomen (1 en 3) naar achteren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achteren. Til het vuilreservoir op, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren. Langzaam naar de verzamelbak rijden. Parkeerrem vastzetten. Open het reservoirdeksel, duw daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren en maak het vuilreservoir leeg. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren tot het in de eindstand is gekanteld. Parkeerrem losmaken. Langzaam van de verzamelbak wegrijden. Laat het vuilreservoir in de eindstand zakken, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren.
Apparaat uitschakelen
Til de veegwals en de zijbezem met bedieningshefbomen op, breng daartoe de bedieningshefbomen (1 en 3) naar achteren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achteren. Trek de toerentalregeling van de motor volledig naar achteren. Rempedaal induwen en ingedrukt houden. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Transport
GEVAAR
Verwondings- en beschadigingsgevaar!
Neem bij het transport het gewicht van het apparaat in acht. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldende richtlijn beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen.
Opslag
GEVAAR
Verwondings- en beschadigingsgevaar!
Neem bij de opslag het gewicht van het apparaat in acht.
Stillegging
Als de veegmachine voor langere tijd niet gebruikt wordt, let dan op de volgende punten:
Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels niet te beschadigen. Sluit het reservoirdeksel. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Veegmachine tegen wegrollen beveiligen. Motorolie verversen. Wanneer vorst verwacht wordt, koelwater laten weglopen of controleren of voldoende antivriesmiddel in de koelvloeistof zit. Veegmachine aan de binnen- en buitenkant reinigen. Accu afklemmen. Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen. Dek de batterij af en bescherm ze tegen kortsluiting.
Onderhoud
Algemene aanwijzingen
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
→ Het stoffilter niet uitwassen. → Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn.
→ Mobiel commercieel geëxploiteerde apparatuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. → Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. → Parkeerrem vastzetten.
Reiniging
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
→ Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schades).
Reiniging binnenkant apparaat
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Draag een stofmasker en een veiligheidsbril. → Apparaat met een doek reinigen. → Apparaat met perslucht uitblazen.
Reiniging buitenkant apparaat
→ Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen.
Instructie: Geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.
Onderhoudsintervallen
Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan.
Onderhoud door de klant
Instructie: Alle service- en onderhoudswerken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd te worden. Indien nodig kan altijd een Karcher-specialist geraadpleegd worden.
Onderhoud dagelijks:
Vloeistofpeil van de brandstoftank controleren. → Motoroliepeil controleren. → Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. Luchtdruk banden controleren. Keerwals en zichborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden. Brandstoffilter controleren. → Centrifugaalseparator en luchtfilter controleren, zo nodig reinigen. → Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. → Apparaat op beschadigingen controleren.
Onderhoud wekelijks:
→ Radiateur reinigen. → Hydraulische-oliekoeler reinigen. → Hydraulisch systeem controleren. → Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren. → Remvloeistofpeil controleren. → Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen. → Reservoirklep controleren en smeren.
Onderhoud alle 50 bedrijfsuren:
→ Water uit de waterafscheider Diesel aflaten.
Onderhoud na slijtage:
→ Afdichtlijsten vervangen. Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen. → Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden.
Onderhoud door de klantenservice
Onderhoud na 50 bedrijfsuren:
Laat het eerste onderhoud van het apparaat conform de inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoud na 250/500/1000/1500/2000 bedrijfsuren:
Laat het onderhoud conform inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren.
Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Karcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje gedaan worden.
Onderhoudswerkzaamheden
Voorbereiding:
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. → Parkeerrem vastzetten.
Algemene veiligheidsinstructies
△GEVAAR
Verwondingsgevaar! → Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone.

1 Houserveiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
→ Veiligheidsstang voor hoogleging maar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).
| Motorolie, stookolie, diesel en benzine nicht in het milieu te-recht latentkommen. Geltieve bodem te beschermen en oude olie op een millieuvriendelijkmeieman tot afval verweken. |
Veiligheidsvoorschriften accu's
Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip:
| i | Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! |
| Veiligheidsbril dragen! | |
| Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! | |
| Explosiegevaar! | |
| Vuur, vonden, openlicht en ro- ken verboden! | |
| Gevaar van brandwonden! | |
| Eerste hulp! | |
| Waarschuwingstekst! | |
| Verwijdering! | |
| Pb | Accu Niet in vuilnisbak gooien! |
△GEVAAR
Explosiegevaar!
→ Gebruik enkel batterijen met poolafdekking. Vervang de poolafdekking in geval van verlies.
△GEVAAR
Explosiegevaar!
→ Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng wonden nooit in contact met lood. Reinig na werkzaamheden aan batterijen altijd uw handen.
△GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Roken en open vuur is verboden.
→ Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, moeten goed geventileerd zijn, want bij het opladen ontstaat zeer explosief gas.
△GEVAAR
Gevaar voor invreten!
Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. afspoelen. Daarna direct een dokter raadplegen. → Verontreinigde kleding met water uittwassen.
Accu in apparaat plaatsen en aansluiten

1 Positieve pool 2 Poolafdekking 3 Negatieve pool Accu in de accuklemmen plaatsen. Klemmen op de accubodem vastschroeven. → Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten. → Poolklem op minpool (-) aansluiten. → Poolafdekkingen aanbrengen. → Controller de batterijpolen en de poolklemmen op voldoende bescherming door poolbeschermingsvet.
Vloeistofpeil van de accu controleren en bijstellen
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren. Alle celsluitingen uitdraaien. Uit iedere cel met de zuurster een monster nemen. In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zijn. → Het zuurmonster weer terugdoen in dezelfde cel. Bij te lage vloeistofstand cellen met gedestilleerd water tot aan de markering bijvullen. Accu laden. → Celsluitingen inschroeven.
Accu laden
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
GEVAAR
Neem bij de omgang met batterijen de veiligheidsvoorschriften in acht. Neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht. Beschadigingsgevaar! Accu alleen met het geschikte laadapparaat opladen.

Alle celsluitingen uitdraaien. (enkel bij onderhoudsarme batterij) → Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden. Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu verbinden. Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen. → Batterij met de kleinst mogelijke laadstroom laden. Scheid het oplaadapparaat eerst van het net en dan van de batterij als de batterij opgeladen is. Celsluitingen inschroeven. (enkel bij onderhoudsarme batterij)
Batterij demonteren
→ Poolklem op minpool (-) afklemmen. → Poolklem op pluspool (+) afklemmen. Klemmen op de accubodem losschroeven. → Batterij uit de batterijhouder nemen. → Verbruikte batterij conform de geldende bepalingen verwijderen.
Motoroliepeil controleren en olie bijvullen
△GEVAAR
Verbrandingsgevaar!
→ Motor laten afkoelen. → Controle van het motoroliepeil pas 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren.

Olievuldeksel (motor)
2 Oliepeilstok → Oliepeilstok uittrekken. → Oliepeilstok afvegen en inschuiven. → Oliepeilstok uittrekken. → Oliepeil controleren. Oliepeilstok weer erin doen.

- Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"- en "MAX"-markering bevinden. - Bevindt zich het oliepeil onder de "MIN"-markering, motorolie bijvullen. - Motor niet boven "MAX"-markering bijvullen. → Olievuldeksel afschroeven. Motorolie erin doen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. Olievuldeksel afsluiten. → Minstens 5 minuten wachten. → Motoroliepeil controleren.
Motorolie en motoroliefilter wisselen
VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete motorolie!
→ Motor laten afkoelen. Zet een opvangbak voor minstens 6 liter motorolie klaar. → Motor laten afkoelen.

→ Olieaftapschroef uitschroeven. → Olievuldeksel afschroeven. → Olie aftappen.

1 Motoroliefilter
2 Brandstofffilter
→ Oliefilter afschroeven. → Bevestigingspunt en afdichtvlakken reinigen. → Afdichting van het nieuwe oliefilter voor het inbouwen met olie insmeren. Nieuw oliefilter inbouwen en handvast aanhalen. → Olieaftapplug inclusief nieuwe afdichting erinschroeven. Aanhaalmoment: 25 Nm
→ Motorolie erin doen. Oliesoort en vulhoeveelheid zie Technische gegevens. → Olievuldeksel afsluiten. → Motor ca. 10 seconden laten lopen. → Motoroliepeil controleren.
Brandstoffilter controleren
→ Controleer de brandstoffilter op verontreiniging. → Reinig indien nodig de brandstoffilter en de filterbehuizing, vervang indien nodig de brandstoffilter.
Brandstoffilter vervangen

1 Brandstofkraan
2 Brandstoffilter
Brandstofkraan sluiten. → Brandstoffilter losschroeven en vervangen.

1 Brandstofkraan
2 Brandstoffilter
OPMERKING
Brandstoffilter voor de inbouw met diesel vullen.
Nieuwe brandstoffilter opschroeven. → Brandstoffilter met een koppel van 20 Nm aanspannen. → Brandstofkraan openen.
Condenswater aan de waterafscheider dieselbrandstof aflaten

1 Brandstofkraan
2 Afscheiderbak 3 Waterafscheider
→ Brandstofkraan sluiten. → Schroef de afscheiderbak los en maak hem leeg. → Schroef de afscheiderbak vast. Brandstofkraan openen.
Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen
OPMERKING
Het veeggoedreservoir mag niet opgetild worden. → Motorafdekking openen.

1 Kijkglas
2 Manometer 3 Afsluitdeksel, olievulopening → Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren. - Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"- en "MAX"-markering bevinden. - Bevindt zich het oliepeil onder de "MIN"-markering, hydraulische olie bijvullen. → Afsluitdeksel van de olievulopening losschroeven. Vulgebied reinigen. → Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. → Afsluitdeksel van de olievulopening eropschroeven.
OPMERKING
Wanneer de manometer een verhoogde hydraulische-oliedruk weergeeft, moet de hydraulische-oliefilter vervangen worden door de klantenservice van Karcher.
Hydraulisch systeem controleren
OPMERKING
Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Karcher-klantendienst.
→ Parkeerrem vastzetten. → Motor starten. Alle slangen van het hydraulische systeem en aansluitingen op lekkage controleren.
Radiateur controleren en onderhouden
△GEVAAR
Verbrandingsgevaar!
Laat de waterkoeler minstens 20 minuten afkoelen. Controleer het koelwaterpeil aan het expansievat (waterpeil tussen MIN en MAX). Reinig de koelerlamellen. Controleer de koelslangen en aansluitingen op dichtheid. Reinig de ventilator.
Veegrol controleren
Start de motor. Til het veeggoedreservoir tot de eindstand op. Zet de motor uit. Zet de parkeerrem vast. Gebruik de veiligheidsstang voor de hoogleging. Verwijder banden of snoeren van de veegrol. Neem de veiligheidsstang eruit. Start de motor. Laat het veeggoedreservoir tot de eindstand neer. Zet de motor uit.
Veegrol verwisselen

1 Sleutel 2 Zijbekleding. Breng het vuilreservoir omhoog en ondersteun het met de veiligheidsstang. Open de zijmantel met de sleutel.

1 Houdbeugel 2 Vleugelmoer 3 Zijdelingse afdichting
Schroef de vleugelmoeren los. Neem de houdbeugel weg. Schroef de vleugelmoeren aan de fenderbevestiging van de zijdelingse afdichtstrook af en neem de fenderbevestiging af. Klap de zijdelingse afdichting naar buiten. Schroef de bevestigingsschroef van de veegrolhouder uit en zwaai de opname naar buiten. Neem de veegrol uit.

Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht)
Instructie: Let bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset.
Monteer de nieuwe veegrol. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel gestoken worden.
Instructie: Na het inbouwen van de nieuwe veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden.
Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen
Controleer de luchtdruk van de banden. Schakel de zuigturbine uit. Rijd de veegmachine op een egale en gladde bodem die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Laat de veegwals met de bedieningshefboom zakken en draaien (ca. 10 s). Breng de veegrol omhoog. Rijd het apparaat achterwaarts weg. Controleer de veegspiegel.

De vorm van de veegspiegel moet een gelijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen.
Veegspiegel instellen


1 Veer
2 Instelmoer 3 Contramoer 4 Stang met schroefdraad → Positie veegspiegel instellen door de instelschroef te verdraaien. Veegspiegel controleren.
Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen
Luchtdruk banden controleren. Zijbezems opheffen. → Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Zijbezem met bedieningshendel neerlaten en ca. 10 seconden laten draaien. Zijbezems opheffen → Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren.

De breedte van de veegspiegel moet tussen 40 - 50 mm liggen.

Veegspiegel met de twee instelschroeven corrigeren. Veegspiegel controleren.
Zijdelingse afdichtstroken plaatsen
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. Luchtdruk banden controleren. Veeggoedreservoir naar boven brengen en met veiligheidsstang zekeren.
→ Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).

1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals verrangen" beschreven wordt. → 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken. 3 Moeren (SW 13) van de voorste fenderbevestiging losmaken. Zijdelingse afdichtstrook zover naar beneden drukken (schuifgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bodem is. Fenderbevestigingen vastschroeven. → Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen.
Bandenluchtdruk controleren
Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. → Luchtdrukapparaat aansluiten op het bandventiel. → Luchtdruk controleren en indien nodig druk bijstellen.
Toegestane bandenluchtdruk zie technische gegevens.
Stoffilter handmatig reinigen

Handmatige filterreiniging inschakelen.
Stoffilter controleren / vervangen WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar!
Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschriften over de omgang met fijnstof in acht nemen. Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen. Veeggoedcontainer legen.

1 Vergrendeling apparaatkap
2 Apparaatkap
3 Filterafdekking
Vergrendeling openen, daartoe ster-greepschroef eruit draaien. Apparaatkap naar voren klappen.

1 Sluiting, filterafdekking (2x) 2 Filterafdekking. Sluiting openen. Filterafdekking openen.

1 Dwarsbalk 2 Stofffilter. Controleer de stoffilter, reinig of vervang hem indien nodig. Tip: De vervanging van de stoffilter mag enkel gebeuren door de klantenservice van Karcher. Filterafdekking eropzetten en vergrendelen.
V-snaar controleren en instellen

De V-riem moet bij een druk van 10 kg ca. 7-9 mm meegeven. V-riemspanning laten instellen door geautoriseerde klantenservice.
Luchtfilter controleren en vervangen

1 Sluiting
2 Luchtfilterbehuizing
Luchtfilterbehuizing wegnemen. Luchtfilterinzet vervangen. Instructie: Inbouwpositie met uitblaasopening naar beneden (zie afbeelding).
Centrifugaalafscheider reinigen

1 Vleugelmoer 2 Centrifugaalseparator Vleugelmoer aan de centrifugaalseparator losschroeven. → Centrifugaalseparator reinigen.
Koelmiddelpeil controleren

1 Koelmiddel-compensatievat
→ Controleer het vulniveau bij een koude motor. → Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. Het correcte koelmiddelpeil moet tussen de bovenste en onderste markering liggen.

→ Draai de kartelmoer eruit. Open het deksel op de zekeringkast. → Zekeringen controleren. Defecte zekeringen vervangen.
Instructie: Alleen zekeringen met de
zelfde zekeringswaarde gebruiken.
Instructie: De zekering FU 01 bevindt zich in de motorruimte.

| FU 01 Hoofdzekering 60 A | |
| FU 02 ClaxonHydraulische-oliekoe-ler | 20 A |
| FU 03 VeiligheidsrelaisMultifunctionele weer-gave | 10 A |
| FU 04 Zwaallicht 5 A | |
| FU 05 VeiligheidsrelaisTijdsvertraging | 25 A |
| FU 06 CabineverlichtingRuitenwisser | 10 A |
| FU 07 Brandstofpomp 10 A | |
| FU 08 TijdrelaisStoelcontactschake-laar | 3 A |
| FU 09 Verlichting links 7,5 A | |
| FU 10 Verlichting rechts 7,5 A | |
| FU 11 Werkverlichting voren(dimlicht) | 10 A |
| FU 12 Schudsysteme 25 A | |
| FU 13 Achteruitrijsignaal 5 A |
| Hulp bij storingen | ||
| Storing Oplossing | ||
| Apparaat wil nicht starten. Op de chauffeursstool plaatsnemen, stoecontactschakelaar worden geactiveerd | ||
| Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden. | ||
| Accu opladen of verwangen | ||
| Brandstof tanken, brandstofsysteme omlichten | ||
| Brandstoff filter verwangen | ||
| Brandstoffieidingsystem, aansluitingen en verbindingen controlleden en zo nodig repareren | ||
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Motor loop onregelmatig Luchtfilter reinigen of filterpatroon verwagen | ||
| Brandstoffieidingsystem, aansluitingen en verbindingen controlleden en zo nodig repareren | ||
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Motor oververhit Koelmiddel bijvullen | ||
| Koeler doorp{oelen | ||
| V-snaar aanspannen | ||
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Motor loopt, maar het apparaat rijdslechts langzaam of hebemaal Niet. | Parkeerrem ontgrendelen | |
| Gashefboom volledig waar voren (hoog torental) zieten. | ||
| Controleren op ingedraaide banden en snoeren. | ||
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Fluitend geluid in het hydraulische systeme | Hydraulische vloeistof navullen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Borstels draaien slechts langzaam of hebemaal Niet | Gashefboom volledig waar voren (hoog torental) zieten. | |
| Controleren op ingedraaide banden en snoeren. | ||
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik | Stofffilter controlleden, reinigen of verwisselen. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Apparaatstoft Zijdelingse afdichtslopenplaaten | ||
| Ventilator inschaken | ||
| Stofffilter controlleden, reinigen of verwisselen. | ||
| Filterafdichtingen verwagen | ||
| Open het reservoirdeksel. | ||
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Veegeenheid LAST veeggoed liggeng | Veeggoedcontainer legen | |
| Stofffilter controlleden, reinigen of verwisselen. | ||
| Keerrol verwangen | ||
| Veegspiegel instellen | ||
| Afdichtstrook van het veeggoedreservoir verwagen | ||
| Blokkering van de keerrol oplossen | ||
| Open het reservoirdeksel. | ||
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Veeggoedreservoir gunshotenom-hoog of omlaag | Gashefboom volledig waar voren (hoog torental) zieten. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Reservoirdeksel gunshoten Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | ||
| Storing bij hydraulisch bewogen delen | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Technische gegevens | ||
| KM 150/500 R D Classic | ||
| Apparaatgegevens | ||
| Rijnselheid, vooruit km/h 12 | ||
| Rijnselheid,chteruit km/h 12 | ||
| Klimvermogen (max.) % 18 | ||
| Oppervlaktecapaciteit zonder ijbebzem m | 2/h 14400 | |
| Oppervlaktecapaciteit met zijbebzem m | 2/h 18000 | |
| Werkbreedte zonder ijbebzem mm 1200 | ||
| Werkbreedte met zijbebzem mm 1500 | ||
| Beveiligingsklasse beschermd gegen spatwater -- IPX 3 | ||
| Duur inzetten bij volle tank h 6,5 | ||
| Motor | ||
| Type -- YANMAR 3TNV76A | ||
| Type -- 3-cylinder-viertakt-dieselmotor | ||
| CO2Emissie volgens de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 (niveau V) | g/kWh | 932,0 |
| Koelwijze | -- Waterkoeling | |
| Draairichting | -- wegen de wižers van de klok in | |
| Boring | mm 70 | |
| Slag | mm 82 | |
| Slagvolume | cm3 | 1116 |
| Oliehoeveelheid | I | 3,5 |
| Nominaal toerental | 1/min | 2500 |
| Maximaal toerental 1/min 2500 | ||
| Nullastoerental | 1/min | 1300 |
| Vermogen max. | kW/PS | 15,8 / 21,5 |
| Maximumkoppel bij 2400-2900 1/min | Nm | 84,1 |
| Oliefilter | -- Filterpatronen | |
| Aanzuigluchtfilter | -- Binnenfilterpatronen, buitenfilterpatronen | |
| Brandstofffilter | -- Filterpatronen | |
| Elektrische installmentie | ||
| Accu V, Ah 12, 62 | ||
| Generator, draaiastroom | V, A | 12, 55 |
| Startmotor | -- Elektrische starter | |
| Hydraulische installmentie | ||
| Hoveeelheid oile in het complete hydraulische systeme | I | 35 |
| Hoveeelheid oile in de hydraulische tank | I | 28 |
| Oliesoorten | ||
| Motor (boven 25 °C) | -- SAE 30, SAE 10W-30, SAE 15W-40 | |
| Motor (0 tot 25 °C) | -- SAE 20, SAE 10W-30, SAE 10W-40 | |
| Motor (onder 0 °C) | -- SAE 10W, SAE 10W-30, SAE 10W-40 | |
| Hydraulisch systeme | -- HV 46 | |
| Veeggoedreservoir | ||
| Max. ontlaadhoogte | mm 1470 | |
| Volume van de veeggoedcontainer | I | 500 |
| Keerrol | ||
| Veegrol-diameter | mm 380 | |
| Veegrol-breedte | mm 1200 | |
| Toerental | 1/min | 360 |
| Veegspiegel | mm 80 | |
| Zijbebzem | ||
| Zijbezem-diameter | mm 600 | |
| Toerental (traploos) | 1/min | 0 - 54 |
| Bandenuitrusting | ||
| Grootte voor - 5.00-8 10PR | ||
| Grootte darüber - 4.00-8 8PR | ||
| Rem | ||
| Voorwielen - mechanisch | ||
| Achterwiel - hydrostatisch | ||
| Filter- en zuigsysteme | ||
| Type - Zakfilter | ||
| Toerental 1/min 2900 | ||
| Filtrvlak fijnstofffilter m | 2 | 7 |
| Nominate onderdruk zuigsystem mbar 18,5 | ||
| Nominate volumestroom zuigsystem m | 3/h 1650 | |
| Schudsystem | -- Elektromotor | |
| Omgevingsvoorwaarden | ||
| Temperatuur | °C | -5 tot +40 |
| Luchtvochtigheid, nicht bedauwend | % | 0 - 90 |
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | ||
| Geluidsemissie | ||
| Geluidsdrukniveau \( L_{pA} \) | dB(A) | 80 |
| Onzekerheid \( K_{pA} \) | dB(A) | 3 |
| Geluidskrachtniveau \( L_{WA} + onveiligheid K_{WA} \) | dB(A) | 102 |
| Apparaattrillingen | ||
| Hand-arm vibratiewarde | \( m/s^2 \) | 1,3 |
| Zitplaats | \( m/s^2 \) | 1,2 |
| Onzekerheid K | \( m/s^2 \) | 0,2 |
| Maten en gewichten | ||
| Lente x bredde x hoogte | mm | 2442x1570x1640 |
| Draaicirkel rechts | mm | 1515 |
| Draaicirkel links | mm | 1600 |
| Leeggewicht | kg | 1394 |
| Toelaatbaar totaalgewicht | kg | 2240 |
| Toegelaten asbelasting vooraan | kg | 1408 |
| Toegelaten asbelasting achteraan | kg | 832 |
| Inhoud Brandstoftank, diesel | l | 26 |
| Technische veranderingen voorbehonden! | ||
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Veegzuigmachine opstapmachine
Type: 1.186-xxx Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009 / 127 / EG)
2014/30/EU
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335-1
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 55014-2: 2015
Toegepaste landelijkne normen
Toegpaste conformiteitsbeoordelingsprocedure
2000/14/EG:Bijlage V
Geluidsvermögensniveau dB(A)
Gemeten: 99
Gegarandeerd: 102
De ondergeteken handelen in opdracht en met volmacht van de directie.


Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Losmaken/ontgrendelen van de parkeerrem
→ Ontgrendel de parkeerrem, houd daarbij het rempedaal ingedrukt. → Ontgrendel de parkeerrem, houd daarbij het rempedaal ingedrukt.
Het beschermkapje (optioneel) van de bestuurder biedt bescherming tegen grotere vallende voorwerpen. Het biedt echter geen bescherming bij kantelen!
Onderhoud na 50 werkuren:
laat het water uit de waterafscheider van de dieselbrandstof lopen
Onderhoud na slijtage:
→ Controleer de afdichtingen. → Stel de zijdelingse afdichtingen bij of vervang ze. → Vervang de ruitenwisser. → Vervang de zijdelingse borstel.
Opmerking: Zie de beschrijving in de sectie "Onderhoudswerkzaamheden".