FM12IDUWA2 - Airconditioning WHIRLPOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FM12IDUWA2 WHIRLPOOL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FM12IDUWA2 - WHIRLPOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FM12IDUWA2 van het merk WHIRLPOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING FM12IDUWA2 WHIRLPOOL
Lees alle instructies zorgvuldig voordat u dit product gebruikt. Tijdens het gebruik van dit apparaat moet u deze instructies altijd opvolgen om het risico op brand, elektrische schok en persoonlijk letsel tot een minimum te beperken. Bewaar deze handleiding. Als u het apparaat aan een andere gebruiker geeft, voeg dan deze handleiding erbij. Deze instructies kunt u ook vinden op de website: www.whirlpool.eu VOORZORGSMAATREGELEN
- De Installatie en het onderhoud/de reparatie moeten uitgevoerd worden door een gekwalificeerd technicus, in overeenstemming met de aanwijzingen van de fabrikant en de plaatselijke veiligheidsvoorschriften. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat tenzij dit specifiek aangegeven is in de gebruiksaanwijzing.
- Trek niet aan de voedingskabel om de stekker uit het stopcontact te verwijderen. Draai de voedingskabel niet, zorg ervoor dat deze nergens bekneld raakt en controleer of hij niet gebroken is.
- Raak de stekker, installatieautomaat en noodknop niet aan met natte handen.
- Steek uw vingers of vreemde voorwerpen niet in de luchtinlaat/- uitlaat van de binnen- en buitenunit.
- Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat van de binnen- en buitenunit nooit.
- Mensen en kinderen met lichamelijke of verstandelijke beperkingen en mensen zonder enige ervaring met het product mogen het apparaat alleen gebruiken als zij specifieke training gekregen hebben over hoe het apparaat gebruikt moet worden van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid en welzijn. Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door mensen met een lichamelijke beperking en erg jonge kinderen zonder toezicht.
- Houd kinderen in de gaten om er zeker van te zijn dat ze niet met het apparaat spelen (met inbegrip van de afstandsbediening).
- Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of aanwijzingen hebben gekregen over het op veilige wijze gebruiken van het apparaat en zich bewust zijn van de bijbehorende gevaren. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen niet door kinderen worden uitgevoerd als er geen toezicht gehouden wordt.83
- Dit apparaat is gemaakt van materiaal dat gerecycled of hergebruikt kan worden. Afvalverwerking moet gebeuren in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften inzake afvalverwerking. Zorg ervoor dat de voedingskabel wordt afgesneden voordat het apparaat wordt afgedankt zodat het niet opnieuw gebruikt kan worden.
- Neem, voor meer gedetailleerde informatie over de verwerking en recycling van dit product, contact op met uw plaatselijke overheden die zich bezig houden met gescheiden afvalinzameling of met de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft.
WEGGOOIEN VAN DE VERPAKKING
- De verpakking kan volledig gerecycled worden, zoals aangegeven voor het recyclingsymbool . De verschillende delen van de verpakking mogen niet achtergelaten worden in het milieu, maar moeten als afval verwerkt worden in overeenstemming met de voorschriften van de plaatselijke autoriteiten.
AFVALVERWERKING VAN HET APPARAAT
- Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA).
- Door ervoor te zorgen dat dit apparaat op de juiste manier als afval wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen.
- Het symbooll op het product of op de documenten die bij het product zijn gevoegd geeft aan dat dit apparaat niet behandeld mag worden als huishoudelijk afval maar afgegeven moet worden bij het daarvoor bedoelde inzamelingspunt waar elektrische en elektronische apparaten bewaard en gerecycled worden. MILIEUBESCHERMING VOORZORGSMAATREGELEN M.B.T. DE AIRCONDITIONER Houd u alstublieft strikt aan onderstaande aanwijzingen:
- Langdurige en rechtstreekse blo- otstelling aan koude lucht kan schadelijk zijn voor uw gezon- dheid. Het wordt geadviseerd de lamellen zodanig in te stellen dat rechtstreekse koele lucht verme- den wordt maar verspreid wordt binnen de ruimte.
- Zodra zich een storing voordoet, het apparaat uitschakelen door op de toets ON/OFF op de afstan- dsbediening te drukken, koppel het daarna los van de elektrische voeding.
- Schakel de airconditioner altijd eerst uit met de afstandsbedie- ning. Gebruik de installatieauto- maat niet en trek de stekker niet uit het stopcontact om het appa- raat uit te schakelen.
- Schakel het apparaat niet te vaak in en uit aangezien dit tot bescha- diging van het apparaat kan leiden.
- Leg geen voorwerpen op de bui- tenunit.
- Koppel de airconditioner af van de elektrische voeding als hij gedu- rende langere tijd of tijdens onwe- er niet gebruikt wordt.
- Dit product bevat Gefluoreerde Broeikasgassen die onder het Kyoto Protocol vallen, het koelgas bevindt zich in een hermetisch afgesloten systeem. (R410a, GWP 2088) Model 20K 24K 36K Gasgewicht (kg) 1.4 2.2 2.6 CO2-equivalent (Ton)
PRODUCTBESCHRIJVING Afbeeldingen in de gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op buitenkanten van standaardmodellen, de vorm en het ontwerp kunnen verschillen afhankelijk van het model. Binnenunit
5. Elektriciteitskastje
6. Toets om het filter te resetten
11. Aan-uit schakelaar
Opmerking: Tijdens de werking van KOELEN of DROGEN wordt condenswater afgevoerd.
BEDIENINGSPANEEL Indicatie temperatuur (1) Weergave van de ingestelde temperatuur. Wanneer “FC” wordt weergegeven, moet het filter gereinigd worden. Indicatie apparaat In bedrijf (2) Gaat branden tijdens de werking. Knippert tijdens het ontdooien van de buitenunit. Timer (3) Brandt gedurende de ingestelde tijd. Gaat uit als de werking van de timer is afgelopen. Controlelampje filter (4) Knippert wanneer het filter gereinigd moet worden. Het controlelampje van het filter gaat na 200 uur werking knipperen om u eraan te herinneren dat het filter gereinigd moet worden. Druk, nadat het filter gereinigd is, op de resetknop die zich achter het voorpaneel op de binnenunit bevindt om het knipperen van het controlelampje te onderbreken.86
Druk op deze toets om het apparaat te starten en/of te stoppen.
Gebruikt om de werkingsmodus te selecteren.
Gebruikt om de ventilatorsnelheid te kiezen, achtereenvolgens automatisch, hoog, gemiddeld of laag. 4-5. TEMPERATUURTOETS Gebruikt om de kamertemperatuur te selecteren. Gebruikt om de ingestelde tijd in de timer-modus en om de tijd van de klok in te stellen.
Hiermee wordt het kantelen van de ventilatorroosters voor verticale aanpassing gestart of gestopt, en wordt de gewenste richting van de luchtstroom omhoog/omlaag ingesteld.
Hiermee wordt de werking van Sleep-modus ingesteld of geannuleerd.
Wanneer u op deze toets drukt, zendt de afstandsbediening elke 10 minuten een signaal van de huidige kamertemperatuur naar de binnenunit. Bewaar de afstandsbediening daarom op een plaats waarop deze het signaal goed naar de binnenunit kan verzenden. Druk eenmaal om deze functie in te stellen en druk nogmaals om te annuleren.
10. TIMER ON/CLOCK-TOETS
Gebruikt om de huidige tijd in te stellen. Gebruikt om de werking van de timer voor inschakeling van de airconditioner in te stellen of te annuleren. 11 TIMER OFF-TOETS Gebruikt om de werking van de timer voor uitschakeling van de airconditioner in te stellen of te annuleren.
Gebruikt om snel koelen te starten of te stoppen.
Gebruikt om de verlichting van het display van de binnenunit in of uit te schakelen.
14. POWER SAVE-TOETS
Gebruikt om de energiebesparende werking te starten of te stoppen.
15. SUPER SILENT-TOETS
Gebruikt om de stille werking te starten of te stoppen. Deze functie is alleen beschikbaar op bepaalde modellen. Modellen zonder deze functie hebben deze toets niet op de afstandsbediening.
1. Steek uw nagel tussen het batterijdeksel en druk
het voorzichtig omlaag in de richting van de pijl om het te verwijderen, zoals weergegeven.
2. Plaats 2 AAA-batterijen (1,5 V) in het batterijvak.
Zorg ervoor dat de "+" en "-" polen correct geplaatst zijn.
3. Sluit het batterijdeksel van de afstandsbediening.
Verwijderen van de batterijen Verwijder het batterijdeksel in de richting van de pijl. Druk met uw vingers zachtjes op de plus pool van de batterij, en trek vervolgens de batterijen uit het vak. Deze handelingen dienen te worden uitgevoerd door volwassenen. Het is kinderen verboden om de batterijen uit de afstandsbediening te verwijderen, om het gevaar van het inslikken van de batterijen te voorkomen Het afdanken van de batterijen Dank de batterijen af als gescheiden gemeentelijk afval en geef ze af bij een toegankelijk verzamelpunt. Precautions
- Wanneer u de batterijen vervangt, mag u geen nieuwe batterijen samen met oude batterijen of verschillende types batterijen plaatsen. Dit kan leiden tot een defect aan de afstandsbediening.
- Als u van plan bent de afstandsbediening enige tijd niet te gebruiken, moet u de batterijen eruit halen, om lekken van batterijzuur in de afstandsbediening te voorkomen.
- Gebruik de afstandsbediening binnen het effectieve bereik. Houd de afstandsbediening minstens 1 meter van een tv-toestel of HiFi- apparatuur verwijderd.
- Als de afstandsbediening niet normaal werkt, haalt u de batterijen eruit en plaatst u ze na 30 seconden terug. Plaats nieuwe batterijen als de afstandsbediening nog steeds niet werkt.
- Om het apparaat via de afstandsbediening te bedienen, richt u de afstandsbediening naar de ontvanger op de binnenunit. Zo garandeert u een optimale ontvangst.
- Als een boodschap van de afstandsbediening wordt verzonden, gaat het symbool will flash for 1 second. On receipt of the message, the appliance will emit a beep.
- De airconditioner kan met de afstandsbediening tot een afstand van 7 m worden bediend.
- Telkens wanneer de batterijen in de afstandsbediening worden vervangen, wordt de afstandsbediening automatisch ingesteld op de modus Verwarmen. Signaalontvanger
1. Selecteren van de modus
Telkens wanneer u op de MODE-toets drukt, verandert de werkingsmodus achtereenvolgens in:
De verwarmingmodus is niet beschikbaar bij airconditioners met alleen een koelfunctie.
Telkens wanneer u op de toets "FAN" drukt, verandert de ventilatorsnelheid achtereenvolgens in: Auto → Hoog → Gemiddeld → Laag
In de modus "ALLEEN VENTILATIE" zijn alleen "Hoog","Gemiddeld" en "Laag" beschikbaar. In de modus "DROGEN" wordt de ventilatorsnelheid automatisch ingesteld op "Auto"; de toets "FAN" werkt dan niet.
3. Instellen van de temperatuur
Druk eenmaal op deze toets om de temperatuurinstelling met 1 °C te verhogen Druk eenmaal op deze toets om de temperatuurinstelling met 1 °C te verlagen *Opmerking: De verwarmingmodus is NIET beschikbaar bij modellen met alleen een koelfunctie.
Druk op de toets . Wanneer het apparaat het signaal ontvangt, gaat de indicator IN WERKING op de binnenunit branden. Wanneer u een andere modus kiest, moet u enkele seconden wachten en de handeling herhalen als de unit niet onmiddellijk reageert. Wanneer u de functie verwarmen selecteert, zal de luchtstroom na 2 tot 5 minuten starten. Bereik van beschikbare temperatuurinstellingen *VERWARMEN, KOELEN 18°C~32°C
ALLEEN VENTILATIE kan niet ingesteld worden
5. Regeling van de luchtstroomrichting
De verticale luchtstroom wordt automatisch afgesteld op een bepaalde hoek, in overeenstemming met de bedieningsmode nadat de unit is ingeschakeld. U kunt de richting van de luchtstroom ook naar uw eigen persoonlijke behoefte afstellen door op de "SWING"-toets op de afstandsbediening te drukken.
- De verwarmingsmode is alleen beschikbaar voor modellen met een verwarmingspomp. Bediening van de verticale luchtstroom (met de afstandbediening) Gebruik de afstandsbediening om de hoek voor de luchtstroom in te stellen. Kantelen van de luchtstroom Door eenmaal op de "SWING"-toets te drukken wordt de verticale jaloezie automatisch omhoog of omlaag gekanteld. Gewenste richting van de luchtstroom Druk nogmaals op de "SWING"-toets tot de jaloezieën in de gewenste hoek gekanteld zijn. Bediening van de horizontale luchtstroom (handmatig) Draai de bedieningsroedes van de horizontale jaloezieën om de horizontale luchtstroom te veranderen, zoals aangegeven wordt. Opmerking: De vorm van de unit kan er anders uitzien dan de airconditioner die u gekocht heeft. A - Draai de verticale jaloezieën niet handmatig; anders kan er storing optreden. Als dit gebeurt, zet dan eerst de unit uit en koppel het apparaat los van de elektriciteit; sluit het vervolgens opnieuw aan. B - Het is beter om de verticale jaloezie niet te lang schuin naar beneden te laten staan in de modi KOELEN of DROGEN om te voorkomen dat er condenswater naar beneden druppelt. Bedieningsmode Richting van de luchtstroom KOELEN, DROGEN Horizontaal
- VERWARMEN, ALLEEN VENTILATIE Naar beneden bedieningsroedes van de horizontale jaloezieën90 KLOK-functie U kunt de tijd van de dag instellen door op de toets TIMER ON/CLOCK te drukken. Gebruik vervolgens de toetsen en om de juiste tijd in te stellen. Druk opnieuw op de toets TIMER ON/CLOCK; de tijd is nu ingesteld. SLEEP-modus SLEEP modus kan ingesteld worden op bedrijfsmodus KOELEN, VERWARMEN of DROGEN. Deze functie biedt u een aangename omgeving om in te slapen. Het apparaat stopt na 8 uur automatisch met werken. De ventilatorsnelheid wordt automatisch op lage snelheid ingesteld. Elke keer als de toets SLEEP wordt ingedrukt, wordt de bedrijfsmodus achtereenvolgens gewijzigd:
SLEEP voor Volwassenen (modus 1) De ingestelde temperatuur stijgt met max. 2°C als het apparaat gedurende 2 uur continu in koelmodus werkt, daarna blijft de temperatuur constant. De ingestelde temperatuur daalt met max. 2°C als het apparaat gedurende 2 uur in de verwarmingsmodus werkt, daarna blijft de temperatuur constant. SLEEP voor Senioren (modus 2): De ingestelde temperatuur stijgt met max. 2°C als het apparaat gedurende 2 uur continu in koelmodus werkt, daalt met 1°C na 6 uur, daalt daarna met 1°C na 7 uur. De ingestelde temperatuur daalt met 2°C als het apparaat gedurende 2 uur continu in verwarmingsmodus werkt, stijgt met 1°C na 6 uur, stijgt daarna met 1°C na 7 uur. SLEEP voor Jongeren/Tieners (modus 3): De ingestelde temperatuur stijgt met 1°C als het apparaat gedurende 1 uur in koelmodus werkt, stijgt met 2°C na 2 uur, daalt daarna met 2°C na 6 uur, daalt daarna met 1°C na 7 uur. De ingestelde temperatuur daalt met 2°C als het apparaat gedurende 1 uur in verwarmingsmodus werkt, daalt met 2°C na 2 uur, stijgt daarna met 2°C na 6 uur, stijgt daarna met 2°C na 7 uur. SLEEP voor Kinderen (modus 4): De ingestelde temperatuur blijft constant. Opmerking: Verwarming is NIET beschikbaar bij airconditioners met alleen een koelfunctie.
- De JET-modus wordt gebruikt om snel koelen of snel verwarmen te starten of te stoppen. Snel koelen werkt met een hoge ventilatorsnelheid, waarbij de ingestelde temperatuur automatisch wordt veranderd in 18°C. Snel verwarmen werkt met automatische ventilatorsnelheid, waarbij de ingestelde temperatuur automatisch wordt veranderd in 32 °C.
- In de JET-modus kunt u de richting van de luchtstroom of de timer instellen. Als u de JET- modus wilt afsluiten, druk dan op een van de toetsen - JET , MODUS, VENTILATOR, AAN/UIT of TEMPERATUURINSTELLING; het display keert dan terug naar de oorspronkelijke modus. Opmerking:
- De toetsen SLEEP en 6th Sense zijn niet beschikbaar in de JET-modus.
- Het apparaat blijft in de JET-modus werken als u niet op een van de bovengenoemde toetsen drukt.92 Timerfunctie U kunt de timer op een handige manier inschakelen. Druk gewoon op de toets TIMER ON/CLOCK om een aangename kamertemperatuur te hebben wanneer u thuis komt. U kunt de timer uitzetten door op de toets TIMER OFF te drukken, zodat u 's nachts goed kunt slapen. TIMER ON instellen De toets TIMER ON/CLOCK kan worden gebruikt om de timer naar wens te programmeren om het apparaat op het gewenste tijdstip in te schakelen.
I) Houd de toets TIMER ON/CLOCK 3 seconden
ingedrukt. Wanneer "ON 12:00" knippert op het scherm, kunt u op de toetsen of drukken om de gewenste tijd te kiezen om het apparaat in te schakelen. Druk eenmaal op de toets of om de tijdinstelling met 1 minuut te verhogen of te verlagen. Houd de toets of 5 seconden ingedrukt om de tijdinstelling met 10 minuten te verhogen of te verlagen. Houd de toets of nog langer ingedrukt om de tijdinstelling met 1 uur te verhogen of te verlagen. Opmerking: Als u de tijd niet instelt binnen 10 seconden nadat u op de toets TIMER ON/CLOCK heeft gedrukt, dan wordt de TIMER ON-modus op de afstandsbediening automatisch afgesloten.
II) Als de door u gewenste tijd wordt weergegeven
op het scherm, drukt u op de toets TIMER ON/CLOCK om deze te bevestigen. Er klinkt een "piep". "ON" stopt met knipperen. De TIMER-indicator op de binnenunit gaat branden.
III) Nadat de ingestelde tijd 5 seconden is
weergegeven, wordt de klok weergegeven op het scherm van de afstandsbediening in plaats van de ingestelde timer. TIMER ON annuleren Druk nogmaals op de toets TIMER ON/CLOCK. Er klinkt een "piep" en de indicator gaat uit. De TIMER ON-modus is nu geannuleerd. Opmerking: Op dezelfde manier kunt u TIMER OFF instellen, het tijdstip waarop u wilt dat het apparaat automatisch uitgeschakeld wordt. OONN Increase DecreaseAround U-functie Als u op deze toets drukt, wordt weergegeven. De afstandsbediening stuurt dan de effectieve kamertemperatuur om de afstandsbediening heen naar de binnenunit en het apparaat zal werken op basis van deze temperatuur om u een aangenamer gevoel te geven. Bewaar de afstandsbediening op een plaats waarop deze het signaal goed naar het apparaat kan verzenden. Druk eenmaal om deze functie in te stellen en druk nogmaals om te annuleren. DIM-functie Druk op deze knop om de verlichting van het display op het bedieningspaneel van de binnenunit in of uit te schakelen. POWER SAVE-functie De POWER SAVE-modus (Energiebesparing) is beschikbaar in de werkingsmodi KOELEN, VERWARMEN, DROGEN en ALLEEN VENTILATIE. Als u op deze toets drukt, wordt weergegeven op de afstandsbediening. Met de POWER SAVE-functie in de modi KOELEN, VERWARMEN en DROGEN wordt de temperatuur ingesteld op 25°C met lage ventilatorsnelheid. Met de POWER SAVE-functie in de modus ALLEEN VENTILATIE wordt het apparaat ingesteld op een lage ventilatorsnelheid. Kies een andere modus of druk op de toets Power Save om deze functie uit te schakelen. Opmerking: In deze modus kan de ventilatorsnelheid en de temperatuur niet worden aangepast. SUPER SILENT-functie Druk op de toets om de unit zo geruisloos mogelijk te laten werken, zodat u een stille en comfortabele woonomgeving krijgt. wordt weergegeven op de afstandsbediening. Opmerking: De Super silent-functie wordt uitgeschakeld als u op de MODE-toets drukt of als u nogmaals op de toets SUPER SILENT drukt. Op sommige modellen is deze functie niet beschikbaar.
NOODWERKING In een noodsituatie of wanneer de afstandsbediening niet beschikbaar is, kunt u de unit bedienen via de Aan/uit-schakelaar op de binnenunit.
- Het apparaat inschakelen: druk op deze knop wanneer de unit is uitgeschakeld. Het apparaat zal opstarten en werken in de 6th SENSE- modus.
- Het apparaat uitschakelen: druk op deze knop wanneer de unit is ingeschakeld. Het apparaat stopt met werken. BEVEILIGING Bedrijfsconditie Het beveiligingsapparaat kan worden uitgeschakeld en het apparaat stoppen in de onderstaande gevallen. *Voor modellen voor tropische (T3) klimaatomstandigheden, is het temperatuurpunt 52°C in plaats van 43°C. Als de airconditioner lange tijd in de modus KOELEN of DROGEN werkt terwijl er een deur of raam openstaat en de relatieve vochtigheid meer dan 80% is, dan kan er condenswater uit de uitlaat druppelen. Geluidsoverlast
- Installeer het apparaat op een plaats waar het gewicht ervan wordt gedragen zodat het apparaat minder luid kan werken.
- Installeer de buitenunit op een plaats waar de afgevoerde lucht en het geluid van het werkende apparaat uw buren niet stoort.
- Plaats geen obstakels voor de luchtuitlaat van de buitenunit, waardoor het geluidsniveau kan versterken. Kenmerken van beveiligingsapparaat Wacht minstens 3 minuten voor u de unit opnieuw start als deze stopt met werken of als u een andere modus kiest tijdens de werking. Nadat u de stekker hebt aangesloten en het apparaat onmiddellijk inschakelt, kan een vertraging van 20 seconden optreden voor het apparaat begint te werken. Als de werking volledig is gestopt, drukt u opnieuw op de toets AAN/UIT om het apparaat opnieuw op te starten. De timer moet opnieuw worden ingesteld alsof u deze geannuleerd hebt. Kenmerken van modus KOELEN Antivries Wanneer de temperatuur van de warmtewisselaar binnen onder 0°C zakt, zal de compressor stoppen met werken om het apparaat te beschermen. Kenmerken van de modus VERWARMEN Voorverwarmen Om te vermijden dat er koude lucht uit het apparaat wordt geblazen, zijn er 2 tot 5 minuten nodig om de binnenunit voor te verwarmen bij de start van de modus VERWARMEN. De ventilator van de binnenunit zal niet werken tijdens het voorverwarmen. Ontdooien In de modus VERWARMEN zal het apparaat automatisch ontdooien (ijs verwijderen) om de doeltreffendheid te verhogen. Deze procedure duurt gewoonlijk 6 tot 10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilator met draaien en knippert de indicator IN WERKING. Wanneer het ontdooien voltooid is, keert het apparaat automatisch terug naar de modus VERWARMEN. Modusconflict Omdat alle binnenunits één buitenunit gebruiken, kan de buitenunit alleen met dezelfde modus gebruikt worden (koelen of verwarmen). Dus als de modus die u instelt anders is dan de modus waarop de buitenunit werkt, dan treedt er een modusconflict op. Hieronder ziet u het modusconflictscenario. koelen drogen verwarmen ventilatie koelen v v x v drogen v v x v verwarmen x x v x ventilatie v v x v x: modusconflict - v: normaal De buitenunit werkt altijd in de modus van de eerste binnenunit die ingeschakeld is. Wanneer de instelmodus van de volgende binnenunit tegenstrijdig is met de modus van de eerste binnenunit, dan klinken er 3 pieptonen en wordt de binnenunit die conflicteert met de normaal werkende units automatisch uitgeschakeld. Verwarmen Buitentemperatuur is hoger dan 24°C. Buitentemperatuur is lager dan -10°C. Kamertemperatuur is hoger dan 27°C. Koken Buitentemperatuur is hoger dan *43°C. Kamertemperatuur is lager dan 21°C. Ontvochtigen Kamertemperatuur is lager dan 18°C. Aan/uit-schakelaarONDERHOUD
Voorpaneel van binnenunit reinigen
1. Schakel de stroomtoevoer uit
Schakel het apparaat eerst uit voordat u de stekker uit het stopcontact trekt.
2. Verwijder het voorpaneel
Open het voorpaneel zoals aangegeven door de pijl (Fig. A). Trek met kracht aan de hendeltjes aan de zijkant van het voorpaneel om het te verwijderen (Fig. B).
3. Het reinigen van het voorpaneel
Afvegen met een zachte en droge doek. Gebruik lauw water (lager dan 40 °C) om het apparaat schoon te maken als het erg vuil is. Laat het daarna drogen.
4. Zet het voorpaneel weer op zijn plaats en
sluit het Zet het voorpaneel weer op zijn plaats door het omlaag te duwen. Opmerking:
- Gebruik geen producten zoals bezien of polijstpoeder om het apparaat te reinigen.
- Sproei geen water op de binnenunit Gevaarlijk! Elektrische schok! Luchtfilter schoonmaken Nadat het apparaat ongeveer 200 uur gebruikt is, moet het luchtfilter gereinigd worden. Maak het luchtfilter om de twee weken schoon als de airconditioner in een uiterst stoffige omgeving werkt.
1. Schakel de stroomtoevoer uit
Schakel het apparaat eerst uit voordat u de stekker uit het stopcontact trekt.
2. Verwijder het luchtfilter (Fig. C).
1. Open het voorpaneel.
2. Duw zachtjes op de hendel van het filter.
3. Schuif het filter naar buiten.
3. Het luchtfilter reinigen (Fig. D)
Als het filter erg vervuild is, het schoonmaken met een oplossing van lauw water en een neutraal reinigingsmiddel. Laat het daarna drogen.
4. Zet het filter weer op zijn plaats en druk
op de toets om het filter te resetten (Fig.E) op de rechterkant met behulp van een cilinderstift en sluit het voorpaneel. Opmerking:
- Om letsel te voorkomen, de vinnen van de binnenunit na het verwijderen van het filter niet met uw vingers aanraken.
- Probeer niet zelf de binnenkant van de airconditioner schoon te maken.
- Reinig het filter niet in de wasmachine. Fig. A Fig. B Fig. C Fig. D Fig. E Toets om het filter te resetten96 PROBLEMEN/OPLOSSINGEN Probleem Analyse Werkt niet
- Is het beveiligingsapparaat uitgeschakeld of is er een zekering gesprongen?
- Wacht 3 minuten en start het apparaat opnieuw, het beveiligingsapparaat kan de werking van de unit verhinderen.
- Zijn de batterijen in de afstandsbediening bijna leeg?
- Zit de stekker niet goed in het stopcontact? Geen koele of warme lucht
- Is het luchtfilter vuil?
- Zijn de inlaat en uitlaat van de airconditioner geblokkeerd?
- Is de temperatuur juist ingesteld?
- Staan er deuren of ramen open? Ondoeltreffende regeling
- Is er een sterke interferentie geweest (van buitensporige statische elektrische ontlading, abnormale toevoerspanning)? Als het apparaat op een abnormale manier werkt, moet u het netsnoer uit het stopcontact halen en na 2 tot 3 seconden opnieuw in het stopcontact steken. Werkt niet onmiddellijk
- Wanneer u een andere modus kiest tijdens de werking, zal het apparaat met 3 minuten vertraging werken. Rare geur
- Deze geur kan van een andere bron komen, zoals het meubilair, een sigaret enz., die in de unit wordt gezogen en met de lucht wordt uitgeblazen. Geluid van stromend water
- Normaal verschijnsel dat veroorzaakt wordt door de koelvloeistof die door de airconditioner stroomt.
- Geluid van ontdooien in verwarmingsmodus. Krakend geluid
- Het geluid kan veroorzaakte worden door het uitzetten of krimpen van het voorpaneel door temperatuurschommelingen. Er wordt nevel uit de uitlaat geblazen
- Is er nevel aanwezig in de ruimte bij lage temperaturen? Normaal verschijnsel dat veroorzaakt wordt door koele lucht die wordt uitgeblazen uit de binnenunit tijdens de modi KOELEN of DROGEN. De indicator IN WERKING knippert, maar de ventilator van de binnenunit is gestopt.
- De unit gaat van de verwarmingsmodus over naar ontdooien. De indicator gaat uit en de unit keert terug naar de verwarmingsmodus. Problemen met de werking van het apparaat zijn meestal te wijten aan minder belangrijke oorzaken. Controleer en verwijs naar de volgende tabel voor u contact opneemt met de servicedienst. Dit kan tijd en onnodige kosten besparen. Opmerking: Als de problemen aanhouden, zet het apparaat dan uit, trek de stekker uit het stopcontact en neem contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum van Whirlpool. Probeer het apparaat niet zelf te verplaatsen, te repareren, uit elkaar te halen of te wijzigen.97 INSTALLATIE Alvorens het apparaat te installeren
1. Lees deze handleiding aandachtig
door voordat u het apparaat installeert.
2. Het apparaat mag uitsluitend
geïnstalleerd worden in overeenstemming met landelijke bedradingsvoorschriften en volgens deze handleiding door gekwalificeerde technici.
3. Elke verplaatsing van het
apparaat moet uitgevoerd worden door deskundigen;
4. Controleer het product om er
zeker van te zijn dat het niet beschadigd is voordat het geïnstalleerd wordt.
5. Monteer de onderste
bewegende delen van de binnenunit minstens 2,5 m boven de vloer.
6. Na de installatie moet de
gebruiker het apparaat correct bedienen zoals beschreven in deze handleiding, houd voldoende ruimte vrij voor onderhoudswerkzaamheden en eventuele verplaatsing in de toekomst. VOORZORGSMAATREGELEN
1. De stroomtoevoer moet
nominale spanning hebben en een afzonderlijk circuit voor het apparaat. De normale bedrijfsspanning bedraagt 90%~110% van de nominale spanning. De diameter van de voedingskabel moet voldoen aan de vereisten.
2. De stroomtoevoer van de
gebruiker moet betrouwbaar geaard zijn. Het is verboden om de massakabel aan te sluiten op de volgende voorwerpen: 1) Water toevoerleiding 2) Gasleiding 3) Afvoerpijp 4) Andere plaatsen die als onveilig beschouwd worden.
3. Zorg voor een veilige aarding en
een massakabel die aangesloten is op het speciale aardingssysteem van het gebouw en die geïnstalleerd is door deskundigen. Het apparaat moet voorzien zijn van een beveiligingsschakelaar tegen elektrische ontlading en een hulpinstallatieautomaat met voldoende capaciteit. De installatieautomaat moet tevens voorzien zijn van een magnetische en thermische schakelaar om beveiliging te garanderen in geval van kortsluiting en overbelasting. Type Model Vereiste capaciteit van luchtschakelaar Gesplitst Inverter 20K 30A 24K 30A 36K 40A98 VOORZORGSMAATREGELEN
4. Zorg ervoor dat de
voedingskabel lang genoeg is om correcte aansluiting mogelijk te maken. Gebruik geen verlengsnoeren.
5. Als het netsnoer beschadigd is,
moet het vervangen worden door de fabrikant of de klantenservice of een gekwalificeerd persoon om elke gevaarlijke situatie te voorkomen.
6. Er moet een meerpolige
stroomonderbreker met een afstand tussen de contacten van minstens 3 mm aangesloten zijn in vaste bedrading.
7. Gevaar van een elektrische
schok kan leiden tot letsel of de dood: Koppel alle elektrische toevoeren af voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht.
8. De aansluiting van het netsnoer
en de verbinding tussen de binnen- en buitenunit moet in overeenstemming zijn met het op het apparaat aangebrachte bedradingsschema.
9. Na voltooiing van de installatie
mogen de elektrische onderdelen niet toegankelijk zijn voor de gebruikers. 10.Verplaats en installeer het apparaat met twee of meer mensen, het is erg zwaar. 11.Houd, nadat het apparaat is uitgepakt, het verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen. 12.Vanwege de aard van het koelmiddel is de druk in de leiding zeer hoog, wees dus uiterst voorzichtig bij het installeren en repareren van het apparaat. 13.Volgens de nationale wetgeving moet er een reststroomapparaat (RCD) met een nominale reststroom van niet meer dan 30 mA worden opgenomen in de vaste bedrading.$
Meer dan 100 mm Meer dan 200 mm als er aan beide kanten obstakels zijn Meer dan 100 mm Meer dan een duimstok Meer dan 500 mm als de achterkant, beide zijden en de bovenkant open zijn Afvoerslang Meer dan 350 mm
Installatieschema INSTALLATIE-INSTRUCTIES Afstand van muur moet meer dan 150 mm zijn Afstand van plafond moet meer dan 150 mm zijn Afstand van vloer moet meer dan 2500 mm zijn Afstand van plafond moet meer dan 150 mm zijn Binnenunit Buitenunit OPMERKING: De bovenstaande afbeelding is slechts een vereenvoudigde weergave van de unit, die mogelijk niet helemaal overeenstemt met het uitzicht van het product dat u hebt gekocht. De installatie moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale normen voor bedrading en mag alleen door gemachtigd onderhoudspersoneel worden uitgevoerd. Installatieschema100 Kies de beste locatie Locatie om binnenunit te installeren
- Waar er zich geen obstakel in de buurt van de luchtuitlaat bevindt en de lucht makkelijk naar elke hoek van de ruimte kan worden geblazen.
- Waar het leidingwerk en de opening in de muur makkelijk kunnen worden geplaatst.
- Neem de vereiste afstand naar het plafond en de muur in acht, in overeenstemming met het installatieschema.
- Waar het luchtfilter makkelijk kan worden verwijderd.
- Houd de unit en de afstandsbediening minstens 1 m verwijderd van een tv-toestel, radio enz.
- Houd de unit zo ver mogelijk verwijderd van een fluorescerende lamp, om de effecten van deze lamp te voorkomen.
- Plaats niets in de buurt van de luchtinlaat dat deze inlaat zou kunnen blokkeren.
- Op een plaats die het gewicht kan dragen en het geluid en de trillingen van het apparaat in werking kan zal versterken.
- De binnenunit is niet geschikt voor installatie in ruimtes die worden gebruikt als wasplaats (wasmachines). Locatie om buitenunit te installeren
- Installeer de buitenunit op een handige en goed geventileerde plaats.
- Vermijd de buitenunit te installeren waar het brandbare gas kan lekken.
- Neem de vereiste afstand naar de muur in acht, in overeenstemming met het installatieschema.
- De afstand tussen de binnen- en de buitenunit moet 5 meter zijn en kan tot maximum 15 meter zijn met een extra lading van koelmiddel.
- Installeer de buitenunit niet op een vuile of vette plaats, in de buurt van een gasuitlaat voor vulkanisatie.
- Vermijd de buitenunit te installeren aan de wegkant, waar de unit vuil kan worden door opspattend modderwater.
- Een vaste basis waardoor het geluid van het apparaat in werking niet wordt versterkt.
- Waar de luchtuitlaat niet wordt geblokkeerd.
- De wijze van installatie moet in staat zijn om het gewicht en de trillingen van de buitenunit te weerstaan en voor een veilige installatie te zorgen.
- Waar het afvoerwater geen probleem vormt. Binnenunit Lengte leiding is 3~20 meter Buitenunit Hoogte moet minder dan 10 m zijn Buitenunit Lengte leiding is 3~20 meter Binnenunit Hoogte moet minder dan 10 m zijn Model Standaardlengte leidingwerk (m) Maximale leidinglengte van elke binnenunit (m) Maximale totale lengte leidingwerk (m) Maximaal hoogteverschil H (m) Extra lading koelvloeistof (g/m) FM20ODU WA2 5+5 20 40 10 15 (wanneer de totale lengte van het leidingwerk meer dan 15 m is) FM24ODU WA2 5+5+5 20 60 10 15 (wanneer de totale lengte van het leidingwerk meer dan 20 m is) FM36ODU WA2 5+5+5+5 25 60 10 15 (wanneer de totale lengte van het leidingwerk meer dan 20 m is)101 INSTALLATIE BINNENUNIT
1. Installatie van de montageplaat
- Selecteer een plaats voor de installatie van de montageplaat in overeenstemming met de plaats van de binnenunit en de richting van de leidingen.
- Leg de montageplaat horizontaal met behulp van een waterpas.
- Boor gaten met een diepte van 32 mm in de muur.
- Plaats de kunstofpluggen in de gaten, zet de montageplaat vast met zelftappende bouten.
- Controleer of de montageplaat goed vast zit. OPMERKING: De vorm van de montageplaat kan verschillen van de plaat die hierboven is afgebeeld, maar de installatiewijze is vergelijkbaar.
2. Boor een gat voor de leiding
- Bepaal de plaats van het gat voor de leiding in overeenstemming met de plaats van de montageplaat.
- Boor een gat met een diameter van 70 mm in de wand. Het gat moet enigszins naar beneden naar buiten hellen.
- Installeer een mof in het gat in de muur om de wand netjes en schoon te houden.
3. Installatie leidingen binnenunit
- Voer de leidingen (vloeistof- en gasleiding) en de kabels door het gat in de muur van buitenaf of monteer ze van binnenuit nadat de leidingen en kabelverbindingen van de binnenunit zijn voltooid om deze aan te sluiten op de buitenunit.
- Bepaal of het kunstofdeel afgezaagd moet worden in overeenstemming met de richting van de leidingen (zoals hieronder is afgebeeld). OPMERKING: Bij het bevestigen van de leidingen in de richtingen 1, 2 of 4, het bijbehorende kunststof deel van de basis van de binnenunit afzagen.
- Na het aansluiten van de leidingen zoals vereist, de afvoerslang installeren. Sluit vervolgens de voedingskabel aan. Omwikkel, na de aansluiting de leidingen, kabels en afvoerslang met thermisch isolatiemateriaal. OPMERKING: Sluit de voedingskabel niet aan tijdens de installatie. Mof voor gat in muur (starre polyethyleen buis voorbereid door de gebruiker) Binnen Buiten 5 mm (inclinatie omlaag)
rand Richting van de leidingen Uitsteken d stuk Zaag het uitstekende stuk af langs de rand Montageplaat102 BELANGRIJK: Thermische isolatie verbindingsstukken leidingwerk: Omwikkel de verbindingsstukken van het leidingwerk met thermisch isolatiemateriaal en omwikkel ze daarna met vinyltape. Thermische isolatie leidingwerk: a. Plaats de afvoerslang onder het leidingwerk. b. Isolatiemateriaal: polytheenschuim met een dikte van 6 mm. OPMERKING: Afvoerslang is voorbereid door de gebruiker.
- De afvoerslang moet naar beneden gericht zijn, voor een makkelijke doorstroming. Draai de afvoerleiding niet, laat ze niet uit het gat steken of in het rond wapperen, dompel het uiteinde niet onder in water. Als er op de afvoerleiding een verlengstuk van een afvoerslang is aangesloten, moet u ervoor zorgen dat u dit thermisch isoleert wanneer het door de binnenunit gaat.
- Als het leidingwerk naar rechts is gericht, moeten leidingwerk, stroomkabel en afvoerslang thermisch worden geïsoleerd en bevestigd aan de achterkant van de unit. Aansluiting leidingwerk: a. Sluit het leidingwerk van de binnenunit aan met twee moersleutels. Besteed veel aandacht aan het koppel, zoals hieronder afgebeeld, om te voorkomen dat het leidingwerk, de connectoren en de moeren vervormd en beschadigd worden. b. Draai ze eerst aan met de hand en gebruik daarna de moersleutels. Thermische isolatie Omwikkeld met vinyltape Leidingdiameter Koppel Breedte moer Min. dikte Liquid Side (1/4 inch) 1,5~2 kg.m 17 mm 0.5 mm Gas Side (3/8 inch) 3,1~3,5 kg.m 22 mm 0,7 mm Gas Side (1/2 inch) 5,0~5,5 kg.m 24 mm 0,8 mm Gas Side (5/8 inch) 6,0~6,5 kg.m 27 mm 0,8 mm Grote leiding Thermisch geïsoleerde buis Kleine leiding Afvoerslang (voorbereid door gebruiker) Stroomverbindingskabel103
1) Open het voorpaneel, verwijder de dekplaat door
de schroef los te maken.
2) Sluit de stroomkabel aan op de binnenunit door de
draden individueel aan te sluiten op de aansluitklemmen op het schakelbord als volgt.
3) Bevestig de stroomkabel op het schakelbord met
4) Plaats de dekplaat terug en draai de schroef aan.
OPMERKING: (afhankelijk van het model) De kast moet worden verwijderd om de verbindingen met de aansluitklemmen van de binnenunit uit te voeren.
1) Verwijder de toegangsdeur van de unit door de schroef los te maken. Schroef de kabelklem los, sluit de
draden individueel aan op de aansluitklemmen op het schakelbord in overeenstemming met de aansluiting van de binnenunit.
2) Bevestig de stroomkabel op het schakelbord met een kabelklem.
3) Plaats de toegangsdeur terug in de oorspronkelijke positie en draai de schroef aan.
OPMERKING: (afhankelijk van het model) De kast moet worden verwijderd om de verbindingen met de aansluitklemmen van de binnenunit uit te voeren. Dekplaat Stroom- kabel Voorpaneel Binnenunit Aansluitklem (binnenkant) Behuizing Voor FM20ODUWA2 er geen binnendeel C, D; Voor FM24ODUWA2, is er geen binnenunit D104 Model Netsnoer (buiten) Stroomverbindingskabel Hoofdstroom-voorziening (Opmerking) FM20ODUWA2 H05RN-F,3G 2.5mm
1. Zorg ervoor dat de kleur van de draden en het nummer van de aansluitklem van de buitenunit dezelfde
zijn als die van de binnenunit.
2. Gebruik een apart stroomcircuit dat specifiek voor de airconditioner is bestemd. Zie het circuitdiagram
op het apparaat voor de bedradingsmethode.
3. Controleer of de kabelspecificaties overeenstemmen met de volgende tabel. De minimale doorsnede
van de kabel moet voldoen aan Ontwerp 245 IEC 57.
4. Controleer de bedrading en zorg ervoor dat alle draden goed zijn vastgemaakt nadat de kabels zijn
aangesloten. De kabel moet goed vastgemaakt zijn met een kabelklem.
5. Zorg ervoor dat u een aardlekschakelaar installeert in een natte of vochtige omgeving.
Kabelspecificaties Voor FM20ODUWA2 er geen binnendeel C, D; Voor FM24ODUWA2, is er geen binnenunit D105 INSTALLATIE BUITENUNIT
1. Afvoeropening en afvoerslang installeren
De condens wordt afgevoerd van de buitenunit wanneer de unit in verwarmingsmodus werkt. Installeer een afvoeropening en -slang om het condenswater op te vangen. Zo stoort u uw buren niet en beschermt u het milieu. Installeer de afvoeropening op het frame van de buitenunit en sluit een afvoerslang aan op de opening zoals afgebeeld op de afbeelding rechts.
2. Buitenunit installeren en bevestigen
Maak de buitenunit stevig vast met bouten en moeren op een vlakke en stevige vloer. Als de unit op een muur of dak wordt geïnstalleerd, moet u ervoor zorgen dat u de houder stevig bevestigt. Zo verhindert u dat deze gaat schudden omwille van grote trillingen of een stevige wind.
3. Leidingwerk buitenunit aansluiten
- Verwijder de doppen van de 2-wegs en 3-wegs klep.
- Sluit de leidingen apart aan op de 2-wegs en 3-wegs kleppen met het vereiste koppel.
4. Kabel buitenunit installeren (zie vorige pagina)106
Binnenunit Stroomrichting koelmiddel 3-wegs klep Opening voor onderhoud (2) Draaien (8) Aanspannen (7) Draai om de klep volledig te openen Dop klep (1) Draaien (8) Aanspannen 2-wegs klep (6) Open 1/4-draai (7) Draai om de klep volledig te openen (1) Draaien Dop klep (8) Aanspannen Aansluiten op binnenunit Doorsnede 3-wegs klep Open stand
Aansluiten op buitenunit Kern klep Naald Dop opening voor onderhoud LUCHT ZUIVEREN Als er vochtige lucht in de koelcyclus blijft zitten, kan dit ertoe leiden dat de compressor defect raakt. Nadat u de binnen- en buitenuit hebt geïnstalleerd, moet u met een vacuümpomp de lucht en het vocht uit de koelcyclus halen, zoals hieronder afgebeeld. Opmerking: Aangezien de systeemdruk hoog is en om het milieu te beschermen, moet u ervoor zorgen dat u het koelmiddel niet rechtstreeks in de lucht laat. Luchtleidingen purgeren:
1. Schroef de doppen van de 2- en 3-wegs kleppen los en verwijder ze.
2. Schroef de dop van de klep voor onderhoud los en verwijder de dop.
3. Sluit de flexibele slang van de vacuümpomp aan op de klep voor onderhoud.
4. Start de vacuümpomp gedurende 10-15 minuten tot een absoluut vacuüm van 10 mm Hg wordt
5. Terwijl de vacuümpomp nog draait, sluit u de knop voor lage druk op de verdeelinrichting van de
vacuümpomp. Stop vervolgens de vacuümpomp.
6. Open de 2-wegs klep 1/4 draai, sluit ze vervolgens na 10 seconden. Controleer dat alle pakkingen goed
vast zitten met vloeibare zeep of een elektronische lekdetectie.
7. Draai de steel van 2- en 3-wegs kleppen. Koppel de flexibele slang van de vacuümpomp los.
8. Vervang alle doppen van de kleppen en draai ze aan.
Vacuum pump107 KLANTENSERVICE Voordat u contact opneemt met de Klantenservice:
1. Probeer het probleem zelf op te lossen aan de
hand van de beschrijvingen in "Problemen/Oplossingen".
2. Zet het apparaat uit en weer aan om te zien of
de storing aanhoudt. Als de storing aanhoudt nadat u bovengenoemde controles heeft uitgevoerd, neem dan contact op met de Klantenservice. Geef a.u.b.:
- een korte beschrijving van de storing;
- het exacte model van de airconditioner;
- het servicenummer (dit is het nummer onder het woord Service op de servicesticker, die aan de zijkant of op de onderkant van de binnenunit is aangebracht). Het servicenummer staat ook in het garantieboekje;
- uw telefoonnummer. Als er een reparatie moet worden uitgevoerd, neem dan contact op met de Klantenservice (hierdoor is het gebruik van originele vervangingsonderdelen en een deugdelijke reparatie gegarandeerd). U moet de originele aankoopbon laten zien. Het niet naleven van deze instructies kan de veiligheid en kwaliteit van uw product in gevaar brengen.108
Notice-Facile