HWW 350025 Inox - Pomp METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HWW 350025 Inox METABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HWW 350025 Inox - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HWW 350025 Inox van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING HWW 350025 Inox METABO
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoor- ding: Deze pompen/huishoudwaterinstallaties/ huiswaterautomaten, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepa- lingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Techni- sche documentatie bij *4) - zie pagina 3. Dit apparaat is bestemd voor het transporteren van schoon water op het gebied van huis en tuin, voor het besproeien en bevloeien, voor het leeg- pompen van zwembaden, tuinvijvers en waterre- servoirs en dient tevens als bron-, regen- en bedrijfswaterpomp. De maximaal toelaatbare temperatuur van het pompmedium bedraagt 35 °C. Het apparaat mag niet worden gebruikt voor de drinkwatervoorziening of het transporteren van levensmiddelen. Explosieve, brandbare en agressieve stoffen of stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid mogen niet worden getransporteerd. Het apparaat is niet geschikt voor bedrijfsmatig of industrieel gebruik. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of die gebrek aan ervaring en/of kennis hebben. Eigenmachtige veranderingen aan het apparaat en het gebruik van onderdelen die niet zijn getest en vrijgegeven door de fabrikant, zijn niet toege- staan. Elk ondeskundig gebruik van het apparaat is in strijd met de voorschriften; hierdoor kunnen niet te voorziene beschadigingen ontstaan! Voor schade door oneigenlijk gebruik is alleen de gebruiker aansprakelijk. De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsvoorschriften dienen te worden nageleefd. Let ter bescherming van uzelf en het apparaat op de met dit symbool aange- geven passages! WAARSCHUWING – Lees de gebruiks- aanwijzing om het risico van letsel te verminderen. WAARSCHUWING Lees alle veiligheids- voorschriften en aanwijzingen. Worden de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Geef de pomp alleen samen met deze docu- menten door aan anderen. De informatie in deze handleiding is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor elektrische schok! Waar- schuwing voor lichamelijk letsel door elektri- sche schok. Let op! Waarschuwing voor materiële schade. Kinderen, jeugdigen en personen die niet vertrouwd zijn met de gebruiksaanwijzing mogen het apparaat niet gebruiken. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spelen. Bij gebruik in zwembaden en tuin- vijvers en hun directe omgeving moeten de bepalingen volgens DIN VDE 0100 -702, -738 in acht worden genomen. Het apparaat moet van stroom voorzien worden via een aardlek- schakelaar (RCD) met een toege- kende lekstroom van niet meer dan 30 mA. Het apparaat mag niet worden gebruikt wanneer er zich perso- nen in het water bevinden. Bij gebruik voor de huishoudelijke watervoorziening dienen de wet- telijke water- en afvalwatervoor- schriften en de bepalingen vol- gens DIN 1988 te worden nage- leefd. De volgende resterende risico's blijven bij het gebruik van pompen en drukvaten (afhankelijk van de uitvoering) in principe bestaan – ze kunnen ook door veiligheids- voorzieningen niet volledig wor- den voorkomen.
4.1 Gevaar door omgevingsin-
vloeden! Stel het apparaat niet bloot aan regen. Gebruik het apparaat niet in een natte of vochtige omgeving. Gebruik het apparaat niet in ruim- ten waar explosiegevaar bestaat of in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of gassen!
4.2 Gevaar door heet water!
Gevaar! Breng een terugslag- ventiel in de zuigaansluiting (12) aan om te voorkomen dat er water in de zuigleiding terug kan stromen. Hierdoor kan het vol- gende gevaar worden beperkt: Door heet water kunnen bescha- digingen en lekkages optreden aan het apparaat en de aansluit- leidingen, waardoor heet water kan ontsnappen. Verbrandings- gevaar! Apparaten met de aanduiding HWW...: Als de uitschakeldruk van de drukschakelaar door slechte drukverhoudingen of door een defecte drukschakelaar niet wordt bereikt, kan het water in het apparaat verhit raken door interne circulatie. Apparaten met de aanduiding P...: Apparaat max. 5 minuten tegen gesloten drukleiding laten lopen. Water dat in het apparaat circu- leert, raakt verhit. Bij een defect het apparaat van het elektriciteitsnet halen en laten afkoelen. Correcte werking van de installatie laten controleren alvo- rens deze opnieuw in gebruik te nemen.
4.3 Gevaar door elektriciteit!
Richt de waterstraal niet direct op het apparaat of andere elektrische onderdelen! Levensgevaar door elektrische schok! Bij installatie- en onderhouds- werkzaamheden mag het appa- raat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Raak de netstekker niet aan met natte handen! Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stop- contact. Netsnoer en verlengsnoer niet knikken, beknellen, meeslepen of overrijden; beschermen tegen scherpe kanten, olie en hitte.
4.4 Gevaar door gebreken aan
het apparaat of storingen! Controleer voor gebruik altijd het apparaat, vooral netsnoer, net- stekker en elektrische onderde- len, op eventuele beschadigin- gen. Levensgevaar door elektri- sche schok! Een beschadigd apparaat mag pas weer worden gebruikt nadat het deskundig is gerepareerd. Voer nooit zelf reparaties uit aan het apparaat! Alleen vakmensen mogen reparaties aan pompen en drukvaten (afhankelijk van de uit- voering) uitvoeren. Attentie! Om waterschade, bijv. ondergelopen ruimtes, te voorkomen, veroorzaakt door sto- ringen of gebreken van het appa- raat: - Passende veiligheidsmaatrege- len inplannen, bijv. alarminstalla- tie of opvangbekken met bewa- king De fabrikant aanvaardt geen aan- sprakelijkheid voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door: - Foutief gebruik van het apparaat. - Overbelasting van het apparaat door permanent gebruik. - Gebruik of opslag van het appa- raat zonder vorstbescherming.
1. Conformiteitsverklaring
2. Gebruik volgens de
veiligheidsvoorschriften
- Het uitvoeren van eigenmachtige veranderingen aan het apparaat. Reparaties aan elektrische appa- raten mogen alleen worden uit- gevoerd door een elektromon- teur! - Het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gecontro- leerd en vrijgegeven zijn. - Het gebruik van ongeschikt installatiemateriaal (armaturen, aansluitleidingen, enz.). Geschikt installatiemateriaal: - drukbestendig (min. 10 bar) - warmtebestendig (min. 100 °C) Bij gebruik van universele draai- koppelingen (bajonetkoppelin- gen) alleen uitvoeringen gebrui- ken met een extra bevestigings- ring voor een veilige afdichting. Zie pagina 2. De afbeeldingen gelden als voorbeeld voor alle apparaten. 1 In-/Uit-schakelaar * 2LED (fout) * 3 LED (ON, STANDBY, Info) * 4 Toets (ON, OFF, evt. „Mode A“, Reset) * 5 Bedieningspaneel * 6Pomp 7 Drukvat ("ketel") * 8 Luchtventiel voor voorvuldruk * 9 Wateraftapschroef 10 Drukschakelaar * 11 Manometer (waterdruk) * 12 Zuigaansluiting 13 Watervulschroef 14 Drukaansluiting 15 Sleutel * 16 Deksel * 17 Filtereenheid * 18 Beker * 19 Filter * 20 Terugslagventiel *
- afhankelijk van de uitvoering
6.1 Voorvuldruk instellen
Voor ingebruikname de voorvuldruk instellen. Zie hoofdstuk 9.4.
Het apparaat moet op een horizontaal en effen vlak staan, dat geschikt is voor het gewicht van het apparaat met watervulling. Om trillingen te voorkomen mag het apparaat niet worden vastgeschroefd maar dient het op een elastische ondergrond te worden geplaatst. De opstellingsplaats moet goed geventileerd zijn en beschermd tegen weersinvloeden. Beschermen tegen vorst - zie hoofdstuk 8.3. Bij gebruik bij tuinvijvers en zwem- baden moet het apparaat zo zijn opgesteld dat het niet kan over- stromen en niet in het water kan vallen. Aanvullende wettelijke ver- eisten dienen in acht te worden genomen.
6.3 Zuigleiding aansluiten
Attentie! De zuigleiding moet zo worden gemonteerd dat deze geen mechanische kracht of spanning op de pomp uitoefent. Attentie! Gebruik een aanzuigfilter om de pomp te beschermen tegen zand en vuil. Attentie! Om ervoor te zorgen dat het water bij een uitgeschakelde pomp niet wegloopt, is absoluut een terugslagventiel vereist. Wij raden aan een terugslagventiel te monteren in de aanzuigopening van de zuigslang en de zuigaan- sluiting (12) van de pomp. Afhankelijk van het model is hier reeds een terugslagventiel geïnte- greerd (zie hoofdstuk 13. Technische gegevens). Alle schroefverbindingen afdichten met draadaf- dichttape. Lekkages veroorzaken het aanzuigen van lucht en verminderen of verhinderen het aanzuigen van water. De zuigleiding moet minstens 1" (25 mm) binnen- diameter hebben; hij moet knikvast en vacuümbe- stendig zijn. De zuigleiding moet zo kort mogelijk zijn, omdat met een toenemende leidinglengte het pompver- mogen afneemt. De zuigleiding moet naar de pomp toe gestaag oplopen om luchtblaasjes te voorkomen. Er moet een voldoende watertoevoer gegaran- deerd zijn en het uiteinde van de zuigleiding moet zich altijd in het water bevinden.
6.4 Drukleiding aansluiten
Attentie! De drukleiding moet zo worden gemonteerd dat deze geen mechanische kracht of spanning op de pomp uitoefent. Alle schroefverbindingen met draadafdichttape afdichten om te voorkomen dat er water uitvloeit. Alle onderdelen van de drukleiding moeten druk- vast zijn en vakkundig worden gemonteerd. Gevaar! Door niet-drukvaste onderdelen en ondeskundige montage kan de drukleiding springen tijdens het gebruik. U kunt gewond raken door vloeistof die met hoge druk naar buiten spuit!
6.5 Aansluiting op een buizenstelsel
Om trillingen en geruis te beperken moet het appa- raat met elastische slangleidingen op het buizen- stelsel worden aangesloten.
Gevaar door elektriciteit! Bedien het apparaat niet in een natte omgeving en alleen onder de volgende voorwaarden: - Het apparaat mag alleen worden aangesloten op veiligheidscon- tactdozen die deskundig geïn- stalleerd, geaard en getest zijn. - Netspanning, netfrequentie en zekering moeten overeen- stemmen met de technische gegevens. - Het apparaat moet van stroom voorzien worden via een aardlek- schakelaar (RCD) met een toegekende lekstroom van niet meer dan 30 mA. - De elektrische verbindingen mogen niet in het water liggen en moeten zich in een gebied bevinden dat veilig is voor over- stromingen. Bij gebruik in de openlucht moeten zij spatwater- dicht zijn. - Verlengsnoeren moeten een voldoende grote aderdiameter hebben. Kabeltrommels moeten volledig afgerold zijn. - Nationale installatievoorschriften moeten in acht worden genomen.
6.7 Pomp vullen en aanzuigen
Attentie! Bij elke nieuwe aansluiting of bij verlies van water of het aanzuigen van lucht moet de pomp met water worden gevuld. Door gebruik van de pomp zonder watervulling raakt de pomp onherstelbaar beschadigd! - Watervulschroef (13) samen met afdichting uitschroeven. - Langzaam schoon water ingieten, tot de pomp gevuld is. - Watervulschroef (13) met afdichting weer inschroeven. - Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien), zodat lucht bij het aanzuigen kan ontwijken. - Apparaat inschakelen (zie hoofdstuk 7.). - Wanneer er gelijkmatig water uitvloeit, is het apparaat klaar voor gebruik. Tip: De zuigleiding hoeft niet te worden gevuld, omdat de pomp zelfaanzuigend is. Afhankelijk van de leidinglengte en -diameter kan het evenwel enige tijd duren voordat er druk is opgebouwd. Wanneer u de aanzuigtijd wilt verkorten: Een terugslagventiel monteren in de aanzuigopening van de zuigslang en de zuigleiding vullen. Attentie! Pomp en zuigleiding moeten aange- sloten en gevuld zijn (zie hoofdstuk 6.). Attentie! Pomp mag niet drooglopen. Er moet altijd voldoende pompmedium (water) aanwezig zijn. Wanneer de pomp wordt geblokkeerd door vreemde objecten of de motor oververhit is, scha- kelt een veiligheidsschakeling de motor uit.
7.1 Verklaring van de bedieningselementen
Apparaten met In-/Uit-schakelaar (zie afb. A) Met schakelaar (1) het apparaat in- en weer uitschakelen. Apparaten met bedieningspaneel (zie afb. B) Bij HWA..., HWW...: Netstekker in het stopcontact steken. De pomp is klaar voor gebruik: LED (3) brandt blauw (STANDBY). Inschakelen: Voor het inschakelen toets (4) kort indrukken (ON/ OFF). De pompmotor loopt en LED (3) brandt groen. Droogloopbescherming: Wanneer de pomp na 20 seconden geen water kan verpompen , begint LED (3) langzaam groen te knipperen. Wanneer na nog eens 100 seconden geen water kan worden verpompt, stopt de pompmotor gedu- rende 5 seconden (LED (3) knippert snel groen), waarna aansluitend gedurende nog 2 cycli gepro- beerd wordt water te verpompen. Indien ook dan geen water kan worden verpompt, stopt de pomp en gaat LED (2) rood branden (droogloopbescherming). Controleer of het uiteinde van de zuigleiding zich in het water bevindt. Controleer of lekkages het aanzuigen van lucht veroorzaken en zo het aanzuigen van water verhinderen. Om de pomp weer in bedrijf te nemen, gaat u als volgt te werk: HWA..., HWW...: Toets (4) lang (3 seconden) indrukken (RESET). P 6000 Inox: Stekker uit het stopcontact halen en er weer insteken. Wanneer de pomp water kan verpompen, gaat LED (3) continu groen branden. Uitschakelen: Voor het inschakelen toets (4) kort indrukken (ON/ OFF). Pompuitschakeling bij gesloten drukleiding: Wordt bij een lopende pomp de drukleiding gesloten (waterkraan resp. spuitkop sluiten), dan moet de pomp automatsich uitschakelen. Anders kan hij oververhit of beschadigd raken, of door heet geworden water gevaar van verbranding veroorzaken. Regelmatig wordt elektronisch gecontroleerd of er water door de pomp stroomt. HWW..., HWA...: Wordt er geen waterstroming herkend, dan knippert LED (3) gedurende 40/70 seconden groen. Vervolgens wordt de pompmotor uitgeschakeld en gaat LED (3) blauw branden (STANDBY). P 6000 Inox: Wordt er geen waterstroming herkend, dan knippert LED (3) gedurende 20 seconden groen en langzaam, daarna nog 5 seconden snel. Vervolgens wordt de pompmotor uitgeschakeld en gaat LED (3) rood branden. Om
de pomp weer in bedrijf te kunnen nemen: Stekker uit het stopcontact halen en er weer insteken. Veiligheidsvoorziening bij een geringe doorstroomhoeveelheid: Bij een gering debiet (minder dan ca. 60 l/h, bijv. bij lekkage) schakelt de pomp herhaaldelijk in en uit. Hierdoor kan hij oververhit of beschadigd raken, of door heet geworden water gevaar van verbranding veroorzaken. Wanneer hij in 100 seconden meer dan 6 keer in- /uitschakelt, wordt de pomp uit veiligheidsoverwegingen uitgeschakeld en gaat LED (2) rood branden. Hef de oorzaak op! Om opnieuw in bedrijf te nemen: Stekker uit het stop- contact halen en er weer insteken.
7.2 Apparaat gebruiken
Pomp (apparaataanduiding P...) Functioneringsprincipe: Het apparaat loopt zolang het is ingeschakeld. Gevaar! P 4500 Inox: Bij gesloten drukleiding de pomp maximaal 5 minuten laten lopen, anders kan er door oververhitting van het water in de pomp schade ontstaan.
1. Stekker in het stopcontact steken.
2. Evt. pomp vullen - zie hoofdstuk 6.7
3. Apparaat inschakelen - zie hoofdstuk 7.1.
5. Controleren of er water uitstroomt!
6. Na beëindiging van het werk het apparaat
uitschakelen - zie hoofdstuk 7.1. Alleen bij P 6000 Inox : Dient de pomp door een voorzetapparaat (bijv. hydromaat (best.nr. 0903063238), tijdschakelklok) te worden geacti- veerd, dan moet worden omgeschakeld op “Mode A". Hiervoor de stekker in het stopcontact steken en toets (4) langer dan 3 seconden indrukken. LED (3) wisselt van groen naar blauw. De pomp kan nu worden omgezet en het voorzetapparaat aange- sloten. Om terug te keren naar „normaal bedrijf“, de stekker in het stopcontact steken en toets (4) langer dan 3 seconden indrukken. LED (3) wisselt van blauw naar groen. In “Mode A“ kan de pomp ook worden in-/uitge- schakeld met toets (4). Ook de droogloopbeveili- ging functioneert weer zoals bij normaal bedrijf. Huiswaterautomaat (apparaataanduiding HWA...) Functioneringsprincipe: Het apparaat schakelt in wanneer de waterdruk door wateronttrekking onder de inschakeldruk zakt, en weer uit wanneer de uitschakeldruk bereikt is.
1. Netstekker in het stopcontact steken.
2. Evt. pomp vullen - zie hoofdstuk 6.7
3. Apparaat inschakelen - zie hoofdstuk 7.1.
5. Controleren of er water uitstroomt! Het appa-
raat is nu klaar voor gebruik. Huishoudwaterinstallatie (apparaataanduiding HWW...) Functioneringsprincipe: Het apparaat schakelt in wanneer de waterdruk door wateronttrekking onder de inschakeldruk zakt, en weer uit wanneer de uitschakeldruk bereikt is. De ketel bevat een rubberbalg die standaard onder luchtdruk („voor- vuldruk“) staat; dit maakt het aftappen van kleine hoeveelheden water mogelijk, zonder dat de pomp aanloopt.
1. Netstekker in het stopcontact steken.
2. Evt. pomp vullen - zie hoofdstuk 6.7
3. Apparaat inschakelen - zie hoofdstuk 7.1.
5. Controleren of er water uitstroomt! Het appa-
raat is nu klaar voor gebruik. Gevaar! Alvorens u met werkzaamheden aan het apparaat begint: - Stekker uit het stopcontact halen. - Controleren of het apparaat en de aangesloten accessoires drukloos zijn. - Andere dan de hier beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitsluitend door geschoold personeel laten uitvoeren.
8.1 Regelmatig onderhoud
- Apparaat en accessoires, met name elektrische en onder druk staande onderdelen, controleren op beschadiging en zo nodig laten repareren. - Zuig- en drukleidingen controleren op lekkage. - Wanneer het pompvermogen afneemt, aanzuig- filter en filterinzet (indien aanwezig) reinigen en indien nodig vernieuwen. - Voorvuldruk van de ketel (7) (afhankelijk van de uitvoering) controleren en zo nodig verhogen (zie hoofdstuk 9.4 Voorvuldruk verhogen).
8.2 Aanzuigfilter reinigen (afhankelijk van
1. Deksel (16) afschroeven (evt. met behulp van
2. Filtereenheid (17) loodrecht naar boven
houden, het filter (19) met de klok mee draaien en van de beker aftrekken (bajonetsluiting).
4. Beker (18) onder stromend water en filter (19)
met zachte borstel reinigen.
5. Het apparaat in omgekeerde volgorde weer
monteren. Let hierbij op dat de filtereenheid (17) tot aan de aanslag wordt ingestoken.
Attentie! Vorst (< 4 °C) brengt onherstelbare schade aan het apparaat en de toebehoren aan, omdat deze altijd water bevatten! - Bij het risico van vorst apparaat en accessoires demonteren en vorstvrij opslaan (zie volgende sectie).
8.4 Apparaat demonteren en opslaan
- Apparaat uitschakelen. Stekker uit het stopcon- tact halen. - Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien), water geheel laten uitstromen. - Pomp (6) en ketel (7) geheel laten leeglopen, hiervoor: - De wateraftapschroef (9) uitdraaien. - Zuig- en drukleidingen van het apparaat demon- teren. - Apparaat in een vorstvrije ruimte (min. 5 °C) opslaan.
Gevaar! -Alvorens u met werkzaamheden aan het appa- raat begint: - Stekker uit het stopcontact halen. - Controleren of het apparaat en de aangesloten accessoires drukloos zijn.
- Er is geen netspanning. - Aan-/uitschakelaar, snoer, stekker, stopcon- tact en zekering controleren.
- De netspanning is te laag. - Gebruik een verlengsnoer met voldoende grote aderdiameter.
- Motor oververhit, motorbeveiliging geactiveerd. - Na het afkoelen wordt het apparaat automa- tisch opnieuw ingeschakeld. - Voor voldoende ventilatie zorgen, lucht- spleten vrijhouden. - Maximale aanvoertemperatuur in acht nemen.
- Motor bromt, start niet. - Bij uitgeschakelde motor een schroeven- draaier of iets vergelijkbaars door de ventila- tiesleuf van de motor steken en het ventilator- wiel draaien.
- Pomp verstopt of defect. - Pomp demonteren en reinigen. Diffusor reinigen, eventueel vernieuwen. Loopwiel reinigen, eventueel vernieuwen. Zie hoofd- stuk 11.
9.2 Pomp zuigt niet goed of loopt zeer luid:
- Watertekort. - Controleer of de watervoorraad voldoende groot is.
- Pomp niet voldoende met water gevuld. -Zie hoofdstuk 6.7.
- Zuigleiding doorlatend. - Zuigleiding afdichten, schroefverbindingen aantrekken.
- Zuighoogte te groot. - Maximale zuighoogte in acht nemen. - Terugslagventiel plaatsen, zuigleiding met water vullen.
- Aanzuigfilter (toebehoren) verstopt. - Reinigen, eventueel vernieuwen.
- Terugslagventiel (toebehoren) geblokkeerd. - Reinigen, eventueel vernieuwen.
- Water komt vrij tussen motor en pomp, glijringaf- dichting ondicht. (Een minimale uitstroom van water (max. ca. 30 druppels per dag) is bij glij- ringafdichtingen afhankelijk van het gebruik). - Glijringafdichtingen vernieuwen. Zie hoofd- stuk 11.
- Pomp verstopt of defect. - Zie hoofdstuk 9.1.
9.3 Druk te laag of pomp blijft lopen:
- Zuigleiding doorlatend of zuighoogte te groot. - Zie hoofdstuk 9.2.
- Pomp verstopt of defect. - Zie hoofdstuk 9.1.
- HWW...: Drukschakelaar anders ingesteld. - In- en uitschakeldruk van de manometer (11) aflezen en de waarde controleren (zie hoofd- stuk 13. Technische gegevens). Neem in geval van een noodzakelijke aanpassing contact op met de Metabo-klantenservice. Zie hoofdstuk 11.
- HWW...: Pomp slaat al na geringe wateronttrek- king (ca. 0,5 l) aan. - Controleren of de voorvuldruk in de ketel te laag is. Eventueel verhogen. Zie hoofdstuk
- HWW...: Er loopt water uit het luchtventiel. - Rubberbalg in de ketel permeabel; vernieuwen. Zie hoofdstuk 11.
- P 6000 Inox: LED (3) brandt blauw. - “Mode A“ is geactiveerd. Zie hoofdstuk 7.2
9.4 Voorvuldruk verhogen (alleen HWW...)
Wanneer de pomp op den duur al na een geringe wateronttrekking (ca. 0,5 l) aanslaat, moet de voor- vuldruk in de ketel opnieuw worden opgebouwd. Tip: De voorvuldruk kan niet van de manometer (11) worden afgelezen.
1. Stekker uit het stopcontact halen.
2. Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop
opendraaien), water geheel laten uitstromen.
3. Kunststof kap aan de voorzijde van de ketel
afschroeven; daarachter bevindt zich het lucht- ventiel.
4. Luchtpomp of compressorslang met een
„bandenventiel“-aansluiting en drukmeter op het luchtventiel plaatsen.
5. Oppompen tot de voorziene voorvuldruk (zie
hoofdstuk 13. Technische gegevens).
6. Apparaat weer aansluiten en werking contro-
Gebruik uitsluitend originele Metabo toebehoren. Gebruik alleen toebehoren die voldoen aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken. Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Reparaties aan dit apparaat mogen uitsluitend door een erkende vakman worden uitgevoerd! Neem voor gereedschap van Metabo dat gerepa- reerd dient te worden contact op met uw Metabo- vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Voor het verzenden: Pomp en ketel geheel leeg- maken (zie hoofdstuk 8.4). Onderdeellijsten kunt u downloaden via www.metabo.com.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en voor de recy- cling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Alleen voor EU-landen: Geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu- vriendelijke wijze te worden afgevoerd. Toelichting bij de gegevens van pagina 3. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbe- houden. De pompkarakteristiek (schema, pagina 3) geeft het slagvolume aan dat afhankelijk van de opvoer- hoogte kan worden bereikt (zuighoogte 0,5 m en 1"-zuigslang). V =terugslagventiel (20) in zuigaansluiting (12) van de pomp geïntegreerd K =netsnoer U=netspanning f=frequentie
=nominaal vermogen I =nominale stroom C=bedrijfscondensor n =nominaal toerental
h,max =max. opvoerhoogte
=drukschakelaar: inschakeldruk
=drukschakelaar: uitschakeldruk
h,max =max. zuighoogte
temp =max. aanvoertemperatuur
temp =omgevingstemperatuur
=spuitbeveiligingsklasse
=isolatiemateriaalklasse
=materiaal van de pompbehuizing
=materiaal van de pomp-as
=materiaal van het pomploopwiel
=zuigaansluiting-binnendraad
=drukaansluiting-binnendraad
p,1 =ketel-voorvuldruk A=afmetingen: lengte x breedte x hoogte m =gewicht (met netsnoer) ~ wisselstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de toepasselijke norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereed- schap of het inzetgereedschap kan de daadwerke- lijke belasting hoger of lager uitvallen. Houd bij de beoordeling rekening met pauzes en fases met een lagere belasting. Bepaal op basis van de betreffende aangepaste taxatiewaarden welke maatregelen ter bescherming van de gebruiker dienen te worden genomen, bijv. organisatorische maatregelen. Karakteristiek A-gekwalificeerd geluidsniveau
WA(G) =gegarandeerd geluidsvermogensniveau conform 2000/14/EG Draag gehoorbescherming!
Notice-Facile