VILLA 95 COMBI - Tractor STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VILLA 95 COMBI STIGA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VILLA 95 COMBI - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VILLA 95 COMBI van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING VILLA 95 COMBI STIGA
1 ALGEMEEN Dit symbool geeft een WAARSCHU- WING weer. Als de instructies niet nauwkeurig worden opgevolgd, kan dit leiden tot ernstige persoonlijke verwon- dingen en/of schade. Lees de gebruikershandleiding en de veiligheidsinstructies voor gebruik goed door.
Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en oplet- tendheid bij gebruik geboden is. Betekenis van de symbolen: Waarschuwing! Lees vóór gebruik van de machine de ge- bruikershandleiding en de veiligheids- voorschriften. Waarschuwing! Zorg dat uw handen of voeten niet onder de kap komen als de machine loopt. Waarschuwing! Kijk uit voor weggegooide voorwerpen. Houd omstanders op afstand. Waarschuwing! Vóór het verrichten van reparaties de bou- giekabel ontkoppelen van de bougie.
De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn genummerd met 1, 2, 3 etc. Onderdelen in afbeeldingen worden aangegeven met A, B, C etc. Een verwijzing naar onderdeel E in afbeelding 5 wordt als volgt weergegeven: “5:E”.
De titels in deze gebruikershandleiding zijn op de volgende manier genummerd: “2.3.2” is een subtitel van “2.3” en wordt onder deze titel vermeld. Wanneer naar een titel wordt verwezen, wordt al- leen het nummer van deze titel aangegeven. Bij- voorbeeld “Zie 2.3.2”. 2 BESCHRIJVING
Het maaidek is bedoeld voor gebruik op front- maaiers van Stiga volgens onderstaande tabel. Het maaidek is leverbaar in één van de volgende versies:
- Met handmatige instelling van de hoogte.
- Met elektrische instelling van de hoogte.
De maaihoogte kan worden ingesteld tussen 25 en 85 mm. Elektrische bediening maaihoogte De instelling kan met een schakelaar onbeperkt worden aangepast. Handmatige instelling maaihoogte De instelling kan met een hendel op verschillende vaste standen worden ingesteld. Zie afb. 2.
2.2.2 Voorwaarts kantelen
Door de twee pinnen een gaatje lager dan de basi- sinstelling te verplaatsen kan het achterdeel van het maaidek 12 mm worden opgetild. Zie afb. 2.
2.2.3 Monteren op achterzijde
Het achterdeel van het maaidek wordt geborgd met de pinnen in afb. 2.
2.2.4 Monteren gereedschapslift
Het maaidek wordt met een ketting en kniphaken op de gereedschapslift gemonteerd. Eén kniphaak bepaalt de werkstand en kan in de kettingschakels worden verplaatst om het hefver- mogen in te stellen. Zie afb. 10. De andere kniphaak wordt gebruikt voor de reini- gingsstand. Maaidek Villa/Ready Park 85 Combi X 95 Combi X X 105 Combi X X41 NEDERLANDS
DEKOPHANGING Voorbeeld van vaste maaidekverbindingen, zie 3:C en 4:G.
1. Plaats het maaidek vóór de machine.
2. Controleer of de maaidekophangingen als volgt
op de machine zijn gemonteerd. Park 2WD:
3. Verwijder pinnen en ring (2:C, 2:D)
4. Bevestig de armen aan elkaar. Zie afb. 5.
5. Stel de maximale maaihoogte in..
6. Plaats de riem op de riempoelie van de machi-
7. Zet het maaidek in de basisstand. Zie 3.4.
8. Span de riem als volgt:
Span de riem met de riemspanner. De spanner moet zich links van de riem bevinden, gezien vanuit de positie van de bestuurder. Zie afb. 10. Park 4WD
Neem de hendel van de riemspanner in uw lin- kerhand. Trek aan de hendel en vergroot met uw rechterhand en de riemspanner de spanning op de buitenkant van de riem. Zie afb. 9. Villa, Ready
Span de riem met de riemspanner. De spanner moet zich binnen de riem bevinden en naar links uitsteken (gezien vanuit de positie van de bestuurder). Zie afb. 11.
9. Hang de eenheid op in de gereedschapslift. Zie
afb. 13. 10.Als het maaidek is uitgerust met een elektrische hoogte-instelling, sluit dan de kabel aan op het stopcontact aan de rechtervoorkant van de ma- chine. Zie afb. 16.
3.2 MACHINES MET SNELSLUITIN-
GEN Voorbeeld van snelsluitingen, zie afb. 12.
1. Plaats het maaidek vóór de machine.
2. Controleer of de snelsluitingen volgens de mee-
geleverde afzonderlijke instructie op de machi- ne zijn gemonteerd.
3. Controleer of de armen van het maaidek zijn
vastgeschroefd in de snelsluitingen. Als dit niet het geval is, schroeft u de armen vast. Zie afb.
5. Zet de snelsluitingen in de achterste stand. Zie
de meegeleverde afzonderlijke instructies.
6. Plaats de riem op de machinepoelie.
7. Span de riem als volgt:
Span de riem met de riemspanner. De spanner moet zich links van de riem bevinden, gezien vanuit de positie van de bestuurder. Zie afb. 10. Park 4WD
Neem de hendel van de riemspanner in uw lin- kerhand. Trek aan de hendel en vergroot met uw rechterhand en de riemspanner de spanning op de buitenkant van de riem. Zie afb. 9. Villa, Ready
Span de riem met de riemspanner. De spanner moet zich binnen de riem bevinden en naar links uitsteken (gezien vanuit de positie van de bestuurder). Zie afb. 11.
8. Zet de snelsluitingen in de voorste stand. Zie de
meegeleverde afzonderlijke instructies.
9. Hang de eenheid op in de gereedschapslift. Zie
afb. 13. 10.Zet het maaidek in de basisstand. Zie 3.4. 11.Als het maaidek is uitgerust met een elektrische hoogte-instelling, sluit dan de kabel aan op het stopcontact aan de rechtervoorkant van de ma- chine. Zie afb. 16.
Om optimaal te kunnen maaien, is de juiste basi- sinstelling noodzakelijk. Het maaidek staat in de basisinstelling wanneer de achterzijde 5 mm hoger dan de voorzijde staat. Dit betekent dat het maai- dek iets voorover kantelt. Zet het maaidek in de basisinstelling door deze als volgt omhoog te bewegen en vast te zetten . Op machines met wielen van 17”: Bevestig de rin- gen en de pinnen in het bovenste gaatje. Zie afb.
Op machines met wielen van 16”: Bevestig de rin- gen en de pinnen in het middelste gaatje. Zie afb.
4 MACHINE GEBRUIKEN Controleer of het gras dat u gaat maaien vrij is van vreemde voorwerpen zoals stenen etc.
U krijgt de beste maairesultaten als eenderde van het gras wordt gemaaid. 2/3 van de lengte van het gras blijft dan staan. Zie afb. 14. Als het gras lang is en veel korter moet worden, kunt u beter twee keer maaien met verschillende maaihoogtes. Gebruik niet de laagste stand als het oppervlak van het gazon ongelijkmatig is. Anders loopt u het ge- vaar dat de messen beschadigd raken door het op- pervlak en dat de toplaag van het gazon wordt verwijderd.
Het achterdeel van het maaidek kan worden opge- tild zodat het maaidek een grotere voorwaartse hel- lingshoek heeft dan bij de basisinstelling. Deze hellingshoek beïnvloedt de maairesultaten als volgt.
4.2.1 Basisinstelling
Als het maaidek in de basisinstelling staat, wordt het gras het beste versnipperd en verstrooid. De ba- sisinstelling wordt aanbevolen voor normaal gras. Zie 3.5.
4.2.2 Grotere hellingshoek
Als het maaidek iets voorovergekanteld is, wordt het “Multiclip”-effect verminderd terwijl het ge- maaide gras beter wordt verstrooid. Voorover kantelen wordt aanbevolen voor dikker gras.
Volg het onderstaande advies op voor een optimaal maairesultaat:
- gebruik de motor op volle kracht.
- het gras moet droog zijn.
- zorg dat de messen scherp zijn.
- houd de onderzijde van het maaidek schoon.
4.4 COMPOSTEREN/ACHTERUIT-
WORP Het maaidek kan op twee manieren gras maaien:
- Composteren van het gras in het gazon.
- Uitwerpen van het gras achter het maaidek. Het maaidek is bij aflevering ingesteld op compos- teren. Om het gras achter het maaidek uit te wer- pen, moet de plug (afb. 18) worden verwijderd. Zet het maaidek in de servicestand om de plug te verwijderen/plaatsen. 5 ONDERHOUD
Service en onderhoud moet altijd worden uitge- voerd aan een stilstaande machine met een uitge- schakelde motor. Zorg dat de machine niet kan wegrol- len. Gebruik daarom altijd de parkeer- rem. Zet de motor af. Voorkom ongewenst starten door de bougiekabel van de bougie te ontkoppe- len en de contactsleutel te verwijderen.
4. Ontkoppel het achterdeel van het maaidek aan
de rechter- en linkerzijde als volgt: A. Til het linkerachterdeel van het maaidek op om de belasting op de splitpen te verminderen. B. Verwijder pinnen en ring. Zie afb. 2. C. Verwijder de rechtersplitpen en ring op dezelfde manier.
5. Pak het voorste deel van het maaidek vast en til
het op. Bevestig de ketting zo dat het maaidek diagonaal naar boven is gericht. Zie afb. 16. Het is absoluut verboden om de motor te starten wanneer het maaidek in de reinigingsstand staat.
6. Laat het maaidek in omgekeerde volgorde zak-
ken nadat u de aanpassingen hebt uitgevoerd. Zet het maaidek in de werkstand zoals beschre- ven onder “3”.43 NEDERLANDS
2. Als het maaidek is uitgerust met een elektrische
hoogte-instelling, ontkoppel dan de kabel van de machine. Zie afb. 16.
3. Stel de maximale maaihoogte in.
4. Zie afb. 2. Ontkoppel het achterdeel van het
maaidek aan de rechter- en linkerzijde als volgt: A. Til het linkerachterdeel van het maaidek op om de belasting op de splitpen te verminderen. B. Verwijder pinnen en ring. C. Verwijder de rechtersplitpen en ring op dezelfde manier.
5. Maak de riem als volgt los:
Haal de riemspanner van de riem. Zie afb. 10 Park 4WD
Neem de hendel van de riemspanner in uw link- erhand. Trek aan de hendel en verwijder de riemspanner met uw rechterhand. Zie afb. 9. Villa, Ready
Verwijder de riemspanner van de riem. Zie afb.
6. Haal de riem van de poelie.
7. Pak het voorste deel van het maaidek vast en til
het op. Til het voorste deel op tot het maaidek volledig verticaal staat en het achterdeel op de grond rust. Zie afb. 20.
8. Laat het maaidek in omgekeerde volgorde zak-
ken nadat u de aanpassingen hebt uitgevoerd. Zet het maaidek in de werkstand zoals beschre- ven onder 3.2.
5.3.2 Machines met snelsluitingen
1. Schakel de parkeerrem in.
2. Als het maaidek is uitgerust met een elektrische
hoogte-instelling, ontkoppel dan de kabel van de machine. Zie afb. 16.
3. Stel de maximale maaihoogte in.
4. Zie afb. 2. Ontkoppel het achterdeel van het
maaidek aan de rechter- en linkerzijde als volgt: A. Til het linkerachterdeel van het maaidek op om de belasting op de splitpen te verminderen. B. Verwijder pinnen en ring. C. Verwijder de rechtersplitpen en ring op dezelfde manier.
5. Zet de snelsluitingen in de achterste stand. Zie
de meegeleverde afzonderlijke instructies.
6. Maak de riem als volgt los:
Haal de riemspanner van de riem. Zie afb. 10 Park 4WD
Neem de hendel van de riemspanner in uw link- erhand. Trek aan de hendel en verwijder de riemspanner met uw rechterhand. Zie afb. 9. Villa, Ready
Verwijder de riemspanner van de riem. Zie afb.
7. Haal de riem van de poelie.
Controleer of de snelsluitingen in de voorste stand staan voordat u het maai- dek optilt. Anders loopt u het risico be- kneld te raken.
8. Zet de snelsluitingen in de voorste stand, zie de
9. Pak het voorste deel van het maaidek vast en til
het op. Til het voorste deel op tot het maaidek volledig verticaal staat en het achterdeel op de grond rust. Zie afb. 20. 10.Laat het maaidek in omgekeerde volgorde zak- ken nadat u de aanpassingen hebt uitgevoerd. Zet het maaidek in de werkstand zoals beschreven on- der 3.3.
Reinig de onderkant van het maaidek na elk ge- bruik. Zet het maaidek in de reinigingsstand. Reinig de onderkant van het maaidek grondig. Ge- bruik water en een borstel. Herstel lakbeschadigingen wanneer de oppervlak- ken volledig droog een schoon zijn. Gebruik duur- zame gele verf die geschikt is voor gebruik buitenshuis en op metaal.
Om de kans op verwondingen bij een botsing te verminderen en belangrijke onderdelen in het maaidek te beschermen zijn de volgende nood- voorzieningen aangebracht.
- Bouten tussen messen en mesblad.
- Draaibegrenzing tussen tandwielen en mesas.
- Mogelijkheid tot aflopen van aandrijfriem op de plastic tandwielen.
5.5.2 Messen vervangen
Draag bij het verwisselen van messen werkhandschoenen om te voorkomen dat u zich snijdt. Controleer altijd of de messen scherp zijn. Dan krijgt u het beste maairesultaat. De messen moeten jaarlijks worden vervangen. Controleer de messen altijd als deze ergens tegen hebben gestoten. Als de messen zijn beschadigd, moeten de beschadigde onderdelen worden ver- vangen.44 NEDERLANDS
Gebruik altijd originele reserveonder- delen. Niet-originele reserveonderdelen kunnen verwondingen veroorzaken, ook al passen ze in de machine. De messen zijn vervangbaar. Bij het vervangen moeten beide messen op hetzelfde messenblad worden vervangen om onbalans te voorkomen. Let op! Let hierop bij het monteren:
- De messen en het mesblad moeten worden ge- monteerd volgens afb. 6.
- De messen kunnen 1/3 slag worden gedraaid in hun bevestigingen. Plaats de messen onder een hoek van 90° ten opzichte van elkaar. Zie hier- onder bij “5.5.3”. Aanhaalmoment: Schroeven (6:P) – 45 Nm Bouten (6:Q) – 9,8 Nm Bij een botsing kunnen de bouten (6:Q) breken en de messen worden verbogen. Mocht dit gebeuren, plaats dan originele bouten en bevestig ze zoals hierboven is beschreven.
5.5.3 Synchroniseren, messen
Het maaidek heeft gesynchroniseerde messen. Als één van de messen op een hard voorwerp (bijv. een steen) stoot, kan de synchronisatie veranderen. Hierdoor bestaat het risico dat de messen met el- kaar in aanraking komen. Messen zijn goed gesynchroniseerd als ze onder een hoek van 90° ten opzichte van elkaar staan. Zie afb. 7. Controleer de synchronisatie altijd na een botsing. Als de messen niet gesynchroniseerd zijn, kunnen de volgende problemen zijn opgetreden in het maaidek:
- De aandrijfriem kan van de tandwielen zijn ge- lopen.
- De draaibegrenzing tussen tandwielen en mesas kan in werking zijn getreden. De pijlen in afb. 8 moeten tegenover elkaar liggen bij een intact maaidek. Als de draaibegrenzing in werking is getreden, liggen de pijlen niet tegenover elkaar.
- Het mes is niet goed gemonteerd op de mesas. Kan in drie verschillende standen worden ge- monteerd. Zie 6:R. Neem bij een onjuiste synchronisatie door de twee eerstgenoemde problemen contact op met een ge- autoriseerde Stiga-werkplaats voor reparatie. 6 RESERVEONDERDELEN Originele STIGA-onderdelen en accessoires zijn speciaal ontworpen voor STIGA-machines. "Niet- originele" onderdelen en accessoires zijn niet ge- controleerd of goedgekeurd door STIGA: Het gebruik van dergelijke onderdelen kan de werking en veiligheid van de machine aantasten. STIGA is niet ver- antwoordelijk voor schade of verwon- dingen die door dergelijke producten zijn veroorzaakt. 7 ONTWERPREGISTRATIE Dit product of onderdelen van dit product valt/va- lEG 000503107 GGP behoudt zich het recht voor zonder vooraf- gaande aankondiging wijzigingen in het product aan te brengen.45 ITALIANO
Notice-Facile