PerfectCharge MCA 1280 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectCharge MCA 1280 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PerfectCharge MCA 1280 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectCharge MCA 1280 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectCharge MCA 1280 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectCharge MCA 1280 DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing 182
DA Batterilader
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen 183
2 Algemene veiligheidsinstructies 183
3 Gebruik volgens de voorschriften 188
4 Omvang van de levering 189
5Accessoires 189
6 Technische beschrijving 190
7 Toestel monteren 193
8 Toestel aansluiten 195
9 Toestel gebruiken 201
10 Toestel onderhoden en reinigen 203
11 Verhelpen van storingen. 204
12 Garantie. 205
13 Afvoer 205
14 Technische gegevens. 206
1 Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: Het Niet naleven leidt tot overlijden of ernstig letsel.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het Niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het Niet naleven kan leiden tot letsel.

LETOP!
Het Niet naleven ervan kan leiden tot materielle schade en de werkinq van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatatie voor het bedieren van het product.
2 Algemene veiligheidsinstructies
De fabrikant kan in de volgende geallen nicht aansprakelijk worden gesteld voor schade:
- montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreiben toepassingen

WAARSCHUWING!
Neem de volgende essentièle veiligheidsmaatregelen in acht bij het gebruik van elektrische toestellen, ter bescherming gegen:
- elektrische schokken
brandgevaar - verwondingen
- Gebruik in het geval van brand een brandblusser die geschikt is voor elektrische toestellen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel alleen volgens de voorschriften.
- Koppel het toestel los van het elektricieitsnet – voorijdere reiniging en ieder onderhoud – n a e l k g e b r u i k – voor het verzangen van een zekering
- Als u het toestel demonteert:
- Maak alle verbindingen los.
- Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrijn zichn.
- Als het toestel of de aansluitkabel zichtbaar beschadigd zijn, mag u het toestel Niet in gebruik nemen.
- Als de aansluitkabel van dit toestel worden beschadigd,要去 deze, om gevaren te vermiijden, door de fabrikant, de betreffende klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerde persoon verrangen worden.
- Reparaties aan dit toestel mogen uitsluitend door vakmonteurs uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties können große bevaren ontstaan.
- Dit toestel kan door kinderen vanaf 8aar en ouder evenals door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijkke vermogens of tekortschietende ervaring en/of kennis gebruikt worden, als ze worden begeleid of hun is uitgelegd hoe ze het toestel veilig+kunnen gebruiken. Ook dienen zeinzicht te hebben in de gevaren die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
- Elektrische toestellen zijn geen spelgoed! Bewaar en gebruik het toestel buiten het bereik van kinderen.
- Er moet toezicht worden gehonden op kinderen, zodat ze nicht met het toestel gaan spelen.

LETOP!
- Vergelijk voor de ingebruikneming de spanning op het typeplaatje met de aanwezigene energievoorziening.
-
Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
-
Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel UIT het stopcontact.
- Bewaar het toestel op een droge en koele plaats.
2.2 Veiligkeit bij de montage van het toestel

GEVAAR!
- Monteer het toestel Niet opplaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG!
- Let op een stabiele stand.
Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het Niet kan omvallen of maar beneden kan vallen.

LETOP!
- Stel het toestel Niet bloot aan een warmtebron (zonnestraling, verwarming enz.). Vermijd zo een extra opwarming van het toestel.
- Stel het toestel op een droge en gegen spatwater beschermde plaat op.
2.3 Veiligkeit bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Levensgevaar door stroomschok!
- Bij installment op boten:
Bij een verkeerde installmentie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat de installmentie van het toestel door een deskundige (boot-)elektricienuitvoeren.
- Als u aan elektrische installations werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik.altijd geaarde en door aardlekschakelaars beveiligde stopcontacten.
- Zorg voor een voldoende grote leidingdoorsnede.
- Leg de leidingen zo aan, dat ze nicht door deuren of motorkappen beschadigd können rake.
Geplette kabels können tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

VOORZICHTIG!
- Installee der leidingen zodanig dat er nicht over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.

LET OPI!
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid要去en worden.
- Plaats het 230-V-netsnoer en de 12-V-gelijkstroomleiding niet in bezelfde kabelgoot (holle buis).
- Leg de leidingen nicht los of scherp geknikt.
- Bevestig de leidingen goed.
- Trek nicht aan leidingen.
2.4 Veiligkeit bij het gebruik van het toestel

GEVAAR! Levensgevaar door stroomschok!
- Blanke leidingen nooit met blote handen aanraken. Dit geldt vooral bij gebruik op het wisselstroomnet.
- Om bij gevaar het toestel snel van het elektricieitsnet te konnen los-koppelen,要去hstopcontact zich in de buurt van het toestel bevinden en gemakkelijk toegankelijkহn.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.
- Gebruik het toestel niet in installations met loodzuuraccu's. Uit deze accu's komt explosief waterstofgas vrij, dat door een vonk bij de elektrische verbindingen kan worden ontstoken.

VOORZICTHIG!
-
Gebruik het toestel Niet
-
in een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
- in de buurt van agressieve dampen
-
in de buurt van brandbare materialen
-inexplosieveomgevingen -
Let er voor de ingebruikneming op dat de toevoerleiding en de stekker droog�.
-
Onderbreek bij werkzaamheden aan het toestel.altijd de stroomtoevoer.
-
Let erop dat ook na het activeren van de veiligheidsinrichting (zekering) delen van het toestel onder spanning kunnen blijven staan.
Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP!
- Let erop dat de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het toestel nicht worden afgedekt.
- Let op een goede ventilatie.
2.5 Veiligkeit bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING!
- Accu's hunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Voorkom elk lichaamscontact met de accuvloeistof. Als u toch in aanraking komt met de accuvloeistof, spoel dan het betreffende lichaamsdeel grondig met water af.
Zoek bij verwondingen door zuren absolut een arts op.

VOORZICHTIG!
- Draag geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen als u aan accu's werk.
Loodzuraccu's kennen kortsluitstromen opwekken, die tot ernstige verbrandingen können leiden.
Explosiegevaar!
Probeer nooit om een bevroren of defe cate accu te laden.
Plaats de accu in dit geval op een vorstvrijneplaats en wacht tot de accu zich aan de omgevingstemperatuur heeft aangepast. Begin pas dan met het laden.
- Draag een veiligheidsbril en beschermende kleding, als u aan accu's werk. Raak uw ogen Niet aan, terwijl u aan accu's werk.
- Rook Niet en zorg ervoor, dat er geen vonden in de buurt van de motoren of de accu ontstaan.

LETOP!
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Voorkom, dat er metallische voorwerpen op de accu vallen. Dat kan vonden verroorzaken of de accu en andere elektrische onderdelen kortsluiten.
-
Let bij het aansluiten op de correcte polariteit.
-
Neem de handleidingen van de accufabrikant en van de fabrikant van de installmentie of het voertuig in acht, waarin de accu worden gebruikt.
- Als u de accu要去 uitbouwen, verbreek dan eerst de massaverbinding. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deleze uitbouwt.
3 Gebruik volgens de voorschriften
De automatische PerfectCharge MCA-laders können accu's laden die aan board van voertuigen of boten gezruikt worden voor stroomopwekking of deze accu's van een druppelspanning voorzien.
De automatische MCA-laders dienen voor het continu laden van voedings- of startaccu's. Zo+kennen de accu's opgeladen of op een hoog capaciteitsniveau gehonden worden:
De MCA-laders dienen voor het laden van de volgende accutypes:
- lood-startaccu's
- lood-gel-accu's
- vliesaccu's (AGM-accu's)
De toestellen mogen in geen geval voor het laden van andere accutypes (bijv. NiCd, NiMH enz.) gezruikt worden.

- Accu's met een interne kortsluiting mogen Niet worden geladen. Hierbij bestaat er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
- Laad loodaccu's Niet in ongeventileerde ruimtes. Hierbij besteht er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
- Nikkel-cadmium-accu's en Niet-herlaadbare accu's mogen nicht met de acculader opgeladen worden. Het omhulsel van deze accutypes kan met een explosie openklappen.
4 Omvang van de levering
Aantal Omschrijving
1 Acculader
1 230-V-aansluitkabel
1 Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
Controleer voor de ingebruikneming van het toestel of alle bij de levering horende delen voorhanden zijn.
5
A
C
C
e
s
s
0
i
r
Als toebehoren verkrijgbaar (niet bij de levering inbegrepen):
Omschrijving Artikelnr.
Afstandsbediening MCA-RC1 9600000100
Temperatuursensor MCA-TS1 9600000099
6 Technische beschrijving
Door het geringe gewicht en de compacte constructie kan de acculader eenvoudig worden gemonteerd in campers, bedrijfswagens of motor- en zeilboten. Hij laadt accu's die aan board van voertuigen of boten voor de stroomopwekking worden gebruikt, of voorziet deze van een druppelspanning, zodate neiet ontladen.
Een contrôlelampje op het toestel zorgt voor een continue bewaking van de acceluler.
Het toestel is uitgerust met de volgende veiligheidsinrichtingen:
Kortsluiting
Oververhitting
- Met sensor (toebehoren): Accuoverhitting
Aanvullend kan het toestel via twee aansluitingen in een LIN-bus-communicatie-systemen worden geintegreerd.
De koeling worden verzorgd door ventilatoren, waarvan de snelheid afhankelijk is van de laadcapaciteit en via een externe schakelaar kan worden uitgeschakeld.
6.1 Toestelvarianten
De PerfectCharge MCA-acculaders worden in verschillende toetselvarianten geleverd.
Uw MCA-acculader kan accu's tot een vastgelegde accucapaciteit laden (zie hoofdstuk „Technische gegevens" op pagina 206):
- MCA1215: geschikt voor het laden van een voedingsaccu en een startaccu
MCA1225, MCA1235: geschikt voor het laden van twee voedingsaccu's en een startaccu
MCA1250, MCA1280: geschikt voor het laden van drie voedingsaccu's - MCA2415: geschikt voor het laden van twee voedingsaccu's
MCA2425, MCA2440: geschikt voor het laden van drie voedingsaccu's
Controleer voor de identificatie van uw toestel het artikelnummer op het typeplaatje.
6.2 Bedieningselementen en aansluitingen

INSTRUCTIE
Afgebeeld is de versie voor Continentaal Europa.
Pos. in afb. 1, vagina 3 Verklaring/functie
1 Netaansluiting
2 LIN2-bus-aansluiting
3 TEMP/LIN1-bus-aansluiting
4 CN2-bus voor alarm en ventilator
5 Status-LED
6 DIP-schakelaars
7 Accuklemmen (+)
8 Accuklemmen (-)
9 Aansluiting voor startaccu (alleen MCA1215, MCA1225, MCA1235)
Pos. in afb. 2, pagina 4 Verklaring/functie
1 Aan/uit-schakelaar
2 Ventilator
6.3 Acculaadfunctie
De laadkarakteristiek worden als gewijzigde IUOU-karakteristiek getypeerd.

1: I-fase (Bulk)
Bij het begin van het laden worden de lege accu met constante stroom (100% laadstroom) geladen tot de accuspanning de laadspanning bereikt. Zodra de accu dit spanningsniveau bereikt, neemt de laadstroom af.
2, 3, 4: U0-fase (absorptie)
Nu begint de 3-traps absorptielaadfase (U0-fase), waar bij de duur afhankelijk is van de accu. Daar bij blijft de spanning constant (U0). In de eerste 2 min wordt de lading van de accu bepaald. Dan begint de hoofdlaadfase,ijdens welke de accu volledig worden geladen.
Als de accu volledig is geladen, of de laadstroom gedurende 15 min onder 6 % van de nominale laadstroom ligt, is de U0-fase beeindigd.
5: U-fase (Float)
Na de U0-fase schakelt de acculader over op druppelling (U-fase).
Als er DC-verbruikers aangesloten zijn, worden deze door het toestel van stroom voorzien. Alleen als het benodigde vermogen groter is dan de capaciteit van het toestel, wordt dit extra vermogen van de accu gebruikt. Hierbij worden de accu zo lang ontladen tot het toestel opnieuw in de I-fase komt en de accu oplaadt.
Om de 12LAGEN schakelt de acculader gedurende 85 min terug maar fase 1 om de accu te laden. Hierbij worden eventuele vermoeidheidsverschijnselen zoals sulfatering verhinderd.
7 Toestel monteren
Neem bij de keuze van de montageplaats de onderstaande instructies in acht.
- Het toestel kan horizontal en vertical worden gemonteerd.
-
Monteer het toestel niet
-
in een vochtige of natte omgeving
- in een stoffige omgeving
- in de buurt van brandbare materialen
-
in explosieve omgevingen
-
De montageplaats要去 goed geventileerd়n. Bij installations in gesloten,kleine ruimtes moet er ventilatie möglichk়n. De vrije afstand rondon het toestel要去 minstens 25 cm bedragen.
- De luchtinlaat aan de onderkant resp. de luchtuitlaat aan de achterkant van het toestel要去 vrij blijven.
- Bij omgevingstemperaturen hoger dan 40^ (bijv. in motor- of verwarmingsruimetes, directe zonnestraling), kan door de zichverwarming van het toestel bij belasting de prestatie worden verminderd.
- Het montagevlak moet vlak় en voldoende stevigheid bieden.
Monteer het toestel Niet in de directe omgeving van de accu's. - Monteer het toestel Niet boven accu's, odomat corrosieve zwaveldamp van de accu's omhoog kan komen, waardoor het toestel worden beschadigd.

LETOP!
Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd können raken.
Voor de inbouw en montage heeft u het volgende gereedschap nodig:
- pen om te markeren
boorset - boormachine
- schroevendraier
Voor de bevestiging van het toestel heeft u het volgende nodig:
machineschroeven (M4) met onderlegschijven en zelfborgende moeren of
- plaat- resp. houtschroeven
Bevestig het toestel als volgt:
Houd het toestel op de door u gekozen montageplaats.
Markee de bevestigingspunten.
Schroef het toestel vast doortelkens een schroef door de boringen in de houders te schroeven.
8 Toestel aansluiten
8.1 Aan accu en voedingsspanning aansluten
Accu aansluten
Neem de volgende instructies in acht bij het aansluiten van de accu:

VOORZICHTIG!
- Vermijd absolut contact met de accuvloeistof.
-
Accu's met interne kortsluiting mogen nicht worden geladen, aangezien door oververhitting van de accu explosieve gassen können ontstaan.
-
Zorg er bij het aanklemmen voor dat de polen van de accu schoon zijn.
- Let op een stevige bevestiging van de connectors.
- Kies een voldoende große doorsnede voor de aansluitkabel (zie hoofdstuk „Technische gegevens" op pagina 206).
- Installee de kabels volgens VDE 100 (Duitsland).
- Sluit de minkabel direct op de minpool van de accu aan, Niet op het chassis van een voertuig of een schip.
-
Gebruik de volgende kabelkleur:
-
Rood: plusansluiting
-Zwart: minaansluiting -
Zorg ervoor dat de polariteit Niet worden verwisseld. Een ompoling van de aansluitingen kan defecten van het toestel tot gevolg hebben
Leg de pluskabel van de acculader maar de pluspool van de accu en sluit deze waar aan.
Leg de minkabel van de acculader maar de minpool van de accu en sluit deze waar aan.
230-V-spanning aansluiten
Steek de meegeleverde 230-V-aansluitkabel in de bus „AC INPUT" van de MCA-acculader.
Sluit het toestel met de 230-V-aansluitkabel aan op een geaard en door een aardlekschakelaar beveiligd 230-V-stopcontact.
8.2 Laadvarianten
| afb. 3, vagina 5 | |
| Accusensor MCA-HS1 (IBS) (alleen 12 V) | Perfect Control MPC01 (alleen 12 V) |
| - | - |
| ✓ - ✓ - | |
| ✓ | ✓ |
| afb. 4, vagina 5 | |
| Afstandsbediening MCA-RC1 | Temperatuursensor MCA-TS1 of accusensor MCA-HS1 (IBS) (alleen 12 V) |
| - | |
| -✓ | |
| ✓ | ✓ |
-zonder; met
Accu laden
Sluit de accu op de bus „DC OUTPUT" van de MCA-acculader aan.
- Let op de juiste polariteit van de aansluitingen.
Startacculaden(alleenMCA1215,1225,1235)
Sluit de startaccu op de bus „ESB" van de MCA-acculader aan.
- Let op de juiste polariteit van de aansluitingen.
Laden met temperatuursensor MCA-TS1 (toebehoren)
Sluit de temperatuursensor op de aansluiting TEMP/LIN aan.
De laadspanning worden nu afhankelijk van de temperatuur aangepast.
Laden met IBS-accusensor MCA-HS1 (toebehoren) (alleen 12 V)
Sluit de accusensor op de aansluiting TEMP/LIN aan.
De.accusensor zendt de accutemperatuur en de accuspanning via de LIN-communicatiepoort maar de lader. Nu worden de laadspanning afhankelijk van de temperatuur geregeld. Eveneens worden ook een möglichk spanningsverlies in de verbindingskabels gecompenseerd.
Laden met accumanagementsystem PerfectControl MPC01 (toebehoren) (alleen 12 V)
Zet de DIP-schakelaars 1 tot 3 op de MCA-acculader op „ON" (hoofdstuk „DIP-schakelaars instellen" op pagina 199).
Gedetailleerde informatie vindt u in de handleiding van de MPC01.
Laden met afstandsbediening MCA-RC1 (toebehoren)

INSTRUCTIE
De lenghte van de RJ-11-kabel mag maximaal 7 m bedragen.
Steek eenijke van de RJ-11-kabel in de bus (afb. 10 3, paging 7) van de MCA-RC1.
Steek de andere+zijde van de RJ-11-kabel in de bus TEMP/LIN1 op de MCA-accu-lader.
8.3 Aansluitschema's
Voorbeeld aansluitschema 12 V:zie afb.5, pagina 6
| Pos. in afb. 5, vagina 6 | Verklaring/functie | ||||||
| 1 | M | C | A | - | I | a | |
| 2 | V | e | r | b | r | u | |
| 3 Perfect Control MPC01 | |||||||
| 4 12 V-accusensor IBS | |||||||
| 5 | 1 | 2 | V | - | a | c | |
| 6 Zekering | |||||||
| 7 Startaccu | |||||||
Voorbeeld aansluitschema 24 V: zie afb. 6, pagina 6
| Pos. in afb. 6,网页 6 | Verklaring/functie | ||||||
| 1 | M | C | A | - | I | a | d |
| 2 | 1 | 2 | V | - | a | c | c |
| 3 Startaccu | |||||||
8.4 Pin-indeling
De pins van de TEMP/LIN1-bus�zijn als volgt ingedeeld:
De pins van de LIN2-bus�n als volgt ingedeeld:
De pins van de CN2-bus (alarm-sigmaal) zijn als volgt ingedeeld:
| Pin in afb. 8, paging 6 | Indeling |
| 1 NC (Normally Closed): rustcontact | |
| 2 NO (Normally Open): maakcontact | |
| 3 COM (Common): wisselcontact | |
| 4 Besturing slaapmodus | |
| 5 | GND |
| 4-5 overbrugd Slaapmodus aan | |
| 4-5 open Slaapmodus uit | |
De pins van de ESB-bus (startaccu aansluiting) zijn als volgt ingedeeld:
| Pin in afb. 9,网页6 | Indeling |
| + | VCC |
| - | GND |
8.5 DIP-schakelaars instellen
U kunth het toestel met behulp van de DIP-schakelaar aanpassen.
S1 stelt de spanningswaarde in, waar bij het toestel van de I-fase (Bulk) maar de U0-fase (Absorption) omschakelt (zie ook hoofdstuk „Acculaadfunctie" op pagina 192). S3要去 op "OFF" staan.
S2 stelt de druppelspanning in. S3 moet op „OFF" staan.
Als de accusensor is aangesloten, worden bij deze beiden functies de uitgangs-spanning aan de temperatuur aangepast:
- MCA 12xx: -20 mV/°C
- MCA 24xx: -40 mV/°C
S3 schakelt de Power Mode in, als S1 of S2 of beiden op „Off" staan. In de Power Mode worden de kortsluitings-, overspannings- en oververhittingsbeveiliging door de interne sensor bestuurd.
Als S1, S2 en S3 op „On" staan, is de besturing via externe toestellen ingeschakeld. In deze modus worden bijv. accutype en laadspanning door een extern toestel ingesteld.
S4 bepaalt de ventilatorfunctie. Als S4 op „On" staat, worden de ventilator waar de slaapmodus (geluidsgereduceerde modus) geschakeld. Als S4 op „Off" staat, worden de ventilator Niet geregeld.
Stel met de DIP-schakelaars (afb. 11 pagina 7) de gewenste functies en waarden in:
- Omschakelspanning instellen:
Schakelaar 1 Schakelaar 3 Omschakelspanning
ON OFF 14,4V/28,8V
OFF OFF 14,7V/29,4V
-Vrijschakelen van de besturing voor externe toestellen (bijvoorbeeld MPC01, geldt Niet voor MCA-RC1):
| Schakelaar 1 | Schakelaar 2 | Schakelaar 3 |
| ON | ON | ON |
- Slaapmodus inschakelen:
Schakelaar 4
ON
9 T O E S T E L G E
et de aan/uit-schakelaar op „On".
Zet de aan/uit-schakelaar voor uitschakelen op „Off".
Afhankelijk van de laadtoestand van de accu start de acculader met het opladen of levert een druppellaadstroom.
De status-led (afb. 15, pagina 3) geeft de bedrijfstoestand weeer (zie volgende tabelen hoofdstuk „Acculaadfunctie" op pagina 192).
Indicatie Betekenis
Oranje, snel knipperen Fase 1
Oranje, langzaam knipperen Fase 2
Oranje, continu branden Fase 3
Groen, continu branden Fase 4
Groen, langzaam knipperen Fase 5
Rood, continu branden Kortsluiting of zekering defect
Rood, snel knipperen Accu of acculader oververhit
Rood, langzaam knipperen Over- of onserspanning van de accu
Rood, dubbelknipperen Ventilatorfout
Rood, langzaam dubbelknipperen Fout aan de aansluiting van de startaccu

INSTRUCTIE
Bij een storing (de status-led is rood) raadpleegt u hoofdstuk „Verhelpen van storingen" op pagina 204).
Als u de afstandsbediening MCA-RC1 aangesloten heeft (toebehoren)
Schakel de slaapmodus (geluidsgereduceerde modus) met de toets „Sleep Mode" (afb. 10 2, pagina 7) in ofuit.
In de slaapmodus worden de ventilator nicht geregeld.
De led (afb. 10 1, pagina 7) op de MCA-RC1 toont de bedrijfstoestand (zie volgende tabel).
| Modus Indicatie Betekenis | ||
| Slaapmodus ingseschakeld | Oranje, continu branden | Fase 1 tot 5 |
| Slaapmodus uitgeschakeld | Groen, langzaam knipperen | Fase 1 tot 4 |
| Groen, continu branden | Fase 5 | |
| Fout Rood, continu | branden | Kortsluiting of zekering defect |
| Rood, snel knipperen Accu of acculader oververhit | ||
| Rood, langzaam knipperen | Over- of onderspanning van de accu | |
| Rood, dubbel- knipperen | Ventilatorfout | |
| Rood, langzaam dubbelseitig van de startaccu | ||

INSTRUCTIE
Bij een storing (de status-LED is rood) raadpleegt u hoofdstuk „Verhelpen van storingen" op pagina 204).
10 Toestel onderhouden en reinigen

LET OPI!
Voor het reinigen geen scherpe of bijtende middelen gebruiken, odomat dit kan leiden tot schade aan het toestel.
Koppel het toestel los van de 230-V-stroomvoorziening
Koppel het toestel los van de accu.
Bescherm het toestel gegen opniew inschakelen.
Reinig het toestel af en toe met een vochtige doek.
Reinig de ventilatieopengingen regelmatig.
Controller de elektrische bekabeling minimaal eén keer peraar. Verhelp gebreken zoals losse aansluitingen, doorgebrande kabels enz.
11 Verhelpen van storingen
De LED „Status" (afb. 1 5, paging 3) geeft de storing aan:
| LED-indicatie Oorzaak Oplossing | ||
| Rood langzaam knipperen | Accu-onderspanning of accu-overspanning | Controller de accu.Schakel de accelader uit en wee in. |
| Defecte accu Vervang de accu. | ||
| Rood snel knipperen Thermische overbelasting Zorg voor een betere ventilatie van de accelader of de accu.Controler of er geen luchtopenin-gen worden afgedekt.Verlaag eventueel de omgevings-temperatuur. | ||
| Rood continu bran-den | Kortsluiting of verkeerde poling | Sluit de accelader aan met de juiste polariteit.Verhelp de kortsluiting.Controler of dezekering is uitgevallen, en vervang.Deze zo nodig. |
| Rood dubbelknippe-ren | Storing van de ventilator Controller de ventilator op verwui-ling of beschadiging. | |
| Rood langzaam dub-belknipperen | Fout aan de aansluiting van de startaccu | Aansluiting van de startaccu op kortsluiting controleren. |

INSTRUCTIE
Bij gedetailleerde vragen over de accugegevens dient u contact op te nemen met de accufabrikant.
12 Garantie
De wettelijk garantiperiode is van toepassing. Als het product defect is, verwit u zich tot het filial van de fabrikant in uw land (adressen diechterkant van de handleiding) of tot uw specialzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
13 Afvoer
Laat het verpakkingsmateriaal indien möglichk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw specialzaakaar de betreffende afvoervoorschriften.
Algemene technische gegevens
| MCA12xx, MCA24xx | |
| Accutypes: Loodzuur, Gel, AGM, Li-ion | |
| Warmteafvoer: Ventilator | |
| Laadmodus: 5-staps | |
| Maximale omgevingstemperatuur: | -20 °C tot +50 °C |
| Opslagtemperatuur: -40 °C tot +85 °C | |
| Luchtvochtigkeit: 20 - 90 % | |
| Temperatuarcoefficient: | ±0,03 %/°C (0 - 50 °C) |
| Temperatuurcompensatie (MCA12xx) | -20 mV/°C (accusensor) |
| Temperatuurcompensatie (MCA24xx): | -40 mV/°C (accusensor) |
| Trilling: | 10 - 500 Hz 2 g voor 10 min/cyclus binnen 60 min voor de X-, Y-en Z-as |
| Spanningsisolatie: | I/P - O/P: 4 kV~ I/P - FG: 1,7 kV~ O/P - FG: 0,7 kV~ |
| Isolatie watstand: | I/P - O/P: 100 MΩ/500 V= |
| Alarmsignaal: | via relaiscontacten |
| Communicatie: | via LIN-BUS |
| Slaapmodus (geluidsgereduceerde modus): | via afstandsbediening (toebehoren) of DIP-schakelaar |
| Afstandsbediening (toebehoren): | Aan-/uitschakelaar, drie-kleurige led, slaapmodus schakelbaar |
| Keurmerk/certificaat: | CE |
Veiligheidsinrichtingen
| MCA12xx, MCA24xx | |
| Kortsluiting aan uitgangs+zijde: Stroom wordt tot 25 | % van de maximale stroom gereduceerd |
| Overspanning: 16 V | |
| Overtemperatuur acculader: | 100 °C ± 5 °C (intern gemeten) |
| Overtemperatuur accu: 52 °C ± 5 °C (met acc u sensor) | |
Ingangsgegevens
| MCA1215MCA1225MCA1235MCA1250MCA1280 | |||||
| Nominale ingangsspanning: 90~ | 260 V~ | ||||
| Vermogensfactorcorrectie: | >97% (volledige belasting) | ||||
| Ingangs Frequentie: 50 Hz - 60 Hz | |||||
| Rendement bij 230 V~: | 87% | ||||
| Lektroom: | <1 mA bij 240 V~ | ||||
| Ingangsstroom bij 100 V~: | 2,5 A | 4,1 A | 6,2 A | 8,24 A | 13,3 A |
| Ingangsstroom bij 240 V~: | 1,07 A | 1,8 A | 2,8 A | 3,6 A | 5,4 A |
| MCA2415 | MCA2425 | MCA2440 | |
| Nominale ingangsspanning: | 90 – 260 V~ | ||
| Vermogensfactorcorrectie: | >97 % (volledige belasting) | ||
| Ingangs Frequentie: | 50 Hz – 60 Hz | ||
| Rendement bij 230 V~: | 90 % | ||
| Lektroom: | <1 mA bij 240 V~ | ||
| Ingangsstroom bij 100 V~: | 4,2 A | 8,3 A | 13,3 A |
| Ingangsstroom bij 240 V~: | 1,7 A | 3,6 A | 5,4 A |
Uitgangsgegevens
| MCA1215 | MCA1225 | MCA1235 | MCA1250 | MCA1280 | |
| Laadspanning: 14,4 V / 14,7 V | |||||
| Druppellading: 13,8 V | |||||
| Nominale laadstroom: 1 | 5A 25A 35 | A 50A 80A | |||
| Laadstroom: 0-15 A 0-25 A 0- | 35 A 0-50 A | 0-80 A | |||
| U i t | g | a | n | g | e |
| ESB-uitgangen(Startaccu): | 1 | 1 | 1 | - | - |
| ESB-laadspanning: | 13,8 V | 13,8 V | 13,8 V | - | - |
| ESB-laadstroom: | 2 A | 2 A | 2 A | - | - |
| MCA2415 | MCA2425 | MCA2440 | |
| Laadspanning: | 28,8 V / 29,4 V | ||
| Druppellading: | 27,6 V | ||
| Nominale laadstroom: | 1 | 2,5 A | 25 A 40 A |
| Laadstroom: | 0-12,5 A | 0-25 A 0 | -40 A |
| U i t | g | a | n |
g e n
Afmetingen en gewicht
| MCA1215 MCA | 1225 MCA1235 | ||
| Afmetingen I x b x h (mm): 238 x 1 | 79 x 63 | 274 x 179 x 63 | |
| Gewicht: 1,6kg 1,7kg 1 | 9kg |
| MCA1250 MCA | 1280 | |
| Afmetingen I x b x h (mm): 283 x 2 | 208,5 x 75 303 x 208.5 | x 75 |
| Gewicht: 3,1 kg 3,9 kg |
| MCA2415 MCA | 2425 | MCA | 2440 | |
| Afmetingen I x b x h (mm): 238 x 1 | 79 x 63 | 283 x 20 | 8,5 x 75 | 303 x 208.5 x 75 |
| Gewicht: 1,6 kg 2,9 kg 3,9 kg |
Technische gegevens MCA-RC1 (toebehoren)
| MCA-RC1 | |
| Nominate ingangsspanning: | 10,5 – 15 V= |
| Stand-by-stroomgebruik: | < 40 mA |
| Maximale omgevingstemperatuur: -10 °C tot +45 °C | |
| Opslagtemperatuur: | -30 °C tot +70 °C |
SimpelGids