PBRM 39 C2 - Grasmaaier PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PBRM 39 C2 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 268 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice PARKSIDE PBRM 39 C2 - page 55
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PBRM 39 C2

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBRM 39 C2 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBRM 39 C2 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PBRM 39 C2 PARKSIDE

BENZINE GRASMAAIER Bedienings- en veiligheidsinstructiesVertaling van de originele handleiding

1. Verklaring van de symbolen op het apparaat

Let op! Het niet in acht nemen van de op de machine aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht nemen van de veiligheids- en bedieningsaanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden. Lees deze gebruikshandleiding zorgvuldig door. Maai op hellingen nooit op- en neerwaarts. Verwijder voor het bedrijf van de grasmaaier de omliggende kleine onderdelen, die rondgeslingerd kunnen worden. Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor. Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende messen. Let op hete oppervlakken - gevaar voor brandwonden. Draag gehoorbescherming. Draag een veiligheidsbril. LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief - gevaar voor brandwonden. Niet bij een hete of draaiende motor tanken. Tankinhoud Motorolie

Druk 3x op brandstofpomp “Primer”. Lange messen. Max. zaagbreedte. Gegarandeerd geluidsvermogensniveau. Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. MIN MAX Oliepeil controleren. STOP MOTOR STOP - motorremhendel Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het apparaat alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventi- leerde ruimten.50 NL/BE m Let op! In deze gebruikshandleiding hebben wij punten die uw veiligheid betreffen van dit teken voorzien. Gevaar! Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. WAARSCHU- WING! Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme- den, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. VOORZICHTIG! Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme- den, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. AANWIJZING Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme- den, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.51NL/BE

Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:

  • Ondeskundige behandeling
  • Niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
  • Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
  • Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderde- len
  • Gebruik dat niet conform de voorschriften is Let op: Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepas- singsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het ap- paraat verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks- handleiding moet u absoluut de voor de werking van het ap- paraat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat in een plas- tic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandlei- ding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig wor- den nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daar- mee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste mini- mumleeftijd moet in acht worden genomen. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veilig- heidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongeval- len of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze hand- leiding of de veiligheidsvoorschriften.

3. Apparaatbeschrijving (afb. 1-16)

6. Onderste duwbeugel

18. Startmotor met trekkabel

4. Inhoud van de levering (afb. 1 - 2)

  • 1 x benzine grasmaaier met bovenste duwbeugel (3)
  • 2 x onderste duwbeugel (6)
  • 1 x gebruikshandleiding

De benzine grasmaaier is geschikt voor particulier gebruik in de tuin of hobbytuin. Grasmaaier voor de particuliere tuin of hobbytuin zijn machines waarvan het jaarlijks gebruik in prin- cipe niet meer is dan 50 uur en voornamelijk voor het onder- houd van gras- of gazonoppervlakken wordt gebruikt, echter niet in openbare installaties, parken, sportvelden, alsook in de land- en bosbouw. De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet vol- gens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.52 NL/BE Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de monta- gehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voor- koming van ongevallen strikt worden nageleefd. Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoor- schriften moeten in acht worden genomen. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de ma- chine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. De machine mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wan- neer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industri- ele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet. Vanwege gevaar voor lichamelijk letsel van de gebruiker, mag de grasmaaier niet voor de volgende werkzaamheden wor- den gebruikt (onvolledige opsomming):

  • voor het snoeien van bosjes, heggen en struiken,
  • voor snoeien van klimplanten,
  • voor gazononderhoud op dakbeplantingen en in balkon- bakken,
  • voor hakselen en verkleinen van snoeiafval van bomen en heggen,
  • voor het reinigen van voetpaden (afzuigen, blazen),
  • voor het effenen van bodemverhogingen, zoals bijv. mols- hopen,
  • voor het transporteren van snoeimateriaal anders dan in de daarvoor aanwezige grasopvangbak. WAARSCHUWING Lees voor de ingebruikname van het apparaat deze handlei

ding voor uw eigen veiligheid en de algemene veiligheidsvoor- schriften grondig door. Als u het apparaat aan derden geeft om te gebruiken, dient u deze gebruikshandleiding altijd mee te leveren.

6. Veiligheidsvoorschriften

In deze gebruikshandleiding hebben wij punten die uw veilig- heid betreffen van dit teken voorzien: m Bovendien bevat de gebruikshandleiding andere belangrijke tekstgedeeltes die zijn voorzien van het woord “LET OP!”. m Let op! Bij het gebruik van apparaten moeten enkele veiligheids- maatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees deze gebruikshandleiding/veiligheids

voorschriften daarom zorgvuldig door. Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding/veiligheidsvoorschriften. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften. GEVAAR Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op zeer ernstig of dodelijk letsel. WAARSCHUWING Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op ernstig of dodelijk letsel. VOORZICHTIG Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat er ge- vaar voor licht tot gemiddeld ernstige verwonding. AANWIJZING! Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het ge- vaar op een beschadiging van de motor of van andere zaken of goederen. Wie mogen het apparaat niet gebruiken:

  • Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding (plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker bepalen).
  • Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicij- nen, moe of ziek zijn. Veiligheidsvoorschriften voor handgevoerde gras- maaier
  • Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Zorg ervoor dat u bekend bent met de instellingen en het correcte ge- bruik van de machine.
  • Laat de grasmaaier niet gebruiken door kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet kennen. Lokale voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker definiëren.
  • Maai nooit wanneer er personen, kinderen of dieren in de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder of de gebruiker van de machine verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendommen.
  • Maai alleen bij voldoende zicht. Zorg dat derden uit de buurt blijven.
  • Indien u het apparaat aan andere personen mocht over- handigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandlei- ding a.u.b.
  • Draag altijd stevig schoeisel met anti-slip zolen en een lan- ge broek tijdens het maaien. Maai nooit op blote voeten of in lichte sandalen.
  • Controleer het terrein, waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen, zoals stenen, speelgoed, stokken en draden, enz., die vastgegrepen en weggeslin- gerd kunnen worden.53NL/BE
  • Zet de motor uit, wacht tot deze volledig stil staat en koppel de bougiestekker los als - u het apparaat verlaat. - u blokkades of verstoppingen verwijdert. - het apparaat in aanraking komt met vreemde voorwer- pen. - storingen of ongewone trillingen aan het apparaat optreden. WAARSCHUWING Benzine is zeer ontvlambaar:
  • Bewaar benzine alleen in daarvoor bedoelde containers.
  • Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tij- dens het vulproces.
  • Benzine moet voor het starten de motor worden bijgevuld. Terwijl de motor loopt of bij een warme grasmaaier mag de tankdop niet geopend worden of de benzine worden bijgevuld.
  • Indien er benzine is overgelopen mag er in geen geval ge- poogd worden om de motor te starten. In plaats daarvan moet de machine uit de buurt van de plaatsen worden gehaald waar de benzine heeft gemorst. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de benzinedampen zijn verdampt.
  • Vanwege veiligheidsredenen moeten benzinetank en tank- deksel bij beschadiging worden vervangen.
  • Benzine mag nooit ion de buurt van ontstekingsbronnen worden bewaard. Gebruik altijd een gecontroleerde con- tainer. Houd benzine uit de buurt van kinderen.
  • Vervang defecte geluiddempers.
  • Voor gebruik moet door een visuele controle altijd worden gecontroleerd of het mes en de bevestigingsbouten versle- ten of beschadigd zijn. Om eventueel onbalans te vermij- den, moeten versleten of beschadigde messen en bevesti- gingsbouten altijd per set worden vervangen. Gebruik
  • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastge- draaid om er zeker van te zijn dat het apparaat zich in een veilige werktoestand bevindt.
  • Bewaar de machine nooit met benzine in de tank binnen in een gebouw, omdat mogelijke benzinedampen in aanra- king kunnen komen met open vuur of vonken.
  • Laat de motor afkoelen, voordat u de machine in gesloten ruimtes plaatst.
  • Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat en het bereik rond de brandstoftank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
  • Controleer regelmatig de grasvanginrichting op slijtage of verlies van de functies.
  • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of bescha- digde onderdelen.
  • Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht gebeuren.
  • Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen.
  • Maai alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht.
  • Indien mogelijk moet het gebruik van het apparaat bij nat gras worden vermeden.
  • Het gebruik van de grasmaaier bij onweer is verboden - gevaar op blikseminslag!
  • Let altijd op een goede positie op hellingen.
  • Geleid de machine alleen in looppas.
  • Bij machines op wielen geldt: Maai dwars op de helling, nooit op- en neerwaarts. Wees met name voorzichtig als u uw rijrichting op de helling verandert.
  • Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aangren- zende stortplaatsen, groeven of dijken. Wees met name voorzichtig als de grasmaaier moet worden gekeerd of u deze naar u toe trekt.
  • Stop de messen indien de grasmaaier moet worden gekan- teld, bij transport of op andere oppervlakken als gras en indien de grasmaaier voor en naar het te maaien oppervlak wordt bewogen.
  • Voorzichtig! De grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder dat de volledige grasopvanginrichting of de zelf- sluitende veiligheidsvoorziening voor de uitwerpopening is aangebracht.
  • Gebruik de grasmaaier nooit met beschadigde veiligheids- voorzieningen of veiligheidsroosters of zonder aangebouw- de veiligheidsvoorzieningen bijv. stootplaat en/of inrichtin- gen om het gras op te vangen.
  • Verander nooit de regelinstellingen van de motor en zorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast.
  • Activeer de motorrem en koppel alle snijgereedschappen en aandrijvingen los, voordat u de motor start.
  • Start de motor voorzicht, overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant. Let op voldoende afstand van de voeten tot de messen.
  • Bij het starten van de motor mag de grasmaaier niet wor- den gekanteld, alleen indien de grasmaaier bij het proces moet worden opgetild. In dit geval kantelt u de grasmaaier slechts zo ver, als absoluut noodzakelijk, en tilt u uitsluitend de zijde op die richting de bediener is gekeerd.
  • Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.
  • Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaiende delen. Houd u altijd buiten het bereik van de uitwerpopening.
  • Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt.
  • Zet de motor uit en controleer of alle bewegende onderde- len tot stilstand zijn gekomen en de contactsleutel, indien voorhanden, is geactiveerd: - Voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het uitwerpkanaal oplost. - Voordat u de grasmaaier controleert, reinigt of er werk- zaamheden aan uitvoert. - Indien een vreemd voorwerp is geraakt. Controleer de grasmaaier op beschadigingen en voer de noodzake- lijke reparaties uit voordat u de grasmaaier opnieuw start en ermee gaat werken. Indien de grasmaaier bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct wor- den onderzocht. - Indien u zich van de grasmaaier verwijdert. - Voor het bijtanken.
  • Bij het nalopen van de motor moet de smoorklep worden gesloten. Als de motor over een benzineafsluitklep beschikt, moet deze na het maaien worden gesloten.
  • Het gebruik van de machine met overmatige snelheid kan het risico op ongevallen verhogen.
  • Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan de machi- ne en voorkom het inklemmen van vingers tussen de bewe- gende messen en stijve apparaatdelen.54 NL/BE
  • Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien op oneffen onder- grond, op aangrenzende stortplaatsen, groeven of dijken.
  • Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grijpen of het maaien niet stabiel is.
  • Let in de buurt van straten op het wegverkeer.
  • Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaat- sen en bij het trekken van de gasmaaier. Struikelgevaar! Controleer voor een achterwaartse be- weging of er geen kinderen achter u aanwezig zijn.
  • Het bedienend persoon moet voldoende zijn geschoold in het toepassen, instellen en bedienen van de machine (inclu- sief verboden handelingen).
  • Controleer het apparaat regelmatig en zorg ervoor dat alle startvergrendelingen en drukknoppen goed werken voor elk gebruik.
  • Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van vei- ligheidsvoorzieningen kan schade aan het apparaat en li- chamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
  • Let op dat de beveiligingssystemen of apparaten van de grasmaaier niet mogen worden gemanipuleerd of gedeac- tiveerd. Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen.
  • Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellingen voor motortoerentalregeling mag wijzigen of manipuleren.
  • Gebruik alleen messen en accessoires die door de fabri- kant worden aanbevolen. Bij gebruik van andere inzetstuk- ken en accessoires bestaat gevaar voor verwonding.
  • Houd de grasmaaier altijd in een goede bedrijfstoestand.
  • Het is noodzakelijk om voldoende pauzes te nemen om la- waai en trillingen te verminderen. Restgevaren en voorzorgsmaatregelen Het niet naleven van de ergonomische basisprin- cipes Nalatig gebruik van persoonlijke beschermings- middelen (PBM’s) Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke bescher- mingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg heb- ben. - Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen. Menselijk gedrag, incorrect gedrag - Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig gecon- centreerd. Restgevaar - kan niet worden uitgesloten. Gevaar door lawaai Gehoorschade Langere werkzaamheden met het apparaat zonder gehoor- bescherming kan leiden tot gehoorschade. – Altijd gehoorbescherming dragen. Gedrag bij noodgevallen Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzakelijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwalificeerde arts.

.........................................1,79 dB Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute noodzakelijke. Voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in de buurt, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen. Trillingseigenschappen Trilling a

...........................................1,5 m/s² Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mi- nimum!

  • Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten.
  • Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig.
  • Pas uw werkwijze aan het apparaat aan.
  • Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt.
  • Laat het apparaat eventueel controleren.
  • Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is.
  • Draag veiligheidshandschoenen! Waarschuwing! Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebrui- ker optreden (witte vinger syndroom). Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer vol- doende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende apparaten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een ver- minderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werk- zaamheden en raadpleegt u een arts.55NL/BE Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico’s te be- perken:
  • Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
  • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
  • Zorg voor zo min mogelijke trillingen van de machine door regelmatig onderhoud en stevig bevestigde delen op het apparaat.
  • Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak- kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportscha- de. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn ver

krijgbaar bij de leverancier.

  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. m Let op! Het apparaat en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plas- tic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsge- vaar!

Voorzichtig! Gevaar voor verwonding door draaiende mes- sen. Voer de werkzaamheden aan het apparaat uitsluitend uit bij een uitgeschakelde motor en stilstaande messen. Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. De montage is eenvoudig, indien de volgende aanwijzingen in acht worden genomen. Aanwijzing! Bij de montage en voor onderhoudswerkzaamheden heeft u het volgende extra gereedschap nodig, dat niet bij de leve- ring is inbegrepen:

  • een olieopvangcarter plat (voor olieverversing)
  • een maatbeker 1 liter (olie-/benzinevast)
  • een benzinecontainer (5 liter en voldoende voor ca. 6 be- drijfsuren)
  • een trechter (geschikt voor de benzine-vulpijp van de tank)
  • huishouddoekjes (voor het wegvegen van de olie-/benzine- resten; verwijdering op de plaats van de tank)
  • een benzine-afzuigpomp
  • een oliekan met handpomp
  • kruiskopschroevendraaier
  • schroevendraaier met een platte kop
  • steeksleutel/dopsleutel

9.1 Montage van de onderste duwbeugel (6)

(afb. 3) m Let op! Let op dat bij de montage van de duwbeugel (3+6) de gaskabel niet bekneld raakt.

2. Bevestig deze met telkens een bout 4,0 x 12 mm (C). Let er

daarbij op dat de kabels, die later met een kabelklem (5) worden bevestigd, niet in de weg zitten (afb. 6).

9.2 Montage van de bovenste duwbeugel (3)

en aanbrengen van de trekstarter (18) (afb. 4, 5, 6)

1. Schroef de bovenste duwbeugel (3) op de onderste duwbeu-

gel (6) met een bout M8 (A), een volgring (B) en een ster- greepmoer (4) vast aan de linkerzijde (afb. 4).

2. Schroef aansluitend de bovenste duwbeugel (3) aan de

rechterzijde met een bout M8 (A), de kabelhaak (17), een volgring (B) en een stergreepmoer (4) op de onderste duw

4. Fixeer de kabel met de meegeleverde kabelklem (5) op

de onderste duwbeugel (6) (afb. 6).

9.3 Montage van de wielen (afb. 7+8)

1. Schroef de voorgemonteerde wielschroeven (11b) met

wiel-volgringen (11c) met een steeksleutel SW 21 los en leg deze opzij.

2. Verwijder de wielkap (11a) op het wiel (11) eventueel met

een schroevendraaier (afb. 8).

3. Breng nu een wiel-volgring (11c), een wiel (11) en een

wielschroef (11b) in het schroefdraad met de gewenste snijhoogte aan. U kunt een snijhoogte tussen 30 - 66 mm selecteren. LET OP: Neem de aanduiding op de kop van de wielschroef (11b) (L = linkse schroefdraad, R = rechtse schroefdraad) in acht

4. Breng de wielen (11) op dezelfde snijhoogte aan.

5. Plaats de wielkappen (11a) weer op de wielen (11).

10. Voor de ingebruikname

LET OP! Het apparaat moet voor de ingebruikname volle- dig zijn gemonteerd! WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaat- gassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. - Adem benzine-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in. - Gebruik het product alleen in de open lucht.56 NL/BE AANWIJZING! Productbeschadiging Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie- olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden. - Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd. AANWIJZING! Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloei- stof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden. - Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige onder- gronden. - Gebruik een vulpijp of trechter. - Vang afgetapte olie in een geschikte container op. - Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften. - Verwijder olie conform de lokale voorschriften. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de wer- king van de motor beïnvloeden. - Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte. Controle voor gebruik

  • Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
  • Controleer het motoroliepeil.
  • Controleer het brandstofpeil – de tank moet minstens 0,4 liter bevatten.
  • Controleer de toestand van het luchtfilter (zie hoofdstuk 16.5).
  • Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
  • Controleer of de bougiestekker (12) aan de bougie (12a) is bevestigd.
  • Let op tekenen van schade.
  • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.

10.1 Motorolie bijvullen (afb. 9)

m Let op! De grasmaaier wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe multipurpose olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40). Controleer het oliepeil voor elke ingebruikname. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.

1. Plaats de grasmaaier op een vlak, recht oppervlak.

2. Schroef de oliepeilstok (14) los.

3. Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter (niet

bij de levering inbegrepen) (SAE 10W-30/SAE 10W-40). Let op de max. vulhoeveelheid van 400 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.

4. Veeg de oliepeilstok (14) met een schone, pluisvrije doek

5. Plaats de oliepeilstok (14) weer terug en er weer uit. Con-

troleer het oliepeil, zonder de oliepeilstok (14) weer er in te schroeven.

6. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de

oliepeilstok (14) staan.

7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoe-

veelheid motorolie toe (max. 400 ml).

8. Schroef de oliepeilstok (14) vervolgens weer vast.

10.2 Benzine bijvullen (afb. 10)

m GEVAAR! Brand- en explosiegevaar! Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel explo- deren. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood. - Schakel de motor uit en laat deze afkoelen. - Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken. - Vul brandstof alleen in de open lucht bij. - Draag veiligheidshandschoenen! - Vermijd huid- en oogcontact. - Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start. - Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er ben- zine lekt. m Let op! De grasmaaier wordt geleverd zonder benzine. Voor ingebruikname daarom altijd benzine bij- vullen. Gebruik hiertoe loodvrije benzine E10.

1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen

in de benzinetank (8) veroorzaken bedrijfsstoringen.

2. Open voorzichtig de tankdop (7) zodat eventuele over-

druk kan ontsnappen.

3. Vul de benzinetank (8) met behulp van een trechter (niet

bij de levering inbegrepen) met benzine. Let op de max. vulcapaciteit van 0,85 liter. Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.

7. Neem minimaal drie meter van de plek waar u brand-

stof hebt bijgevuld voordat u de motor start.

11. In gebruik nemen

AANWIJZING: Enige geluidsoverlast van dit ap- paraat is onvermijdelijk. Stel werkzaamheden met lawaai uit tot goedgekeurde en aangewezen tijden. Houd u zo nodig aan rustperiodes en be- perk de duur van het werk tot het absolute nood- zakelijke. Voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in de buurt, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.

11.1 Messtopinrichting

Voor elke ingebruikname moet u de messtopinrichting contro- leren. Start de motor zoals onder 12.2 beschreven.

1. Laat de motorremhendel (2) los. De motor schakelt uit en

het mes (19) wordt afgeremd.

2. Het mes (19) moet binnen 7 seconden stoppen.57NL/BE

11.2 Instellen van de snijhoogte (afb. 7+8)

m Let op! Het verstellen van de maaihoogte mag alleen bij uitgeschakelde motor en verwijderde bougiestekker (12) worden uitgevoerd.

  • Het instellen van de maaihoogte geschiedt via de wielen (11). Er kunnen drie verschillende maaihoogtes worden in- gesteld (zie hoofdstuk 9.3).
  • In dicht, hoog gras, stelt u de hoogste snijhoogte in en maait u langzamer. Voor de eerste keer maaien in het seizoen, stelt u een hoge snijhoogte in. Stel de maaihoogte zo in dat het apparaat niet wordt overbelast. (Zie hoofdstuk 9.3)
  • Selecteer de maaihoogte, afhankelijk van de werkelijk gras- lengte.
  • Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afgehaald.
  • De juiste maaihoogte is bij - een siergazon ca. 30 - 45 mm - een gebruiksgazon ca. 40 - 65 mm.

11.3 Maaivlak voorbereiden

1. Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig vooraf-

gaand aan het maaien.

2. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speelgoed en

andere voorwerpen, die door het apparaat weggeslin- gerd kunnen worden.

3. Let erop dat er geen personen op het te maaien opper-

  • Maai alleen met scherpe, optimale messen (19), zodat de grassprieten niet gaan rafelen en het gazon niet geel wordt.
  • Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaaier in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlappen zodat er geen stroken overblijven.
  • Houd de onderzijde van de grasmaaierbehuizing schoon en verwijder direct grasafzettingen. Afzettingen verzwaren het starten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwerpen van het gras.
  • Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier wordt door de schuine stand naar boven voorkomen.

12.1 Maaien met grasopvangzak (16)

m Let op! Gebruik het apparaat niet zonder volledig aange- brachte grasopvangzak (16). m Let op! Gevaar voor verwonding! Grasopvangzak (16) alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes (19) wegnemen of aanbrengen.

12.1.1 Plaatsen van de grasopvangzak (16) (afb. 11)

1. Til de achterste uitwerpklep (15) op.

2. Grijp de grasopvangzak (16) vast aan de handgreep.

3. Hang de grasopvangzak (16) in de daarvoor bestemde

ophanging van de grasopvangzak aan de achterkant van het apparaat.

4. Verwijder de achterste uitwerpklep (15), hierdoor wordt

de grasopvangzak (16) in positie gehouden.

12.1.2 Legen van de grasopvangzak (16) (afb. 11)

m WAARSCHUWING Voor het wegnemen van de grasopvangzak (16) de motor uitschakelen (zie 12.3) en de stilstand van het mes (19) afwachten. m Let op! Gevaar voor verwonding! Grasopvangzak (16) alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes (19) wegnemen. Zodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen, moet de grasopvangzak (16) worden geleegd.

1. Om de grasopvangzak (16) weg te nemen, tilt u de ach-

terste uitwerpklep (15) op.

2. Neem de grasopvangzak (16) aan de handgreep er

uit. Overeenkomstig het veiligheidsvoorschrift valt de uit- werpklep (15) bij het uithangen van de grasopvangzak (16) dicht en sluit de achterste uitwerpopeningen af. Als er daarbij grasresten in de opening blijven hangen, dan is het voor het makkelijker starten van de motor doelmatig om de grasmaaier ongeveer een meter terug te trekken. m Let op: Resten snijgoed in en op het werkgereedschap niet met de hand of met de voeten verwijderen, maar met geschikte hulpmiddelen, bijv. borstels of een veger. Om een goede verzameling te garanderen, moeten de gras- opvangzak (16) en in het specifiek het luchtfilter (9a) na ge- bruik worden gereinigd.

Waarschuwing: Het mes (19) draait, als de motor wordt gestart. Apparaat niet starten, als de grasopvangzak (16) niet is ge- plaatst.

12.2.1 Motor starten (afb. 1+12)

1. Controleer voor elke start de benzine- en motoroliestand

(zie hoofdstuk 16.2 en 16.3). Controleer of de bougie- stekker (12) op de bougie (12a) is aangesloten.

2. Druk bij koudere temperaturen de brandstofpomp “Pri-

mer” (10) drie keer in. Dit vereenvoudigt het starten van het apparaat.

3. Sta achter de grasmaaier. Druk met één hand de motor-

remhendel (2) naar het stuur (1), de andere hand moet op het starterkoord (18) liggen.

4. Start de motor met starterkoord (18). Trek hiertoe de

greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) er uit. En trek hier vervolgens krachtig met een ruk aan. Als de motor niet is gestart, nogmaals aan starterkoord (18) trekken.

5. Op basis van een beschermplaat op de motor kan er een

lichte rookvorming ontstaan, indien u het apparaat voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal proces.

Aanwijzing: Gebruik de brandstofpomp “Pri- mer” (10) (afb. 1) alleen bij een koude machine! m Let op!

  • Laat het starterkoord (18) niet terugschieten.
  • Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen.

12.3 Motor uitschakelen

m WAARSCHUWING! Gevaar voor verwonding! Na het uitschakelen van de motor draait het mes (19) nog enkele seconden door. Als u de roterende delen aanraakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn. - Wacht tot de stilstand van het messen (19). - Rem het mes (19) niet af met de hand. - Draag veiligheidshandschoenen! - Houd het mes (19) uit de buurt van uw voeten.

1. Om de motor uit te schakelen, laat u de motorremhendel

(2) los. Wacht tot het mes (19) stilstaat.

2. Verwijder de bougiestekker (12) uit de bougie (12a) om

ongewenst starten van de motor te voorkomen.

  • Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u de grasmaaier in een gesloten ruime parkeert. Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oliën. Geen andere voorwerpen op de grasmaaier bewaren.
  • Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en moe- ren. Haal losse schroeven aan.
  • Leeg de grasopvangzak (16) voor het hernieuwde gebruik.
  • Neem ook het hoofdstuk “Opslag” in acht.

m WAARSCHUWING! Gevaar voor verwondingen en brandwonden! Het product kan onverwacht starten en kan daardoor ver- wondingen veroorzaken. - Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamhe- den de motor uit. - Laat de motor afkoelen. - Verwijder de bougiestekker (12) van de bougie (12a). m WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ern- stige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. - Adem benzine-/smeeroliedampen niet in. - Gebruik het product alleen in de open lucht.

13.1 Grasmaaier reinigen

Een reiniging met de tuinslang is alleen aan te bevelen met een lage druk. Een hogedrukreiniger is niet geschikt om de grasmaaier te reinigen. Hang de grasopvangzak (16) er uit en borstel deze met een handvegertje schoon. De behuizing van de grasmaaier kunt u ook grof met een vegertje reinigen. Bij grotere verontreinigingen kunt u de grasmaaier met een vochtige doek schoonvegen. Aanwijzing: Voordat u de grasmaaier kantelt, leegt u vol- ledig de benzinetank met een afzuigpomp voor benzine (niet bij de levering inbegrepen). De grasmaaier mag niet meer dan 90 graden worden ge- kanteld.

1. U kunt de grasmaaier het beste naar achteren kantelen.

Let er op dat de bougie (12a) hierbij naar boven wijst. Als de bougie (12a) naar onderen wijst, kan er olie weg- lekken en grote schade aan de motor en carburateur veroorzaken.

2. U kunt het apparaat als alternatief ook op de zijkant

kantelen. Hierbij moet u er op letten dat de luchtfilteraf- dekking (9) zich aan de bovenzijde bevindt.

3. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een spatel

en handveger. De spatel helpt om grove en grotere plan- tenresten uit het bereik van het mes (19) te verwijderen. De reiniging van de onderkant is eenvoudiger direct na gebruik en kan daardoor grondiger worden uitgevoerd. Dan is het vuil en de plantenresten nog vers en laat dan eenvoudiger los.

4. Indien nodig en bij moeilijk te verwijderen vuil, kunt u

ook een speciale reiniging gebruiken. Agressieve reini- gingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzine mo- gen niet worden gebruikt.

5. Controleer of het uitwerpen van gras vrij is van grasres-

ten en verwijder deze indien nodig.

m WAARSCHUWING! Gevaar voor verwonding! Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel. - Voor transport moet eerst de motor worden uitgeschakeld. - Laat de motor afkoelen. - Verwijder de bougiestekker (12) van de bougie (12a). BELANGRIJK: Voor het transport moet u de snijhoogte al- tijd in de hoogste stand brengen.

1. Leeg de benzinetank (8) met een afzuigpomp voor ben-

zine (niet bij de levering inbegrepen) (zie 16.4.).

5. Wikkel enkele lagen golfkarton tussen de bovenste duw-

beugel (3) en de onderste duwbeugel (6) en de motor om schuren te voorkomen.59NL/BE

m Let op! Bewaar het apparaat niet met een volle grasop- vangzak (16). Bij warm weer begint het gras door warmteont- wikkeling te fermenteren. Dit levert anders brandgevaar op. Bewaar het apparaat en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegankelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het apparaat in de originele verpakking. Dek het apparaat af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat.

  • Reinig en onderhoud het apparaat voordat u deze bewaart.
  • Bewaar de grasmaaier nooit met benzine in de benzinetank binnenin een gebouw op, omdat mogelijke benzinedam- pen in aanraking kunnen komen met open vuur of vonken.
  • De motor laten afkoelen, voordat u de grasmaaier in geslo- ten ruimtes plaatst.
  • Leeg, bij langdurige opslag de benzinetank met een afzuig- pomp voor benzine (niet bij de levering inbegrepen) (zie
  • Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat en het bereik rond de benzinetank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).

15.1 Voorbereiding voor het opslaan van de

grasmaaier m WAARSCHUWING! Verwijder de benzine niet in geslo- ten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.

1. Leeg de benzinetank (8) met een afzuigpomp voor ben-

zine (niet bij de levering inbegrepen) (zie 16.4.).

2. Voer een olieverversing uit (zie 16.3).

3. Verwijder de bougiestekker (12) van de bougie (12a).

Verwijder de bougie (12a) met een bougiesleutel (niet bij de levering inbegrepen).

4. Vul met een oliekan ca. 20 ml olie in de cilinder.

5. Trek langzaam aan het starterkoord (18), zodat de olie

de cilinder aan de binnenkant beschermt.

9. Bewaar het apparaat op een goed geventileerde plek.

15.2 Bovenste duwbeugel (3) dichtklappen

m WAARSCHUWING! Klemgevaar! Houd de bovenste duwbeugel (3) altijd met een hand op het hoogste punt. - Nooit de vingers tussen de bovenste duwbeugel (3) en de onderste duwbeugel (6) plaatsen. Voor een plaatsbesparende opslag is de bovenste duwbeugel (3) inklapbaar.

1. Verwijder de grasopvangzak (16).

2. Hang het starterkoord (18) aan de kabelhaak (17) los.

3. Draai de stergreepmoeren (4) aan de bovenste duw-

beugel (3) iets los (niet helemaal openen).

4. Klap de bovenste duwbeugel (3) omlaag. De kabels

mogen hierbij niet worden vastgeklemd.

m WAARSCHUWING! Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschre- ven staan, uitvoeren door onze gespecialiseer- de werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Er bestaat gevaar voor on- gevallen! Voer onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden altijd uit bij een uitgeschakelde motor en losgemaakte bougiestekker. Er bestaat gevaar voor verwonding! Laat het apparaat altijd afkoelen voordat on- derhouds- of reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd. Elementen van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor letsel en brandwonden! Het product kan onverwacht starten en kan daardoor ver- wondingen veroorzaken. - Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamhe- den de motor uit. - Laat de motor afkoelen. - Verwijder de bougiestekker (12) van de bougie (12a).

  • Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het apparaat onge- wijzigd te garanderen.
  • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastge- draaid om er zeker van te zijn dat het apparaat zich in een veilige werktoestand bevindt.
  • Controleer regelmatig de grasopvangzak (16) op slijtage of verlies van werking.
  • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of bescha- digde onderdelen.
  • Controleer de veilige bevestiging van de wielen (11).
  • Om de soepelheid van de wielen (11) te garanderen, raden wij aan om de wielassen en de wielnaven minimaal een- maal per seizoen te reinigen.
  • Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een ge- specialiseerde werkplaats.

16.1 Vervangen van de messen (19) (afb 13)

m Let op! Bij het werken met een beschadigd mes (19) be- staat er gevaar voor verwonding. - Draag veiligheidshandschoenen! Laat het mes (19) vanwege veiligheidsredenen alleen slijpen en afstellen door een gespecialiseerde werkplaats. Om een optimaal werkresultaat te bereiken, is het raadzaam om het mes (19) eenmaal per jaar te laten controleren. Bij het vervangen van het mes (19) mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt.

1. Leeg de benzinetank (8) met een afzuigpomp voor ben-

zine (niet bij de levering inbegrepen) voordat u het lem- met verwijdert. Kantel de grasmaaier nooit met een volle benzine- of olietank naar de zijkant of naar voren! De motor wordt daardoor beschadigd waardoor de garantie vervalt.

2. Houd het mes (19) met één hand vast.60 NL/BE

3. Draai de messchroef (20) linksom met behulp van een

steeksleutel SW17 (niet bij de levering inbegrepen) van de motorspil (22). Verwijder de volgring (21).

4. Plaats het nieuwe mes (19) in de omgekeerde volgorde

terug. Bevestig de messchroef (20) conform de voor- schriften. Let op dat het mes (19) juist is geplaatst en goed tegen de motorspil (22) ligt.

5. Het aanhaalmoment van de messchroef (20) is 45Nm.

Vervang ook de messchroef (20) als u het mes (19) ver- vangt.

16.1.1 Beschadigde messen (19)

Als het mes (19) ondanks alle voorzichtigheid met een obsta- kel in aanraking komt, direct de motor uitschakelen en de bou- giestekker (12) eruit trekken.

  • Mes (19) op beschadiging controleren.
  • Beschadigde of verbogen messen (19) moeten worden ver- vangen.
  • Nooit een verbogen mes (19) weer rechtbuigen.
  • Nooit met een verbogen of sterk versleten mes (19) werken, want dit veroorzaakt trillingen en kan tot meer beschadigin- gen aan de grasmaaier leiden.

16.2 Controle van het oliepeil (afb. 9)

m WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ern- stige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. - Adem benzine-/smeeroliedampen niet in. - Gebruik het product alleen in de open lucht. AANWIJZING! Productbeschadiging Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie- olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden. - Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd. - Gebruik uitsluitend motorolie SAE 10W-30 of SAE 10W-40. AANWIJZING! Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloei- stof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden. - Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige onder- gronden. - Gebruik een vulpijp of trechter. - Vang afgetapte olie in een geschikte container op. - Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften. - Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

1. Plaats de grasmaaier op een vlak, recht oppervlak.

2. Schroef de oliepeilstok (14) los.

3. Veeg de oliepeilstok (14) met een schone, pluisvrije doek

4. Plaats de oliepeilstok (14) weer terug en er weer uit. Con-

troleer het oliepeil, zonder de oliepeilstok (14) weer er in te schroeven.

5. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de

oliepeilstok (14) staan.

6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoe-

veelheid olie toe (max. 400 ml).

7. Schroef de oliepeilstok (14) vervolgens weer vast.

Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het begin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitgeschakelde motor wor

den uitgevoerd. Gebruik uitsluitend motorolie SAE 10W-30 of SAE 10W-40.

1. Plaats de grasmaaier op een vlak, recht oppervlak.

2. Schroef de oliepeilstok (14) los.

3. Zuig met een oliepomp en een slang (niet bij de levering

inbegrepen) de motorolie door de vulpijp af.

4. Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie 16.2).

16.4 Tap de benzine af met een benzine-afzuig-

1. Houd een opvangreservoir onder de slang van de af-

zuigpomp voor benzine (niet bij de levering inbegre- pen).

2. Schroef de tankdop (7) los en haal hem van de opening

3. Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in

de benzinetank (8) en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.

4. Schroef de tankdop (7) er weer op.

5. Om ervoor te zorgen dat er geen benzine in de car-

burateur achterblijft, moet de resterende benzine uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een ge- schikt reservoir (niet bij de levering inbegrepen) onder de carburateur en open de carburateurschroef (23) met behulp van een steeksleutel SW10 (niet bij de levering inbegrepen).

16.5 Onderhoud van het luchtfilter (9a) (afb. 14)

m GEVAAR! Brand- en explosiegevaar! Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en even- tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood. - Reinig het luchtfilter (9a) uitsluitend door uitkloppen. - Reinig het luchtfilter (9a) nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Het bedrijf van de motor zonder ingezet filterelement kan tot motorschade leiden. - Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterelement draaien. Vervuilde luchtfilters (9a) verminderen het motorvermogen door een te lage luchttoevoer naar de carburateur. Regelma- tige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Het luchtfilter (9a) moet elke 25 bedrijfsuren worden gecon- troleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffi- ge lucht moet het luchtfilter (9a) vaker worden gecontroleerd.

1. Verwijder de afdekking van het luchtfilter (9) en verwij-

der het luchtfilter (9a).

2. Reinig het luchtfilter (9a) uitsluitend door uitkloppen.61NL/BE

3. Vervang een defecte luchtfilter (9a) door een nieuwe.

4. Plaats het luchtfilter (9a) weer terug en brengt de afdek-

king van het luchtfilter (9) weer aan.

16.6 Onderhoud van de bougie (12a) (afb. 15 +16)

Controleer de bougie (12a) voor de eerste keer na 10 be- drijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (12a) elke 50 bedrijf- suren onderhouden.

1. Trek de bougiestekker (12) er met een draaibeweging

2. Verwijder de bougie (12a) met een bougiesleutel (niet bij

de levering inbegrepen).

3. Stel onder gebruik van een voelermaat de afstand in op

0,75 mm (0,030“). Breng de bougie (12a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.

16.7 Motorremhendel (2) (afb. 1 + 12)

De motor is voorzien van een mechanische rem, die regelma- tig moet worden gecontroleerd. Bij het loslaten van de mo- torremhendel (2) moet het mes (19) binnen 7 seconden tot stilstand zijn gekomen. Een draaiend mes (19) veroorzaakt duidelijk waarneembare windgeluiden. Het lopen van de messen (19) wordt door het veroorzaakte windgeluid aangegeven en kan zo worden ge- controleerd. Aanwijzing: Als u vaststelt dat de messtopinrichting niet correct functioneert, moet u contact opnemen met de klanten- service resp. een gespecialiseerde werkplaats. Controleer of het apparaat tijdens de volledige levensduur zich in perfecte staat bevindt. Een ondeskundig onderhoud kan leiden tot levensgevaarlijk letsel.

Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheids- technische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere per- sonen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren. Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen. Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde spe- cialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:

  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor Belangrijke aanwijzing bij reparatie: Houd er bij retourlevering van het apparaat voor reparatie rekening mee dat het apparaat om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Bougie, luchtfilter, mes, V-snaar

  • niet persé in de levering opgenomen!

17. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn recycle- baar. Verpakkingen milieuvriendelijk af- voeren. Informatie over het afvoeren van versleten appa- ratuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de benzine- tank en het motorreservoir worden geleegd!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke af- val of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.62 NL/BE

18. Verhelpen van storingen

De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Onrustige loop, sterk trillen van het apparaat Schroeven los Schroeven controleren Mesbevestiging los Mesbevestiging controleren Messen niet in balans Messen vervangen Motor loopt niet Motorremhendel niet ingedrukt Motorremhendel indrukken Gashendel in incorrecte stand Instelling controleren Bougie defect Bougie vervangen Benzinetank leeg Brandstof bijvullen Vervuilde brandstof Benzinetank legen en vullen met schone brandstof Koude omgeving Druk op de brandstofpomp “Primer” Motor defect Erkende klantenservice raadplegen Motor loopt onrustig Luchtfilter vervuild Luchtfilter reinigen Bougie vervuild Bougie reinigen Gras wordt geel, snede onregelmatig Mes is bot Messen slijpen Snijhoogte te gering Juiste hoogte instellen Uitwerping van het gras is rommelig Snijhoogte te laag Snijhoogte instellen Messen versleten Messen verwisselen Grasopvangzak verstopt Grasopvangzak legen of verstopping verhelpen63NL/BE

Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefo- nisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:

  • Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
  • De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of on- oordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebeho- ren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
  • De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantie- claims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstuk- ken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
  • Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantiepe- riode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang val- len. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Service-hotline / Hotline du service (NL):

21. Conformiteitsverklaring