Abac A29B 90 CM3 - Compressor

A29B 90 CM3 - Compressor Abac - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis A29B 90 CM3 Abac in PDF-formaat.

📄 120 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Abac A29B 90 CM3 - page 49
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Abac

Model : A29B 90 CM3

Categorie : Compressor

Download de handleiding voor uw Compressor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding A29B 90 CM3 - Abac en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. A29B 90 CM3 van het merk Abac.

GEBRUIKSAANWIJZING A29B 90 CM3 Abac

Gevaar voor brandwonden

Dit apparaat mag niet als ongesorteerde stedelijke afval verwijderd worden. Dit apparaat is gemarkeerd zoals voorgeschreven door de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). Deze richtlijn bepaalt de normen voor de inzameling en terugwinning van afgedankte apparatuur, geldig op het grondgebied van de Europese Unie. Voor het retourneren van een afgedankt apparaat, gelieve de retour- en inzamelingssystemen te gebruiken, ter beschikking gesteld in het land van gebruik.

WAARSCHUWINGEN WAAR U OP MOET LETTEN• De compressor moet in geschikte omgevingen worden gebruikt (goed geventileerd, omgevingstemperatuur +5°C tot +40°C) en nooit bij aanwezigheid van stof, zuren, dampen, explosieve of ontvlambare gassen.• Houd altijd een veiligheidsafstand van minstens 4 meter tussen de compressor en het werkgebied aan.• Eventuele verkleuringen die verschijnen op de riembeschermers van de compressor tijdens lakspuiten, wijzen op een te geringe afstand.• Steek de stekker van de stroomkabel in een qua vorm, spanning en frequentie geschikt stopcontact dat voldoet aan de geldende voorschriften.• Laat voor de driefasenversie de stekker door personeel monteren dat volgens de plaatselijke voorschriften als elektricien is opgeleid. Controleer bij het eerste opstarten of de draairichting correct is en overeenkomt met de richting aangeduid door de pijl op de riembeschermer (versies met plastic bescherming) of op de motor (versies met metalen beschermingen). • Gebruik voor de stroomkabel verlengsnoeren met een lengte van hoogstens 5 meter en met een geschikte kabeldoorsnede. • Men raadt het gebruik van verlengsnoeren met een andere lengte, alsmede adapters en meervoudige stekkerdozen af.• Gebruik uitsluitend de schakelaar van de pressostaat (5) om de compressor uit te schakelen of gebruik de schakelaar op de schakelkast (20), bij modellen die hiervan zijn voorzien. Schakel de compressor niet uit door de contactstop af te koppelen, om opnieuw starten terwijl druk in de kop aanwezig is te voorkomen. • Gebruik uitsluitend de handgreep om de compressor te verplaatsen. Voor vaste uitvoeringen wordt het gebruik van transpaletten, heftrucks aanbevolen. Plaats deze tussen de steunvoeten en hef de machine uitsluitend aan de voorzijde. Als u de compressor verplaatst met hijstoestellen, dient u erop te letten dat u geen kracht uitoefent op de zijkanten van de machine om deze niet te beschadigen. Controleer ook of de last in evenwicht hangt.• De werkende compressor moet op een stabiele, horizontale ondergrond worden geplaatst om een correcte smering te verzekeren, (sectie A3).• Plaats de compressor op minstens 50 cm van de muur om een optimale circulatie van frisse lucht en een correcte koeling te garanderen.WAT U NIET MAG DOEN• Richt de luchtstroom nooit op mensen, dieren of op het eigen lichaam (Gebruik een beschermbril om de ogen tegen vreemde voorwerpen die door de luchtstroom worden verplaatst te beschermen).• Richt vloeistoffen die door op de compressor aangesloten gereedschappen worden gespoten nooit op de compressor zelf.• Gebruik het apparaat nooit met blote voeten of vochtige handen of voeten.• Trek nooit aan de stroomkabel om de stekker uit het stopcontact te trekken of om de compressor te verplaatsen.• Het apparaat mag niet blootgesteld aan weersinvloeden (regen, zon, mist, sneeuw). • Vervoer de compressor niet met de ketel onder druk.• Voer op de ketel geen lassen of mechanische bewerkingen uit. In geval van defecten of corrosie moet de ketel vervangen worden.• Sleutel niet aan de veiligheidsklep.• Zorg ervoor dat de compressor niet door onervaren personeel wordt gebruikt. Houd kinderen en dieren uit de buurt van het werkgebied.• Plaats geen ontvlambare voorwerpen of voorwerpen van nylon of stof in de buurt en/of op de compressor.• Reinig de machine niet met ontvlambare vloeistoffen of oplosmiddelen. Gebruik uitsluitend een vochtige doek en controleer of de stekker uit het stopcontact is verwijderd.• Het gebruik van de compressor is strikt beperkt tot de compressie van lucht. Gebruik de compressor niet voor andere gassoorten.• De door het apparaat geproduceerde perslucht is zonder speciale behandelingen niet bruikbaar voor toepassingen op farmaceutisch, voedings- of gezondheidsgebied en mag niet gebruikt worden voor het vullen van zuurstofflessen voor duikers.• Gebruik de compressor niet zonder beschermingen (riembeschermers) en raak niet de bewegende delen aan.• Raak de onderdelen met dit symbool (sectie A) niet aan. Het symbool wijst op bestanddelen die tijdens de werking hoge temperaturen bereiken en een tijd lang heet blijven na het stilleggen.WAT U MOET WETEN• Deze compressor is gebouwd om te werken met een relatieve inschakelduur die op het plaatje met de technische gegevens van de motor staat (zo betekent bijvoorbeeld S3-50 5 minuten bedrijf en 5 minuten rust), om overmatige oververhitting van de elektromotor te voorkomen. Als dat mocht gebeuren, grijpt de thermische beveiliging van de motor in door automatisch de spanning te onderbreken wanneer de temperatuur te hoog is vanwege een overmatige stroomabsorptie. Om het opnieuw opstarten van de machine te vereenvoudigen, moeten niet alleen de beschreven handelingen worden uitgevoerd, maar ook de drukknop op de pressostaat (5) worden bediend: deze moet eerst in de uitgeschakelde stand en vervolgens in de ingeschakelde stand worden gebracht (fig. 1a-1b-3a). Bij de eenfaseversies moet men met de hand op de reset-knop op de klemmendoos van de motor drukken (fig. 2). Bij de driefasenversies hoeft men slechts met de hand de drukknop van de pressostaat te bedienen door deze in de ingeschakelde stand te brengen, of de drukknop op de thermische beveiliging in de schakelkast te bedienen. (fig. 3a-3b-3c). Op de driefasige tweetrapsuitvoeringen met een vermogen groter dan of gelijk aan 7,5 pk, 220V, en op die met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 pk, 400V, dient u daarentegen de resetknop voor motorbeveiliging (afb. 3d) te gebruiken, en vervolgens de pressostaat terug in de stand ON te zetten (afb. 6a-6b-6c-6d).• De eenfaseversies zijn voorzien van een pressostaat (5) met een luchtafblaasklep met vertraagde sluiting (of van een klep gesitueerd op de afsluitklep) die het starten van de motor (3) vereenvoudigt: het is dan ook normaal dat bij lege ketel gedurende enkele seconden nog lucht door deze klep wordt afgeblazen.• Alle compressoren zijn voorzien van een veiligheidsklep die ingrijpt in geval van onregelmatige werking van de pressostaat, zodat de veiligheid van de machine is gegarandeerd (fig. 4).• Alle tweetrapscompressoren zijn voorzien van veiligheidskleppen (14) op het spruitstuk voor luchttoevoer naar de ketel en op de verbindingsbuis tussen de lage en de hoge druk op de kop. Deze grijpen in geval van slechte werking in (fig. 5a, 5b).• Tijdens het aansluiten van een pneumatisch gereedschap op een buis met perslucht die door de compressor wordt geleverd, moet de luchtstroom die uit deze buis komt absoluut afgesloten zijn. • Op de compressor kunnen verscheidene accessoires en pneumatische gereedschappen gemonteerd worden: lees voor het juiste gebruik de handleidingen ervan.• Het gebruik van perslucht voor de verschillende toepassingen die mogelijk zijn (opblazen, pneumatische gereedschappen, lakspuiten, wassen met reinigingsmiddelen uitsluitend op waterbasis enz.) veronderstelt kennis en inachtneming van de voorschriften die voor de afzonderlijke gevallen gelden.STARTEN EN GEBRUIK

  • Monteer de wielen (18) en het voetje (16), ofwel het rolwiel (17) voor de modellen die daarvoor voorzien zijn, zie sectie A1-A2. Monteer op de uitvoeringen met vaste voetjes de kit met de beugel vooraan of de trillingsdempers, indien voorzien.. • Controleer de overeenstemming met de gegevens op de typeplaat van de compressor met de werkelijke gegevens van de elektrische installatie; er wordt een spanningsvariatie van +/- 10% ten opzichte van de nominale waarde toegestaan.• Steek de stekker van de stroomkabel in een geschikt stopcontact en controleer of de drukknop van de pressostaat (5) op de compressor in de uitgeschakelde stand «O» (OFF) staat (fig. 6a-6b-6c-6d).• Sluit bij de driefasenversies de stekker aan op een schakelkast beveiligd door passende zekeringen.• Laat, bij versies uitgerust met een schakelkast (20) (“Tandem” units of sterdriehoekaanzetters, type B, E), de installatie en de aansluitingen (op de motor, de pressostaat en de magneetklep daar waar aanwezig) door gekwalificeerd personeel uitvoeren.
  • Controleer het oliepeil langs het kijkglaasje (9) (afb. 7a-7b) en vul indien nodig bij. Schroef de ontluchtdop los (afb. 7c), nadat u de plastic bescherming verwijderd heeft (15) op compressoren van het type F en G (afb. 11a-11c, 12a-12f).• Nu is de compressor klaar voor gebruik.• Bedien de schakelaar van de pressostaat (5) (of de keuzeschakelaar bij versies met schakelkast, (fig. 6a-6b-6c-6d): de compressor start, begint lucht te pompen en voert deze via de toevoerbuis naar de ketel. Bij de tweetrapsversies wordt de lucht in de lagedruk-cilinderbus gezogen en voorgecomprimeerd. Vervolgens wordt de lucht via de recirculatiebuis naar de hogedruk-cilinderbus en daarna naar de ketel gevoerd. Deze Bewaar deze handleiding voor toekomstige raadpleging Gebruiksaanwijzing50

bedrijfscyclus zorgt voor hogere drukken en de beschikbaarheid van lucht met 11 bar (15 bar voor speciale machines).

  • Zodra de maximale waarde van de bedrijfsdruk wordt bereikt (ingesteld door de constructeur tijdens de keuringsfase), stopt de compressor en blaast de overmaat aan lucht die in de kop en toevoerbuis aanwezig is via een klep onder de pressostaat af (bij de ster-driehoek versies via een magneetklep die bij het stoppen van de motor wordt geactiveerd).
  • Dit afblazen vereenvoudigt het opnieuw opstarten van de compressor, aangezien er geen druk meer in de kop aanwezig is. Bij gebruik van lucht start de compressor automatisch op wanneer de onderste afstelwaarde wordt bereikt (2 bar tussen bovenste en onderste waarde). Het is mogelijk om de druk in de ketel te controleren door de bijgeleverde manometer af te lezen (fig. 4).
  • De compressor blijft met deze automatische cyclus werken totdat de schakelaar van de pressostaat (5) (of de keuzeschakelaar van de schakelkast, fig. 6a-6b-6c-6d) wordt afgezet. Als men de compressor opnieuw wil gebruiken, dient men minstens 10 seconden na het uitschakelen te wachten alvorens de compressor opnieuw te starten.
  • Bij de versies met schakelkast moet de pressostaat altijd in lijn staan met de ingeschakelde stand I (ON).
  • Bij de tandemversies type E staat de bijgeleverde unit het gebruik van één van beide compressorgroepen toe (indien gewenst met afwisselend gebruik) of van beide gelijktijdig, afhankelijk van de behoeften. In het laatste geval zal het starten op gedifferentieerde wijze verlopen, om een overmatige absorptie van stroom bij het starten te voorkomen (getimede start).
  • Alleen verrijdbare compressoren zijn van een reduceerventiel voorzien (bij versies met vaste pootjes wordt deze gewoonlijk op de gebruikslijn geïnstalleerd). Door de knop bij open kraan te bedienen (door deze omhoog te trekken wordt bij rechtsom draaien de druk verhoogd en bij linksom draaien de druk verlaagd, fig. 8) kan de luchtdruk geregeld worden om het gebruik van pneumatische gereedschappen te optimaliseren. Zet, zodra de gewenste waarde is ingesteld, de knop weer laag om deze in zijn stand te vergrendelen.
  • De ingestelde waarde kan op de manometer gecontroleerd worden (bij versies die hiermee zijn uitgerust, fig. 9) of met behulp van de genummerde streepjes op de knop, welke waarden met de betreffende drukken overeenkomen.
  • Controlleer of het luchtgebruik en de maximum druk van de te proberen luchtdrukwerktuigen geschikt zijn met de aangetekende druk op de drukregelaar en met de hoeveelheid lucht geleverd door de compressor.
  • Schakel de machine na gebruik uit, neem de stekker uit het stopcontact en leeg de ketel. LUCHTKETEL (BIJ COMPRESSOREN VOOR MONTAGE OP KETEL)
  • Voorkom corrosie: afhankelijk van de gebruiksomstandigheden kan condensaat zich ophopen in het reservoir (1). Tap het condenswater dagelijks af. Dit kan handmatig gebeuren door de aftapkraan te openen (4), of door middel van de automatische aftap indien de ketel daarmee is uitgerust. De correcte werking van de automatische aftapkraan moet echter wekelijks worden gecontroleerd. Open hiertoe de handbediende aftapkraan en controleer of er condensaat uitstroomt (fig. 14a, 14b).
  • U dient jaarlijks de dikte van de wand van het luchtreservoir (1) te laten controleren controleren door een bevoegde instantie, want corrosie aan de binnenkant kan de dikte van de stalen wand verkleinen, met als gevolg risico op explosie. Neem de van toepassing zijnde plaatselijke normen in acht. Het gebruik van het luchtreservoir is niet toegestaan wanneer de dikte van de wand de minimumwaarde bereikt die op de verklaring van het reservoir staat (maakt deel uit van de documentatie die samen met het toestel afgeleverd wordt).
  • De levensduur van de luchtketel (1) hangt hoofdzakelijk af van de werkomgeving. Installeerde compressor niet in een vuile en corrosieve omgeving, omdat de levensduur van het drukvat daardoor aanzienlijk verkort kan worden.
  • Veranker het drukvat (1) of daaraan bevestigde componenten niet rechtstreeks aan de vloer of aan vaste constructies. Monteer het drukvat op trillingsdempers om mogelijke vermoeidheidsbreuken als gevolg van trilling van het vat tijdens het gebruik te voorkomen.
  • Gebruik het drukvat (1) binnen de grenswaarden voor de druk en temperatuur die op het naamplaatje en in het testrapport zijn vermeld.
  • Aan dit drukvat mogen geen wijzigingen worden aangebracht door lassen, boren of andere mechanische werkwijzen. ONDERHOUD
  • De levensduur van de machine hangt af van de kwaliteit van het onderhoud.
  • ZET, VOORDAT WERKZAAMHEDEN AAN DE COMPRESSOR WORDEN UITGEVOERD, DE PRESSOSTAAT IN DE STAND “OFF”, NEEM DE STEKKER UIT EN LEEG DE KETEL VOLLEDIG.
  • Voer de werkzaamheden uit als de machine koud is en draag individuele beschermingsmiddelen. Maak voor elke werkzaamheid gebruik van de juiste gereedschappen en gebruik alleen originele onderdelen
  • Controleer de aanhaalkoppels van alle bouten en vooral die van de kop (fig. 10). Controleer de aanspanning van de kop vóór de eerste start en na het eerste bedrijfsuur.
  • Om de belangrijkste onderhoudswerkzaamheden op compressoren van het type F uit te voeren, dient u eerst de plastic afscherming (15) te verwijderen (afb. 11a-11c). Monteer na de onderhoudswerkzaamheid de plastic afscherming, voer daarvoor de procedure omgekeerd uit. Om de belangrijkste onderhoudswerkzaamheden op compressoren van het type G uit te voeren, dient u eerst de plastic afscherming (15) verwijderen (afb. 12a-12c). Verwijder eerst de voorste helft en dan de achterste. Monteer na de onderhoudswerkzaamheid de plastic afscherming, voer daarvoor de procedure omgekeerd uit.
  • Reinig het aanzuigfilter (13) met een frequentie die afhangt van het type werkomgeving en minstens eens per 100 uur. Vervang het filter indien nodig (een verstopt filter vermindert het rendement en een onwerkzaam filter veroorzaakt een grotere slijtage van de compressor, fig. 13a-13b).
  • Ververs de olie na de eerste 100 bedrijfsuren en vervolgens elke 500 uur. Controleer periodiek het niveau (9).
  • Gebruik ALTAIR minerale olie. Meng geen verschillende soorten olie. Als kleurvariaties optreden (witachtig = aanwezigheid van water; donker = oververhitte olie) wordt aangeraden om de olie onmiddellijk te verversen.
  • Schroef de plug (8) na het bijvullen (fig. 7c) stevig vast en controleer of er tijdens gebruik geen olie uit lekt. Controleer wekelijks het oliepeil om een correcte smering te garanderen (fig. 7a-7b).
  • Controleer periodiek de spanning van de riemen, die een doorbuiging (f) van circa 1 cm moeten bezitten (fig. 15). TABEL 2 – ONDERHOUDSINTERVALLEN FUNCTIE NA DE EERSTE 100 UREN ELKE 100 UREN ELKE 300 UREN Reiniging van de zuigfilter en/of vervanging van het filtrerende element

Vervanging van olie*

Sluiting van de hoofdtrekkers Controleer de aanspanning van de kop vóór de eerste start en na het eerste bedrijfsuur Het lossen van de condens vanuit de tank 24 h -----

Controle van de riemspanning Regelmatig Inspectie van dikte van luchtreservoirwand. Jaarlijks

Zowel de uitgewerkte olie (gesmeerde modellen) als het condenswater MOETEN op milieuvriendelijke wijze en overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften VERWERKT worden. De verkoop van de compressor moet gebeuren voor de leidingen die geschikt zijn en overeenstemmen met de eisen van de lokale wetgeving.51

Luchtlekkage uit de klep van de pressostaat. Terugslagklep die wegens slijtage of vuil op het afsluitvlak niet correct zijn functie vervult. Draai de zeskantkop van de terugslagklep los, reinig de zitting en het schijfje van speciaal rubber (vervang indien versleten). Monteer opnieuw en draai zorgvuldig vast (g. 16a-16b). Open condensaftapkraan (4). Sluit de condensaftapkraan. Rilsan buis niet correct op de pressostaat aangesloten. Breng de rilsan buis op correcte wijze binnen de pressostaat in (g. 17). Afname van het rendement. Veelvuldig starten. Lage drukwaarden. Overmatig verbruik. Verbruik minder. Lekken uit koppelingen en/of leidingen. Repareer de pakkingen. Verstopt aanzuiglter (13). Reinig/vervang het aanzuiglter (13) (g. 13a-13b). Slippende riem. Controleer de spanning van de riemen (g. 15). De motor (3) en/of de compressor raken oververhit. Onvoldoende ventilatie. Verbeter de ventilatie. Verstopte luchtdoorvoeropeningen. Controleer en reinig eventueel het luchtlter (13). Matige smering. Vul bij of ververs de olie (g. 18a-18b-18c-18d). De compressor stopt na enkele startpogingen door ingrijpen van de thermische beveiliging i.v.m. overmatige belasting van de motor. Starten met volle compressorkop. Aaten van druk aan de kop van de compressor door te drukken op de drukregelaar (5). Lage temperatuur. Verbeter de omgevingscondities. Onvoldoende spanning. Controleer of de netspanning overeenkomt met die op het typeplaatje. Verwijder eventuele verlengsnoeren. Verkeerde of onvoldoende smering. Controleer het peil (9), vul bij of ververs eventueel de olie. Inefciënte magneetklep. Neem contact op met het Servicecentrum. De compressor stopt tijdens bedrijf zonder duidelijke reden. Ingreep van de thermische beveiliging van de motor. Controleer het oliepeil (9). Eenfase-eentrapsversies: bedien de drukknop op de pressostaat (5) door hem in de OFF stand (g. 1a). Reset de thermische beveiliging (g. 2) en start opnieuw (g. 1b). Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. Versies met sterdriehoekaanzetter: bedien de drukknop op de thermische beveiliging in de schakelkast (20) (g. 3c) en start opnieuw (g. 6d). Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. Driefasige tweetrapsuitvoeringen met vermogen groter dan of gelijk aan 7,5 pk, 220V, Driefasige tweetrapsuitvoeringen met vermogen groter dan of gelijk aan 10 pk, 400V: druk op de resetknop voor motorbeveiliging (afb. 3d) en zet vervolgens de pressostaat terug in de stand ON (afb. 6a-6b-6c-6d). Overige versies: bedien de drukknop op de pressostaat (5) door hem in de OFF stand en vervolgens in de ON stand te zetten (g. 1a-1b). Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. Elektrische storing. Neem contact op met het Servicecentrum. De compressor trilt tijdens bedrijf en de motor maakt een onregelmatig bromgeluid. Als hij stopt, start hij niet meer op, ondanks het feit dat er een bromgeluid uit de motor komt. Eenfasemotoren: defecte condensator. Laat de condensator vervangen. Driefasenmotoren: Er ontbreekt een fase in het driefasen- voedingssysteem i.v.m. mogelijke onderbreking van een zekering. Controleer de zekeringen in de schakelkast of –doos en vervang eventuele beschadigde zekeringen (g. 19). Abnormale aanwezigheid van olie in net. Overmatige vulling van olie binnen de groep. Controleer het oliepeil (9). Slijtage segmenten. Neem contact op met het Servicecentrum. Lekkage van condens uit de aftapkraan (4). Vuil of zand in de kraan. Reinig de kraan. Alle overige werkzaamheden moeten door de erkende Servicecentra worden uitgevoerd, waarbij originele onderdelen gebruikt moeten worden. Zelfstandig de machine proberen te repareren kan de veiligheid in gevaar brengen en maakt sowieso de garantie ongeldig.

Schakel een gekwalificeerd elektricien in voor werkzaamheden aan elektrische componenten (kabels, motor, pressostaat, schakelkast…)52

Dit apparaat mag niet als ongesorteerde stedelijke afval verwijderd worden.