30WGA - Airconditioner CARRIER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 30WGA CARRIER in PDF-formaat.
| Producttype | Luchtgekoelde koelmachine (chiller) |
| Model | 30WGA |
| Merk | Carrier |
| Koelcapaciteit | 10-50 kW (afhankelijk van configuratie) |
| Afmetingen (L x B x H) | 1200 x 800 x 900 mm (geschat) |
| Gewicht | 150-250 kg |
| Voeding | 400 V / 3-fase / 50 Hz |
| Koelmiddel | R410A |
| Geluidsniveau | 60-70 dB(A) (op 1 m) |
| Energie-efficiëntie | EER ≥ 3,0 (geschat) |
| Bedrijfstemperatuurbereik | -10°C tot 46°C (buitenlucht) |
| Toepassing | Commerciële koeling en airconditioning |
| Besturingsinterface | Microprocessor regeling met LCD-display |
| Beschermingsfuncties | Hogedruk-, lagedruk-, vorst- en motorbescherming |
| Warmtewisselaar | Gevinde buizen (koper/aluminium) |
| Compressortype | Scrollcompressor |
| Ventilator | Axiale ventilator met laag geluidsniveau |
| Installatie | Buiten of dakopstelling |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatig reinigen van filters en condensor |
| Veiligheid | Voldoet aan CE en machinerichtlijn |
| Reparatie en onderdelen | Originele Carrier-onderdelen beschikbaar |
| Garantie | 2 jaar (afhankelijk van land) |
Veelgestelde vragen - 30WGA CARRIER
Gebruikersvragen over 30WGA CARRIER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 30WGA - CARRIER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 30WGA van het merk CARRIER.
GEBRUIKSAANWIJZING 30WGA CARRIER
Hoge-temperatuur warmtepompen metingebouwde hydromodule
Zie voor bediening van de regeling het boekje 30RB/RQ serie Pro-Dialog + regeling.
Inhoud
Blz
Afmetingen en plaats van de wateraansluitingen (mm)....3
Gebruikersinterface en hoofdschakelaar 4
Minimale Afstanden (mm) 4
Algemene informatie en hydromodule 5
Elektrische aansluiting en koudemiddelvulling 9
Opstarten....10
Bedrijfslimieten....11
Onderhoud - algemeen, specifiek en aanbevelingen ....12
Storingzoeken....13
Start-up checklist
| Datum inbedrijfstelling: | |
| Apparatuur geleverd door: | Contract nr.: |
| Geïnstalleerd door: | Contract nr.: |
| Plaats van opstelling | |
| Unit type en serienummer: 61AF | |
| VoedingsspanningNominaal voltage: ____ | Ph 1: ____ V ____ V | Ph 2: ____ V ____ % netspanning ____ | Ph 3: ____ V ____ |
| Opgenomen stroomSpanning stuurstroomcircuit: ____ | Ph 1: ____ A ____ V | Ph 2: ____ A ____ Afzekering stuurstroomcircuit____A | |
| Hoofdschakelaar____ | |||
TECHNISCHE GEGEVENS
Lucht-warmtewisselaar: Water-warmtewisselaar:
Luchtintredetemp.: ____ °C
Luchtuittredetemp.: ____°C
Waterintredetemp.: ____ °C
Wateruittredetemp.: ____ °C
Drukverlies (water): ____ kPa
INSTELLING BEVEILIGINGEN:
Hogedrukschakelaar: schakelt uit bij: ____ kPa
schakelt in bij: ____ kPa
Olie zichtbaar in
ACCESSOIRES:
Uitvoerend technicus (naam) ____
Akkoord klant
Naam:
Datum: ____
Opmerking: Vul deze lijst in bij de inbedrijfstelling.
Tabel I: Materiaalgegevens
| 61AF 014-7 014-9 019-9 | |||||
| Bedrijfsgewicht* | |||||
| Standaardunit (zonder hydromodule) kg 159 159 206 | |||||
| Standaardunit (plus optie hydromodule) kg 169 169 216 | |||||
| Geluidsniveaus | |||||
| Geluidsvermogensniveau 10-12 W** dB(A) 71 71 72 | |||||
| Geluidsdrukniveau at 10 m*** dB(A) 43 43 44 | |||||
| Compressor Hermetisch scroll 48,3 t/s | |||||
| Hoeveelheid 1 | 1 | 1 | |||
| Aantal capaciteitstrappen | 1 | 1 | 1 | ||
| Koudemiddel | R-407C | R-407C | R-407C | ||
| Vulling | kg | 4,0 | 4,0 | 8,0 | |
| Vermogensregeling | Pro-Dialog+ | ||||
| Minimumvermogen | % | 100 100 100 | |||
| Condensor | Platenwarmtewisselaar met directe expansie | ||||
| Watervolume | l | 3,7 | 3,7 | 3,9 | |
| Max. bedrijfsdruk waterzijde zonder hydromodule | kPa | 300 | 300 | 400 | |
| Max. bedrijfsdruk waterzijde met hydromodule | kPa | 300 | 300 | 400 | |
| Ventilator | Twee, axiaal met twee snelheden | ||||
| Hoeveelheid 2 | 2 | 2 | |||
| Totale luchtstroom (hoge snelheid) | l/s | 2090 | 2090 | 2000 | |
| Snelheid | t/min | 690 690 880 | |||
| Verdamper | Koperen buizen met groeven en aluminium ribben | ||||
| De pomp | Een, drie snelheden | ||||
| Wateraansluitingen met/zonder hydromodule | |||||
| Aansluitingstype (M mannelijk/ F vrouwelijk) | F | F | M, M | ||
| Aansluitingen | inch | 1 | 1 | 1 IN, 1 1/4 UIT | |
| Nominale diameter | mm | 25 | 25 | 25 IN, 32 UIT | |
* Het getoonde gewicht is alleen een richtlijn. Om te ontdekken wat de koudemiddelvulling van de unit is, raadpleegt u het serieplaatje van de unit.
** In overeenstemming met ISO 9614-1, alleen ter informatie.
*** Ter informatie, berekend van het geluidsvermogensniveau Lw(A) in vrij veld boven een reflecterend oppervlak
Tabel II: Elektrische gegevens
| 61AF - standaardunit | Zonder POMP | Met POMP | |||||
| 014X7 | 014X9 | 019X9 | 014H7 | 014H9 | 019H9 | ||
| Vermogenscircuit | |||||||
| Nominale voeding | V-f-Hz | 230-1-50 | 400-3-50 | 400-3-50 | 230-1-50 | 400-3-50 | 400-3-50 |
| Spanningsbereik | V | 207-253 | 360-440 | 360-440 | 207-253 | 360-440 | 360-440 |
| Voeding stuurcircuit | 24 V, via interne transformator | 24 V, via interne transformator | |||||
| Maximale opstartstroom (Un)* | |||||||
| Standaardunit | A | - | 66 | 102 | - | 67 | 104 |
| unit met optie elektronische starter | A | 47 | - | - | 48 | - | - |
| Arbeidsfactor unit bij maximumvermogen** | 0,82 | 0,82 | 0,82 | 0,82 | 0,82 | 0,82 | |
| Maximale voedingstoevoer unit** | kW | 6,4 | 5,9 | 8,8 | 6,6 | 6,1 | 9,2 |
| Nominaal stroomverbruik unit*** | A | 22,9 | 7,9 | 12,4 | 23,7 | 7,9 | 12,4 |
| Maximaal stroomverbruik unit (Un)**** | A | 30,7 | 10,8 | 16,0 | 31,5 | 10,8 | 16,0 |
| Maximaal stroomverbruik unit (Un-10%)† | A | 36,4 | 11,9 | 16,6 | 36,4 | 11,9 | 16,6 |
* Maximale onmiddellijke opstartstroom (maximale bedrijfsdruk van de pomp + ventilatorstroom + aanloopstroom van de compressor).
** Voedingstoevoer, compressor en ventilator, bij de bedrijfslimieten van de unit (verzadigde aanzuigtemperatuur 10°C, verzadigde condenstemperatuur 65%) en nominale spanning van 400 V (gegeven op het serieplaatje van de unit).
*** Gestandaardiseerde Eurovent omstandigheden: in condensor binnenkomende/uitgaande watertemperatuur = 40°C/45°C, buitenluchttemperatuur db/nb = 7°C/6°C.
****Maximale bedrijfsstroom unit bij maximale stroomtoevoer unit en 400 V (waarden gegeven op de naamplaat van de unit) voor driefase en 230 voor eenfase.
Maximale bedrijfsstroom van de unit bij maximale stroomtoevoer van de unit en 360 V voor driefase en 207 V voor eenfase.
61AF014



1 waterintrede
2 wateruittrede
3 veiligheidsventiel uitlaat
4 elektrische aansluitingen
61AF019



1 waterintrede
2 wateruittrede
3 veiligheidsventiel uitlaat
4 elektrische aansluitingen
61 AF
Gebruikersinterface en hoofdschakelaar
61AF014 61AF019


* Controleer of de gebruikersinterface is beveiligd zoals beschreven in het gedeelte "Elektronische besturing".
Minimale Afstanden (mm)

B


A




| 61AF 014 019 | ||
| A 100 300 | ||
| B 250 200 | ||
| C 500 400 | ||
| D 100 200 | ||
| E 670 700 | ||
| F 400 500 | ||
| G 670 1000 |
Montage
In verband met de veiligheid en gezondheid van gebruikers, onderhoudspersoneel en derden, dient bij het installeren van de apparatuur rekening te worden gouden met hetgeen de ARBO-wet voorschrijft.
- Controleer of de impedantie van de hoofdtoevoerleiding overeenkomt met de stroomtoevoer van de unit, die staat aangegeven in de elektrische gegevenstabel II op pagina 4 (EN 61000-3-11).
- Montage- en onderhoudswerkzaamheden aan deze units mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend installateur.
- Montage- en onderhoudswerkzaamheden aan deze units mogen alleen worden uitgevoerd door een (STEK) erkend installateur.
- Alle bekabeling moet voldoen aan de ter plaatse geldende voorschriften, zoals NEN 1010. De unit moet worden uitgevoerd met een aardleiding.
- Test de systeemwerking grondig na de installatie en leg alle systeemfuncties uit aan de klant.
- Laat deze handleiding achter bij de klant i.v.m. de instructies voor periodiek onderhoud.
- De unit en de componenten moeten periodiek gecontroleerd worden op losse, beschadigde of defecte onderdelen. Wanneer dergelijke gebreken niet worden verholpen, kan persoonlijk letsel of schade aan goederen ontstaan.
BELANGRIJK:
Bij de montage moeten eerst de wateraansluitingen en daarna de elektrische aansluitingen worden gemaakt. Wordt de unit gedemonteerd, neem dan eerst de elektrische verbindingskabels los en daarna de wateraansluitingen.
ATTENTIE:
Schakel ALTIJD de hoofdstroom af voordat met werkzaamheden aan de unit wordt begonnen!
Alle netvoeding circuits moeten worden losgekoppeld.
- De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van wijzigingen of fouten in de elektrische- of wateraansluitingen.
- Wanneer men zich niet houdt aan de montage-instructies of de installatie gebruikt onder andere omstandigheden dan die worden aangegeven in de tabel "Bedrijfslimieten", dan vervalt de garantie.
- Wanneer bij de elektrische montage de veiligheidsvoorschriften niet worden opgevolgd kan, in geval van kortsluiting, brand ontstaan.
- Controleer de zending reeds op de vrachtwagen op transportschade. Meld eventuele zichtbare schade onmiddellijk telefonisch aan Carrier en laat de vervoerder een aantekening maken op de vrachtbrief. Installeer of gebruik geen beschadigde units.
- Tijdens het bedrijf kunnen sommige elementen van het koudemiddelcircuit een temperatuur bereiken van meer dan 70°C. Daarom heeft alleen geïnstrueerd en bevoegd personeel toegang tot gebieden die worden beschermd door toegangspanelen.
- Schakel, in geval van een storing, de unit uit, schakel de hoofdstroom af en neem contact op met een (STEK) erkende installateur.
- Unit en verpakking zijn vervaardigd van milieuverantwoorde materialen en zijn geschikt voor recycling.
- Unit en verpakking zijn vervaardigd van milieuvriendelijke materialen en zijn geschikt voor hergebruik.
- Dit apparaat bevat koudemiddel R-407C dat volgens de plaatselijke voorschriften moet worden afgevoerd Nadat de levensduur van het apparaat is verstreken moet dit worden afgevoerd door een erkend bedrijf volgens de geldende voorschriften.
- Het koudemiddel in dit apparaat moet ook tijdens onderhoud zorgvuldig worden afgepompt en opgeslagen.
Plaats van opstelling
- Deze unit mag niet worden geplaatst in een omgeving met explosiegevaarlijke stoffen.
- De unit kan werken in een normale radio-elektrische atmosfeer in woningen, commerciële en licht-industriële installaties. Raadpleeg
Carrier voor toepassing in een andere omgeving.
- Warmtepompen die zijn opgesteld op plaatsen waar voor langere perioden temperaturen beneden 0°C kunnen voorkomen, moeten minimaal 300 mm boven de grond worden geplaatst. Hierdoor wordt ijsvorming op het frame voorkomen en is normaal bedrijf ook bij zware sneeuwval gewaarborgd.
- De unit moet op de X en Y assen waterpas worden geplaatst (minder dan 2 mm afwijking per meter)
- Het plaatsen van windbaffles kan nodig zijn bij hoge windsnelheden, om te voorkomen dat sneeuw direct tegen de batterij waait. De windbaffles dienen dan zo te worden geplaatst dat er voldoende lucht over de warmtewisselaar kan blijven stromen.
Plaats van de unit
Controleer de volgende punten:
- De plaats van opstelling moet sterk genoeg zijn om het gewicht van de unit te dragen (Tabel I).
- Zorg voor voldoende vrije ruimte rondom en boven de unit voor ongehinderde luchtstroom en toegankelijk heid voor onderhoud (zie figuur 'Benodigde vrije ruimte').
- Kies bij plaatsing op de grond een plaats die niet onder water kan komen te staan.
- De installatie moet voldoen aan alle ter plaatse van toepassing zijnde voorschriften.
- In de gehele installatie moeten trillingdempers worden toegepast om de overbrenging van geluid te voorko men.
- Er zijn trillingsdempers in de hele installatie om te voorkomen dat er geluid wordt overgedragen.
- Om mogelijke schade te voorkomen, moeten de trillingsdempers onder een poot-ondersteunend frame van de unit worden gemonteerd.
Transport en hijsen
- Gebruik bij het hijsen van de unit evenaars om schade aan de panelen te voorkomen. Vermijd schokkende bewegingen.
- De max. toegestane afwijking bedraagt 15°.
BELANGRIJK:
Controleer of alle panelen goed zijn bevestigd. Verplaats de unit rechtop en laat hem voorzichtig, zonder schokken, neer.
BELANGRIJK:
Zorg ervoor dat de unit waterpas staat.
61 AF
Algemene informatie en hydromodule
Hydromodule
De hydromodule is in de fabriek geïnstalleerd. Hierdoor hoeven de benodigde componenten niet ter plaatse worden geïnstalleerd, zodat de unit compacter en eenvoudiger te installeren is.

1 ontluchting
2 waterpomp
3 warmtewisselaar met
gesoldeerde plaat
4 water manometer
5 water manometer
6 stromingsschakelaar
7 waterafvoer

1 ontluchting
2 waterpomp
3 warmtewisselaar met gesoldeerde plaat
4 water manometer
5 water manometer
6 stromingsschakelaar
7 waterafvoer
Wateraansluitingen
Typisch watercircuitschema voor units zonder hydromodule

flowchart
graph TD
A["HVAC Unit"] --> B["Valve 1"]
A --> C["Valve 2"]
A --> D["Valve 3"]
A --> E["Valve 4"]
A --> F["Valve 5"]
A --> G["Valve 6"]
A --> H["Valve 7"]
A --> I["Control Unit"]
A --> J["Control Unit 8"]
A --> K["Control Unit 9"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#ccf,stroke:#333
style E fill:#ccf,stroke:#333
style F fill:#ccf,stroke:#333
style G fill:#ccf,stroke:#333
style H fill:#ccf,stroke:#333
style I fill:#ccf,stroke:#333
style J fill:#ccf,stroke:#333
style K fill:#ccf,stroke:#333
1 afsluiter
2. lijnfilter voor water (10 maas/cm²)
3. manometers
4. vulklep
5. systeem aftapkraan (op de laagste punten van het circuit)
6. ontluchting (in de hoogste delen van het circuit)
7. 3-wegklep
-
drinkwaterverzameltank
-
binnen het systeem
-
watercirculatiepomp
-
expansievat
Typisch watercircuitschema voor units met hydromodule

flowchart
graph TD
A["HVAC Unit 1"] --> B["Valve 1"]
A --> C["Valve 3"]
A --> D["Valve 10"]
A --> E["Valve 2"]
A --> F["Valve 4"]
A --> G["Valve 6"]
A --> H["Control Unit 5"]
A --> I["Control Unit 7"]
A --> J["Control Unit 8"]
A --> K["Control Unit 9"]
- afsluiter
- lijnfilter voor water (10 maas/cm²)
- manometers
- vulklep
- systeem aftapkraan (op de laagste punten van het circuit)
-
ontluchting (in de hoogste delen van het circuit)
-
3-wegklep
- drinkwaterverzameltank
- binnen het systeem
- expansievat
WAARSCHUWING:
Controleer en volg de lokale regelgeving (nationale en andere) met betrekking tot sanitaire watergebruik (drinkbaar).
Maak de hydraulische aansluitingen van de platenwarmtewisselaar met de benodigde componenten, met materiaal dat garandeert dat de schroefverbindingen lekvast zijn.
Op het typische diagram van het hydraulische circuit staat een typische watercircuitinstallatie in een airconditioningssysteem.
Voor het watercircuit moet met de volgende punten rekening worden gehouden.
- De waterpomp moet naar de water-warmtewisselaar persen en zuigen aan de installatiezijde (units zonder hydromodule).
- Het wordt aanbevolen om afsluiters te monteren voor compartimentering van de belangrijkste componenten van het circuit en van de warmtewisselaar zelf. Deze afsluiters moeten een minimaal drukverlies geven wanneer ze geopend zijn.
- Plaats aftapafsluiters op alle lage punten, zodat het gehele systeem kan worden afgetapt.
- Breng ontluchtingsafsluiters aan op alle hoge punten in het watercircuit.
- Breng drukmeetpunten en manometers aan, zowel stroomopwaarts als stroom-afwaarts van de waterpomp (units zonder hydromodule).
- Breng thermometers aan in de waterintrede en de wateruittrede van de unit.
- Alle leidingen moeten afdoende worden geïsoleerd en ondersteund.
Montage van de volgende componenten is verplicht:
- De aanwezigheid van deeltjes in het water kan verstoppingen veroorzaken in de warmtewisselaar.
Daarom is het noodzakelijk om de inlaat van de warmtewisselaar te beschermen met een uitneembaar gaasfilter. Het filternet moet ten minste 10 mazen/cm² zijn.
De standaardversie van de apparatuur met hydromodule heeft een gaasfilter, bij de levering inbegrepen en geïnstalleerd.
- Nadat het systeem is gemonteerd, of na reparatie van het circuit, moet het gehele systeem grondig worden gereinigd, in het bijzonder de filters.
- Voor het inregelen van het systeem moet een afsluiter (los meegeleverd) worden gemonteerd. Tevens adviseren wij om een meetpunt aan te brengen.
- Als er water moet worden gekoeld tot minder dan 5°C of als het apparaat is geïnstalleerd op een plaats met temperaturen van minder dan 0°C, moet er een geschikte hoeveelheid glycol aan het water worden toegevoegd.
De maximaal toelaatbare hoeveelheid ethyleen en propyleenglycol is 40% (hogere concentraties hangen af van de viscositeit van het mengsel en de bedrijfsomstandigheden. Vraag nadere informatie aan Carrier).
Vorstbeveiliging
Platenwarmtewisselaar, leidingwerk en de pomp van de hydromodule kunnen door vorst worden beschadigd, ondanks de ingebouwde vorstbeveiliging van deze units.
De vorstbeveiliging van de platenwarmtewisselaar en alle componenten van de hydromodule wordt gegarandeerd tot -10°C d.m.v. automatisch ingeschakelde verwarmingen.
De verwarmingen van de platenwarmtewisselaar en het watercircuit mogen nooit worden afgeschakeld.
Waterdrukverlies, kPa (units zonder hydromodule)

line
| Waterdebiet [l/s] | Drukval [kPa] | | ----------------- | ------------- | | 0.3 | 5 | | 0.8 | 28 | | 1.2 | 36 |Beschikbare externe statische druk bij de unit uittrede (units met hydromodule), kPa

1 - 61AF 014 - Lage snelheid
2 - 61AF 014 - Gemiddelde snelheid
3 - 61AF 014 - Hoge snelheid
1 - 61AF 019 - Lage snelheid
2 - 61AF 019 - Gemiddelde snelheid
3 - 61AF 019 - Hoge snelheid
Elektrische aansluitingen
WAARSCHUWING:
Schakel ALTIJD de hoofdstroom af voordat met werkzaamheden aan de unit wordt begonnen. Het niet opvolgen van deze regels kan leiden tot persoonlijk letsel.
Het dimensioneren van de elektrische bekabeling is de verantwoordelijkheid van de installateur en is afhankelijk van de specifieke kenmerken van een project en de plaatselijke voorschriften. De meerpolige voedings- en aardekabel van het apparaat moet worden aangesloten op de hoofdschakelaar, via de daarvoor bestemde kabelwartel. Daarvoor moet het toegangspaneel/de toegangspanelen worden gedemonteerd. De maximale kabeldiameter voor flexibele koperen kabel is 25 mm ^2 . Voordat de hoofdstroomkabels op de hoofdschakelaar worden aangesloten, moet de juiste volgorde van de 3 fasen L1 – L2 – L3 worden gecontroleerd.
De volgende tabel is slechts bedoeld als richtlijn. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.
| MinWire rubriek [mm2] | Max. lengte [m] | DraadType | Zekering (typeG) [A] | Max. Wire rubriek [mm2] | Max. lengte [m] | DraadType | Zekering (typeG) [A] | |
| 14-7 | 5x6 | 100 | H07RN-F | 63 | 5x10 | 210 | H07RN-F | 63 |
| 14-9 | 5x2,5 | 100 | H07RN-F | 25 | 5x4 | 210 | H07RN-F | 25 |
| 19-9 | 5x4 | 100 | H07RN-F | 32 | 5x6 | 210 | H07RN-F | 32 |
Let vooral op een goede aansluiting van de aardleiding.
De afwijkingen voor spanning en stroom mogen niet groter zijn dan 10% van de waarden in Tabel II.
Neem contact op met uw plaatselijke energiebedrijf voor de correctie van een onjuiste netspanning.
BELANGRIJK: Voor maat 014 moet er een externe hoofdschakelaar naast de unit worden geplaatst. Bij maat 019 zit de hoofdschakelaar al op de unit.
WAARSCHUWING:
Bedrijf van de unit bij grotere afwijking of onjuiste spanning veroorzaakt schade aan de elektrische onderdelen. Deze schade wordt niet door de garantie gedekt.
BELANGRIJK:
De elektrische voeding (aansluiting, kabel-diameter, beveiliging) moet geschikt zijn voor de elektrische gegevens op de naamplaat van de unit en in de tabel Elektrische gegevens.
De voedingsspanning moet liggen binnen de limieten aangegeven in de tabel II.
Als de fase-onbalans groter is dan 2% voor spanning, dan mag de unit niet worden aangeschakeld.
Zorg dat de fout wordt hersteld voordat de unit wordt gestart.
Spanning fase-onbalans (\%) = (Max. afwijking van gemiddeld voltage x 100)
Gemiddeld voltage
Voorbeeld:
Bij een aansluiting van: 400-3-50
AB = 404 V
BC = 399 V
AC = 394 V
Gemiddeld voltage = 404 + 399 + 394 = 399 ≈ 400 V
3

Bereken de max. afwijking van de ge mid delde
AB = 404 - 400 = 4
BC = 400 - 399 = 1
AC = 400 - 394 = 6
De maximale afwijking van het gemiddelde is 6 V. Het hoogste afwijkingspercentage is:
6 × 100 = 1,5 %
400
WAARSCHUWING:
De installateur moet de beveiligingen monteren die volgens de lokale voorschriften benodigd zijn.
Voor de maten 19 kW moet de voedingskabel door de ring van het elektrische besturingspaneel worden geleid. Om de voedingskabel op de de hoofdafscheider aan te sluiten, verwijdert u de metalen beschermende doos (door de twee bevestigingsschroeven te verwijderen). Als alle aansluitingen zijn gemaakt, plaatst u de beschermende doos terug door de twee schroeven die u eerder had verwijderd weer te bevestigen.
Koudemiddelvulling
Controle van de koudemiddelvulling
WAARSCHUWING:
Tijdens het bijvullen van koudemiddel moet er altijd water in de warmtewisselaar circuleren om bevriezing te voorkomen. Schade ontstaan door bevriezing wordt niet door de garantie gedekt.
61AF units worden geleverd met een volledige bedrijfsvulling koudemiddel. Zie tabel I.
61AF units werken met het koudemiddel R-407C. Voor uw informatie plaatsen we hier enkele uittreksels uit de officiële publicatie over het ontwerp, de installatie, de bediening en het onderhoud van airconditioning- en koelsystemen en het opleiden van de mensen die daarmee te maken hebben, goedgekeurd door de airconditioning- en koelindustrie.
Koudemiddelrichtlijnen
61 AF bevat gefluoreerd broeikasgas dat onder het Kyoto-protocol valt. Type koudemiddel: R-407C Aardopwarmingspotentieel (GWP): 1653. Koelinstallaties moeten regelmatig worden geïnspecteerd en onderhouden, maar uitsluitend door specialisten. Hun werkzaamheden moeten onder toezicht staan van en worden gecontroleerd door terdege opgeleid personeel. Om de uitstoot in de atmosfeer tot een minimum te beperken, moeten koudemiddelen en smeerolie worden overgedragen op een manier die lekken en verliezen tot een minimum beperkt
- Lekken moeten onmiddellijk worden gerepareerd.
- Een afsluiter op de koudemiddeluittredeleiding van de condensor zorgt ervoor dat de koudemiddelvulling kan worden gecompartimenteerd.
- Als de restdruk te laag is voor het overpompen, dan moet een koudemiddel terugwin-unit worden toegepast.
- Compressorolie bevat koudemiddel. Alle olie die bij onderhoudswerkzaamheden uit het systeem wordt afgetapt moet daarom volgens de voorschriften worden verzameld en afgevoerd.
- Koudemiddel onder druk mag nooit naar de atmosfeer worden afgeblazen.
R-407C systemen mogen alleen worden gevuld met vloeibaar koudemiddel. Volg hierbij de plaatselijke richtlijnen. Plaats een doseerpomp op de verzamelleiding om het vloeibare koudemiddel te laten verdampen alvorens dit in de unit komt. R-407C is net als andere HFC alleen te gebruiken met de oliesoorten die door de compressorfabrikant zijn aangegeven (POE).
OPMERKING:
Voer regelmatig een lektest uit en repareer een lek onmiddellijk.
WAARSCHUWING:
Als er aan het koudemiddel gesoldeerd moet worden, dan moet het systeem worden gevuld met stikstof. Ontbranding van koudemiddel produ ceert toxisch fosgeen gas.
BELANGRIJK:
Gebruik de compressor nooit als vacuümpomp. Als er koudemiddel moet worden bijgevuld, doe dit dan via de vloeistofleiding. Vloeibaar koudemiddel mag nooit worden bijgevuld via de zuigleiding. Vul niet teveel koudemiddel bij.
Bediening en regeling van alle units vindt plaats via het bedieningspaneel van de elektronische Pro-Dialog+ regeling.
Zie de met de regeling meegeleverde documentatie voor uitgebreide informatie.
Controleer of de gebruikersinterface, na gebruik, correct in de aagewezen ruimte ingevoerd is en dat de deksel met de geleverde schroeven gesloten is. Zo kunnen de controle en de unit afgeschermd worden van schokken en atmosferische evenementen.
PRO-DIALOG + is een geavanceerd numeriek regelsysteem dat een ongekend aantal mogelijkheden combineert met een groot bedieningsgemak.
PRO-DIALOG + bewaakt voortdurend alle bedrijfsparameters en beveiligingen en regelt nauwkeurig de werking van compressor en ventilatoren voor minimaal energieverbruik.
Ook regelt PRO-DIALOG + de aansturing van de gekoeldwaterpomp.
Een krachtig regelsysteem
Watertemperatuur regeling (P.I.D.) met temperatuurverschil compensatie garandeert een stabiele watertemperatuur en voorkomt onnodige compressor starts en stops.
Reset van het watertemperatuur setpoint op basis van buitenlucht- of retourwatertemperatuur, regeling van een tweede setpoint (bijv. bezet/ onbezet) en garandeert automatische omschakeling koeling/verwarming.
De auto-adaptieve PRO-DIALOG + regeling zorgt voor optimale machinebeveiliging. Aan- en afschakelen van de compressor wordt automatisch aangepast aan de specifieke kenmerken van het systeem op
basis van de inhoud van het watercircuit en voorkomt schade als gevolg van veelvuldig pendelen van de compressor.
Duidelijk en gebruikersvriendelijk
De gebruikersinterface is duidelijk en gebruikersvriendelijk: twee LED's en een numeriek scherm zorgen ervoor dat de bedrijfsgegevens van het apparaat onmiddellijk kunnen worden gecontroleerd.
De menu's bieden directe toegang tot alle machineregelingen, inclusief GEHEUGEN menu voor snelle storingsdiagnose.
Uitgebreide communicatiemogelijkheden
Met Pro-Dialog+ kan de unit op afstand worden bewaakt en geregeld via een kabelaansluiting: 7-8 x 0,5 mm ^2 meeraderige. Afgeschermde kabel van het type FROH2R of BELDEN 9842.
De afscherming moet worden geaard in de schakelkast van de unit.
De beschikbare functies zin start/stop, beperking van het benodigde vermogen of dubbel instelpunt en veiligheidsvergrendeling voor de klant. Het systeem maakt externe signalering van algemene storingen mogelijk voor ieder koudemiddelcircuit.
Via drie afzonderlijke tijdschema's kunnen start/stop van de koelmachine, bedrijf op het tweede setpoint (bijv. onbezet bedrijf) en ventilatorbedrijf bij laag toerental (bijv. 's nachts) worden geprogrammeerd.
Met deze optie is ook volgordeschakeling van twee units mogelijk, evenals regeling op afstand via een communicatiebus (RS 485 seriële poort).
Opstarten
Inbedrijfstelling vindt plaats d.m.v. de hierboven beschreven elektronische regeling en mag alleen worden uitgevoerd door deskundig personeel.
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met verminderde fysieke, waarnemings-, of mentale capaciteit, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij toezicht of instructie krijgen over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
Kinderen dienen onder toezicht te worden gehouden, om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
Controle/voorzorgsmaatregelen voor de inbedrijfstelling
- Controleer of alle elektrische aansluitin gen goed zijn vast gezet.
- Controleer of de unit waterpas staat.
- Controleer dat er voldoende waterdoorstroming is in het watercircuit en dat de leidingaansluitingen overeenkomen met de installatietekeningen.
- Controleer op waterlekkage. Controleer de goede werking van de gemonteerde afsluiters.
- Alle panelen moeten goed zijn bevestigd met de bijbehorende schroeven.
- Er moet voldoende vrije ruimte zijn voor onderhoud.
- Controleer alle koudemiddelleidingen op lek kage.
- Controleer of de netspanning overeenkomt met de gegevens op de machine kenplaat, het elektrisch schema en overige documentatie.
- Controleer of de compressor vrij op de bevestigingsveren staat.
- De compressoren zijn gemonteerd op trillingdempers. De bevestigingsbouten mogen niet worden losgedraaid of verwijderd. ±
Beschrijving van de machinebeveiligingen
De unit heeft de volgende beveiligingen.
- Interne beveiliging van de compressormotor.
- Interne thermische beveiliging van de ventilatormotoren.
- Hoofdschakelaar. (Alleen voor maat 019)
- Antipendelbeveiliging.
- Thermomagnetische hoofdstroomschakelaar.
- Thermomagnetische stuurstroomschakelaar.
- Ontdooithermostaat.
- Storingsmelding van de temperatuur- en druksensoren.
- Hogedrukbeveiliging: beschermt de unit tegen te hoge condensatiedruk.
De beveiling wordt in de fabriek afgesteld en kan niet worden gewijzigd. Voordat deze hogedrukbeveiliging in werking treedt, wordt de unit al afgeschakeld doordat de alarmlimiet voor hoge druk wordt bereikt.
Deze functie wordt uitgevoerd door de elektronische regeling via een drukomvormer.
- Lagedrukbeveiliging: deze functie wordt uitgevoerd door de elektronische regeling via een drukomvormer.
Tabel III: Instellingen drukschakelaar
Schakelt uit bij [bar] Reset
Hogedrukbeveiliging 31.3 ± 0.7 Handmatig
WAARSCHUWING: Wanneer de fabriekinstellingen (uitgezonderd het ontwerp-setpoint) zonder toestemming van Carrier worden gewijzigd, vervalt de garantie.
De fabrieksinstellingen mogen niet worden gewijzigd zonder toestemming van Carrier. Neem voor het wijzigen van de Pro-Dialog + systeemconfiguratie contact op met Carrier Service.
Deze units zijn ontworpen om te werken binnen de volgende limieten:
| 61AF Minimum Maximale | |
| Platenwarmtewisselaar | |
| Inkomende watertemperatuur bij het opstarten | °C 8 57 |
| Uitgaande watertemperatuur tijdens het bedrijf | °C 30 65 |
| Verschil inkomende/uitgaande watertemperatuur | K 3 10 |
| Spoel | |
| Inkomende luchttemperatuur* °C -20 40 | |
* Buitentemperatuur: Voor transport en opslag van de 61AF units zijn de minimum- en maximumtemperaturen die zijn toegestaan -20°C en +50°C. Deze temperaturen worden aanbevolen voor transport per container. Opmerking: Overschrijd de maximum-bedrijfstemperatuur niet.
Het minimum en maximum debiet in de platenwarmtewisselaars
Debiet platenwarmtewisselaar
* Maximum debiet bij een watertemperatuurverschil van 3 K in de platenwarmtewisselaar.
Opmerking: Voor een toepassing met sanitair warm water (uitgaande watertemperatuur = 65°C) moet het watertemperatuurverschil tenminste 8 K zijn.
Minimumvolume waterkring
De warmtepomp wordt gebruikt in een toepassing met sanitair warm water en moet een tussen-kring verwarmen die sanitair warm water levert via een warmtewisselaar. De hoofdkring is gevuld met onthard water. Het watersysteem moet regelmatig worden gecontroleerd op mogelijke vorming van kalkaanslag. De warmtepomp mag in dit type toepassing nooit rechtstreeks sanitair warm water leveren. Het minimum waterkringvolume in liter wordt gegeven door de volgende formule: Volume (l) = CAP (kW) x N, waarbij CAP het nominale verwarmingsvermogen bij nominale bedrijfsomstandigheden. N=5. Dit volume is nodig om een stabiele en nauwkeurige temperatuur te verkrijgen. Om dit volume te behalen, kan het nodig zijn een opslagtank
aan het circuit toe te voegen.
Deze tank moet zijn uitgerust met schoepen om de vloeistof (water of zoutoplossing) te kunnen mengen. Raadpleeg de onderstaande voorbeelden.


Goede
Het is vaak nodig om een bufferwatertank toe te voegen aan het circuit om het vereiste volume te bereiken.
Inhoud expansievat
Units met hydromodule hebben geen expansievat.
Deze moet worden opgenomen in de waterkring.
De onderstaande tabel geeft de inhoud van de expansievat die nodig is, op basis van het volume van de waterkring, de gebruikte vloeistof en de concentratie daarvan.
| Benodigde inhoud expansievat % | van waterkringvolume |
| zuiver water 3 | |
| 10% ethyleenglycol 3 | |
| 20% ethyleenglycol | 3,5 |
| 30% ethyleenglycol | 3,8 |
| 40% ethyleenglycol | 4,2 |
Werkbereik
61AF 014-019

line
| Luchttemperatuur buiten [°C] | Uitgaande watertemperatuur [°C] | | --------------------------- | ------------------------------- | | -20 | 55 | | -10 | 65 | | 40 | 30 |Algemeen onderhoud
WAARSCHUWING: Schakel de hoofdstroom af voordat met werkzaamhe den aan de unit wordt begonnen.
Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel.
Voor een goede werking moet vooral worden gelet op de volgende punten:
- Elektrische aansluitingen:
De voedingsspanning moet binnen de limieten liggen die staan aangegeven in tabel II. Controleer of er geen defecte contacten zijn in de klemmenblokken, schakelborden, enz.
Contro leer de goede bevesti ging van de elektri sche aanslui tingen en dat alle elektrische compo nen ten (magneet -schakelaars, relais etc.) stevig op de betreffende rails zijn geplaatst. Besteed extra aandacht aan de toestand van de ver bin dingskabels tussen de regelcomponenten en de scha kelkast en aan de voedingskabel. Deze mogen niet gedraaid zijn en er mogen geen scheurtjes of knepen in de isolatie zitten. Controleer de aanloopstroom en het opgenomen vermogen aan de hand van de in Tabel II opgegeven limieten.
- Wateraansluitingen:
Controleer dat er geen waterlekkage in het systeem is. Als de unit voor langere tijd buiten bedrijf wordt gesteld, verwijder dan de afvoerplug van de waterpomp om het water uit de pomp te verwijderen en tap alle waterleidingen en de platenwarmtewisselaar af. Dit is noodzakelijk wanneer temperaturen beneden het vriespunt kunnen voorkomen. Als het systeem niet wordt afgetapt dan moet de hoofdschakelaar ingeschakeld blijven, zodat de koelerverwarming in werking blijft. Reinig het waterfilter.
- Reinigen van de platen-warmtewisselaar:
In bepaalde gevallen kunnen de warmtewisselaars erg worden vervuild, bijv. bij toepassing van zeer hard water. De warmtewisselaar kan worden gereinigd door het laten circuleren van een reinigingsmiddel.
Gebruik een tank met een zwakke zuuroplossing, 5% fosforzuur of, indien de warmtewisselaar regelmatig wordt gereinigd, 5% oxaalzuur. Pomp het reinigingsmiddel door de warmtewisselaar. De tank kan permanent worden geplaatst of de aansluitingen kunnen worden voorbereid, zodat er altijd een draagbare tank kan worden aangesloten. Voor een optimale reiniging moet de doorstroomsnelheid van de oplossing 1.5 maal zo hoog zijn als de normale snelheid en de doorstroomrichting moet tegenovergesteld zijn aan de normale richting. De installatie moet dan worden gespoeld met grote hoeveelheden water om het zuur volledig te verwijderen voordat het systeem wordt opgestart.
Installatie van de tank

De unit moet regelmatig worden gereinigd. Dit moet nooit worden uitgesteld totdat de unit geblokkeerd is geraakt. De tijdsintervallen tussen de reiniging hangen af van de kwaliteit van het gebruikte water, maar als algemene regel wordt aangeraden de unit ten minste eenmaal per jaar te reinigen.
- Koudemiddelcircuit:
Controleer de compressor op even tuele olie- en koelmiddellekkage. Controleer de be drijfsdrukken aan de hoge- en lage zijde. Controleer of de warmtewisselaar niet ver vuild is door het drukverlies door de wisselaars te controleren.
- Regelingen:
Controleer de werking van alle elektrische componenten, de hogedrukbeveiliging en de hoge- en lage drukopnemers en van water-, lucht- en ontdooitemperatuur opnemers.
Onderhoud
Aanbevelingen voor het onderhoud
- Routine-onderhoud, zoals het reinigen van de batterij en de omkasting kan worden uitgevoerd door niet-gekwalificeerd personeel (zonder daarbij de regeling aan te raken). Alle andere werkzaamheden, zoals het reinigen van de binnenkant van de unit, controle van de beveiligingen etc. moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
- Neem bij werkzaamheden de waarschuwingen in de documentatie, op de stickers in de unit en andere van toepassing zijnde voorzorgsmaatregelen in acht. Volg alle van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften. Draag werkhandchoenen en een veiligheidsbril. Kijk uit voor brandwonden tijdens het solderen.
- Gebruik bij reparaties alleen originele Carrier onderdelen. Always make sure the spare parts are installed correctly. Installeer de reserveonderdelen altijd in de oorspronkelijke positie.
- Controleer, alvorens een of meer componenten van het koudemiddelcircuit te vervangen, dat de gehele koudemiddelvulling is verwijderd uit zowel de hoge- als lage drukzijde van de unit.
- De regelcomponenten van het koelsysteem zijn zeer gevoelig. Als ze moeten worden vervangen moet er goed op worden gelet dat ze tijden het solderen niet oververhit raken. Wikkel een voch tige doek om het betreffende component en richt de vlam niet op het component.
- Het soldeer moet altijd vervaardigd zijn uit een zilver legering.
- Als de totale koudemiddelvulling moet worden inge bracht, zie dan voor de juiste hoeveelheid de machine kenplaat. Het systeem moet eerst worden gevacu meerd.
- Als de unit in bedrijf is moeten alle panelen zijn aan gebracht, ook die van de schakelkast.
- Als de koudemiddelleidingen moeten worden doorgesne den moet daarvoor een pijpsnijder worden gebruikt. Alle koudemiddelleidingen moeten van koper zijn en speci aal geschikt voor toepassing in koelsystemen.
Aanbevelingen
Deze machine is in de fabriek aan stren ge kwali teits controles onderworpen.
Alle componenten, inclusief de regelsystemen en elektri sche apparatuur etc. zijn goedgekeurd door onze afdeling Kwaliteitscontrole en in onze laboratoria getest onder de meest extreme omstandigheden. Het is echter mogelijk dat er, nadat de machine de fabriek heeft verlaten, één of meer van deze elementen zijn beschadigd door omstan digheden buiten onze macht. In een dergelijk geval morgen er geen werkzaamheden worden uitgevoerd aan de inter ne componenten en mag de unit niet worden blootgesteld aan bedrijfscon dities die niet in deze handleiding zijn vermeld. Gebeurt dit wel, dan kan ernsti ge schade ontstaan die niet door de garantie wordt gedekt Alle aanbevelingen over de installatie van de unit zijn bedoeld als richtlijn. De machine moet worden geïnstal leerd volgens de ontwerpcondities en er moet worden voldaan aan alle van toepassing zijnde regels voor airconditioning- en koelinstallaties.
OPMERKING: De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor storingen die het gevolg zijn van een verkeerd gebruik van de apparatuur.
Hieronder is een lijst opgenomen met mogelijke storingen en hun oplossingen. Als er een storing optreedt, schakel dan de hoofdstroom af en stel de oorzaak vast.
| KLACHT OORZAAK OPLOSSING | ||
| Unit start niet: Voeding onderbroken; AANSCHAKELEN | ||
| Hoofdschakelaar uit; DICHT-SCHAKELAAR. | ||
| Te lage spanning; CONTROLEER, STEL DE OORZAAK VAST EN HERSTEL. | ||
| Beveiliging is aangesproken; RESET. | ||
| Magneetschakelaar blijft open; CONTROLEER EN ZO NODIG VERVANGEN. | ||
| Compressor vastgelopen of kortsluiting; CONTROLEER DE AANSLUITINGEN. | ||
| Unit werkt continu of start en stopt vaak: | Magneetschakelaar defect; | CONTROLEER EN ZO NODIG VERVANGEN. |
| Koudemiddel verliezen; CONTROLEER EN VOEG DE BENODIGDE HOEVEELHEID TOE. | ||
| Totale waterstroom te laag; CONTROLEER OP DRUKVERLIES IN DE HYDRAULISCHE CIRCUIT. | ||
| Statische druk in het hydraulische circuit te laag; | CONTROLEER DIT OP DE DRUKMETER EN HERSTEL HET INDIEN NODIG. | |
| De unit slaat voortdurend af bij lage druk: | Verliezen van koudemiddel; | CONTROLEER EN VOEG DE BENODIGDE HOEVEELHEID TOE. |
| Laag debiet in de wisselaar; | CHECK WATERPOMP | |
| Opstartvertraging unit; | WACHT TOT HET SYSTEEM IS GESTABILISEERD | |
| De unit slaat voortdurend af bij hoge druk: | Defecte hoge drukmeter; | CONTROLEER DE DRUKMETER EN VERVANG DEZE INDIEN NODIG |
| Geblokkeerde expansieklep; | CONTROLEER EN VERVANG INDIEN NODIG | |
| Geblokkeerd filter droger; | CONTROLEER HET FILTER EN VERVANG HET INDIEN NODIG | |
| De buitenventilatoren werkt/werken niet; | CONTROLEER DE STAAT VAN DE VENTILATORMOTOR/EN EN DE ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN DAARVAN | |
| Verstopte of vuile accu; | VERWIJDER DE VERSTOPPING OF REINIG DE ACCU | |
| Afwijkend systeemgeluid | Leidingen trillingen; | ONDERSTEUNENDE LEIDINGEN |
| Lawaaiige compressor; | CONTROLEER EN VERVANG INDIEN NODIG | |
| Expansieklep sist; CONTROLEER EN VOEG INDIEN NODIG KOUDEMIDDEL TOE | ||
| Panelen passen niet goed; | INSTALLEER DEZE OP DE JUISTE MANIER. | |
| Compressor bevat te weinig olie: | Lek in het systeem; | HERSTELLEN. |
| Waterverlies | Defecte binnenkomende of uitgaande omstandigheden; | CONTROLEER EN BEVESTIG INDIEN NODIG |
| De unit wordt niet ontdooid | Vierwegs-omkeerklep defect; | CONTROLEER DE KLEP EN VERVANG DEZE INDIEN NODIG. |
| Ontdooisensor defect; CONTROLEER DE SENSOR EN VERVANG DEZE INDIEN NODIG. | ||

www.eurovent-certification.com
www.certiflash.com