New Zenith - Autostoel CHICCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis New Zenith CHICCO in PDF-formaat.

📄 124 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice CHICCO New Zenith - page 44
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CHICCO

Model : New Zenith

Categorie : Autostoel

SKIP

Veelgestelde vragen - New Zenith CHICCO

Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding New Zenith - CHICCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. New Zenith van het merk CHICCO.

GEBRUIKSAANWIJZING New Zenith CHICCO

LET OP! VERWIJDER VOOR HET GEBRUIK

  • Dit autostoeltje is met inachtneming van de Europese voorschriften ECE R 44/04 goedgekeurd voor “Groep 0+ / 1”, voor het vervoer in de auto van kinderen tussen de 0 en 18 kg.
  • Het autostoeltje is goedgekeurd voor Gr. 0+ (door hem tegen de rijrichting in op de zit- ting te bevestigen), voor kinderen met een gewicht tussen de 0 en 13 kg, terwijl het is goedgekeurd voor Gr. 1 (met de rijrichting mee), voor kinderen met een gewicht tus- sen de 9 en 18 kg.
  • Het autostoeltje mag uitsluitend door een volwassene worden versteld.
  • Laat niemand het artikel gebruiken zonder eerst de instructies te hebben gelezen.
  • Het gevaar voor ernstig letsel van het kind, en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in andere omstandigheden (bijv. bij hard rem- men, enz.) wordt groter, als men zich niet nauwgezet houdt aan de aanwijzingen die in deze handleiding worden gegeven.
  • Het artikel is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als autostoeltje en niet voor gebruik in huis.
  • De fi rma Artsana wijst elke vorm van aan- sprakelijkheid af bij oneigenlijk gebruik van het artikel en bij elk gebruik dat niet ove- reenstemt met deze instructies.
  • LET OP! ERNSTIG GEVAAR! Gebruik dit autostoeltje nooit in Gr. 0+ tegen het ve- rkeer in, op een voorzitting uitgerust met een frontale airbag. Het stoeltje kan alleen op een voorzitting worden geïnstalleerd, als de frontale airbag is uitgeschakeld: contro- leer bij de autofabrikant of in de gebruik- saanwijzing van de auto of de airbag kan worden uitgeschakeld.
  • Geen enkel autostoeltje kan de totale veili- gheid van het kind in geval van een ongeluk garanderen, maar het gebruik van dit artikel vermindert het gevaar voor ernstig letsel of de dood.
  • Gebruik ook op korte trajecten altijd het correct geïnstalleerde autostoeltje met va- stgemaakte veiligheidsgordels. Als dit niet gebeurt, kan de veiligheid van uw kind in het gedrang worden gebracht. Controleer vooral dat de gordel strak genoeg zit, niet verdraaid is en zich op de goede plaats be- vindt.
  • Ook na een niet ernstig ongeluk kan het autostoeltje schade opgelopen hebben, die echter niet altijd met het blote oog zicht- baar is: het moet daarom worden vervan- gen
  • Gebruik geen tweedehands autostoeltjes: deze kunnen voor het blote oog onzicht- bare structurele schade hebben opgelopen, die zodanig is dat de veiligheid van het ar- tikel niet langer gewaarborgd wordt.
  • Gebruik een autostoeltje niet als het be- schadigd, vervormd, versleten is, of als er delen ontbreken: het kan de originele vei- ligheidskenmerken hebben verloren
  • De hoes kan uitsluitend worden vervangen met een door de fabrikant goedgekeurde hoes, omdat deze integraal deel uitmaakt van het autostoeltje. Het autostoeltje mag nooit zonder hoes worden gebruikt.
  • Verricht geen wijzigingen aan het artikel en voeg er niets aan toe zonder toestemming van de fabrikant. Breng geen accessoires, reserveonderdelen of onderdelen op het NL45 autostoeltje aan, die niet door de fabrikant geleverd of goedgekeurd zijn.
  • Gebruik niets, bijv. kussens of dekens, om het autostoeltje wat hoger op de stoel van het voertuig te zetten of om het kind hoger op het autostoeltje te zetten: in geval van een ongeluk kan het dan gebeuren dat het autostoeltje niet goed functioneert.
  • Controleer dat er zich geen voorwerpen tussen het autostoeltje en de zitting of het autostoeltje en het portier bevinden.
  • Controleer dat de stoelen van het voertuig (inklapbare, kantelbare of draaiende) stevig vastzitten
  • Controleer dat er geen voorwerpen of ba- gage, in het bijzonder op de hoedenplank in het voertuig worden vervoerd, die niet zijn vastgezet of veilig zijn geplaatst: in geval van een ongeluk of bij hard remmen kun- nen deze de passagiers verwonden
  • Laat andere kinderen niet met onderdelen of delen van het autostoeltje spelen
  • Laat het kind nooit alleen in de auto. Dit kan gevaarlijk zijn!
  • Vervoer niet meer dan één kind tegelijk in het autostoeltje
  • Verzeker u ervan dat alle passagiers van het voertuig hun eigen veiligheidsgordel gebruiken, zowel voor de eigen veiligheid, als omdat zij tijdens de reis in geval van een ongeluk of bij hard remmen het kind kunnen verwonden
  • Tijdens het rijden, dient u het voertuig op een veilige plaats stil te zetten, voordat u het autostoeltje verstelt of het kind verzet
  • Controleer regelmatig dat het kind de gesp van de veiligheidsgordel niet opent en dat het niet aan het autostoeltje of delen ervan komt.
  • Geef het kind tijdens de reis geen eten, in het bijzonder geen lolly, ijslolly of andere etenswaar op een stokje. In geval van een ongeluk of bij hard remmen kunnen deze hem verwonden
  • Stop vaak tijdens lange reizen. Een kind is het al gauw beu. Haal het kind om geen enkele reden uit het autostoeltje, terwijl de auto rijdt. Als het kind aandacht nodig heeft, moet u een veilig plaats zoeken en stoppen.
  • Haal de etiketten en merken niet van de bekleding, aangezien dit de bekleding zelf kan beschadigen
  • Laat het autostoeltje niet lang in de zon staan: de materialen en stoffen kunnen hierdoor van kleur verschieten.
  • Als het voertuig in de zon heeft gestaan, controleert u, voordat u het kind in het autostoeltje laat plaatsnemen, dat de ver- schillende delen niet heet zijn geworden: in dit geval laat u ze eerst afkoelen voordat u het kind laat plaatsnemen, om verbranding te voorkomen
  • Als het kind niet wordt vervoerd, moet het autostoeltje vast blijven zitten of in de kof- ferbak worden gezet. Het niet vastgezette autostoeltje kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen namelijk een gevaar inhouden voor de passagiers BELANGRIJKE MEDEDELINGEN

1. Dit is een “Universeel” kinderbeveiligings-

systeem, dat goedgekeurd is volgens Voor- schrift nr. 44, amendementen serie 04. Het is geschikt voor algemeen gebruik in voer- tuigen en compatibel met de meeste, maar niet alle, autozittingen.

2. De perfecte compatibiliteit is eenvoudiger

te verkrijgen indien de fabrikant van het voertuig in de handleiding ervan verklaart dat het voertuig geschikt is om er “uni- versele” kinderbeveiligingssystemen voor kinderen van deze leeftijdsgroep in aan te brengen.

3. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Univer-

seel” geclassifi ceerd volgens goedkeuring- scriteria die strenger zijn ten opzichte van vorige modellen die niet van deze medede- ling zijn voorzien.

4. Geschikt om te worden gebruikt in voertui-

gen uitgerust met tweepunts- (alleen als Gr.

1) of driepuntsgordel (als Gr. 0+ en Gr.1),

zowel vaste als oprolbare, die goedgekeurd is volgens de Voorschriften UN/ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden.

5. Neem in geval van twijfel contact op met

de fabrikant van het kinderbeveiligingssy- steem of met de dealer.46

ZITTING LET OP! Neem de volgende beperkingen en gebruiksvereisten betreffende het artikel en de autozitting nauwgezet in acht: anders is de veiligheid niet verzekerd Gebruik dit autostoeltje nooit op zittingen die zijdelings staan of tegen de rijrichting in (Fig. 1). Als het wordt gebruikt als Gr. 0+ mag het ui- tsluitend met een driepuntsgordel in de auto worden bevestigd (Fig. 2); het autostoeltje moet bovendien zover mogelijk achterover hellen (zie de paragraaf “Het autostoeltje achterover hellen”). Als het daarentegen wordt gebruikt als Gr. 1 kan het met een twee- (Fig. 3) of driepunt- sgordel in de auto worden bevestigd. LET OP! Volgens de statistieken over onge- lukken is de achterbank van het voertuig veiliger dan de voorzittingen: daarom wordt aangeraden het autostoeltje op de achterbank te installeren. De veiligste plaats is het midden van de achterbank: in dit geval wordt aangera- den het autostoeltje, indien toegestaan, in het midden van de achterbank te plaatsen. Als het autostoeltje op de voorzitting wordt gezet, wordt voor een grotere veiligheid aan- geraden de zitting zover mogelijk naar achte- ren te zetten, voor zover de aanwezigheid van andere passagiers op de achterbank dit toestaat. Als de auto uitgerust is met een hoogtere- gelaar voor de gordel, bevestigt u deze op de laagste stand. Controleer vervolgens dat de gordelregelaar ten opzichte van de rugleuning van de autozitting naar achteren staat (of er hooguit op één lijn mee staat) (Fig. 4). Bij installatie op een zitting die beschermd is door een airbag dient u altijd de handleiding van de auto te raadplegen. ONDERHOUD Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een volwassene worden verricht. De hoes reinigen De hoes van het autostoeltje kan geheel ve- rwijderd en gewassen worden. Volg bij het wassen de instructies op het etiket van de bekleding. Reinig de hoes uitsluitend met een doekje, wa- smiddel en water. Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen Centrifugeer de hoes niet en hang ze op zon- der ze uit te wringen De kunststof onderdelen reinigen Reinig de kunststof delen uitsluitend met een doekje, bevochtigd met water of een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen De bewegende delen van het autostoeltje mo- gen op geen enkele wijze worden gesmeerd. Controle dat de onderdelen intact zijn Aangeraden wordt de volgende onderdelen regelmatig op beschadiging en slijtage te con- troleren:

  • hoes: controleer dat de vulling niet uitpuilt of dat er geen delen loszitten. Controleer de staat van de naden die altijd heel moe- ten zijn
  • kunststof delen: controleer de slijtagestaat van alle kunststof delen, die geen duide- lijke beschadigingen of verkleuring mogen hebben Het artikel opbergen Als het niet in de auto geïnstalleerd is, wor- dt aangeraden het autostoeltje op een droge plaats, uit de buurt van warmtebronnen en beschermd tegen stof, vocht en rechtstreeks zonlicht te bewaren. GEBRUIKSAANWIJZING Onderdelen A. Hoes B. Verkleinkussen C. Drie vullingen (schouderbanden en mid- delste stootstang) D. Openingen om de veiligheidsgordels van het autostoeltje doorheen te halen E. Verstelknop van de gordellengte47 F. Verstelriem van de gordellengte G. Hendel om de helling van het autostoeltje af te stellen H. Zijdelingse geleidingen voor de autobuik- gordel voor Gr. 0+

I. Transporthandgreep

J. Geleiding voor de diagonale autogordel, voor Gr. 0+ K. Zijklemmen voor de diagonale autogordel, voor Gr. 1 L. Zijdelingse geleidingen voor de autobuik- gordel, voor Gr. 1 M. Achterkap N. Ankerhaak O. Veiligheidsgordels P. Lipjes van de veiligheidsgordels Q. Gesp van de veiligheidsgordels R. Drukknop om de gesp te openen Inhoudsopgave

  • Afstelling van de stand van de veiligheid- sgordels van het autostoeltje
  • Het autostoeltje in de auto bevestigen voor Gr. 0+ (0-13 Kg)
  • Het autostoeltje in de auto bevestigen voor Gr. 1 (9-18 Kg)
  • Het kind in de autostoel zetten
  • Het autostoeltje achterover hellen
  • De hoes verwijderen Afstelling van de stand van de veiligheid- sgordels van het autostoeltje LET OP! De gordels moeten altijd aan de groei van het kind worden aangepast. Voordat u het autostoeltje in de auto instal- leert, moet u de veiligheidsgordels op de jui- ste hoogte plaatsen. De juiste hoogte van de gordels is een stukje onder de schouders (Fig. 5). Het autostoeltje beschikt over 4 hoogtes waarop de gordels kunnen worden afgesteld. Het autostoeltje is uitgerust met een verk- leinkussen voor meer stevigheid en comfort voor kinderen vanaf de geboorte tot een gewicht van 6 kg (Fig. 6). Voordat u het verkleinkussen aanbrengt, controleert u dat de gordels in het onderste knoopsgat zijn gedaan: dit is namelijk de eni- ge toegestane stand om met dit accessoire te gebruiken LET OP: om een maximale veiligheid van het kind te garanderen, mag het verkleinkussen niet worden gebruikt als het kind meer dan 6 kg weegt. Handel als volgt om de hoogte van de gordels af te stellen:

1. Verwijder de bescherming van de achte-

rkant van het autostoeltje (Fig. 7) en neem de twee uiteinden van de gordel van de ankerhaak (Fig. 8).

2. Neem de uiteinden van de gordel van de

rugleuning van het autostoeltje en van de schoudergordels (Fig. 9).

3. Neem de schoudergordels van het auto-

stoeltje (Fig. 10). Als de juiste hoogte voor uw kind eenmaal is vastgesteld, hermonteert u de veiligheidsgor- del als volgt:

4. Haal de schoudergordels door de hiervoor

gekozen opening (Fig. 11).

5. Steek de uiteinden van de gordels in de

schoudergordels en vervolgens in de twee openingen voor de gordels (Fig. 12).

6. Na te hebben gecontroleerd dat de gor-

del nergens verdraaid zit, haakt u de twee uiteinden in de speciale ankerhaak aan de achterkant van het autostoeltje en brengt u de bescherming weer aan. LET OP: als u de lagere opening gebruikt om de gordel van het kind doorheen te halen, moet u zich ervan verzekeren dat deze als volgt loopt:

7. Laat de gordel om de geleiding op de ho-

rizontale stang op de achterkant van de rugleuning lopen (Fig. 13).

8. Haak de twee uiteinden van de gordel ver-

volgens aan de ankerhaak (Fig. 14). Het autostoeltje in de auto bevestigen voor Gr. 0+ (0-13 Kg) Als het autostoeltje wordt gebruikt als Gr. 0+ mag het uitsluitend met een driepuntsgordel in de auto worden bevestigd; het autostoeltje moet bovendien zover mogelijk achterover hellen (zie de paragraaf “Het autostoeltje achterover hellen”).

9. Zet het autostoeltje op de autozitting

waarop u het wilt aanbrengen (Fig. 15)

10. Haal de buikgordel door de twee zijgelei-

dingen, zoals in fi guur 16 wordt getoond.48

11. Trek de buikgordel aan en verzeker u er-

van dat hij niet uit de bovenbeschreven geleidingen komt, terwijl het autostoeltje stevig op de autozitting staat (Fig. 17).

12. Laat de diagonale gordel in de blauwe

achtergeleiding bovenin, op de achterkant van de rugleuning lopen (Fig. 18). Span de gordel altijd en verzeker u ervan dat de band niet te lang is en dat de gordel niet verdraaid is. Het autostoeltje in de auto bevestigen voor Gr. 1 (9-18 Kg) Als het autostoeltje wordt gebruikt als Gr. 1 kan het met een twee- of driepuntsgordel in de auto worden bevestigd.

13. Zet het autostoeltje op de zitting waarop

u het wilt aanbrengen.

14. Open de zijklem (Fig. 19).

15. Trek aan de veiligheidsgordel van de auto

en laat hem achter de rugleuning van het autostoeltje lopen (Fig. 20).

16. Als hij aan de andere kant van het auto-

stoeltje te voorschijn komt, bevestigt u de veiligheidsgordel van de auto in de specia- le bevestigingsgesp (Fig. 21). Controleer dat de buikgordel door de speciale geleidingen loopt.

17. Pak de diagonale gordel vast en trek eraan.

Laat hem vervolgens, zoals in fi g. 22 wordt getoond, door de speciale klem lopen.

18. Sluit de bevestigingsklem (Fig. 23). Het

autostoeltje is nu bevestigd. Als u het autostoeltje daarentegen in het midden van de achterbank moet installeren, uitgerust met een tweepuntsgordel, doet u als volgt:

19. Zet het autostoeltje op de zitting waarop

u het wilt aanbrengen.

20. Trek aan de veiligheidsgordel van de auto

en laat hem achter de rugleuning van het autostoeltje lopen.

21. Als hij aan de andere kant van het auto-

stoeltje te voorschijn komt, bevestigt u de veiligheidsgordel van de auto in de specia- le bevestigingsgesp.

22. Trek aan het vrije uiteinde van de veili-

gheidsgordel van de auto en laat het au- tostoeltje goed op de zitting aansluiten. Na de installatie, zowel als Gr. 0+, als Gr. 1 controleert u altijd dat de autogordel correct gespannen is en dat de gesp ervan de gordel niet forceert om van zijn plaats te schieten. Controleer bovendien dat de gesp van de au- togordel niet in aanraking komt met de door- gangszijgeleidingen van de buikgordel. Deze situaties kunnen de goede werking van het autostoeltje in geval van een ongeluk namelijk in het gedrang brengen. Het kind in de autostoel zetten

24. Open het stoffen paneel op de zitting (Fig.

24), druk op de metalen regelknop die zich eronder bevindt en terwijl u deze inge- drukt houdt, trekt u de twee gordels van het autostoeltje helemaal uit (Fig. 25).

25. Maak de bevestigingsgesp van de gordel

los door op de rode knop te drukken (Fig.

26) en zet het kind vervolgens in het auto-

26. Maak de gordel van het autostoeltje vast

(Fig. 27). Door de bijzondere vorm van de twee metalen lipjes is het niet mogelijk er slechts één in te steken.

27. Span de veiligheidsgordels van het auto-

stoeltje door aan de speciale afstelriem te trekken. Denk eraan dat ze perfect op het lichaam van het kind moeten aansluiten (Fig. 28).

28. Stel de schoudergordels af door eraan te

trekken (Fig. 29). Het autostoeltje achterover hellen

29. Om het autostoeltje op de meest geschik-

te stand voor het kind af te stellen, trekt u aan de hendel onder het autostoeltje (Fig. 30), kiest u de meest geschikte stand, laat u de hendel los en verzekert u zich ervan dat het autostoeltje vastzit. Het autostoeltje is goedgekeurd voor het ver- voer, zowel op de meest achterover hellende stand, als in de minst achterover hellende stand bij Gr. 1; als Gr. 0+ moet het daarente- gen uitsluitend worden gebruikt op de meest achterover hellende stand. De hoes verwijderen

30. Verricht de handelingen die van punt 1 tot49

3 worden beschreven en neem vervolgens de bevestigingsgesp van de veiligheidsgor- dels van de middelste stootstang (Fig. 31).

31. Verwijder de hoes (Fig. 32).

Om de hoes weer op het autostoeltje aan te brengen, verricht u de zojuist beschreven han- delingen in omgekeerde volgorde. VOOR NADERE INFORMATIE: PHARSANA NV Klantenservice Maccabilaan 34 2660 Hoboken – BELGIË Tel. 03/828 08 80 www.chicco.com LET OP! Afhankelijk van het land bestaan er verschillende uitvoeringen van het artikel wat betreft het aantal en het soort verkrijgbare accessoires.50 Kullanim bilgileri