42HQV035 - Airconditioning CARRIER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 42HQV035 CARRIER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 42HQV035 CARRIER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 42HQV035 - CARRIER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 42HQV035 van het merk CARRIER.
GEBRUIKSAANWIJZING 42HQV035 CARRIER
- Optionele Onderdelen 2
BINNENMODULE
• Installatieplaats .... 3
• Gat Boren en Montageplaat Bevestigen .... 3
- Elektriciteit .... 4
- Bedrading .... 4
- Leidingen en Afvoerslang Installeren .... 5
• Binnenmodule Bevestigen 6
• Afvoer 6
BUITENMODULE
• Installatieplaats 6
• Koelleidingsaansluiting 7
• Afvoeren 7
- Bedrading 8
OVERIGE
• Gaslektest 8
- Testwerking 8
• Automatische Herstart Instellen 8
Voor algemeen gebruik
Netsnoeren voor buitengebruik moeten minstens van het flexibele type met polychloropreenmantel (ontwerp H07RN-F) of van het type 245 IEC66 zijn (1,5 mm ^2 of meer). (Dient te worden geïnstalleerd conform de nationale voorschriften.)
OPGELET
Installatie van een nieuw airconditionerkoelmiddel
• IN DEZE AIRCONDITIONING WERD HET NIEUW OZONVRIENDELIJK HFC KOELMIDDEL (R410A) GEBRUIKT.
Het koelmiddel R410A is heel gevoelig voor onzuiverheden zoals water, oxidatie en oliën, omdat de druk van het koelmiddel R410A ongeveer 1,6 van het koelmiddel R22 is. Naast het gebruik van dit nieuw koelmiddel, werd ook de machineolie aangepast. Daarom moet u er tijdens de installatiewerken op letten dat er geen water, stof, achtergebleven koelmiddel of machineolie in de koelcyclus kan belanden van een airconditioner die met het nieuw koelmiddel werkt. Om te voorkomen dat het koelmiddel en de machineolie gemengd zouden worden, heeft het verbindingsstuk voor de vulling van het apparaat een andere grootte dan het verbindingsstuk voor de vulling met het vroegere koelmiddel, en er moet ook gereedschap van een andere grootte gebruikt worden. Om de leidingen te verbinden moet u nieuwe en propere leidingmaterialen gebruiken, die tegen hoge druk bestand zijn en die speciaal ontworpen zijn voor R410A en moet u er zeker van zijn dat er geen water of stof kan binnendringen. Bovendien mag u nooit bestaande leidingen gebruiken, omdat het zou kunnen dat ze niet tegen de hogere druk bestand zijn, en ook omdat er onzuiverheden zouden kunnen inzitten.
OPGELET
Het toestel loskoppelen van het stroomnet
Dit toestel moet op het stroomnet zijn aangesloten met behulp van een stroomonderbreker of een schakelaar met een contactafstand van minstens 3 mm in alle polen. Voor de voeding van deze airconditioner moet de installatiezekering (25A) worden gebruikt.
GEVAAR
• DIT TOESTEL MAG ALLEEN WORDEN GEBRUIKT DOOR BEVOEGDE PERSONEN.
- ZET DE STROOM AF ALVORENS ELEKTRISCHE WERKZAAMHEDEN TE VERRICHTEN. ZORG ERVOOR DAT ALLE VOEDINGSSCHAKELAARS AF STAAN. INDIEN DAT NIET HET GEVAL IS, BESTAAT ER ELEKTROCUTIEGEVAAR.
- SLUIT HET NETSNOER CORRECT AAN. INDIEN HET NETSNOER VERKEERD IS AANGESLOTEN, KUNNEN ELEKTRISCHE ONDERDELEN WORDEN BESCHADIGD.
- CONTROLEER OF DE AARDINGSDRAAD NIET STUK OF LOS IS VOOR HET INSTALLEREN.
- INSTALLEER HET TOESTEL NIET OP PLAATSEN MET EEN STERKE CONCENTRATIE VAN ONTVLAMBARE GASSEN OF GASDAMPEN. INDIEN U DAT TOCH DOET, BESTAAT ER BRAND- OF EXPLOSIEGEVAAR.
- OM TE VOORKOMEN DAT DE BINNENMODULE OVERVERHIT RAAKT EN BRAND VEROORZAAKT, MOET HET TOESTEL UIT DE BUURT (MEER DAN 2 M) VAN WARMTEBRONNEN ZOALS RADIATOREN, VERWARMINGSTOESTELLEN, OVENS, FORNUZEN, ENZ. WORDEN GEPLAATST.
- WANNEER U DE AIRCONDITIONING NAAR EEN ANDERE RUIMTE VERPLAATST, MAG HET VOORGESCHREVEN KOELMIDDEL (R410A) NIET MET ANDERE GASVORMIGE STOFFEN IN DE KOELCYCLUS TERECHTKOMEN. INDIEN ER LUCHT OF EEN ANDER GAS MET HET KOELMIDDEL WORDT VERMENGD, LOOPT DE GASDRUK IN DE KOELCYCLUS ABNORMAAL HOOG OP WAARDOOR LEIDINGEN KUNNEN SPRINGEN EN VERWONDINGEN VEROORZAKEN.
- INDIEN ER TIJDENS HET INSTALLEREN KOELGAS LEKT, MOET DE RUIMTE METEEN WORDEN VERLUCHT. WANNEER KOELGAS WORDT VERWARMD DOOR BRAND OF DERGELIJKE, KOMEN ER GIFTIGE GASSEN VRIJ.
WAARSCHUWING
- Modificeer het toestel nooit door beveiligingen te verwijderen noch veiligheidsschakelaars te omzeilen.
- Installeer het toestel niet op een plaats die het gewicht van het toestel niet kan dragen. Een vallend toestel kan verwondingen of schade veroorzaken.
- Bevestig een goedgekeurde stekker aan het netsnoer alvorens elektrische werkzaamheden te verrichten. Zorg er ook voor dat het toestel correct is geaard.
- Het toestel dient te worden geïnstalleerd conform de nationale voorschriften. Installeer geen beschadigd toestel. Neem contact op met Carrier.
OPGELET
- Indien het toestel voor het installeren bloot wordt gesteld aan water of ander vocht, ontstaat er elektrocutiegevaar. Sla het niet op in een vochtige kelder en stel het evenmin bloot aan regen noch water.
- Controleer het toestel na het uitpakken zorgvuldig op mogelijke schade.
- Installeer het toestel niet op een plaats waar het blootstaat aan trillingen. Installeer het toestel niet op een plaats waar het veel lawaai maakt of waar het lawaai en de afgevoerde lucht buren kunnen storen.
- Let op bij het behandelen van onderdelen met scherpe randen om verwondingen te vermijden.
- Lees deze installatiehandleiding aandachtig alvorens het toestel te installeren. Deze handleiding bevat belangrijke instructies voor een correcte installatie
RAPPORTERINGSPLICHT TEGENOVER LOKALE STROOMLEVERANCIER
Rapporteer de installatie van dit toestel aan de lokale stroomleverancier alvorens het te installeren. Bij problemen of wanneer de installatie niet wordt aanvaard, kan de maatschappij tegenmaatregelen treffen.
Opmerking bij EMC Richtlijn 89/336/EEC
Om geknipper te voorkomen tijdens het starten van de compressor (technisch proces), dienen de volgende installatievoorwaarden te worden gerespecteerd.
1. De airconditioning dient te worden aangesloten op het hoofdstroomnet. Het net dient een bepaalde impedantie te hebben. De vereiste impedantie wordt normaal behaald bij 32A. De zekering van de airconditioning mag max. 16A sterk zijn!
2. Het toestel mag niet samen met andere apparatuur zijn aangesloten op het stroomnet.
3. Raadpleeg uw stroomleverancier voor meer informatie en of de beperking geldt voor toestellen zoals wasmachines, airconditioners of elektrische ovens.
4. Meer details omtrent de voeding van de airconditioning vindt u op het kenplaatje.
INSTALLATIESCHEMA VOOR BINNEN- EN BUITENMODULES

text_image
Voor de leidingen achteraan links en links Plaats het kussen tussen binnenmodule en muur, en kantel de binnenmodule om de bediening te vergemakkelijken. Laat de afvoerslang niet slap worden. Snij de leiding lichtjes schuin af. Zorg ervoor dat de afvoerslang afloopt. De hulpleiding kan links, achteraan links, achteraan rechts, rechts, onderaan rechts of onderaan links. Rechts Achteraan rechts Onderaan rechts Achteraan links Isoleer de koelmiddelleidingen apart, niet samen. 6 mm dik, hittebestendig polyethyleenschuim 170 mm of meer Haakje 170 mm of meer Haakje Luchtfilter (Bevestig en op het voorpan gel.) Filter Filter 5 Filter 8 Platte houtschroef 4 Afstandsbedieningshouder ③ Batterijen ② Draadloze afstandsbediening 38VYX025 38VYX035, 38VYX045 A 400 mm 600 mm B 45 mm 100 mm Vinyltape Aanbrengen na het verrichten van een afvoertest. 600 mm of meer 600 mm of meer 600 mm of meer 100 mm of meer A mm of meer Zadel Afvoerverlengslang (Niet beschikbaar, aangeleverd door de installateur) 600 mm of meerOptionele Onderdelen
| Onderdeelcode | Onderdeelnaam | Aantal |
| A | KoelleidingVloeistofzijde: ∅6,35 mmGaszijde : ∅9,52 mm(42HQV025, 42HQV035) : ∅12,70 mm(42HQV045) | Één elk |
| B | Leidingisolatiemateriaal(polyethyleenschuim, 6 mm dik) | 1 |
| C | Kit, PVC-band | Één elk |
Bevestigingsboutpositions buitenmodule
- Bevestig de buitenmodule met behulp van bouten en moeren wanneer ze blootstaat aan krachtige wind.
- Gebruik ankerbouten en -moeren van ∅8 mm of ∅10 mm.
- Om het dooiwater af te tappen, bevestigt u de aftapnippel ⑨ en de waterdichte dop ⑩ op de bodemplaat alvorens die te installeren.

text_image
500 mm 97 mm Luchtinlaat 275 mm 60 mm Luchtuitlaat Afvoer 38VYX025
text_image
115 mm 32,5 mm Luchtinlaat 125 mm 73 mm 600 mm 70 mm 310 mm Luchtuitlaat 600 mm 38VYX035, 38VYX045 AfvoerBINNENMODULE
Installatieplaats
- Een plaats met voldoende ruimte rond de binnenmodule, zoals aangegeven in de afbeelding.
- Een plaats waar de luchtinlaat en -uitlaat niet wordt gehinderd.
- Een plaats waar de leiding makkelijk aan de buitenmodule kan worden bevestigd.
- Een plaats waar het voorpaneel kan worden geopend.
- De binnenmodule moet zo zijn geïnstalleerd dat de bovenkant minstens 2 m hoog zit. Plaats niets bovenop de binnenmodule.
OPGELET
- Directe zonnestraling op de draadloze ontvanger van de binnenmodule moet worden vermeden.
- De microprocessor in de binnenmodule mag zich niet te dicht bij RF ruisbronnen bevinden.
(Raadpleeg de gebruikershandleiding voor meer details.)
Afstandsbediening
- Een plaats waar geen obstakels zoals bijvoorbeeld een gordijn het signaal afkomstig van de binnenmodule kunnen hinderen.
- Leg de afstandsbediening niet op een plaats waar ze is blootgesteld aan directe zonnestraling of dicht bij een warmtebron zoals bijvoorbeeld een kachel.
- Hou de afstandsbediening minstens 1 m uit de buurt van een TV-toestel of stereo installatie. (Dat is nodig om te voorkomen dat beeld en/of geluid wordt gestoord.)
- De plaats van de afstandsbediening dient te worden bepaald zoals hieronder afgebeeld.

text_image
(Zijaanzicht) (Bovenaanzicht) Binnenmodule 7 m 5 m 45° 45° 7 m 15° Ontvangstbereik Afstandsbediening Ontvangstbereik Afstandsbediening ^ : Axiale afstandGat Boren en Montageplaat Bevestigen
Gat boren
Bij het installeren van koelleidingen aan de achterkant

text_image
80 100 180 Het midden van het leidinggat zit boven het pijlje. Leidinggat Ø65 mm 100 mm- Nadat u de positie van het leidinggat op de montageplaat (→) hebt bepaald, boort u het leidinggat (∅65 mm) lichtjes schuin omlaag naar de buitenkant toe.
OPMERKING
- Bij het boren in een muur die metalen latten, roosters of platen bevat, moet u gebruik maken van een los verkrijgbare opzetring.
Montageplaat bevestigen

text_image
Verankeringsboutopeningen Haakje 62 82,5 170 85 Leidinggat Haakje Schroefdraad Gewicht ⑦ Bevestigingsschroef Leidinggat Installatieplaat 2 m ofs meer van de vloer BinnenmoduleWanneer de montageplaat rechtstreeks op de muur wordt bevestigd
- Maak de montageplaat stevig vast aan de muur door ze bovenaan en onderaan vast te schroeven en er vervolgens de binnenmodule aan vast te haken.
- Als u de montageplaat met behulp van ankerbouten op een betonnen muur wilt bevestigen, gebruikt u de hiervoor bestemde gaten (zie onderstaande afbeelding).
- Bevestig de montageplaat horizontaal in de muur.
OPGELET
Maak bij het bevestigen van de montageplaat met een bevestigingsschroef geen gebruik van een ankerboutgat. Indien u dat toch doet, kan het toestel vallen en verwondingen of schade veroorzaken.

text_image
Installatieplaat (Hou deze horizontaal.) Gat van 5 mm diam. ⑦ Bevestigingsschroef Ø4 x 25 l Clipanker (lokale onderdelen) Ankerbout Uitsteek 15 mm of minderOPGELET
Indien het toestel niet stevig wordt bevestigd, kan het vallen en verwondingen of schade veroorzaken.
- Boor gaten met een diameter van 5 mm in muren van steen, beton en dergelijke.
- Breng clipankers aan voor bevestigingsschroeven ⑦.
OPMERKING
- Maak de vier hoeken en de onderkant van de montageplaat vast met 4 tot 6 bevestigingsschroeven.
Elektriciteit
- De netspanning moet overeenstemmen met de nominale spanning van de air conditioner.
- Sluit alleen de air conditioner aan op het stopcontact.
OPMERKING
• Draadtype : Meer dan H07RN-F of 245 IEC66
OPGELET
- Dit toestel kan op de volgende twee manieren worden aangesloten op het stroomnet.
(1) Aansluiting op vast bedrading:
Een schakelaar of stroomonderbreker die alle polen isoleert en met een contactafstand van minstens 3 mm moet in de vaste bedrading zijn geïntegreerd. Er dienen goedgekeurde stroomonderbrekers of schakelaars te worden gebruikt.
(2) Aansluiting met een stekker:
Bevestig een stekker op het netsnoer en steek die in een
stopcontact. Netsnoer en stekker dienen te zijn goedgekeurd.
OPMERKING
- De bedrading dient een voldoende hoge capaciteit te hebben.
Bedrading
De verbindingskabel kan worden aangesloten zonder het voorpaneel te verwijderen.
- Verwijder het luchtinlaatrooster.
Open het luchtinlaatrooster naar boven en trek het naar u toe. - Verwijder het klemmendeksel en de snoerklem.
- Steek de verbindingskabel (volgens de lokale snoeren) in het leidinggat in de muur.
- Trek de verbindingskabel door de gleuf in het achterpaneel zodat hij vooraan ongeveer 15 cm uitsteekt.
- Steek de verbindingskabel volledig in het klemmenblok en maak hem stevig vast met schroeven.
- Vastzetmoment : 1,2 N·m (0,12 kgf·m)
- Maak de verbindingskabel vast met de snoerklem.
- Bevestig het klemmendeksel, de achterplaatbus en het luchtinlaatrooster op de binnenmodule.
OPGELET
- Raadpleeg het bedradingsschema op de binnenkant van het voorpaneel.
- Controleer de lokale bedrading en eventuele instructies of beperkingen inzake bedrading.

text_image
Klemmendeksel Schroef Snoerklem Klemmenblok 1 2 3 Aardingsdraad Schroef Verbindingskabel

text_image
110 mm 10 mm Aardingsdraad 50 mm 10 mm ① ② ③Striplengte verbindingskabel
OPMERKING
- Gebruik alleen snoerdraad.
• Draadtype : H07RN-F of meer
Luchtinlaatrooster op de binnenmodule plaatsen
- Ga bij het bevestigen van het luchtinlaatrooster tewerk in omgekeerde volgorde van het verwijderen.

Leidingen en Afvoerslang Installeren
Leidingen en afvoerslang aanpassen
* Dauw kan de werking van de machine verstoren, zodat beide verbindingsleidingen moeten worden geïsoleerd. (Gebruik polyethyleenschuim als isolatiemateriaal.)

flowchart
graph LR
A["Achteraan rechts"] --> B["Ponswerk gleuf in voorpaneel"]
C["Achteraan links"] --> B
D["Onderaan links"] --> B
E["Links"] --> B
F["Onderaan rechts"] --> B
G["Rechts"] --> B
B --> H["Afoerslang vervangen"]
H --> I["Leiding Klaarmaken"]
1. Ponswerk gleuf in voorpaneel
Snij de gleuf links of rechts van het voorpaneel uit voor de linker of rechter aansluiting en de gleuf onderaan links of rechts van het voorpaneel uit voor de linker of rechter aansluiting met behulp van een tang.
2. Afvoerslang vervangen
Voor aansluiting links, onderaan links en achteraan links moeten de afvoerslang en -dop worden vervangen.
Afvoerdop verwijderen
Grijp de afvoerdop vast met een fijne tang en trek hem uit.

Afvoerslang installeren
Steek de afvoerslangkoppeling goed in tot u de isolatie raakt.

Afvoerdop aanbrengen
1) Steek een zeskantsleutel (4 mm) in een centrale kop.

text_image
4 mm2) Steek de afvoerdop goed in.

text_image
Geen opening Gebruik een smeerolie (olie voor koelinstallatie) wanneer u de afvoerdop inbrengt. Het gebruik ervan veroorzaakt schade en de stop zal beginnen lekken. Gebruik een zeskantsleutel (4 mm)OPGELET
Breng de afvoerverlengslang en de afvoerdop degelijk aan; anders kunnen er waterlekken ontstaan.
Bij leidingen rechts of links
- Rits de groeven in het voorpaneel door met een mes of pen en knip ze door met een tang of dergelijke.

text_image
GroefBij rechts of links onderaan
- Rits de groeven in het voorpaneel door met een mes of pen en knip ze door met een tang of dergelijke.

text_image
GroefLinkse aansluiting
Buig de verbindingsleiding zodat ze maximum 43 mm boven de muur zit. Indien de verbindingsleiding meer dan 43 mm boven de muur zit, kan de binnenmodule niet stabiel op de muur zitten. Gebruik een veerbuigtoestel zodat u de leiding niet plet.
Buig de verbindingsleiding met een straal van 30 mm.
De leiding aansluiten nadat het toestel is geïnstalleerd (afbeelding)

text_image
(Voorkant opruiming) 270 mm 170 mm Vloeistofzijde Gaszijde Buitenkant binnenmodule R 30 mm (Gebruik polisine (polyethyleenkern) of dergelijke voor het buigen van de lelding.) Gebruik de handgreep van een schroevendraaier e.d.OPMERKING
Indien de leiding niet goed is gebogen kan de binnenmodule niet stevig op de muur zitten.
Steek de verbindingsleiding door de het leidinggat, sluit de leiding aan op de hulpleidingen en omwikkel ze met tape.
OPGELET
- Omwikkel de hulpleidingen (twee) en de verbindingskabel stevig met tape. Bij leidingen links en links achteraan, omwikkelt u alleen de hulpleidingen (twee) met tape.

text_image
Binnenmodule Verbindingskabel Hulpleidingen Installatieplaat- Plaats leidingen zorgvuldig zodat ze niet uit de rugplaat van de binnenmodule steken.
- Sluit hulpleidingen en verbindingsleidingen zorgvuldig op elkaar aan en snij de isolatietape rond de verbindingsleiding af om te voorkomen dat de verbinding dubbel is omwikkeld, en verzegel de verbinding met vinyltape e.d.
- Dauw kan de werking van de machine verstoren, zodat beide verbindingsleidingen moeten worden geïsoleerd. (Gebruik polyethyleenschuim als isolatiemateriaal.)
- Let op dat u de leiding bij het buigen niet verplettert.
- Voer de leiding door de opening in de muur en haak de binnenmodule vast aan de haken bovenaan de montageplaat.
- Zwenk de binnenmodule naar rechts en naar links om na te gaan of ze stevig op de montageplaat zit.
- Druk de binnenmodule tegen de muur en haak ze vast onderaan de montageplaat. Trek de binnenmodule naar u toe om te controleren of ze goed is vastgehaakt aan de montageplaat.

text_image
Hier vasthaken. Installatieplaat Haakje
Drukken (loshaken)
- Om de binnenmodule los te maken van de montageplaat, trekt u ze naar u toe terwijl u de onderkant op de aangegeven punten omhoog duwt.

- Zorg ervoor dat de afvoerslang afloopt.
OPMERKING
- Het gat moet lichtjes schuin omlaag naar buiten toe zijn geboord.

text_image
Zorg ervoor dat de afvoerslang niet optoopt. 50 mm of meer Laat de afvoerslang niet golven. Steek het uiteinde van de afvoerslang niet in water. Plaats het uiteinde van de afvoerslang niet in het afvoerkanaal.- Giet water in het afvoercarter en controleer of het water wordt afgevoerd.
- Wanneer u de afvoerverlengslang aansluit, moet u de verbinding afschermen met een stuk leiding.

text_image
Leiding Binnenshuis Afvoerslang AfvoerverlengslangOPGELET
Plaats de afvoerleiding zo dat de afvoer niet wordt belemmerd. Een verkeerde afvoer kan resulteren in condensvorming.
Deze air conditioner is uitgerust om condensvocht dat achteraan op de binnenmodule wordt gevormd op te vangen en naar het afvoercarter te leiden. Plaats het netsnoer en andere onderdelen dan ook niet boven de afvoergeleider.

text_image
Muur Afvoergeleider Rulmte voor leidingenBUITENMODULE
Installatieplaats
- Een plaats met voldoende ruimte rond de binnenmodule, zoals aangegeven in de afbeelding.
- Een plaats die het gewicht van de buitenmodule kan dragen en geen lawaai noch trillingen versterkt.
- Een plaats waar het lawaai en de afvoerlucht de buren niet stoort.
- Een plaats die niet is blootgesteld aan krachtige wind.
- Een plaats waar geen ontvlambare gassen lekken.
- Een plaats waar het toestel de doorgang niet belemmert.
- Wanneer de buitenmodule verhoogd dient te worden geïnstalleerd, moeten de voetjes worden verankerd.
- De maximaal toegelaten lengte van de verbindingsleiding is 10 m voor de 38VYX025 en 15 m voor de 38VYX035, 38VYX045.
- De maximale hoogte is 8 m voor de 38VYX025 en 10 m voor de 38VYX035, 38VYX045.
- Een plaats waar het afvoerwater geen problemen geeft.
OPGELET
- Installeer de buitenmodule zo dat de luchtafvoer niet wordt belemmerd.
- Wanneer de buitenmodule wordt geinstalleerd op een plaats die steeds is blootgesteld aan krachtige wind, zoals bijvoorbeeld aan de kust of op een hoge verdieping, moet de normale ventilatorwerking worden beveiligd met een kanaal of windscherm
- Installeer het toestel op winderige plaatsen zo dat er geen wind in kan blazen.
- Installatie op de volgende plaatsen kan problemen geven.
Installeer het toestel niet op de volgende plaatsen. - Een plaats die is bevuild met machineolie.
- Een zoute omgeving zoals bijvoorbeeld de kust.
- Een plaats met een hoge zwavelgasconcentratie.
- Een plaats waar hoogfrequente golven worden gegenereerd, bijvoorbeeld door audio-apparatuur, lasapparatuur en medische uitrusting.

text_image
Krachtige windKoelleidingsaansluiting
Opruimen
- Snij de leiding af met een buissnijder.





- Steek een opruimmoer in de leiding en ruim de leiding op.
- Opruimuitsteekmarge : A (Eenheid : mm)
Vast (type koppeling)
| Buitendiam. Gereedschap Vroeger gebruikt koperleiding gebruikt voor R410A gereedschap | |
| 6,35 0 tot 0,5 1,0 tot 1,5 | |
| 9,52 0 tot 0,5 1,0 tot 1,5 | |
| 12,70 0 tot 0,5 1,0 tot 1,5 | |

Brits (vleugelmoer)
| Buitendiam. koperleiding R410A | |
| 6,35 1,5 tot 2,0 | |
| 9,52 1,5 tot 2,0 | |
| 12,70 2,0 tot 2,5 | |
Verbinden
Breng het midden van de verbindingsleidingen tegenover elkaar en draai de opruimmoer zover mogelijk aan met de hand. Draai de moer dan verder aan met een sleutel en een momentsleutel zoals de afbeelding laat zien.

flowchart
graph LR
A["Halfverbinding"] --> B["Opruimmoer"]
C["Kant met uitwendige schroefdraad"] --> D["Vastzetten met een sleutel."]
E["Kant met inwendige schroefdraad"] --> F["Vastzetten met een momentsleutel."]
OPGELET
Oefen niet teveel kracht uit. Indien u dat toch doet, kan de moer breken.
(Eenheid : N·m)
| Buitendiam. koperleiding | Vastzetmoment |
| ∅6,35 mm | 16 tot 18 (1,6 tot 1,8 kgf·m) |
| ∅9,52 mm | 30 tot 42 (3,0 tot 4,2 kgf·m) |
| ∅12,70 mm | 50 tot 62 (5,0 tot 6,2 kgf·m) |
- Vastzetmoment van de opruimleidingsverbindingen
De werkingsdruk van de R410A is hoger dan die van de R22 (ongeveer 1.6 keer). Het is dan ook noodzakelijk de opruimleidingsverbindingen (die de binnenmodule en de buitenmodule verbinden) goed vast te maken tot aan het voorgestelde vastzetmoment. Slechte aansluitingen kunnen niet alleen leiden tot een gaslek, maar kunnen ook schade veroorzaken aan de koelcyclus.

text_image
Opruiming aan de kant van de binnenmodule Opruiming aan de kant van de buitenmoduleLeidingen vormen
- Hoe leidingen vormen Vorm de leidingen langs de ingestanste lijn op de buitenmodule.
- Hoe leidingen positioneren Plaats de uiteinden van de leidingen op 85 mm van de gestanste lijn.

text_image
Gestanste lijnAfvoeren
Nadat de leiding is aangesloten op de binnenmodule, kan het systeem worden ontlucht.
ONTLUCHTEN
Ontlucht de verbindingsleidingen en de binnenmodule met behulp van een vacuümpomp. Gebruik het koelmiddel in de buitenmodule niet. Raadpleeg de handleiding van de vacuümpomp voor meer details.
Gebruik van een vacuümpomp
Gebruik een vacuümpomp met retourbeveiliging zodat de olie in de pomp niet terug in de leidingen van de airconditioning kan lopen wanneer de pomp stopt.
(Als olie van in de vacuümpomp in de airconditioning – die met R410A werkt – geraakt, dan kan dit een slechte werking van de koelcyclus veroorzaken.)
- Sluit de vulleiding van de collectorklep aan op de onderhoudspoort van de klep aan de gaszijde.
- Sluit de vulslang aan op de poort van de vacuümpomp.
- Open de handle aan de lagedrukzijde van de collectorklep volledig.
- Schakel de vacuümpomp aan om het ontluchten te starten. Ontlucht gedurende ongeveer 15 minuten bij een leiding van 20 meter lang (15 minuten voor 20 meter) (op basis van een pompvermogen van 27 liter per minuut) Controleer dan of de compoundmanometer -101 kPa (-76 cmHg) aangeeft.
- Sluit de handle aan de lagedrukzijde van de collectorklep volledig.
- Open de klepsteel van de stapelkleppen volledig (gas- en vloeistofzijde).
- Maak de vulslang los van de onderhoudspoort.
- Draai de doppen op de stapelkleppen goed vast.

text_image
Compoundmanometer -101 kPa (-76 cmHg) Kraan Lo Vulslang (enkel voor R410A) Verbindingsleiding Manometer Collectorklep Kraan Hi (volledig gesloten houden) Vulslang (enkel voor R410A) vacuümpompadapter voor retourbeveiliging (enkel voor R410A) Vacuümpomp Stapelklep aan vloelstofzijde Stapelklep aan gaszijde Onderhoudspoort (Klepkm (Stelpen))OPGELET
- HOU BIJ HET WERKEN AAN LEIDINGEN REKENING MET DE VOLGENDE 4 BELANGRIJKE PUNTEN.
(1) Verwijder stof en vocht uit de leidingen.
(2) Bevestig leidingen stevig aan de module.
(3) Verwijder de lucht uit de aangesloten leidingen met een VACUUMPOMP.
(4) Controleer de verbindingen op gaslekken.
Voorzorgen bij het omgaan met stapelkleppen
- Open de klepsteel volledig maar niet voorbij de aanslag.
- Zet de klepsteeldop goed vast met het onderstaande moment:
| Gaszijde 50 tot 62 N·m(∅12,70 mm) (5,0) | tot | 6,2 | Zesgrantsleutelvereist. |
| Gaszijde 30 tot 42 N·m(∅9,52 mm) (3,0) | tot | 4,2 | kgf·m) |
| Vloeistofzijde 16 tot 18 N·m(∅6,35 mm) (1,6) | tot | 4,8 | kgf·m) |
| Onderhoudspoort | 9 tot 10 N·m(0,9 tot 1,0 kgf·m) |
Bedrading
- Haal de kraandop van de buiteneenheid.
- Sluit de verbindingskabel aan op het klemmenblok van de binnen- en buitenmodule zoals de cijfers aangeven.
- Maak bij het aansluiten van de verbindingskabel op de buitenmodule een lus zoals afgebeeld in het installatieschema van de binnen- en buitenmodule, om te voorkomen dat er water in de buitenmodule terechtkomt.
- Isoleer ongebruikte kabels (geleiders) van water die in de buitenmodule terecht mocht komen. Zorg ervoor dat ze niet in contact komen met elektrische of metalen onderdelen.
Striplengte verbindingskabel

- Bij een foutieve elektrische aansluiting kunnen sommige onderdelen worden beschadigd.
- Zorg ervoor dat u voldoet aan de plaatselijke voorschriften met betrekking tot de bekabeling tussen binnen- en buitenmodule (kabelmaat en bedradingsmethode, enz.).
- Elke draad moet goed zijn aangesloten.
- Voor de voeding van deze airconditioner moet de installatiezekering (25A) worden gebruikt.
- Een verkeerde of onvolledige bedrading veroorzaakt brand of rook.
- Sluit alleen de air conditioner aan op het stopcontact.
- Dit toestel kan worden aangesloten op een stopcontact. Aansluiting op vaste bedrading: de vaste bedrading moet zijn voorzien van een schakelaar die alle polen bedient en met een contactscheiding van minstens 3 mm.
text_image
Deksel schakelkast Klep afdekkap Controleer de plaatsen voor de binnenmodule. Controleer de plaatsen voor de buitenmodule.- Controleer de opruimmoerverbindingen op gaslekken met behulp van een gaslekdetector of zeepsop.
Testwerking
Om de TEST RUN (COOL) mode te activeren, houdt u de TEMPORARY 10 seconden ingedrukt. (Er weerklinkt een korte pieptoon.)

Dit toestel is zo ontworpen dat het na een stroomuitval automatisch kan herstarten in dezelfde stand als voor de stroomuitval.
Informatie
Dit product wordt geleverd met de Automatisch Herstarten-functie uitgeschakeld. Schakel ze desgewenst aan.
- Hou de TEMPORARY knop ongeveer 3 seconden lang ingedrukt. Na 3 seconden weerklinken er drie korte pieptonen om aan te geven dat Automatisch Herstarten is geselecteerd.
- Om Automatisch Herstarten af te zetten, gaat u tewerk zoals beschreven onder Automatische Herstart in de gebruikershandleiding.