2050 Stylo+ - Multigereedschap DREMEL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 2050 Stylo+ DREMEL in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - 2050 Stylo+ DREMEL
Download de handleiding voor uw Multigereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 2050 Stylo+ - DREMEL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 2050 Stylo+ van het merk DREMEL.
GEBRUIKSAANWIJZING 2050 Stylo+ DREMEL
Oorspronkelijke EU-conformiteitsverklaring Klein roterend gereedschap Artikelnummer
LET OP LEES ALLE VEILIGHEIDSWAAR-SCHUWINGEN EN ALLE INSTRUCTIES Mocht u de onderstaande waarschuwingen en instructies niet opvolgen dan kan er zich mogelijk een elektrische schok voordoen of kunt u brandwonden en/of ernstig letsel oplopen. Bewaar alle waarschuwingen en instructies als referentiemateriaal. De term “elektrisch gereedschap” in alle onderstaande waarschuwingen duidt op een elektrisch apparaat dat door het net (met een snoer) of door een accu (snoerloos) wordt aangedreven.
VEILIGHEID OP DE WERKPLEK
a. Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden.b. Gebruik het gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoen, brandbare gassen of brandbare stoen bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die stof of dampen tot ontsteking kunnen brengen. 29c. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Indien u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID a. De aansluitstekker van het gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico op een elektrische schok. b. Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, zoals buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c. Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico op een elektrische schok. d. Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel. Gebruik de kabel niet om het gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico op een elektrische schok. e. Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico op een elektrische schok. f. Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.
VEILIGHEID VAN PERSONEN
a. Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden. b. Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico op verwondingen. c. Voorkom onbedoeld inschakelen van het gereedschap. Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de stekker en/of de accu aansluit, het gereedschap optilt of verplaatst. Wanneer u bij het dragen van het gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d. Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het gereedschap inschakelt. Een instelgereedschap of sleutel in een roterend deel van het gereedschap kan tot verwondingen leiden. e. Overschat uzelf niet. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f. Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegenomen. g. Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van stofopvang kan gevaarlijke situaties ten gevolge van stof verminderen.
a. Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b. Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c. Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu uit het elektrische gereedschap voordat u het gereedschap instelt, accessoires verwisselt of het gereedschap opbergt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het gereedschap. d. Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. e. Verzorg het gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden van elektrische gereedschappen. f. Houd snijdende accessoires scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker onder controle te houden. g. Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. SERVICE a. Laat het gereedschap alleen repareren door gekwaliceerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft. 30VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ALLE TOEPASSINGEN ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR TOEPASSINGEN ALS SLIJPEN, SCHUREN,
a. Dit elektrische gereedschap is bestemd voor gebruik als slijpmachine, schuurmachine, draadborstelmachine, polijstmachine, freesmachine of doorslijpmachine. Neem alle waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en gegevens die u bij het elektrische gereedschap ontvangt in acht. Als u de hierna volgende aanwijzingen niet in acht neemt, kunnen een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel het gevolg zijn. b. Gebruik uitsluitend toebehoren die door de fabrikant speciaal voor dit elektrische gereedschap zijn voorzien en geadviseerd. Het feit dat u het toebehoren aan het elektrische gereedschap kunt bevestigen, waarborgt nog geen veilig gebruik. c. Het toegestane toerental van de slijpaccessoires moet minstens zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elektrische gereedschap is aangegeven. Slijpaccessoires die sneller draaien dan is toegestaan, kunnen breken of uit elkaar spatten. d. De buitendiameter en de dikte van het accessoire moeten overeenkomen met de maatgegevens van het elektrische gereedschap. Accessoires met onjuiste afmetingen kunnen niet voldoende onder controle worden gehouden. e. Slijpschijven, schuurtrommels en andere accessoires moeten nauwkeurig op de as of spantang van het elektrische gereedschap passen. Accessoires die niet op het bevestigingsmechanisme van het elektrische gereedschap passen, draaien ongelijkmatig, trillen sterk en kunnen tot verlies van controle leiden. f. Schijven met opspandoorn, schuurbanden, frezen of andere accessoires moeten volledig in de spantang of accessoirehouder worden geschoven. Als de spandoorn onvoldoende wordt vastgeklemd en/ of de schijf te veel uitsteekt, kan de gemonteerde schijf losraken en met hoge snelheid worden uitgeworpen. g. Gebruik geen beschadigde accessoires. Controleer vóór gebruik accessoires zoals slijpschijven altijd op afsplinteringen en scheuren, schuurbanden op scheuren of sterke slijtage en draadborstels op losse of gebroken draden. Als het elektrische gereedschap of het accessoire valt, dient u te controleren of het beschadigd is of een onbeschadigd accessoire te gebruiken. Als u het accessoire hebt gecontroleerd en ingezet, laat u het elektrische gereedschap een minuut lang met het maximale toerental lopen. Daarbij dient u en dienen andere personen uit de buurt van het roterende accessoire te blijven. Beschadigde accessoires breken meestal gedurende deze testtijd. h. Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Gebruik afhankelijk van de toepassing een volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of veiligheidsbril. Draag voor zover van toepassing een stofmasker, gehoorbescherming, werkhandschoenen of een speciaal schort dat kleine slijp- en metaaldeeltjes tegenhoudt. Uw ogen moeten worden beschermd tegen wegvliegende deeltjes die bij verschillende toepassingen ontstaan. Een stof- of adembeschermingsmasker moet het bij de toepassing ontstane stof lteren. Als u lang wordt blootgesteld aan luid lawaai, kan uw gehoor worden beschadigd.
i. Let erop dat andere personen zich op een veilige
afstand bevinden van de plaats waar u werkt. Iedereen die de werkomgeving betreedt, moet een beschermende uitrusting dragen. Brokstukken van het werkstuk of gebroken accessoires kunnen wegvliegen en verwondingen veroorzaken, ook buiten de directe werkomgeving. j. Houd het elektrische gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken als u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen stroomkabel kan raken. Contact met een onder spanning staande leiding kan ook metalen delen van het elektrische gereedschap onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden. k. Houd bij het opstarten de machine altijd stevig in uw hand(en). Door de torsiekracht van de motor bij het accelereren naar volle snelheid kan het gereedschap gaan draaien. l. Gebruik zo nodig klemmen om uw werkstuk te ondersteunen. Houd nooit een klein werkstuk in de ene hand en het gereedschap in de andere hand als het aanstaat. Als u een klein werkstuk vastklemt, hebt u uw handen vrij om het gereedschap onder controle te houden. Ronde materialen, zoals deuvels, pijpen en buizen, kunnen gaan rollen als ze worden afgezaagd. Hierdoor kan het bit vastslaan of naar u toe schieten. m. Houd de stroomkabel uit de buurt van roterende accessoires. Als u de controle over het elektrische gereedschap verliest, kan de stroomkabel worden doorgesneden of meegenomen en kan uw hand of arm in het roterende accessoire terechtkomen. n. Leg het elektrische gereedschap nooit neer voordat het accessoire volledig tot stilstand is gekomen. Het roterende accessoire kan in contact komen met het oppervlak, waardoor u de controle over het elektrische gereedschap kunt verliezen. o. Na het wisselen van accessoire of andere aanpassingen, moet u ervoor zorgen dat de spanmoer, accessoirehouder of andere instelbare onderdelen stevig zijn vastgezet. Onderdelen die niet goed vastzitten kunnen onverwachts losraken, waardoor u de controle kunt verliezen en losse, roterende componenten op gevaarlijke wijze kunnen wegschieten. p. Laat het elektrische gereedschap niet lopen terwijl u het draagt. Uw kleding kan door toevallig contact met het roterende accessoire worden meegenomen en het accessoire kan zich in uw lichaam boren. q. Reinig regelmatig de ventilatieopeningen van het elektrische gereedschap. De motorventilator trekt stof in de behuizing en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken. r. Gebruik het elektrische gereedschap niet in de buurt van brandbare materialen. Vonken kunnen deze materialen ontsteken. s. Gebruik geen accessoires waarvoor vloeibare koelmiddelen vereist zijn. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan tot een elektrische schok leiden.
TERUGSLAG EN BIJBEHORENDE
WAARSCHUWINGEN Terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van een vasthakend of blokkerend roterend accessoire, zoals een slijpschijf, schuurschijf of draadborstel. Vasthaken of blokkeren leidt tot abrupte stilstand van het roterende accessoire, waardoor het ongecontroleerde elektrische gereedschap tegen de draairichting van het accessoire in gaat draaien. 31Als bijvoorbeeld een slijpschijf in het werkstuk vasthaakt of blokkeert, kan de rand van de slijpschijf die in het werkstuk invalt, zich vastgrijpen. Daardoor kan de slijpschijf uitbreken of een terugslag veroorzaken. De slijpschijf beweegt zich vervolgens naar de bediener toe of van de bediener weg, afhankelijk van de draairichting van de schijf op het moment van de blokkering. Hierbij kunnen slijpschijven ook breken. Een terugslag is het gevolg van het verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van het elektrische gereedschap. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven. a. Houd het elektrische gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in een positie waarin u de terugslagkrachten kunt opvangen. Met de juiste voorzorgsmaatregelen kunt u de terugslag onder controle houden. b. Werk bijzonder voorzichtig in de buurt van hoeken, scherpe randen, enz. Voorkom dat accessoires van het werkstuk terugspringen en vastklemmen. Het roterende accessoire neigt er bij hoeken, scherpe randen of wanneer het terugspringt toe om zich vast te klemmen. Dit veroorzaakt een controleverlies of terugslag. c. Bevestig geen getande zaagbladen. Zulke zaagbladen veroorzaken vaak een terugslag of het verlies van de controle over het elektrische gereedschap. d. Laat het accessoire altijd het materiaal binnendringen in de richting waarin de snijkant het materiaal uitkomt (de richting waarin de afsplinteringen worden uitgeworpen). Als het accessoire in de verkeerde richting wordt ingevoerd, komt de snijkant van het accessoire uit het werkstuk omhoog en wordt het gereedschap in deze richting getrokken. e. Bij gebruik van roterende vijlen, doorslijpschijven, hogesnelheidsfrezen of hardmetalen frezen moet het werkstuk altijd stevig worden vastgeklemd. Deze accessoires kunnen vastslaan als ze iets gekanteld in de gleuf terechtkomen en een terugslag veroorzaken. Een doorslijpschijf die vastslaat, breekt meestal. Als roterende vijlen, hogesnelheidsfrezen of hardmetalen frezen vastslaan, kunnen ze uit de groef springen waardoor u de controle over het gereedschap verliest.
VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR SLIJP- EN
DOORSLIJPWERKZAAMHEDEN a. Gebruik uitsluitend slijpschijven die worden aanbevolen voor uw elektrisch gereedschap en alleen voor de geadviseerde toepassingen. Slijp bijvoorbeeld nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bestemd voor materiaalafname met de rand van de schijf. Een zijwaartse krachtinwerking op dit slijptoebehoren kan het toebehoren breken. b. Gebruik voor conische en rechte slijpstiften met schroefdraad alleen onbeschadigde spandoorns van de juiste grootte en lengte, zonder ondersnijding aan de schouder. Gebruik van de juiste opspandoorn vermindert de kans op breuken. c. Voorkom blokkeren van de doorslijpschijf en een te hoge aandrukkracht. Slijp niet overmatig diep. Overbelasting van de doorslijpschijf vergroot de slijtage en de gevoeligheid voor kantelen of blokkeren en daardoor de mogelijkheid van een terugslag of breuk van het slijptoebehoren. d. Plaats uw hand niet op één lijn met of achter de roterende schijf. Als de doorslijpschijf in het werkstuk van uw hand weg beweegt, kan het elektrische gereedschap bij een terugslag met de roterende schijf rechtstreeks naar u toe worden geslingerd. e. Als de schijf vasthaakt of blokkeert of als u de werkzaamheden onderbreekt, schakelt u het elektrische gereedschap uit en beweegt u het niet totdat de schijf helemaal tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de nog roterende doorslijpschijf uit de groef te trekken. Anders kan een terugslag het gevolg zijn. Bekijk wat de oorzaak is van het vasthaken of blokkeren en verhelp het probleem. f. Schakel het elektrische gereedschap niet opnieuw in zolang het zich in het werkstuk bevindt. Laat de doorslijpschijf eerst het volledige toerental bereiken voordat u het doorslijpen voorzichtig voortzet. Anders kan de schijf vasthaken, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken. g. Ondersteun platen of grote werkstukken om het risico op een terugslag door een ingeklemde doorslijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Het werkstuk moet aan beide zijden worden ondersteund, vlakbij de slijpgroef en aan de rand. h. Wees bijzonder voorzichtig bij invallend frezen in bestaande muren of andere plaatsen zonder voldoende zicht. De invallende doorslijpschijf kan bij het doorslijpen van gas- of waterleidingen, elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken.
BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN VOOR
BORSTELWERKZAAMHEDEN a. Houd er rekening mee dat de draadborstel ook tijdens het normale gebruik draadstukken verliest. Overbelast de draden niet door een te hoge aandrukkracht. Wegvliegende draadstukken kunnen gemakkelijk door dunne kleding en/of de huid dringen. b. Laat borstels eerst minimaal een minuut op werktoerental draaien voordat u ze gebruikt. Gedurende deze tijd mag niemand vóór of op één lijn met de borstel staan. Losse borstels of draden worden gedurende deze inlooptijd uitgeworpen. c. Zorg ervoor dat de uitstoot van de roterende borstel van u af gericht is. Bij gebruik van deze borstels kunnen kleine deeltjes en draadfragmenten met hoge snelheid losschieten en in de huid vast komen te zitten. d. Zorg bij het gebruik van een draadborstel dat de grens van 15.000 OPM niet wordt overschreden.
(asbest geldt als kankerverwekkend)
- (sommige soorten stof gelden als kankerverwekkend); draag een stofmasker en gebruik een afzuiging voor stof en spanen als deze kan worden aangesloten. SPECIFICATIES Modelnummer p. 2050
- Spanning p. 100
- -240 V, 50-60 Hz, 18 VDC, 0,5 A Toerental p. 22
- .000/min Spancapaciteit ∅ p. 0
- ,8-3,2 mm Capaciteit spantang ∅ p. 3
- ,2 mm Max. ∅ accessoire p. 38
- ,1 mm Gewicht ,1 kg 32Gebruik helemaal uitgerolde en veilige verlengkabels met een vermogen van 5A. Controleer altijd of de spanningsvoorziening hetzelfde is als de spanning die staat vermeld op het typeplaatje van het gereedschap. ALGEMEEN p. 0
TE WISSELEN Gebruik uitsluitend door Dremel geteste accessoires met groot prestatievermogen. Lees absoluut de bij uw Dremel-accessoire meegeleverde instructies voor meer informatie over het gebruik ervan. Ga voorzichtig met accessoires om en berg deze zorgvuldig op om afsplinteren en scheuren te vermijden. ACCESSOIRES WISSELEN
1. Druk op de as-blokkeringsknop en draai de as met de
hand tot de schachtblokkering vastklikt. Schakel de asblokkering niet in terwijl het apparaat draait.
2. Draai bij een ingeschakelde asblokkering de spanmoer
los (maar verwijder deze niet). Gebruik indien nodig de spantang.
3. Plaats de schacht van het accessoire of
inzetgereedschap volledig in de spantang.
4. Draai bij een ingeschakelde asblokkering de spanmoer
vast. DREMEL-ACCESSOIREHOUDER Met de Dremel-accessoirehouder kunt u snel en eenvoudig accessoires op het Dremel-gereedschap verwisselen zonder spantangen te wisselen. Kan worden gebruikt met accessoires met een schacht van 0,8-3,2 mm. Om de accessoirehouder los te draaien, drukt u eerst op de as-blokkeringsknop en draait u de as met de hand tot de schachtblokkering vastklikt. Schakel de asblokkering niet in terwijl het apparaat draait. Terwijl de asblokkering is ingeschakeld, gebruikt u de sleutel om de accessoirehouder los te maken en opent u de bek. Verwijder het accessoire uit de accessoirehouder. Draai zo nodig de accessoirehouder verder los zodat het nieuwe accessoire tussen de bek past. Plaats het nieuwe accessoire ver genoeg in de accessoirehouder, zodat er ongeveer 6 mm zit tussen het uiteinde van de accessoirehouder en het begin van het werkende deel van het accessoire. Terwijl de asblokkering is ingeschakeld, draait u de accessoirehouder vast met de sleutel om het accessoire vast te zetten. NUTTIGE TIPS BIJ GEBRUIK VAN DE DREMEL- ACCESSOIREHOUDER
- De Dremel-accessoirehouder en het spantang-/ spanmoersysteem zijn onderling verwisselbaar op dit gereedschap. De Dremel-accessoirehouder geeft u de beste resultaten bij het verwisselen van accessoires. De spantang en spanmoer bieden een nauwkeurigere oplossing voor het vasthouden van accessoires, vooral bij toepassingen met een zwaardere zijbelasting.
- Als u merkt dat het accessoire slipt in de accessoirehouder, gebruikt u de meegeleverde sleutel om de accessoirehouder rond het inzetstuk vast te draaien. Als het slippen aanhoudt, ga dan over op gebruik van de spantang en spanmoer.
- De bek van de accessoirehouder kan verschuiven. Hierdoor loopt het accessoire niet meer recht en concentrisch (uitloop). Om de bek te resetten voert u de volgende procedure uit:
1. Verwijder het accessoire uit de accessoirehouder.
accessoirehouder vast totdat de bek voorbij het buitenste oppervlak van de accessoirehouder komt (ongeveer 3 mm).
4. Duw het uiteinde van de accessoirehouder stevig tegen
een hard, plat oppervlak om te controleren of de bek axiaal is geplaatst
5. Draai de accessoirehouder verder aan met de hand
totdat de bek volledig is gesloten.
6. Draai de accessoirehouder los en plaats een recht
7. Draai het gereedschap met de hand en kijk of er
uitloop optreedt. Als er duidelijke uitloop optreedt, herhaalt u de procedure.
8. Terwijl de asblokkering is ingeschakeld, draait u
de accessoirehouder vast met de sleutel om het accessoire vast te zetten.
9. Schakel het gereedschap in op de laagste
toerentalinstelling en kijk of er uitloop optreedt. Als er duidelijke uitloop optreedt, controleert u eerst of het accessoire recht is geplaatst en herhaalt u daarna de procedure.
BALANCEREN VAN DE ACCESSOIRES
Voor precisiewerk is het van belang dat alle accessoires goed in balans zijn (vergelijkbaar met de banden van uw auto). Om een accessoire in de juiste stand te brengen of te balanceren, draait u de accessoirehouder of spanmoer enigszins los en draait u het accessoire of de spantang een kwartslag. Draai de accessoirehouder of spanmoer opnieuw aan en stel het rotatiegereedschap in werking. U kunt zowel horen als voelen of het accessoire in balans is. Blijf het accessoire bijstellen tot de best mogelijk balans is bereikt. GEBRUIK
De eerste stap bij het gebruik van het multigereedschap is u vertrouwd maken met het gereedschap. Houd het gereedschap in uw hand en voel het gewicht en de balans. Voel de taps toelopende behuizing. Door dit tapse toelopen kunt u het gereedschap bijna als een pen of potlood vasthouden. BELANGRIJK! Oefen eerst op een stuk los materiaal om te ervaren hoe het gereedschap onder hoge snelheid reageert. Onthoud dat uw multigereedschap het beste werk levert wanneer u de snelheid, samen met het juiste Dremel-accessoire en juiste hulpstuk, het werk voor u laat doen. Oefen indien mogelijk tijdens gebruik geen 33druk uit op het gereedschap. Breng in plaats daarvan het roterende accessoire lichtjes omlaag naar het oppervlak van het werkstuk en laat de punt daar contact maken waar u wilt beginnen. Concentreer u op het geleiden van het gereedschap over het werkstuk, met een lichte druk van uw hand. Sta toe dat het accessoire het werk doet. Over het algemeen kunt u het werk beter in verschillende bewerkingsfasen voltooien dan in één enkele bewerking. Een voorzichtige aanpak zorgt voor de beste controle en vermindert de kans op fouten.
HET GEREEDSCHAP VASTHOUDEN
Houd het gereedschap altijd van uw gezicht af. Accessoires kunnen worden beschadigd tijdens het gebruik en kunnen uit elkaar spatten door het hoge toerental. Bedek bij het vasthouden van het gereedschap niet de ventilatieopeningen met uw hand. Blokkeren van de ventilatieopeningen kan leiden tot oververhitting van de motor. Voor de beste controle bij nauwkeurig werk moet u het multigereedschap als een pen tussen duim en wijsvinger houden.
AAN/UIT Gebruik alleen voedingsadapter 2610Z09729 (EU) en 2610Z09734 (UK) die met het gereedschap meegeleverd is. Steek de DC-stekker van het gereedschap in de DC-bus van de voedingsadapter. Steek de voedingsadapter in het stopcontact. Het gereedschap wordt aangezet door op de blauwe aan/ uit-knop te drukken. Het gereedschap wordt uitgezet door op de blauwe aan/ uit-knop te drukken.
Uw gereedschap is voorzien van een variabel instelbare toerentalregelaar. Het toerental kan tijdens gebruik worden aangepast door de regelaar vooraf op of tussen bepaalde posities af te stellen . Om de juiste snelheid voor een bepaalde klus te selecteren, gebruikt u een stuk oefenmateriaal. WERKTOERENTALLEN Raadpleeg de tabel met toerentalinstellingen op pagina 7 om het juiste toerental voor het te bewerken materiaal en het gebruikte accessoire te bepalen. Zorg bij het gebruik van een draadborstel dat de limiet van
15.000 rpm niet wordt overschreden.
De meeste klussen kunnen worden uitgevoerd wanneer het gereedschap in de hoogste stand wordt gebruikt. Bepaalde materialen (sommige kunststoen en metalen) kunnen echter worden beschadigd door de hitte die vrijkomt bij een hoog toerental, en dienen met relatief lage toerentallen te worden bewerkt. Gebruik met een laag toerental (15.000 rpm of minder) is gewoonlijk het beste voor polijstwerkzaamheden met de polijstaccessoires van vilt. Alle toepassingen met de draadborstel vereisen lagere toerentallen om te voorkomen dat draadstukken uit de houder vliegen. Laat de prestatie van het gereedschap het werk voor u doen bij het gebruik van lagere toerentallen. Hogere toerentallen zijn beter voor hardhout, metalen en glas en voor boren, uitsnijdingen maken, snijden, frezen, frezen van proelen en zagen van plinten of sponningen in hout. Enkele richtlijnen met betrekking tot het toerental van het gereedschap:
- Kunststof en ander materiaal dat bij lage temperaturen smelt, moet met een laag toerental worden bewerkt.
- Polijsten, poetsen en reinigen met een draadborstel moet met een toerental van maximaal 15.000 rpm worden uitgevoerd om schade aan de borstel en uw materiaal te voorkomen.
- Hout moet met een hoog toerental worden gezaagd.
- IJzer of staal moet met een hoog toerental worden gezaagd.
- Als een snelfrees voor staal begint te trillen, wijst dit er gewoonlijk op dat deze te langzaam draait.
- Aluminium, koperlegeringen, zinklegeringen en tin kunnen met verschillende toerentallen worden bewerkt, afhankelijk van het type bewerking dat u wilt uitvoeren. Gebruik een parane (geen water) of een ander geschikt smeermiddel om te voorkomen dat er materiaalresten tussen de zaagtanden van de frees gaan zitten. OPMERKING: Verhoging van de druk op het gereedschap is niet de juiste reactie wanneer het niet correct presteert. Probeer een andere accessoire of een andere toerentalinstelling om het gewenste resultaat te verkrijgen.
GEVAAR VORMEN. Het gereedschap kunt u het best met droge compressielucht reinigen. Draag altijd een veiligheidsbril als u compressielucht gebruikt bij het reinigen.
VOEDINGSSPANNING Ventilatieopeningen en schakelaarhendels moeten schoon en vrij van vreemde voorwerpen gehouden worden. Reinig het gereedschap niet door scherpe voorwerpen door een opening te steken.
KUNSTSTOFONDERDELEN. Enkele van deze zijn: benzine, tetrachloorkoolstof, vloeibare reinigingsmiddelen met chloor, ammonia en huishoudelijke reinigingsmiddelen met ammonia.
Wij raden u aan alle onderhoud van het gereedschap te laten uitvoeren door een Dremel-servicecentrum. Op dit product van Dremel is garantie van toepassing conform de specieke wettelijke/landelijke voorschriften; schade als gevolg van normale slijtage, overbelasting of verkeerd gebruik, vallen niet onder de garantie. Bij een klacht dient u het gereedschap en/of de lader intact en samen met het aankoopbewijs op te sturen naar het verkooppunt.
CONTACT OPNEMEN MET DREMEL
Ga naar www.dremel.com voor meer informatie over service en garantie, het Dremel-productassortiment, ondersteuning en de hotline.
1,5 OPMERKING: Het opgegeven totale trillingsniveau is gemeten volgens een standaard testmethode en kan worden gebruikt om een apparaat te vergelijken met een ander. Het kan ook worden gebruikt als preliminaire evaluatie van de blootstelling hieraan.De trillingsemissie tijdens het daadwerkelijke gebruik van het gereedschap kan afwijken van de opgegeven totale waarde; dit is afhankelijk van de manier waarop u het gereedschap gebruikt. Maak een inschatting van de mate waarin u tijdens daadwerkelijk gebruik aan trillingen wordt blootgesteld en stel aan de hand hiervan de persoonlijke beschermingsmaatregelen vast (waarbij u rekening houdt met alle onderdelen van de bedrijfscyclus, waaronder de tijden dat het gereedschap is uitgeschakeld of is ingeschakeld maar niet wordt gebruikt, evenals de blootstellingstijd). AFVALVERWIJDERING Het gereedschap, de accessoires en verpakking moeten zo worden gescheiden dat ze op een milieuvriendelijke manier kunnen worden aangeboden voor recyclage.
ALLEEN VOOR LANDEN VAN DE EU
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU betreende elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.
Notice-Facile