KFM 1510 F - Freesmachine METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KFM 1510 F METABO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KFM 1510 F METABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KFM 1510 F - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KFM 1510 F van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING KFM 1510 F METABO
Originele gebruiksaanwijzing Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze kantenfrezen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 4. De kantenfrees is bedoeld voor het frezen van randen van staal, edelstaal, aluminium en aluminiumlegeringen op professioneel gebied. Voor het bewerken van aluminium, aluminiumlegeringen en edelstaal moet een geschikt smeermiddel (best.nr.: 6.23443) worden gebruikt. Ook bij het bewerken van staal is dit smeermiddel aan te raden, aangezien hierdoor de levensduur van het gereedschap toeneemt en de machine eenvoudiger over het werkstuk glijdt. Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor schade door oneigenlijk gebruik. De algemeen erkende ongevallenpreventievoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten in acht worden genomen. Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool! WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico van letsel te verminderen. WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Als de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door. a) Gebruik geen accessoires die door de fabrikant niet speciaal voor dit elektrisch gereedschap bestemd en aanbevolen zijn. Wanneer u de toebehoren aan uw elektrisch gereedschap kunt bevestigen, is dat nog geen garantie voor veilig gebruik. b) Gebruik geen beschadigd inzetgereedschap. Controleer de wisselplaten vóór gebruik altijd op splinters, scheuren, geringe of sterke slijtage. Wanneer het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap valt, controleer dan of het beschadigd is, of ga over op onbeschadigd inzetgereedschap. c) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag afhankelijk van de toepassing volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of een veiligheidsbril. Draag zo nodig een stofmasker, gehoorbescherming, veiligheidshandschoenen of een speciale schort, die u bescherming biedt tegen kleine materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen tegen rondvliegende deeltjes, die bij verschillende toepassingen ontstaan, beschermd te worden. Stof- of adembeschermingsmaskers dienen het stof dat bij de toepassing ontstaat te filteren. Wanneer u lang aan hard geluid wordt blootgesteld, kan uw gehoor beschadigd raken. d) Let erop dat andere personen zich op een veilige afstand van uw werkgebied bevinden. Iedereen die het werkgebied betreedt, dient persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen. Brokstukken van het werkstuk of gebroken inzetgereedschap kunnen wegvliegen en ook buiten het directe werkgebied letsel veroorzaken. e) Houd het elektrisch gereedschap bij het starten steeds goed vast. Tijdens het aanlopen naar het volledige toerental kan het elektrisch gereedschap door het reactiemoment van de motor verdraaien. f) Gebruik, indien mogelijk, schroefklemmen om het werkstuk te bevestigen. Werk nooit met een klein werkstuk in de ene hand en het elektrisch gereedschap in de andere. Door het vastspannen van kleine werkstukken heeft u beide handen vrij voor een betere controle van het elektrisch gereedschap. g) Leg het elektrisch gereedschap nooit weg voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact komen met de ondergrond waardoor u mogelijk de controle over het elektrisch gereedschap kunt verliezen. h) Laat het elektrisch gereedschap niet draaien wanneer u het draagt. Door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap kan uw kleding worden gegrepen en kan het inzetgereedschap zich in uw lichaam boren.
i) Reinig regelmatig de ventilatiesleuven van
uw elektrisch gereedschap. De motorventilator trekt stof in de behuizing, en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken. j) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van brandbaar materiaal. Vonken en hete spaanders kunnen deze materialen ontsteken. k) Gebruik geen inzetgereedschap waarvoor vloeibare koelmedia nodig zijn. Het gebruik van
1. Conformiteitsverklaring
veiligheidsinstructies
4. Speciale veiligheidsinstructiesNEDERLANDS nl
water of andere vloeibare koelmedia kan leiden tot een elektrische schok.
4.1 Veiligheidsinstructies met het oog op
terugslag Terugslag is de plotselinge reactie als gevolg van draaiend inzetgereedschap dat blijft haken of blokkeert. Indien het draaiende inzetgereedschap blokkeert of blijft haken, komt het onmiddellijk tot stilstand. Hierdoor wordt een ongecontroleerd elektrisch gereedschap tegen de draairichting van het inzetgereedschap in op de plaats van de blokkering versneld. Wanneer een wisselplaat in het werkstuk blijft haken of blokkeert, kan de rand van de wisselplaat, die invalt in het werkstuk, vastraken, met het uitbreken van de wisselplaat of een terugslag als mogelijk gevolg. De wisselplaathouder beweegt zich dan naar of weg van de bediener, afhankelijk van de draairichting van de wisselplaathouder op de plaats van de blokkering. Hierbij kunnen wisselplaten ook breken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of onjuist gebruik van het elektrisch gereedschap. Dit kan worden voorkomen door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven. a)Houd het elektrisch gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in een dergelijke positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. De gebruiker kan door geschikte veiligheidsmaatregelen te nemen de terugslagkrachten beheersen. b) Werk bijzonder voorzichtig bij hoeken, scherpe randen, enz. Zorg ervoor dat het inzetgereedschap niet van het werkstuk terugspringt en klem komt te zitten. Het roterende inzetgereedschap heeft de neiging om bij hoeken, scherpe randen of wanneer het terugspringt klem te raken. Dit leidt tot verlies van controle of een terugslag. c) Geleid het inzetgereedschap altijd in dezelfde richting in het materiaal als waarin het snijgereedschap het materiaal verlaat (komt overeen met dezelfde richting waarin de spanen worden uitgeworpen). Wordt het elektrisch gereedschap in de verkeerde richting geleid, dan kan de snijkant van het inzetgereedschap uit het werkstuk breken, waardoor het elektrisch gereedschap in deze aanzetrichting wordt getrokken. d) Voorkom een te hoge aandrukkracht of een blokkering van de wisselplaat. Stel geen hogere dan de maximaal toegestane geleiderandhoogte in. Bij een overbelasting van de wisselplaat worden ook de belasting en de neiging tot schuin wegdraaien of blokkeren verhoogd, en daarmee de kans op een terugslag of breuk de wisselplaat. e) Mijd met uw hand het gebied voor en achter de roterende wisselplaat. Wanneer u de wisselplaat in het werkstuk van u af beweegt, kan ingeval van een terugslag het elektrisch gereedschap met de draaiende wisselplaat direct naar u toe worden geslingerd. Draai resp. vervang bot geworden wisselplaten of dergelijke waarvan de coating is versleten op tijd. Botte wisselplaten verhogen het gevaar dat de machine blijft steken en niet meer te bedienen is.
4.2 Overige veiligheidsinstructies:
Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken, omdat de frees het eigen netsnoer kan raken. Door het contact met een spanningsgeleidend snoer kunnen ook metalen onderdelen van de machine onder spanning worden gezet, met een elektrische schok als gevolg. Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. WAARSCHUWING – Draag altijd een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat instelt, ombouwt, reinigt of er onderhoud aan pleegt. Draag geschikte veiligheidskleding. Let erop dat niemand gewond raakt door weggeslingerde voorwerpen. Houd zich in de buurt bevindende personen en huisdieren op een veilige afstand ten opzichte van het apparaat. Houd haren, los zittende kleding, vingers en andere lichaamsdelen uit de buurt. Zij kunnen vastgegrepen worden en hierdoor erin worden getrokken. Gebruik een haarnet indien u lange haren heeft. Waarschuwing voor draaiend gereedschap Draag altijd een veiligheidsbril, werkhandschoenen en stevig schoeisel wanneer u met de machine werkt. Gevaar voor letsel door scherpe randen. Draag veiligheidshandschoenen. Wisselplaten, wisselplaathouder, werkstuk en spaanders kunnen heet zijn na het werken. Draag veiligheidshandschoenen. Een beschadigde of gebarsten extra greep dient te worden vervangen. Indien de extra greep defect is, de machine niet gebruiken. Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat instelt, ombouwt, reinigt of er onderhoud aan pleegt. Het gebruik van een stationaire afzuiginrichting wordt aanbevolen. Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. aanspreekstroom van 30 mA voor de machine. Wanneer de machine door de FI- veiligheidsschakelaar wordt uitgeschakeld, dient hijNEDERLANDSnl
gecontroleerd en gereinigd te worden. Zie hoofdstuk 10. Reiniging. Draag gehoorbescherming als gedurende lange tijd met de machine gewerkt wordt. Langdurige blootstelling aan een hoger geluidsniveau kan tot beschadiging van het gehoor leiden. Alleen scherpe, onbeschadigde wisselplaten gebruiken. Het werkstuk dient stevig te liggen en beveiligd te zijn tegen wegglijden, bijv. met behulp van spaninrichtingen. Grote werkstukken dienen voldoende te worden ondersteund. Zorg ervoor dat vonken en hete spaanders die tijdens het gebruik ontstaan, geen gevaar veroorzaken, bijv. de gebruiker of andere personen raken of ontvlambare substanties doen vlam vatten. Gevaarlijke gebieden moeten met moeilijk ontvlambare dekens afgedekt worden. Houd in brandgevaarlijke bereiken een geschikt blusmiddel bij de hand. Houd de machine altijd met beide handen aan de hiervoor bestemde handgrepen vast, zorg ervoor dat u stevig staat en werk geconcentreerd. Houd uw handen uit de buurt van het freesgedeelte en het inzetgereedschap. Het draaiende gereedschap niet aanraken! Verwijder spaanders en dergelijke uitsluitend bij een uitgeschakelde en stilstaande machine. Stekker uit het stopcontact halen. Beschadigd, onrond resp. trillend inzetgereedschap mag niet gebruikt worden. Niet boven uw hoofd werken. Gebruik nooit een incomplete machine of een machine waaraan niet-geoorloofde wijzigingen zijn aangebracht. De stofbelasting verminderen: Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: lood (in loodhoudende verf), mineraal stof (uit bakstenen, beton e.d.), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de stofbelasting worden blootgesteld. Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen. Om de belasting met deze stoffen te verminderen: zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag een geschikte veiligheidsbescherming, zoals bijv. ademmaskers die in staat zijn om de microscopische kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren. Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling). Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat ze neerslaan in de omgeving. Verminder de stofbelasting door: - de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten, - een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken, - de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op. - Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen. Zie pag. 2, en 3. 1 Beugelhandgreep 2 Vergrendelschijven 3 Vleugelschroeven 4 Schroefgaten van de aandrijfkast 5 Zijdelingse handgreep * 6 Schaal (geleiderandhoogte) 7 Instelring (geleiderandhoogte) 8 Klemschroeven van de schaalring 9 Schaalring (geleiderandhoogte)
Stelknop voor de toerentalinstelling
11 Elektronische signaalindicatie * 12 Handgreep 13 Schroeven van de spaanderbeschermplaten 14 Spaanderbeschermplaten 15 Geleideplaat 16 Pijl = voorgeschreven werkrichting 17 Schaal (geleiderandhoek) 18 Schroeven (geleiderandhoek) 19 Wisselplatenhouder / freeskop 20 Wisselplaat 21 Bevestigingsschroef van de wisselplaat 22 Schakelschuif * 23 Paddle-schakelaar * 24 Blokkering * 25 Drukschakelaar * 26 Geleiderol 27 Schaal (buisdiameter) *afhankelijk van de uitvoering Vergelijk voor de ingebruikname, of de op het typeplaatje aangegeven spanning en frequentie overeenkomen met de gegevens van uw stroomnet. Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. aanspreekstroom van 30 mA voor de machine.
6.1 Extra handgreep aanbrengen
Alleen met een gemonteerde beugelhandgreep (1) of zijdelingse handgreep
(5) (afhankelijk van de uitvoering) werken! De handgreep zoals getoond aanbrengen (zie pagina 2, afb. A). Beugelhandgreep (1) aanbrengen - Vergrendelschijven (2) links en rechts op de handgreep (1) plaatsen. - Handgreep (1) met de vergrendelschijven (2) van voren op de motorbehuizing schuiven. - Vleugelschroeven (3) links en rechts in de handgreep (1) steken en licht vastschroeven. - Gewenste hoek van de handgreep (1) instellen. - Vleugelschroeven (3) links en rechts stevig met de hand vastdraaien. Zijdelingse greep (5) aanbringen (afhankelijk van de uitvoering, alleen bij KFM 15-10 F, KFMPB 15-10 F): Bij het kantfrezen van kleine hoeken (instelling < 30°) kan het, afhankelijk van de werkomstandigheden, van voordeel zijn, de zijdelingse greep (5) in plaats van de beugelhandgreep (1) te gebruiken. Bij grotere hoeken altijd de beugelhandgreep (1) gebruiken, om de machine veilig vast te kunnen houden. - De zijdelingse greep (5) aan de rechter of linker kant van de machine vast schroeven. Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat instelt, ombouwt, reinigt of er onderhoud aan pleegt. Wisselplaten, wisselplaathouder, werkstuk en spaanders kunnen heet zijn na het werken. Draag veiligheidshandschoenen. Klemgevaar! Draag veiligheidshandschoenen.
7.1 Geleiderandhoek instellen
1. De ingestelde geleiderandhoek aflezen aan de
spaanderbeschermplaten (14) (links en rechts van de machine) naar boven schuiven.
3. Schroeven (18) (voor en achter) losmaken en de
geleiderandhoek door het draaien van de geleideplaat (15) instellen op de gewenste hoek. Ingestelde geleiderandhoek aflezen aan de schaal (17).
4. Schroeven (18) (voor en achter) stevig
rechts van de machine) helemaal naar beneden schuiven. Schroeven (13) (links en rechts van de machine) vastdraaien.
6. Door het veranderen van de geleiderandhoek
verandert ook de geleiderandhoogte (afhankelijk van het model). Stel daarom na iedere keer dat de geleiderandhoek werd ingesteld, ook de geleiderandhoogte opnieuw in. Zie hoofdstuk 7.2
7.2 Geleiderandhoogte instellen
Eerst de geleiderandhoek instellen:
1. Controleer eerst, of de gewenste
geleiderandhoek is ingesteld. Ingestelde geleiderandhoek aflezen aan de schaal (17). Indien nodig instellen. Zie hoofdstuk 7.1 Instelwaarde vaststellen: Aanwijzing: grote geleiderandhoogtes altijd in meerdere keren frezen (tenminste 3) tot stand brengen. Harde materialen moeten nog vaker worden gefreesd. Hierdoor ontstaan de volgende voordelen: hogere levensduur van de wisselplaten, een grotere oppervlaktekwaliteit van het werkresultaat, prettiger werken. De beneden vermelde "maximale geleiderandhoogte per freesbeurt" niet overschrijden. KFM 15...(bij 45°): 1e freesbeurt: max. 6 mm 2e+3e freesbeurt: max. 2 mm KFM 17...:(bij 45°) 1e freesbeurt: max. 9 mm 2e+3e freesbeurt: max. 3 mm De maximaal toegestane geleiderandhoogte (h max
niet overschrijden (zie hoofdstuk Technische gegevens). Voor een optimale oppervlaktekwaliteit is het aan te bevelen, tijdens de laatste freesbeurt slechts nog maar een beetje materiaal af te schuren.
2. Kies het voor uw machine geldige diagram uit
3. Kies de voor de ingestelde geleiderandhoek
geldige lijn uit (zie achterzijde).
4. Voorbeeld voor een geleiderandhoek van 45°
en een gewenste geleiderandhoogte van 3 mm (zie afb. beneden). Resultaat: instelwaarde = 2,0. Kies langs de Y-as de geleiderandhoogte die u wilt instellen. Trek een horizontale lijn tot aan het kruispunt met de lijn. Trek vanaf dit kruispunt een verticale lijn tot aan de X-as. Lees de waarde van de X-as af. Deze waarde "X" moet u nu op de volgende manier instellen aan de machine. Opmerking: het diagram heeft betrekking op scherpe werkstukken. Bij werkstukken met een afgeronde rand moet hiermee rekening worden gehouden tijdens het instellen van de freeshoogte.
De geleiderandhoogte instellen:
5. De instelring (7) naar boven trekken en zo
draaien, dat aan de schaal (9) de waarde "X" uit het diagram is ingesteld. Zie afbeelding (beneden): ingestelde waarde "X" = 2,0. (Een omdraaiing komt overeen met "X"=3. Voor een grotere X-waarde: meerdere omdraaiingen uitvoeren. De schaal (6) dient als grove oriëntatie tijdens het instellen).
7. Als voor de laatste freesbeurt de
geleiderandhoogte zeer nauwkeurig moet worden ingesteld, gaat u als volgt te werk: Voer een test uit. De gefreesde geleiderandhoogte meten en indien nodig door het draaien van de instelring (7) met slechts een streep van de schaal aanpassen: draaiing rechtsom = grotere geleiderandhoogte. Draaiing linksom = geringere geleiderandhoogte. Voer nog een test uit. Indien nodig herhaalt u deze stap.
8.1 In-/uitschakelen
De machine altijd met beide handen geleiden. Eerst inschakelen, dan het inzetgereedschap naar het werkstuk bewegen. Voorkom onverhoeds starten: de machine altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of wanneer sprake is geweest van een stroomonderbreking. Bij continue inschakeling draait de machine verder wanneer hij uit de hand wordt getrokken. Houd de machine daarom altijd met beide handen aan de hiervoor bestemde handgrepen vast, zorg ervoor dat u stevig staat en werk geconcentreerd. Voorkom dat de machine stof en spaanders op wervelt of naar binnen zuigt. De machine na het uitschakelen pas wegleggen wanneer de motor tot stilstand is gekomen.
(zie pagina 3, afb. B): Inschakelen: schakelschuif (22) naar voren schuiven. Voor een langdurige inschakeling vervolgens naar beneden klappen tot hij vast klikt. Uitschakelen: op het achterste uiteinde van de schakelschuif (22) drukken en loslaten.
(zie pagina 3, afb. B): Inschakelen: paddle-schakelaar (23) in de richting van de pijl schuiven en vervolgens de paddle-schakelaar (23) drukken. Uitschakelen: paddle-schakelaar (23) loslaten.
(zie pagina 3, afb. B): Momentinschakeling: Inschakelen: de blokkering (24) indrukken en vervolgens op de drukschakelaar (25) drukken. Laat de blokkering (24) los. Uitschakelen: laat de drukschakelaar (25) los. Continue inschakeling: Inschakelen: de blokkering (24) indrukken en ingedrukt houden. De drukschakelaar (25) indrukken en ingedrukt houden. De machine is nu ingeschakeld. Nu de blokkering (24) nogmaals indrukken om de drukschakelaar (25) te vergrendelen (continue inschakeling). Uitschakelen: de drukschakelaar (25) indrukken en loslaten.
8.2 Toerental instellen (KFM 15-10 F)
- Met de stelknop (10) kan het toerental vooraf worden ingesteld en traploos worden veranderd. De standen 1-6 komen bij benadering overeen met het volgende toerental bij nullast: 1 p. 7800
- / min 4 p. 1020
- 0 / min 2 p. 8600
- / min 5 p. 1110
- 0 / min 3 p. 9400
- / min 6 p. 1220
- 0 / min De VTC-elektronica maakt materiaalgericht werken en een vrijwel constant toerental mogelijk, ook onder belasting. Toerentalaanbevelingen voor verschillende materialen: Aluminium, koper, messing -6 Staal tot 400 N/mm p. 4
...................................... 2-4 Edelstaal ....................................................... 1-3 De optimale instelling is het beste vast te stellen door deze in de praktijk uit te proberen.
8.3 Algemene werkinstructies
1. Wisselplaten (20) controleren. Beschadigde of
versleten wisselplaten vervangen.
2. Werkstuk trillingsvrij met spaninrichtingen
3. Bij het bewerken van buizen dient u hoofdstuk
8.4 in acht te nemen.
4. Geleiderandhoek instellen (zie hoofdstuk 7.1).
5. Geleiderandhoogte instellen (zie hoofdstuk 7.2).
6. Houd de machine altijd met beide handen aan
de hiervoor bestemde handgrepen vast, zorg ervoor dat u stevig staat en werk geconcentreerd.
7. De wisselplaten (20) raken het werkstuk niet
aan. Eerst inschakelen, dan de machine met de geleideplaat (15) op het werkstuk plaatsen en dan het inzetgereedschap langzaam in het werkstuk leiden.
8. De machine alleen in de, op de machine door
een pijl (16) vermelde richting schuiven. De machine alleen in de richting van de pijl (16) schuiven. Anders bestaat het gevaar op een terugslag. Werk met een matige, aan het materiaal aangepaste voorwaartse beweging. Niet schuin wegdraaien, niet drukken, niet slingeren.
9. De machine zo sturen, dat de geleideplaat (15)
tegen het werkstuk ligt. 10.Het werk beëindigen: inzetgereedschap wegbrengen van het werkstuk, de machine uitschakelen. Motor tot stilstand laten komen, machine weg leggen.
8.4 Buizen bewerken aan de buitenrand
1. Buisdiameter van de te bewerken buis
2. Zie pagina 3, afb. C: geleiderol (26) zoals
weergegeven aanbrengen aan de geleideplaat (15). Geleiderol (26) verschuiven en aan de hand van de schaal (27) op de buisdiameter instellen. De moer van de geleiderol met behulp van een steeksleutel vast draaien en op deze manier de geleiderol bevestigen.
3. De algemene werkinstructies (hoofdstuk 8.3) in
4. Houd de machine altijd met beide handen aan
de hiervoor bestemde handgrepen vast, zorg ervoor dat u stevig staat en werk geconcentreerd.
5. De machine met de geleiderol (26) tegen de
buitenkant van de buis leggen. Dan de geleideplaat tegen het vlak van het uiteinde van de buis leggen.
6. De wisselplaten (20) raken het werkstuk nog niet
aan. Eerst inschakelen en vervolgens de machine langzaam over de geleiderol (26) kantelen en zo de freeskop naar het werkstuk brengen.
7. De algemene werkinstructies (hoofdstuk 8.3) in
8.5 KFM 16-15 F: Mogelijkheid om de
geleiding (15) te draaien Bij de KFM 16-15 is de geleiding (15) dwars ingebouwd. Bij het overgrote deel van de werkzaamheden kunnen daardoor hoge krachten beter opgevangen worden en wordt het werken minder vermoeiend. Mocht u voor speciale werkzaamheden de geleiding (15) liever in de lengterichting willen monteren, dan stelt de Metabo-klantenservice u op aanvraag een ombouwhandleiding ter beschikking.
9.1 Wisselplaten vervangen
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat instelt, ombouwt, reinigt of er onderhoud aan pleegt. Wisselplaten, wisselplaathouder, werkstuk en spaanders kunnen heet zijn na het werken. Draag veiligheidshandschoenen. Controleer regelmatig de wisselplaathouder (19). Beschadigde of versleten wisselplaathouders laten repareren/vervangen. Controleer regelmatig alle wisselplaten (20). Beschadigde of versleten wisselplaten vervangen. Draai resp. vervang bot geworden wisselplaten of dergelijke waarvan de coating is versleten op tijd. Botte wisselplaten verhogen het gevaar, dat de machine blijft hangen en uitbreekt of dat de wisselplaathouder (19) beschadigd raakt. Ernstig versleten of defecte wisselplaathouders mogen niet meer worden gebruikt. Altijd alle wisselplaten draaien of vervangen. Alleen door Metabo toegestane wisselplaten gebruiken. Zie het hoofdstuk Toebehoren. Afbeelding A: normale slijtage: wisselplaat draaien/ vervangen. Afbeelding B: slijtage tijdens het bewerken van harde materialen: wisselplaats draaien/vervangen. Bij ernstigere slijtage mag de wisselplaat niet meer worden gebruikt en dient hij te worden vervangen.
1. Schroeven (13) los draaien en een
spaanderbeschermplaat (14) naar boven schuiven.
2. Indien nodig de wisselplaathouder (19) met de
3. Bevestigingsschroef (21) eruit draaien en de
wisselplaat (20) verwijderen.
4. Wisselplaat (20) en opspanvlakken bij de
wisselplaathouder (19) reinigen.
5. Wisselplaat draaien of, als alle messen bot zijn,
een nieuwe wisselplaat plaatsen.
6. Wisselplaat (20) weer vastdraaien met
bevestigingsschroef (21). Draaimoment: 3,5 Nm.
7. Spaanderbeschermplaat (14) helemaal naar
beneden schuiven. Schroeven (13) vast draaien.
Opmerking: oorzaken voor een wisselplaat met een afgebroken hoek of in extreme gevalen gebroken wisselplaten kunnen zijn: - slagen op de wisselplaat als gevolg van een foutieve werkwijze: neem hoofdstuk 8.3 in acht. - Trillingen van het werkstuk: werkstuk trillingsvrij met spaninrichtingen fixeren. - Wisselplaat niet correct bevestigd: opspanvlakken altijd reinigen en rekening houden met het juiste draaimoment. - Wisselplaat niet correct bevestigd: ernstig versleten wisselplaten hebben onvoldoende ondersteuningsvlakken en kunnen daarom niet voldoende worden bevestigd. Vervang ernstig versleten wisselplaten. Stekker uit het stopcontact halen. Spaanders en deeltjes kunnen achterblijven op de freeskop (19). Dit kan ertoe leiden, dat de freeskop blokkeert. Reinig de freeskop en de omgeving regelmatig en ontdoe hem van spaanders en deeltjes. Tijdens de bewerking kunnen stofdeeltjes in het binnenste van het elektrisch gereedschap terecht komen. Dit heeft invloed op de koeling van het elektrisch gereedschap. Geleidende afzettingen kunnen invloed hebben op de veiligheidsisolatie van het elektrisch gereedschap en elektrische gevaren veroorzaken. Elektrisch gereedschap regelmatig, vaak en grondig door alle voorste en achterste luchtsleuven uitzuigen. Trek eerst de stekker van het elektrisch gereedschap uit het stopcontact en draag tijdens het schoonmaken veiligheidsbril en stofmasker. KFM 15-10 F, KFMPB 15-10 F: De elektronische signaalindicatie (11) licht op en het belastingstoerental neemt af. De machine wordt te zwaar belast! De machine met het nullasttoerental laten lopen tot de elektronische signaalindicatie uitgaat. -De machine loopt niet. De elektronische signaalindicatie (11) (afhankelijk van de uitvoering) knippert. De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is, of is de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan loopt de machine niet aan. De machine uit- en weer inschakelen. KFM 16-15 F: - Herstartbeveiliging: Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is, of is de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan loopt de machine niet aan. De machine uit- en weer inschakelen. - Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt af. De wikkelingstemperatuur is te hoog! De machine onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld. - Inschakelingen genereren kortstondige spanningsdips. Bij ongunstige netomstandigheden kunnen andere apparaten worden beïnvloed. Bij netimpedanties kleiner dan 0,4 Ohm worden geen storingen verwacht. Gebruik alleen origineel Metabo toebehoor. Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruikershandleiding genoemde eisen en kenmerken. Toebehoor stevig aanbrengen. Als de machine wordt gebruikt in een houder: de machine veilig bevestigen. Verlies van controle kan tot letsel leiden. A 10 HM-wisselplaten universeel ..........6.23564 B Bevestigingsschroef voor wisselplaten ......................................6.23566 C Koelsmeerstift....................................6.23443 Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Reparaties aan elektrisch gereedschap mogen uitsluitend door een erkende elektricien worden uitgevoerd! Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Verpakkingsmateriaal moet overeenkomstig hun codering volgens de gemeentelijke richtlijnen worden afgevoerd. Meer informatie vindt u op www.metabo.com onder Service Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elek- trisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/ EU inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oud elektrisch gereedschap
gescheiden te worden ingezameld en op milieu- vriendelijke wijze te worden afgevoerd. Toelichting op de gegevens van pagina 4. Wijzigingen in het kader van technische verbeteringen voorbehouden. n =onbelast toerental (hoogste toerental)
max =max. geleiderandhoogte
min =kleinst mogelijke buisdiameter m =gewicht zonder netsnoer Meetgegevens volgens de norm EN 60745. Machine van beveiligingsklasse II ~ wisselstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN 60745:
h, SG =trillingsemissiewaarde
h,SG =onzekerheid (trilling) Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau:
= onzekerheid Tijdens het werken kan het geluidsniveau de 80 dB(A) overschrijden. Draag gehoorbescherming! Elektromagnetische storingen: Onder invloed van extreme elektromagnetische storingen van buiten kunnen soms voorbijgaande schommelingen van het toerental optreden of kan de herstartbeveiliging worden geactiveerd. In dit geval de machine uit- en weer inschakelen.
SimpelGids