UNI_WATERSOFTENER_3500 - Wasmachine Uniprodo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis UNI_WATERSOFTENER_3500 Uniprodo in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over UNI_WATERSOFTENER_3500 Uniprodo
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UNI_WATERSOFTENER_3500 - Uniprodo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UNI_WATERSOFTENER_3500 van het merk Uniprodo.
GEBRUIKSAANWIJZING UNI_WATERSOFTENER_3500 Uniprodo
Deze handleiding is vertaald met behulp van machinevertaling. We hebben er alles aan gedaan om de vertaling nauwkeurig te maken, maar houd er rekening mee dat automatische vertalingen niet perfect zijn en niet bedoeld zijn om menselijke vertalers te vervangen. De officiële versie van de handleiding is in het Engels. Verschillen tussen de vertaalde versie en de originele Engelse versie zijn niet juridisch bindend. Als u vragen heeft over de nauwkeurigheid van de vertaling, raadpleeg dan de Engelse versie; dit is de officiële referentie. Versies in andere talen zijn op aanvraag verkrijgbaar via info@expondo.com.
2. Algemene beschrijving
De gebruikershandleiding is bedoeld als hulpmiddel bij een veilig en probleemloos gebruik van het apparaat. Het product is ontworpen en vervaardigd volgens strikte technische richtlijnen, met gebruikmaking van de modernste technologieën en componenten. Bovendien wordt het geproduceerd volgens de strengste kwaliteitsnormen.
GEBRUIK HET APPARAAT ALLEEN ALS U DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING GRONDIG HEBT GELEZEN EN BEGREPEN.
Om de levensduur van het apparaat te verlengen en een probleemloze werking te garanderen, dient u het te gebruiken in overeenstemming met deze gebruikershandleiding en regelmatig onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. De technische gegevens en specificaties in deze handleiding zijn actueel. De fabrikant behoudt zich het recht om wijzigingen aan te brengen in verband met kwaliteitsverbetering. Het toestel is ontworpen om de risico's van geluidsemissie tot
een minimum te beperken, rekening houdend met de technologische vooruitgang en de mogelijkheden tot geluidsreductie.
2.1. Legenda
| Pictogram | Beschrijving |
![]() | Het product voldoet aan de relevante veiligheidsnormen. |
![]() | Lees de instructies voor gebruik. |
![]() | Het product moet worden gerecycled. |
![]() | WAARSCHUWING ! of VOORZICHTIG! of HERINNERING! Van toepassing op de gegeven situatie.(algemeen waarschuwingssignaal) |
![]() | ATTENTIE! Elektrische schok waarschuwing! |

LET OP! DE TEKENINGEN IN DEZE HANDLEIDING DIENEN UITSLUITEND TER ILLUSTRATIE EN KUNNEN IN SOMMIGE DETAILS AFWIJKEN VAN HET WERKELIJKE PRODUCT.
3. Gebruiksveiligheid

ATTENTIE! LEES ALLE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN EN ALLE INSTRUCTIES NAUWKEURIG. HET NIET OPVOLGEN VAN DE WAARSCHUWINGEN EN INSTRUCTIES KAN LEIDEN TOT ELEKTRISCHE SCHOKKEN, BRAND EN/OF ERNSTIG OF ZELFS DODELIJK LETSEL.
De termen "apparaat" of "product" worden gebruikt in de waarschuwingen en instructies om te verwijzen naar:
Waterontharder
3.1. Elektrische veiligheid
a) De stekker moet in het stopcontact passen. Verander op geen enkele manier iets aan de stekker. Het gebruik van originele stekkers en passende stopcontacten vermindert het risico van elektrische schokken.
b) Vermijd het aanraken van geaarde elementen zoals leidingen, kachels, boilers en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als het geaarde apparaat wordt blootgesteld aan regen, in direct contact komt met een nat oppervlak of
in een vochtige omgeving wordt gebruikt. Als er water in het apparaat komt, neemt het risico van schade aan het apparaat en van een elektrische schok toe.
c) Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen.
d) Gebruik de kabel alleen voor het beoogde doel. Gebruik het nooit om het apparaat te dragen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of kabels die door elkaar geraakt zijn verhogen het risico op elektrische schokken.
e) Indien het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, moet een aardlekschakelaar (RCD) worden toegepast. Het gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.
f) Gebruik het apparaat niet als het netsnoer beschadigd is of duidelijke tekenen van slijtage aanwezig zijn. Een beschadigd netsnoer moet worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien of het servicecentrum van de fabrikant.
g) Dompel het snoer, de stekker of het apparaat niet onder in water of andere vloeistoffen om een elektrische schok te voorkomen. Gebruik het apparaat niet op natte oppervlakken.
h) Voorkom dat het apparaat nat wordt. Gevaar voor elektrische schokken!
i) Het op het apparaat aangesloten netsnoer moet correct geaard zijn en overeenkomen met de technische gegevens op het productetiket.
3.2. Veiligheid op de werkplek
a) Zorg ervoor dat de werkplek schoon en goed verlicht is. Een rommelige of slecht verlichte werkplek kan leiden tot ongelukken. Probeer vooruit te denken, observeer wat er gebeurt en gebruik gezond verstand wanneer u met het apparaat werkt.
b) Gebruik het apparaat niet in een potentieel explosieve omgeving, bijvoorbeeld in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Het apparaat genereert vonken die stof of dampen kunnen ontsteken.
c) Als u schade of een onregelmatige werking ontdekt, moet u het apparaat onmiddellijk uitschakelen en dit aan een supervisor melden.
d) Als u niet zeker weet of het apparaat correct werkt of als u schade aantreft, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
e) Alleen het servicecentrum van de fabrikant mag het apparaat repareren. Probeer zelf geen reparaties uit te voeren!
f) Gebruik in geval van brand een poeder- of kooldioxide ( CO2 ) brandblusser (een die bestemd is voor gebruik op onder spanning staande elektrische apparaten) om de brand te blussen.
g) Controleer regelmatig de staat van de veiligheidslabels. Indien de etiketten onleesbaar zijn, moeten zij worden vervangen.
h) Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik. Als dit apparaat aan een derde wordt doorgegeven, moet de handleiding worden meegegeven.
i) Bewaar verpakkingselementen en kleine montagedelen op een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen.
j) Houd het apparaat uit de buurt van kinderen en dieren.
k) Indien dit apparaat samen met andere apparatuur wordt gebruikt, moeten ook de overige gebruiksaanwijzingen worden opgevolgd.

HERINNER! BESCHERM KINDEREN EN ANDERE OMSTANDERS BIJ HET GEBRUIK VAN HET APPARAAT.
3.3. Persoonlijke veiligheid
a) Gebruik het apparaat niet als u moe of ziek bent of onder invloed van alcohol, verdovende middelen of medicijnen die het vermogen om het apparaat te bedienen aanzienlijk kunnen beperken.
b) De machine is niet ontworpen om te worden bediend door personen (inclusief kinderen) met beperkte mentale en sensorische functies of personen zonder relevante ervaring en/of kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of zij instructies hebben ontvangen over de bediening van de machine.
c) Gebruik bij het werken met het apparaat uw gezond verstand en blijf alert. Tijdelijk concentratieverlies tijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
d) Het apparaat is geen speelgoed. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
3.4. Veilig gebruik van het apparaat
a) Ontkoppel het apparaat van stroom voordat u begint met afstellen, schoonmaken en onderhoud. Een dergelijke preventieve maatregel vermindert het risico van onbedoelde activering.
b) Bewaar het apparaat wanneer het niet in gebruik is op een veilige plaats, uit de buurt van kinderen en mensen die het apparaat niet kennen en de gebruiksaanwijzing niet hebben gelezen. Het apparaat kan een gevaar vormen in de handen van onervaren gebruikers.
c) Houd het apparaat in perfecte technische staat. Controleer voor elk gebruik op algemene schade, controleer vooral bewegende onderdelen op gebarsten onderdelen of elementen, en op andere omstandigheden die de veilige werking van het apparaat kunnen beïnvloeden. Indien schade wordt geconstateerd, dient het apparaat voor gebruik ter reparatie te worden aangeboden.
d) Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen.
e) Reparatie of onderhoud van het apparaat moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, uitsluitend met gebruikmaking van originele reserveonderdelen. Dit garandeert een veilig gebruik.
f) Om de operationele integriteit van het apparaat te waarborgen, mogen in de fabriek gemonteerde afschermingen niet worden verwijderd en mogen geen schroeven worden losgedraaid.
g) Bij het vervoer en de behandeling van het apparaat tussen het magazijn en de bestemming moeten de gezondheids- en veiligheidsbeginselen voor handmatige transporten in acht worden genomen die gelden in het land waar het apparaat zal worden gebruikt.
h) Verplaats, verstel of draai het apparaat niet tijdens het werk.
i) Maak het apparaat regelmatig schoon om te voorkomen dat hardnekkig vuil zich ophoopt.
j) Het apparaat is geen speelgoed. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht van een volwassen persoon.
k) Het is verboden aan de structuur van het apparaat te zitten om de parameters of de constructie ervan te wijzigen.
I) Houd het apparaat uit de buurt van vuur- en warmtebronnen.
m) Kantel het apparaat tijdens transport, installatie en gebruik van dit product niet, aangezien dit schade kan veroorzaken.
n) Tijdens de regeneratie wordt het aan het apparaat toegevoerde water NIET onthard. Het wordt NIET aanbevolen om water te gebruiken tijdens de regeneratie, omdat dit een negatief effect heeft op het regeneratieresultaat.
o) Als het apparaat gedurende lange tijd is uitgeschakeld, activeer dan de regeneratiecyclus en draai de kraan een paar minuten voordat het apparaat weer normaal werkt;
p) Het loskoppelen van de stroomvoorziening kan de instellingen van het apparaat wijzigen. Controleer na elke stroomstoring de klok en andere parameters van het apparaat.
q) Als de waterhardheid aanzienlijk verandert, moet deze worden aangepast in het menu Gebruikersinstellingen.
r) Heet water kan ernstige schade aan het apparaat veroorzaken. Zorg er bij gebruik van een boiler/boiler voor dat de totale lengte van de leidingen tussen de ontharder en de boiler/boiler minimaal 3 meter is; als de vereiste leidinglengte niet kan worden gehaald, is het raadzaam een terugslagklep tussen het filter en de boiler/boiler te installeren.
s) De inlaatwaterdruk moet schommelen tussen 1,5 en 5 bar. Negatieve waterdruk is niet toegestaan.
t) Het is verboden om chemicaliën te gebruiken op de in- en uitlaat van het apparaat.
u) Laat het apparaat niet bevriezen.
v) Zorg voor een waterafvoer in de vloer in de buurt van het apparaat in geval van lekkage.

A- Overloopbuis
B- Vloerafvoer
w) Stel het product niet bloot aan mechanische druk.
x) Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
y) Gebruik alleen regenereerzout in tabletten.
z) Gebruik alleen teflontape om leidingen en verbindingen af te dichten.
aa) Sluit het apparaat pas aan op de voeding nadat alle werkzaamheden met betrekking tot de waterinstallatie zijn voltooid.
bb) Verplaats het apparaat niet met behulp van slangen, kleppen, verbindingen en andere gevoelige elementen van de controller.

ATTENTIE! ONDANKS HET VEILIGE ONTWERP VAN HET APPARAAT EN DE BESCHERMENDE FUNCTIES ERVAN, EN ONDANKS HET GEBRUIK VAN EXTRA ELEMENTEN TER BESCHERMING VAN DE BEDIENER, BESTAAT ER TOCH EEN KLEIN RISICO OP EEN ONGEVAL OF LETSEL BIJ HET GEBRUIK VAN HET APPARAAT. BLIJF ALERT EN GEBRUIK UW GEZOND VERSTAND WANNEER U HET APPARAAT GEBRUIKT.
4. Gebruik richtlijnen
Het apparaat is bedoeld om water te ontharden in watervoorzieningssystemen. Het product is bedoeld voor zowel particuliere huishoudens als voor bedrijven zoals restaurants, bars of hotels.
De gebruiker is aansprakelijk voor alle schade die voortvloeit uit onbedoeld gebruik van het apparaat.
4.1. Beschrijving van het apparaat
Waterontharderleidingen

1) Afvoer
2) Debietmeter
3) Inlaat: 1" BSPT-schroefdraad (British Standard Pipe Taper)
4) Pekelleiding
5) Uitlaat
6) Overloopleiding
7) Gevlochten slang
8) 1" BSPT-schroefdraadaansluiting
4.2. Gebruik van het apparaat
LET OP: De controllers worden aangestuurd door een elektrisch circuit. Sommige van de geprogrammeerde parameters gaan verloren door een stroomstoring die langer dan 48 uur duurt, waarna het apparaat het regeneratieproces op het verkeerde moment uitvoert.
Controleer na elke stroomstoring de klok van het apparaat.
Werkingscyclus:
- IN SERV.: Waterbehandeling. Water stroomt via de controller naar binnen, stroomt door een afzetting (hars) en stroomt naar het watertoevoersysteem.
- TERUGSPOELING: Terugspoelen - Water spoelt en schift de afzetting en gaat vervolgens naar het riool. Deze stap is noodzakelijk vóór de regeneratie.
- PELK EN LANGZAAM SPOELEN: Regeneratie - Pekelen en langzaam spoelen. De waterstroom door een regelkop zorgt ervoor dat de pekel wordt aangezogen, wat de onthardingscapaciteit van de afzetting regenereert. Tijdens de regeneratie
wordt het water afgevoerd naar het riool. Nadat alle pekel is aangezogen, wordt de ionenwisselingsafzetting langzaam gespoeld met water
- SNEL SPOELEN: Snel spoelen van de afzetting uit pekelresten. Nadat het water door de afzetting is gestroomd, wordt het naar het riool geleid.
- BIJVULLEN: Water in de zouttank gieten om de pekeloplossing voor te bereiden voor de volgende regeneratie.
Tijdens de regeneratie van de afzetting is het niet mogelijk om ruw water aan te nemen. Het apparaat sluit de watertoevoer af tijdens de regeneratie
4.2.1. Gebruik
Het apparaat moet worden geïnstalleerd en gereedgemaakt voor gebruik door een gekwalificeerd persoon. Er zijn geen extra stappen nodig zolang de stroomvoorziening te allen tijde in stand blijft en er voldoende zout in de pekeltank aanwezig is. Voor de installatie zijn drie watertoevoerpoorten (inlaat, uitlaat, afvoer) en de stroomvoorziening vereist.
4.2.2. Eerste keer starten
LET OP: Regeneratie van afzettingen is vereist vóór het eerste gebruik.
1) Zet de controller in de terugspoelmodus en open vervolgens langzaam de waterinlaatklep tot ongeveer ¼. Er stroomt water in de harstank (als de klep te snel of te ver wordt geopend, kan de hars worden gespoeld). Wanneer alle lucht uit de tank is verwijderd (het water begint gelijkmatig uit de afvoer te stromen), open dan de hoofdtoevoerklep volledig.
2) Laat het water weglopen totdat er helder water uitkomt.
3) Sluit de watertoevoer af en laat het apparaat ongeveer vijf minuten staan om de lucht in de tank te verwijderen.
4) Start de regeneratiecyclus handmatig nadat u de harstank hebt gevuld om water in de pekeltank te gieten.
5) Vul de pekeltank met zout. Het zoutniveau moet hoger zijn dan het waterniveau.
4.2.3. Bypasssysteem
Het is aan te raden om een bypasssysteem te installeren om de watertoevoer te garanderen in speciale gevallen, zoals bij een storing van de ontharder, onderhoud, enz.
De bypassklep wordt gebruikt wanneer het apparaat reparatie of onderhoud nodig heeft. Het zorgt voor een watertoevoer tijdens deze bewerkingen.
Bypass-positie Positie voor toevoer van onthard water


A- Flowmeterpoort
B- Bypass-zuigerstang
C- Inlaat- en uitlaatmarkeringen
D- Regelknop voor waterhardheid Positie voor toevoer van onthard water
E- Bypass-zuigerstang
F- Moer van inlaatklep
2) Installatie-instructies bypassklep
Model UNI_WATERSOFTENER_1500, UNI_WATERSOFTENER_750, UNI_WATERSOFTENER_500
| Stappen | Afbeeldingen |
| 1. Verwijder de twee schroeven, twee ringen, twee klemmen en de inlaat- en uitlaataansluitingen uit de accessoirecontainer. | ![]() |
| 2. Plaats de bypassklep in de klepaansluiting. | ![]() |
| 3. Plaats de ring om de bypassklep en de connector te verbinden. | ![]() |
| 4. Draai de schroeven vast door de ringen rechts en links vast te zetten. | ![]() |
| 5. Plaats de inlaat- en uitlaatconnectoren in de bypassklep. | ![]() |
| 6. Plaats de klemmen in de bypassklep en zet ze vast met de inlaat- en uitlaatconnectoren. | ![]() |
| 7. Plaats de flowmeter in de flowmeterzitting. | ![]() |
Model UNI_WATERSOFTENER_3500
| Stappen | Illustraties |
| 1. Verwijder met een schroevendraaier de twee schroeven aan de achterkant van de kap van het apparaat. | ![]() |
| 2. Til de kap op (pas op dat u de displaykabel niet beschadigt). | ![]() |
| 3. Neem alle items die op de afbeelding worden weergegeven uit de accessoiredoos. | ![]() |
| 4. Plaats de turbine, turbinepositioneerder en klepconnector in de juiste volgorde. | ![]() |
| 5. Plaats de gemonteerde bypassklep in de klepconnector. | ![]() |
| 6. Plaats de ring om de bypassklep en connector te verbinden. | ![]() |
| 7. Gebruik een schroevendraaier om de rechter- en linkerringen vast te draaien. | ![]() |
| 8. Plaats de inlaat- en uitlaatconnectoren in de bypassklep. | ![]() |
| 9. Plaats de klemmen van de bypassklep en zet ze vast met de inlaat- en uitlaatconnectoren. | ![]() |
| 10. Plaats de flowmeter in de flowmeterzitting. | ![]() |
4.2.4. Pekelstroomregelaar (BLFC)

A- Snelkoppeling
B- Element 1
C- Element 2
D- Element 3
E- Pekelpoort
LET OP: Het uiteinde van Element 3 moet eerst in de pekelpoort worden geplaatst.
4.2.5. Installatie van de waterleiding met een 3/4" of 1" messing moer en rubberen pakking
OPMERKING: Draai de messing fitting NIET te strak aan. Dit kan de schroefdraad beschadigen of het materiaal scheuren.
1) Aanbevolen aanhaalmoment (met rubberen pakking)
• Typisch bereik: 20–35 Nm
• Veiliger/lage spanningsbereik: 20–25 Nm
• Max: niet meer dan 40 Nm
2) Installatiestappen
a) Draai de moer handvast aan tot de pakking volledig vastzit. Gebruik bij installatie van buizen met schroefdraad teflontape om waterlekkage te voorkomen.

b) Gebruik een momentsleutel en draai de moer geleidelijk aan in 2-3 stappen (bijv. 50% → 80% → 100% van het beoogde koppel).
c) Voer een druk-/lektest uit bij de werkdruk (of iets daarboven).
- Als er een klein lek is, verhoog dan het koppel in kleine stapjes (≈ 5 Nm per keer), maar overschrijd de veilige limiet niet.
d) Vermijd het in één keer helemaal doordraaien - dit kan de pakking verpletteren of vervormen.
e) Na installatie is het raadzaam om de verbinding na de eerste drukcyclus te controleren om er zeker van te zijn dat deze niet los is geraakt of is gaan lekken.
4.2.6. Besturingspaneel

A- Display
B- Knop "SELECT" (selecteren)
C- Knop "ESC" (afsluiten)
D- Knop "OMHOOG" (omhoog)
E- Knop "OMLAAG" (omlaag)
1) Display
a) In de servicemodus wisselt het display elke 3 seconden door de volgende afbeeldingen:
- Systeemrendement voor de regeneratie van afzettingen, bijvoorbeeld 2,00 m 3 .

• Tijdelijke waterstroomsnelheid, bijvoorbeeld 1,00 m 3 /u.

• Starttijd voor regeneratie, bijvoorbeeld 02:00

OPMERKING: De huidige tijd wordt weergegeven in de rechterbovenhoek, bijvoorbeeld 10:30:00
b) Wanneer het apparaat in andere modi werkt, worden de volgende berichten weergegeven:
| Bedrijfsstatus | Weergavebericht | Beschrijving |
| Terugspoelen | Informatie over de resterende spoeltijd wordt weergegeven, bijvoorbeeld 2 min. | |
| Pekelen en langzaam spoelen | Informatie over de resterende tijd tot het einde van het proces wordt weergegeven, bijvoorbeeld 30 min. | |
| Pekel bijvullen | Informatie over de resterende tijd tot het einde van het proces wordt weergegeven, bijvoorbeeld 5 min. | |
| Snel spoelen | Informatie over de resterende tijd tot het einde van het proces wordt weergegeven, bijvoorbeeld 3 min. | |
| Motor werkt | Informatie over het schakelen tussen bedieningsprocessen. | |
| Toetsen geblokkeerd | ![]() | Druk op de knop "OMHOOG", vervolgens op de knop "OMLAAG" en houd ze beide ongeveer 5 seconden ingedrukt om de toetsen te ontgrendelen. |
| Controllerfout | System Maintenance!** Error 1 ** | Wanneer dit bericht verschijnt, neem dan contact op met de serviceafdeling van de fabrikant. |
2) "SELECT"-knop
a) Druk op de knop "SELECT" om het menu te openen. Gebruik de knoppen "OMHOOG" en "OMLAAG" om de positie in de lijst te wijzigen.
b) Nadat u het menu hebt geopend en de parameter hebt gekozen, drukt u nogmaals op de knop "SELECT" om de in te stellen parameter te kiezen. De parameter begint te knipperen.
c) Nadat u de parameter hebt ingesteld, drukt u op de knop "SELECT" en het apparaat geeft een geluidssignaal af ter bevestiging van de acceptatie van de ingevoerde gegevens. Het display keert terug naar de beginstatus.
3) "ESC"-knop
a) Druk op de knop "ESC" wanneer de menumodus inactief is om de huidige bedrijfsstatus te stoppen en onmiddellijk naar de volgende te gaan. Met deze knop kunt u het systeem handmatig bedienen.
b) Door op de "ESC"-knop te drukken terwijl de menumodus actief is, gaat u terug naar het instellingenmenu.
c) Door op de "ESC"-knop te drukken terwijl u de instellingen opent, gaat u terug naar het instellingenmenu (de ingestelde parameter wordt niet opgeslagen).
4) Knoppen "OMHOOG" en "OMLAAG
a) Met deze knop kunt u de positie in de lijst wijzigen en parameters wijzigen.
b) Door de knoppen 5 seconden tegelijkertijd in te drukken, worden de toetsen ontgrendeld.
5) Overige informatie
a) De tijd wordt weergegeven in de 24-uursmodus.
b) Eenheid voor stroomintensiteit: m3
c) Wanneer het display toont, betekent dit dat de toetsen zijn vergrendeld.
d) Door de knop "OMHOOG" of "OMLAAG" ingedrukt te houden, wordt de parameter continu gewijzigd (verhogen of verlagen) totdat de knop wordt losgelaten.
4.2.7. Controllerinstellingen
1) Gebruikersinstellingen
Nadat u de toetsen hebt ontgrendeld, drukt u op de knop "Selecteren" om het menu te openen.
| Set 12/24 Hour Clock |
| Set Clock |
| Set gal/m³/L |
| Set Regen Time |
| Set Resin Vol. |
| Set Water Hardness |
| Set Regen Ratio |
| Set Backwash |
| Set Brine |
| Set Refill |
| Set Fast Rinse |
| Set Regen Day |
| Water Used Today |
| Average Water Used |
a) De instelling van het klokformaat (12/24-uurs klok instellen)

b) Klokinstelling (Klok instellen)

c) De instelling van de volume-eenheid (gal/m³/L instellen)

d) De tijd instellen waarop de regeneratie start (Regeneratietijd instellen)

e) Het harsvolume instellen (Harsvolume instellen)

LET OP: De waarde 008 wordt als voorbeeld gegeven. Wijzig de parameter niet, omdat dit een onjuiste werking van het apparaat kan veroorzaken.
f) Instellen van de waterhardheid (Set Water Hardness)
Set Water Hardness 5.0 mmol/L
g) Instellen van de waardefactor van het regeneratiebereik van de pekelhars (Set Regen Ratio)
Set Regen Ratio 0.65
h) Instellen van de terugspoeling (Set Backwash)
Set Backwash 02:00 (Min:Sec)
i) Instellen van de pekeltijd (Set Brine)
Set Brine 30:00 (Min:Sec)
j) Instellen van het bijvullen van de pekel (Set Refill)
Set Refill 05:00 (Min:Sec)
k) Instellen van de snelle spoeling (Set Fast Rinse)
Set Fast Rinse 03:00 (Min:Sec)
I) Instellen van de regeneratietijd (Set Regen Day)
Tijdelijk - na het gewenste aantal dagen. Het is aan te raden de standaardinstelling, d.w.z. 30 dagen, te behouden.
Set Regen Day 30 Days
m) Waterverbruikteller voor elke dag (Water Used Today)
Water Used Today 1.00 m 3
n) Gemiddeld waterverbruikteller. (Average Water Used)
Average Water Used 5.00 m3
2) Menu Systeeminstellingen
Nadat u het apparaat hebt ingeschakeld en het kleptype wordt weergegeven (bijv. ASD2), drukt u op de knoppen "ESC" en "DOWN" om het menu Systeeminstellingen weer te geven.
Set Language
Set Mode
Set Valve Type
Set Work Mode
LET OP: De waarde van deze parameters is door de fabrikant ingesteld. Wijzig de fabrieksinstellingen niet, aangezien dit de werking van het apparaat kan beïnvloeden.
a) De menutaalinstelling (Set Language)
Set Language
©English
○中文
○Spanish
b) De modus instellen: Zuiveraar/Ontharder (Set Mode)
Set Mode
○Purifier
© Softener
c) Het kleptype instellen (Set Valve Type)
Set Valve Type
©ASD2
○ASD4
○ASD10 ↓
LET OP: Wijzig de parameter niet; anders werkt de klep niet goed.
d) De bedrijfsmodusinstelling (Set Work Mode)
Set Work Mode
○A-01
○A-02
©A-03
○A-04
○A-05
○A-06
| Bedrijfsmodus | Type | Beschrijving |
| A-01 | Vertraagde opstart van de flowmeter | Als de beschikbare hoeveelheid verwerkt water tot nul daalt, start de regeneratie volgens de gebruikersinstellingen (zie vorig punt). |
| A-02 | Onmiddellijke opstart van de flowmeter | Als de beschikbare hoeveelheid verwerkt water tot nul daalt, start de regeneratie onmiddellijk. |
| A-03 | Vertraagde opstart van intelligente flowmeter | Het systeem berekent de capaciteit op basis van de hoeveelheid hars, de hardheid van het ruwe water en de regeneratiesnelheid. Als de beschikbare hoeveelheid verwerkt water tot nul daalt, start de regeneratie volgens de door de gebruiker ingestelde tijd. |
| A-04 | Onmiddellijke opstart van intelligente flowmeter | Het systeem berekent de capaciteit op basis van de hoeveelheid hars, de hardheid van het ruwe water en de regeneratiesnelheid. Als de beschikbare hoeveelheid verwerkt water tot nul daalt, start de regeneratie onmiddellijk. |
| A-05 | Vertraagde start van de flowmeter: één dag vertraging | Het systeem start de regeneratie nadat het door de gebruiker ingestelde aantal dagen in het menu-item "Regendag instellen" is verstreken. |
| A-06 | De flowmeter start direct na een bepaalde tijd. | Het systeem begint met regenereren nadat de tijd die is ingesteld in het menu-item "Set Regen Time" is verstreken. |
e) Instelling uitgangssignaal (Set Output Signal)
LET OP: De waarde van deze parameters is door de fabrikant ingesteld. Wijzig de fabrieksinstellingen niet, aangezien dit de werking van het apparaat kan beïnvloeden.
4.2.8. Het regeneratieproces handmatig starten
Druk in de servicemodus op de "ESC"-knop; u hoort het geluid van de werkende motor. Op het display verschijnt:
Motor Running ...
Na enkele seconden verschijnt:

Als het nodig is om de procedure te voltooien, drukt u op de "ESC"-knop. Het apparaat gaat onmiddellijk naar de volgende bedrijfsmodus. Als de ESC-knop niet wordt ingedrukt, doorloopt het systeem het regeneratieproces.
De resterende stappen van het regeneratieproces zijn te zien in de volgende lijst:



Nadat het regeneratieproces is voltooid, keert de ontharder terug naar de normale bedrijfsmodus (de servicemodus).
4.3. Reiniging en onderhoud
4.3.1. Algemene instructies
a) Haal de stekker uit het stopcontact en laat het apparaat volledig afkoelen voor elke reiniging, afstelling of vervanging van accessoires, of als het apparaat niet wordt gebruikt.
b) Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt of opbergt.
c) Gebruik alleen milde, voedselveilige schoonmaakmiddelen om het apparaat te wassen.
d) Na het reinigen van het apparaat moeten alle onderdelen volledig worden gedroogd alvorens het opnieuw te gebruiken.
e) Bewaar het toestel op een droge, koele plaats, vrij van vocht en directe blootstelling aan zonlicht.
f) Spuit het apparaat niet af met een waterstraal en dompel het niet onder in water.
g) Het apparaat moet regelmatig worden geïnspecteerd om de technische doeltreffendheid ervan te controleren en eventuele schade op te sporen.
h) Gebruik een zachte doek voor het schoonmaken.
4.3.2. Afvalverwerking van gebruikte apparaten
Gooi dit apparaat niet in gemeentelijke afvalsystemen. Lever het in bij een recycling- en verzamelpunt voor elektrische apparaten. Controleer het symbool op het product, de gebruiksaanwijzing en de verpakking. De kunststoffen die voor de bouw van het apparaat zijn
gebruikt, kunnen overeenkomstig hun markering worden gerecycleerd. Door te kiezen voor recycling levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu.
Neem contact op met plaatselijke autoriteiten voor informatie over plaatselijke recycling.























