ATIKA BSV 315 - Zaag

BSV 315 - Zaag ATIKA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BSV 315 ATIKA in PDF-formaat.

📄 160 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ATIKA BSV 315 - page 92
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ATIKA

Model : BSV 315

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BSV 315 - ATIKA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BSV 315 van het merk ATIKA.

GEBRUIKSAANWIJZING BSV 315 ATIKA

Garanzia Rispettare la dichiarazione di garanzia allegata.91 U mag het toestel niet in gebruik nemen, voordat u deze gebruiksaanwijzing heeft gele- zen, alle voorschriften heeft opgevolgd en het toestel als voorgeschreven heeft gemonteerd. Bewaar deze bedieningsaanwijzing voor alle toekomstige toepassingen. Inhoud EG Verklaring van overeenstemming 1 Lever hoeveelheid 91 Geluidskenmerken 91 Symbolen apparaat / Gebruiksaanwijzing 91 Toestelbeschrijving / Reserveonderdelen 92 Reglementaire toepassing 92 Restrisico’s 92 Veilig werken 93 Samenbouw 94 Voorbereiden ter ingebruikname 95 Ingebruikname 95 Afstelling van de zaag 96 Werken met de zaag 97 Onderhoud en reiniging 98 Transport 99 Opslag 99 Mogelijke storingen 100 Technische gegevens 101 Garantie 101 Lever hoeveelheid

  • Bandzaag BSV 315 (voorgemonteerd toestel)
  • Aanslaggeleideprofiel

Montage- en bedienblad Controleer na het uitpakken de inhoud van de verpakking

! aanwezigheid van alle onderdelen ! eventuele transportschade Meld mogelijke klachten direct aan uw leverancier of fabrikant. Latere reclamaties worden niet in behandeling genomen. Geluidskenmerken

Gebruik van de machine als bandzaag met standaard zaagband. Geluidsvermogen Geluidsvermogen aan de werkplaats Onbelast L

= 89,3 dB(A) Meetonzekerheidsfaktor K: 3 dB(A) De opgegeven waarden zijn emissiewaarden en kunnen niet als veilige werkplekwaarden genomen worden. Hoewel er samenhang tussen emissie- en immisiewaarden is, kan men deze waarden niet gebruiken voor het vaststellen van veiligheidsvoorzieningen tijdens het werk. Deze waarden kunnen sterk beïnvloed worden door verschillende factoren zoals, de tijdsduur, de eigenschappen van de ruimte, andere geluidsbronnen, het aantal machines, andere werkzaamheden in de directe omgeving, enz. De toegelaten waarden kunnen van land tot land verschillen. Deze gegevens zal de gebruiker echter in staat stellen een betere inschatting van de van de gevaren en risico’s te maken. Symbolen apparaat Vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en opvolgen. Oog- en geluidsbescherming dragen. Stofmasker dragen. Schakel de motor uit voor reparatie-, onder- houds- en reinigingswerkzaamheden en haal de netstekker uit hetcontactdoos. Niet aan regen blootzetten. Tegen vochtigheid beschermen. Gevaar voor verwonding van vingers en handen door de zaagband. Het product stemt overeen met de product- specifiek geldige Europese richtlijnen. Elektrische toestellen behoren niet in de huisafval. Toestellen, toebehoren en verpak- king naar een milieuvriendelijk recycling brengen. Europese Richtlijn 2002/96/EG over oude elektronische apparaten en electronica moe- ten niet meer bruikbare elektrische toestellen apart worden verzamend en een mili- euvriendelijk recycling worden toegevoerd. Symbolen in de gebruiksaanwijzing Dreigend gevaar of gevaarlijke situatie. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan schade of ver- wondingen tot gevolg hebben.

Belangrijke aanwijzing voor het vakkundig gebruik. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan tot lei- den.

Gebruikersaanwijzingen. Deze aanwijzingen helpen u de machine optimaal te benutten.

Montage, gebruik en onderhoud. Hier wordt precies uitgelegd wat u moet doen.92

Neem alstublieft het ingesloten montage- en bedienblad ter hand. Toestelbeschrijving / Reserveonderdelen

Pos.- nr. Benaming Bestel-nr.

Stelwiel voor zaagbandspanning

Bovenste deur van de behuizing

Schuifstokhouder 4 Schuifstok 362872

Onderste zaagbandbescherming 7 Onderste deur van de behuizing

Onderste bandzaagrol 362673

Kruk voor het instellen van de riem- spanning

Zaagtafel 14 Parallelaanslag 362698

Bovenste bandgeleiding 17 Bovenste bandzaagrol 362672

Stelwiel voor zaagbandbescherming

Stelwiel voor bovenste bandzaagrol 26 Aanslaggeleideprofiel 362699

Reglementaire toepassing Het toestel is geschikt voor het snijden van hout, houtach- tige materialen en kunststoffen. Het zagen van ronde materialen zonder gebruik van de voorgeschreven hulpmiddelen is niet toegestaan. Bij het zagen van vlakke werkstukken aan de smalle kant moet een geschikte winkelhaak met aanslag worden ge- bruikt ten behoeve van een goede geleiding. U mag alleen werkstukken verwerken die vielig ondersteund of geleid kunnen worden. Tot het toepassen volgens de voorschriften behoren ook het opvolgen van de gebruiks-, onderhouds- en reparatievoorschriften en na leven van de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant. Men moet zich tevens houden aan de algemeen geldende veiligheid- en gezondheids- voorschriften en die aanvullende voorschriften van het bedrijf. Alle verdere toepassingen gelden als niet volgens de voor- schriften. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de fabrikant niet aansprakelijk – de aansprakelijkheid is alleen voor de gebruiker. Eigen gemaakte wijzigingen aan de machine ontslaan de fabrikant van alle aansprakelijkheid. Deze machine mag alleen voorbereidt, gebruikt en onderhouden worden door personen die met de machine vertrouwd zijn en goed ingelicht zijn over de risico’s. Reparaties mogen alleen door de fabrikant of geautoriseerde werkplaatsen uitgevoerd worden. Metalen delen (spijkers, nieten, enz.) moeten uit het hout verwijderd worden voordat het gezaagd wordt. Restrisico’s Ook bij het gebruik volgens de voorschriften zijn er op grond van de constructie voor de toepassing van deze machine nog een aantal restricties. De restricties kunnen geminimaliseerd worden wanneer de veiligheids-, gebruiks-, gezondheids- en onderhoudsvoorschrif- ten nauwkeurig in acht genomen worden. Consideratie en voorzichtigheid verminderen het risico van personenletsels en beschadigingen. Gevaar voor verwonding van de vingers en handen door het gereedschap (zaagband) of werkstuk, bijvoorbeeld bij een zaagbandwissel. Terugslag van het werkstuk of delen hiervan. Breuk en wegslingeren van het zaagblad. Breuk en naar buiten slingeren van de zaagband. Gevaar door stroom door het niet juist aansluiten van de aansluitdraden. Het aanraken van onder spanning staande delen bij een geopende elektrische delen. Vermindering van het gehoor bij langdurig werken zonder gehoorbescherming. Emissie van zaagstof door het werken zonder voldoende stofafzuiging. Verder kunnen er ondanks alle genomen maatregelen niet zichtbare restricties bestaan.

Veilig werken Bij ondeskundig gebruik kunnen houtbewerkings- machines gevaarlijk zijn. Als een machine gebruikt wordt moeten de standaard voorzorgsmaatregelen genomen worden om het risico van brand, elektrische sluiting en het verwonden van personen uit te sluiten. Lees en volg de onderstaande aanwijzingen, de voorschriften te voorkoming van ongevallen en de algemene veiligheidsvoorschriften op, om u zelf en anderen tegen verwondingen te beschermen.

Geef de veiligheidsvoorschriften aan alle personen, die met deze machine werken, door.

Bewaar deze veiligheidsvoorschriften goed. Maak u voor gebruik met het apparaat vertrouwd, met behulp van de bedieningshandleiding. Wees oplettend. Let op dat, wat u doet. Ga met vgerstand te werk. Gebruik het toestel niet, wanneer u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicamenten staat. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het toestel kann tot ernstige verwondingen leiden. Zorg voor een goede werkhouding. Zorg voor een stabiele en uitgebalanceerde houding. Draag de juiste werkkleding. − Nauw sluitende kleding en geen sieraden dragen. − Geen schoenen met gladde zolen dragen. − Bij lang haar een haarnet dragen. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. − Gehoorbeschermer dragen (het geluidsnivo in de werkplaats komt over het algemeen boven de 85dB(A). − Veiligheidsbril (bij het zagen van aluminium). − Stofmaker. Gebruik de bandzaag alleen op een − stevige − vlakke − slipvaste − trillingvrije ondergrond. Zorg dat uw werkomgeving op orde is. Rommel kan ongevallen veroorzaken. Zorg voor een veilige houding en bewaar altijd het even- wicht. Let op de omgevingsinvloeden. − Zet de machine niet in de regen buiten. − Gebruik de machine niet in een vochtige of natte omgeving.

Zorg voor voldoende omgevingslicht. − Gebruik de machine niet in de buurt van brandbare stoffen of gassen. − De stof die ontstaat bij het zagen verslechtert het zicht en is deels gevaarlijk voor de gezondheid. Wanner de machine niet buiten staat, moet hij aangesloten worden op een afzuigunit. Laat de machine niet zonder toezicht achter. Personen onder 18 jaar mogen de bandzaag niet bedie- nen. Uitgezonderd zijn personen boven de 16 jaar in opleiding onder toezicht. Hou andere personen op afstand. Laat andere personen, in het bijzonder kinderen, het gereedschap of de kabel niet aanraken. Houdt ze ver van uw werkplek weg. Neem de correcte werkpositie in. De zaagtanden moeten in de richting van de gebruiker wijzen. Begin pas met het snijden, als de zaagband zijn benodig- de toerental heeft bereikt. Overbelast de machine niet. U werkt beter en zeker met de juiste belasting van de machine. Werk alleen met alle veiligheidsvoorzieningen op de juiste wijze aangebracht. Verander niets aan de machine wat de veiligheid in gevaar kan brengen. Gebruik geen gescheurde zaagbanden of zaagbanden die een andere vorm hebben aangenomen. Gebruik uitsluitend goed gescherpte zaagbanden, omdat stompe zaagbanden niet alleen het gevaar voor terugslag verhogen, maar ook de motor belasten. Gebruik alleen gereedschap dat aan de norm ISO 3295 / DIN 8806-1 voldoet. Het gebruik van gereedschappen en toebehoren van een ander fabrikaat kan risico’s met zich meebrengen. Gebruik de machine alleen waar hij voor gemaakt is (zie het betreffende hoofdstuk). Gebruik bij het zagen van smalle werkstukken (tot 120 mm. tussen het zaagblad en de aanslag) de bijgeleverde duwstok. Gebruik bij het aandrukken van kleine werkstukken een duwhout. Deze zijn in de handel verkrijgbaar. Gebruik geen kapotte duwstok of duwhout. Zorg ervoor dat afgesneden stukken niet door de zaag- band gegrepen en weggeslingerd worden. Verwijder splinters, spanen en afval niet met de hand uit de gevarenzone van de zaagband. Het snijden van rondhout met de standaard toevoerhul- pmiddelen is niet toegestaan. Gebruik voor het snijden van rondhout een speciale voorziening die het werkstuk beschermt tegen verdraaiing. Schakel de machine uit en neem de steker uit het stopcontact bij: − Reparatiewerkzaamheden − Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden − Controleren of de aansluitkabels verstrengeld of beschadigd zijn − Transport van de machine − Zaagbandwissel − Het verlaten van de machine (ook voor een korte tijd). Onderhoud de machine zorgvuldig: − Zorg ervoor dat het zaagblad altijd schoon en scherp is. U werkt sneller en beter en het is het behoud van uw machine. − Volg de voorschriften en aanwijzingen op bij het wisselen van het zaagblad − Hou de handgrepen vrij van vet en olie.94 Onderzoek de machine op eventuele beschadigingen. − Voordat de machine verder wordt gebruikt, moet zorg- vuldig worden onderzocht of de beschermingsvoorzi- eningen en licht beschadigde onderdelen foutloos en volgens de voorschriften functioneren. − Controleer of alle bewegende delen van de machine goed functioneren en niet klemmen of beschadigd zijn. Alle delen moeten juist gemonteerd zijn en goed functioneren om de machine correct te laten werken. − Beschadigde bescherminrichtingen en - delen moeten, indien noodzakelijk, door een erkende reparatiewerk- plaats gerepareerd of verwisseld worden. Met uitzonde- ring indien in de gebruiksaanwijzing anders aangegeven. − Beschadigde of onleesbare veiligheidsstickers dienen te worden vervangen. Laat geen sleutels steken! Controleer vóór het inschakelen altijd of de sleutels en instelgereedschappen verwijderd zijn. Als u de machine niet gebruikt moet u hem op een droge plaats, buiten het bereik van kinderen opslaan. Elektrische veiligheid De aansluitkabel moet volgens IEC 60 245 (H 07 RN-F) zijn, met een draad doorsnede van minstens: − 1,5 mm² bij een lengte tot 25 m. − 2,5 mm² bij een lengte vanaf 25 m. Lange en dunne aansluitkabels zorgen voor een span- ningsverlies. De motor bereikt zijn maximale vermogen niet meer, de werking van het toestel wordt minder. Bescherm u tegen een elektrische schok. Raak geen geaarde delen aan. Gebruik de kabel niet voor doeleinden warvoor hij niet ge- schikt is. Bescherm de kabel tegen hitte, olie of scherpe randen. De steker niet met de kabel uit het stopcontact trekken. Controleer de aansluitkabel van de machine regelmatig en laat hem indien nodig vervangen door een vakman. Let er bij het leggen van de aansluitkabel op dat deze niet stoort, bekneld raakt, geknikt wordt en de steekverbinding niet nat wordt. Controleer de verleng kabel regelmatig op beschadigingen en vervang hem als hij beschadigd is. Gebruik geen defecte kabels. Gebruik alleen toegestane en gemerkte verlengkabels. Maak geen geknutselde elektrische aansluitingen. Veiligheidsvoorzieningen nooit overbruggen of buiten- werking stellen. Het apparaat via een veiligheidsschakelaar (30 mA) aansluiten. Elektrische aansluitingen of reparaties mogen alleen door een erkend bedrijf of een erkende reparatiewerkplaats uitgevoerd worden. De plaatselijke voorschriften moeten opgevolgd worden. Reparaties aan andere delen van de machine mogen alleen door de fabrikant of een door hem erkende werk- plaats uitgevoerd worden. Alleen de originele toebehoren en onderdelen gebruiken. Bij het gebruik van niet originele onderdelen kunnen risico’s voor de gebruiker ontstaan. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen hierdoor ontstaan. Samenbouw

Monteer het raam. Bevestig hiertoe de poten (A) met telkens 8 schroeven M8 x 16, onderlegplaatjes A 8,4 en moeren M8 op het raam (B).

Bevestig de zaag op het raam.

Open de bovenste deur (2) van de behuizing.

Vervangen van de zaagband Kans op snijden! Draag handschoenen bij het vervangen van de zaagband.

° draai het stelwiel (1) naar links, de zaagband komt los

4. Breng de zaagband aan.

L Let op de juiste positie: de tanden moeten naar voren (richting deur) wijzen.

5. Leg de zaagband in het midden op de bandrol (17).

6. Draai het stelwiel (1) naar rechts tot de zaagband niet meer

wegglijdt. Voer de volgende instellingen uit vóór de verdere montage : ° zaagband spannen (zie „Zaagbandspanning“ pag. 96) ° zaagband uitlijnen (zie „Hoek van de bovenste bandzaagrol“ pag. 96) ° bandgeleiders uitlijnen (zie „Bovenste bandgeleider“ en „Onderste bandgeleider“ pag. 98)

Zaagtafel monteren Monteer de eindaanslagschroef (M6 x 35) aan de onderkant van de zaagtafel (13).

Plaats de zaagtafel (13) over de zaagband en leg hem op de zaagtafelgeleiding (20).95

Bevestig de zaagtafel (13) met vier moeren en plaatjes aan de zaagtafelgeleiding (20).

Zaagtafel uitlijnen Zaagtafel (13) uitlijnen naar de zijkant Î Draai de vier bevestigingsschroeven (C) los. Î Lijn de zaagtafel (13) zo uit, dat de zaagband zich in het midden van het tafelinzetstuk bevindt. Î Draai de bevestigingsschroeven (C) weer vast.

Zaagtafel (13) haaks uitlijnen Î Breng de bovenste zaagbandbescherming helemaal omhoog (zie „Bovenste zaagbandbescherming instellen“ pag. 97) Î Controleer de zaagbandspanning (zie „Zaagbandspanning“ pag. 96) Î Draai de vastzetschroef (D) los. Î Lijn de zaagtafel met behulp van een winkelhaak haaks uit ten opzichte van de zaagband. Î Draai de vastzetschroef (D) weer vast.

Draai de contramoer (E) los en verstel de stelschroef (F) tot de stelschroef de zaagtafel raakt. Draai de contramoer weer vast.

Parallelaanslag monteren Aanslaggeleideprofiel (26) monteren. Schuif het aanslaggeleideprofiel (26) op de tafelplaat en draai de vleugelschroeven vast.

Aanslaggeleiding monteren U kunt de parallelaanslag (14) rechts of links van de zaagband monteren. Schuif de parallele aanslag (14) op het aanslaggeleidings-profiel (26) en bevestig het zoals afgebeeld.

Breng de houder (3) voor de schuifstok aan. Voorbereiding voor ingebruikname

Om de machine foutloos te laten functioneren, moet u onderstaande aanwijzingen opvolgen: Plaats de zaag onder de volgende omstandigheden: − Slipvrij − Trillingsvrij − Vlak − Vrij van struikel gevaar − Met goede lichtomstandigheden Controleer voor elk gebruik: − de aansluitkabels op beschadiging gebruik geen beschadigde aansluitkabels. − het tafelinzetstuk op een reglementaire toestand − de zaagband op een optimale toestand − of alle deuren zijn gesloten − de duwstok binnen handbereik is Gebruik geen vervormde of beschadigde zaagbanden. Vervang een versleten of beschadigd tafelinzetstuk onmid-dellijk. Wanneer de machine niet in de openlucht wordt gebruikt, moet ze op beide afzuigstukken zijn aangesloten aan een spaanafzuiginstallatie (bijvoorbeeld een verplaatsbare kleine ontstoffer). Ingebruikname L Aansluiting op het net Vergelijk de netspanning met de spanning (bijv. 230 V.) die op het type plaatje is aangegeven. Sluit de machine volgens de voorschriften en op een geaard stopcontact aan. L Wisselstroommotor: Schuko contactdoos gebruiken, netspanning van 230V met een aardlekschakelaar (FI-schakelaar 30 mA). L Zekering van het net: 10 A traag De aansluitkabel moet volgens IEC 60 245 (H 07 RN-F) zijn, met een draad doorsnede van minstens: 1,5 mm² bij een lengte tot 25 m. 2,5 mm² bij een lengte vanaf 25 m.

In-/Uitschakelaar Gebruik geen toestel waarbij de schakelaar niet kan wor-den in- en uitgeschakeld. Beschadigde schakelaars moe-ten onmiddellijk worden gerepareerd of vervangen door de klantenservice. Inschakelen Druk op de groene knop ( I ) aan de schakelaar. L Beveiliging tegen opnieuw aanlopen bij stroomuitval Bij stroom uitval schakelt de machine automatisch uit. Om de machine weer in te schakelen drukt u eerst op de rode (0) en vervolgens op de groene knop (I).

Uitschakelen Druk op de rode knop (0) aan de schakelaar. Zaagband kiezen De standaard meegeleverde zaagband is geschikt voor hout en de meeste kunststoffen.96 Let op het volgende: − er mogen geen stompe of beschadigde zaagbanden wor- den gekozen. de gekozen zaagband en zijn toerental moeten geschikt zijn voor het te snijden materiaal. Spaanafzuiging aansluiten Werk in gesloten ruimtes uitsluitend met een spaan- afzuiging (luchtsnelheid op het afzuigstuk van de zaag ≥ 20 m/sec.). Zaag alleen zonder spaanafzuiging ° gedurende een korte periode (maximaal 30 min.) ° of met een stofmasker ° of in de openlucht Wanneer u geen spaanafzuiging aansluit, hoopt het zaagsel zich op en moet u het regelmatig verwijderen. Sluit de spaanafzuiginstallatie of kleine stofzuiger met een geschikte adapter aan op het spanenafzuigstuk. Afstelling van de zaag

Zaagbandspanning Een te hoge spanning kan ertoe leiden dat de zaagband breekt. Een te lage spanning kan tot gevolg hebben dat het aandrijfwiel doorglijdt, waardoor de zaagband stil komt te staan. Controle van de spanning Breng de bovenste zaagbandbe-scherming (19) helemaal omhoog (zie „Bovenste zaagbescherming instellen“ pag. 97) en druk met een vinger in het midden tussen de zaagtafel en de bovenste zaagbescherming tegen de zijkant van de zaag- band. ° de zaagband moet aan de zijkant slechts 3 – 5 mm kunnen worden ingedrukt.

Met het stelwiel (1) kan de spanning van de zaagband worden gecorrigeerd.

Spanning verhogen (+) ° draai het stelwiel naar rechts

Spanning verlagen (-) ° draai het stelwiel naar links

Hoek van de bovenste bandzaagrol Met het stelwiel (25) kan de hoek van de bovenste band- zaagrol (17) worden veranderd. Het verstellen zorgt ervoor dat de zaagband in het midden op de bandzaagrol loopt. Draai vóór het instellen de contramoer (G) los. Zaagband loopt naar achteren ° draai het stelwiel naar rechts

Zaagband loopt naar voren ° draai het stelwiel naar links Draai de contramoer (G) na het instellen weer vast.

Schuinverstelling van de zaagtafel Draai de vastzetschroef (D) los. U kunt de zaagtafel (13) traploos maximaal 45° tegen de zaagband neigen.

Parallelaanslag De parallelaanslag (14) wordt vastgeklemd op de zaagta- fel. De parallelaanslag kan rechts of links van de zaag- band worden gemonteerd.

L Plaats de aanslagliniaal aan de zijde van de aanslagge- leiding die naar de zaagband wijst.

Snijsnelheid instellen

1. Open de onderste deur van de behuizing.

2. Maak de aandrijfriem los door de kruk (11) naar rechts te

3. Leg de aandrijfriem op de bijbehorende riemschijf op het

aandrijfwiel (9) (onderste bandzaagrol) (10) en op de bi- jbehorende motorriemschijf. De instellingen zijn terug te vinden in het onderstaande sche- ma, dat ook aan de binnenkant van de deur van de behuizing is aangebracht. Materiaal Snijsnelheid Hardhout Kunst- stoffen NE- metalen 370 m/min 1 Hout 800 m/min 2 L Plaats de aandrijfriem nooit schuin. De riem moet ofwel op de twee voorste of op de twee achterste riemschijven lo- pen.

4. Span de aandrijfriem weer door de kruk (11) naar links te

draaien. De aandrijfriem moet in het midden ongeveer 10 mm kunnen worden doorgebogen97

5. Sluit de onderste deur van de behuizing weer.

6. Test de werking van de zaag minstens een minuut.

7. Zet de zaag uit en onderbreek de stroomtoevoer. Contro-

leer vervolgens de positie en de spanning van de aandrijfriem en corrigeer deze indien noodzakelijk. Werken met de zaag Voor aanvang van de werkzaamheden dient u de vol- gende punten in acht te nemen om de kans op verwon- dingen zo laag mogelijk te houden.

Zaagband in orde? Parallelaanslag klaar voor gebruik? Schuifstok binnen handbereik? Bovenste en onderste deur van de behuizing gesloten? De deuren van de behuizing bieden bescherming te- gen het aanraken van de aangedreven onderdelen bin- nenin de zaag. Werkplek opgeruimd? U mag de machine niet gebruiken voordat u deze gebruiks- aanwijzing heeft gelezen, alle voorschriften heeft opgevolgd en de machine als voorgeschreven heeft gemonteerd. Voor het uitvoeren van veranderingen of instellingen (bijv. zaagband vervangen, zaagtafel neigen, zaagband- bescherming instellen enz.): − toestel uitschakelen − wachten tot de zaagband stilstaat − stroomtoevoer onderbreken De volgende punten zijn belangrijk: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. − Gehoorbeschermer − Veiligheidsbril − stofmasker Draag bij het zagen geen handschoenen, wijde kleding of sierraden. Intrekgevaar! Neem de correcte werkpositie in. De zaagtanden moeten in de richting van de gebruiker wijzen. Ga buiten de gevarenzone van de zaagband staan. Stel de machine nooit in werking, als de deuren die de zaagband beschermen open staan. Leg de handen plat met gesloten vingers op het werkstuk. Zaag altijd slechts één werkstuk tegelijkertijd. Zaag nooit meerdere werkstukken tegelijkertijd of tot een bundel van samengevoegde losse stukken. Het gevaar bestaat dat losse stukken ongecontroleerd worden gegrepen door de zaagband. Zaag geen werkstukken waarop zich kabels, snoeren, banden of draden bevinden. Intrekgevaar! Druk het werkstuk bij het zagen op de zaagtafel. Let erop dat het werkstuk niet kantelt. Rem de zaagband niet af door middel van zijdelingse druk.

L Gebruik een tafelblad, zodat lange werkstukken na het doorzagen niet van de tafel vallen. Verwijder losse delen, spanen en splinters niet met de hand. Volg in ieder geval alle veiligheidsinstructies op. Schuifstok De schuifstok fungeert als verlengstuk van de hand en zorgt ervoor dat de zaagband niet per ongeluk kan worden aangeraakt. Wanneer moet de schuifstok worden gebruikt? − Als de afstand tussen zaagband en parallelaanslag kleiner is dan 120 mm. − Bij rechte sneden tegen de parallelaanslag. Wanneer u de schuifstok niet gebruikt, moet u deze in de houder aan de zijkant van het toestel hangen. Gebruik de schuifstok niet, als hij beschadigd is en ver- vang de schuifstok direct.

Bovenste zaagbandbescherming instellen De bovenste zaagbandbescherming voorkomt het per ongeluk aanraken van de zaagband en het rondvliegen van zaagsel. De hoogte van de bovenste zaagbandbescherming moet wor- den ingesteld: − vóór het zagen, ten behoeve van een aanpassing aan de werkstukhoogte − na veranderingen aan de zaagband (bijv. zaagband span- nen of vervangen, zaagtafel uitlijnen) De afstand tussen zaagbandbescherming en werkstuk moet 3 mm bedragen, zodat er voldoende bescherming tegen het aanraken van de zaagband wordt geboden. Instellen:

1. Draai de vastzet-schroef (H) los.

2. Met het stelwiel (18) kan de noodzakelijke positie van de

Ronde werkstukken snijden Het snijden van rondhout met de standaard toevoerhulpmidde- len is niet toegestaan. Gebruik voor het snijden van rondhout een speciale voorziening die het werkstuk beschermt tegen verdraaiing. Vlakke werkstukken aan de smalle kant zagen Bij het zagen van vlakke werkstukken aan de smalle kant moet een geschikte winkelhaak met aanslag worden gebruikt ten behoeve van een goede geleiding. Het zagen van smalle werkstukken (kleiner dan 120 mm) Schuif het werkstuk met beide handen naar voren, gebruik de schuifstok binnen het bereik van de zaagband.98 Het zagen van brede werkstukken Schuif het werkstuk bij het zagen met vlakke hand en ge-sloten vin-gers langs de aanslag. Het zagen van lange werkstukken Beveilig lange werkstukken tegen afglijden aan het einde van het zagen. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld afrolstandaards of soortgelijke voorzieningen.

1. Kies de parallelaanslag (14) en zaagtafelhoek die bij de soort snede past en stel ze in.

2. Kies de zaagbandsnelheid die bij het materiaal past en stel

deze snelheid in. Bij het zagen met parallelaanslag en gehelde zaagtafel kan het werkstuk kantelen. De parallelaanslag moet daarom worden be-vestigd op de omlaag gehelde zijde van de zaagtafel. 3. Stel de afstand tussen zaagbandbescherming en werkstuk in op 3 mm. 4. Leg het werkstuk op de zaagtafel. 5. Steek de stekker in het stopcontact. 6. Zet de zaag aan. 7. Zaag het werkstuk in één werkgang door. L Tip: Voer altijd een proefsnede uit, zodat instellingen kunnen worden gecorrigeerd.

8. Zet de zaag uit, als er niet meteen verder wordt gezaagd.

Reiniging en onderhoud

Voor aanvang van iedere onderhouds- en reinigingsbeurt − Toestel uitschakelen − Wachten tot de zaag stilstaat − Stroomtoevoer onderbreken Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden die niet in dit hoofdstuk worden genoemd, mogen uitsluitend worden uitge-voerd door de fabrikant of door hem aangewezen bedrijven. De in het kader van onderhoud of reiniging verwijderde veilig-heidsvoorzieningen moeten absoluut weer correct aange-bracht en gecontroleerd worden. Gebruik alleen originele onderdelen. Andere onderdelen kun-nen onverwachte schade en verwondingen tot gevolg hebben. Reiniging L Voor de optimale werking van de machine zijn de volgende punten van belang: Spuit het toestel niet schoon met water. Verwijder zaagsel en stof uitsluitend met een borstel of stofzuiger. Alle bewegende delen regelmatig reinigen en oliën. L Nooit vet gebruiken! Gebruik bijv. naaimachineolie, dunvloeribare hydraulische olie of milieuvriendelijke sproei-olie. Zorg ervoor dat de zaagband roest- en harsvrij blijft. Verwijder hars resten van het zaagblad. L Harsresten kunnen worden verwijderd met een gangbare onderhouds- en verzorgingsspray. Behandel het oppervlak van de zaagtafel na het reinigen met een glijmiddel. De zaagband is onderhevig aan slijtage en wordt na lang- durig of regelmatig gebruik stomp. Vervang in dat geval de zaagband. Onderhoud Zaagbandwissel Kans op snijden! Draag handschoenen bij het vervangen van de zaagband. Gebruik alleen geschikte zaagbanden.

1. Maak de beide deuren van de behuizing open (2 / 7). 2. Maak de 2 spanhefbomen (I) aan de onderkant van de aanslaglijst (26) los. 3. Neem de aanslaglijst (26) weg. 4. Breng de bovenste zaagbandbescherming (19) helemaal omlaag. 5. Breng de bovenste bandrol (17) omlaag ° draai het stelwiel (1) naar links, de zaagband komt los 6. Neem de zaagband weg. 7. Plaats een nieuwe zaagband. L Let op de juiste positie: de tanden moeten naar voren (richting deur) wijzen. 8. Leg de zaagband in het midden op de bandrol (17).

9. Draai het stelwiel (1) naar rechts tot de zaagband niet meer

10. Bevestig de aanslaglijst en sluit de onderste deur van de

behuizing weer. 11. Aansluitend: ° zaagband spannen (zie „Zaagbandspanning“ pag. 96) ° zaagband uitlijnen (zie „Hoek van de bovenste bandzaagrol“ pag. 96) ° bandgeleiders uitlijnen (zie „Bovenste bandgeleider“ en „Onderste bandgeleider“ pag. 98) ° werking van de zaag minstens een minuut testen ° zaag uitschakelen, stroomtoevoer onderbreken en in-stellingen opnieuw controleren Bovenste bandgeleider uitlijnen De bovenste bandgeleider bestaat uit:99 ° twee geleidingsrollen (deze geleiden de zaagband aan de zijkant) ° een steunrol (deze ondersteunt de zaagband van achteren) Controleer de geleidingsrollen en steunrol na iedere zaagbandwissel en zaagbanduitlijning en lijn ze even- tueel opnieuw uit. L De geleidingsrollen en steunrol zijn onderhevig aan slijtage. Controleer ze regelmatig en vervang in geval van slijtage alle rollen tegelijkertijd.

Geleidingsrollen instellen:

1. Draai de schroeven (J) los.

2. Verschuif de houder (K) zodanig dat de geleidingsrollen (L)

5. Druk de geleidingsrollen (L) tegen de zaagband.

6. Open de bovenste deur en draai de bandzaagrol enkele

malen met de hand naar rechts, zodat de geleidingsrollen de juiste positie bereiken ° beide geleidingsrollen moeten de zaagband licht ra- ken).

Sluit de bovenste deur van de behuizing.

2. Druk de steunrol (O) tegen de zaagband, zodat hij de

zaagband licht raakt.

3. Zet de vastzethefboom (N) weer vast.

Onderste bandgeleider uitlijnen De onderste bandgeleider bestaat uit: ° twee geleidepennen (deze geleiden de zaagband aan de zijkant) ° een steunrol (deze ondersteunt de zaagband van achteren) Lijn de geleidepennen en steunrol na iedere zaag- bandwissel en zaagbanduitlijning opnieuw uit. L De geleidepennen en steunrol zijn onderhevig aan slijtage. Controleer ze regelmatig en vervang de pen- nen en rol in geval van slijtage tegelijkertijd.

1. Maak de 2 spanhefbomen aan de onderkant van de

aanslaglijst (26) los.

2. Neem de aanslaglijst (26) weg.

3. Draai de vier schroeven en plaatjes op de zaagtafelgelei-

Geleidepennen instellen:

1. Draai de schroeven (P) los.

2. Verschuif de houder (Q) zodanig dat de geleidepennen (R)

ca. 1 mm achter de tandkuil beginnen.

3. Draai de schroef vast (P).

4. Druk de geleidepennen (R) tegen de zaagband.

5. Maak de bovenste deur open en draai de bandzaagrol en-

kele keren met de hand naar rechts, zodat de geleidepennen in de juiste positie komen te staan ° beide geleidepennen moeten de zaagband licht raken

Sluit de beide deuren van de behuizing weer.

2. Druk de steunrol (U) tegen de zaagband, zodat hij de

zaagband licht raakt.

3. Draai de schroef (T) weer vast.

4. Plaats de tafel weer over de zaagband en schroef hem

vast aan de zaagtafelgeleiding.

5. Bevestig het aanslaggeleideprofiel (26) weer.

Voor het transport de steker uit het stop- contact nemen.

Transporteer de zaag alleen als: − de bovenste zaagbandgeleider helemaal omlaag is gebracht − het uitstekende toebehoren is afgeschroefd Opslag

Neem de steker uit het stopcontact. Bewaar de machine in een droge en afgesloten ruimte, buiten het bereik van kinderen. Om de levensduur van de machine te verlengen en de ma- chine optimaal te laten functioneren is het gewenst voor opslag de volgende punten in uit te voeren: − De machine grondig reinigen. − Alle bewegende delen met milieuvriendelijke olie behandelen.

De delen van de bandzaag mogen niet worden ingevet.100 Mogelijke storingen

Voor het verhelpen van iedere storing − Toestel uitschakelen − Wachten tot de zaag stilstaat − Stroomtoevoer onderbreken Na het verhelpen van iedere storing moeten alle veiligheidsvoorzieningen weer in werking gesteld en getest worden. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De machine schakelt niet in of schakelt onbelast weer uit.

  • Kabel testen, defecte kabel niet meer gebruiken.
  • Motor of schakelaar door een service- werkplaats laten repareren of met originele onderdelen laten vervangen. Motor bromt, maar slaat niet aan

Condensator door de klantenservice laten vervangen De motor blijft tijdens het zagen stilstaan.

  • Werkstuk wordt te snel aangevoerd.
  • Motor laten afkoelen en met minder druk verder werken. Werkstuk klemt bij het naar voren schuiven of terugtrekken
  • De parallelaanslag staat niet parallel met de zaagband

Houd het werkstuk vast en zet de motor onmiddellijk af. Vervang hierna de zaagband.

  • Plaats de nieuwe parallelaanslag. Brandvlekken op het zaagvlak
  • Zaagband is ongeschikt voor de bewerking of stomp

Zaagband vervangen Zaagband breekt

  • Verkeerde zaagspanning

Zaagbandspanning opnieuw instellen

  • Druk tegen de zaagband verminderen.
  • Onjuiste zaagband ° dun werkstuk = smalle zaagband ° dik werkstuk = brede zaagband Zaagband kromgetrokken
  • Te sterke zijdelingse belasting

Zijdelingse druk op de zaagband vermijden. Zaagband loopt uit de snijlijn of loopt af

  • Zaagband loopt niet in het midden op de bovenste bandzaagrol

Hoek van de bovenste bandzaagrol instellen Zaag trilt

  • Bevestigingsschroeven van de motor zijn los

Zaag bevestigen op een geschikte onder- grond

  • Zaagtafel uitlijnen en bevestigen
  • Bevestigingsschroeven vastdraaien Spanenuitlaatopening verstopt
  • Geen afzuiginstallatie aangesloten
  • Afzuigvermogen te zwak

Zaag uitschakelen, zaagsel verwijderen en afzuiginstallatie aansluiten

  • Zaag uitschakelen, zaagsel verwijderen en afzuigvermogen verhogen (luchtsnelheid ≥ 20 m/sec op het spanenafzuigstuk. Zaagband beweegt niet, hoewel de motor draait

Aandrijfriem spannen

Aandrijfriem vervangen101 Technische gegevens Type / Model BSV 315 Bouvwjaar zie laatste pagina Vermogen P

Zekering van het net 10 A traag Zaagsnelheid 370 m/min., & 800 m/min. Zaagbandlengte 2240 mm -10 mm Zaagbandbreedte 12,5 ± 1 mm Max. zaagbanddikte 0,5 mm -0,1 mm Zaagbandrollen 315 mm Tafelgrootte 400 x 520 mm Schuinverstelling zaagtafel 0 – 45 ° max. Zaaghoogte 155 mm Max. doorgangsbreedte 300 mm Afzuigaansluiting ∅ 100 mm Afmetingen (lengte x breedte x hoogte) 600 x 760 x 1700 mm Gewicht 50,5 kg Als afzuiging kunt u een stofzuiger of een industriezuiger gebruiken.