STIGA SP 466 - Zaag

SP 466 - Zaag STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SP 466 STIGA in PDF-formaat.

📄 630 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA SP 466 - page 390
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : SP 466

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SP 466 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SP 466 van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING SP 466 STIGA

Kettingzaag voor boswerken - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

KETTING (Hfdstk. 16) [33] STAP [34] BLAD [35] KETTING [36] MODEL [37] Duimen [38] Lengte: Duimen / cm [39] Breedte Groef: Duimen / mm [40] Code (*) LET OP: De waarde van de trillingen kan variëren in functie van het gebruik van de machine en zijn uitrusting en hoger zijn dan de aangegeven waarde. De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker moeten bepaald worden door zich te baseren op de schatting van de lading ve roor zaakt door de trillingen onder de werkelijke gebruiksomstandigheden. Hiervoor moeten alle fases van de werkingscyclus in beschouwing ge nomen worden zoals bijvoorbeeld het uitzetten en de onbelaste werking.

3. Paigaldage plaat (jn 4.A) kinnititega

7. Apgrieziet sliedi otrādi, nostipriniet

4. Iedarbiniet mašīnu un darbiniet

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: "Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg "(Afb. 2.C)". De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de LET OP!: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik ....... 5

3.4 Belangrijkste onderdelen ................................ 6

4. MONTAGE .............................................................. 7

4.1 Onderdelen voor de montage ......................... 7

4.2 Montage van het blad en de getande ketting .. 7

5.3 Toets voorinspuiting (Primer) .......................... 8

5.4 Bediening reduceerklep (enkel voor model SP

5.7 Handvat voor handmatige start ...................... 8

6.1 Voorafgaande werkzaamheden ...................... 9

6.5 Suggesties voor het gebruik ......................... 14

7.2 Bereiding van het mengsel ........................... 15

7.5 Reiniging van de machine en van de motor .. 16

7.8 Moeren en schroeven voor bevestiging ........ 17

8. BUITENGEWOON ONDERHOUD ........................ 17

8.1 Smeergaten van de machine en het blad .... 17

8.7 Onderhoud van de getande ketting .............. 18

8.8 Onderhoud van het blad ............................... 18

8.9 Regeling van het minimumtoerental ............. 19

paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
  • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
  • Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
  • Het gebruik van de machine voor het zagen en snoeien vergt een specieke opleiding.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Gebruik aanpassende beschermende kledij met anti-snij beschermingen, trillingdempende handschoenen, beschermende bril, anti–stofmaskers, gehoorbeschermers en anti–snij schoenen met anti–slipzool.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Benzinemotoren: brandstof GEVAAR! De benzine en het mengsel zijn uiterst ontvlambaar!
  • Bewaar de benzine en het mengsel in speciale houders die daarvoor gehomologeerd zijn, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
  • Laat de houders en de opslagzone van de brandstof vrij van resten van zaagsel, takken, bladeren of te grote hoeveelheden vet.
  • De recipiënten moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden.
  • Rook niet tijdens de voorbereiding van het mengsel, tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wanneer men met de brandstof werkt.
  • Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.
  • Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.
  • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
  • Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te laten.
  • Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren.
  • Als u brandstof gemorst hebt, mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de brandstof gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de dampen opgelost zijn.
  • Reinig onmiddellijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
  • Draai de dop altijd weer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; de motor moet steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd.
  • Zorg ervoor dat de brandstof niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds nieuwe kleren aan vooraleer de motor op te starten.NL - 3
  • Schakel de motor niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen kunnen vormen. De machine dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden! Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig zijn!
  • Richt, tijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen.
  • Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen kunnen vonken veroorzaken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
  • Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid reinigen.
  • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan.
  • Zorg ervoor dan de andere personen zich op een afstand van minstens 15 meter uit de draagwijdte van de machine bevinden.
  • Vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tijdens het werken niet kunnen garanderen;
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
  • Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt.
  • Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren, droog gras, of ander ontvlambaar materiaal. Gedrag
  • Tijdens het werk moet de machine altijd stevig met beide handen vastgehouden worden (linkerhand op het voorste handgreep en de rechterhand op de achterste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is), en op afstand van alle lichaamsdelen.
  • Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees altijd voorzichtig.
  • Vermijd het gebruik van ladders en onstabiele platformen.
  • Ga best niet alleen of te geïsoleerd te werk, om in geval van een ongeluk makkelijker hulp te roepen.
  • Loop nooit, maar stap.
  • Let erop dat het blad niet hevig tegen vreemde lichamen/hindernissen botst en let op eventueel wegspringend materiaal veroorzaakt door het draaien van de ketting. Indien de staaf een hindernis tegen komt, kan er zich een terugslag (kickback) voordoen. De terugslag doet zich voor wanneer het uiteinde van de ketting in contact komt met een voorwerp of wanneer het hout krimpt en de ketting in de snede vasthoudt. Dit contact aan het uiteinde van de ketting kan aanleiding geven tot een uiterst snelle stoot in de tegenovergestelde richting, waarbij het blad naar boven en naar de bediener toe geduwd wordt. Dit geldt ook wanneer de ketting geblokkeerd wordt aan de bovenkant van het blad. In beide gevallen kan de bediener door de terugslag de controle verliezen over de kettingzaag, met mogelijke bijzonder ernstige gevolgen. Om de terugslag te voorkomen, moet men de geschikte voorzorgsmaatregelen nemen, die hierna beschreven zijn: – Houd de zaag stevig vast, met de duimen en vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en houd uw lichaam en armen in een positie waarin u tegenstand kunt bieden tegen terugslag. – Reik niet te ver en zaag niet boven de schouderhoogte. – Gebruik alleen de door de fabrikant gespeciceerde zaagbladen en -kettingen. – Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat betreft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag.
  • Stel u niet bloot aan het stof en zaagsel dat tijdens het snijden door de ketting ontstaat.
  • Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.
  • In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.NL - 4
  • De langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroorzaken (ook gekend onder de naam "fenomeen van Raynaud" of "witte hand"), vooral bij personen die circulatiestoornissen hebben . De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze eecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/ of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen. Beperkingen voor het gebruik
  • De machine mag niet gebruikt worden door personen die niet in staat zijn om het gereedschap stevig met beide handen vast het houden en/of om stevig in evenwicht te blijven staan op beide benen.
  • Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn.
  • Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktuigen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
  • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars niet uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
  • Wijzig de afstellingen van de motor niet, en overbelast hem niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werkt, verhoogt het risico op persoonlijke letsels.
  • Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. Onderhoud

  • Om het risico op brand te verminderen, moet men regelmatig controleren of er geen lekken van olie en/of brandstof zijn.
  • Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. Stalling
  • Zet de machine niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
  • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
  • Tijdens het werken wordt er een zekere hoeveelheid olie in de omgeving verspreid, noodzakelijk voor de smering van de ketting; gebruik om die reden alleen biologisch afbreekbare oliën, speciek bedoeld voor dit gebruik. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu.
  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, lters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentralen toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.NL - 5

Deze machine is een bosbouwwerktuig, en met name een kettingzaag ontworpen voor boswerken. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor met interne verbranding in twee tijden, gevoed door een mengeling van olie en benzine, gekoeld door lucht, en een blad dat de beweging van de motor doorgeeft aan de getande ketting die als echte zaag dient. De beweging wordt van de motor naar de ketting overgedragen door middel van een koppeling met centrifugaalgewichten die de beweging van de ketting verhindert wanneer de motor op het laagste toerental draait. De bediener houdt de machine met twee handen aan de handgrepen vooraan en achteraan vast, en kan de belangrijkste bedieningsknoppen inschakelen terwijl hij steeds op een veilige afstand van de snij-inrichting blijft.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor: – het vellen, verzagen en snoeien van bomen met afmetingen in verhouding tot de lengte van het blad of houten voorwerpen met gelijkaardige eigenschappen. – gebruik door een enkele bediener.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – Hagen bijschoeien; – snijwerken; – doorsnijden van banken, kisten en verpakkingen in het algemeen; – doorsnijden van meubelen of andere voorwerpen die nagels, vijzen of andere metalen onderdelen kunnen bevatten; – slachterswerken uitvoeren; – de machine gebruiken voor het snijden van materialen die niet van hout zijn (plastic, bouwmaterialen); – de machine gebruiken als hefboom om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of door te breken; – de machine gebruiken wanneer ze op vaste steunen geblokkeerd is; – het gebruik van andere snij-inrichtingen dan diegene die vermeld zijn in de tabel "Technische gegevens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren. – gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor een "amateuriëel gebruik".

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb.. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: LET OP! GEVAAR! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen LET OP! Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u deze machine in gebruik neemt. De persoon die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Gebruik een gehoorbescherming en bril en draag een veiligheidshelm.NL - 6 Draag werkhandschoenen en veiligheidsschoeisel!

GEVAAR VOOR TERUGSLAG

(KICKBACK)! De terugslag veroorzaakt de bruuske en ongecontroleerde beweging van de kettingzaag naar de bediener toe. Ga altijd op veilige wijze te werk. Gebruik kettingen voorzien van veiligheidsschakels die eventuele terugslagen beperken. Neem de machine nooit met een enkele hand vast! Neem de machine stevig met beide handen vast, om een betere controle te hebben over de machine en het risico voor terugslag te beperken. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT

Het identicatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb. 1 ):

2. Conformiteitskenteken

6. Naam en adres van de fabrikant

Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina’s van de handleiding.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaat uit de volgende hoofdonderdelen (Afb. 1): A. Motor: geeft de beweging aan de snij-inrichting. B. Voorste handgreep: handgreep vooraan de kettingzaag. Deze handgreep wordt met de linkerhand vastgenomen. C. Achterste handgreep: handgreep achteraan de kettingzaag. Deze handgreep wordt met de rechterhand vastgenomen. Hierop bevinden zich de belangrijkste bedieningsknoppen voor de versnelling. D. Voorste handbeveiling: beveiliging tussen de voorste handgreep en de getande ketting, die het hand beschermt tegen snijwonden indien het hand van de handgreep zou wegglijden. Deze beveiliging wordt gebruikt voor het inschakelen van de kettingrem (par. 5.7). E. Achterste handbeveiliging: beveiliging rechts onderaan de achterste handgreep ter bescherming van het hand ten opzichte van de kettingzaag in geval van breuk of loskomen van het blad. F. Blad: dit blad ondersteunt en geleidt de getande ketting. G. Getande ketting: dit is het element dat eectief snijdt, en bestaat uit sleepschakels voorzien van kleine mesjes, "tandjes" genaamd en zijdelingse verbindingen die aaneen gehouden worden door klinknagels. H. Vergrendelpin ketting: veiligheidsinrichting die voorkomt dat de ketting ongecontroleerde bewegingen maakt in geval van een breuk of losse ketting.

I. Pal: inrichting die zich frontaal ten opzichte

van het montagepunt van het blad bevindt en dat als steunpunt dient bij aanraking met een boom of een boomstam. J. Bescherming van de pal: inrichting die de pal beschermt en die gebruikt moet worden tijdens de verplaatsing, het vervoer of de stalling van de machine. Deze bescherming moet tijdens het werk verwijderd worden. K. Bladbescherming: bescherming van de kettingzaag op het blad, te gebruiken tijdens de verplaatsing, het vervoer of de stalling van de machine.NL - 7

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdstk. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies. Het uitpakken en de vervollediging van de montage moeten uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage die in de volgende tabel vermeld zijn: Beschrijving Geleidend blad met bladbescherming Getande ketting Sleutel (deze bevindt zich onder het onderste deel van de machine) (Afb. 1.M) Vijzel voor het aanscherpen van de ket- ting Documentatie

1. Open de verpakking voorzichtig, let

erop geen onderdelen te verliezen.

2. Raadpleeg de documentatie in de doos,

inclusief deze gebruiksaanwijzingen.

3. Haal alle onderdelen die niet

gemonteerd zijn uit de doos.

4. Haal de machine uit de doos.

5. Voer de doos en de verpakkingen af

volgens de plaatselijke normen.

Draag altijd sterke werkhandschoenen om het blad en de ketting te hanteren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de montage van het blad en de ketting, om de veiligheid en eciëntie van de machine niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Verkoper. Voer alle handelingen uit bij uitgeschakelde motor. Vooraleer de staaf te monteren, moet men zich ervan verzekeren dat de rem van de ketting niet ingeschakeld is (par. 5.7).

1. Schroef de moeren los (Afb. 3.A) en

verwijder de carter van de koppeling (Afb. 3.B), om toegang tot te verkrijgen tot het tandwiel en de huizing van het blad.

2. Verwijder de plastic afstandhouder (Afb.

3.C); deze afstandhouder dient enkel voor het vervoer van de verpakte machine en mag niet meer gebruikt worden.

3. Monteer het blad (Afb. 4.A) door de

stiftbouten (Afb. 4.B) in de gleuf te steken (Afb. 4.C) en deze naar de achterkant van de machine te duwen.

4. Monteer de ketting (Afb. 5.A) rond het

tandwiel (Afb. 5.B) en langs de geleiders van de staaf (Afb. 5.C), let er goed op de glijdrichting in acht te nemen (Afb. 5.D). Looprichting ketting Indien de punt van het blad voorzien is van een tandwiel, moet men ervoor zorgen dat de sleepschakels correct in de holtes van het tandwiel steken (Afb. 6).

5. Controleer of de pin van de kettingspanner

(Afb. 7.A) correct in de daarvoor bestemde opening van het blad geplaatst is; indien dit niet zo is, moet men de schroef van de kettingspanner met een schroevendraaier verstellen (Afb. 7.B), tot de pin helemaal op zijn plaats zit.

6. Hermonteer de carter, zonder de

moeren volledig vast te draaien.

7. Verstel de schroef van de kettingspanner

naar behoren (Afb. 8.A) tot de ketting degelijk is opgespannen.

8. Houd het blad omhoog en draai de moeren

van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 9).

4.2.1 Controle van de kettingspanning

Controleer de spanning van de ketting. Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halverwege het blad vastgenomen wordt (Afb. 10).NL - 8

Staat toe de motor te starten en te stoppen (Afb. 11.C). De motor kan opgestart en in dienst gezet worden. De motor stopt Na het stopcommando ingedrukt te hebben, keert de schakelaar automatisch terug naar de startstand "I".

5.2 CHOKEKNOP (STARTER)

Dit wordt gebruikt om de motor koud op te starten. De Starter heeft twee posities: Positie A (Afb. 11.A ) - De choke is uitgeschakeld (normale werking en warm starten). Positie B (Afb. 11.B - De choke is ingeschakeld (voor koud starten). .

5.3 TOETS VOORINSPUITING (PRIMER)

Druk op de rubberen toets van de voorinspuiting om brandstof in de zuigcollector van de carburator te spuiten, en zo het opstarten van de motor te vereenvoudigen (Afb. 12.A).

5.4 BEDIENING REDUCEERKLEP

(ENKEL VOOR MODEL SP 526) Druk op de klep (Afb. 13.E) om de compressie in de cilinder te verminderen zodat de machine gemakkelijker kan opstarten.

5.5 HENDEL VERSNELLING

Staat toe de snelheid van de ketting te regelen. De versnellingshendel (Afb. 12.B) kan enkel ingeschakeld worden indien tegelijkertijd de blokkeringshendel van de versnelling ingedrukt wordt (Afb. 12.C). De juiste werksnelheid wordt verkregen met de bedieningshendel van de versnelling (Afb. 12.B) aan het einde van de loop.

5.6 BLOKKERINGSHENDEL

VERSNELLING De blokkeringshendel van de versnelling (Afb. 12.C) staat toe de versnellingshendel in te schakelen (Afb. 12.B).

5.7 HANDVAT VOOR HANDMATIGE START

Dit staat de handmatige start van de motor toe (Afb. 11.D).

Dit is een veiligheidsrem die de beweging van de ketting blokkeert in geval van terugslag (kickback) tijdens het werk. Terugslagen vinden plaats na een abnormaal contact van de punt van de staaf, met een krachtige verplaatsing naar boven, die de hand tegen de voorste bescherming doet stoten (Afb. 1.D). Om de kettingrem uit te schakelen, moet men deze handmatig ontgrendelen. Kettingrem uitgeschakeld. Dit gebeurt wanneer de voorste handbeveiliging (Afb. 1.D) van de hand volledig achteruit getrokken is, naar de voorste handgreep toe, tot u een klik hoort. Kettingrem ingeschakeld. Dit gebeurt wanneer de voorste handbeveiliging (Afb. 1.D) volledig vooruit geduwd is. De machine niet gebruiken indien de kettingrem niet correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Verkoper.

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.NL - 9

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen. BELANGRIJK De machine wordt geleverd met de reservoirs van het mengsel en van de smeerolie van de ketting leeg.

6.1.1 Brandstof bijvullen

Vul brandstof bij vooraleer de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen voor voorbereiding van het mengsel, voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van brandstof, zie par. 7.3.

6.1.2 Smeerolie ketting bijvullen

Vul smeerolie voor de ketting bij alvorens de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van olie, zie par. 7.4.

6.1.3 Controle van de kettingspanning

Voer alle handelingen uit bij uitgeschakelde motor. Steeds stevige werkhandschoenen dragen. Controleer de spanning van de ketting. Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halverwege het blad vastgenomen wordt (Afb. 10). Om de spanning van de ketting te regelen:

1. draai de moeren van de carter los met

behulp van de meegeleverde sleutel;

2. verstel de schroef van de kettingspanner

naar behoren (Afb. 8.A) tot de ketting degelijk is opgespannen.

3. houd het blad omhoog en draai de moeren

van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 9). Werk niet met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situaties te creëren wanneer de ketting uit de geleiders van het blad komt. BELANGRIJK Tijdens de eerste gebruiksperiode, moet deze controle vaker uitgevoerd worden, wegens de aanpassing van de ketting.

6.1.4 Voorbereiding van de

machine voor het werk

  • Antivries-inrichting Bij gebruik van de kettingzaag bij temperaturen van minder dan +5°C, moet men de antivriesinrich- ting instellen alvorens de machine op te starten om te vermijden dat er zich ijs vormt in de carburator, wat zou leiden tot een lager vermogen van de mo- tor of een onregelmatige werking van de motor. De machine is voorzien van een ventilatieluikje op het deksel van de cilinder, zodat de warme lucht naar de motor kan gaan. Bij normale condities (temperaturen hoger dan +5° C), moet men de machine met de gewone werk- wijze gebruiken, d.w.z. zoals ze afgesteld werd tijdens de productie. Om over te gaan van de werkwijze "Normaal" naar de werkwijze "Antivries" (en omgekeerd):

1. de machine stopzetten (par. 6.6):

2. het deksel (1) van de luchtlter en de

luchtlter zelf (2) verwijderen(par. 8.2); 3.a in de modellen SP 386, SP 426: – haal het antivries-dopje van zijn zitting aan de rechterkant van het deksel van de cilinder (Afb. 14.A); – verdraai het antivriesdopje zodat het symbool «SNEEUW» naar beneden gericht is en zodat het ventilatieluikje open is (Afb. 14.B); 3.b in de modellen SP 466, SP 526: – draai de schroeven die het deksel van de cilinder bevestigen, los (Afb. 15.A) (2 schroeven aan de binnen- en buitenkant van het deksel) en verwijder het deksel van de cilinder (Afb. 15.B); – haal het antivriesdopje van zijn zitting (Afb. 16.A), in het midden en aan de achterkant van het deksel van de cilinder (Afb. 16.B); – verdraai het antivriesdopje zodat het symbool «SNEEUW» naar beneden gericht is (Afb. 17.A) zodat het ventilatieluikje open blijft (Afb. 17.B); – hermonteer het deksel van de cilinder.

4. hermonteer de luchtlter en

zijn deksel (par. 8.2).NL - 10 OPMERKING In geval van gebruik van de machine in de werkwijze antivries bij temperaturen van meer dan +5° C, kunnen er zich moeilijkheden voordoen bij het opstarten van de motor en kan de motor mogelijk niet aan de juiste snelheid werken. Controleer dus steeds of de machine weer op normale werking ingesteld werd (antivriesdopje aan de kant met het symbool «ZON» en ventilatieluikje gesloten) wanneer er geen gevaar voor de vorming van ijs meer is.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken. Voer steeds een dagelijkse controle uit van de machine alvorens deze te gebruiken, na een val of na andere stoten om eventuele schade of belangrijke defecten te ontdekken.

6.2.1 Algemene controle

Object Resultaat Handgrepen en beschermingen (Afb. 1.B - 1.E) Schoon, droog, zonder sporen van olie en vet, en correct en stevig aan de machine bevestigd. Schroeven op de machine en op het blad Goed vastgedraaid (niet los) Geleidend blad (Afb. 1.F) Correct gemonteerd. Ketting (Afb. 1.G) Scherp, niet beschadigd of versleten, correct gemonteerd en opgespannen. Luchtlter (Afb. 38.B) Schoon Elektrische kabels en kabel bougie Integer om het ontstaan van vonken te vermijden. Dop bougie (Afb. 31.A) Integer en correct op de bougie gemonteerd

6.2.2 Test werking van de machine

Actie Resultaat De machine opstarten (par. 6.3) De ketting (Afb. 1.G) mag niet bewegen wanneer de motor aan het minimumtoerental draait. Gebruik de machine niet als de ketting beweegt met de motor op het laagste toerental; neem in dit geval contact op met uw verkoper. Gelijktijdig de bedieningshendel van de versnelling (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel van de versnelling inschakelen (Afb. 12.C). De beweging van de hendels moet vrij zijn, zonder verklemmingen. De ketting beweegt. Laat de versnellingshendel (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel van de versnelling los (Afb. 12.C) De hendels moeten automatisch en snel weer naar de neutrale stand keren, de motor moet snel aan het minimumtoerental gaan draaien en de ketting moet stoppen. Schakel de versnellingshendel in (zonder de blokkeringshendel in te drukken) (Afb. 12.B) De versnellingshendel blijft geblokkeerd. Schakel de schakelaar voor start/stop van de motor aan (Afb. 11.C) De schakelaar moet gemakkelijk van de ene naar de andere positie gaan en wanneer hij losgelaten wordt, moet hij automatisch terug naar de startpositie gaan.NL - 11 Actie Resultaat CONTROLE VAN DE KETTINGREM

stevig met beide handen vastnemen.

inschakelen om de ketting in beweging te houden, de voorste handbeveiliging vooruit duwen, met de rug van de linkerhand (par. 5.7 ).

onmiddellijk stilvallen. Na het stilvallen van de ketting, onmiddellijk de versnellinghendel loslaten en de kettingrem uitschakelen (par. 5.7). Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine niet gebruikt worden! Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.

BELANGRIJK Er is een label op de machine aangebracht (afb 2) dat de belangrijkste fasen van het opstarten samenvat. Dit label dient als snelle gids, en vervangt de hierna beschreven procedures niet. Alvorens de machine op te starten:

1. Zet de machine stabiel op de grond.

2. Verwijder de bladbescherming (Afb.

1.K) en de bescherming van de pal (Afb. 1.J) (indien gebruikt).

3. Verzeker u ervan dat het blad en de

ketting niet in aanraking komen met de grond of andere voorwerpen.

4. Verzeker u ervan dat de kettingrem

ingeschakeld is (par. 5.7). BELANGRIJK Om te voorkomen dat de startkabel breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de kabelgeleider schuren en laat de handgreep geleidelijk aan los, om te voorkomen dat de kabel op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet. BELANGRIJK Wikkel de startkabel nooit rond uw hand. Start de kettingzaag nooit door ze te laten vallen en ze aan de startkabel vast te houden. Deze werkwijze is uiterst gevaarlijk, aangezien men zo volledig de controle van de machine en van de ketting verliest. OPMERKING De schakelaar bevindt zich steeds in startpositie (par. 5.1).

6.3.1 Start met koude motor

Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof.

1. Schakel de starter in, door de hendel

naar stand «B» te brengen (Afb. 11.B).

2. Druk 6 maal op de toets voor de

voorinspuiting (Afb. 12.A) om de carburator gemakkelijker in te schakelen.

3. Enkel voor model SP 526:

Druk op de reduceerklep (Afb. 13.E). OPMERKING Na het opstarten van de motor keert de klep onmiddellijk weer naar haar oorspronkelijke positie.

4. Houd de machine stevig tegen de grond,

met een hand op de voorste handgreep en een voet in de achterste handgreep, om tijdens de start niet de controle te verliezen over de machine (Fig. 18). Indien machine niet stevig vastgehouden wordt, kan de gebruiker door de duwkracht van de motor het evenwicht verliezen of zou het blad tegen een hindernis of de gebruiker zelf gericht kunnen worden.

5. Trek de handgreep voor het opstarten

langzaam 10-15 cm aan tot u een zekere weerstand gewaarwordt. Trek er dan nog 4 keer aan tot de machine in gang schiet. In deze fase start de motor niet. BELANGRIJK Trek niet meer dan 4 keer aan de handgreep.

6. Schakel de starter uit (Afb. 11.A), door

de hendel naar stand «A». te brengen.

7. Trek opnieuw aan de handgreep voor het

men de versnellingshendel (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel (Afb. 12.C) van de versnelling kort tegelijkertijd in, om de inrichting voor voor-versnelling uit teNL - 12 schakelen. Laat de motor gedurende 10-15 seconden aan het minimumtoerental draaien.

9. Schakel de kettingrem uit (par. 5.7).

BELANGRIJK Vermijd de motor aan een hoog toerental te laten draaien met de rem van de ketting ingeschakeld; dit kan een oververhitting en beschadiging van de koppeling veroorzaken.

10. Laat de motor minstens 1 minuut

op het minimumtoerental draaien vooraleer de machine te gebruiken. BELANGRIJK Indien de handgreep van de startkabel herhaaldelijk bediend wordt met de starter ingeschakeld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijkt worden. In geval van ooding van de motor (zie par. 15.5).

6.3.2 Start bij warme motor

Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na het stoppen van de motor):

1. Druk 6 maal op de toets voor de

voorinspuiting (Afb. 12.A) om de carburator gemakkelijker in te schakelen.

2. Enkel voor model SP 526:

Druk op de reduceerklep (Afb. 13.E). OPMERKING Na het opstarten van de motor keert de klep onmiddellijk weer naar haar oorspronkelijke positie.

3. Schakel de starter in (positie «B» - par.

5.2) en onmiddellijk weer uit (positie «A» - par. 5.2); zo wordt de inrichting voor voor-versnelling ingeschakeld.

4. Volg de punten 4 - 7 - 8 - 9 van de

vorige werkwijze (par. 6.3.1).

Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst: – een specieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap; – de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben; – oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken. Doe als volgt om met de machine te werken:

  • Schakel steeds de kettingrem uit alvorens de versnelling in te schakelen.
  • De machine moet altijd stevig vastgehouden worden met beide handen, met de linkerhand op het voorste handgreep en de rechterhand op de achterste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is. Leg de machine onmiddellijk stil wanneer de ketting zich tijdens het werk blokkeert.

6.4.1 Controles uit te voeren

Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatig gecontroleerd worden (par. 6.1.3).

6.4.1.b Controle van de oliestroom

BELANGRIJK De machine niet gebruiken zonder smering! Het oliereservoir kan bijna volledig leeg zijn telkens wanneer de brandstof opraakt. Zorg ervoor dat het oliereservoir aangevuld wordt telkens wanneer brandstof bijgevuld wordt (par. 7.4). Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hun plaats zitten wanneer de olietoevoer gecontroleerd wordt. Schakel de motor in (par. 6.3), houd het toerental niet te hoog en controleer of de olie van de ketting verspreid wordt zoals aangegeven op de afbeelding (Afb. 19). De stroom van de olie van de ketting kan afgesteld worden door met een schroevendraaier de schroef voor afstelling van de pomp te verdraaien (Afb. 20.A), aan de onderkant van de machine. Dit symbool identiceert de regelaar van de oliepomp:

Draai met de schroevendraaier naar de stand "+" om de stroom van de olie naar de ketting te vermeerderen; draai de schroef naar de positie "-" om de stroom te verminderen.NL - 13

6.4.2 Werktechnieken

6.4.2.a Een boom snoeien

Zorg ervoor dat de zone waarin de takken zullen vallen vrij is.

1. Ga aan de zijde tegenover de

af te zagen tak staan.

2. Begin met de laagste takken en werk

zo naar de hogere takken toe.

3. Zaag van boven naar beneden, om te

voorkomen dat het blad vastraakt(Afb. 21).

6.4.2.b Een boom vellen

Als twee of meer personen tegelijk aan het vellen en doorzagen zijn, dan moeten deze werkzaamheden op verschillende plaatsen gebeuren, op een afstand van minstens 2,5 maal de hoogte van te vellen boom. Vel geen bomen indien dit gevaren kan veroorzaken brengen voor mensen, indien de boom in aanraking kan komen met een elektriciteitsleiding of eender welke andere materiële schade kan veroorzaken. Als de boom met een elektriciteitsleiding in aanraking mocht komen moet u meteen contact opnemen met het elektriciteitsbedrijf. Voor een boom te vellen, moet men: – rekening houden met de natuurlijke valrichting van de boom, met de kant waar de takken het grootst zijn en met de windrichting om te kunnen beoordelen hoe de boom gaat vallen. – vuil, stenen, stukken schors, spijkers, nieten en draden van de boom verwijderen. – de zone rond de boom vrijmaken en zorgen voor een goede staanplaats voor de voeten. – gepaste vluchtwegen voorzien, vrij van hindernissen; de vluchtwegen moeten zich op ongeveer 45° in de richting tegenover de valrichting van de boom bevinden (Afb.

22) en een snelle vlucht van de bediener

mogelijk maken naar een veilige plaats, op ongeveer 2,5 maal de hoogte van de boom . – Blijf aan de bovenkant van het terrein waarop de boom waarschijnlijk zal rollen of vallen na het vellen.

  • Valkerf onderaan de boom

1. Volg de richtingstekens op de kettingzaag

(Afb. 23.A), mik op een doel op de grond in de richting waarvan men de boom wenst te vellen (Afb. 23.B).

2. Sta rechts naast de boom,

achter de kettingzaag.

3. Maak een inkeping met een diepte

van 1/3 van de stamdiameter, haaks op de valrichting (Afb. 24.A).

4. Maak de achterste velsnede op een

positie van minstens 5 cm boven de horizontale velsnede (Afb. 24.B).

5. Maak de achterste velsnede zodanig

dat er voldoende hout overblijft dat als scharnier dient (Afb. 24.C). Het hout van de scharnier belemmert het draaien van de boom en zorgt ervoor dat de boom niet in de verkeerde richting valt. Maak geen sneden in de scharnier.

6. Zonder het blad te verwijderen, wordt de

breedte van de scharnier geleidelijk aan kleiner gemaakt, tot de boom omvalt.

7. Als er gevaar bestaat dat de boom niet

in de gewenste richting valt of dat hij achterover zou kunnen hellen en zo de zaagketting zou kunnen verbuigen, stop dan met zagen zonder de achterste velsnede af te maken en gebruik houten, kunststof of aluminium wiggen (Afb. 24.D) om de snede te openen. Laat de boom langs de gewenste vallijn vallen door met een knuppel op de wiggen te kloppen.

8. Haal de machine uit de snede zodra de

boom begint te vallen, zet de machine stil (par. 6.6), plaats ze op de grond en neem de voorziene vluchtweg. Pas op vallende takken en let op waar u loopt.

6.4.2.c Takken van een boom snoeien

Snoeien betekent de takken van een gevelde boom afzagen. Let op de steunpunten van de tak op de grond, op de mogelijkheid dat die in spanning staat, op de richting die de tak kan aannemen tijdens het zagen en op de mogelijke instabiliteit van de boom na het afzagen van de tak. Als er takken gesnoeid worden moeten de grotere, onderste takken niet afgezaagd worden om de stam te steunen. Verwijder de kleine takken met een enkele klop (Afb. 25.A). U kunt het beste de onder spanning staande takken vanaf de onderkant afzagen om te voorkomen dat de kettingzaag doorbuigt (Afb. 25.B).

6.4.2.d Doorzagen van een boomstamNL - 14

Met doorzagen wordt het dwars in stukken zagen van boomstammen bedoeld. Het is belangrijk stevig op de grond te staan met uw gewicht gelijkmatig over beide benen verdeeld. Indien mogelijk, kunt u het beste de boomstam omhoog zetten met behulp van takken, andere boomstammen of houtblokken. Het doorzagen van een stam wordt vergemakkelijkt door het gebruik van de pal (Afb. 1.I):

1. steek de pal in de stam, voer een

hefboomkracht uit op de pal en laat de machine een boogvormige beweging maken zodat het blad in het hout kan dringen (Afb. 26);

2. herhaal de handeling meerdere keren

indien nodig, door het steunpunt van de pal te verplaatsen.

  • Boomstam op de grond Als de boomstam over zijn hele lengte op de grond rust, dan moet hij van bovenaf doorgezaagd (bovenste zaagsnede) worden (Afb. 27.A). – Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rol de stam en maak het werk af aan de tegenoverliggende zijde.
  • Op een enkel uiteinde steunende boomstam Wanneer de boomstam op een enkel uiteinde steunt – dient men 1/3 van de doorsnede van de onderste kant (onderste zaagsnede) door te zagen (Afb. 28.A); – daarna moet u van boven naar onder zagen naar de eerste zaagsnede toe (Afb. 28.B).
  • Op beide uiteinden steunende boomstam Wanneer de boomstam op beide uiteinden steunt: – dient men 1/3 van de doorsnede van boven af door te zagen (bovenste zaagsnede) (Afb. 29.A); – dan moet u de laatste snede uitvoeren, door 2/3 van de boomstam van onderaf doorzagen naar de eerste zaagsnede toe (Afb. 29.B).
  • Hellende boomstam Als er een boomstam op een helling doorgezaagd wordt, moet u altijd boven de boomstam staan (Afb. 30). Om de controle over de zaag niet te verliezen als de boomstam bijna helemaal doorgezaagd is, moet u de druk op de zaagsnede verminderen zonder de grip op de handgrepen van de machine te verminderen. De machine mag de grond niet raken.

6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK

OPMERKING Gedurende de eerste 6-8 werkuren van de machine, wordt vermeden de hoogste toerentallen te gebruiken. BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.6) tijdens verplaatsingen tussen werkzones.

laat de motor gedurende enkele seconden aan het minimumtoerental draaien.

2. Duw de schakelaar (Afb.

11.C) naar stand «O».

3. Wacht tot de ketting stil staat.

Nadat de versnelling in de minimumstand gezet werd, moet enkele seconden gewacht worden vooraleer de ketting tot stilstand komt. De motor kan onmiddellijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Niet aanraken. Gevaar op brandwonden.

– Haal de kap van de bougie (Afb. 31.A). – Monteer de bladbescherming. – Laat de machine afkoelen. – Draai de bevestigingsbouten van het blad los om de spanning van de ketting te verminderen. – Reinig de machine zorgvuldig van stof en afval en verwijder alle sporen van zaagsel of olie van de ketting.(par. 7.5, par. 7.6). – Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouten aan. BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.6), haal de kap van de bougie (Afb. 31.A) en monteer de bladbescherming elke keer wanneer de machine onbewaakt gelaten wordt of wanneer ze niet gebruikt wordt.NL - 15

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/ afstelling op de machine uit te voeren:

  • Breng de bladbescherming aan, tenzij aan het blad zelf gewerkt moet worden;
  • Haal de kap van de bougie (Afb. 31.A);
  • Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
  • lees de desbetreende instructies;
  • Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril;
  • De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (zie hfdstk. 12). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
  • Het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door die producten.
  • De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverkopers.
  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2 BEREIDING VAN HET MENGSEL

Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waarvoor een mengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden. BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie vervallen. BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.

7.2.1 Eigenschappen van de benzine

Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een octaangehalte van minstens 90 N.O. BELANGRIJK Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in het recipiënt indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!

7.2.2 Eigenschappen van de olie

Gebruik enkel synthetische olie van uitstekende kwaliteit, voor tweetaktmotoren, minimum JASO FC. Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die speciaal bestudeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen. Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2,5%, d.w.z. 1 deel olie voor 40 delen benzine.

7.2.3 Bereiding en bewaring

van het mengsel De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie weer die gebruikt moeten worden voor de bereiding van het mengsel. Benzine Synthetische olie voor tweetaktmotoren liter liter 1 0,025 2 0,050 3 0,075 5 0,125 10 0,250 Voor de bereiding van het mengsel:NL - 16

1. Doe ongeveer de helft van de

benzine in een geschikte tank.

2. Voeg er alle olie aan toe.

3. Voeg de rest van de benzine toe.

4. Sluit de dop en schud krachtig.

BELANGRIJK Het mengsel is onderhevig aan veroudering. Bereid niet te veel mengsel, om afzettingen te voorkomen. BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipiënten van de benzine en het mengsel goed van elkaar onderscheiden worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik. BELANGRIJK Reinig de recipiënten van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.

7.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

Brandstof moet bijgevuld worden bij stilstaande machine en met de dop van de bougie losgemaakt. Vooraleer bij te vullen:

1. Schud de tank van het mengsel krachtig.

2. Plaats de machine vlak en stabiel,

met de vuldop van het reservoir van het mengsel naar boven. OPMERKING Op de dop van het reservoir van het mengsel (Afb. 32.A) vindt men het volgende symbool: Mengreservoir

3. Maak de dop van het reservoir en de zone

rond de dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel.

4. Open de dop van het reservoir voorzichtig

om de druk geleidelijk aan af te laten.

5. Vul bij gebruik makend van een trechter

en vul het reservoir niet tot aan de rand. OPMERKING Tijdens het gebruik van de machine kan men de aanwezigheid van de brandstof in het reservoir nagaan aan de hand van het daarvoor bestemde venster (Afb. 32.B).

7.4 BIJVULLEN OLIERESERVOIR

KETTING OPMERKING Op de dop van het reservoir van het mengsel (Afb. 32.A) vindt men het volgende symbool: Oliereservoir ketting BELANGRIJK Gebruik alleen olie die speciek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor kettingzagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de lter van het reservoir niet te verstoppen en de oliepomp niet onherroepelijk te beschadigen. Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fundamenteel belang voor een eciënte smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwaliteit zal de smering in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten. – Vul het oliereservoir steeds volledig (met behulp van een trechter) telkens wanneer brandstof bijgevuld wordt; aangezien de inhoud van het oliereservoir dusdanig berekend is dat de brandstof eerder dan de olie opgebruikt wordt, wordt voorkomen dat de machine zonder smeermiddel kan werken.

Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrijgemaakt van stof en vuil.

  • Om het risico op brand tot een minimum te herleiden: – houd de machine, en in het bijzonder de motor en de zone van de geluidsdemper vrij van resten van zaagsel, takken, bladeren of teveel vet; – reinig de vleugeltjes van de cilinder regelmatig met perslucht (Afb. 33).
  • Om oververhitting en schade aan de motor te vermijden: – moeten de zuigroosters van de koellucht (Afb. 34) steeds schoon en vrij van zaagsel en afval gehouden worden.
  • Houd het deksel van de koppeling vrij van zaagsel en vuil (Afb. 35), haal regelmatig de carters van de ketting (par. 4.2) en hermonteer ze correct na het onderhoud. Ongeveer elke 30 uren moet het intern lager gesmeerd worden bij uw Verkoper.NL - 17

7.6 REINIGING VAN DE KETTING

Verwijder, na ieder gebruik, alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting. Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leggen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hem vervolgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, vooraleer hem weer op de machine te monteren.

7.7 PIN VERGRENDELING KETTING

Controleer de condities van de vergrendelpin van de ketting vòòr ieder gebruik (Afb.1.H) en herstel ze indien ze beschadigd is.

  • Controleer, vòòr ieder gebruik, of alle schroeven en moeren goed vastgeschroefd zijn om er zeker van te zijn dat alle machines in veilige gebruikscondities zijn.
  • Controleer vòòr ieder gebruik of de handgrepen stevig bevestigd zijn.

Verwijder, vòòr ieder dagelijks gebruik, de carter van de koppeling (par. 4.2), demonteer het blad en controleer of de smeergaten van de machine (Afb. 36.A) en het blad (Afb. 36.B) niet verstopt zijn.

8.2 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER

BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtlter gereinigd wordt, voor de goede werking en de levensduur van de machine. Werk nooit zonder lter of met een beschadigde lter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor. De reiniging wordt uitgevoerd elke 8-10 werkuren. Om de lter te reinigen:

1. Haak het lipje los (Afb. 37.A) en

verwijder het deksel (Afb. 37.B).

2. Druk op de metalen vergrendeling van de

luchtlter tot u een klik hoort (Afb. 38.A).

3. Verwijder de luchtlter (Afb. 38.B), klop

er zachtjes op om het vuil te verwijderen en reinig hem met een zacht penseel.

4. Indien de lter volledig verstopt is, moet men

deze reinigen met schone brandstof. Indien er perslucht gebruikt wordt, moet men de straal van binnen naar buiten richten(Afb. 39).

5. Hermonteer de lter (Afb. 40.B), trek aan

de metalen vergrendeling (Afb. 40.A) tot u de klik hoort waardoor de lter op zijn positie geblokkeerd wordt.

6. Hermonteer het deksel (Afb. 41.A) let

erop dat alle delen correct geplaatst worden in hun eigen huizingen van het deksel van de cilinder (Afb. 41.B).

7. Haak het lipje eerst onderaan en dan

bovenaan vast, tot u de klik hoort (Afb. 41.C).

8.3 KLOK VAN DE KOPPELING

Controleer maandelijks, bij uw Wederverkoper, de integriteit van de metalen band die de klok van de frictie omwikkelt. De band moet vervangen worden wanneer hij versleten of vervormd is.

8.4 TANDWIEL KETTING

Controleer, bij uw Verkoper, regelmatig de staat van het kettingwiel en vervang het wanneer het de aanvaardbare limieten overschrijdt. Monteer geen nieuwe ketting op een versleten wiel en omgekeerd.

8.5 CONTROLE VAN DE BOUGIE

De bougie (Afb. 31.A) wordt toegankelijk door het deksel van de luchtlter te verwijderen (Afb. 37.B). Periodiek wordt de bougie gedemonteerd en gereinigd, door eventuele restjes te verwijderen met een metalen borsteltje (Afb. 42.A). Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes (Afb. 42.B). Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel. De bougie moet ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werkuren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.

De startkabel moet door uw Verkoper vervangen worden bij de eerste tekenen van slijtage.NL - 18

8.7 ONDERHOUD VAN DE

GETANDE KETTING Om redenen van veiligheid en eciëntie, is het heel belangrijk dat de snij-inrichtingen goed scherp zijn. De ketting moet bijgeslepen worden wanneer: – Het zaagsel te veel op stof gelijkt. – Er meer kracht nodig is om te zagen. – De snede niet rechtlijnig is. – Er meer trillingen zijn. – Er wordt meer brandstof verbruikt. Als de ketting niet scherp genoeg is, neemt het risico op tegenslag (kickback) toe. BELANGRIJK Het is raadzaam het slijpen aan een gespecialiseerd centrum toe te vertrouwen, waar dit uitgevoerd kan worden met speciale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constante slijping van alle snijdende elementen.

8.7.1 Ketting aanscherpen

De ketting wordt aangescherpt met behulp van daartoe bestemde vijlen met ronde doorsnede en een diameter die speciek is voor elk type van ketting (zie "Tabel Onderhoud Ketting" hfdstk. 14). Het aanscherpen vergt een goede handigheid en ervaring, om de snijdende elementen niet te beschadigen. Om de ketting te slijpen:

1. Stop de machine (par. 6.6).

2. Schakel de kettingrem uit (par. 5.7).

3. Blokkeer het blad stevig met de ketting

gemonteerd (Afb. 43.A), en verzeker u ervan dat de ketting vrij kan glijden.

5. Plaats de vijl in de holte van de tand, met

een constante helling ten opzichte van het proel van het mes (Afb. 43.B). Het gebruik van een slijpplaat vergemakkelijkt de beweging van de vijl (Afb. 43.C).

6. Voer slechts enkele passages met de vijl uit

en uitsluitend vooruit. Herhaal de handeling op alle snijdende elementen, met dezelfde richting (naar rechts of naar links).

7. Keer de positie van het blad om in

de klem en herhaal de handeling op de overige elementen.

8. Controleer of de beperkingstand (Afb. 43.D)

overeenstemt met de niveaus aangegeven in de "Tabel Onderhoud Ketting" (Hfdstk. 14) en vijl het eventueel overbodige deel weg met een vlakke lijm, en rond het proel af.

9. Na het vijlen worden alle vijlsporen

en het vijlstof verwijderd. Smeer de ketting in een oliebad.

8.7.2 Vervanging van de getande ketting

De ketting wordt vervangen wanneer: – de lengte van het snijdend element 5 mm of minder bedraagt (Afb. 43.E); – de speling van de schakels op de klinknagels te groot geworden is. – de snijsnelheid traag is en herhaald aanscherpen de snijsnelheid niet verbeteren. De ketting versleten is. BELANGRIJK Na de vervanging van de ketting, moet men de spanning ervan vaker controleren, omwille van de aanpassing van de ketting.

8.8 ONDERHOUD VAN HET BLAD

Alle handelingen die betrekking hebben op het blad vergen een specieke vaardigheid, naast het gebruik van speciaal gereedschap om deze handelingen volgens de regels van de kunst uit te voeren; uit veiligheidsoverwegingen, neemt u altijd het best contact op met uw Verkoper. Om een asymmetrische slijtage van het blad te voorkomen, moet deze regelmatig omgedraaid worden. Om de eciëntie van het blad in stand te houden, is het noodzakelijk:

1. de lagers van de overbrenging (indien

aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde (niet meegeleverde) spuit.

2. de inkeping van het blad te reinigen met een

schraapstaal (niet meegeleverd) (Afb. 44.A);

3. de smeergaten te reinigen (Afb. 44.B);

4. met een platte vijl (niet meegeleverd) de

braam van de zijkanten te verwijderen en eventuele niveauverschillen tussen de geleiders te compenseren.

8.8.1 Vervanging van het blad

Het blad wordt vervangen wanneer: – de diepte van de inkeping kleiner blijkt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodem mogen raken); – de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraal gaat overhellen.NL - 19

8.9 REGELING VAN HET

MINIMUMTOERENTAL Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen (par. 8.11).

8.10 REGELING VAN DE CARBURATOR

De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale uitstoot van schadelijke gassen, overeenkomstig de geldende normen. In geval van schaarse prestaties, wendt u zich tot de Verkoper voor een controle van de brandstoftoevoer en de motor. Regelingen van de carburator: T = regeling van het minimumtoerental L = regeling mengeling lage snelheid H = regeling mengeling hoge snelheid

BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens de berging in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in par. 2.4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Indien de machine langer dan 2-3 maanden opgeborgen moet blijven, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen getroen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen. Alvorens de machine op te bergen:

1. Draai de twee moeren van de carter van

de koppeling los, demonteer de carter en verwijder de ketting en het blad.

2. Ledig het oliereservoir, vul met

ongeveer 100-120 cc speciek reinigingsvloeistof en herplaats de dop.

3. Hermonteer de carter, zonder

de moeren vast te draaien.

4. Start de machine en houd de motor in

versnelling tot het reinigingsmiddel op is.

5. Zet de motor op de laagste snelheid om

alle brandstof die in het reservoir en in de carburator gebleven is, op te gebruiken.

6. Laat de motor afkoelen.

7. Verwijder de bougie.

8. Giet in de opening van de bougie een

lepel (verse) olie voor tweetaktmotoren.

9. Trek verschillende keren aan de

handgreep voor opstarten om de olie goed te verdelen in de cilinder.

10. Hermonteer de bougie met de zuiger

aan het bovenste dood punt (zichtbaar vanuit het gat van de bougie wanneer de zuiger aan de eindaanslag gekomen is).

11. Reinig de machine zorgvuldig.

12. Controleer of de machine geen schade

vertoont. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum.

13. De machine opbergen:

– in een droge ruimte – beschermd tegen slechte weersomstandigheden – met de bladbescherming correct gemonteerd – buiten bereik van kinderen. – na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben. Wanneer de machine weer in werking gezet wordt:

1. Verwijder de bougie.

2. Trek enkele keren aan de

handgreep voor opstarten om de overtollige olie te verwijderen.

3. Controleer de bougie (par. 8.5).

4. Bereid de machine voor (par 4.2, hfdstk. 6).

10. HANTERING EN TRANSPORT

Wanneer men de machine hanteert of verplaatst, moet men: – Stop de machine (par. 6.6). – Wacht tot de ketting stil staat. – Haal de kap van de bougie (Afb. 31.A). – Monteer de bladbescherming. – De machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden; Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men: – de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt – ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat ze kantelt en zo eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou kunnen lekken.NL - 20

11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

  • Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
  • Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie.
  • Onjuist of niet toegestaan gebruik en montage
  • Gebruik van niet originele wisselstukken.
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • De normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals snij-inrichtingen, veiligheidsbouten.
  • Normale slijtage De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.

Ingreep Frequentie Paragraaf Eerste keer Vervolgens om de MACHINE Controle van alle bevestigingen - Voor eender welk gebruik 7.8 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's - Voor eender welk gebruik 6.2 Controle vergrendelpin ketting - Voor eender welk gebruik 7.7 Controle van de smeergaten van de machine en het blad - Voor eender welk dagelijks gebruik

Algemene reiniging en controle - Aan het einde van ieder gebruik

Reiniging van de ketting - Aan het einde van ieder gebruik

Invetten intern lager klok koppeling - 30 werkuren 7.5 * Controle klok van de koppeling - Eenmaal per maand 8.3 * Controle tandwiel ketting - Eenmaal per maand 8.4 * Onderhoud ketting - - 8.7, 14NL - 21 Ingreep Frequentie Paragraaf Eerste keer Vervolgens om de Onderhoud blad - - 8.8 MOTOR Controle/bijvullen brandstof - Voor eender welk gebruik 7.3. Bijvullen niveau olie ketting - Bij iedere bijvulling van brandstof

Algemene reiniging en controle - Aan het einde van ieder gebruik

Reiniging van de luchtlter 8-10 uren / na ieder seizoen 8.2 Reiniging van de bougie - 10 uren / na ieder seizoen 8.5 Bougie vervangen - 100 uren / na ieder seizoen 8.5

  • Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd worden.

duim mm duim mm duim mm 3/8 Mini 9,32 0,018 0,45 5/32 4,0 0,325 8,25 0,026 0,65 3/16 4,8 3/8 9,32 0,026 0,65 13/64 5,2 0,404 10,26 0,031 0,80 7/32 5,6 De tabel geeft de gegevens aan voor het aanscherpen van de verschillende soorten ketting, zonder dat dit betekent dat men andere kettingen mag gebruiken dan de gehomologeerde kettingen, die vermeld zijn in de "Tabel voor de correcte combinatie van blad en ketting".

1. De motor start niet

of blijft niet draaien De startprocedure is niet correct. Volg de instructies (par. 6.3) De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (par. 8.5). Verstopte luchtlter Reinig en/of vervang de lter (par. 8.2). Antivries-inrichting niet correct gemonteerd Controleer de montagepositie (par. 6.1.4) Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.NL - 22

maar heeft weinig vermogen. Verstopte luchtlter Reinig en/of vervang de lter (par. 8.2). Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.

onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (par. 8.5). Problemen aan blad en ketting Controleer of de ketting vrij draait en de geleiders van het blad niet vervormd zijn. Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.

teveel rook Verkeerde samenstelling van het mengsel Bereid het mengsel volgens de aanwijzingen (par. 7.2) Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.

De startknop werd meerdere malen ingedrukt met de starter ingeschakeld. Controleer de bougie (par. 8.5) en trek zachtjes aan de handgreep van de startkabel (Afb. 11.D) om het teveel aan brandstof te verwijderen, droog vervolgens de elektroden van de bougie af en hermonteer ze op de motor.

6. De olie komt niet vrij

Slechte kwaliteit van olie Ledig het reservoir bij koude motor, spoel het reservoir en de pijpleidingen met reinigingsvloeistof en vervang de olie. Smeeropeningen verstopt Reinigen (cap. 8.1)

beweegt terwijl de motor aan het minimumtoerental draait. Verkeerde afstelling van de carburatie Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.

8. De machine begint

op abnormale wijze begint te trillen Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 31.A). Controleer eventuele beschadigingen. Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij het geautoriseerd centrum.

op een vreemd voorwerp gestoten. Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 31.A). Controleer eventuele beschadigingen. Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum. Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.NL - 23

De "Tabel voor de correcte combinatie van blad en ketting" bevat de lijst met alle mogelijke combinaties tussen staaf en ketting, met vermelding van diegene die op elke machine gebruikt kunnen worden, aangegeven met het symbool "". Dezelfde tabel verschaft bovendien de kenmerken van de gehomologeerde kettingen en staven voor iedere machine. Gebruik voor de wisselstukken enkel de bladen en kettingen die in de tabel zijn aangegeven. Het gebruik van niet goedgekeurde combinaties kan leiden tot ernstige persoonlijke letsels en schade aan de machine. Daar de gebruiker naar eigen oordeel besluit welke blad en ketting onder de verschillende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zelf de daaruit voortkomende verantwoording op zich voor iedere willekeurige schade die daardoor veroorzaakt wordt. In geval van twijfel of geringe kennis van de speciciteit van iedere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespecialiseerd tuincentrum.NO - 1

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Kettingzaag voor boswerken vellen/snijden/snoeien van bomen a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Kettingzaag voor boswerken vellen/snijden/snoeien van bomen a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A) 1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: Kettingzaag voor boswerken vellen/snijden/snoeien van bomen a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum