HC 260 C - Vijl METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HC 260 C METABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Vijl in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HC 260 C - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HC 260 C van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING HC 260 C METABO
1. De schaafmachine in één oogopslag
1 Afvoertafel 2 Afvoertuit voor de spaanders 3 Terugslagbeveiliging 4 Blokkeerhendel voor de afvoer- tafel 5 Aanslag 6 Afdekplaat 7 Klemhendel voor de hoekinstel- ling van de aanslag 8 Klemhendel voor het zijwaarts verplaatsen van de aanslag 9 Montagesteun voor de aanslag 10 Aanvoertafel 11 Hoogte-instelling van de aan- voertafel 12 Afzuigopening voor de spaan- ders 13 Duwhout 14 Poten 15 Vandiktetafel 16 Messenas 17 Transportwielen 18 Aan-/uit-schakelaar 19 Schroef voor het opbergen van het duwhout als deze niet in gebruik is 20 Hoogte-instelling van de van- diktetafel 21 Afdekprofiel voor de messenas- sen 22 Zijwaartse instelling van het afdekprofiel van de messenas- sen 23 Klemhendel 24 Hoogte-instelling van het afdek- profiel van de messenassen Meegeleverde accessoires: Steeksleutel 10 mm Inbussleutel 3 mm Instelkaliber voor het schaaf- mes HC260_XW0014D5_nl.fm Originele gebruiksaanwijzing NEDERLANDS43 NEDERLANDS
1. De schaafmachine in één
2. Lees deze tekst voor u begint!
3.1 Gebruik volgens de
3.2 Algemene veiligheidsvoorschriften
3.3 Symbolen op het apparaat
3.4 Veiligheidsvoorzieningen
5.1 Transportbescherming verwijderen
5.3 Aanvoertafel monteren
5.4 Hoogte-instelling voor vandiktetafel
5.5 Afvoertuit voor de spaanders mon-
5.6 De aanslag monteren
6.1 Gebruik als vlakschaaf
6.2 Vlakschaven van werkstukken
6.3 Gebruik als vandikteschaaf
6.4 Vandikteschaven van werkstukken
7. Onderhoud en service
7.2 Voedingsaandrijving onderhouden
7.3 Hoofdaandrijfriem spannen
7.4 Machine reinigen en onderhouden
7.7 Onderhoudsschema
Deze gebruiksaanwijzing werd zodanig opgesteld, dat u snel en veilig met uw apparaat kunt werken. Hier een kleine handleiding voor het lezen van deze gebruiksaanwijzing: Lees deze gebruiksaanwijzing vóór de inbedrijfstelling helemaal door. Neem vooral de veiligheidsinstruc- ties in acht. Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met technische basiskennis in de omgang met appa- raten zoals het hier beschreven apparaat. Wanneer u geen enkele ervaring heeft met dergelijke appara- ten, moet u eerst een beroep doen op de hulp van ervaren personen. Bewaar alle bij dit apparaat gele- verde documentatie, zodat u deze indien nodig kunt raadplegen. Bewaar het aankoopbewijs voor eventuele garantieclaims. Wanneer u het apparaat uitleent of verkoopt, dient u alle meegeleverde documenten van het apparaat mee te geven. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat, omdat de gebruiksaanwijzing niet in acht werd genomen. De informatie in deze gebruiksaanwijzing is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok. Intrekgevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kle- ding. Let op! Waarschuwing voor materiële schade. Aanwijzing: Aanvullende informatie. Nummers in afbeeldingen (1, 2, 3,
kentekenen afzonderlijke delen; zijn doorlopend genummerd; hebben betrekking op de betref- fende nummers tussen haakjes (1), (2) , (3) ... in de neven- staande tekst. Instructies, waarbij op de volgorde moet worden gelet, zijn doorlopend genummerd. Handelingen met willekeurige volg- orde zijn met een punt gekenmerkt. Opsommingen zijn met een streep gekenmerkt.
Het apparaat is ontworpen voor het vlak- schaven en het vandikteschaven van massief hout. De maximaal toegelaten werkstukafmetingen mogen niet over- schreden worden (zie "technische gege- vens"). De volgende werkzaamheden mogen niet worden uitgevoerd met dit gereed- schap: Gebruiksdoeleinden (d.w.z. iedere bewerking, die niet over de gehele werkstuklengte gaat), Schaven van verdiepingen, kegels of uitsparingen, Schaven van sterk gebogen hout, waarbij niet voldoende contact met de opname- en middentafel bestaat. Iedere andere toepassing geldt als onre- glementair gebruik. Door onreglementair gebruik, veranderingen aan het apparaat of door gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gekeurd en vrijgegeven zijn, kunnen niet te voorziene beschadi- gingen ontstaan!
3.2 Algemene veiligheidsin-
structies Een schaafmachine is een gevaarlijk gereedschap dat, als er niet voorzichtig mee wordt gewerkt, zwaar lichamelijk let- sel kan veroorzaken. A Let op! Bij het gebruik van elektrisch gereed- schap dienen ter bescherming tegen een elektrische schok en het risico van letsel en brand de volgende principiële veilig- heidsmaatregelen te worden genomen.
- Neem bij gebruik van dit apparaat de volgende veiligheidsvoorschriften in acht om gevaar voor personen of materiële schade te voorkomen.
- Neem de bijzondere veiligheidsin- structies in de betreffende hoofd- stukken in acht.
- Let eventueel op de wettelijke richtlij- nen of ongevallenpreventievoor- schriften voor de omgang met schaafmachines. AAlgemeen gevaar!
- Houd uw werkplek in orde – een wanordelijke werkplek kan ongeval- len tot gevolg hebben.
- Wees aandachtig. Let op wat u doet. Ga verstandig te werk. Gebruik het toestel niet, wanneer u niet gecon- centreerd bent.
- Gebruik het apparaat niet, indien u onder de invloed staat van alcohol, drugs of geneesmiddelen.
- Houd rekening met omgevingsin- vloeden. Zorg voor een goede ver- lichting.
- Vermijd een abnormale lichaams- houding. Zorg ervoor dat u stevig Inhoudsopgave
2. Lees deze tekst voor u
staat en let er vooral op dat u altijd goed in evenwicht bent.
- Gebruik geschikte oppervlakken voor het bewerken van lange werk- stukken om deze te ondersteunen. Stel de werkstuksteunen op de juiste hoogte in.
- Gebruik het apparaat niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of gas- sen.
- Dit apparaat mag uitsluitend door personen in werking worden gezet en worden gebruikt die met schaaf- machines vertrouwd zijn en die zich van de gevaren bij het werken steeds bewust zijn. Personen beneden de 18 jaar mogen dit apparaat slechts bedie- nen in het kader van een beroepsop- leiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar.
- Let erop dat zich geen onbevoegde personen, vooral geen kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere personen het apparaat of het snoer kunnen aanraken.
- Zorg dat u het toestel niet overbelast – gebruik dit toestel uitsluitend bin- nen het vermogensbereik dat in de technische gegevens vermeld wordt.
- Schaaf nooit dieper dan 1/8" (3 mm).
- Schakel het elektrische toestel uit, wanneer u het niet gebruikt. BGevaar door elektrische stroom!
- Stel dit apparaat niet bloot aan regen. Gebruik dit apparaat niet in een vochtige of natte omgeving.
- Vermijd dat u tijdens werkzaamhe- den met dit apparaat in contact komt met geaarde elementen (zoals bijv. radiatoren, buizen, ovens, koelkas- ten).
- Gebruik het snoer niet voor doelein- den waarvoor het niet bedoeld is.
- Controleer regelmatig de aansluitka- bel van het gereedschap en laat deze, wanneer schade wordt gecon- stateerd, door een erkend vakman vervangen.
- Controleer regelmatig de verleng- snoeren regelmatig en vervang deze bij beschadiging.
- Gebruik alleen verlengsnoeren die ook voor toepassingen in de buiten- lucht toegelaten en als zodanig gemarkeerd zijn.
- Controleer of het apparaat geschei- den is van het stroomnet alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. AGevaar van snijwonden door aanraken van de roterende mes- senas!
- Houd altijd voldoende afstand van de messenas. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik vol- doende afstand tot aangedreven onderdelen. Grijp tijdens het gebruik niet in de spaanderafzuiginstallatie of de afdekking van de messenas.
- Om een onbedoeld starten van het apparaat te verhinderen, schakelt u het apparaat steeds uit: na een stroomonderbreking, voordat de stekker uit het stop- contact getrokken of ingestoken wordt.
- Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheids- voorzieningen.
- Wacht tot de messenas stilstaat, alvorens eventueel in het apparaat klem zittende delen of kleine werk- stukdelen, houtresten enz. uit het werkgebied te verwijderen. AGevaar voor snijwonden ook aan de stilstaande messenas!
- Bij het vervangen van de schaaf- messen moet u veiligheidshand- schoenen dragen.
- Bewaar de schaafmessen zo, dat niemand zich eraan kan verwonden. cIntrekgevaar!
- Let erop dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of voorwerpen samen met het werkstuk kunnen worden ingetrokken. Draag geen stropdas- sen, geen handschoenen, geen kle- dingstukken met wijde mouwen. Draag bij lang haar in ieder geval een haarnet.
- Nooit werkstukken schaven, waar- aan zich touwen snoeren riemen kabels of draden bevinden of die dergelijke materialen bevatten. ATerugslaggevaar van werk- stukken (het werkstuk wordt door de messenas "gepakt" en naar de bedie- ner geslingerd)!
- Werk steeds met een goed functio- nerende terugslagbeveiliging.
- Werk steeds met scherpe schaaf- messen. Botte schaafmessen kun- nen in het oppervlak van het werk- stuk vast komen te zitten.
- Zet het werkstuk niet "op z’n kant" (tijdens het schaven).
- Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwer- pen (bijvoorbeeld nagels of schroe- ven).
- Schaaf nooit meerdere werkstukken tegelijkertijd. Er dreigt gevaar voor ongevallen, als afzonderlijke stukken ongecontroleerd door de messenas worden gegrepen.
- Verwijder geen werkstukdelen, hout- resten enz. uit het werkgebied – daarvoor dient de messenas stil te staan en moet de stekker uit het stopcontact getrokken zijn.
- Zorg ervoor dat er zich bij het inscha- kelen (bijvoorbeeld na onderhouds- werkzaamheden) geen montagege- reedschap of losse onderdelen meer in het apparaat bevinden. AGevaar door onvoldoende per- soonlijke beschermingsmiddelen!
- Draag gehoorbescherming.
- Draag een veiligheidsbril.
- Draag een stofmasker.
- Draag geschikte werkkleding.
- Bij werkzaamheden buiten is schoei- sel met antislip zool aanbevolen. AGevaar door houtstof!
- Sommige soorten houtstof (bijvoor- beeld van beuken-, eiken- en essen- hout) kunnen bij inademing kanker- verwekkend zijn. Werk zoveel mogelijk met een afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de eisen in het hoofdstuk "Tech- nische gegevens".
- Let erop, dat bij het werken zo weinig mogelijk houtstof in de omgeving terechtkomt: houtstofafzettingen in het werkbe- reik verwijderen (niet wegbla- zen!); lekken in de afzuiginstallatie her- stellen; zorg voor een goede ventilatie. AGevaar door technische wijzi- gingen of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn goed- gekeurd en vrijgegeven!
- Monteer dit apparaat zoals in de handleiding wordt aangegeven.
- Gebruik hiervoor uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder de veilig- heidsvoorzieningen (bestelnum- mers zie Onderdelenlijst).45 NEDERLANDS
- Voer aan deze onderdelen geen wij- zigingen uit. AGevaar door gebreken aan het apparaat!
- Zorg dat het apparaat evenals de toebehoren goed onderhouden wor- den. Neem hierbij de onderhouds- voorschriften in acht.
- Controleer het apparaat voor iedere ingebruikname op eventuele beschadigingen: Voor het verdere gebruik van het gereedschap moeten veiligheidsuit- rustingen, veiligheidsvoorzieningen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig worden onderzocht op optimaal en correct functioneren. Controleer of de scharnierende onderdelen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen moe- ten correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van het apparaat te garanderen.
- Gebruik het apparaat nooit, wanneer de stroomkabel beschadigd is. Er bestaat gevaar op een elektrische schok. Laat een beschadigd stroom- kabel direct door een elektricien ver- vangen.
- Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman herstellen of vervangen. Laat beschadigde schakelaars in een servicewerk- plaats vervangen. Gebruik dit appa- raat niet wanneer u de schakelaar niet kunt in- en uitschakelen.
- Zorg ervoor dat er zich geen oliën of vetten op de handgrepen bevinden en dat deze droog blijven. AGevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen! Als er een blokkering optreedt:
1. Apparaat uitschakelen.
2. Stekker uit het stopcontact trekken.
3. Handschoenen dragen.
4. Blokkering met geschikt gereed-
3.3 Symbolen op het appa-
raat AGevaar! Negeren van de volgende waarschu- wingen kan leiden tot ernstig letsel of materiële schade. Lees de gebruiksaanwij- zing. Houd altijd voldoende afstand van de messenas. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand tot aan- gedreven onderdelen. Hoogte-instelling voor de vandiktetafel. Neem hoofdst. 7.4 "Machine reinigen en onderhouden" in acht! Gegevens op het typeplaatje:
3.4 Veiligheidsvoorzieningen
Terugslagbeveiliging De terugslagbeveiliging (33) verhindert, dat een werkstuk door de draaiende messenassen terug wordt geslingerd naar de gebruiker. Alle grijpers van de terugslagbeveili- ging moeten aan de onderkant spits toelopen. Alle grijpers van de terugslagbeveili- ging moeten vanzelf naar hun begin- punt (naar onderen) terugkeren. Afdekprofiel voor de messenassen Het afdekprofiel van de messenassen (36) verhindert, dat de draaiende mes- senas tijdens het vlakschaven van bene- den kan worden aangeraakt. Na het losdraaien van de klem- schroef (35) wordt het afdekprofiel van de messenas aangepast aan de breedte van het werkstuk. Met de hoogte-instelschroef (34) wordt het afdekprofiel van de mes- senas aan de hoogte van het werk- stuk aangepast. Het afdekprofiel van de messenassen is voor het gebruik als vlakschaaf in de hoogte verstel- baar tussen 0 en 85 mm. Om een effectieve bescherming te garanderen, moet het afdekprofiel van de messenassen altijd worden aangepast aan het werkstuk. Bij het geleiden van het werkstuk glijden de handen over het afdekprofiel van de messenassen heen. Afvoertuit voor de spaanders Bij het vandikteschaven dient de afvoertuit voor de spaanders (37) als extra afdekking van de messenassen. Hiervoor wordt de afvoertuit voor spaanders (37) naar boven geklapt en de instelschroef (38) linksom tot aan de eindpositie gedraaid (afvoertuit voor spaanders is gezekerd). 25 Fabrikant 26 Serienummer 27 Apparaatbenaming 28 Motorgegevens (zie ook "Techni- sche gegevens") 29 CE-markering – Dit apparaat vol- doet aan de EU-richtlijnen over- eenkomstig de conformiteitsver- klaring 30 Bouwjaar 31 Afvalsymbool – Het apparaat kan via de fabrikant worden afge- voerd. 32 toegestane werkstukafmetingen
- Inschakelen = de groene schakelaar indrukken.
- Uitschakelen = de rode schakelaar indrukken. Onderspanningsrelais Als de spanning wegvalt, dan wordt een onderspanningsrelais geactiveerd. Daar- mee wordt voorkomen, dat het apparaat vanzelf start, zodra er weer spanning ter beschikking staat. Voor het hernieuwde inschakelen moet de groene aan-scha- kelaar opnieuw ingedrukt worden. Overbelastingsbeveiliging De schaafmachine is standaard voor- zien van een overbelastingsbeveiliging. Deze schakelt het apparaat uit, als de motor te warm wordt. Om de schaafma- chine opnieuw aan te zetten:
1. Laat de motor afkoelen (ongeveer
2. Druk de groene schakelaar.
Hoogte-instelling voor de vandikteta- fel (bij gebruik als vandikteschaaf) Met de hoogte-instelling voor de vandik- tetafel wordt de schaafdikte (= dikte van het werkstuk na de bewerking) tijdens het gebruik als vandikteschaaf ingesteld.
- Per krukomdraaiing wordt de hoogte van de vandiktetafel met 3 mm ver- anderd.
- Per keer kunnen maximaal 3 mm worden weggeschaafd.
- De maximum werkstukdikte bedraagt 160 mm. Hoogte-instelling van de aanvoertafel (bij gebruik als vlakschaaf) Met de hoogte-instelling (39) voor de aanvoertafel wordt ingesteld, hoeveel materiaal bij het gebruik als vlakschaaf wordt afgeschaafd.
- Een deelstreepje op de schaal naast de aanvoertafel (40) stemt overeen met 1 mm spaanafname.
- De maximum schaafdiepte per keer bedraagt 3 mm. Aanslagprofiel Het aanslagprofiel (41) wordt gebruikt om het werkstuk, bij het vlakschaven, in de lengterichting te geleiden.
- Na het losmaken van de klemhendel (43) kan het aanslagprofiel aan de breedte van het werkstuk worden aangepast.
- Na het losmaken van de klemhendel (42) kan het aanslagprofiel over een hoek van max. 45° weggedraaid worden. AGevaar! Wijzigingen aan de machine of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn getest en goedge- keurd, kunnen tijdens gebruik tot onvoorziene schade leiden!
- Monteer de machine conform de handleiding.
- Gebruik uitsluitend onderdelen die deel uitmaken van de leveromvang.
- Voer aan deze onderdelen geen wijzigingen uit. Benodigd gereedschap Steeksleutel 10 mm Steeksleutel 13 mm Kruiskopschroevendraaier Hoek voor 45° en 90° Inbussleutel (diverse maten)
- Beschermende folie van de vandik- tetafel verwijderen.
1. De machine, samen met een tweede
persoon, omdraaien en op een gepaste ondergrond plaatsen.
2. De vier poten (44) aan de binnen-
kant van de vier hoeken van de machine vastschroeven: De inbusschroeven (48) van bui- tenaf er doorheen steken; van binnen sluitringen (47) erop steken en zeshoekige moeren (46) monte- ren en vastdraaien.
3. De rubbervoetjes (45) op de poten
4. Beide transportwielen (49) op de
poten aan de zijkant van de afvoerta- fel met inbusschroeven, sluitringen en zeshoekige moeren monteren.
5.3 Aanvoertafel monteren
5.4 Hoogte-instelling voor
vandiktetafel monteren
5.5 Afvoertuit voor de spaan-
- De afvoertuit voor de spaanders (50) met vier plaatschroeven (51) aan het bevestigingsprofiel (52) vastschroeven.
- Houder voor instelschroeven (54) met twee plaatschroeven (53) aan het bevestigingsprofiel (52) vast- schroeven.
5.6 Aanslag monteren
1. De houder voor de aanslag (60) van
de aanslagsteun (57) verwijderen. Zorg ervoor dat u beide geleidings- pennen (61) in de aanslaghouder niet verliest.
2. De aanslaghouder (60) met twee
inbusschroeven (59) aan de aan- voertafel vastschroeven.
3. De aanslagsteun opnieuw op de
aanslaghouder bevestigen.
4. Twee slotschroeven (62) in het aan-
slagprofiel (63) schuiven en met twee zelfborgende moeren (58) vastschroeven aan de aanslagsteun.
5. Een kunststofkap op beide uitein-
den van het aanslagprofiel (64) plaatsen.
6. Afdekplaten (55) aan elkaar schroe-
ven en met twee kruiskopschroeven (56) aan de aanslagsteun schroe- ven.
7. Aanslagprofiel door het verstellen
van de beide instelschroeven exact instellen op 45° en 90° (gebruik hier- bij een winkelhaak).
BGevaar! Elektrische spanning Gebruik de machine uitsluitend in een droge omgeving. Sluit de machine enkel aan op een stroombron die voldoet aan de onderstaande eisen (zie ook "Techni- sche gegevens”): De stroomkring dient vakkundig beveiligd te worden met een dif- ferentieelschakelaar die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA. De stopcontacten moeten regle- mentair geïnstalleerd zijn en een goedgekeurde aarding hebben; Stopcontacten bij driefasenwis- selstroom met nuldraad. Bij gebruik van een spaanderaf- zuiginstallatie moet deze even- eens van een goedgekeurde aar- ding voorzien zijn; De stroomkabel moet zo gelegd wor- den dat het de werkzaamheden niet kan bemoeilijken en dat de stroomka- bel niet beschadigd kan raken. Het snoer moet beschermd worden tegen hitte, bijtende vloeistoffen en scherpe randen. Gebruik slechts verlengkabels met voldoende doorsnede. Trek de stekker niet aan de stroomka- bel uit het stopcontact. BDraairichting controleren! (enkel bij uitvoering met draaistroom- motor): Al naargelang de volgorde van aan- sluiting van de fasegeleiders, is het mogelijk dat de messenas in de ver- keerde richting draait. Dit kan dit tot schade aan de machine en het werk- stuk leiden. Controleer daarom de draairichting voor elke nieuwe aan- sluiting. Als de draairichting fout is, moeten de fasen door een elektricien aan de toevoerleiding of de netaansluiting worden verwisseld. De schaafmachine HC 260 kan als vlak- of als vandikteschaafmachine gebruikt worden:
6.1 Gebruik als vlakschaaf
3Aanwijzing: het vlakchaven dient ertoe, een onre- gelmatig oppervlakte glad te schaven (= vlak schaven), bijvoorbeeld om randen van een dikke plank te ver- schonen. Het werkstuk ligt op de aanvoertafel. Het werkstuk wordt aan de onder- kant bewerkt. De aanvoerrichting van het werkstuk is tegenovergesteld aan die van het vandikteschaven.
Werkstukafmetingen Voorbereiding AGevaar! Trek de stekker uit het stopcontact, alvorens werkzaamheden aan de machine uit te voeren!
1. Instelschroef (65) rechtsom tot aan
de eindpositie draaien.
2. De afvoertuit voor de spaanders
naar beneden klappen.
3. De linker en rechter blokkeerhendel
naar buiten draaien.
4. Afvoertafel (66) plaatsen – beide
pennen aan de behuizing van de machine moeten in de onderste gleuven van de afvoertafel geleiding zitten. 3Aanwijzing: de pennen moeten de eindschakelaar activeren. Alleen dan kan het appa- raat worden ingeschakeld.
5. De afvoertafel (66) met beide blok-
keerhendels (67) fixeren.
6. Aanvoertafel door draaien aan de
hoogte-instelling op 2,0 tot 2,5 mm instellen.
7. De vandiktetafel met de draaikruk op
een hoogte van 120 mm instellen.
8. De spaanderafzuigplaat (dit is niet
de afvoertuit voor de spaanders uit stap 1!) vanaf de aanvoerkant onder de aanvoertafel in de machine schui- ven. Let op de juiste positie van de spaanderafzuigplaat: de afzuigtuit moet naar de buiten- kant gericht zijn; de spaanderafzuigplaat moet net ver genoeg ingevoerd worden zodat het snijpunt van het mes en de as onder de aanvoertafel (pijl) zich precies boven de daarbij behorende invoer van de spaan- derafzuigplaat bevinden.
9. De vandiktetafel voorzichtig naar
boven draaien om de spaanderaf- zuigplaat te fixeren.
10. De afzuigtuit van de spaanderafzuig-
plaat op een geschikt afzuigsysteem aansluiten.
11. Messenas afdekken met het mes-
senas-afdekprofiel. 3Aanwijzing: De spaanderafzuigplaat moet gemon- teerd zijn. De spaanderafzuigplaat dekt de messenas aan de onderkant af en moet de eindschakelaar active- ren voor de machine kan worden ingeschakeld. AGevaar! Sommige soorten houtstof (bijv. van eiken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn: werkzaamheden in gesloten ruimten mogen alleen met een geschikte spaanderafzuiginstallatie uitgevoerd worden: passend bij de buitendiameter van de afzuigtuit (100 mm) Luchtdebiet 550 m
/h; Onderdruk aan de afzuigtuit van de schaafmachine 740 Pa; Luchtsnelheid aan de afzuigtuit van de schaafmachine 20 m/s. A Let op! Het gebruik zonder spaanderafzuig- installatie is slechts mogelijk: in de openlucht; als er slechts weinig spaanders ontstaan (bij smalle werkstukken en geringe afname); met stofmasker.
6.2 Vlakschaven van werk-
stukken AGevaar! Aan een vrij toegankelijke mes- senas kan men ernstig letsel oplopen! Dek daarom het gedeelte van de messenas af met het messenas-afdekprofiel, dat niet door het werkstuk afgedekt wordt. Pas daarvoor het mes- senas-afdekprofiel nauwkeurig af op de afmetingen van het werk- stuk. Controleer de werking van het messenas-afdekprofiel. Druk hiervoor het messenas-afdekpro- fiel naar beneden en laat het los. Na het loslaten moet het mes- senas-afdekprofiel zelfstandig terugveren aanr de ingestelde positie. Gebruik het apparaat niet met een defect messenas-afdek- profiel. Steek bij het invoeren van het werkstuk nooit de handen onder het messenas-afdekprofiel! Als er kleine werkstukken, waar- bij de veiligheidsafstand tot de messenas onvoldoende is, vlak- geschaafd moeten worden, dan moet er met een duwhout gewerkt worden. Gebruik bij het vlak schaven van de smalle kant de aanslag, zodat het werkstuk veilig wordt geleid aan de zijkant. Gebruik een twee aanslag als u dunnere of smallere werkstukken wilt schaven, zodat uw handen tijdens het geleiden voldoende afstand tot de mes- senas hebben. Gebruik bij het aanzetten een blok achter het werkstuk, zodat het werkstuk niet terug tegen het aanvoermechanisme kan slaan. Gebruik een tafelverlengstuk (bijv. een raamwerk met rollen) om ervoor te zorgen dat grote werkstukken niet het evenwicht verliezen. Het is verboden om een werkstuk over de nog draaiende messenas terug te voeren! Lengte Breedt
Gebruik bij minder dan 250 mm duw- hout (aanvoerhulp- stuk) gebruiken max. 260 mm min. 5mm Bij meer dan 1500 mm met een tafelverlengstuk of met een helper wer- ken
Gebruik al naar gelang: spaanderafzuigvoorziening (toe- behoren); glijwas, zodat werk- stukken soepel over opname- en afvoertafel glijden.
1. Zorg steeds voor een juiste werkpo-
sitie: aan de kant van de schakelaar; aan de voorkant van de machine.
2. Aanslag in de gewenste positie
3. Schaafdikte met een kruiskop-
schroef (68) aan de aanvoertafel instellen. 3Aanwijzing: De machine kan in één doorgang maximaal 3 mm afschaven. Deze waarde mag uitsluitend ingesteld worden als: de schaafmessen zeer scherp zijn; er in een zachte houtsoort geschaafd wordt; als er niet tegelijk op volle breedte geschaafd wordt. Als deze regel niet opgevolgd wordt, bestaat het gevaar dat het apparaat overbelast raakt. Een werkstuk kan het beste in meerdere keren op de gewenste dikte gebracht worden.
4. Plaats het werkstuk tegen de aan-
slag (eventueel een tweede aanslag gebruiken).
5. Afdekprofiel van de messenassen
aanpassen: Schaven van smalle zijden (voe- gen): Messenassen-afdekprofiel (69) zijdelings tegen het werkstuk schuiven. Schaven van brede zijden: Messenassen-afdekprofiel (70) van boven op het werkstuk laten zakken.
6. Motor inschakelen.
7. Schuif het werkstuk recht over de
aanvoertafel. Houd uw vingers hier- bij bij elkaar en leid het werkstuk met de vlakke hand. Oefen alleen druk uit op het werkstuk, op dat gedeelte dat op de aanvoertafel ligt.
8. Schakel de machine uit als u niet
direct verder werkt.
6.3 Gebruik als vandikte-
schaaf 3Aanwijzing: het dikteschaven dient ertoe, een werkstuk met een reeds glad geschaafd oppervlak dunner te scha- ven. Het werkstuk wordt door de schaaf- machine geleid. Het reeds vlak geschaafde opper- vlak ligt op de vandiktetafel. De bewerking van het werkstuk vindt aan de bovenkant plaats. De aanvoerrichting van het werkstuk is tegenovergesteld aan die van het vlakschaven. Werkstukafmetingen Voorbereiding AGevaar! Trek de stekker uit het stopcontact, alvorens werkzaamheden aan de machine uit te voeren!
1. De klemhendel (71) losmaken en de
aanslag (72) verwijderen.
2. De linker- en de rechterhendel (74)
naar buiten draaien.
3. De afvoertafel (73) verwijderen.
4. De afvoertuit voor de spaanders
(77) omhoog, tot boven de mes- senas klappen.
5. Instelschroef linksom tot aan de
eindpositie draaien. De beschermkap kan niet worden geopend.
6. Tijdens het gebruik met een spaan-
derafzuiginstallatie: Kartelmoer van de afvoertuit voor de spaanders (77) eraf draaien. De spaanderafzuigkap (75) op de afvoertuit voor de spaanders (77) plaatsen.
7. Afvoertuit voor de spaanders (77)
met de kartelmoer (76) bevestigen.
Lengte Breedte Hoogte min. 200 mm – min. 4mm Bij meer dan 1500 mm met een tafelverleng- stuk of met een helper werken max. 260 mm max. 160 mm
3Aanwijzing: Bij het vandikteschaven dient de afvoertuit voor de spaanders (77) als afdekking voor de messenas. De afvoertuit voor de spaanders moet de eindschakelaar activeren, zodat de machine kan worden ingeschakeld.
8. Tijdens het gebruik met een spaan-
derafzuiginstallatie, moet de afzuig- tuit van de schaafselafzuiging (75) op een geschikt afzuigsysteem aan- gesloten worden. AGevaar! Sommige soorten houtstof (bijv. van eiken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn: werkzaamheden in gesloten ruimten mogen alleen met een geschikte spaanderafzuiginstallatie uitgevoerd worden: passend bij de buitendiameter van de afzuigtuit (100 mm) Hoeveelheid lucht 550 m
/h; Onderdruk aan de afzuigtuit van de schaafmachine 740 Pa; Luchtsnelheid aan de afzuigtuit van de schaafmachine 20 m/s; A Let op! Het gebruik zonder spaanderafzuig- installatie is slechts mogelijk: in de openlucht; als er slechts weinig spaanders ontstaan (bij smalle werkstukken en geringe afname); met stofmasker.
6.4 Vandikteschaven van
werkstukken AGevaar! Er bestaat gevaar om meegetrok- ken te worden door de draaiende aanvoerrollen! Houd voldoende afstand tot het binnenste van de machine! Gebruik een duwhout als invoerhulp, als er met kleine werkstukken gewerkt moet wor- den. Zet het werkstuk niet "op z’n kant" (tijdens het schaven). Ook hier bestaat gevaar voor terug- slag. Verwijder de eventueel in de machine geklemde werkstukde- len pas als de motor volledig tot stilstand is gekomen en de stek- ker uit het stopcontact getrokken is. Als een werkstuk zo ver in de machine ingevoerd is dat het aan de invoerzijde niet meer geleid kan worden, neem het dan om veiligheidsredenen aan de uit- voerzijde uit de machine. Schaaf nooit meer dan twee werkstukken tegelijk. In dit geval moeten beide werkstukken aan de buitenzijden van de invoer- opening ingevoerd worden. Gebruik al naar gelang: spaanderafzuiginstallatie (toebe- horen); glijwas, zodat werkstukken soe- pel over de vandiktetafel glijden. A Let op! In de binnenruimte van de machine bevindt zich binnen een eindschake- laar. Let bij het aanvoeren van werk- stukken erop dat de eindschakelaar niet wordt beschadigd.
1. Zorg steeds voor een juiste werkpo-
sitie: aan de kant van de schakelaar; aan de voorkant van de machine.
2. Stel met de hendel de schaafdikte in.
3Aanwijzing: De machine kan in één doorgang maximaal 3 mm afschaven. Deze waarde mag uitsluitend ingesteld worden als: de schaafmessen zeer scherp zijn; er in een zachte houtsoort geschaafd wordt; als er niet tegelijk op volle breedte geschaafd wordt. Als deze regel niet opgevolgd wordt, bestaat het gevaar dat het apparaat overbelast raakt. Een werkstuk kan het beste in meerdere keren op de gewenste dikte gebracht worden.
3. Om niet parallelle vlakken te scha-
ven moet u geschikte duwhouten gebruiken (geschikte sjablonen maken).
4. Motor inschakelen.
5. Het werkstuk langzaam en loodrecht
erin schuiven. Het werkstuk wordt automatisch ingevoerd.
6. Het werkstuk moet loodrecht door de
schaafmachine worden geleid.
7. Schakel de machine uit als u niet
direct verder werkt. AGevaar! Voordat u met de service of met het onderhoud begint: Machine uitschakelen. Stekker uit het stopcontact trek- ken. Wacht totdat de machine stil- staat. Beschadigde onderdelen, vooral beschadigde onderdelen van de vei- ligheidsvoorzieningen en snijgereed- schap, mogen alleen door originele reserveonderdelen vervangen wor- den. Als u dit negeert, kan onvoor- ziene schade ontstaan. Na alle onderhouds- en reinigings- werkzaamheden: Alle veiligheidsvoorzieningen weer in gebruik nemen en contro- leren. Controleer of er geen gereed- schap of dergelijke aan of in de machine bevindt. Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of repara- tiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd.
7.1 Schaafmessen monteren
en demonteren 3Aanwijzing: Botte schaafmessen kunt u herken- nen aan: een verminderde schaafcapaciteit, een vergroot gevaar op terugslag, overbelasting van de motor.
7. Service en onderhoud51
AGevaar! Snijgevaar aan de schaafmessen! Bij het vervangen van de schaafmessen moet u veiligheidshandschoenen dragen. Om de schaafmessen te demonteren:
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. De aanslag verwijderen.
3. Het afdekprofiel van de messenas
helemaal naar boven en naar buiten plaatsen.
4. De vier inbusschroeven van de aan-
druklijst van het schaafmes er hele- maal indraaien (trek veiligheids- handschoenen aan!).
5. De aandruklijst voor het schaafmes
(79) met schaafmes (78) uit de mes- senas (80) verwijderen.
6. Oppervlakken van messenas en de
aandruklijst voor het schaafmes schoonmaken. AGevaar! Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bijv. om harsrestanten te verwijde- ren) die de lichtmetalen onderdelen zouden kunnen beschadigen; de sta- biliteit van de lichtmetalen onderde- len zou hierdoor aangetast kunnen worden. Voor het monteren van de schaafmes- sen: 3Aanwijzing: indien u schaafmessen gebruikt die op beide zijden zijn aangeslepen, is het vol- doende het schaafmes om te draaien, wanneer de andere kant voldoende scherp is. AGevaar! Gebruik alleen geschikte schaaf- messen (zie "Technische gege- vens”) – ongeschikte, verkeerd gemonteerde, botte of bescha- digde schaafmessen kunnen los- raken resp. het gevaar van een terugslag verhogen. Let op dat altijd beide schaafmes- sen tegelijk vervangen of omge- draaid worden. Monteer de schaafmessen uit- sluitend met originele onderde- len.
7. Plaats een scherp schaafmes zoals
weergegeven op de aandruklijst van het schaafmes. De twee pennen van de aandruklijst voor het schaafmes moeten in de daarvoor voorziene gaten (81) van het schaafmes grijpen.
8. De aandruklijst voor het schaafmes
(83) samen met het schaafmes (82) in de messenas plaatsen. Let erop, dat het mes goed niet van de beide pennen van de aandruklijst voor het schaafmes glijdt.
9. Vier inbusschroeven aan de schaaf-
mes-aandruklijst zo ver eruit draaien tot zich de schaafmes-aandruklijst (85) en het mes (84) nog net langs de messenas laten bewegen.
10. Er zijn twee manieren om te contro-
leren hoever de messen uit de mes- senas steken: Met het instelkaliber (86) (het kaliber moet conform de veiligheidsvoor- schriften meegeleverd worden). Het instelkaliber voor het schaafmes zoals weergegeven op de messenas plaatsen. De schaafmessen moeten precies zo ver uitsteken dat ze het instelkaliber raken. De controle moet aan beide schaaf- messen en aan beide zijden van de messenas worden uitgevoerd. Met een aluminium liniaal (87) (deze methode is nauwkeuriger dan de methode met het instelkaliber). De aluminium liniaal zoals weerge- geven op de afvoertafel en mes- senas plaatsen. De messenas met de hand één slag tegen de werkrichting verder draaien. De messen zijn juist afgesteld als de liniaal zich door de draaibeweging tussen de 4 en 6 mm mee verplaatst. Deze controle moet aan beide zijden van de messenas worden uitge- voerd.
11. Om het uitsteken van de messen
juist in te stellen moeten de stel- schroeven in de bevestigingslijst van de schaafmessen met een 3 mm inbussleutel worden ingesteld.
12. Voor het vastschroeven draait u de
vier inbusschroeven van de aan- druklijst van de schaafmessen er helemaal uit. Om interne spanningen in de aandruklijst van het schaafmes te voorkomen moet u beginnen met de middelste schroef. Vervolgens de schroeven stapsgewijs naar buiten toe vastdraaien.
AGevaar! Verleng het gereedschap voor het vastschroeven niet. Draai de schroeven niet vast door op het gereedschap te slaan.
14. De aanslag vastzetten.
7.2 Voedingsaandrijving
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Twee moeren van de aandrijvingsaf-
dekking los draaien en de aandrij- vingsafdekking verwijderen.
3. Houtstof en spaanders met behulp
van een spaanderafzuiginstallatie of met een kwast verwijderen.
4. Rollenketting en lagers van de assen
en lagers (pijl) met onderhouds- en conserveringsspray matig besproeien (geen olie gebruiken!).
5. Aandrijvingsafdekking terug plaat-
sen en vastschroeven met beide moeren.
7.3 Hoofdaandrijfsnaren
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Moer van de snarenafdekking los
draaien en snarenafdekking (89) verwijderen.
3. Snarenspanning met de duim con-
troleren. De hoofdaandrijfsnaar (88) mag zich hierbij maximaal 10 mm laten indrukken. Als de hoofdaandrijfsnaar opnieuw moet worden gespannen:
4. Vier schroeven voor de motorbeves-
tiging één slag losdraaien.
5. Druk de motor naar beneden zodat
de snaren worden gespannen.
6. Als de spanning van de snaren cor-
met behulp van de spaanderafzuig- installatie of met een kwast verwijde- ren.
8. Snarenafdekking terug plaatsen en
met de moer vastdraaien.
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Houtstof en spaanders met behulp
van de spaanderafzuiginstallatie of met een kwast verwijderen. Messenas; Hoogte-instelling voor het afdek- profiel van de messenas; Hoogte-instelling voor de vandik- tetafel; Voedingsaandrijving.
3. Componenten met onderhouds- en
conserveringsspray gering besproeien (geen olie gebruiken!): Hoogte-instelling voor de vandik- tetafel; Hoogte-instelling voor het afdek- profiel van de messenas.
4. Aanvoertafel, afvoertafel en vandik-
tetafel voorzien van een dunne laag glijwas.
7.5 De machine transporte-
ren De machine kan door één persoon getransporteerd worden. De machine moet hiervoor bij de hoogte-instelling (91) worden gekanteld totdat de machine op de transportwielen (92) staat en op de transportwielen wegrollen.
1. Stekker uit het stopcontact trek-
2. Bewaar de machine altijd zo,
dat ze niet toevallig door onbe- voegden aangezet kan wor- den en dat niemand zich aan de stil- staande machine kan verwon- den. A Let op! Bewaar de machine niet onbe- schermd op in open lucht of in een vochtige omgeving.
7.7 Onderhoudsschema
De hier vermelde controles en werk- zaamheden zijn nodig voor het behoud van de veiligheid! Als er aan één van de machineonderdelen een probleem vast- gesteld wordt, mag de machine niet wor- den gebruikt, totdat deze problemen vak- kundig zijn verholpen!
Voor het begin van de werkzaamhe- den Terugslagbevei- liging Controleren: De beweeglijk- heid van de grij- pers (deze moe- ten vanzelf terugvallen) Punten van de grijpers (niet afgerond)
AGevaar! Reparaties aan elektrisch gereed- schap mogen uitsluitend door een erkende elektricien worden uitge- voerd! Neem voor elektrische gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegen- woordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden. Het verpakkingsmateriaal van de machi- nes kan volledig worden gerecycleerd. Oude, gebruikte elektronische machines en accessoires bevatten grote hoeveel- heden waardevolle grond- en kunststof- fen die eveneens gerecycleerd kunnen worden. De gebruiksaanwijzing werd geprint op chloorvrij gebleekt papier. AGevaar! Alvorens een storing te verhelpen, moet u:
1. Apparaat uitschakelen.
3. Stekker uit het stopcontact trek-
ken. AGevaar van snijwonden door aanraken van de roterende mes- senas! Een onbedoeld starten van de machine kan tot zwaar letsel leiden. AGevaar voor brandwonden! Kort na de werkzaamheden kan het schaafmes heet zijn - laat het appa- raat eerst afkoelen alvorens storin- gen te verhelpen. AGevaar! Na iedere reparatie: Alle veiligheids- voorzieningen weer in gebruik nemen en controleren. De motor draait niet:
- Het onderspanningsrelais werd geactiveerd door de tijdelijke span- ningsuitval. Opnieuw inschakelen.
- Er is geen netspanning. Controleer het snoer, de stekker, het stopcontact en de zekering.
- De motor is oververhit, bijvoorbeeld door stompe schaafmessen, te hoge belasting of door een ophoping van spaanders. Verhelp de oorzaak van de over- verhitting; ongeveer tien minuten laten afkoelen, vervolgens opnieuw inschakelen.
- De contactpennen aan de uitvoerta- fel resp. de afzuigkap grijpen niet in de contactschakelaar. Afvoertafel resp. spaanderafzuig- kap correct monteren. Contact- pennen eventueel opnieuw instel- len. Bij het vandikteschaven: Contro- leer of de instelschroef van de spaanderafdekking tot aan de eindpositie is gedraaid en corri- geer dit indien nodig. Alleen zo is de contactschakelaar geactiveerd en de machine kan worden inge- schakeld (zie hoofdstuk 6.3 "Gebruik als vandikteschaaf"). Bij het vlakschaven: Controleer of de spaanderafzuigkap juist gemonteerd is. Alleen zo is de contactschakelaar geactiveerd en de machine kan worden inge- schakeld (zie hoofdstuk 6.1 "Gebruik als vlakschaaf"). Het schaafvermogen neemt af:
- Het schaafmes is bot. Plaats scherpe schaafmessen.
- De hoofdaandrijfsnaar slipt. De hoofdaandrijfsnaar opnieuw spannen. Het bewerkte oppervlak is te ruw:
- Het schaafmes is bot. Plaats scherpe schaafmessen.
- De schaafmessen zijn met verstopt met spaanders. Spaanders verwijderen.
- Het werkstuk is nog te vochtig. Laat het werkstuk drogen. Het bewerkte oppervlak vertoont scheuren:
- Het schaafmes is bot. Plaats scherpe schaafmessen.
- De schaafmessen zijn met verstopt met spaanders. Spaanders verwijderen.
- Het werkstuk werd tegendraads bewerkt. Het werkstuk andersom bewer- ken.
- Er wordt te veel materiaal in een keer weggeschaafd. Bewerk het werkstuk in meerdere keren. De werkstukaanvoer is te gering (vandikteschaven):
- Vandiktetafel bevat harsresten. Vandiktetafel reinigen en een dun laagje glijwas aanbrengen.
- Transportrollen draaien moeizaam. Repareer de transportrollen.
- De hoofdaandrijfsnaar slipt. De hoofdaandrijfsnaar opnieuw spannen. Schaafmes Controleren: Stevige bevesti- ging Scherpte Algemene toe- stand (geen scheuren etc.) Binnenkant van het apparaat Stangen met schroefdraad (hoogte-instel- ling) Afzuigtuit voor de spaanders (als zonder afzuigsysteem wordt gewerkt) Verwijderen: Houtspaander Houtstof Afvoerrol Controleren:
Coating onbe- schadigd? Werkstukken worden zonder problemen getranspor- teerd? Aan- en afvoer- tafel Een dun laagje glijwas aanbren- gen. 1 x per maand (bij dagelijks gebruik) Stangen met schroefdraad (hoogte-instel- ling) Geleidingselemen- ten met onderhouds- en conserverings- spray besproeien Aan- en afvoer- tafel Instelling controleren en eventueel bijstel- len Kabel Op beschadigingen controleren, indien nodig door een elek- tricien laten vervan- gen.
Voor het begin van de werkzaamhe- den
Het werkstuk zit vastgeklemd (vandikteschaven):
- Er wordt te veel materiaal in een keer weggeschaafd. Bewerk het werkstuk in meerdere keren. Voor bijzondere opgaven is het volgende speciale toebehoor in de speciaalzaak verkrijgbaar – de afbeeldingen vindt u op de omslagpagina aan de achterkant: A Afzuigadapter om op de spaanderafzuiginstallatie aan te sluiten B Drierollenstaander voor het nauwkeurig leiden van lan- gere werkstukken C Schaafmes voor het schaven van hout (kan wor- den geslepen) D Schaafmes voor het schaven van hout E Schaafmes voor het schaven van hout (hardme- taal, kan worden geslepen) F Ombouwset voor messenlijst voor het ombouwen van de schaaf- messen G Schaafmesinstelapparaat voor het probleemloos instellen van het uitstekende gedeelte van de messen. H Glijmiddel WAXILIT voor goede glij-eigenschappen van het hout op de tafels I Onderhouds- en conserverings- spray voor het verwijderen van harsresten en voor het conserveren van meta- len oppervlakken
Aanvoersnelheid bij vandikteschaven m/min 5 5 Schaafmesafmetingen Lengte Breedte Dikte
Afmetingen van de machine Diepte (incl. aan- en afvoertafel) Breedte Hoogte
Apparaat compleet met verpakking Apparaat gereed voor gebruik
76,0 71,0 76,0 71,0 Geluidsemissiewaarden bij het vlakschaven volgens EN 61029-1 * Emissie-geluidsdrukniveau L
Geluidsemissiewaarden bij het vandikteschaven volgens EN 61029-1 * Emissie-geluidsdrukniveau L
Werkstukafmetingen max. breedte max. hoogte (vandikteschaven)
- De vermelde waarden zijn emissiewaarden en zijn zodoende niet tevens ook veilige werkplaatswaarden. Ofschoon er een correlatie tussen emissie- en immissiewaarden bestaat, kan hieruit niet betrouwbaar worden afgeleid of bijkomende voorzorgsmaatregelen noodzakelijk zijn of niet. Factoren die het daadwerkelijke immissiepeil op de werkplek beïnvloeden, omvatten de aard van de werk- ruimte en andere geluidsbronnen, d.w.z. het aantal machines en andere naburige werkprocessen. De betrouwbare werkplaatswaar- den kunnen eveneens van land tot land verschillen. Deze informatie dient echter de gebruiker in staat te stellen, een betere inschatting van gevaren en risico's uit te voeren.55 ITALIANO
Notice-Facile