PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Benzine cultivator

PBGK 1400 C3 - Benzine cultivator PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PBGK 1400 C3 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 264 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice PARKSIDE PBGK 1400 C3 - page 55
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over PBGK 1400 C3 PARKSIDE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Benzine cultivator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBGK 1400 C3 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBGK 1400 C3 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PBGK 1400 C3 PARKSIDE

Bedienings- en veiligheidsinstructies

Vertaling van de originele handleiding

PL

BENZYNOWY KULTYWATOR OGRODOWY

Vouw vóór het lezen de pagina met de afbeeldingen open en maak u vertrouwd met alle functies van het apparaat.

CZ

NL / BE Bedienings- en veiligheidsinstructies Pagina 48

CZPokyny pro obsluhu a bezpečnostní pokynyStrana64
PLWskazówki dotyczące obsługi i bezpieczeństwaStrona79
SKPokyny pre obsluhu a bezpečnostné pokynyStrana95
ESInstrucciones de utilización y de seguridadPágina110
DKDrifts- og sikkerhedsinstruktionerSide126
IT / MT / CHIndicazioni per l'uso e per la sicurezzaPagina141
HUKezelési és biztonsági útmutatóOldal157
SINavodila za upravljanje in varnostna opozorilaStran173
HRUpute za posluživanje i za Vašu sigurnostStranica188
ROInstrucțiuni de utilizare și de siguranțăPagina203
BGИнструкции за обслужване и безопасностСтраница220
GR / CYОбŋyleșc χειρισμού кαι ασφαλείαςΣελίδα238

1
PARKSIDE PBGK 1400 C3 - BENZYNOWY KULTYWATOR OGRODOWY - 1

text_image 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 29 30 31 32

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - BENZYNOWY KULTYWATOR OGRODOWY - 2

text_image 28 27 26 25 24 23 19 20 21 22

2
PARKSIDE PBGK 1400 C3 - BENZYNOWY KULTYWATOR OGRODOWY - 3

text_image M8x30 ×4 A ×1 B ×2 C M6x16 ×4 D M8x25 ×4 E

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - BENZYNOWY KULTYWATOR OGRODOWY - 4

text_image 10 28 9 27 19b 29

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - BENZYNOWY KULTYWATOR OGRODOWY - 5

  1. Verklaring van de symbolen op het apparaat....49
  2. Inleiding....51
  3. Apparaatbeschrijving (afb. 1-17)....51
  4. Inhoud van de levering (afb. 1 + 2)....51
  5. Beoogd gebruik ....52
  6. Veiligheidsvoorschriften 52
  7. Technische gegevens....55
  8. Uitpakken....55
  9. Montage....55
  10. Voor de ingebruikname....56
  11. Bediening....57
  12. Grondbewerking....58
  13. Transport....58
  14. Reiniging en onderhoud 59
  15. Opslag....60
  16. Afvalverwerking en hergebruik....61
  17. Verhelpen van storingen....62
  18. Garantiebewijs....63
  19. Explositietekening....255
  20. Conformiteitsverklaring 256

1. Verklaring van de symbolen op het apparaat

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 1

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 2

Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften!

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 3

Draag een veiligheidsbril!

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 4

Draag gehoorbescherming!

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 5

Werkhandschoenen dragen!

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 6

Stevig schoeisel dragen!

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 7

Roken of open vuur verboden.

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 8

Let op! Draaiende oppervlakken niet aanraken. Er bestaat gevaar voor ernstig letsel!

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 9

Waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften in acht nemen!

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 10

Het is verboden om veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigen.

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 11

Let op hete oppervlakken - gevaar op brandwonden

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 12Houd onbevoegde personen uit de buurt van het apparaat.
PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 13Gegarandeerd geluidsvermogensniveau in dB
PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 14Druk 3x op brandstofpomp "Primer"
PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 15Oliepeil controleren, evt. motorolie bijvullen.
PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 16Gashendel START (haas) en STOP (schildpad)
PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 17Koppelingshendel: Mes draait / STOP (mes staat stil)
PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 18brandstoftank
Gevaar!Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.
WAARSCHU-WING!Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.
VOORZICHTIG!Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
AANWIJZINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, materièle schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.

2. Inleiding

FABRIKANT:

Scheppach GmbH

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.

AANWIJZING:

De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:

  • ondeskundige behandeling,
  • veronachtzaming van de instructies voor de bediening,
  • reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
  • inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderde- len
  • Dat niet conform de voorschriften is.

Let op:

Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door.

De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.

De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.

Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.

Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.

Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden.

Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.

Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

3. Apparaatbeschrijving (afb. 1-17)

  1. Startmotor met trekkabel
  2. Stuur rechts
  3. gashendel
  4. greep
  5. koppelingshendel
  6. Blokkering koppelingshendel
  7. Instellingsinrichting koppeling
  8. Stuur links
  9. Kabelclips
  10. Stuurbrug
  11. Stuurmontage
  12. Brandstoftankdop
  13. brandstoftank
  14. Primer
  15. Beschermplaatverbreding links
  16. Mes
  17. Mesuitbreiding links
  18. Mesbescherming
  19. Bougiestekker
    19a. Bougie
    19b. Bougiesleutel
  20. uitlaat
  21. Veerwielvergrendeling
  22. Wiel
  23. Mesuitbreiding rechts
  24. Beschermplaatverbreding rechts
  25. Lieaftapplug
  26. Olievuldop met oliepeilstok
  27. Splitpen diepteaanslag
  28. Diepteaanslag
  29. Veiligheidsbeschermbeugel
  30. Brandstofaftapschroef
  31. Carburateur
  32. luchtfilterdeksel
  33. Schuimfilter

4. Inhoud van de levering (afb. 1 + 2)

• Benzine tuincultivator (1x)
• Zak met montagemateriaal
- Moer, volgring, veerring, schroef (4x) (A)
- Borgbout en volgring (1x) (B)
- Splitpen en borgbout (2x) (C)
- Moeren en schroeven (4x) (D)
- Kabelclips (9) (2x)
- Splitpen diepteaanslag (27) (1x)
- Stuurbrug (10)
• Diepteaanslag (28) (1x)
- Beschermplaatverbreding links (15) (1x)
- Beschermplaatverbreding rechts (24) (1x)
• Mesuitbreiding links (17) (1x)
• Mesuitbreiding rechts (23) (1x)
• Mesbescherming (18) (2x)
• Veiligheidsbeugel (29) met montagemateriaal (E) (4x)
• Bougiesleutel (19b) 1x)
- Gebruikshandleiding

5. Beoogd gebruik

Het apparaat is ontworpen voor het versnipperen en verkleinen van grove grond en voor het verwerken van meststoffen, turf en compost in huishoudelijke toepassingen.

De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.

Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.

Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd.

Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.

Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisicofactoren niet volledig worden vermeden.

Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.

6. Veiligheidsvoorschriften

Algemene veiligheidsvoorschriften

⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit apparaat zijn meegele-

verd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.

Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.

Algemene veiligheidsvoorschriften

Leer uw machine kennen.

De gebruikshandleiding en de aanduidingen op de machine moeten zijn gelezen en worden begrepen. Ervaar hoe en voor welke doeleinden de machine kan worden gebruikt. Zorg dat u bekend bent met de potentiële gevaren van de machine.

Leer hoe de machine wordt bestuurd en conform de voorschriften moet worden bediend. Leer hoe de machine en de besturingen snel kunnen worden gestopt resp. worden uitgeschakeld.

Alle instructies en veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke gebruikshandleiding die bij de machine wordt geleverd, moeten worden gelezen en begrepen. Probeer de machine niet te bedienen als u niet precies weet hoe u de motor moet bedienen en onderhouden en hoe u letsel en/of materiële schade kunt voorkomen.

Veiligheid op de werkplek

  1. De motor nooit in gesloten ruimtes starten of laten draai- en. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en bevatten koolmo- noxide, een geurloos en giftig gas. Deze eenheid uitsluitend in een goed geventileerde buitenruimte gebruiken.
  2. Gebruik de machine nooit als er onvoldoende zicht resp. voldoende licht is.
  3. De machine nooit gebruiken op steile hellingen.
  4. Werk altijd horizontaal naar de grond, nooit van boven naar beneden.

Veiligheid van personen

  1. Gebruik de machine nooit onder invloed van drugs, alcohol of andere medicijnen die uw vermogen om het apparaat correct te gebruiken kunnen beïnvloeden.
  2. Draag geschikte kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kleding, een korte broek of sieraden van welke aard dan ook. Draag schouderlang haar in een staart of knot. Houd haar, kleding en handschoenen altijd uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.
  3. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.
  4. Beschermingsmiddelen, zoals stofmaskers, veiligheids-helm of gehoorbescherming, die onder relevante om-standigheden worden gebruikt, zorgt voor een vermin-dering van lichamelijk letsel.
  5. Controleer de machine voor het starten. Afschermingen mogen niet worden verwijderd en moeten worden onderhouden. Controleer onder meer of alle moeren, schroeven ä. goed zijn aangehaald.
  6. Bedien de machine in geen geval als deze moet worden gerepareerd of als het mechanisme beschadigd is.
  7. Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-functionerende onderdelen voor gebruik van de machine. Controleer op lekkage. Zorg dat er veilige werkomstandigheden voor de machine zijn.
  8. Manipuleer in geen enkele geval de veiligheidsvoorzieningen. Controleer regelmatig de werking.
  9. De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld. Machines die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.
  10. Controleer voor het starten regelmatig of de sleutel, resp. moersleutel uit de machine zijn verwijderd. Als een moersleutel of sleutel op een draaiend onderdeel achterblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan.
  11. Blijf alert en gebruik uw gezond verstand bij het bedienen van de machine.

  12. Werk niet te ver voorovergebogen. Gebruik de machine niet op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoeisel. Draag veiligheidsschoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren.

  13. Neem altijd een stabiele positie in en let op uw evenwicht. Hierdoor kan de machine in onverwachte situaties beter worden gecontroleerd.
  14. Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de motor voor het transport van de machine of bij onderhoudsresp. instandhoudingswerkzaamheden aan de unit of deze is uitgeschakeld.
  15. Het transport van de machine of onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de machine bij een draaiende motor kan tot ongevallen leiden.

Veiligheid in de omgang met bedrijfsmiddelen

  1. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen kunnen bij ontsteking exploderen. Neem bij het gebruik van brandstof passende maatregelen om het risico op ernstig li-chamelijk letsel te verminderen.
  2. Bewaar de tank bij het vullen of aftappen in een schone, goed geventileerde buitenruimte en gebruik een goedgekeurde brandstoftank. Niet roken. Vermijd ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het bereik bij het bijvullen van brandstof of het gebruik van de eenheid. De tank in geen geval in een gebouw vullen.
  3. Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals gereedschappen, uit de buurt van onbeschermde, onder spanning staande elektrische onderdelen en aansluitingen om vonkvorming of vonkoverslag te voorkomen. Ze kunnen rookgassen of dampen doen ontbranden.
  4. Schakel de motor altijd uit en laat deze afkoelen voordat u de tank vult. Verwijder in geen geval de tankdop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of warm is. De machine mag niet worden bediend als de brandstofinstallatie lekt.
  5. Open voorzichtig de tankdop om eventuele druk in de tank af te tappen.
  6. Vul de tank niet te vol (tot ca. 1,5 cm onder de vulopening van de ruimte bij brandstofuitzetting door de motorwarmte).
  7. De tankdop en de tank weer goed terugplaatsen en verwijder de gemorste brandstof. De eenheid mag in geen geval worden bediend als de tankdop niet is aangebracht.
  8. Vermijd ontstekingsbronnen in geval van gemorste brandstof. Probeer de motor niet te starten als er brandstof is gemorst. Verwijder in plaats daarvan de machine uit het betreffende bereik en voorkom ontstekingsbronnen totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
  9. Brandstof moet in de juiste containers worden bewaard die geschikt zijn voor dit doeleinde.
  10. Bewaar brandstof op een koele, goed geventileerde plaats, uit de buurt van ontstekingsvonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen.
  11. Bewaar de brandstof of de machine nooit met een met brandstof gevulde tank in een gebouw waar rookgassen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. De motor voor het bewaren nooit laten afkoelen in een behuizing.

Aanwijzingen voor gebruik en onderhoud van de machine

  1. De machine niet optillen of dragen bij een draaiende motor.
  2. De machine nooit bedienen met geweld.
  3. Gebruik de juiste machine voor de gewenste toepassing. De juiste machine zal de taak op een betere en veilige manier uitvoeren.
  4. Verander de instellingen van de motortoerenregelaar niet en laat de motor niet met een te hoog toerental draaien. De toerenregelaar regelt het maximale bedrijfstoerental dat veilig is voor de motor.
  5. Laat de motor niet snel lopen als de grond niet wordt bewerkt.
  6. Geleid de machine alleen in looppas.
  7. Wees met name voorzichtig als de machine moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt.
  8. Plaats handen of voeten niet nabij de draaiende delen.
  9. Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Ze worden ook korte tijd heet als de eenheid is uitgeschakeld. De motor voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden of instellingen laten afkoelen.
  10. Als de machine ongewone geluiden maakt of ongewoon trilt, moet de motor direct worden uitgeschakeld, de bougiekabel worden losgekoppeld en de oorzaak worden gezocht. Ongewone geluiden of trillingen zijn doorgaans een waarschuwingsteken.
  11. Uitsluitend de door de fabrikant toegestane aansluitingen en toegestane accessoires gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden.
  12. Om eventueel onbalans te vermijden moeten versleten of beschadigde gereedschappen en bouten altijd per set worden vervangen.
  13. De machine onderhouden. Controleer of onderdelen in beweging verkeerd zijn uitgelijnd of zijn geblokkeerd. Controleer onderdelen op breuk resp. controleer of er sprake is van een andere toestand, die het gebruik van de machine zou kunnen beïnvloeden. De machine bij schade voor gebruik laten repareren. Een groot aantal ongevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende onderhouden apparatuur.
  14. Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opgehoopt koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen.
  15. Zorg dat snijgereedschap scherp en schoon blijft. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is eenvoudiger te bedienen.
  16. De eenheid in geen geval natspuiten met of onderdompelen in water of andere vloeistof. Houd het stuur droog, schoon en vrij van afzettingen. Na elk gebruik reinigen.
  17. Wettelijke bepalingen en voorschriften voor het correct afvoeren van brandstof, olie etc. ter bescherming van het milieu in acht nemen.
  18. Houd de machine buiten het bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met de machine of deze aanwijzingen de machine niet bedienen. De machine is gevaarlijk in de handen van niet-geïnstrueerde gebruikers.

  19. Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftank en tankdeksel (regelmatig) worden vervangen. Neem hiervoor contact op met een gespecialiseerde werkplaats.

  20. Laat beschadigde dempers door een gespecialiseerde werkplaats vervangen.

Aanwijzingen voor de instandhouding

Schakel de motor uit voordat u de machine reinigt, repareert, inspecteert of afstelt en zorg ervoor dat alle onderdelen stilstaan. Maak de bougiekabel los en plaats de kabel uit de buurt van de bougie om onbedoeld starten te voorkomen.

Laat de machine onderhouden door gekwalificeerd personeel met uitsluitend het gebruik van originele reserveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van de machine behouden blijft.

Speciale veiligheidsvoorschriften voor benzine tuincultivatoren

  1. Controleer de te bewerken grond zorgvuldig en verwijder afzettingen en harde of scherpe voorwerpen zoals stenen, stokken, glas, draad, botten etc.
  2. Gebruik de benzine tuincultivator niet op grond met grote stenen en vreemde voorwerpen die de machine kunnen beschadigen.
  3. Werk niet over ondergrondse elektriciteitskabels, telefoonlijnen, water- en gasleidingen, leidingen of slangen. Neem in geval van twijfel contact op met het plaatselijke nutsbedrijf of de telefoonmaatschappij om ondergrondse servicelijnen te vinden.
  4. Toeschouwers, kinderen en dieren moeten op een mini- mumafstand van 23 m blijven. Stop de eenheid onmid- dellijk wanneer een persoon nadert.
  5. Pas uw werkwijze aan de plaatselijke omstandigheden en het vermogen van het apparaat aan.
  6. Deze eenheid is voorzien van een koppeling. Druk de koppelingshendel in en controleer of deze automatisch terugkeert in de uitgangspositie. Als dit niet het geval is, moet de eenheid door gekwalificeerd personeel opnieuw worden ingesteld.
  7. Loskoppelen, voordat de motor wordt gestart.
  8. De motor voorzichtig volgens de gegevens starten. Hierbij de voeten op een passende afstand van de grondfrees plaatsen.
  9. De grondfrees beweegt zich niet, als de koppeling is losgekoppeld. Als dit niet het geval is, moet de eenheid door gekwalificeerd personeel opnieuw worden ingesteld.
  10. De machine altijd van achteren bedienen. In geen geval voorbij de machine gaan of staan, als de motor draait.
  11. De eenheid tijdens het bedrijf altijd met beide handen vasthouden. Het stuur goed vasthouden.
  12. Houd er rekening mee dat de machine onverwacht omhoog of vooruit kan springen als de grondfrees op ondergrondse obstakels zoals grote stenen, wortels of boomstronken terechtkomt.
  13. Als de eenheid in aanraking komt met een vreemd voorwerp, moet u de motor stoppen, de bougie loskoppelen, de machine controleren op mogelijke schade en de schade repareren voordat u de machine opnieuw start en in bedrijf stelt.

  14. Wees uiterst voorzichtig wanneer u achterwaarts werkt of de machine naar u toe trekt.

  15. Overbelast de capaciteit van de machine niet door in één keer te laag of te snel te werken.
  16. Gebruik de benzine tuincultivator in geen geval met te hoge transportsnelheden op harde of gladde oppervlakken.
  17. Wees voorzichtig bij het werken op harde grond. De grondfrees kan vast komen te zitten in de grond en de benzine tuincultivator voorwaarts drijven. Als dit het geval is, het stuur loslaten en de machine niet vasthouden.
  18. Bij werkzaamheden in de buurt van hekken, gebouwen en ondergrondse serviceleidingen dient u voorzichtig te werk te gaan. De draaiende grondfrees kan materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaken.
  19. Wees uiterst voorzichtig bij werkzaamheden boven of op grindopritten, -wegen of -straten. Let op niet-zichtbare gevaren en het verkeer. Vervoer geen personen.
  20. De werkpositie in geen geval verlaten als de motor draait.
  21. De motor altijd stoppen als de bewerking wordt vertraagd of wanneer u zich van het ene bewerkingspunt naar een volgende verplaatst.
  22. De eenheid schoonhouden van planten en andere materialen. Deze kunnen verstrikt raken in de grondfrees. Stop de motor en koppel de bougie los voordat de grondfrees wordt gereinigd.

Reparaties

Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires en reserveonderdelen. Mocht het apparaat ondanks onze kwaliteitscontroles en uw zorg een keer uitvallen, laat reparaties dan alleen door een gespecialiseerde werkplaats uitvoeren.

Restrisico's

Ook bij een juiste wijze van gebruik van het apparaat blijven er altijd bepaalde restrisico's bestaan, die niet kunnen worden uitgesloten. Uit het soort en de constructie van het apparaat kunnen de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:

  • Wegslingeren van onderdelen van het maaisel
  • Beschadiging van het gehoor, als de voorgeschreven gehoorbescherming niet wordt gedragen
  • Inademen van uitlaatgassen

⚠ Waarschuwing! Dit product genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of do-delijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het product wordt gebruikt.

Draag gehoorbescherming.

Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.

LET OP: De trilwaarde tijdens het gebruik kan, afhankelijk van de omstandigheden, afwijken van de aangegeven waarde.

De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de operator zijn gebaseerd op de geschatte blootstelling onder normale bedrijfsomstandigheden (rekening houdend met alle gebruikscycli, bijvoorbeeld wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld, stationair draait of in gebruik is).

Beperk de geluidsproductie en trillingen tot een minimum!

  • Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten.
  • Onderhoud en reinig de machine regelmatig.
  • Pas uw werkwijze aan het apparaat aan.
    • Zorg dat de machine niet overbelast raakt.
  • Laat de machine eventueel controleren.
  • Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is.
  • Draag handschoenen.

⚠ Waarschuwing!

Bij langdurige werkzaamheden kan door trillingen in de handen van de gebruiker storingen in de doorbloeding (witte vinger syndroom) ontstaan.

Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende apparaten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een ver minderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).

Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
  • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
  • Zorg voor zo min mogelijke trillingen van de machine door regelmatig onderhoud en stevig bevestigde delen op het apparaat.

8. Uitpakken

  • Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak- kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.

GEVAAR

Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

9. Montage

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor letsel en materiële schade!

Het gebruik van incorrecte reserveonderdelen en toebehoren kan tot verwondingen en beschadigingen leiden. Deze kunnen loskomen en worden weggeslingerd. Bovendien kunnen deze de prestaties van het product verminderen.

  • Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoires van de fabrikant. Originele onderdelen of originele accessoires zijn verkrijgbaar bij uw leverancier.
  • Bij het niet in acht nemen kunnen de prestaties van het product verminderen en kunnen onderdelen evt. loskomen.
  • Bij het niet in acht nemen vervalt de garantie van de fabrikant.

Aanwijzing:

Door het hoge productgewicht adviseren wij de montage uit te voeren met ten minste twee personen.

Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. Betreffende de montage

heeft u nodig:

  • Steeksleutel SW 8 mm (montage beschermplaatverbreding)
  • Steeksleutel SW 10 mm (montage stuur, beschermplaatverbreding, veiligheidsbeschermbeugel)

• Steeksleutel SW 13 mm (montage stuur)
• Steeksleutel SW 10 (montage stuur)
Het montagegereedschap is niet bij de levering inbegrepen.

9.1 Diepteaanslag monteren (afb. 3)

Om de stabiliteit van de machine te verhogen, monteert u de diepteaanslag (28).

  1. Breng de diepteaanslag (28) van onderaf in de uitsparing van het frame tot aan de onderste aanslag.
  2. Steek het rechte einde van de splitpen (27) zo ver in de opening tot de splitpen (27) vastklikt en niet meer kan worden uitgetrokken.

9.2 Stuur monteren (afb. 1 + 4)

  1. Schroef de stuurbrug (10) met een steeksleutel SW10 op de stuurhouder (11). Gebruik hiertoe de schroef M8x35 en de volgring (B).
  2. Schuif de beide sturen (2 en 8) door de stuurbrug (10). Let er hierbij op dat de beide kabels kruiselings en over de stuurstangen lopen.
  3. Houd de beide sturen (2 en 8) op de stuurhouder (11) en plaats de schroeven met twee veerringen en de volgringen (A). Let op de positie van de boorgaten. Borg de verbinding aansluitend met elk een borgtandmoer (A).
  4. Haal vervolgens de schroeven (A) aan beide zijden aan met behulp van twee steeksleutels SW 10 mm en SW 13 mm.
  5. Steek beide kabelclips (9) op de beide stuurstangen (2 en 8) om de kabel te bevestigen. En fixeer de kabelclips (9).

9.3 Mesbescherming (18) monteren (afb. 6)

De mesbescherming (18) is af fabriek op de mesuitbreiding (17 + 23) gemonteerd. Als de benzine tuincultivator niet wordt gebruikt met de mesuitbreidingen (17 + 23), moet u de voorgemonteerde mesbescherming (18) van de mesuitbreidingen (17 + 23) eerst demonteren.

1 Haal hiertoe de borgpen uit de pen van de mesbescherming (18) van de mesuitbreidingen (17 + 23).
2 Schuif nu de mesbescherming (18) op de voorgemon- teerde messenas en let op dat de boorgaten overeen- komen.
3. Steek de borgpen door de gaten van de messenas en borg deze tegen wegslippen.
4. Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggende zijde.

9.4 Mesuitbreidingen (17 + 23) monteren (afb. 5-6)

  1. Plaats de mesuitbreiding (17 + 23) dusdanig in het reeds gemonteerde mes (16) dat de rand van het mes naar de voorkant van de machine is gericht.
    Aanwijzing: De mesbescherming (18) is af fabriek reeds voorgemonteerd en moet niet door de mesuitbreiding (17 + 23) worden losgeschroefd.
  2. Schuif beide messen in elkaar. Let op dat de boorgaten overeenkomen.
  3. Steek de borgpen (C) door de gaten van de messen en borg deze tegen wegslippen.
  4. Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggende zijde.

⚠ WAARSCHUWING! Let bij de montage van de messen op de juiste draairichting. De messen zijn niet symmetrisch en kunnen daardoor niet worden verwisseld van rechts naar links. De messen moeten in de juiste draairichting worden gemonteerd.

9.5 Beschermplaatverbredingen (15 en 24) monteren (afb. 7)

  1. Plaats de beschermplaatverbredingen (15 en 24) van bovenaf op de reeds aanwezige beschermplaten, zoals getoond in afb. 7.
  2. Bevestig de beschermplaatverbredingen (15 en 24) met de schroeven en moeren (D). Gebruik hiertoe een steeksleutel SW 8 mm en een steeksleutel SW 10 mm.

9.6 Veiligheidsbeugel (29) monteren (afb. 8)

  1. Schroef eerst het montagemateriaal (E), dat wil zeggen de schroeven M8x25, de veerringen en de volgringen uit de motorhouder.
  2. Houd de veiligheidsbeschermbeugel (29) op de motorhouder.
  3. Plaats de schroeven M8x25, de veerringen en de volgringen. Let op de positie van de boorgaten.
  4. Haal vervolgens de schroeven M8x25 aan beide zijden aan met behulp van een steeksleutel SW 10 mm.

10. Voor de ingebruikname

⚠ LET OP!

Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem benzine-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

AANWIJZING!

Productbeschadiging

Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie-olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

- Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd.

AANWIJZING!

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

AANWIJZING!

Risico op materiële schade!

Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden.

- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.

Controle voor gebruik

  • Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
  • Controleer het motoroliepeil.
  • Controleer het brandstofpeil - de tank moet minstens halfvol zijn.
  • Controleer de toestand van het luchtfilter (zie hoofdstuk 14.2).
  • Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
  • Controleer of de bougiestekker (19) aan de bougie (19a) is bevestigd.
  • Let op tekenen van schade.
  • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.

10.1 Motorolie bijvullen (afb. 9)

⚠ Let op!

De benzine tuincultivator wordt zonder motorolie geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe multipurpose olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40).

Controleer regelmatig voor elk gebruik het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.

  1. Plaats de benzine tuincultivator op een effen, recht oppervlak.
  2. Schroef de olievuldop met oliepeilstok (26) weer los.
  3. Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter (niet bij de levering inbegrepen). Let op de max. vulhoeveelheid van 400 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  4. Veeg de olievuldop met oliepeilstok (26) met een schone, pluisvrije doek schoon.
  5. Voer de olievuldop met oliepeilstok (26) weer in en controleer het oliepeil zonder de peilstok weer vast te schroeven.
  6. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok staan.
  7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 400 ml).
  8. Schroef de olievuldop met oliepeilstok (26) aansluitend weer vast.

10.2 Benzine bijvullen (afb. 10)

⚠ GEVAAR!

Brand- en explosiegevaar!

Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
  • Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
  • Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
  • Draag veiligheidshandschoenen.
  • Vermijd huid- en oogcontact.

  • Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.

  • Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er benzine uitloopt.

⚠ Let op!

De benzine tuincultivator wordt zonder benzine geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd benzine bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine.

  1. Maak de omgeving van het vulgedeelte schoon. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
  2. Open voorzichtig de tankdop (12) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen.
  3. Vul de brandstoftank (13) met behulp van een trechter (niet bij de levering inbegrepen) met benzine. Let op de max. vulhoeveelheid van 800 ml. Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  4. Sluit de tankdop (12) weer. Controleer of het tankdeksel goed is afgesloten.
  5. Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
  6. Controleer de tank en de brandstofleidingen op lekkage.
  7. Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.

11. Bediening

11.1 Transportwiel (22) (afb. 11)

De veer vergrendelt de wielhouder op verschillende hoogtes en afstanden tot de grondfrees.

Klap het transportwiel (22) omhoog, als u wilt werken met de benzine tuincultivator.

Klap het transportwiel (22) omlaag als de benzine tuincultivator wordt getransporteerd. Tijdens het transport moet de machine naar achteren worden gekanteld, zodat de grondfrees niet in aanraking komt met de grond. U kunt de benzine tuincultivator naar de volgende locatie trekken of schuiven.

11.2 Diepteaanslag (28)

⚠ VOORZICHTIG! Zet de motor uit en wacht tot het mes volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de diepteaanslag (28) instelt!

Met de diepteanslag wordt de werkdiepte ingesteld. Deze ondersteunt de operator bij de richtings- en snelheidsregeling van de benzine tuincultivator.

Door het neerlaten van de diepte-instelling wordt de benzine tuincultivator afgeremd en wordt de werkdiepte verhoogd. Door het heffen van de diepte-instelling wordt de snelheid verhoogd en de werkdiepte gereduceerd. (Afb. 3)

11.3 Instelling van de werkdiepte (afb. 3):

  1. Verwijder de borgpen (27) van de diepteaanslag (28).
  2. Verschuif de diepte-instelling in de gewenste positie.
  3. Fixeer de diepte-instelling met de borgpen (27).

Voor zware grond (diepte 100 mm of meer) verwijdert u de diepteaanslag (28) en laat u de messen door lichte voorwaartse en achterwaartse bewegingen in de diepte van 100 mm werken. Trek de benzine tuincultivator langzaam terug en laat de grond naar voren over de messen glijden.

  1. Draai het transportwiel (22) omhoog totdat de vergrendeling in de hiervoor aangebrachte uitsparing vastklikt (of b. 11).
  2. Zet de gashendel (3) op START (haas) (afb. 13).
  3. Druk de brandstofpomp (primer) (14) (afb. 1) 3 keer in.
  4. Start de motor met behulp van de trekkabel (1) (afb. 1). Trek hiertoe eerst voorzichtig aan, totdat u enige weerstand voelt en vervolgens krachtig tot het einde. Herhaal deze werkwijze tot de motor aanspringt. Als de motor na tien pogingen nog niet is aangesprongen, dient u het hoofdstuk "VERHELPEN VAN STORINGEN" in deze gebruikshandleiding te raadplegen.
  5. Trek voor het gebruik van het mes de blokkering van de koppelingshendel (6) terug. En drukt u vervolgens de koppelingshendel (5) in om de rotatie van de messen in te schakelen. Houd de koppelingshendel (5) ingedrukt.
  6. Laat de koppeling los om de messen te stoppen (afb. 14).

LET OP: De machine mag niet te ver worden gekanteld! Er kan olie weglopen of in de carburateur, verbrandingskamer etc. terechtkomen en de machine beschadigen! Uitzonderingen hierop is de olieverversing of bij onderhoudswerkzaamheden! Moet de machine voor onderhouds-, reinigings- of reparatie-werkzaamheden worden gekanteld, moet deze altijd dusdanig worden gekanteld dat de bougie omhoog wijst!

11.5 Uitschakelen (afb. 13+14)

  1. Laat de koppelingshendel (5) los om de grondfrees te stoppen.
  2. Zet de gashendel op STOP (positie schildpad) om de motor te stoppen.

Laat de benzine tuincultivator na de laatste handeling nog een tot twee minuten stationair (positie haas) draaien zodat de motor iets afkoelt.

12. Grondbewerking

⚠ Let op! Geleid de machine alleen in looppas. Wees met name voorzichtig als de machine moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt.

12.1 Inzaaien van grond

Bij het inzaaien wordt de grond gebroken en opgegraven en klaargemaakt voor het zaaibed.

De optimale werkdiepte ligt tussen 100 mm en 150 mm. Een benzine tuincultivator verwijdert bovendien ongewenste planten uit de grond.

Het verhakselen van deze plantaardige bestanddelen verrijkt de grond.

Bij te droge grond dat stoffig is en daardoor geen water opneemt, kan niet worden ingezaaaid.

- Om deze reden moet gedurende enkele dagen voor het inzaaien worden beregend.

Te natte grond geeft bij het inzaaien ongewenste klonten.

- Om deze reden moet een of twee dagen worden gewacht na zware regenval zodat de grond iets kan opdrogen.

  • Een goed bewerkte en direct na het inzaaien gebruikt oppervlak bevordert de groei van platen omdat het vocht in de grond wordt gehouden.
  • De feitelijke werkdiepte wordt bepaald door de soort grond en de werkomstandigheden. Bij bepaalde grondsoorten is een bewerking voldoende om de gewenste diepte te verkrijgen. Bij andere grondsoorten wordt de gewenste diepte pas na twee of drie bewerkingen verkregen. In dit geval moet de diepte-instelling voor elke bewerking opnieuw worden verlaagd. De bewerkingen moeten telkens afwisselend in de lengte en in de breedte worden uitgevoerd.
  • Probeer de grond bij de eerste bewerking niet te diep te bewerken. Als de machine springt of ratelt, moet het apparaat iets sneller over de grond worden gereden.
  • Beweeg het stuur heen en weer wanneer de benzine tuincultivator stopt en zich ingraaft tot de machine zich weer naar voren beweegt.
  • Uitgegraven stenen moeten worden verwijderd.

⚠ WAARSCHUWING! Als u vreemde voorwerpen tegenkomt, moet de machine direct worden gestopt en moet de bougiestekker worden losgekoppeld en de benzine tuincultivator worden gecontroleerd op eventuele schade. Start de machine pas weer als u zeker weet dat alles onberispelijk functioneert.

12.2 Loswoelen van grond

VOORZICHTIG! Als de grond te hard is, moet deze voor de teelt worden losgemaakt om een beschadiging van het mes of andere componenten van de machine te voorkomen.

Bij de teelt wordt het onkruid losgemaakt of gegraven in gebieden met groeiende planten om het onkruid te verwijderen en de grond los te maken. De optimale werkdiepte is meer dan 50 mm.

13. Transport

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor letsel!

Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.

  • Schakel voor het laden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie.
  • Het product kan door zijn eigen gewicht ernstige verwondingen door beknelling veroorzaken.

  • Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen.

  • Maak de brandstoftank volledig leeg bij transport over lange afstanden.
  • Houd de benzine tuincultivator aan beide handgrepen vast en kantel deze naar achteren, tot de machine op het transportwiel (22) staat (zie ook het hoofdstuk 11.1). Duw of schuif de benzine tuincultivator langzaam (staptempo). Op gladde en vlakke ondergrond moet de machine worden geduwd, op onregelmatige ondergrond kan deze beter worden getrokken.
  • Borg de machine op het transportvoertuig tegen omrollen, wegglijden of omvallen.

- Zorg er voor dat de machine bij het transport niet tegen hindernissen stoot of deze op de machine kunnen vallen. Leg geen voorwerpen op de machine en leun niet op de machine.

14. Reiniging en onderhoud

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor verwondingen en brandwonden!

Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken. Bovendien kunnen er temperaturen van 80 °C worden bereikt.

  • Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamhe- den de motor uit.
  • Laat de motor afkoelen.
  • Trek de bougiestekker van de bougie.

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem benzine-/smeeroliedampen niet in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

AANWIJZING!

Risico op materiële schade!

Als water de behuizing binnendringt, kan motorschade het gevolg zijn. Bovendien kan de staal van een hogedrukreiniger delen van het product beschadigen.

  • Reinig het product met een doek, een handveger, etc.
  • Dompel het product niet in water of andere vloeistoffen en spuit deze niet af met de hogedrukreiniger.
Onderhoudsschema
Controle voor instand-houdingInterval
Losse schroeven Voor de ingebruikname
Controle op beschadiging Voor de ingebruikname
Brandstoftank op dichtheid controlerenVoor de ingebruikname
Machine reinigen Na de ingebruikname
Bougie reinigen Elke 10 bedrijfsuren
Luchtfilter reinigen Elke 10 bedrijfsuren
Oliepeil controleren Elke 50 bedrijfsuren

AANWIJZING!

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

14.1 Olieverversing (afb. 9)

Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.

Gebruik universele olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40).

  1. Plaats de benzine tuincultivator op een effen, recht oppervlak.
  2. Houd een geschikte opvangbak onder de olieaftapplug (25).
  3. Gebruik een steeksleutel SW 10 mm (niet bij de levering inbegrepen) op de olieaftapplug (25) te openen en de motorolie af te tappen.
  4. Nadat u de motorolie volledig hebt afgetapt, schroeft u de olieaftapplug (25) weer terug.
  5. Draai nu de olievuldop met een oliepeilstok (26) linksom er uit.
  6. Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie 10.1).
  7. Draai aansluitend de olievuldop met oliepeilstok (26) rechtsom weer vast.

14.2 Onderhoud van het luchtfilter (afb. 15)

⚠ GEVAAR!

Brand- en explosiegevaar!

Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Reinig het luchtfilter uitsluitend door het uit te kloppen of uit te blazen met perslucht.
  • Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.

AANWIJZING!

Risico op materiële schade!

Het bedrijf van de motor zonder ingezet filterelement kan tot motorschade leiden.

- Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterelement draaien.

Een vervuild luchtfilterelement vermindert het motorvermogen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is dus essentieel.

Het luchtfilter moet elke 10 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.

  1. Draai en trek aan de bajonetsluiting van het luchtfilterdeksel (32) om deze te openen.
  2. Controleer het luchtfilterdeksel (32) op gaten of scheuren. Vervang elk beschadigd element.
  3. Veeg vuil aan de binnenkant van het filterhuis weg met een schone, vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt.
  4. Verwijder het schuimfilter (33). Controleer het op beschadiging en vervang het indien nodig.
  5. Blaas het schuimfilter (33) met perslucht grondig uit.
  6. Plaats het schone filterelement (33) terug en schroef het luchtfilterdeksel (32) vast. Druk en draai hiertoe aan de bajonetsluiting van het luchtfilterdeksel (32) om deze te sluiten.

14.3 Bougie reinigen/vervangen (afb. 16, 17)

⚠ LET OP: Vervang de bougie alleen als de motor koud is!

Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel.

De bougie daarna elke 50 bedrijfsuren of indien nodig vervangen.

  1. Trek de bougiestekker (19) los en verwijder het eventuele vuil rondom de bougie.
  2. Draai de bougie (19a) er met de meegeleverde bougiesleutel uit en controleer deze.
  3. Controleer de isolator. Vervang de bougie (19a) bij beschadigingen zoals bijv. scheuren of houtsplinters.
  4. Reinig de bougie-elektroden met een staalborstel.
  5. Controleer de elektrodenafstand en stel deze af met een voelermaat. Om de motor efficiënt te laten draaien, moet de bougie (19a) de juiste elektrodenafstand (0,7-0,8 mm) hebben.
  6. Schroef de bougie (19a) er met de hand weer in en draai deze ongeveer 1/4 slag vast met de bougiesleutel.
  7. Plaats de bougiestekker (19) op de bougie (19a).

⚠ LET OP!

Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor beschadigen. Als de bougie te strak wordt aangehaald, kan het schroefdraad in de cilinderkop worden beschadigd.

14.4 Benzine met een afzuigpomp voor benzine aftappen

Bij opslag voor langere periode of bij transport moet de benzine worden afgetapt.

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem benzine-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
  • Tap brandstof alleen af in de open lucht.
  • Houd een opvangreservoir onder de slang van de afzuigpomp voor benzine (niet bij de levering inbegrepen).
  • Schroef de brandstoftankdop (12) los en verwijder deze.
  • Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de brandstoftank en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.
  • Schroef de brandstoftankdop (12) er weer op.

14.5 Instellen van de koppeling

De speling van de koppeling wijzigt met slijtage van de koppeling. Om een beoogd gebruik mogelijk te maken, moet de koppelingskabel worden afgesteld.

  1. Stel de koppelingshendel (5) in via de instelpositie (7) in de oorspronkelijke positie.
  2. Draai hiertoe de contramoer met een steeksleutel SW 12 mm (niet bij de levering inbegrepen) vast, tot de koppeling weer goed vastgrijpt.

3.

Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:

  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

Belangrijke aanwijzing bij reparatie:

Houd er bij retourlevering van het apparaat voor reparatie rekening mee dat het apparaat om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.

14.6 bestelling van reserveonderdelen

Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:

  • Type apparaat
  • Artikelnummer van het apparaat

Reserveonderdelen/accessoires

Benzine afzuigpomp - Artikelnr.: 7907600001

Brandstoftank - Artikelnr.: 5911249037

Brandstoftankdop - Artikelnr.: 591124 0 031

14.7 Service-informatie

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.

Slijtdelen*: Bougies, messen, luchtfilters, alle bedrijfsmiddelen

* niet persé in de leveringsomvang opgenomen!

15. Opslag

⚠ GEVAAR!

Brand- en explosiegevaar!

Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc.

AANWIJZING!

Risico op materiële schade!

Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.

- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.

15.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen:

Als de benzine tuincultivator gedurende een periode langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moeten de volgende maatregelen worden genomen om de benzine tuincultivator voor te bereiden voor opslag.

  1. Maak de benzinetank volledig leeg (zie hoofdstuk 14.4). Opgeslagen benzine die ethanol of MTBE bevat zal binnen 30 dagen schraal worden. Schrale benzine heeft een hoog rubbergehalte en kan daardoor de carburateur verstoppen en de brandstoftoevoer beperken.

  2. Start de motor en laat deze draaien tot hij stopt. Dit zorgt ervoor dat er geen benzine in de carburateur achterblijft. Dit voorkomt de vorming van afzettingen in de carburateur en mogelijk schade aan de motor.

  3. Laat de olie uit de motor lopen, terwijl deze nog warm is. Vul nieuwe olie bij (zie hoofdstuk 14.1.).

  4. De motor laten afkoelen. Verwijder de bougie (19a) en vul de cilinder met 30 ml kwalitatief hoogwaardige motorolie. Trek vervolgens langzaam aan het starterkoord om de olie te verdelen. De bougie (19a) vervangen.

⚠ LET OP! Verwijder de bougie en laat alle olie uit de cilinder lopen voordat u de machine na opslag weer opstart.

  1. Reinig de buitenkant van de benzine tuincultivator met een schone doek en verwijder vuil uit de ventilatiesleuven.

⚠ LET OP! Gebruik geen scherpe reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen op minerale oliebasis om kunststofdelen te reinigen. Chemische stoffen kunnen kunststof beschadigen.

  1. Controleer op losgeraakte of beschadigde onderdelen. Beschadigde onderdelen repareren of vervangen en losgeraakte schroeven en moeren aanhalen.
  2. Demonteer de messen. Reinig de messen en smeer ze in tegen roestvorming. Monteer de messen weer.
  3. Vet de wielassen lichtjes in. Vet de gashendel en alle zichtbaar bewegende delen in. Demonteer niet de motorafdekking.
  4. Bewaar benzine tuincultivator rechtop in een schoon en droog gebouw met goede ventilatie.

⚠ LET OP! Bewaar de benzine tuincultivator nooit met een met brandstof gevulde tank in een slecht geventileerd gebouw waar brandstofdampen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, signaallampen of overige ontstekingsbronnen. Alleen toegestane brandstoftanks gebruiken.

Sla het apparaat en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegankelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C. Bewaar het apparaat in de originele verpakking. Dek het apparaat af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat.

16. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

PARKSIDE PBGK 1400 C3 - Aanwijzingen op de verpakking - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recycleerbaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.

Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

17. Verhelpen van storingen

Probleem Oorzaak Oplossing
De motor start niet.1. De koppelingshendel bevindt zich niet in de juiste positie.2. De tank is leeg.3. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd.4. De bougie is los.5. Kabel van de bougie is niet goed bevestigd.6. Onjuiste elektrodenafstand van de bougie.7. Bougie defect.8. Er zit te veel brandstof in de carburateur.1. De koppelingshendel in de juiste positie zetten.2. De tank vullen.3. De luchtfiltercomponenten reinigen.4. De bougie op 25-30 Nm aanhalen.5. De kabel op de bougie bevestigen.6. De afstand van de elektroden instellen op 0,7 tot 0,8 mm.7. Een nieuwe bougie in de juiste positie plaatsen.8. Het luchtfilter verwijderen en herhaaldelijk aan de startkabel trekken totdat de carburateur schoon is. Plaats het luchtfilter weer terug.
Motor start slecht of heeft verminderd vermogen1. Bougiemodule defect.2. Vuil, water of schimmel in de brandstoftank.3. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd.1. Neem contact op met de klantenservice.2. Leeg, reinig de tank en vul deze met schone brandstof.3. De luchtfiltercomponenten reinigen.
De motor loopt onregelmatig1. De luchtfiltercomponenten zijn verontreinigd.2. De koppelingshendel wordt geblokkeerd door vreemde deeltjes.3. De koelribben en luchtinlaten onder de motor zijn verstopt1. De luchtfiltercomponenten reinigen.2. Vreemde deeltjes verwijderen.3. Verwijder vreemde deeltjes uit koelribben en luchtinlaten
Motor schokt bij hoge snelheden1. De elektrodenafstand op de bougie is te laag.1. De elektrodenafstand instellen op 0,7 tot 0,8 mm.
Motor oververhit1. De koelluchtstroom wordt gehinderd.2. Bougie defect.1. Verwijder alle vreemde deeltjes uit het frame, de ventilator, de luchtinlaten en koelribben2. Installeer een LG F6TC-bougie
Motor trilt ongewoon1. De messen zijn niet juist gemonteerd. De messen zijn niet uitgebalanceerd.1. Controleer of alle onderdelen van de machine juist zijn gemonteerd.

18. Garantiebewijs

Geachte klant,

onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:

  • Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
  • De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.

Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.

- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.

- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.

Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.

Service-hotline / Hotline du service (NL):

00800 4003 4003

(0,00 €/Min.)

Op www.lidl-service.com kunt u deze en talloze andere handleidingen, productvideo's en installatiesoftware downloaden.

Met de QR-code komt u direct op de Lidl-Service-pagina (www.lidl-service.com) en kunt u met het invoeren van het artikelnummer (IAN) 415639_2204 uw gebruikshandleiding openen.

Obsah:

Strana:

Purtați ochelari de protectie!

9.2 Montarea barei de directie (fig. 1 + 4)

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PBGK 1400 C3

Categorie : Benzine cultivator