DP 2810 S Inox - Pomp METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DP 2810 S Inox METABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DP 2810 S Inox - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DP 2810 S Inox van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING DP 2810 S Inox METABO
Originele gebruiksaanwijzing Zie afbeelding pagina 2. – Lees deze gebruiksaanwijzing vóór inge- bruikname geheel door. Neem daarbij vooral de veiligheidsinstructies in acht. – Deze gebruiksaanwijzing richt zich tot per- sonen met technische basiskennis in het werken met apparaten zoals hier beschre- ven. Als u geen ervaring met zulke appara- ten hebt, dient u eerst de hulp van ervaren personen te vragen. – Als u bij het uitpakken van het apparaat transportschade vaststelt, dan moet u daar onmiddellijk uw leverancier van op de hoogte stellen. In dat geval mag u het ap- paraat niet in gebruik nemen! – De verpakking moet, conform de lokale wetgeving inzake de bescherming van het milieu, met een bevoegde ophaaldienst meegegeven worden. – Bewaar alle bij het apparaat geleverde docu- menten, zodat u zich indien nodig kunt infor- meren. Bewaar het aankoopbewijs voor even- tuele garantiegevallen. – Als u het apparaat uitleent of verkoopt, geef dan alle meegeleverde documenten mee. – Voor beschadigingen die ontstaan omdat deze gebruiksaanwijzing niet werd opge- volgd, aanvaardt de fabrikant geen aan- sprakelijkheid. De informatie in deze gebruiksaanwijzing is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok. Attentie! Waarschuwing voor materiële schade. Aanwijzing: Aanvullende informatie.
3.1 Voorgeschreven gebruik van
het systeem De dompelpompen zijn bestemd voor het wegpompen van water op bouwplaatsen, in de landbouw en op het gebied van huis en tuin. SP 24-46 SG en SP 28-50 S Inox zijn daarbij ook geschikt voor het pompen van afvalwater in de industriële en huishoudelijke omgeving. Toegelaten pompvloeistof Gezuiverd of verontreinigd water – Het aandeel aan vaste stoffen in het afval- water mag de bij de technische gegevens aangegeven korrelgrootte niet overschrij- den. – De PH-waarde van de vloeistof dient tus- sen 6 tot 9 te liggen. Elke andere vorm van gebruik geldt als in strijd met de voorschriften en is niet toegela- ten. Typische toepassingsgebieden – ontwateren van bouwputten, vijvers, on- dergelopen ruimtes en kelders. leegpom- pen van reservoirs, bassins, zwembaden of zinkputten. – permanente circulatie (vijvers). Verboden gebruik Het apparaat is niet bestemd voor... – DP 18-5 SA, SP 24-46 SG: het pompen van vloeistoffen met een temperatuur >35°C. – DP 28-10 S Inox, SP 28-50 S Inox: het pompen van vloeistoffen met een tempera- tuur > 35 °C voor huishoudelijke doelein- den; het pompen van vloeistoffen met een temperatuur > 50 °C voor andere doelein- den. – drinkwatertoevoer of het verpompen van levensmiddelen.
1. Het apparaat in een oogop-
slag 1 netsnoer met stekker 2 handgreep / ophangoog 3 drukaansluiting 4 pomphuis 5 aanzuigopeningen 6 vlotterschakelaar 7 niveauregeling vlotterschakelaar
2. Lees deze tekst voor u
– het verpompen van zout water. – het verpompen van explosieve, ontvlam- bare, agressieve of gevaarlijke stoffen en faecaliën. Personen mogen het apparaat niet gebruiken als ze – over beperkte lichamelijke en/of mentale vaardigheden beschikken, – onvoldoende waarnemingsvermogen heb- ben, – onvoldoende ervaring en/of kennis met resp. in de omgang met het apparaat heb- ben of – de handleiding niet gelezen en begrepen hebben. Er dient op gelet te worden dat kinderen niet met het apparaat spelen. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen met beperkte fysieke, sensori- sche of geestelijke capaciteiten of die gebrek aan ervaring en/of kennis hebben, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of van hem of haar aanwijzingen hebben gekregen over het gebruik van het apparaat. Voor schade door foutief gebruik aanvaardt de fabrikant geen verantwoordelijkheid. Door onreglementair gebruik, veranderingen aan het apparaat of door gebruik van onder- delen die niet door de fabrikant gekeurd en vrijgegeven zijn, kunnen niet te voorziene be- schadigingen ontstaan!
3.2 Algemene veiligheidsvoor-
schriften – Neem bij gebruik van dit appa- raat de volgende veiligheids- voorschriften in acht om gevaar voor personen of materiële schade te voorkomen. – Laat nooit toe dat kinderen het apparaat gebruiken. – Kinderen dienen onder toezicht te staan om ervoor te zorgen dat zij niet met het apparaat spelen. – Neem de wettelijke richtlijnen of voorschriften ter preventie van ongevallen voor de omgang met dompelpompen in acht. – Neem bij gebruik van het appa- raat in zwembaden en tuinvijvers en hun directe omgeving de be- palingen volgens IEC 60364-7- 702 in acht. Neem hiervoor ook eventuele nationale voorschriften in acht. – Voor de beveiliging van het ap- paraat moet een automatische differentieelschakelaar (RCD) met een nominale foutstroom van maximaal 30 mA worden gebruikt. Algemeen gevaar! Gebruik het apparaat niet als er personen in contact staan met de pompvloeistof (bijv. in het zwembad of de tuinvijver)! De volgende resterende risico's blijven bij het gebruik van dompel- pompen in principe bestaan – ze kunnen ook door veiligheidsvoor- zieningen niet volledig worden ver- meden. Gevaar door omgevingsin- vloeden! Gebruik het apparaat niet in ruimten waar explosiegevaar be- staat of in de buurt van ontvlamba- re vloeistoffen of gassen! Gevaar door elektriciteit! Raak de netstekker nooit aan met natte handen! Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact. Het apparaat mag alleen worden aangesloten aan veiligheidscon- tactdozen die deskundig geïnstal- leerd, geaard en getest zijn. Net- spanning en zekering moetenNEDERLANDS nl
overeenstemmen met de Techni- sche gegevens. Het apparaat altijd optillen of transporteren aan de handgreep, nooit aan het netsnoer of de druk- slang. Verlengsnoeren moeten een vol- doende grote aderdiameter heb- ben. Kabeltrommels moeten volle- dig afgerold zijn. Netsnoer en verlengsnoer niet knikken, kneuzen, meeslepen of overrijden; tegen scherpe kanten, olie en hitte beschermen. Het verlengsnoer mag niet in con- tact komen met de te verpompen vloeistof. Vóór werkzaamheden aan het toe- stel, de stekker uit het stopcontact trekken. Gevaar voor elektrische schok door gebreken aan het apparaat! Controleer het apparaat, vooral net- en verlengsnoer, netstekker en vlotterschakelaar, voor ieder gebruik op eventuele beschadigin- gen. Levensgevaar door elektri- sche schok! Voer nooit zelf reparaties uit aan het apparaat! Bij ondeskundig uit- gevoerde reparaties bestaat het ri- sico dat vloeistof in het elektrische gedeelte van het apparaat dringt. Attentie! Om waterschade te voorko- men, bijv. overstroomde ka- mers, veroorzaakt door storingen of gebreken van het apparaat: Ge- schikte veiligheidsmaatregelen treffen, bijv.: – alarminrichting of – opvangbekken met bewaking De fabrikant aanvaardt geen aan- sprakelijkheid voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door: – Foutief gebruik van het appa- raat. – Gebruik of opslag van het appa- raat zonder vorstbescherming. – Het uitvoeren van eigenmachti- ge veranderingen aan het appa- raat. Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen wor- den uitgevoerd door een elektro- monteur! – Het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gecontro- leerd en vrijgegeven zijn. – Het gebruik van ongeschikt in- stallatiemateriaal (armaturen, aansluitleidingen, enz.). Geschikt installatiemateriaal: – drukbestendig (min. 10 bar) – warmtebestendig (min. 100 °C)
4.1 Drukleiding aansluiten
Gegevens voor het aansluitdraad: zie Tech- nische gegevens. Aanwijzing De beste pompcapaciteit wordt be- reikt met de maximale drukleidingsdi- ameter.
4.2 Kabel vlotterschakelaar
bevestigen De wijze waarop de kabel van de vlotter- schakelaar aan het apparaat wordt beves- tigd, is afhankelijk van het model. Indien nodig, de kabel van de vlotterschakelaar in de kabelklem van de handgreep drukken. De volgende afbeelding toont de bevestigde vlotterschakelaarkabel.
Attentie! De vlotterschakelaarkabel kan worden beschadigd. Trek nooit aan de vlotter- schakelaarkabel om de positie in de kabel- houder te veranderen!
4.3 Opstelinstructies
Voor een probleemloze werking van de vlotterschakelaar moet deze zich vrij kun- nen bewegen! Benodigde ruimte DP 18-5 SA, DP 28-10 S Inox: ca. 60 cm x 60 cm Benodigde ruimte SP 24-46 SG, SP 28-50 S Inox: ca. 70 cm x 70 cm. De in de Technische gegevens vermelde bedrijfsdiepte mag niet worden overschre- den, het apparaat mag niet dieper in het water worden gedompeld. Plaats de pomp zo dat de aanzuigopenin- gen niet geblokkeerd kunnen worden door vreemde voorwerpen. Plaats de pomp eventueel op een onderlaag. Zorg ervoor dat de pomp stabiel staat. Gevaar voor elektrische schokken door gebroken kabels! Apparaat niet optillen of transporteren aan de kabels of de drukslang! De kabels en de drukslang zijn niet geschikt voor de trek- belasting door het gewicht van het apparaat.
4.4 Apparaat plaatsen
1. Pomp lichtjes schuin in de te pompen
vloeistof dompelen, zodat zich aan de on- derkant geen luchtkussen vormt. Hierdoor zou het aanzuigen worden verhinderd. Zo- dra de pomp is ondergedompeld, kan hij weer worden opgericht.
2. Laat de pomp op de bodem van het vloei-
stofreservoir zakken. Bevestig een voldoende sterk touw aan het ophangoog om de pomp te laten zak- ken. De pomp kan ook hangend aan een touw worden gebruikt.
3. Voor u de pomp opnieuw in gebruik neemt,
moet u erop letten dat de pompleiding vol- ledig leeg is.
5.1 In- en uitschakelen
Nadat u het apparaat aangesloten hebt op het stroomnet, wordt het door de vlotterscha- kelaar automatisch in- (9) en uitgeschakeld (10). Het schakeltijdstip is afhankelijk van het waterpeil. In- en uitschakeltijdstip van de pomp ver- stellen De positie van de vlotterschakelaarkabel in de kabelhouder kan veranderd worden. Hier- door wordt de afstand tussen in- en uitscha- kelpunt van de pomp versteld:: – vlotterschakelaar bij de "korte kabel": in- en uitschakelpunt liggen dicht bijeen. – vlotterschakelaar bij de "lange kabel": in- en uitschakelpunt liggen ver uiteen. Attentie! Bevestig de vlotterkabel zo, dat het uitschakelpunt min. 150 mm boven de bodem van de pomp ligt. Het apparaat kan anders drooglopen en daardoor beschadigd raken. Attentie! De vlotterschakelaar moet naar boven en onder altijd beweegbaar blijven, zodat het apparaat in- en uitgeschakeld kan worden. Attentie! Het apparaat mag niet vaker dan 20 keer per uur inschakelen, zodat de motor niet oververhit raakt.
Gevaar door storingen aan het apparaat! Sluit met behulp van geschikte maat- regelen uit dat bij storingen aan het apparaat gevolgschade kan ontstaan door overstro- ming van kamers. Dit kan bijvoorbeeld wor- den gedaan door een alarminstallatie of re- servepomp te gebruiken. Gevaar! Laat de pomp niet met een gesloten pompleiding lopen.
5.2 Minimale waterstand
Continubedrijf: Voor continubedrijf moet het apparaat geheel ondergedompeld zijn. Beperkte bediening: Is het apparaat niet geheel ondergedompeld, dan is alleen een beperkt gebruik mogelijk. Neem de volgende beperkingen in acht: Materiële schade door drooglopen van het apparaat mogelijk! Het apparaat kan oververhit en be- schadigd raken omdat de koelfunctie van het pompmedium beperkt is. De thermoschake- laar reageert. Alleen gedurende korte tijd (2-3 min) afzui- gen. Houdt toezicht op het apparaat tijdens het afzuigen.
5.3 Pompkarakteristiek
De pompkarakteristiek geeft het slagvolume aan dat afhankelijk van de opvoerhoogte kan worden bereikt. Gevaar! Voor alle onderhouds- en reini- gingswerkzaamheden de stekker uit het stopcontact nemen. Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd.
6.1 Regelmatig onderhoud
Om ervoor te zorgen dat het apparaat altijd storingsvrij werkt, is regelmatig onderhoud noodzakelijk. Dit geldt ook als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt ingescha- keld (bijv. bij gebruik in zinkputten). Apparaat reinigen
1. Spoel de pomp met schoon water. Hard-
nekkige verontreinigingen, bijv. algen, ver- wijdert u met een borstel en reinigingsmid- del.
2. Binnenkant van de pomp spoelen:
pomp onderdompelen in zuiver water en even inschakelen.
6.2 Apparaat bewaren
Attentie! Vorst brengt onherstelbare schade aan het apparaat en de toebehoren aan omdat deze altijd water bevatten! Als er kans op vorst bestaat, moet het ap- paraat samen met de toebehoren worden opgeborgen.
6.3 Onderhoud plegen aan het
apparaat (alleen bij SP 28-50 S Inox, DP 28-10 S Inox) Attentie! Bij een defecte afdichting kan smeer- middel uit de pomp vrijkomen, waar- door de te verpompen vloeistof verontreinigd raakt. Het smeermiddel van de afvalwater-dompel- pomp is niet giftig, maar kan de eigenschap- pen van het water veranderen. Gevaar! Onderhoudswerkzaamheden al- leen laten uitvoeren door gekwalifi- ceerd en vakkundig personeel. Na 4000 DP 18-5 SA DP 28-10 S InoxSP 24-46 SGSP 28-50 S Inox
6. Verzorging van het apparaat,
onderhoudNEDERLANDSnl
tot max. 8000 bedrijfsuren, maar minstens eenmaal per jaar, moet de hoeveelheid en kwaliteit van de olie in de oliekamer worden gecontroleerd. Gevaar! Alvorens u met werkzaamheden aan het apparaat begint: de stekker uit het stopcontact nemen.
Pomp loopt niet: Er is geen netspanning. – Controleer het snoer, de stekker, het stopcontact en de zekering. De netspanning is te laag. – Gebruik een verlengsnoer met voldoen- de grote aderdiameter. Motor oververhit, motorbeveiliging geacti- veerd. – Verwijder de oorzaak van de oververhit- ting (pomp geblokkeerd door vreemd voorwerp?). De vlotterschakelaar schakelt de pomp bij stijgend waterpeil niet in. – Controleer of de vlotterschakelaar vol- doende bewegingsvrijheid heeft. Als het apparaat ondanks voldoende bewegingsvrijheid van de vlotterscha- kelaar niet wordt ingeschakeld: apparaat opsturen naar de servicevesti- ging in uw land. Motor bromt, pomp start niet: Loopwiel geblokkeerd door vreemd voorwerp. – Loopwiel reinigen. Pomp loopt maar pompt niet goed: Pompopvoerhoogte te groot. – Neem de maximale pompopvoerhoogte in acht (zie Technische gegevens). Drukleiding geknikt. – Leg de drukleiding recht. Drukleiding lek. – Dicht de drukleiding af, trek de schroe- ven van de schroefklemmen aan. Pomp is zeer luid: Pomp zuigt lucht aan. – Controleer of de watervoorraad vol- doende groot is. – Vreemd voorwerp (apparaat reinigen). – Handmatige bediening ingesteld (plat afzuigen). – Houd de pomp schuin terwijl u hem in de vloeistof dompelt. Pomp loopt permanent: De vlotterschakelaar bereikt de onderste positie niet. – Controleer of de vlotterschakelaar vol- doende bewegingsvrijheid heeft. Gevaar! Laat, om gevaren te voorkomen, repa- raties alleen uitvoeren door geschool- de monteurs met originele Metabo-onderde- len! Neem voor elektrisch gereedschap van Me- tabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en voor de recycling van afgedankte machines, ver- pakkingen en toebehoren. Elektrische apparaten horen niet in het huisvuil. Volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG op oude elek- trische en elektronische apparaten moet gebruikte elektrische appara- tuur afzonderlijk ingezameld en op een milieuvriendelijke manier verwerkt wor- den. Wij verklaren op eigen en uitsluitende verant- woording: Deze bouw- en vuilwaterpompen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Techni- sche documentatie bij *4) - zie pagina 3.
Notice-Facile