KM 130300 R D Classic - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 130300 R D Classic Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Zelfrijdende veegmachine |
| Merk | Kärcher |
| Model | KM 130300 R D Classic |
| Afmetingen (L x l x h) | 2040 mm x 1330 mm x 1430 mm |
| Leeggewicht | 920 kg |
| Totaal toegestaan gewicht | 1397 kg |
| Voeding | Dieselmotor Yanmar 3TNV76A, 3 cilinders, 4-takt |
| Motorvermogen | 15,8 kW / 21,5 PS |
| Brandstoftankinhoud | 16 L (diesel) |
| Rijsnelheid | 10 km/h (vooruit en achteruit) |
| Maximale helling | 18 % in de rijrichting |
| Veegbreedte zonder zijborstels | 1000 mm |
| Werkbreedte met zijborstels | 1300 mm |
| Veegcapaciteit (met zijborstels) | 13 000 m²/h |
| Inhoud vuilcontainer | 300 L |
| Looshoogte container | 1400 mm |
| Rolborstel (diameter x breedte) | 300 mm x 1000 mm |
| Zijborstels (diameter) | 600 mm |
| Filteroppervlak | 7,8 m² (stoffilter) |
| Geluidsdrukniveau (LpA) | 80 dB(A) |
| Startondersteuning | Gloeibougies voorverwarming |
| Veiligheid | Contactschakelaar stoel, parkeerrem, veiligheidsbalk voor ledigen |
| Regelmatig onderhoud | Dagelijkse controle van vloeistoffen (olie, brandstof, koeling), reinigen van filter |
Veelgestelde vragen - KM 130300 R D Classic Kärcher
Gebruikersvragen over KM 130300 R D Classic Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 130300 R D Classic - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 130300 R D Classic van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 130300 R D Classic Kärcher
Algemene aanwijzingen. . . . . NL 1
Zorg voor het milieu. NL 1
Garantie .NL1
Accessoires en reserve
derdelen. NL 1
Symbolen in de gebruiks
aanwijzing .NL 1
Symbolen op het apparaat NL 1
Reglementair gebruik . . . . . . NL 2
Voorzienbaar verkeerd ge-
bruik .NL 2
Geschikte ondergronden NL 2
Veiligheidsinstructies. . . . . . . NL 2
Veiligheidsinstructies voor
de bediening .NL2
Veiligheidsinstructies voor
de rijmodus NL2
Apparaten met verbrandingsmotor NL 2
Apparaten met hoge afvoer NL 2
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak NL 2
Veiligheidsinstructies over
het transport van het apparaat NL 3
Veiligheidsinstructies over
verzorging en onderhoud NL 3
Functie NL 3
Instructies inzake uitladen NL 3
Elementen voor de bediening en
Functie. NL 3
Elementen voor de bediening en
de functies. NL 4
Afbeelding veegmachine NL 4
Bedieningsveld. . . . . . NL 4
Pedalen..NL4
Controleampjes en display NL 4
Voor de inbedrijfstelling. . . . . . NL 5
Parkeerrem vergrendelen/
loszetten. NL 5
Veegmachine zonder zich-
aandrijving bewegen . . . NL 5
Veegmachine met zelfaan
driying bewegen..NL5
Inbedrijfstelling. NL 5
Algemene aanwijzingen. NL 5
Controle- en onderhouds
werkzaamheden NL 5
Tanken NL 5
Werking NL 5
Chauffeursstoel instellen NL 5
Apparaat starten NL 5
Apparaat verrijden NL 5
Veegbedrijf NL 6
Veeggoedcontainer leegmaken NL 6
ken NL 6
Apparaat uitschakelen NL 6
Transport NL 7
Opslag/stillegging NL 7
Onderhoud NL 7
Algemene aanwijzingen NL 7
Reiniging NL 7
Onderhoudsintervallen NL 7
Onderhoudswerkzaamheden NL 7
Hulp bij storingen NL 13
EU-conformiteitsverklaring NL 15
Lees voor het eerste gebruik van uw apparaat deze originele
Lees voor het eerste gebruik van uw apparaat deze originele
gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur.
Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur.
- De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zonder gevaar.
- Naast de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzingen moeten ook de algemene veiligheidsvoorschriften en de voorschriften ter voorkoming van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden.
Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik.

Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik.

Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor recycling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten dan ook via daarvoor geschikte verzamelsystemen.
Motorolie, diesel en benzine mogen niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de bodem en verwijder oude olie op milieuvriendelijke wijze.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal- of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
Accessoires en reserveonderdelen
△GEVAAR
Om risico's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst.
- Er mogen alleen toebehoren en onderdelen gebruikt worden, die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Origineel toebehoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden.
- Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
GEVAAR
Waarschuwt voor een direct dreigend gevaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt.
WAARSCHUWING
Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden.
VOORZICHTIG
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden.
LET OP
Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.
Symbolen op het apparaat
| Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. | |
| Werkzaamheden aan het ap- paraat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren. | |
| Knelgevaar door vastklem- men:tussen bewegende voertuigonderdelen | |
| Verwondingsgevaar door be- wegende onderdelen. Niet erin grijpen. | |
| Brandgevaar! Geen brand- dende of glimmende voor- werpen opzuigen. | |
| Kettingopname / kraanpunt | |
| Opnamepunt voor krik | |
| Maximale helling van de on- dergrond bij ritten met opge- tild veeggoedreservoir. | |
| In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. | |
| Beschadigingsgevaar! De Stofffilter Niet uitwassen. |
De veegmachine is voorzien voor de reiniging van vloeroppervlakken voor industrieel gebruik en onder andere voor de volgende toepassingsgebieden:
- parkings; productie-installaties; logistieke bereiken; hotels; kleinhandel; magazijnen; voetpaden. → Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
Elk ander gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schades is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker.
Er mogen aan het apparaat geen wijzigingen worden aangebracht. → De veegmachine is enkel geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangegeven vloeroppervlakken. → Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgegeven oppervlakken. Over het algemeen geldt: licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar).
Voorzienbaar verkeerd gebruik
Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij de op het apparaat gebruikte materialen aantasten. → Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. aluminium, magnesium, zink) opvegen/opzuigen; ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen. → Geen brandbare of glimmende voorwerpen opvegen/opzuigen. → Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. → Het apparaat mag niet in gesloten ruimtes gebruikt worden. → Het verblijf in de gevarenzone is verboden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. → Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan. → Het is niet toegestaan om met dit apparaat voorwerpen te verschuiven of te transporteren.
Geschikte ondergronden
■ Asfalt ■ Industrievloer ■ Beton ■ Klinkers
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsinstructies voor de bediening
→ Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien ze zich niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken. → Bij gebruik van het apparaat in gevaarlijke omgevingen (bijvoorbeeld tankstations) moeten de overeenkomstige veiligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Gebruik het apparaat niet zonder bescherming tegen vallende voorwerpen in gebieden waar de mogelijkheid bestaat dat de bediener wordt geraakt door vallende voorwerpen. → Degene die het apparaat bedient, dient het te gebruiken volgens de voorschriften. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, vooral op kinderen. → De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. → Voor de aanvang van de werkzaamheden moet de bediener zich ervan vergewissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aangebracht en functioneren. → De bediener van het apparaat is verantwoordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. → Erop letten dat de bediener nauw aansluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. → Voor het starten de onmiddellijke omgeving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! → Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het apparaat pas verlaten, als de motor is uitgezet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de contactsleutel uit het contact is gehaald. → Om onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, dient men de contactsleutel te verwijderen. → Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt die voor de omgang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik.
→ Dit apparaat is niet ervoor gedacht, door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door gebrek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door personen worden geobserveerd die voor hun veiligheid verantwoordelijk zijn of door deze hun instructies hebben verkregen, hoe het apparaat dient te worden gebruikt. Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen.
Veiligheidsinstructies voor de rijmodus
△GEVAAR
Ongevalgevaar, verwondingsgevaar!
→ De rijsnelheid moet aan de omstandigheden van dat moment aangepast worden. Kantelgevaar bij sterke hellingen. → In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. → Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij zijwaartse hellingen. → Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10% berijden.
Apparaten met verbrandingsmotor
△Gevaar
Verwondingsgevaar!
→ De uitlaat mag niet geblokkeerd worden. → Niet over de uitlaat buigen of deze aanraken (verbrandingsgevaar). → Aandrijfmechanisme niet aanraken of vastpakken (verbrandingsgevaar). Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden ingeademd. → De motor heeft ca. 3 - 4 seconden naleef nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik.
Apparaten met hoge afvoer
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en beveilig het. → Voer de beveiliging enkel UIT buiten de gevarenzone.
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak
OPMERKING
Het bestuurdersbeschermingsdak (optioneel) biedt bescherming tegen grote, vallende delen. Het biedt echter geen volledige bescherming!
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat
Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Klem voor het transport van het apparaat de batterij af en zet het apparaat veilig vast.
Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud
Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden van het apparaat, het vervangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd. Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schades). Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn. Veiligheidscontrole volgens de plaatselijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. Werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren.
Functie
De veegmachine werkt volgens het veeg-schoepprincipe.
- De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir.
- De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol. Het fijnstof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen.
Instructies inzake uitladen
△GEVAAR
Verwondings- en beschadigingsgevaar! Gewicht van het apparaat bij het verladen in acht nemen! Gebruik geen vorkheftruck, het apparaat zou beschadigd kunnen worden.
Leeggewicht (zonder aanbouw-sets) 920 kg*
- Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger.
Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan gebruikt worden! Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: Bodemvrijheid 70 mm.
Elementen voor de bediening en de functies






Afbeelding veegmachine
Bedieningsveld Pedalen
Afbeelding A
1 Tanksluiting 2 Stoel (met zitcontactschakelaar) 3 Stuurwiel 4 Centrifugaalseparator 5 Vergrendeling apparaatkap 6 Apparaatkap 7 Zijbezem, rechts 8 Voorwiel 9 Toegang keerrol 10 Vastkoppelpunt 11 Typeplaatje 12 Zwaailicht 13 Apparaatkap rechts 14 Afdekking, rechts 15 Achterwandbekleding 16 Achterwiel 17 Afdekking, links 18 Kap links (motorkap)
Optionele uitrusting
| Bestuurdersbescher-mingsdak | 2.851-691.0 |
| Werkverlichting 2.851-279.0 | |
| Zijbezem, links 2.851-272.0 |
Afbeelding
1 Bedieningshendel Veegwals optillen/neerlaten 2 Bedieningshendel Veeggoedcontainer omhoog/omlaag brengen 3 Bedieningshendel Zijbezem optillen/neerlaten 4 Bedieningshendel Reservoirklep openen/sluiten 5 Controlelampjes en display 6 Schakelaar blazer en filterreiniging Stand centraal: filterreiniging en blazer uit Stand achteraan: blazer in Stand vooraan: filterreiniging in 7 Schakelaar claxon 8 Zekeringen 9 Contactslot Symbool verwarmingsspiraal: Voor-gloeien Stand 0: Motor uitschakelen Stand 1: Ontsteking aan Stand 2: Motor starten 10 Regeling motortoerental Gashandgreep 11 Parkeerrem
Afbeelding
1 Rempedaal 2 Gaspedaal voor-/achteruit
Controlelampjes en display
Afbeelding
1 Bedrijfsurenteller 2 Waarschuwingslampje laden 3 Waarschuwingslampje oliedruk 4 Waarschuwingslampje koelwatertemperatuur
5 Aangezogen motorlicht 6 Waarschuwingslampje brandstofreserve 7 Controlelampje voorgloeien 8 Controlelampjes (niet aangesloten) 9 Controlelampje standlicht/dimlicht (optie) 10 Tankweergave 11 Zonder functie, brandt enkel bij het starten van de motor (zelftest) 12 Zonder functie 13 Zonder functie 14 Zonder functie
Voor de inbedrijfstelling
Parkeerrem vergrendelen/loszetten
→ Parkeerrem loszetten, waarbij rempedaal induwen. → Parkeerrem vergrendelen, waarbij rempedaal induwen.
Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen

1 Stand vrijloophendel bovenaan - apparaat kan verschoven worden.
→ Motorafdekking openen. Vrijloophendel (rood) in de bovenste stand draaien.
LET OP
Beweeg de veegmachine zonder eigenaandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h. → Na het verplaatsen, vrijloophendel weer terugdraaien.
Veegmachine met zelfaandrijving bewegen

1. Stand vrijloophefboom omlaag - apparaat is rijklaar. Draai de vrijloop van de hydraulische pomp na het verschuiven van de machine opnieuw met de klok mee tot de aanslag terug.
Inbedrijfstelling
Algemene aanwijzingen
Voor de inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant lezen en in het bijzonder de veiligheidsinstructies in acht nemen. Zet de veegmachine op een egaal oppervlak neer. Neem de contactsleutel uit. Zet de parkeerrem vast.
Controle- en onderhoudswerkzaamheden
Dagelijks voor het bedrijfsbegin
Controleer het vloeistofpeil van de brandstoftank. Controleer het motoroliepeil. Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. Controleer keerwals en zijborstel op slijtage en in elkaar gewikkelde banden. Controleer de wielen op in elkaar gedraaide banden. Controleer centrifugaalseparator en luchtfilter, reinig ze zo nodig. Controleer de werking van alle bedieningsonderdelen. Controleer het apparaat op beschadigingen. Reinig het stoffilter met de toets Filterreiniging.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Reparaties en onderhoud.
Tanken
GEVAAR
Explosiegevaar! Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden gebruikt. Niet in gesloten ruimtes tanken. Roken en open vuur is verboden. Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt. Controleer de brandstofinhoud aan de tankweergave. Zet de motor uit. Open de tankdop. Diesel tanken. Overgelopen brandstof wegvegen en de vuldop van de brandstoftank sluiten.
Werking
Chauffeursstoel instellen

1 Hefboom stoelverstelling 2 Bestuurdersstoel
Trek de hefboom stoelverstelling naar buiten. Schuif de stoel, laat de hefboom los en zet hem vast. Controleer door vooruit- en terugbewegen van de stoel of hij vast zit.
Apparaat starten
Instructie: Het apparaat is uitgerust met een zitcontactschakelaar. Bij het verlaten van de chauffeursstoel wordt het apparaat uitgeschakeld.

1 Parkeerrem 2 Regeling motortoerental
Op de chauffeursstoel plaatsnemen. → Parkeerrem vastzetten. Regeling motortoerental 1/3 naar voren schuiven.
Voorgloeien
→ Contactsleutel in het contactslot steken. → Contactsleutel in positie "Verwarmingspiraal" draaien. Voorgloeilampje gaat branden.
Motor starten
→ Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden. Wanneer het voorgloeilampje uitgaat, de contactsleutel op positie "I" draaien. Is het apparaat gestart, dan contactsleutel loslaten.
Instructie: De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten.
Apparaat verrijden

1 Rempedaal 2 Rijpedaal "vooruit" 3 Rijpedaal "achteruit"
→ Schuif de toerentalregeling van de motor helemaal naar voren (bedrijfstoerental). → Rempedaal induwen en ingedrukt houden. → Parkeerrem losmaken.
Vooruit rijden
→ Gaspedaal "vooruit" langzaam indrukken.
Achteruit rijden
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Bij het achteruitrijden mag geen gevaar voor derden bestaan, eventueel laat ingrijpen. → Gaspedaal "achteruit" langzaam indrukken.
Rijgedrag
→ Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. → Vermijd schokkend bedienen van het pedaal, aangezien de hydraulische installatie beschadigd kan worden. → Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen.
Remmen
Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zichzelf en blijft staan. Instructie: De remwerking kan door indrukken van het rempedaal ondersteund worden.
Over hindernissen heen rijden
Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden: → Langzaam en voorzichtig in voorwaartse richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden: Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte oprijdrempel.
Veegbedrijf
LET OP
Geen pakbanden, draden of soortgelijk materiaal opvegen; dit kan leiden tot een beschadiging van het veegmechanisme.
Instructie: Om een optimaal reinigingsresultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet het stoffilter op gezette tijden gereinigd worden.
Instructie: Bij frequent werken in een omgeving met veel fijn stof moet de filter vaker gereinigd worden.
Bedieningshendel

1 Bedieningshefboom veegwals 2 Bedieningshefboom vuilreservoir 3 Bedieningshefboom zijbezem 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel
Bedieningshefboom veegwals
→ Bedieningshefboom veegwals (1) naar voren: Veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom veegwals (1) naar achteren: Veegwals gaat omhoog.
Bedieningshefboom vuilreservoir
→ Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren: Vuilreservoir gaat omlaag. → Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren: Vuilreservoir gaat omhoog.
Bedieningshefboom zijbezem
→ Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden. → Bedieningshefboom zijbezem (3) naar achteren: Zijbezem gaat omhoog.
Bedieningshefboom reservoirdeksel
→ Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat open. → Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat dicht.
Droge bodem vegen

→ Ventilator inschakelen. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshefboom veegwals (1) naar voren: Veegwals gaat omlaag. → Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. → Bij reiniging van zijranden: Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden.
Vochtige of natte bodem vegen
→ Ventilator uitschakelen. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshefboom veegwals (1) naar voren: Veegwals gaat omlaag. → Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. → Bij reiniging van zijranden: Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden.
Veeggoedcontainer leegmaken
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenkbereik van het vuilreservoir staan. Kantelgevaar! Zet het apparaat tijdens het ledigingsproces op een effen oppervlak neer.
WAARSCHUWING
Knelgevaar! Nooit in het hefboomstelsel van het ledigingsmechanisme grijpen. Ga niet onder het opgetilde reservoir staan.
LET OP
Verwondings- en beschadigingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces bestaat gevaar van wegspattend materiaal door de draaiende veegwals. Houd voldoende afstand aan.


Til de veegwals en de zijbezem met bedieningshefbomen op, breng daartoe de bedieningshefbomen (1 en 3) naar achteren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achteren. Til het vuilreservoir op, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren. Langzaam naar de verzamelbak rijden. Parkeerrem vastzetten. Open het reservoirdeksel, duw daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren en maak het vuilreservoir leeg. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren tot het in de eindstand is gekanteld. Parkeerrem losmaken. Langzaam van de verzamelbak wegrijden. Laat het vuilreservoir in de eindstand zakken, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren.
Apparaat uitschakelen
Til de veegwals en de zijbezem met bedieningshefbomen op, breng daartoe de bedieningshefbomen (1 en 3) naar achteren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achteren. Trek de toerentalregeling van de motor volledig naar achteren. Rempedaal induwen en ingedrukt houden. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Transport
GEVAAR
Transportschade!
Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Klem de batterij af bij het transport van de veegmachine.
Opslag/stillegging
Zet de veegmachine weg op een effen oppervlak in een droge, vorstvrije omgeving. Bescherm tegen stof met afdekmateriaal. Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels niet te beschadigen. Sluit het reservoirdeksel. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Veegmachine tegen wegrollen beveiligen.
Als de veegmachine gedurende lange tijd niet gebruikt wordt, moet tevens het volgende in acht genomen worden:
→ Motorolie verversen. Wanneer vorst verwacht wordt, koelwater laten weglopen of controleren of voldoende antivriesmiddel in de koelvloeistof zit. → Veegmachine aan de binnen- en buitenkant reinigen. → Accu afklemmen. → Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen.
Onderhoud
Algemene aanwijzingen
LET OP
Beschadigingsgevaar!
→ Het stoffilter niet uitwassen. → Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn. → Mobiel commercieel geëxploiteerde apparatuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. → Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. → Parkeerrem vastzetten.
Reiniging
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
→ Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schades).
Reiniging binnenkant apparaat
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Draag een stofmasker en een veiligheidsbril. → Apparaat met een doek reinigen. → Apparaat met perslucht uitblazen.
Reiniging buitenkant apparaat
→ Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Instructie: Geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.
Onderhoudsintervallen
Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan.
Onderhoud door de klant
Instructie: Alle service- en onderhoudswerken bij onderhoud door de klant dienen door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden.
Onderhoud dagelijks:
Vloeistofpeil van de brandstoftank controleren. → Motoroliepeil controleren. → Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. → Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden. → Brandstoffilter controleren. → Centrifugaalseparator en luchtfilter controleren, zo nodig reinigen. → Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. → Apparaat op beschadigingen controleren.
Onderhoud wekelijks:
→ Radiateur reinigen. → Hydraulische-oliekoeler reinigen. → Hydraulisch systeem controleren. → Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren. → Remvloeistofpeil controleren. → Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen. → Reservoirklep controleren en smeren.
Onderhoud alle 50 bedrijfsuren:
→ Water uit de waterafscheider Diesel aflaten
Onderhoud na slijtage:
→ Afdichtlijsten vervangen. Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen. → Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden.
Onderhoud door de klantenservice
Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje gedaan worden.
Onderhoud na 50 bedrijfsuren:
Laat het eerste onderhoud van het apparaat conform de inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoud na 250/500/1000/1500/2000 bedrijfsuren:
Laat het onderhoud conform de inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoudswerkzaamheden
Voorbereiding:
Zet de veegmachine op een egaal oppervlak. Draai de contactsleutel op '0' en trek de sleutel eruit. Zet de parkeerrem vast.
Algemene veiligheidsinstructies
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging alleen buiten de gevarenzone uit.

1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang
Klap de veiligheidsstang voor hoogleging naar boven en steek deze in de houder (beveiligd).

Motorolie, stookolie, diesel en benzine mogen niet in het milieu terechtkomen. Gelieve de bodem te beschermen en oude olie op een milieuvriendelijke manier als afval te verwerken.
Veiligheidsvoorschriften accu's
Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip:
| i | Aanwijzingen voor de accu, in de begruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! |
| Veiligheidsbril dragen! | |
| Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! | |
| Explosiegevaar! | |
| Vuur, vonden, openlicht en ro- ken verboden! | |
| Gevaar van brandwonden! | |
| Eerste hulp! | |
| Waarschuwingstekst! | |
| Verwijdering! | |
| Pb | Accu Niet in vuilnisbak gooien! |
△GEVAAR
Explosiegevaar!
→ Gebruik enkel batterijen met poolafdekking. Vervang de poolafdekking in geval van verlies.
△GEVAAR
Explosiegevaar!
→ Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng wonden nooit in contact met lood. Reinig na werkzaamheden aan batterijen altijd uw handen.
△GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Roken en open vuur is verboden. → Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat.
GEVAAR
Gevaar voor invreten!
→ Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. afspoelen. Daarna direct een dokter raadplegen. → Verontreinigde kleding met water uitwassen.
Accu in apparaat plaatsen en aansluiten
Het apparaat is seriematig uitgerust met een onderhoudsvrije batterij.

1 Positieve pool 2 Poolafdekking 3 Negatieve pool
Accu in de accuklemmen plaatsen. Klemmen op de accubodem vastschroeven. → Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten. → Poolklem op minpool (-) aansluiten. → Poolafdekkingen aanbrengen. → Controleer de batterijpolen en de poolklemmen op voldoende bescherming door poolbeschermingsvet.
Controleer en corrigeer het vloeistofpeil van de batterij (enkel bij onderhoudsarme batterijen met celsluitingen)
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren.
In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zijn.
→ Het zuurmonster weer terugdoen in dezelfde cel. Bij te lage vloeistofstand cellen met gedestilleerd water tot aan de markering bijvullen. Accu laden. Celsluitingen inschroeven.
Accu laden
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Neem bij de omgang met batterijen de veiligheidsvoorschriften in acht. Neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht.
△GEVAAR
Beschadigingsgevaar! Accu alleen met het geschikte laadapparaat opladen.

Alle celsluitingen uitdraaien. (enkel bij onderhoudsarme batterij) → Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden. Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu verbinden. Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen. → Batterij met de kleinst mogelijke laadstroom laden. → Scheid het oplaadapparaat eerst van het net en dan van de batterij als de batterij opgeladen is. → Celsluitingen inschroeven. (enkel bij onderhoudsarme batterij)
Batterij demonteren
→ Poolklem op minpool (-) afklemmen. → Poolklem op pluspool (+) afklemmen. Klemmen op de accubodem losschroeven. → Batterij uit de batterijhouder nemen. → Verbruikte batterij conform de geldende bepalingen verwijderen.
Controleer het remvloeistofpeil en vul remvloeistof na.
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir altijd aan. → Voer de beveiliging enkel UIT buiten de gevarenzone.

1 Houserveiligheidsstang 2 Remvloeistofreservoir 3 Afsluitdeksel
→ Breng het vuilreservoir naar boven en borg het met de veiligheidsstang, zie daartoe in hoofdstuk „Vuilreservoir leegmaken". → Controleer of in het remvloeistofreservoir voldoende remvloeistof voorhanden is.
Tip
Het vulpeil moet tussen Min. en Max. liggen.
Vul indien nodig in de handel verkrijgbare DOT-remvloeistof na.
Motoroliepeil controleren en olie bijvullen
△GEVAAR
Verbrandingsgevaar! → Motor laten afkoelen. → Controle van het motoroliepeil uitvoeren op zijn vroegt 5 minuten na het uitzetten van de motor.
1 Olievuldeksel (motor) 2 Oliepeilstok
→ Oliepeilstok uittrekken. → Oliepeilstok afvegen en inschuiven. → Oliepeilstok uittrekken. → Oliepeil controleren. Oliepeilstok weer erin doen.
-Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"- en "MAX"-markering bevinden.
- Bevindt zich het oliepeil onder de "MIN"-markering, motorolie bijvullen. -Motor niet boven "MAX"-markering bijvullen. Olievuldeksel afschroeven. → Motorolie erin doen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. → Olievuldeksel afsluiten. Minstens 5 minuten wachten. → Motoroliepeil controleren.
Motorolie en motoroliefilter wisselen VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete motorolie!
→ Motor laten afkoelen. Zet een opvangbak voor minstens 6 liter motorolie klaar. → Motor laten afkoelen.
Olieaftapschroef uitschroeven. → Olievuldeksel afschroeven. Olie aftappen.
1 Motoroliefilter 2 Brandstoffilter
→ Oliefilter afschroeven. → Bevestigingspunt en afdichtvlakken reinigen. → Afdichting van het nieuwe oliefilter voor het inbouwen met olie insmeren. Nieuw oliefilter inbouwen en handvast aanhalen. → Olieaftapplug inclusief nieuwe afdichting erinschroeven. Aanhaalmoment: 25 Nm → Motorolie erin doen. Oliesoort en vulhoeveelheid zie Technische gegevens. Olievuldeksel afsluiten. Motor ca. 10 seconden laten lopen. → Motoroliepeil controleren.
Brandstoffilter controleren
→ Controleer het brandstoffilter op verontreiniging. → Reinig indien nodig het brandstoffilter en de filterbehuizing, vervang indien nodig het brandstoffilter.
Brandstoffilter vervangen
1 Brandstofkraan 2 Brandstoffilter
Brandstofkraan sluiten. → Brandstoffilter losschroeven en vervangen.
1 Brandstofkraan 2 Brandstoffilter
OPMERKING
Brandstoffilter voor de inbouw met diesel vullen.
Nieuwe brandstoffilter eropschroeven.
→ Brandstoffilter met een koppel van 20 Nm aanspannen. → Brandstofkraan openen.
Condenswater aan de waterafscheider van de dieselbrandstof aflaten
1 Brandstofkraan 2 Afscheiderbak 3 Waterafscheider
Brandstofkraan sluiten. → Schroef de afscheiderbak los en maak hem leeg. Schroef de afscheiderbak vast. Brandstofkraan openen.
Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen
OPMERKING
Het veeggoedreservoir mag niet opgetild worden. → Motorafdekking openen.
1 Oliepeilglas hydraulische olie 2 Afluitdeksel, olievulopening
→ Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren. - Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"- en "MAX"-markering bevinden. - Bevindt zich het oliepeil onder de "MIN"-markering, hydraulische olie bijvullen. → Afsluitdeksel van de olievulopening losschroeven. Vulgebied reinigen. → Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. → Afsluitdeksel van de olievulopening eropschroeven.
Hydraulisch systeem controleren OPMERKING
Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Karcher-klantendienst.
→ Parkeerrem vastzetten. → Motor starten. Alle slangen van het hydraulische systeem en aansluitingen op lekkage controleren.
Koelmiddelpeil controleren
1 Koelmiddel-compensatievat
→ Controleer het vulniveau bij een koude motor. → Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. Het juiste koelmiddelpeil moet tussen Min. en Max. liggen.
Water-/hydraulische-oliekoeler controleren en reinigen
GEVAAR
Verbrandingsgevaar!
Laat de waterkoeler minstens 20 minuten afkoelen. → Het koelwaterpeil van de waterkoeler wordt gecontroleerd aan het koelmiddelcompensatievat. Zie hoofdstuk "Koelwaterpeil controleren". → Koelerlamellen reinigen. Verwijder verontreinigingen met een zachte borstel, perslucht of geringe waterdruk. → Koelslangen en aansluitingen op dichtheid controleren. → Ventilator reinigen.
Veegrol controleren
→ Motor starten. → Veeggoedreservoir tot de eindstand optillen. → Motor uitzetten. → Parkeerrem vastzetten. Veiligheidsstang gebruiken voor hoogleging.
→ Banden of snoeren van veegrol verwijderen. Veiligheidsstang eruitnemen. → Motor starten. Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten. → Motor uitzetten.
Veegrol verwisselen. Veegspiegel van de veegrol controleren.
1 Sleutel
2 Zijbekleding
Breng het vuilreservoir omhoog en ondersteun het met de veiligheidsstang. Zijmantel met sleutel openen.
1 Houdbeugel
2 Vleugelmoer
3 Zijdelingse afdichting
Vleugelmoeren losschroeven. Neem de houdbeugel weg. Vleugelmoeren aan de fenderbevestiging van de zijdelingse afdichtstrook afschroeven en fenderbevestiging afnemen. Zijdelingse afdichting naar buiten klappen. Bevestigingsschroef van het veegrolhuis uitschroeven en opname naar buiten zwenken. Veegrol uitnemen.

Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht)
Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset letten.
Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel gestoken worden.
Instructie: Na het inbouwen van de nieuwe veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden.
en instellen
Zuigturbine uitschakelen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Laat de veegwals met de bedieningshefboom zakken en draaien (ca. 10 s). Veegrol omhoog brengen. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren.

De vorm van de veegspiegel moet een gelijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen.
Veegspiegel instellen

1 Veer
2 Instelmoer 3 Contramoer 4 Stang met schroefdraad
→ Positie veegspiegel instellen door de instelschroef te verdraaien. Veegspiegel controleren.
Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen
Zijbezems opheffen. → Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Zijbezem met bedieningshendel neerlaten en ca. 10 seconden laten draaien. Zijbezems opheffen. → Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren.
De breedte van de veegspiegel moet tussen 40 - 50 mm liggen.
→ Veegspiegel met de twee instelschroeven corrigeren. → Veegspiegel controleren.
Zijdelingse afdichtstroken plaatsen GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir altijd aan. → Voer de beveiliging enkel UIT buiten de gevarenzone. Veeggoedreservoir naar boven brengen en met veiligheidsstang zekeren. → Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).
1 Houder veiligheidsstang
2 Veiligheidsstang Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals verrangen" beschreven wordt. → 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken. 3 Moeren (SW 13) van de voorste fenderbevestiging losmaken.
Zijdelingse afdichtstrook zover naar beneden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bodem is. Fenderbevestigingen vastschroeven. → Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen.
Stoffilter manueel reinigen
→ Handmatige filterreiniging inschakelen.
Stoffilter controleren / vervangen WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar!
→ Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschriften over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. → Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen. Veeggoedcontainer legen.
1 Vergrendeling apparaatkap
2 Apparaatkap 3 Filterafdekking
→ Vergrendeling openen, daartoe ster-greepschroef eruit draaien. → Apparaatkap naar voren klappen.
1 Sluiting, filterafdekking (2x)
2 Filterafdekking
→ Sluiting openen. Filterafdekking openen.
1 Dwarsbalk
2 Stoffilter
→ Controleer de stoffilter, reinig of vervang hem indien nodig.
Tip
De vervanging van de stoffilter mag enkel gebeuren door de klantenservice van Karcher. Filterafdekking eropzetten en vergrendelen.
V-snaar controleren en instellen
De V-riem moet bij een druk van 10 kg ca. 7-9 mm meegeven.
V-riemspanning laten instellen door geautoriseerde klantenservice.
Luchtfilter controleren en vervangen

1 Sluiting 2 Luchtfilterbehuizing
Zijpaneel wegnemen. Luchtfilterbehuizing wegnemen. Luchtfilterinzet vervangen.
Instructie: Inbouwpositie met uitblaasopening naar beneden (zie afbeelding).
Centrifugaalafscheider reinigen

1 Vleugelmoer 2 Centrifugaalseparator Vleugelmoer aan de centrifugaalseparator losschroeven. Centrifugaalseparator reinigen.
Zekeringen vervangen

1 Kartelmoer 2 Deksel zekeringkast
Draai de kartelmoer eruit. Open het deksel op de zekeringkast. Zekeringen controleren. Defecte zekeringen vervangen.
Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringwaarde gebruiken.
Instructie: De zekering FU 01 bevindt zich in de motorruimte.

| FU 01 Hoofdzekering 60 A | |
| FU 02 ClaxonHydraulische-oliekoe-ler | 20 A |
| FU 03 VelligeidsrelaisMultifunctionele wee-gave | 10 A |
| FU 04 Zwaailicht 5 A | |
| FU 05 VelligeidsrelaisTijdsvertraging | 25 A |
| FU 06 CabineverlichtingRuitenwisser | 10 A |
| FU 07 Brandstofpomp 10 A | |
| FU 08 TijdrelaisStoelcontactschake-laar | 3 A |
| FU 09 Verlichting links 7,5 A | |
| FU 10 Verlichting rechts 7,5 A | |
| FU 11 Werkverlichting voren(dimlicht) | 10 A |
| FU 12 Schudsysteme 20 A | |
| FU 13 Achteruittrijsignaal 5 A |
Storing Oplossing
Apparaat wil niet starten. Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontacts chakelaar wordt geactiveerd.
Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden.
Accu opladen of vervangen.
Brandstof tanken, brandstofsysteem ontluchten.
Brandstoffilter vervangen.
Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen.
Motor loopt onregelmatig. Luchtfilter reinigen of filterpatroon vervangen.
Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen.
Motor oververhit. Koelmiddel bijvullen.
Koeler doorspoelen.
V-snaar aanspannen.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen.
Motor loopt, maar het apparaat rijdt slechts langzaam of helemaal niet.
Parkeerrem ontgrendelen
Gashefboom volledig naar voren zetten (hoog toerental).
Controleren op ingedraaide banden en snoeren.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen.
Fluitend geluid in het hydraulische systeem
Hydraulische vloeistof navullen.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen.
Gashefboom volledig naar voren zetten (hoog toerental).
Borstels draaien slechts langzaam of helemaal niet.
Controleren op ingedraaide banden en snoeren.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen.
Stoffilter controleren, reinigen of vervangen.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen.
Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik.
Apparaat stof: zijdelingse afdichtstroken plaatsen.
Ventilator inschakelen
Stoffilter controleren, reinigen of verwisselen.
Filterafdichtingen verrangen
Open het reservoirdeksel van het vuilreservoir.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen
Veegeenheid maar veeggoed liggen Veeggoedcontainer legen
Stofffilter controlleren, reinigen of verwisselen.
Keerrol verrangen
Veegspiegel instellen
Afdichtstrook van het veeggoedreservoir verrangen
Blokkering van de keerrol oplossen
Open het reservoirdeksen van het vuilreservoir.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen
Veeggoedreservoir gaat Niet omhoog of olaag
Gashefboom volledig maar voren (hoog toerental) zetten.
Karcher-klantenservice op de hoogte brengen
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen
Reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat niet open.
Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen
| Technische gegevens | ||
| KM 130/300 R D Classic | ||
| Apparaatgegevens | ||
| Rijnselheid, vooruit km/h 10 | ||
| Rijnselheid,chteruit km/h 10 | ||
| Klimvermogen (max.) % 18 | ||
| Oppervlaktecapaciteit zonder ijbebzem m | 2/h 10000 | |
| Oppervlaktecapaciteit met zijbebzem m | 2/h 13000 | |
| Werkbreedte zonder ijbebzem mm 1000 | ||
| Werkbreedte met zijbebzem mm 1300 | ||
| Beveiligingsklasse beschermd gegen spatwater -- IPX 3 | ||
| Duur inzetten bij volle tank h 4 | ||
| Motor | ||
| Type -- YANMAR 3TNV76A | ||
| Type -- 3-cylinder-viertakt-dieselmotor | ||
| CO2Emissie volgens de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 (niveau V) | g/kWh | 932,0 |
| Koelwijze | -- Waterkoeling | |
| Draairichting | -- wegen de wižers van de klok in | |
| Boring | mm 70 | |
| Slag | mm 82 | |
| Slagvolume | cm3 | 1116 |
| Oliehoeveelheid | I | 3,5 |
| Nominaal toerental | 1/min | 2500 |
| Maximaal toerental 1/min 2500 | ||
| Nullastoerental | 1/min | 1300 |
| Vermogen max. | kW/PS | 15,8 / 21,5 |
| Maximumkoppel bij 2100 1/min Nm 67,9 | ||
| Oliefilter | -- Filterpatronen | |
| Aanzuigluchtfilter | -- Binnenfilterpatronen, buitenfilterpatronen | |
| Brandstofffilter | -- Filterpatronen | |
| Elektrische installmentie | ||
| Accu V, Ah 12, 60 | ||
| Generator, draaiastroom | V, A | 12, 55 |
| Startmotor | -- Elektrische starter | |
| Hydraulische installmentie | ||
| Hoveeelheid oile in het complete hydraulische systeme | I | 26,5 |
| Hoveeelheid oile in de hydraulische tank | I | 21,2 |
| Oliesoorten | ||
| Motor (boven 25 °C) | -- SAE 30, SAE 10W-30, SAE 15W-40 | |
| Motor (0 tot 25 °C) | -- SAE 20, SAE 10W-30, SAE 10W-40 | |
| Motor (onder 0 °C) | -- SAE 10W, SAE 10W-30, SAE 10W-40 | |
| Hydraulisch systeme | -- HV 46 | |
| Veeggoedreservoir | ||
| Max. ontlaadhoogte | mm 1400 | |
| Volume van de veeggoedcontainer | I | 300 |
| Keerrol | ||
| Veegrol-diameter | mm 300 | |
| Veegrol-breedte | mm 1000 | |
| Toerental | 1/min | 350 |
| Veegspiegel | mm 80 | |
| Zijbebzem | ||
| Zijbezem-diameter | mm 600 | |
| Toerental (traploos) | 1/min | 0 - 60 |
| Massieve rubberbanden | ||
| KM 130/300 R D Classic | ||
| Grootte voor -- 15-4.5x8 | ||
| Grootte darüber -- 15-4.5x8 | ||
| Rem | ||
| Voorwielen -- Mechanisch | ||
| Achterwiel -- hydrostatisch | ||
| Filter- en zuigsysteme | ||
| Type -- Zakfilter | ||
| Toerental 1/min 2800 | ||
| Filtervlak fijnstofffilter m | 2 | 7,8 |
| Nominate onderdruk zuigsystem mbar 15,5 | ||
| Nominate volumestroom zuigsystem m | 3/h 800 | |
| Schudsystem | -- Elektromotor | |
| Omgevingsvoorwaarden | ||
| Temperatuur | °C | -5 tot +40 |
| Luchtvochtigheid, nicht bedauwend | % | 0 - 90 |
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | ||
| Geluidsemissie | ||
| Geluidsdrukniveau \( L_{pA} \) | dB(A) | 80 |
| Onzekerheid \( K_{pA} \) | dB(A) | 3 |
| Geluidskrachtniveau \( L_{iWA} + onveiligheid K_{iWA} \) | dB(A) | 98 |
| Apparaattrillingen | ||
| Hand-arm vibratiewaarde | \( m/s^2 \) | <2,5 |
| Zitplaats | \( m/s^2 \) | 0,7 |
| Onzekerheid K | \( m/s^2 \) | 0,1 |
| Maten en gewichten | ||
| Lengte x bredte x hoogte | mm | 2040x1330x1430 |
| Draaicirkel rechts | mm | 1400 |
| Draaicirkel links | mm | 1400 |
| Leeggewicht | kg | 920 |
| Toelaatbaar totaalgewicht | kg | 1397 |
| Toegelaten asbelasting vooraan | kg | 862 |
| Toegelaten asbelasting achteraan | kg | 535 |
| Inhoud Brandstoftank, diesel | l | 16 |
| Technische veranderingen voorbehonden! | ||
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Veegzuigmachine op-stapmachine
Type: KM 130/300 R D Class- sic 1.186-139
Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 55014-2: 2015
Toegepaste landelijke normen
Toegepaste conformiteitsbeoordelingsprocedure
2000/14/EG: Bijlage V
Geluidsvermogensniveau dB(A)
Gemeten: 96
Gegarandeerd: 98
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

Documentatieverantwoordelijke:
S. Reiser
Alfred Karcher SE & Co. KG
Losmaken/vastzetten van de parkeerrem
→ Maak de parkeerrem los, houd daarbij het rempedaal ingedrukt. → Zet de parkeerrem vast, houd daarbij het rempedaal ingedrukt.
Eeapntjmuata kai avtaaakti
Kα EL 1
IoepejdeHn npu mpanopmpoke!
→ Cneodum 3a co6cm8eHHbIM eecOM (mpaHcnopmHbI eec) ycmpoucmeBa npu mpaHcnopmupoeke Ha noedece unu aemomobunx. → Ppu nepee63ke annapama e mpaH cnopmhbix cpeoemex cneyem yuMbieambdeucmeyouue MecmHbe 2oc cyapcmeHbIe HOpMbi, HanpaenHbIe Ha 3auumy om ckonbKeHua U onpokuobiaHua. KJIIOU 3aJnraHnI NOBepHyb B No3nLIO "0" N BBItauNTb eO n3 aMka. 3aФнксypуITE CTORHOCHHbI TOPMO3. → PnKpeINbYcTPOINCTBO K yCToHNBIM MecTaM KpeNHeHn (4 1T) C NMOUbHO HATXHbIX pemHe, TpOCOB nIu cenei. 3aФнксрOBaTB annapaT, noДNoKnB NOd erO KOJIeCa KINHb. → Ptnp TaHcnopOpOBKe NOmTaHOUeMaUNHBI OTCOeINHrTb KNeMMbI aKKyMyJrTopa.
XpaHeHne/BbIBOd n3 3KcπIpyatauN
→ YcTaHOBnTb NoDMetaUO MaunHy HaPoBHOn NOBepXHOCTN B CyXOM,3a- uHemOHOT MOpO3a MeTe. KaPbITb DnA 3aUNTb OT NBJIN. → PnnoDnHbNoDMTaHOuBn Bn 60KOBbIe uETKn, YTObI He NOBpeDHTb ux. 3aKpbTb KpbIkwy 6yHkepa. KJIIOU 3aJnraHnI NOBepHyb B No3nLIO "0" N BBtAunTb erO n3 aMka. 3aФнКСИТe CTOrHOUHbI TOPMO3. → PnHrTb Mepbl npOTNB Hnpon3BOJb-HORO KaueHnna NOmTaIOUeM MaunHb. Ecln NOmTaIOUaMaUNHa He nCNOB-3yETcB TEeHne DnITeNBo BpemH, DOONHHTeNbHO CNeDyET COBIOdaTb CneDyIOoee: 3aMeHHTb MOtOPHoe MacNo. →PnOxNdaHmMopo03OBcnyCTNTb BODyIpaPacnbIeHnI npOBepntb, DOCTaTOHO IIN aHTnΦpns3a BOxNaXdaHOSei BOe. OuNTb NOMeTaIOUHO MaUNHy CHAPyKIN BHTn. OTcoeHNHTKJIEMMbIaKKMyJrTOp-HoH6atapen. → AkkyMnyTOp cneJeYe3apAHTb, a 3a-TEM 3apXKaTb np6JI. KaXDbIe Dba Mecya.
YxOuN TeXHnueckoe 06cnyxmbaHne
06uine yka3aHn
BHIMAHHE
Onachocmb noepexdeHua!
→ ΠbIeou φuIbmp He HxKHO npOMbl- aamb. → PpoeedeHueem pemohmhbix pa6om pa3peuamcra 3aHumambc moIbko aemopuzo8aHHbIM cepuchbIM ueHmpam, uIu cneuaunucmaU eMoU cfepe, kOmOpBie O3HaKOMNeHbIC CO
omemcmeyouuMu npednucHuaMu npaun mexhuku bezonaacHocmu.
→ IpeeduXhIe npombuHneHHie npu-6opbI npoxoam npoeepky be3onacHo-cmu co2nacHO VDE 0701. → ΠοctaBntb IOndMeTaHou MaunHy ha pOBHOI NOBepxHOCTN. → KnIOu 3aJINraHn IOBepHyb B No3IuHO "0" n BbITaUNb erO n3 3AMka. 3aФнксypуnte cTOrHouhBt Topm03.
UNTka
OCTOPOXHO
→ Het apparaat niet reinigen met een waterstraal of onder hoge druk (gevaar voor kortsluiting en andere beschadigingen).
Reiniging van het apparaat van binnenuit
GEVAAR
Gevaar voor letsel! Draag een stofmasker en een veiligheidsbril. → Apparaat met een borstel reinigen. Apparaat met perslucht uitblazen.
Reiniging van het apparaat van buitenaf
Het apparaat reinigen met een vochtige doek die is bevochtigd met een mild alkalisch reinigingsmiddel.
Opmerking: Het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen is niet toegestaan.
Periodiciteit van technisch onderhoud
Opmerking: De teller van bedrijfsuren geeft het moment aan waarop onderhoud moet worden uitgevoerd.
Technisch onderhoud door de klant
Opmerking: Alle onderhoudswerkzaamheden door de klant moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde specialist. Indien nodig kan men zich op elk moment wenden tot een gespecialiseerd verkooppunt van het merk Kärcher.
Dagelijks onderhoud:
→ Controleer de vulling van de brandstoftank. Controleer het oliepeil van de motor. → Controleer het niveau van de expansie- of radiateurvloeistof. → Controleer de zijborstels op slijtage en opgewickte draden. Controleer het brandstoffilter. → Controleer de centrifugaalafscheider en het luchtfilter, reinig indien nodig. Controleer de goede staat van alle bedieningselementen. → Controleer het apparaat op beschadigingen.
Dagelijks onderhoud:
Reinig de hydraulische radiateur. Reinig de hydraulische leidingen van de radiateur. Controleer de hydraulische installatie. Controleer het oliepeil in het hydraulische systeem. Controleer het niveau van de remvloeistof. Controleer de slijtage van de remblokken, vervang indien nodig. Controleer en smeer het deksel van het reservoir.
Technisch onderhoud om de 50 bedrijfsuren:
Het beschermkapje (optioneel) van de bestuurder biedt bescherming tegen grotere vallende voorwerpen. Het biedt echter geen bescherming bij kantelen!
Onderhoud om de 50 bedrijfsuren:
Laat het water uit de brandstof-/waterafscheider lopen.
Onderhoud na slijtage:
Vervang de afdichtingen. Stel de zijafdichtingen af of vervang ze. Vervang de wisserbladveer. Vervang de zijborstel.
Opmerking: Zie de beschrijving in de sectie "Onderhoudswerkzaamheden".