WOLFCRAFT 6902000 - Niet gecategoriseerd

6902000 - Niet gecategoriseerd WOLFCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 6902000 WOLFCRAFT in PDF-formaat.

📄 264 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice WOLFCRAFT 6902000 - page 77
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WOLFCRAFT

Model : 6902000

Categorie : Niet gecategoriseerd

Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 6902000 - WOLFCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 6902000 van het merk WOLFCRAFT.

GEBRUIKSAANWIJZING 6902000 WOLFCRAFT

  • ATTENTIE! Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen, die bij de MASTER cut 2500 en het gebruikte elektrisch gereedschap zijn meegeleverd. Indien de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel veroorzaken.
  • Bewaar de gebruiksaanwijzing voor toekomstig gebruik op een veilige plaats. TECHNISCHE GEGEVENS Afmetingen opgebouwd: 1185 x 757 x 863 mm (breedte x diepte x hoogte) Afmetingen ineengeklapt: 1085 x 757 x 213 mm Werkvlak: 1035 x 695 mm Max. hoogte van het werkstuk: Tafelcirkelzaag 60 mm / Geleiderail 60 mm Max. snedebreedte met parallelaanslag: Tafelcirkelzaag 570 mm Max. snedelengte: Geleiderail 740 mm Max. afmetingen van het werkstuk: 600 x 400 x 65 mm (freestafel) Boringsdiameter van de spangaten: 20 mm Boringsraster van de spangaten: 135 / 135 mm (horizontaal / verticaal) Belastbaarheid: 120 kg Gewicht: 24 kg

Niet gebruiken voor het klein maken van brandhout. Gebruik uitsluitend handcirkelzagen met een maximale snedediepte van 70 mm. Gebruik uitsluitend handcirkelzagen met een maximale zaagbladdiameter van 200 mm. De snedediepte van de handcirkelzaag voor iedere snede zo instellen, dat het blad van de cirkelzaag maximaal 4 mm uit het werkstuk steekt. Gebruik uitsluitend machines met een maximaal vermogen van 2760 W. Gebruik uitsluitend handcirkelzagen met splijtwig. Gebruik als freestafel uitsluitend in combinatie met parallelle freesaanslag (art.nr. 6901000). Waarschuwing voor algemeen gevaar Lees de instructies van de handleiding! Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Stekker uittrekken Ter algemene informatie Draag een stofbeschermingsmasker.

De MASTER cut 2500 is een precisie zaagtafel met een werkstation. Hij is geschikt voor:

  • De montage van een handcirkelzaag met splijtwig op de machineplaat met een zaagbladdiameter van max. 200 mm en een maximale zaagdiepte van 70 mm. Gebruik alleen zagen binnen de genoemde maximale grondplaatafmetingen (zie afb. 13). De bijbehorende tussenvoering moet worden gebruikt. Het is daarom een stationaire tafelcirkelzaag.
  • Gebruik als zaagtafel voor handcirkelzagen zonder splijtwig. Uitsluitend in combinatie met de afzonderlijke splijtwig, art.nr. 6916000 met een zaagbladdiameter van max. 160 mm en een zaagbreedte van min. 2,4 mm.
  • Gebruik als zaagtafel voor handcirkelzagen zonder splijtwig. Uitsluitend in combinatie met de afzonderlijke splijtwig, art.nr. 6917000 met zaagbladdiameters van min. 161 mm tot max. 200 mm, een zaagbreedte van min. 2,4 mm en tot max. 66 mm zaagdiepte.
  • Gebruik als geleide handcirkelzaag op de geleider voor het bewerken van grote objecten zoals deuren, werkbladen enz. Hierbij dient de machineplaat met de tussenvoering als geleidingsslede voor de geleider.
  • Gebruik als decoupeerzaagtafel. De tussenvoering voor decoupeerzagen en bovenfrezen moet worden gebruikt.
  • De montage van een kap- en verstekzaag. De kap- en verstekzaag moet stevig in de desbetreffende langwerpige gaten worden gemonteerd met het meegeleverde bevestigingsmateriaal.
  • Gebruik als freestafel, uitsluitend in combinatie met parallelle freesaanslag art.nr 6901000 en voor bovenfrezen met 230 V en maximaal 1800 W. Gebruik geen frezen met een diameter van meer dan 27 mm! De freesmachine mag niet in combinatie met de geleider worden gebruikt. De tussenvoering met afstandsringen moet voor bovenzagen en decoupeerzagen worden gebruikt.
  • Gebruik als werkbank voor het bewerken van werkstukken (bijvoorbeeld boren, slijpen, enz). Met behulp van de éénhandklemmen van wolfcraft (art.nr. 3036000) kunnen de werkstukken stevig worden vastgezet door de spangaten van het werkblad.
  • De instructies van de fabrikant en de veiligheidsvoorschriften van de gebruikte machines, evenals de veiligheidsvoorschriften van de machinetafel moeten in acht worden genomen.
  • Houd u aan de plaatselijke voorschriften voor afvalverwijdering als u de MASTER cut 2500 wilt afvoeren. Voor schade en ongelukken door het niet in acht nemen van de voorschriften is de gebruiker aansprakelijk.
  • Zorg voor een schone, goed verlichte werkplek. Rommel of onverlichte werkplekken kunnen ongevallen veroorzaken.
  • Met elektrogereedschap niet werken in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Bij gebruik van elektrisch gereedschap ontstaan vonken, waardoor de stof en de dampen in de brand kunnen vliegen.
  • Tijdens het werken met elektrisch gereedschap kinderen en anderen op afstand houden. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het apparaat verliezen.
  • De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in de contactdoos passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker samen met randgeaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende contactdozen verkleinen het gevaar op een elektrische schok.
  • Geen elektrisch gereedschap gebruiken in de buurt van vocht of in de regen. Als er water binnendringt in elektrisch gereedschap, verhoogt dit het gevaar op een elektrische schok.
  • Als u in de open lucht werkt met elektrisch gereedschap, uitsluitend verlengkabels gebruiken die ook geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. Door kabels te gebruiken die geschikt zijn voor gebruik buitenhuis, wordt het gevaar van een elektrische schok verminderd.
  • Als toch met elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gewerkt moet worden, moet u een aardlekschakelaar gebruiken. Gebruik van een aardlekschakelaar vermindert de kans op een elektrische schok.
  • Werk geconcentreerd, let goed op wat u doet en ga met overleg aan de slag met elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrisch gereedschap kan leiden tot ernstige verwondingen.
  • Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen: Gehoorbescherming, veiligheidsbril, stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt, veiligheidshandschoenen bij het bewerken van ruw materiaal en bij het verwisselen van gereedschap.
  • Verwijder instelgereedschap of schroefsleutels voor u het elektrisch gereedschap aanzet. Een stuk gereedschap of een sleutel die zich in een draaiend deel van een apparaat bevindt kan letsel veroorzaken.
  • Draag passende kleding. Geen wijde kleding of sieraden dragen. Haar, kleding en handschoenen uit de buurt houden van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.
  • Gebruik altijd de veiligheidskap met stofafzuiging.
  • Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer aan- of uitgeschakeld kan worden is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
  • Bewaar elektrisch gereedschap dat u niet gebruikt, buiten het bereik van kinderen. Iemand die niet vertrouwd is met het apparaat of die de gebruiksaanwijzing niet gelezen heeft, mag het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk als dit wordt gebruikt door onervaren personen.
  • Controleer de functionaliteit van apparaten en gereedschap voordat u begint te werken. Werk nooit met beschadigd of bot gereedschap.
  • Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd en geschoold personeel, alleen met originele reserveonderdelen repareren. Dit garandeert, dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
  • Trek de stekker uit het stopcontact en/of het accupak uit het elektrisch gereedschap voor u instellingen van de apparatuur aanpast of hulpstukken verwisselt. Onbedoeld starten van elektrisch gereedschap is een reden voor ongevallen.
  • Bouw de machinetafel goed op voor u het elektrisch gereedschap inbouwt. De juiste opbouw is belangrijk om in elkaar zakken te voorkomen.
  • Bevestig het elektrisch gereedschap veilig aan de machineplaat voor u het gaat gebruiken. Verschuiven/wegglijden van elektrisch gereedschap op de machineplaat kan ertoe leiden dat u de controle verliest. BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 7879
  • Zet de machinetafel op een stevige, vlakke en horizontale ondergrond. Als de machinetafel kan verschuiven of wiebelen, is een gelijkmatige en veilige geleiding van het elektrisch gereedschap of het werkstuk niet mogelijk.
  • De machinetafel niet overbelasten en niet gebruiken als ladder of als steiger. Overbelasting of staan op de machinetafel kan ertoe leiden dat het zwaartepunt van de tafel zich naar boven verplaatst en de tafel omkiept.
  • Bewerk geen ander materiaal dan hout of licht verspaanbare kunststof. Uitzondering Alleen met de decoupeerzaag mag met een daarvoor geschikt zaagblad ook licht verspaanbaar metaal (bijv. aluminium) bewerkt worden.
  • Losse splinters, spanen of soortgelijke materiaaldeeltjes mogen niet met de hand uit de omgeving van het lopende zaagblad worden verwijderd!
  • De gebruikte machines moeten voldoen aan de DIN EN 60745-1. Apparaten vanaf bouwjaar 1995 moeten voorzien zijn van een EG-markering.
  • Zaag niet "uit de losse hand", d.w.z. het werkstuk niet uitsluitend met de hand geleiden, maar gebruik de parallelaanslag of hoekaanslag.
  • Zaagbladen mogen na het uitschakelen van de aandrijving niet door tegendruk aan de zijkant geremd worden.
  • Gebruik gereedschap uitsluitend voor het doel waarvoor het eigenlijk gemaakt is.
  • Gebruik uitsluitend zaagbladen zonder fouten; het basislichaam mag niet dikker en de schranking niet smaller zijn dan de dikte van de splijtwig.
  • Controleer regelmatig of alle schroeven stevig aangetrokken zijn!
  • Gebruik uw werktafel nooit onoordeelkundig of voor een ander dan het bedoelde gebruik!
  • Alle voorwerpen die niet nodig zijn van de werktafel verwijderen.
  • Niet gebruiken voor het klein maken van brandhout.
  • Gebruik de machinetafel niet om rondhout te zagen.
  • Aan-/Uitzetten van het gebruikte elektrische gereedschap mag uitsluitend met de veiligheidsschakelaar.
  • Voor permanent vastzetten van de apparaatschakelaar in de "AAN"-stand uitsluitend de bijgeleverde schakelklem gebruiken.
  • Beschadigde splijtinzetstukken vervangen door nieuwe splijtinzetstukken.
  • Bij het bewerken van smalle werkstukken in ieder geval een schuifstok gebruiken.
  • Controleer of de excenterhendels voor de bevestiging van de tafelpoten gesloten zijn.
  • Controleer voor de ingebruikname dat de handcirkelzaag, bovenfrees of decoupeerzaag op de voorgeschreven wijze op de machineplaat is bevestigd en dat de machineplaat veilig in de uitsparing van de machinetafel is ingeklikt of veilig op de geleiderail zit.
  • Neem de maximale afmetingen van het werkstuk in acht (zie Technische Gegevens).
  • Gebruik de verschillende splijtinzetstukken uitsluitend voor hun betreffende specifieke doel, zoals dit grafisch op ieder splijtinzetstuk beschreven is.
  • Als u de duwstok, de tussenvoeringen of de hoekaanslag niet gebruikt, hangt u deze aan de hiervoor bestemde schroefhaak.
  • Gebruik de machinetafel niet buiten als het regent of vochtig is.
  • Neem naast deze machinespecifieke veiligheidsvoorschriften in ieder geval de veiligheidsvoorschriften in acht van de gebruikte handcirkelzaag.
  • Gebruik uitsluitend handcirkelzagen met splijtwig, max. 200 mm zaagbladdiameter en een snedediepte tot max. 70 mm.
  • Gebruik uitsluitend zagen binnen de genoemde maximale grondplaatafmetingen (zie afb. 13).
  • Gebruik de tafelcirkelzaag uitsluitend met een op voorgeschreven wijze bevestigde veiligheidskap.
  • ATTENTIE! Controleer of het cirkelzaagblad parallel met de opening in het splijtinzetstuk gemonteerd is. Indien nodig moet de handcirkelzaag opnieuw uitgelijnd worden.
  • Ondersteun lange werkstukken aan de afnamekant, zodat deze er horizontaal waterpas op liggen; bijvoorbeeld met een wolfcraft rolbok (art.-nr. 6119973).
  • Voorkom overbelasting van de handcirkelzaag.
  • Gebruik geen slijpschijven.
  • Gebruik uitsluitend aanbevolen zaagbladen en kies deze afhankelijk van het materiaal dat gezaagd moet worden.
  • GEVAAR: Met uw handen niet in het zaagbereik of aan het zaagblad komen.
  • Pak niets weg onder het werkstuk. De veiligheidskap kan u onder het werkstuk niet beschermen tegen het zaagblad.
  • Pas de snedediepte aan de dikte van het werkstuk aan. De snedediepte moet minder dan een volle tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar zijn.
  • Wees er altijd op bedacht dat bij het zagen het werkstuk door het zaagblad gegrepen kan worden en tegen de operateur kan worden geslingerd.
  • Een terugslag is het resultaat van een verkeerde en/of niet geschikte toepassing van de zaag. Dit kan worden voorkomen door passende voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven.
  • Hou de zaag met beide handen vast en breng uw armen in een stand waarin u de terugslagkrachten kunt opvangen. Zorg dat u zich altijd opzij van het zaagblad bevindt, het zaagblad nooit in één lijn met uw lichaam brengen. Bij een terugslag kan de cirkelzaag terugspringen, de operateur kan echter door gepaste voorzorgsmaatregelen de terugslagkrachten beheersen.
  • Indien het zaagblad vastloopt of u de werkzaamheden onderbreekt, moet u de zaag uitschakelen en deze rustig in het materiaal houden tot het zaagblad tot stilstand is gekomen. Probeer nooit de zaag uit het werkstuk te verwijderen of deze achteruit te trekken zolang het zaagblad nog beweegt, anders kan dit resulteren in een terugslag. Onderzoek en verhelp de oorzaak waarom het zaagblad vastloopt.
  • Als u een zaag die in het werkstuk zit weer wilt starten, het zaagblad centreren in de zaagspleet en controleer of de zaagtanden niet in het werkstuk zitten vastgehaakt. Als het zaagblad vastgeklemd zit kan dit zich van het werkstuk losmaken of een terugslag veroorzaken als de zaag weer gestart wordt.
  • Grote platen ondersteunen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder hun eigen gewicht gaan doorbuigen. Platen moeten aan beide kanten worden ondersteund, zowel in de buurt van de zaagspleet als ook aan de kant. BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 79• Gebruik geen botte of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met botte of verkeerd gezette tanden veroorzaken door een te smalle zaagspleet een verhoogde wrijving, klemmen van het zaagblad en terugslag.
  • Voor u begint met zagen de snedediepte- en snijhoekinstellingen vast aantrekken. Als de instellingen tijdens het zagen veranderen kan het zaagblad vastlopen en een terugslag optreden.
  • Wees bijzonder voorzichtig met "insteeksneden" in bestaande muren of andere ondoorzichtige plaatsen. Het zaagblad dat wordt ingestoken kan bij het zagen in verborgen voorwerpen blokkeren en een terugslag veroorzaken.
  • Neem de maximale afmetingen van het werkstuk in acht (zie Technische Gegevens).
  • Gebruik voor het sleuf- en voegzagen altijd de schuifstok, omdat het zaagblad niet zichtbaar is.
  • Laat de afdekkingen zitten. Afdekkingen moeten in werkende toestand en correct gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet correct werkende afdekkingen moeten gerepareerd of vervangen worden.
  • Gebruik voor de scheidingssneden steeds de afdekkingen van het zaagblad en de splijtwig. Voor scheidingssneden, waarbij het zaagblad volledig door het werkstuk zaagt, verminderen de afdekkingen en andere veiligheidsvoorzieningen het risico op verwondingen.
  • Let op: het zagen van voegen, gutsen of splitsen met overslag is met de machinetafel niet toegestaan!
  • Let op: bewerk geen werkstukken die dunner zijn dan 2 mm!
  • Zorg vóór het inschakelen van het elektrische gereedschap ervoor dat het zaagblad de afdekking, de splijtwig of het werkstuk niet raakt. Het per ongeluk contact maken van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
  • Stel de splijtwig overeenkomstig de beschrijving in deze gebruikershandleiding af. Verkeerde afstanden, posities en uitlijningen kunnen ervoor zorgen dat de splijtwig een terugslag niet effectief verhindert.
  • Om de splijtwig te laten functioneren, moet hij het werkstuk raken. Bij zaagsneden in werkstukken die zo kort zijn dat de splijtwig ze niet raakt, werkt de splijtwig niet. In deze omstandigheden kan een terugslag niet worden voorkomen door de splijtwig.
  • Gebruik het zaagblad dat geschikt is voor de splijtwig. Om de splijtwig goed te laten werken, moet de zaagbladdiameter passen bij de betreffende splijtwig, moet de rug van het zaagblad dunner zijn dan de splijtwig en moet de tandbreedte groter zijn dan de splijtwigdikte.
  • GEVAAR: kom niet met uw vingers of handen in de buurt van het zaagblad of in het zaagbereik. In een moment onoplettendheid of wanneer u uitglijdt kan uw hand in de buurt van het zaagblad komen, wat tot ernstige verwondingen kan leiden.
  • Beweeg het werkstuk alleen tegen de draairichting van het zaagblad of het snijgereedschap in. Het bewegen van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel kan ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad worden getrokken.
  • Gebruik bij langssneden nooit de verstekaanslag voor de aanvoer van het werkstuk en gebruik bij dwarssneden met de verstekaanslag nooit ook de parallelle aanslag voor de lengte-instelling. Het tegelijkertijd geleiden van het werkstuk met de parallelaanslag en met de verstekaanslag verhoogt de kans dat het zaagblad vastslaat en dat er een terugslag optreedt.
  • Oefen bij langssneden altijd kracht uit op het werkstuk tussen de aanslagrail en het zaagblad. Gebruik een duwstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad minder dan 150 mm is en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm. Dergelijke hulpmiddelen zorgen ervoor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft.
  • Gebruik alleen de meegeleverde duwstok van de fabrikant of een stok die volgens de aanwijzingen is gemaakt. De duwstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad.
  • Gebruik nooit een beschadigde of doorgezaagde duwstok. Een beschadigde duwstok kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagblad komt.
  • Werk niet “uit de vrije hand“. Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk te plaatsen en te geleiden. “Uit de vrije hand betekent dat u het werkstuk met de hand ondersteunt of geleidt in plaats van met de parallelaanslag of verstekaanslag. Uit de vrije hand zagen leidt tot een verkeerde uitlijning, vastslaan en terugslag.
  • Grijp nooit rondom of boven een draaiend zaagblad. Wanneer u een werkstuk aanraakt, kunt u onbedoeld ook het het draaiende zaagblad raken.
  • Ondersteun lange en/of brede werkstukken aan de achterkant en/of aan de zijkant van de zaagtafel, zodat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging bij de rand van de zaagtafel naar beneden te kantelen; dit leidt tot controleverlies, vastslaan van het zaagblad en terugslag.
  • Voer het werkstuk gelijkmatig aan. Buig of verdraai het werkstuk niet. Als het zaagblad vastslaat, schakelt u het elektrische gereedschap uit, trekt u de stekker uit het stopcontact en lost u de oorzaak voor het vastslaan op. Het vastslaan van het zaagblad in het werkstuk kan leiden tot terugslag of blokkeren van de motor.
  • Verwijder het afgezaagde materiaal niet als de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan vast komen te zitten tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de afdekking en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen voor u het materiaal verwijdert.
  • Ga nooit recht tegenover het zaagblad staan. Ga altijd aan de kant van het zaagblad staan waar de aanslagrail zich bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met een grote snelheid naar personen worden geslingerd die recht tegenover het zaagblad staan.
  • Grijp nooit over of achter het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. Hierdoor kunt u het zaagblad ongewenst aanraken, of een terugslag kan ertoe leiden dat uw vingers in het zaagblad worden getrokken.
  • Houd en druk het werkstuk dat wordt afgezaagd nooit tegen het draaiende zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad drukt, leidt dit tot vastslaan en terugslag.
  • Lijn de aanslagrail parallel uit met het zaagblad. Een niet uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en zorgt voor een terugslag.
  • Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen in niet zichtbare delen van gemonteerde werkstukken. Het instekende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken.
  • Ondersteun grote platen om het risico op terugslag door een vastslaand zaagblad te verkleinen. Grote platen kunnen door hun eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar ze buiten het tafeloppervlak steken. BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 80• Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken die gedraaid, aan elkaar vastgemaakt of kromgetrokken zijn of geen rechte randen hebben waarlangs ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een kromgetrokken, samengesteld of verdraaid werkstuk is instabiel en leidt tot een verkeerde uitlijning van de snijlijn met het zaagblad, vastslaan en terugslag.
  • Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad zou in één of meerdere delen kunnen grijpen en een terugslag veroorzaken.
  • Als u een zaag waarvan het zaagblad in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad zo in de zaaggleuf dat de zaagtanden niet in het werkstuk haken. Als het zaagblad vastslaat, kan dit het werkstuk omhoog tillen en een terugslag veroorzaken als de zaag opnieuw wordt gestart.
  • Houd zaagbladen schoon, scherp en voldoende getordeerd. Gebruik nooit kromme zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of gebroken tanden. Scherpe en goed getordeerde zaagbladen verminderen de kans op vastslaan, blokkeren en terugslag.
  • Schakel de cirkelzaagbank uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u de tafelinzet verwijdert, het zaagblad vervangt, instellingen uitvoert aan de splijtwig of de zaagbladafdekking en als de machine zonder toezicht wordt achtergelaten. Voorzorgsmaatregelen zijn bedoeld voor het vermijden van ongevallen.
  • Laat de cirkelzaagbank nooit zonder toezicht draaien. Schakel het elektrische gereedschap uit en verlaat het niet voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait vormt een ongecontroleerd gevaar.
  • Plaats de cirkelzaagbank op een plek die vlak en goed verlicht is en waar hij stevig staat en in evenwicht blijft. De plaats waar hij wordt geïnstalleerd moet voldoende ruimte hebben voor het formaat van uw werkstukken. Niet-opgeruimde, slecht verlichte werkplekken en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen.
  • Verwijder regelmatig zaagspanen en zaagsel onder de zaagtafel en/of van de stofafzuiging. Opgehoopt zaagsel is brandbaar en kan uit zichzelf ontbranden.
  • Zet de cirkelzaagbank vast. Een niet goed vastgezette cirkelzaagbank kan bewegen of omvallen.
  • Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de cirkelzaagbank voordat u deze inschakelt. Verschuivingen en mogelijk vastslaan kunnen gevaarlijk zijn.
  • Gebruik altijd zaagbladen van de juiste grootte en met een geschikt bevestigingsgat (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen die niet passen bij de opname van de zaag, lopen niet rond en waardoor u de controle over de zaag kunt verliezen.
  • Gebruik nooit beschadigde of verkeerde bevestigingsmaterialen voor het zaagblad, zoals flenzen, onderlegringen, schroeven of moeren. Deze bevestigingsmaterialen voor het zaagblad zijn speciaal voor uw zaag gemaakt voor een veilig gebruik en optimale prestaties.
  • Ga nooit op de cirkelzaagbank staan en gebruik de cirkelzaagband niet als opstapje. Er kunnen ernstige verwondingen optreden als het elektrische gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt.
  • Controleer of het zaagblad in de juiste draairichting is gemonteerd. Gebruik geen schuurschijven of draadborstels in de cirkelzaagbank. Onjuiste montage van het zaagblad of het gebruik van niet aangeraden hulpstukken kan leiden tot ernstige verwondingen.
  • Neem naast deze machinespecifieke veiligheidsvoorschriften in ieder geval de veiligheidsvoorschriften in acht van de gebruikte decoupeerzaag.
  • Werk nooit met een beschadigde decoupeerzaag.
  • Voorkom overbelasting van de decoupeerzaag.
  • De decoupeerzaag mag niet in combinatie met de geleiderail gebruikt worden.

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR KAP- EN VERSTEKZAGEN

  • Houdt u naast deze machinespecifieke veiligheidsinstructies altijd aan de veiligheidsinstructies van de gebruikte kap- en verstekzaag.
  • Monteer de kap- en verstekzaag volgens de aanwijzingen in deze handleiding.
  • Werk niet met een beschadigde kap- en verstekzaag en gebruik geen botte of beschadigde zaagbladen.
  • Ondersteun lange werkstukken aan de afvoerzijde om gevaarlijke situaties door ongecontroleerd kantelen te voorkomen. ATTENTIE! GEBRUIK ALS FREESTAFEL UITSLUITEND IN COMBINATIE
  • Neem naast deze machinespecifieke veiligheidsvoorschriften in ieder geval de veiligheidsvoorschriften in acht van de gebruikte bovenfrees.
  • Wees er altijd op bedacht, dat u bij het frezen onverwachts en plotseling de controle over het werkstuk kunt verliezen en dat er een terugslag kan optreden.
  • Gebruik de machinetafel niet voor boogfrezen!
  • Freeswerkzaamheden daarom uitsluitend uitvoeren met de als hulpstuk verkrijgbare parallel freesaanslag (art.-nr. 6901000) om terugslag en aanraken van de frees met de hand te verhinderen.
  • Volg de instructies in de originele handleiding van de parallel-freesaanslag (art.-nr. 6901000) voor een correcte montage.
  • Gebruik geen bovenfrees met meer dan 1800 W en meer dan 230 V.
  • Gebruik geen frees met een diameter van meer dan 27 mm!
  • De freesmachine mag niet in combinatie met de geleiderail gebruikt worden.
  • Het is van belang dat de aanvoerbeweging uitsluitend tegen de draairichting van de frees mag plaatsvinden.
  • Kies de meegeleverde afstandsringen uit naar verhouding met het formaat van het freesgereedschap. Om veilig te kunnen werken moet een zo klein mogelijke afstandsring worden gebruikt. BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 8182
  • Gebruik uitsluitend scherp, goed onderhouden en volgens de voorschriften van de gereedschapsfabrikant ingesteld freesgereedschap.
  • Schenk bij de apparaten en het gereedschap dat u gebruikt aandacht aan de gegevens over min.-/max.- -toerental en draairichting die op het product, de verpakking of in de handleiding staan vermeld.
  • Denk eraan, dat een verkeerd gebruik van freesgereedschap, werkstuk en voorzieningen voor werkstukgeleiding kan leiden tot een gevaarlijke situatie.
  • Tijdens het frezen aan de aanslag de handen uit de buurt van het freesgereedschap houden.
  • Gebruik zover mogelijk bij het frezen de tafelaandrukschoenen als extra steun bij de parallel-freesaanslag.
  • Ondersteun lange werkstukken aan de afnamekant om gevaarlijke situaties door ongecontroleerd kiepen te verhinderen. De steun moet stabiel staan en dezelfde hoogte hebben als de machinetafel, bijv. de rolbok (art.-nr. 6119973).
  • Bewerk uitsluitend werkstukken die door hun formaat en gewicht door één persoon veilig vastgehouden en geleid kunnen worden.
  • Kies het juiste toerental dat geschikt is voor het gereedschap en het werkstuk. In de handleiding van uw bovenfrees vindt u exacte gegevens omtrent het toerental.
  • Neem de maximale afmetingen van het werkstuk in acht (zie Technische Gegevens).

MEEGELEVERD Neem de MASTER cut 2500 uit de verpakking en controleer of alle afgebeelde onderdelen zijn meegeleverd (afb. 1 en 2). BASISMONTAGE Montage van de tafel: leg de tafel op een vlakke, schone ondergrond (afb. 3.1). Maak beide excenterhefbomen los en klap het rechter paar poten open tot de aanslag. Sluit vervolgens beide excenterhefbomen weer (afb. 3.2). Maak de vier excenterhefbomen los en klap het linker paar poten open tot de aanslag. Sluit vervolgens alle vier de excenterhefbomen weer (afb. 3.3). Plaats de tafel op de poten (afb. 3.4) en stel de tafel indien nodig nog af door de hoogteverstelling te draaien (afb. 3.4). LET OP: zorg ervoor dat uw handen bij het open- of dichtklappen van de tafel en bij het plaatsen van de machineplaat niet bekneld raken. Veiligheidsschakelaar: monteer de veiligheidsschakelaar op de afgebeelde wijze op de machinetafel (afb. 4). Veiligheidskap: monteer eerst de afzonderlijke onderdelen van de beschermkap (afb. 5.1). Schuif de beschermkaphouder met de geleiding in het aluminium profiel (afb. 5.2). Plaats de beschermkap zo boven de zaaggleuf, dat deze het voorste deel van de zaaggleuf afdekt. Draai de gripschroef rechtsom vast (afb. 5.3). Hoekaanslag: Monteer de hoekaanslag op de afgebeelde wijze (afb. 6.1 t/m 6.4). Hoekaanslag voor geleiders: monteer de lange hoekaanslag, de aanslagruiter en de aanslaggeleider (afb. 7.1). Schuif de aanslagruiter met de groef in de hoekaanslag en draai de gripschroef rechtsom vast (afb. 7.2). Schroefhaak voor opbergen: Schroef de drie houders losjes in elkaar (afb. 8.1), schuif vervolgens de houders in de geleider en positioneer deze op een geschikte afstand. Draai de contramoer vast (afb. 8.2). Steek de duwstok en/of niet benodigde hulpstukken op de houders (afb. 8.3). Inschakelklem: maak het ene uiteinde van het snoer vast aan de opening van de inschakelklem en het andere uiteinde aan het hoekprofiel van de tafel (afb. 9). LET OP: let erop dat het snoer zo lang is dat de inschakelklem bij het kantelen van de machineplaat automatisch loskomt van het elektrische gereedschap

MONTAGE VAN DE HANDCIRKELZAAG

Opmerking: voor de eerste montage van de handcirkelzaag en het parallel uitlijnen van het zaagblad moeten eerst de geleidingsrails op de tafel worden gemonteerd. Montage geleidingsrails: plaats eerst de rechter en linker kunststof houders stevig in de betreffende gaten in het aluminium profiel. Leg de geleidingsrails parallel aan de groef in het werkblad op de tafel en breng beide metalen klemmen aan in het profiel van de rails. Schuif nu beide klemmen tegen de kunststof houders en druk deze aan. Hiermee wordt de geleidingsrail nauwkeurig uitgelijnd. Draai vervolgens beide klemmen vast (afb. 10.1 en 10.2). Verwijderen van de machineplaat: til de tussenvoering zoals afgebeeld eerst iets omhoog aan de uitsparing om te ontgrendelen (afb. 11.1). Trek de tussenvoering vervolgens in de richting van de pijl (afbeelding 11.2). Til de tussenvoering er nu uit (afb. 11.3). LET OP: de tussenvoering voor de cirkelzaagbank moet altijd worden verwijderd voor het uitnemen van de machineplaat! Til nu de machineplaat op aan de greep (afb. 11.4). Door de machineplaat op te tillen komt deze los van de vier klemhouders en kan met beide handen worden verwijderd (afb. 11.5). Plaats nu de tussenvoering weer terug (afb. 11.6). De machineplaat op de geleidingsrails plaatsen: plaats nu zoals afgebeeld de machineplaat van bovenaf op de geleiding in de geleidingsrails (afb. 12). BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 8283

Te gebruiken handcirkelzagen: de maximale afmetingen van de te gebruiken handcirkelzagen vindt u in afb. 13. Gebruik alleen handcirkelzagen met splijtwig, een maximale zaagbladdiameter van 200 mm en een zaagdiepte tot max. 70 mm. Monteren en uitlijnen van de handcirkelzaag Maak de zaagdieptevergrendeling van de handcirkelzaag los en trek de pendelbeschermkap terug Zet nu de handcirkelzaag op de machineplaat. Stel de zaagdiepte met voldoende vrijloop in de groef van het werkblad in en draai de zaagdieptevergrendeling vast. Lijn nu het zaagblad van de handcirkelzaag parallel ten opzichte van de zwarte rubberen lip van de geleidingsrails uit (afb. 14.1). Monteer nu de zes zijaanslagen zodat alle zijaanslagen over het hele oppervlak in contact zijn met de grondplaat van de machine. De beide achterste aanslagen in de lengterichting dienen als stopaanslagen van de handcirkelzaag in zaagrichting, om ervoor te zorgen dat de handcirkelzaag bij het zagen goed gesteund is (afb. 14.2). Daarna monteert u de vier werkstukhouders (afb. 14.3). Verwijder de gemonteerde handcirkelzaag met de machineplaat en leg deze zoals afgebeeld op de tafel (afb. 14.4). Controleer nu bij volledig naar buiten gebrachte zaagdiepte de afstand van de voorste cirkelzaagbladtand tot de voorste kant van de tussenvoering (afb. 14.5). LET OP: deze afstand moet minder zijn dan 20 mm. Eventueel moet de handcirkelzaag in de lengterichting opnieuw worden uitgelijnd en de beide stopaanslagen opnieuw worden ingesteld. Plaats nu de machineplaat samen met de handcirkelzaag zoals afgebeeld op de tafel en verwijder de tussenvoering (afb. 14.6). Zet nu de machineplaat op de voorste klemhouder. Plaats deze vervolgens met één hand op de greep op het tafelblad (afb. 14.7). Klik de machineplaat vast (afb. 14.8). Plaats vervolgens de tussenvoering weer terug (afb. 14.9). LET OP: controleer of het cirkelzaagblad parallel aan de opening in de tussenvoering is gemonteerd. Eventueel moet de handcirkelzaag opnieuw worden uitgelijnd (afb. 14.2 en 14.3). Gebruik van handcirkelzagen met brede grondplaten Als de maat van het midden van het zaagblad tot de buitenkant van de grondplaat van de cirkelzaag breder is dan 128 mm, moeten bij de montage de beide lange zijaanslagen worden gebruikt. Hierbij dienen beide zijaanslagen in “detail F“ ook als stopaanslagen voor de handcirkelzaag (afb. 14.10). Gebruik alleen handcirkelzagen binnen de genoemde maximale grondplaatafmetingen (afb. 13). Aansluiten op de stroomvoorziening: steek de stekker van de handcirkelzaag in de veiligheidsschakelaar en een verlengkabel vanaf de veiligheidsstekker in het stopcontact (afb. 15.1). De verlengkabel is niet inbegrepen. LET OP: voor eerste ingebruikname de thermische schakelaar indrukken! Wacht na een stroomonderbreking door overspanning

4 - 5 minuten voordat u de thermische schakelaar indrukt. Hierna kunt u de AAN-/ON-schakelaar gebruiken (Afb. 15.2).

Op de veiligheidsschakelaar de rode knop (UIT) indrukken. Monteer daarna de schakelklem op de handcirkelzaag (afb. 15.3). Druk nu de groene knop (AAN) in en controleer de vrijloop van het zaagblad in de tussenvoering (afb. 15.4). Druk vervolgens weer op de rode knop (UIT). LET OP: trek de stekker er altijd uit als het apparaat niet wordt gebruikt en als u de tafel in elkaar klapt. De MASTER cut 2500 is nu klaar voor gebruik.

STATIONAIR ZAGEN MET DE HANDCIRKELZAAG

LET OP: werk altijd met veiligheidskap en gebruik de stofafzuiginstallatie op de veiligheidskap. Zagen met de hoekaanslag Schuif de hoekaanslag in de geleider (afb. 16.1). Let erop dat het zwarte uiteinde van de aanslag zo dicht mogelijk onder de veiligheidskap loopt om te garanderen dat de kap wordt opgetild (afb. 16.2). Trek nu de hoekaanslag terug en leg het werkstuk tegen de hoekaanslag aan. Zet de handcirkelzaag met de veiligheidsschakelaar aan. Schuif op de afgebeelde wijze het werkstuk bij de hoekaanslag in de richting van de pijl naar het cirkelzaagblad (afb. 16.3) totdat het werkstuk volledig is doorgezaagd. Zet de handcirkelzaag daarna met de veiligheidsschakelaar weer uit. LET OP: zorg ervoor dat uw handen op voldoende afstand van het cirkelzaagblad blijven (gevaar voor lichamelijk letsel). Bij deze montage van de hoekaanslag kunnen werkstukken met een hoogte van minimaal 15 mm tot maximaal 60 mm worden gezaagd. Als het werkstuk minder hoog is dan 15 mm, moet de hoekaanslaggeleiding worden omgebouwd (afb. 16.7). Met de hoekaanslag kunt u werkstukken in een hoek van 0° - 65° zagen. Draai hiertoe de gripschroef los, stel de gewenste hoek in en draai de gripschroef weer goed aan (afb. 16.8). Zaag vervolgens zoals in de afb. 16.1 tot 16.3 wordt weergegeven. Zagen met de parallelaanslag Monteer de parallelaanslag eerst losjes op de afgebeelde wijze. Steek de parallelaanslag met opengedraaide excenterhefbomen op de tafel in de geleiding. Lijn de parallelaanslag met behulp van de opgedrukte schaalverdeling parallel uit in het geleidingsprofiel. Druk beide excenterhefbomen naar beneden en draai de bevestigingsschroeven vast. Controleer of de parallelaanslag parallel aan het cirkelzaagblad is uitgelijnd (afb. 17.1). Aansluitend moet de geleiding van de hoekaanslag op de parallelaanslag worden gemonteerd om het terugslaan van het werkstuk bij het zagen te vermijden. Gebruik hiervoor de afgebeelde bevestigingsmaterialen van de hoekaanslag. Monteer hiervoor beide schroeven met beide onderlegringen en de vierkante moeren losje op de parallelaanslag (afb. 17.2). BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 8384

De eerste montage van de handcirkelzaag (afb. 14.1 tot 14.8) werd precies passend voor het werken met de geleiderail uitgevoerd. Leg de machineplaat nu met gemonteerde handcirkelzaag op de tafel en vervang het splijtinzetstuk voor stationair zagen door het splijtinzetstuk voor het zagen met geleiderail (afb.19.1). Leg et werkstuk op het werkblad. Gebruik zover mogelijk altijd de hoekaanslag voor de geleiderail (zie paragraaf hoeksneden). Monteer daarna de geleiderail met de beide houders en de twee klemmen (afb. 19.2) Draai de twee klemmen altijd zo vast dat het werkstuk bij het zagen niet kan verschuiven. Zet de machineplaat met gemonteerde handcirkelzaag op de geleider van de geleiderail. Stel nu de snedediepte van de handcirkelzaag zo in, dat het cirkelzaagblad maximaal 4 mm onder het werkstuk uitsteekt. ATTENTIE! Bij het zagen van smalle werkstukken moet de geleiderail met even hoge werkstukken op de gehele tafelbreedte ondersteund worden, zodat de geleiderail met de machineplaat niet kiepen kan. ATTENTIE! De apparatenstekker van de handcirkelzaag moet in een netcontactdoos worden gestoken. De veiligheidsschakelaar en de schakelklem mogen niet gebruikt worden voor het zagen met de geleiderail. Zet de handcirkelzaag aan en geleid deze altijd parallel aan de geleiderail (afb. 19.3). Als de snede klaar is de handcirkelzaag uitzetten. Hoeksneden: Steek hiervoor de kunststofhouder van de hoekaanslag in een boorgat in het werkblad. Gebruik hiervoor altijd het eerstvolgende boorgat naar de snijrand van de geleiderail Schuif de losjes gemonteerde aanslaggeleider in de gleuf van het werkblad door tot aan de hoekaanslag. Klem nu de gleuf van de aanslaggeleider in het profiel van de hoekaanslag. Lijn het werkstuk samen met de hoekaanslag uit op de geleiderail. Draai vervolgens de kartelschroef van de aanslaggeleider stevig vast (afb. 19.4). Seriesneden: Bij seriesneden de extra aanslagruiter monteren. Voer de aanslagruiter in de gleuf van de hoekaanslag in en draai de metalen aanslag tot op het werkblad. Leg het werkstuk in de gewenste lengte tegen de hoekaanslag aan. Schuif vervolgens de aanslagruiter tot tegen het einde van het werkstuk aan en draai de kartelschroef vast (afb.19.5). Aansluitend schuift u de geleiding zoals afgebeeld op de parallelaanslag in de beide vierkante moeren. Het uiteinde van de geleiding mag maximaal tot het uiteinde van het cirkelzaagblad worden ingeschoven (afb. 17.3). Draai beide schroeven vast. Maak beide excenterhefbomen los, stel de gewenste zaagbreedte in. Let er absoluut op dat de parallelaanslag parallel met het cirkelzaagblad is uitgelijnd. Druk aansluitend beide excenterhefbomen naar beneden. Zet nu de handcirkelzaag met de veiligheidsschakelaar aan. Schuif op de afgebeelde wijze het werkstuk in de richting van de pijl naar het cirkelzaagblad (afb. 17.4) totdat het werkstuk volledig is doorgezaagd. Zet de handcirkelzaag daarna met de veiligheidsschakelaar weer uit. Bij smalle werkstukken moet absoluut de meegeleverde schuifstok worden gebruikt (afb. 17.5). Indien nodig kan de parallelaanslag ook links van het cirkelzaagblad worden gemonteerd. Hiervoor moet de geleiding met een aantal gaten worden verplaatst (afb. 17.6). De benodigde montagestappen vindt u in de afbeeldingen 17.1 t/m 17.3. Verticale versteksneden Bij verticale versteksneden moet de handcirkelzaag opnieuw worden uitgelijnd. Verwijder eerst de tussenvoering (afb. 18.1). Til aansluitend de machineplaat op aan de greep (afb. 18.2). Verwijder nu de machineplaat (afb. 18.3). Trek de pendelbeschermkap van de handcirkelzaag terug en plaats de tussenvoering weer tegen de aanslag (afb. 18.4). Leg de gemonteerde machineplaat zoals afgebeeld op de tafel (afb. 18.5). Maak de vier werkstukhouders en de vier zijaanslagen los. Stel de gewenste verstekhoek op de handcirkelzaag in. Verschuif de grondplaat parallel aan de twee resterende stopaanslagen in de richting van de pijl (afb. 18.6). Let er absoluut op dat het zaagblad vrij loopt in de tussenvoering. Zet aansluitend de vier zijaanslagen en de vier werkstukhouders goed vast (afb. 18.7). Plaats nu de machineplaat samen met de handcirkelzaag op de tafel en verwijder de tussenvoering. Zet nu de machineplaat op de voorste klemhouder. Plaats deze vervolgens met één hand op de greep op het tafelblad. Klik de machineplaat vast en plaats vervolgens de tussenvoering weer (afb. 14.6 t/m 14.9). De tafel is nu klaar voor verticale versteksneden (afb. 18.8). Indien nodig kan de beschermkap met de verstelschroef naar de zijkant toe worden versteld zodat het zaagblad vrij en met voldoende afstand onder de beschermkap kan lopen (afb. 18.9).

ZAGEN MET DE DECOUPEERZAAG

Plaats de tussenvoering voor decoupeerzagen in de machineplaat (afb. 20.1). Lijn de decoupeerzaag op de machineplaat zo uit dat het zaagblad midden in de zaagopening valt. Monteer nu de decoupeerzaag op de afgebeelde wijze (afb. 20.2 en 20.3). Plaats de gemonteerde decoupeerzaag met de machineplaat in de tafel en klik deze vast in de vier houders. Steek de inschakelklem in de schakelaar van de decoupeerzaag en sluit de stekker op de veiligheidsschakelaar aan. De tafel is nu klaar voor decoupeerzagen (afb. 20.4). BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 8485

Met de meegeleverde bevestigingsbouten kunt u een kap- en verstekzaag op de tafel monteren. Zet de kap- en verstekzaag midden op de tafel met de montagegaten boven de twee langwerpige gaten van het tafelblad. Zet nu de kap- en verstekzaag vast. Steek hiervoor de schroeven en de kleine onderlegringen van bovenaf door de montagegaten en door het tafelblad. Zet met de grote onderlegringen en de moeren de bouten aan de onderkant vast (afb. 21). LET OP: de kap- en verstekzaag moet met minimaal twee bevestigingsschroeven, vier ringen en twee moeren aan de tafel worden bevestigd. Als de montagegaten van uw zaag niet overeenkomen met de lange gaten in het tafelblad, mag u de kap- en verstekzaag niet gebruiken.

INSTELLEN VAN DE MACHINEPLAAT

De hoogte van de machineplaat is in de fabriek zo ingesteld, dat het werkstuk gegarandeerd over het werkblad en de machineplaat glijdt. Zo nodig kan de hoogte van de machineplaat worden aangepast. Draai hiertoe de vijf contramoeren los. Lijn de machineplaat daarna met de vijf instelschroeven op gelijke hoogte met het werkblad uit en draai de contramoeren weer vast (afb. 22). Controleer altijd voor alle werkzaamheden of de vijf contramoeren vast zijn aangedraaid. SPECIALE HULPSTUKKEN VOOR DE MASTER cut 2500 TWEE EXTRA MONTEERBARE SPLIJTWIGGEN, ART. NR. 6916000 EN 6917000 VOOR HET GEBRUIK VAN HANDCIRKELZAGEN ZONDER SPLIJTWIG LET OP: de hier beschreven speciale hulpstukken mogen uitsluitend met de MASTER cut 2500 worden gebruikt. OPMERKING: functie en bediening van dit speciale hulpstuk worden hierna beschreven en vanaf pagina 21 met afbeeldingen geïllustreerd.

GEBRUIK VOLGENS DE VOORSCHRIFTEN

Met de beide splijtwiggen kan een handcirkelzaag zonder splijtwig worden gebruikt. Splijtwig 6916000 is bedoeld voor het gebruik van handcirkelzagen met handcirkelzaagbladen tot een maximale diameter van 160 mm en een zaagbreedte van minimaal 2,4 mm tot maximaal 2,8 mm toegestaan. Splijtwig 6917000 is bedoeld voor het gebruik van handcirkelzagen met handcirkelzaagbladen tot een maximale diameter van 200 mm en een zaagbreedte van minimaal 2,4 mm tot maximaal 2,8 mm en een maximale zaagdiepte van 66 mm toegestaan. LET OP: neem vóór gebruik van het speciale hulpstuk de algemene veiligheidsvoorschriften, de veiligheidsvoorschriften voor handcirkelzagen en de oorspronkelijke handleiding voor de handcirkelzaag zonder splijtwig nauwgezet in acht.

SPLIJTWIGGEN ART. NR. 6916000 EN 6917000

De Splijtwig 6916000 omvat de volgende onderdelen: 1x splijtwig (voor max. cirkelzaagbladdiameter van 160 mm), 1x splijtwighouder (lange uitvoering), 1x instelmaat (afb. A). De Splijtwig 6917000 omvat de volgende onderdelen: 1x splijtwig (voor max. cirkelzaagbladdiameter van 200 mm), 1x splijtwighouder (korte uitvoering), 1x instelmaat (afb. B) LET OP: hierna wordt alleen de montage en functie van de splijtwig met art. nr. 6916000 voor handcirkelzagen met een cirkelzaagbladdiameter van max. 160 mm beschreven. Splijtwig met art. nr 6917000 voor handcirkelzagen met een cirkelzaagbladdiameter van max. 200 mm wordt op dezelfde wijze gemonteerd en werkt op dezelfde manier. Met deze splijtwig is het echter mogelijk werkstukken met een maximale werkstukhoogte van 50 mm te bewerken.

MONTAGE VAN DE HANDCIRKELZAAG ZONDER SPLIJTWIG

LET OP: voor de eerste montage van de handcirkelzaag en het parallel uitlijnen van het zaagblad moet de handcirkelzaag met de machineplaat worden uitgelijnd op de geleidingsrails en worden gemonteerd. OPMERKING: lees en volg de instructies in deze gebruikershandleiding voor de montage van geleidingsrails en het verwijderen en plaatsen van de machineplaat. Monteren en uitlijnen van de handcirkelzaag Maak de zaagdieptevergrendeling van de handcirkelzaag los en trek de pendelbeschermkap terug. Zet nu de handcirkelzaag op de machineplaat. Stel de zaagdiepte met voldoende vrijloop in de groef van het werkblad in en draai de zaagdieptevergrendeling vast. Lijn nu het zaagblad van de handcirkelzaag parallel ten opzichte van de zwarte rubberen lip van de geleidingsrails uit (afb. C.1). Monteer nu de zes zijaanslagen zodat alle zijaanslagen over het hele oppervlak in contact zijn met de grondplaat van de machine. De beide achterste aanslagen in de lengterichting dienen als stopaanslagen van de handcirkelzaag in zaagrichting, om ervoor te zorgen dat de handcirkelzaag bij het zagen goed gesteund is (afb. C.2). Daarna monteert u de vier werkstukhouders (afb. C.3). Verwijder de gemonteerde handcirkelzaag met de machineplaat en leg deze zoals afgebeeld op de tafel (afb. C.4). Controleer nu bij volledig naar buiten gebrachte zaagdiepte de afstand van de voorste cirkelzaagbladtand tot de voorste rand van de tussenvoering (afb. C.5). LET OP: deze afstand moet minder zijn dan 20 mm. Eventueel moet de handcirkelzaag in de lengterichting opnieuw worden uitgelijnd en de beide stopaanslagen opnieuw worden ingesteld. BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 85L

OPMERKING: als de afstand tussen het midden van het zaagblad tot de buitenkant van de grondplaat van de cirkelzaag meer is dan 128 mm, moeten bij de montage de beide lange zijaanslagen worden gebruikt. Lees en volg de instructies in deze gebruikershandleiding voor de montage van bredere grondplaten bij handcirkelzagen.

MONTAGE VAN DE SPLIJTWIG

Leg de gemonteerde handcirkelzaag zoals afgebeeld op de tafel (afb. D.1). Monteer de houderpennen losjes met de bevestigingsschroef. Schuif deze verbinding zoals afgebeeld zover in de machineplaat tot de opnamegroef voor de splijtwig zichtbaar is (afb. D.2). Steek de splijtwig ongeveer 2 cm van bovenaf in de groef van de houderpen (afb. D.3). Let op dat de splijtwig tot de aanslag op de machineplaat is gedraaid (= verticale uitlijning). Draai de bevestigingsschroef vast (afb. D.4).

UITLIJNEN VAN DE HANDCIRKELZAAG

Plaats de gemonteerde handcirkelzaag zoals afgebeeld op de tafel. LET OP: controleer nu of het cirkelzaagblad gecentreerd op de splijtwig en parallel in de zaaggleuf is uitgelijnd. De voorzijde van de handcirkelzaag moet samen met de 0-markering op de grondplaat van de handcirkelzaag en de beide hulplijnen op de machineplaat zijn uitgelijnd. De achterzijde van de handcirkelzaag moet gecentreerd ten opzichte van het cirkelzaagblad en de splijtwig zijn uitgelijnd (afb. D.5). LET OP: als het cirkelzaagblad niet gecentreerd ten opzichte van de splijtwig is uitgelijnd, moet de handcirkelzaag aan de zijkant opnieuw worden uitgelijnd. LET OP: voor het plaatsen van de machineplaat in de tafel moet de splijtwig met de bevestigingsbouten en de bevestigingsschroeven weer worden opgebouwd. Draai de bevestigingsschroef los, trek de splijtwig naar boven toe eruit. Verwijder vervolgens de houderpennen met de bevestigingsschroef (afb. D.6). Instellen van de veiligheidsafstand tussen splijtwig en cirkelzaagblad met behulp van de instelmaat. Plaats nu de machineplaat samen met de handcirkelzaag zoals afgebeeld op de tafel en verwijder de tussenvoering (afb. E.1). Zet de machineplaat op de voorste klemhouder. Plaats deze vervolgens met één hand op de greep op het tafelblad (afb. E.2). Klik de machineplaat vast (afb. E.3). Plaats vervolgens de tussenvoering weer terug (afb. E.4). Monteer de houderpennen losjes met de bevestigingsschroef. Schuif deze verbinding zoals afgebeeld zover in de machineplaat tot de opnamegroef voor de splijtwig zichtbaar is (afb. E.5). Steek de splijtwig ongeveer 2 cm van bovenaf in de groef van de houderpen (afb. E.6). Let op dat de splijtwig tot de aanslag op de machineplaat is gedraaid (= verticale uitlijning). Draai de bevestigingsschroef vast (afb. E.7). Monteer de afgebeelde onderdelen op de splijtwig (afb. E.8). Draai de schroef en de kartelmoer van de splijtwig vast, monteer de schroef en de kartelmoer losjes in de voorzijde van de behuizing (afb. E.9). Draai nu de bevestigingsschroef van de houderpen los (afb. E.10). Schuif de splijtwig verticaal naar beneden tot het cirkelzaagblad (afb. E.11). Schuif de splijtwig zo ver naar beneden dat minstens één tand van het cirkelzaagblad de behuizing van de instelmaat raakt. Draai nu de voorste kartelmoer vast (afb. E.12). Na het vastdraaien van de inbusschroef hebt u de veiligheidsafstand van max. 5 mm van het cirkelzaagblad tot de splijtwig ingesteld (afb. E.13). Schroef daarna de instelmaat los van de splijtwig (afb. E.14). LET OP: controleer nu nogmaals of het cirkelzaagblad gecentreerd ten opzichte van de splijtwig is uitgelijnd (detail in afb. E.14) en de veiligheidsafstand tussen cirkelzaagblad en splijtwig nog steeds max. 5 mm is (detail in afb. E.12). Zo niet, dan moet de handcirkelzaag opnieuw worden uitgelijnd. LET OP: controleer vóór alle werkzaamheden of de splijtwig en het montagemateriaal goed vastzitten! De tafel is nu klaar voor stationair zagen. Lees hiervoor de gebruiksinstructies voor stationair zagen met de handcirkelzaag. Aanpassen van de zaagdiepte Als de zaagdiepte van de handcirkelzaag wordt gewijzigd moet de splijtwig in de hoogte worden aangepast om de veiligheidsafstand van max. 5 mm tot het handcirkelzaagblad te waarborgen. Maak eerst de splijtwig los met de inbussleutel. Stel nu de gewenste zaagdiepte van de handcirkelzaag in. Trek nu de zaagdieptevergrendeling vast. Monteer en positioneer de instelmaat samen met de splijtwig, zoals in de afbeeldingen E.5 t/m E.14 wordt weergegeven. Verticale versteksneden Bij verticale versteksneden moet de handcirkelzaag aan de zijkant opnieuw worden uitgelijnd. Stel de gewenste verstekhoek op de handcirkelzaag in. Trek de pendelbeschermkap van de handcirkelzaag naar achteren en zet de machine in het midden van de zaaggleuf van de machineplaat. Maak de zaagdieptevergrendeling van de handcirkelzaag los en schuif de zaagdiepte volledig uit. Draai de zaagdieptevergrendeling vast (afb. F.1). LET OP: lijn het cirkelzaagblad parallel in de zaaggleuf uit. Controleer nu de afstand van de voorste tand van het cirkelzaagblad tot de voorzijde van zaaggleuf. Deze afstand moet minder zijn dan 20 mm (afb. F.2). Monteer nu de zes zijaanslagen zdat alle zijaanslagen over het hele oppervlak in contact zijn met de grondplaat van de machine. De beide achterste aanslagen in de lengterichting dienen als stopaanslagen van de handcirkelzaag in zaagrichting, om ervoor te zorgen dat de handcirkelzaag bij het zagen goed gesteund is. Daarna monteert u de vier werkstukhouders (afb. F.3). BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 86L

Monteer nu de zes zijaanslagen zdat alle zijaanslagen over het hele oppervlak in contact zijn met de grondplaat van de machine. De beide achterste aanslagen in de lengterichting dienen als stopaanslagen van de handcirkelzaag in zaagrichting, om ervoor te zorgen dat de handcirkelzaag bij het zagen goed gesteund is. Daarna monteert u de vier werkstukhouders (afb. F.3). OPMERKING: als de afstand tussen het midden van het zaagblad tot de buitenkant van de grondplaat van de cirkelzaag meer is dan 128 mm, moeten bij de montage de beide lange zijaanslagen worden gebruikt. Lees en volg de instructies in deze gebruikershandleiding voor de montage van bredere grondplaten bij handcirkelzagen.

MONTAGE VAN DE SPLIJTWIG

Plaats de gemonteerde handcirkelzaag zoals afgebeeld op de tafel (afb. F.4). Monteer de houderpennen losjes met de bevestigingsschroef. Schuif deze verbinding zoals afgebeeld zover in de machineplaat tot de opnamegroef voor de splijtwig zichtbaar is (afb. F.5). Steek de splijtwig ongeveer 2 cm van bovenaf in de groef van de houderpen (afb. F.6). Draai de splijtwig totdat deze exact naar het midden van het cirkelzaagblad is gedraaid. Draai de bevestigingsschroef vast (afb. F.7). LET OP: als het cirkelzaagblad niet gecentreerd ten opzichte van de splijtwig is uitgelijnd, moet de handcirkelzaag aan de zijkant opnieuw worden uitgelijnd. LET OP: voor het plaatsen van de machineplaat in de tafel moet de splijtwig met de bevestigingsbouten en de bevestigingsschroeven weer worden opgebouwd. Draai de bevestigingsschroef los, trek de splijtwig naar boven toe eruit. Verwijder vervolgens de houderpennen met de bevestigingsschroef (afb. F.8). Instellen van de veiligheidsafstand tussen splijtwig en cirkelzaagblad met behulp van de instelmaat. Plaats nu de machineplaat samen met de handcirkelzaag zoals afgebeeld op de tafel en verwijder de tussenvoering (afb. F.9). Zet nu de machineplaat op de voorste klemhouder. Plaats deze vervolgens met één hand op de greep op het tafelblad (afb. F.10). Klik de machineplaat vast (afb. F.11). Plaats vervolgens de tussenvoering weer terug (afb. F.12). Monteer de houderpennen losjes met de bevestigingsschroef. Schuif deze verbinding zoals afgebeeld zover in de machineplaat tot de opnamegroef voor de splijtwig zichtbaar is. Steek de splijtwig ongeveer 2 cm van bovenaf in de groef van de houderpen. Draai de splijtwig totdat deze exact naar het midden van het cirkelzaagblad is gedraaid. Draai de bevestigingsschroef vast (afb. F.13). Monteer de afgebeelde onderdelen op de splijtwig (afb. F.14). Draai de schroef en de kartelmoer van de splijtwig vast, monteer de schroef en de kartelmoer losjes in de voorzijde van de behuizing (afb. F.15). Draai nu de bevestigingsschroef van de houderpen los (afb. F.16). Schuif de splijtwig verticaal naar beneden tot het cirkelzaagblad (afb. F.17). Schuif de splijtwig zo ver naar beneden dat minstens één tand van het cirkelzaagblad de behuizing van de instelmaat raakt. Draai nu de voorste kartelmoer vast (afb. F.18). Na het vastdraaien van de inbusschroef hebt u de veiligheidsafstand van max. 5 mm van het cirkelzaagblad tot de splijtwig ingesteld (afb. F.19). Schroef daarna de instelmaat los van de splijtwig . LET OP: controleer nu nogmaals of het cirkelzaagblad gecentreerd ten opzichte van de splijtwig is uitgelijnd en de veiligheidsafstand tussen cirkelzaagblad en splijtwig nog steeds max. 5 mm is. Zo niet, dan moet de handcirkelzaag opnieuw worden uitgelijnd (afb. F.20). LET OP: controleer vóór alle werkzaamheden of de splijtwig en het montagemateriaal goed vastzitten! De tafel is nu klaar voor stationair zagen. Lees hiervoor de gebruiksinstructies voor stationair zagen met de handcirkelzaag. Garantie Beste doe-het-zelver, U hebt een hoogwaardig wolfcraft

-produkt gekocht, waarvan U bij het doehet-zelven werk veel plezier zult hebben. wolfcraft

-produkten stemmen met een hoge technische standaard overeen en moeten voordat ze in de handel komen intensieve ontwikkelings en testfasen doormaken. Gedurende de serieproduktie zorgen voortdurende controles en regelmatige tests voor een hoge kwaliteitsstandaard. Degelijke technische ontwikkelingen en betrouwbare kwaliteitscontroles geven U de zekerheid voor de juiste koopbeslissing. Op het aangeschafte wolfcraft

product geven wij 10 jaar garantie na aanschafdatum, mits het product uitsluitend voor doe-het-zelf werkzaamheden gebruikt is. De garantie beperkt zich uitsluitend tot de schade aan het gekochte voorwerp zelf, en alleen tot schade die het gevolg is van materiaal- en fabricagefouten. Onder deze garantie vallen geen gebreken en schades, die te wijten zijn aan onoordeelkundig gebruik of achterstallig onderhoud. Normale slijtageverschijnselen en slijtage door gebruik vallen ook niet onder de garantie, net zo min als gebreken en schades waarvan de klant op de hoogte was toen de overeenkomst werd gesloten. Er kan uitsluitend een beroep worden gedaan op garantie na het overleggen van de rekening /koopbon. Door de garantie van wolfcraft

worden uw wettelijke rechten als consument (na betaling, verbreking van de overeenkomst of vermindering, schadevergoeding of vergoeding van de kosten) niet beperkt. BDAL 6902_116306902 26.04.17 11:51 Seite 87Conformiteitsverklaring volgens EG-machinerichtlijn 2006/42/EG, aanhangsel II A Hiermee verklaart de firma wolfcraft GmbH in D-56746 Kempenich, Wolff Str. 1, dat dit product (MASTER cut 2500) voldoet aan machinerichtlijn 2006/42/EG. TUEV Rheinland LGA Products GmbH, Tillystrasse 2, 90431 Nürnberg. BM: 60087567 0001 In overeenstemming met de volgende normen: DIN EN 60745-1, DIN EN 60745-2-5, DIN EN 60745-2-11 Kempenich, 02.03.2017 Thomas Wolff De gemachtigde voor het ondertekenen van de conformiteitsverklaring en voor het samenstellen van de technische documenten. (Directie; wolfcraft GmbH)