METABO TS 254 - Zaag

TS 254 - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 254 METABO in PDF-formaat.

📄 200 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 9 vragen ⚙️ Specs 🖨️ Afdrukken
Notice METABO TS 254 - page 42
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METABO

Model : TS 254

Categorie : Zaag

Technische specificaties METABO TS 254 formaatzaag, vermogen 1800 W, zaagbladdiameter 254 mm, onbelaste snelheid 5000 tpm.
Zaagcapaciteit Zaagcapaciteit bij 90°: 88 mm, zaagcapaciteit bij 45°: 63 mm.
Gebruik Ideaal voor nauwkeurige zaagsneden in hout, spaanplaten en composietmaterialen.
Onderhoud Controleer regelmatig de scherpte van het zaagblad, reinig het afzuigsysteem en smeer de bewegende delen.
Veiligheid Voorzien van een zaagbladbescherming, een veiligheidsschakelaar en een aardingssysteem.
Algemene informatie Gewicht: 25 kg, afmetingen: 800 x 600 x 400 mm, 3 jaar garantie.

Veelgestelde vragen - TS 254 METABO

Hoe stel ik de zaagbladhoogte in op de METABO TS 254?
Om de zaagbladhoogte in te stellen, gebruikt u het handwiel aan de zijkant van de zaag. Draai het met de klok mee om de hoogte te verhogen en tegen de klok in om te verlagen.
Wat is de maximale zaagcapaciteit van de METABO TS 254?
De METABO TS 254 heeft een maximale zaagcapaciteit van 254 mm breedte en 85 mm hoogte.
Hoe vervang ik het zaagblad van de METABO TS 254?
Om het zaagblad te vervangen, koppel de zaag los en gebruik de meegeleverde sleutel om de bevestigingsbout van het zaagblad los te draaien. Verwijder het versleten zaagblad en vervang het door een nieuw zaagblad, draai vervolgens de bout weer vast.
Wat moet ik doen als de zaag niet start?
Controleer of de zaag correct is aangesloten en of de veiligheidsschakelaar in de "ON"-stand staat. Als hij nog steeds niet start, controleer dan de zekering of de stroomonderbreker van uw elektrische installatie.
Hoe maak ik de METABO TS 254 schoon na gebruik?
Koppel de zaag los voordat u deze schoonmaakt. Gebruik een droge doek om stof en vuil te verwijderen. Vermijd het gebruik van schurende reinigingsmiddelen die het oppervlak kunnen beschadigen.
Kan ik de METABO TS 254 gebruiken om andere materialen dan hout te zagen?
De METABO TS 254 is voornamelijk ontworpen voor hout. Voor materialen zoals metaal of kunststof, gebruik geschikte zaagbladen en volg de aanbevelingen van de fabrikant.
Hoe stel ik de zaaghoek in op de METABO TS 254?
Om de zaaghoek in te stellen, draai de verstelhendel aan de achterkant van de zaag los, stel de gewenste hoek in en draai de hendel weer vast.
Wat moet ik doen als het zaagblad trilt tijdens het zagen?
Als het zaagblad trilt, controleer dan of het correct is geïnstalleerd en goed is vastgedraaid. Zorg er ook voor dat het te zagen stuk goed wordt ondersteund en stabiel is.
Wat is het motorvermogen van de METABO TS 254?
De METABO TS 254 is uitgerust met een motor van 1,5 kW.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 254 - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 254 van het merk METABO.

GEBRUIKSAANWIJZING TS 254 METABO

Wij verklaren als enige verantwoordelijke, dat dit product in overeenstemming is met de volgende normen*conform de bepalingen van de richtlijnen** EG- typeonderzoek *** uitgevoerd door ****

1. Overzicht van de zaag

2. Lees deze tekst voor u begint!

8. Onderhoud en verzorging

1. Overzicht van de zaag

1 Dwarse aanslag 2 Tafelverlenging 3 Beschermkap 4 Afzuigadapter 5 Afzuigslang 6 Parallelaanslag 7 Schuifstok 8 Tafelverbreding 9 Spanhefboom voor de tafelver- breiding 10 Steun schuifstok 11 Voet/handgreep 12 In-/Uit-schakelaar 13 Handwiel voor de instelling van de hellingshoek 14 Draaikruk voor instelling zaag- hoogte 15 Helling-begrenzingsstop 16 Spanhefboom voor het vastzetten van de hellingshoek 17 Zaagbladhouder 18 Gereedschapopname 19 Steeksleutel 20 Steun beschermkap 21 Steun parallelaanslag 22 Steun dwarsaanslag 23 Kabelhouder 24 Spanenuitgooi Inhoudsopgave 17028992_10_TS254_NL.fm Originalbetriebsanleitung NEDERLANDSNEDERLANDS

WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico van letsel te verminderen. WAARSCHUWING - Lees alle veilig- heidsvoorschriften en aanwijzingen. Worden de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/ of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsvoorschrif- ten en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door. – Deze gebruiksaanwijzing richt zich tot personen met technische basis- kennis in het werken met apparaten zoals hier beschreven. Als u geen ervaring met zulke apparaten hebt, dient u eerst de hulp van ervaren personen te vragen. – De fabrikant wijst alle verantwoorde- lijkheid af voor schade die ontstaat door niet-inachtneming van deze handleiding. De informatie in deze handleiding is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor li- chamelijk letsel of mi- lieuschade. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor li- chamelijk letsel door elektrische schok. Klemgevaar! Waarschuwing voor li- chamelijk letsel door meetrekken van li- chaamsdelen of kledij. Opgelet! Waarschuwing voor ma- teriële schade. Aanwijzing Bijkomende informatie.

3.1 Gebruik volgens de voor-

schriften Het apparaat is bedoeld om massief hout, fineerhout, spaanplaten, meubel- platen en gelijksoortige materialen in de lengte of dwars door te zagen. Metaal zagen is toegestaan, mits er op het volgende gelet wordt: – Alleen met geschikt zaagblad (zie "Leverbare accessoires") – Alleen non-ferrometalen (geen hardmetaal of gehard metaal) Het zagen van ronde werkstukken is uit- sluitend toegestaan als het werkstuk stevig vastgezet wordt. Ronde werk- stukken hebben de neiging tegen de draairichting van het zaagblad los te ko- men. Bij het smalkantzagen van vlakke werk- stukken moet een geschikte aanslag gebruikt worden om een veilige gelei- ding te garanderen. Het apparaat mag zonder een geschikte veiligheidsvoorziening niet gebruikt wor- den voor het maken van sponningen of groeven. Cirkelzagen niet gebruiken voor inkepin- gen (in werkstuk eindigende groeven) Het is ten stelligste verboden om het ap- paraat te gebruiken voor een doel waar- voor het niet ontworpen werd of waar- voor het niet geschikt is. Voor schade door foutief gebruik aanvaardt de fabri- kant geen verantwoordelijkheid. Een ombouw van de machine of het ge- bruik van onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen tijdens het gebruik onvoorzien- bare beschadigingen veroorzaken.

3.2 Algemene veiligheids-

voorschriften Let op! Bij het gebruik van elektrisch gereedschap dienen ter bescherming tegen een elektrische schok en het risi- co van letsel en brand de volgende prin- cipiële veiligheidsmaatregelen te wor- den genomen. Neem bij gebruik van dit apparaat de volgende veiligheidsvoorschriften in acht om gevaar voor personen of materiële schade te voorkomen. Neem de bijzondere veiligheidsvoor- schriften in de betreffende hoofd- stukken in acht. Neem eventueel de wettelijke richtlij- nen of ongevalpreventievoorschrif- ten inzake de omgang met cirkelza- gen in acht. Algemeen gevaar! Houd uw werkplek in orde – een wanordelijke werkplek kan ongeval- len tot gevolg hebben. Wees aandachtig. Let op wat u doet. Ga verstandig te werk. Gebruik het toestel niet, wanneer u niet gecon- centreerd bent. Houd rekening met omgevingsom- standigheden. Zorg voor goede ver- lichting. Zorg voor een goede lichaamshou- ding. Zorg ervoor dat u op een stevi- ge ondergrond staat en let er vooral op dat u altijd goed in evenwicht bent. Gebruik geschikte oppervlakken voor het zagen van lange werkstuk- ken. Gebruik het elektrisch gereedschap niet waar brand- of explosiegevaar bestaat. Dit apparaat mag uitsluitend door personen die met cirkelzagen be- kend zijn en zich de gevaren bij het werken steeds bewust zijn, in bedrijf worden gezet en geexploiteerd. Personen beneden de 18 jaar mo- gen dit toestel slechts bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar. Let erop dat zich geen onbevoegde personen, vooral geen kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg er- voor dat geen andere personen het toestel of het snoer kunnen aanra- ken. Zorg dat u het toestel niet overbelast – gebruik dit toestel uitsluitend bin- nen het vermogensbereik dat in de technische gegevens vermeld wordt. Gevaar door elektrische stroom! Stel het toestel niet bloot aan regen. Gebruik dit toestel niet in een vochti- ge of natte omgeving. Vermijd dat u tijdens werkzaamhe- den met dit toestel in contact komt met geaarde elementen zoals radia- toren, buizen, ovens, koelkasten.

2. Lees deze tekst voor u

Gebruik het snoer niet voor doelein- den waarvoor het niet bedoeld is. Gevaar voor verwondingen en kneuzingen aan bewegende onder- delen! Neem dit toestel nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheids- voorzieningen. Houd steeds voldoende afstand van het zaagblad. Gebruik desnoods ge- schikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende af- stand tot aangedreven onderdelen. Wacht tot het zaagblad stilstaat al- vorens kleine werkstukdelen, hout- resten enz. uit het werkbereik te ver- wijderen. Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken. Controleer of het apparaat geschei- den is van het stroomnet alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Zorg dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerk- zaamheden) geen montagegereed- schap of losse onderdelen meer in het toestel bevinden. Schakel het elektrische toestel uit, wanneer u het niet gebruikt. Gevaar voor snijwonden ook bij stilstaand snijwerktuig! Trek veiligheidshandschoenen aan als u snijwerktuigen moet vervan- gen. Bewaar de zaagbladen zo dat nie- mand zich eraan kan verwonden. Gevaar door terugslag van werkstukken (werkstuk kan door het zaagblad worden gegrepen en tegen de gebruiker worden geslingerd)! Werk uitsluitend met een juist inge- steld spouwmes. Het spouwmes en het gebruikte zaagblad moeten bij elkaar passen: het spouwmes mag niet dikker zijn dan de snijvoegbreedte en niet dun- ner dan het stamblad. Zet het werkstuk nooit "op z’n kant" (tijdens het schaven). Let erop dat het gebruikte zaagblad geschikt is voor het materiaal van het werkstuk. Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wanden uitsluitend zaagbla- den met fijne tanding. Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn. Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwer- pen (bijvoorbeeld nagels of schroe- ven). Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Zaag nooit verschillende stukken – ook geen bundels met verschillende aparte stukken tegelijk. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als aparte stukken zonder steun door het zaag- blad worden gegrepen. Verwijder kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik - het zaagblad moet hiervoor stil staan. Klemgevaar! Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kledij door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen dassen, geen handschoe- nen, geen kledij met brede mou- wen; personen met lang haar moe- ten een haarnetje dragen). Zaag nooit werkstukken waaraan zich –touwen – snoeren –riemen – kabels of – draden bevinden of die dergelij- ke materialen bevatten. Gevaar door onvoldoende per- soonlijke veiligheidsuitrusting! Draag oordoppen. Draag een veiligheidsbril. Draag een stofmasker. Draag aangepaste werkkledij. Bij werkzaamheden buiten is schoei- sel met antislipzool aanbevolen. Draag de handschoenen bij de om- gang met zaagbladen en ruwe werk- stukken. Draag de zaagbladen in een container. Gevaar door zaagsel! Sommige soorten zaagsel (bijvoor- beeld van beuken-, eiken- en essen- hout) kunnen bij inademing kanker- verwekkend zijn. Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de eisen in het hoofdstuk "Tech- nische gegevens". Let erop, dat bij het werken zo wei- nig mogelijk houtstof in de omgeving terechtkomt: – houtstofafzettingen in het werk- bereik verwijderen (niet wegbla- zen!); – lekken in de afzuiginstallatie her- stellen; – Zorg voor een goede verlichting. Gevaar door technische wijzi- gingen of het gebruik van onderde- len die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven Monteer dit toestel zoals in de hand- leiding wordt aangegeven. Gebruik hiervoor uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder: – zaagbladen (voor bestelnum- mers, zie Leverbare accessoi- res); – Veiligheidsvoorzieningen (Voor de bestelnummers, zie de lijst met reserveonderdelen). Breng aan deze onderdelen geen wijzigingen aan. Gevaar door gebreken aan het toestel! Zorg dat het toestel evenals de toe- behoren goed onderhouden wor- den. Neem hierbij de onderhouds- voorschriften in acht. Controleer de machine voor het in- schakelen telkens op eventuele be- schadigingen: Voor het gebruik moet de goede werking van de vei- ligheidsinrichtingen en van licht be- schadigde onderdelen altijd zorgvul- dig gecontroleerd worden. Controleer of de scharnierende on- derdelen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen moe- ten correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van het toestel te garanderen.NEDERLANDS

Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman herstellen of vervangen. Laat beschadigde schakelaars in een reparatiedienst vervangen. Gebruik dit toestel niet wanneer u de schakelaar niet kan in- en uitschakelen. Zorg ervoor dat er zich geen oliën of vetten op de handgrepen bevinden en dat deze droog blijven. Gevaar door lawaai! Draag oordoppen. Let erop dat het spouwmes niet ge- bogen is. Een gebogen spouwmes drukt het werkstuk zijdelings tegen het zaagblad. Dit veroorzaakt la- waai. Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen! Als er een blokkering optreedt:

1. apparaat uitschakelen,

2. stekker uit stopcontact trekken,

3. handschoenen dragen,

4. blokkering met geschikt gereed-

3.3 Symbolen op het appa-

raat Gegevens op het typeplaatje: Veiligheidssymbolen Gevaar! Veronachtzaming van de volgende waarschuwin- gen kan leiden tot ern- stig letsel of materiële schade leiden. Lees de gebruiksaanwij- zing. Niet in een draaiend zaag- blad grijpen. Veiligheidsbril en gehoorbescherming dra- gen. Apparaat niet in vochtige of natte onmgeving gebrui- ken.

3.4 Veiligheidsvoorzieningen

Spouwmes Het spouwmes (33) moet verhinderen dat een werkstuk door de achterkant van het zaagblad omhoog geduwd kan worden en eventueel tegen de gebrui- ker aangeslingerd wordt. Het is niet toegestaan om zonder spouwmes te werken. Beschermkap De beschermkap (34) verhindert onge- wild contact met het zaagblad en biedt bescherming tegen rondvliegende hout- spaanders en zaagsel. Het is niet toegestaan om zonder be- schermkap te werken. Schuifstok De schuifstok(35) dient als verlenging van de hand, om het werkstuk veilig aan het zaagblad voorbij te leiden en be- schermt tegen onbedoeld contact met het zaagblad. De schuifstok moet altijd gebruikt wor- den als de afstand tussen het zaagblad en een parallelle aanslag kleiner is dan 120 mm.

De schuifstok moet in een hoek van 20° … 30° tot het oppervlak van de zaagta- fel worden geleid. Wanneer de schuifstok niet wordt ge- bruikt, moet hij bij de machine opgebor- gen worden. Als de schuifstok beschadigd is, moet hij vervangen worden. Zorg ervoor dat u op een stevi- ge ondergrond staat en let er vooral op dat u altijd goed in evenwicht bent. Opstelling zonder machinestan- daard:

1. Zaag met twee personen uit de ver-

3. Zaag op tafel of werkbank vast-

schroeven. Opstelling met machinestandaard:

1. Apparaat met twee personen uit de

2. Apparaat op de vloer zetten.

3. Apparaat bij de handgrepen oppak-

ken en op de smalle kant zetten

4. Handgrepen (36) naar buiten trek-

ken, draaien en inklikken. (25) Fabrikant (26) Serienummer (27) Apparaatbenaming (28) Motorgegevens (zie ook "Technische gegevens") (29) CE-kenmerk – Dit apparaat beantwoordt aan de EU-richtlij- nen overeenkomstig de conformi- teitsverklaring (30) Afvalsymbool – Het toestel kan via de fabrikant worden afge- voerd (31) Bouwjaar

(32) Afmetingen van toegelaten zaag- bladen

5. De beide onderste tafelpoten uit-

klappen. Hiervoor de rode zwenk- hendel (37) omlaag drukken (met de voet of de hand) en de tafelpoten naar beneden draaien.

6. Apparaat enigszins naar achteren

kantelen en beide tafelpoten omlaag drukken. De rode zwenkhendels (37) moeten inklikken.

7. De beide bovenste tafelpoten uit-

klappen. Hiervoor de rode zwenk- hendel (38) naar rechts schuiven en de tafelpoten naar beneden draaien. De rode zwenkhendels moeten in- klikken.

8. De zaag bij de bovenste framecon-

structie in het midden beetpakken. Zaag omhoogtrekken en neerzetten. (Stelvoet met voet tegenhouden om te voorkomen dat de zaag bij het op- stellen wegglijdt).

9. Oneffenheden in de vloet met de

stelvoet (39) compenseren.

Spouwmes Aanwijzing: Het spouwmes is bij de levering reeds correct ingesteld. Uitrichten bij de inge- bruikname is slechts noodzakelijk, wan- neer het spouwmes bij het transport is versteld.

1. Breng het zaagblad in de bovenste

2. Schroef (40) tegen de klok in draai-

en, tafelinzetstuk optillen en uitne- men.

4. Spouwmes (42) uit de onderste

transportstand tot aan de aanslag naar boven trekken.

5. Uitrichting spouwmes controleren:

– tussen de zaagtandomtrek en de punt van het spouwmes moet een afstand van 3tot5mm blijven. – Het spouwmes moet met het zaagblad in een rechte lijn liggen. Gevaar! Het spouwmes is een van de onder- delen die tot de veiligheidsvoorzie- ningen van het apparaat behoren. Het spouwmes moet juist gemon- teerd zijn om een veilige werking te garanderen. Alleen wanneer een nieuwe uitrichting van het spouwmes vereist is:

2. Spouwmes (42) verticaal uitrichten:

tussen de zaagtandomtrek en de punt van het spouwmes moet een afstand van 3 tot 5 mm blijven.

3. Vastzethendel (41) aantrekken (met

de klok mee draaien!).

Zijdelingse uitrichting instellen: spouwmes (43) en zaagblad moeten exact in een rechte lijn liggen.

4. Drie inbusbouten (44) losdraaien.

5. Spouwmes (43) in een rechte lijn

brengen met het zaagblad.

7. tafelinzetstuk bevestigen en met

schroef (40) vergrendelen. De beschermingskap monteren

1. Breng het zaagblad in de bovenste

2. Beschermkap (46) aan de voorste

opname van het spouwmes (45) monteren.

Gevaar! Elektrische spanning Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge omgeving. Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stop- contact dat aan de hierna volgen- de voorwaarden voldoet (zie ook „Technische gegevens“): – De stopcontacten moeten re- glementair geïnstalleerd zijn en een goedgekeurde aarding hebben. – Netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat. – De stroomkring dient vakkun- dig beveiligd te worden met een differentieelschakelaar die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA. Aanwijzing: Het energiebedrijf of uw elektromon- teur vertellen u graag of uw huisaan- sluiting aan deze bepalingen vol- doet. Het snoer moet zo gelegd wor- den dat het zaagwerkzaamheden kan bemoeilijken en dat het snoer niet beschadigd kan raken. Het snoer moet beschermd wor- den tegen hitte en bijtende vloei- stoffen; zorg dat het niet bescha- digd kan worden door scherpe voorwerpen. Gebruik als verlengsnoer alleen snoeren met rubbermantel en voldoende grote diameter (zie „Technische gegevens“). Gebruik alleen verlengsnoeren die ook voor toepassingen in de buitenlucht toegelaten en als zo- danig gekenmerkt zijn. Trek de stekker niet aan het snoer uit het stopcontact. Voorkom dat de machine per on- geluk start: controleer of de In-/ Uit-schakelaar is uitgeschakeld wanneer de stekker in het stop- contact wordt gestoken. Gevaar voor ongevallen! De zaagmachine mag slechts door één persoon tegelijk bediend wor- den. Andere personen mogen uit- sluitend werkstukken aanreiken of afnemen, en moeten op een afstand van de zaagmachine blijven staan. Controleer of alles goed functioneert alvorens met de zaagwerkzaamhe- den te beginnen: – netsnoer en netstekker; – hoofdschakelaar; –spouwmes; –beschermkap; – hulpstukken (schuifstok, schuif- hout en greep). Zorg ervoor dat u zichzelf ook be- schermt: – draag een stofmasker; – draag oorbeschermers; – draag een veiligheidsbril. Let steeds op een juiste houding en plaats tijdens het zagen: – neem plaats aan de voorkant van de afkortzaag; – tegenover het zaagblad; – links van het opstuivende zaag- sel; – Bij bediening met twee personen moet de tweede persoon op vol- doende afstand van de zaag staan. Naargelang het soort werk dat u ver- richt, gebruikt u: – Toegelaten werkstuksteunen - als werkstukken na het afzagen van de zaagtafel zouden vallen; – een schaafselafzuigsysteem. Vermijd frequente bedieningsfouten: – Probeer nooit het zaagblad af te remmen door er van de zijkant (met een voorwerp) tegenaan te drukken. Ook hier bestaat gevaar voor terugslag. – Druk het werkstuk tijdens het za- gen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Ook hier bestaat gevaar voor terugslag. – Zaag nooit verschillende stuk- ken – ook geen bundels met ver- schillende aparte stukken tege- lijk. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als aparte stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen. Klemgevaar! Zaag nooit werkstukken waaraan touwen, snoeren, riemen of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten.

6.1 Spaanafzuiginstallatie /

alleszuiger Gevaar! Sommige soorten zaagsel (bijvoor- beeld van beuken-, eiken- en essen- hout) kunnen bij inademing kanker- verwekkend zijn. Werkzaamheden in

gesloten ruimten mogen alleen met een geschikte zaagselafzuiginstalla- tie uitgevoerd worden. De zaagselaf- zuiginstallatie moet voldoen aan de volgende eisen: – Passend bij de diameter van de afzuigstukken (beschermkap 38 mm; spaanbak 35/44 mm); – luchtdebiet 460 m

/h; – onderdruk aan de afzuigstomp van de zaag 530 Pa; – luchtsnelheid aan de af- zuigstomp van de zaag 20 m/ s. De aanzuigstompen voor de afvoer van het zaagsel bevinden zich op het frame van de cirkelzaag en op de zaagbladbe- schermkast. Lees ook de handleiding voor de bedie- ning van het zaagselafzuigsysteem! Het werken zonder afzuigsysteem is al- leen buiten mogelijk.

6.2 Zaaghoogte instellen

Gevaar! Voorwerpen of lichaamsdelen die zich binnen de instelruimte bevin- den, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Be- gin dus nooit met het instellen van de zaaghoogte voordat het zaagblad helemaal tot stilstand gekomen is! De zaaghoogte van het zaagblad moet aangepast worden aan de hoogte van het werkstuk: De zaagselkap moet aan de voorzijde met de onderkant op het werkstuk liggen. Snijhoogte door draaien van het handwiel (47) instellen. Aanwijzing: Om speling bij de zaaghoogtever- stelling te compenseren, brengt u het zaagblad altijd van beneden in de gewenste positie.

6.3 De zaagbladhelling instel-

len Gevaar! Voorwerpen of lichaamsdelen die zich binnen de instelruimte bevin- den, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Be- gin dus nooit met het instellen van de zaaghoogte voordat het zaagblad helemaal tot stilstand gekomen is! De helling van het zaagblad kan tussen -1,5° en 46,5° worden ingesteld.

3. Ingestelde hellingshoek door vast-

zetten van de spanhefboom (48) vergrendelen. Handwiel voor zaaghoogte- instelling De hoogte van de zaagsnede kan inge- steld worden door aan het handwiel (49) te draaien. Spanhefboom voor de instelling van de hellingshoek Door de spanhefboom (50) los te zet- ten, kan het zaagblad tussen -1,5° en 46,5° worden ingesteld. Om te vookomen dat de ingestelde hel- lingshoek bij het zagen verandert, moet hij met de spanhefboom (50) weer wor- den geblokkeerd. Omschakelhendel voor hellingsaan- slag De hellingsverstelling heeft bij 0° en 45° een aanslag. Voor speciale verstek- zaagsnedes (achtersnijdingen) kan de hellingshoek in beide richtingen nog met 1,5° worden vergroot. Helling-begrenzingsstop (51) naar buiten trekken en boven de excen- terschijf rechts plaatsen = hellings- hoek van het zaagblad tussen –1,5° en 45° verstelbaar. Helling-begrenzingsstop (51) naar buiten trekken en boven de excen- terschijf links plaatsen = hellings- hoek van het zaagblad tussen 0° en 46,5° verstelbaar. In-/Uit-schakelaar Uitschakelen = onderste schakelaar (52) indrukken. Inschakelen = bovenste (53) 1 tot 2 sec. lang indrukken.

6.4 Parallelaanslag instellen

Voor de parallellaanslag wordt het lange aanslagprofiel (54) gebruikt. Dit wordt aan het geleideprofiel aan de voorkant van de zaag gemonteerd. – Parallelaanslag rechts van het zaag- blad plaatsen. De markering in de loep toont de in- gestelde afstand van de parallelaan- slag tot het zaagblad op de schaal. – Spanhefboom (55) van de parallel- aanslag loszetten en de parallelaan- slag verschuiven tot de markering in de loep de gewenste afstand tot het zaagblad aangeeft. Om de spanhefboom (55) vast te zet- ten, deze omlaag drukken. – Het aanslagprofiel (54) moet bij het zagen met parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staan en met de spanhefboom (55) ver- grendeld zijn. Hiervoor de spanhef- boom omlaag drukken. –Kartelmoeren (56) voor het bevesti- gen van het aanslagprofiel. Het aan- slagprofiel kan na losdraaien van de beide kartelmoeren (56) worden af- genomen en omgezet: Gebruik de lage kant als aandruk- kant: – om vlakke werkstukken te zagen; – of als het zaagblad onder een hoek staat. Gebruik de hoge kant als aandruk- kant: – voor het zagen van hoge werk- stukken (max. 87 mm).

6.5 Wijzer van de parallelaan-

1. Parallelaanslag aan het zaagblad

2. Schroef aan de wijzer van de paral-

lelaanslag losdraaien.

3. Wijzer op parallelaanslag en „O“ op

schaalband in overeenstemming brengen.

4. Schroef aan wijzer van de parallel-

aanslag weer vasttrekken. Aanwijzing: Om te voorkomen dat het werkstuk klemt bij het zagen met de parallelaan- slag: parallelaanslag geheel naar rechts ver- schuiven en vervolgens op de gewenste zaagbreedte instellen. Aanwijzing: Parallelaanslag afstellen (indien ge- wenst): De parallelaanslag moet even- wijdig aan het zaagblad worden ge- plaatst of zo worden ingesteld dat hij max. 0,3 mm naar achteren opent. Dan raakt het werkstuk niet beklemd tussen de parallelaanslag en het zaagblad. Voor het afstellen de 2 schroeven aan de bovenkant van de parallelaanslag losdraaien, daarna weer vastzetten. Aanwijzing: Klemkracht van de parallelaanslag in- stellen (indien nodig): mocht het achter- ste klemstuk vroeger of later als het voorste klemstuk klemmen, kan dit wor- den ingesteld door aan de moer (aan het achterste kopstuk) te draaien. De moer los maken, zodat het achterste klemstuk later klemt. De moer vast draaien, zodat het achterste klemstuk eerder klemt.

6.6 Dwarsaanslag instellen

De dwarsaanslag (58) wordt van voren in de groef in de zaagtafel geschoven. Voor hoeksneden kan de dwarsaanslag naar beide kanten 60° worden versteld. Voor hoeksneden van 45° en 90° zijn desbetreffende aanslagen voorhanden. Voor het instellen van een hoek: klem- hendel (57) door draaien tegen de wij- zers van de klok in losmaken. Verwondingsgevaar! De klemhendel moet bij het zagen met dwarsaanslag vastgetrokken zijn. Het voorzetprofiel kan door losmaken van de kartelmoer (59) worden verscho- ven of afgenomen.

6.7 Tafelverbreding instellen

De tafelverbreding breidt de steunvlakte uit, zo dat ook grotere werkstukken vei- lig worden gehouden.

Voor het instellen van de tafelver- breding moet de spanhefboom (60) worden losgemaakt. Gevaar van letsel! De klemhendel moet bij het zagen steeds vastgetrokken zijn. Aflezen van de schaalband bij werk- zaamheden met de parallelaanslag Op welke schaal de snijbreedte wordt afgelezen, hangt ervan af, hoe het aan- slagprofiel aan de parallelaanslag is ge- monteerd: – hoge aanlegkant = schaal met zwarte schrift op witte achtergrond. – lage aanlegkant = schaal met witte schrift op zwarte achtergrond. Bij kleine snijbreedten wordt de tafelver- bredering niet uitgetrokken. De snij- breedte wordt op de schaal rechts op de wijzer van de parallelaanslag afgele- zen: – hoge aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 35 cm mogelijk. – lage aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 29,5 cm mogelijk. Dienen grotere werkstukken te worden gezaagd, moet de tafelverbredering worden uitgetrokken.

1. Parallelaanslag verschuiven naar de

eindstand van de schaal.

2. Tafelverbredering naar buiten trek-

ken en parallelaanslag op gewenste afstand instellen. De snijbreedte wordt op de linker schaal bij de wij- zer van het schaalband afgelezen.

6.8 Tafelverlenging instellen

De tafelverlenging breidt de steunvlakte uit, zodat ook langere werkstukken ste- vig kunnen liggen.

1. Voor het uittrekken van de tafelver-

lenging moeten de beide kartel- schroeven (61) worden losgedraaid.

2. Tafelverlenging naar buiten trekken

en op gewenste afstand instellen.

Gevaar! De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 120 mm. Rechte zaagsnede

2. Zaaghoogte instellen. Aan de voor-

kant moet de beschermkap volledig op het werkstuk liggen.

3. Parallelaanslag instellen.

5. Het werkstuk gelijkmatig naar achte-

ren schuiven en in een werkproces doorzagen.

6. Schakel de machine uit als u niet on-

middellijk verder werkt. Verstekzagen

1. De dwarsaanslag wordt van voren in

de groef in de zaagtafel ingescho- ven.

2. Gewenste hoek na losmaken van de

klemhendel (62) aan de dwarsaan- slag instellen en klemhendel weer vastschroeven.

3. Zijdelingse afstand tussen voorzet-

profiel en zaagblad instellen: kartelmoer losmaken en voorzet- profiel verschuiven. Kartelmoer vastdraaien.

4. Werkstuk tegen de dwarsaanslag

5. Werkstuk doorzagen door de dwars-

aanslag vooruit te schuiven.

6. Schakel de machine uit als u niet on-

middellijk verder werkt Gevaar! Vóór het transport altijd: Apparaat uitschakelen. Wachten tot het zaagblad hele- maal stilstaat. Stekker uit het stopcontact trek- ken. Draai het zaagblad volledig naar be- neden. Hellingshoek van het zaagblad op 0° instellen en met de spanhefboom vastzetten. Aanbouwdelen (beschermkap, spaanafzuiging) demonteren. Be- schermkap bij zaagtafel opbergen. Stroomsmoer op kabelopwikkeling rollen. Alleen apparaat met machinestan- daard: Apparaat bij frameconstructie optil- len en naar achteren draaien. Appa- raat op zijkant zetten en bovenste poten inklappen. De rode zwenk- hendels moeten weer inklikken. Apparaat naar achteren draaien en de onderste poten inklappen. De rode zwenkhendels moeten weer in- klikken. Handgrepen naar binnen schuiven en apparaat neerzetten.

Klemgevaar Vergrendel de uitgetrokken tafelver- breding met de spanhefboom. Gebruik voor het dragen van het toestel de handgrepen aan de zijkant (63) van de tafel. Let op! Draag het toestel niet aan de veilig- heidsvoorzieningen, de tafelverbrei- ding of aan de bedienelementen! Mobiel transport: Handgrepen naar buiten trekken, draaien en inklikken. Zaag aan de handgreep trekken of schuiven Gebruik bij verzending de originele ver- pakking indien mogelijk. Gevaar! Voordat u met de service of met het onderhoud begint:

1. Apparaat uitschakelen.

2. Wacht tot de zaag helemaal stil-

3. Stekker uit het stopcontact trek-

ken. – Nadat u klaar bent met de service en/ of onderhoudsbeurt, moet de goede werking van alle veiligheids- voorzieningen als eerste gecontro- leerd worden. – Beschadigde onderdelen, in het bij- zonder veiligheidsvoorzieningen, mogen uitsluitend door originele on- derdelen worden vervangen, omdat onderdelen die niet door de fabri- kant getest en vrijgegeven zijn, niet te voorziene schade tot gevolg kun- nen hebben. – Andere dan de in dit hoofdstuk be- schreven onderhouds- of reparatie- werkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd. Gevaar! Als het inlegprofiel beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voor- werpen tussen het inlegprofiel en het zaagblad geklemd raken en het zaagblad blokkeren. Beschadigde inlegprofielen moeten onmiddellijk vervangen worden!

8.1 Zaagblad vervangen

Gevaar! Onmiddellijk na het zagen kan het zaagblad erg heet zijn – Pas op voor brandwonden! Laat een heet zaag- blad eerst voldoende afkoelen. Ook het schoonmaken van het zaagblad met een licht ontvlambaar product is dan gevaarlijk. Ook bij een stilstaand zaagblad be- staat er nog gevaar voor snijwon- den. Bij het vervangen van een zaag- blad moet u veiligheidshandschoenen dragen. Let bij de montage absoluut op de draairichting van het zaagblad!

2. Beschermkap verwijderen.

3. Tafelinzetstuk (64) losmaken en uit-

4. Spanmoer (68) met steeksleutel

draaien en tegelijk de hendel van de zaagbladvergrendeling (65) om- hoog trekken, tot hij inklikt.

5. Hendel vasthouden en de spanmoer

met de klok mee afschroeven.

6. Spanmoer (68), buitenste zaagblad-

flens (67) en zaagblad van de zaag- bladas nemen.

7. Spanvlakken van de zaagbladflen-

zen (66) en (67) en van het zaag- blad reinigen. Gevaar! Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld om harsresten te ver- wijderen) die de lichtmetalen delen van het chassis zouden kunnen be- schadigen. De stabiliteit van de zaag zou erdoor kunnen worden aange- tast.

8. Binnenste zaagbladflens (66) op

8. Service en onderhoud

9. Monteer een nieuw zaagblad (let op

de draairichting van de zaagtan- den!). Gevaar! Gebruik uitsluitend zaagbladen, die voldoen aan de specificaties in de Technische gegevens en de norm EN 847-1 – bij ongeschikte, bescha- digde of vervormde zaagbladen kun- nen onder invloed van de middel- puntvliedende kracht delen weggeslingerd worden. Niet gebruiken: – Zaagbladen waarvan het maxi- male toerental onder het nomina- le onbelaste toerental van de zaagbladen ligt (zie "Technische gegevens"); – Zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HS of HSS); – Zaagbladen waarvan de zaag- breedte kleiner of waarvan de stambladdikte groter is dan de dikte van het spouwmes. – Zaagbladen met zichtbare be- schadigingen (scheurtjes) of – Slijpschijven. Gevaar! – Het zaagblad moet gemonteerd worden met originele fabrieks- klemflensen. – Gebruik nooit losse spanringen. Het zaagblad zou vanzelf los kun- nen komen. – De zaagbladen moeten uitgeba- lanceerd zijn. Ze mogen niet tril- len, anders kunnen ze tijdens het werken vanzelf loskomen.

schroefwinding!). Spanmoer (68) met steeksleutel draaien en tegelijk de hendel van de zaagbladvergren- deling (65) omhoog trekken, tot hij inklikt.

12. Hendel vasthouden en de spanmoer

tegen de klok in handvast aantrek- ken. Gevaar! – U mag de steel van de sleutel niet verlengen om het zaagblad steviger vast te kunnen zetten. – Sla ook niet op de steel van de sleutel om de klembout beter vast te zetten.

13. Spouwmes overeenkomstig de

zaagbladgrootte (69) instellen. (Spouwmesinstelling zie 5.1)

voor het hoekbereik op 0° / 45° in- stellen.

– 0° = loodrecht op het zaagblad – 45° met de speciale hoekmaat. Worden deze waarden niet heel nauwkeurig bereikt:

4. kruiskopschroef (72) van de betref-

fende excenterschijf losdraaien en de excenterschijf verstellen tot de hellingshoek ten opzichte van de zaagtafel in de eindposities precies

(= haaks), resp. 45° bedraagt.

5. Kruiskopschroef van de excenter-

schijf weer vastdraaien.

6. Na het verstellen van de aanslagbe-

grenzing, hoekschaal aan de voor- kant eventueel opnieuw afstellen. Aanwijzing: Om de hellingsbegrenzing van -1,5° tot 46,5° in te stellen moet de aanslagbe- grenzingshendel naar buiten worden getrokken.

8.3 Machine opbergen

Gevaar! Berg het apparaat buiten het bereik van kinderen op. Sla het apparaat zo op dat het niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld en nie- mand zich aan het staande apparaat kan verwonden. Let op! De machine mag niet in de open of in een vochtige ruimte opgeborgen worden.

De zaag schoonmaken Zaagsel en stof met een stofzuiger of borstel verwijderen uit: – geleidingselementen voor het in- stellen van het zaagblad – ventilatie-openingen van de mo- tor – zaagbladkast – hoogte-afstelling – zwenkgeleiding Voor u de machine inschakelt Visuele controle, of – afstand zaagblad – spouwmes 3 tot 5mm is. – spouwmes met het zaagblad in een rechte lijn ligt.

Visuele controle van netsnoer en net- stekker op beschadigingen; indien no- dig laat u de defecte onderdelen door een elektromonteur vervangen. Wanneer u uitschakelt, dient u altijd te controleren of het zaagblad langer dan 10 seconden naloopt; loopt het lan- ger na, de motor door een erkend vak- man laten vervangen. 1x per maand (bij dagelijks gebruik) Verwijder zaagselresten met stofzuiger of penseel; wrijf de geleidingselementen lichtjes in met olie: – spil en geleidestangen voor hoogte- instelling; – zwenksegment. Na elke periode van 150 bedrijfsuren Controleer alle schroefverbindingen en schroef ze eventueel vast. Indien nodig: geleidebussen tafelpoten instellen. inbusbouten (73a) met de klok mee draaien = geleiding zwaarlopend. inbusbouten (73a) tegen de klok in draaien = geleiding lichtlopend. extra fijnafstelling m.b.v. stelschroef (73b). Geleidebussen van de voorste poot- steun instellen: inbusbouten (74) met de klok mee draaien = geleiding zwaarlopend. inbusbouten (74) tegen de klok in draaien = geleiding lichtlopend. Geleidebussen van de achterste poot- steun instellen: inbusbouten (75) met de klok mee draaien = geleiding zwaarlopend. inbusbouten (75) tegen de klok in draaien = geleiding lichtlopend. Alle inbusbouten gelijkmatig aan- trekken. Voer enkele proefsneden uit op stukken houtafval, alvorens met de zaagwerkzaamheden te beginnen. Plaats het werkstuk steeds zo op het tafelblad dat het niet kan omvallen of waggelen (bijvoorbeeld bij een gebo- gen plank, de naar buiten gebogen zij- de naar boven). Gebruik de lengteaanslag om effi- ciënt even lange stukken te zagen. Oppervlakken van de steuntafels schoon houden. Gebruik uitsluitend originele Metabo ac- cessoires. Gebruik alleen toebehoren die voldoen aan de in deze gebruiksaanwijzing ge- noemde eisen en kenmerken. Compleet toeberhorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Reparaties van elektrische machines mogen uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend door een elektromonteur met originele onderdelen worden uitgevoerd! Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegen- woordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Onderdeellijsten kunt u downloaden via www.metabo.com. Elektrische apparaten horen niet in het huisvuil! Volgens de Europese Richt- lijn 2002/96/EG op oude elektrische en elektronische apparaten moet gebruikte elektrische apparatuur afzonderlijk ingezameld en op een milieuvriendelijke manier ver- werkt worden. Meer informatie over mogelijkheden voor de verwijdering van afgedankte ap- paratuur krijgt u bij uw gemeente- of stadsbestuur. Het verpakkingsmateriaal van de machi- nes kan volledig worden gerecycleerd Gevaar! Alvorens een storing te verhelpen, moet u:

1. Apparaat uitschakelen.

2. Stekker uit het stopcontact trek-

3. Wachten tot het zaagblad hele-

maal stilstaat. Nadat de storing verholpen is, moet u eerst de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen controle- ren. De motor draait niet De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine inge- schakeld is of wordt de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan start de machine niet: De machine uit- en weer inschake- len. Er is geen spanning: Controleer het snoer, de stekker, het stopcontact en de zekering. Motor oververhit, bijvoorbeeld door stomp zaagblad of spaanophoping in de behuizing: Oorzaak van de oververhitting ver- helpen, enkele minuten laten afkoe- len. Vervolgens het apparaat op- nieuw inschakelen. Toerental wordt niet bereikt Overbelastingsbeveiliging: Het belast toerental neemt STERK af: 73a 73b

De motortemperatuur is te hoog! De machine onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld. Overbelastingsbeveiliging: Het belast toerental neemt LICHT af: De machine wordt overbelast. Werk met minder belasting verder. Aangegeven hoogste toerental wordt niet bereikt - motor krijgt te weinig net- spanning: Kortere toevoerleiding of toevoerlei- ding met grotere doorsnede gebrui- ken ( 1,5 mm

Laat uw installatie door een elektro- monteur controleren. Het zagen gaat moeizaam Het zaagblad is bot (het zaagblad ver- toont eventueel brandvlekken opzij): Vervang het zaagblad (zie hoofdstuk "Onderhoud"). Spanenuitgooi verstopt Het afzuigsysteem is niet aangesloten of de afzuigkracht is te gering: Afzuigsysteem aansluiten of afzuig- vermogen verhogen (luchtsnelheid 20 m/sec bij spaanuitwerppijp.

Afgegeven vermogen P

2,00 kW S6 20% 1,27 kW S6 20% Stroomverbruik A 9 Zekering min. A 16 (langzaam) Beveiligingsklasse IP 20 Nominaal toerental onbelast (bij 230V) min

Snijsnelheid (bij 230V) m/s 57 Dikte van het spouwmes mm 2,3 Zaagblad Zaagbladdiameter (buiten) Zaagbladboorgat (bnnen) Snijbreedte Max. basiselementdikte van het zaagblad

2,4 1,6 Snijhoogte bij loodrecht zaagblad bij 45° zaagbladhelling

Max. snijbreedte met parallelaanslag mm 630 Max. breedte dwarssnede met hoekaanslag mm 200 Afmetingen zonder machinestandaard (L x B x H) met machinestandaard (L x B x H) Lengte zaagtafel Breedte zaagtafel

740 x 750 x 355 790 x 945 x 850 670/970 715/995 Gewicht van de machine met machinestandaard kg 33,4 Geluidsemissiewaarden volgens EN 61029 * A-geluidsdrukniveau L

  • Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereed- schap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fases met een lagere belas- ting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden de maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen.55 ESPAÑOL